Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202503646/4/R3

Uitspraak 202503646/4/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4257
Datum uitspraak
23 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente aan Plegt Bouw B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het toevoegen van zes extra appartementen aan een nog te bouwen appartementencomplex aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo. Op het perceel is het bestemmingsplan "Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11", vastgesteld op 13 april 2021, van toepassing. Het college heeft eerder een vergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met 26 appartementen op het perceel. Plegt Bouw heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend om zes appartementen extra toe te voegen aan dit appartementencomplex, zodat het appartementencomplex in totaal 32 appartementen krijgt.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202503646/4/R3.
Datum uitspraak: 23 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb)) van:

[verzoeker A], [verzoeker B] en anderen, gevestigd en wonend in Markelo, gemeente Hof van Twente,

verzoekers,

hangende het hoger beroep van:

1.       VVE de Beaufort (de VVE), gevestigd te Markelo, gemeente Hof van Twente,

2.       [verzoeker B] en anderen, gevestigd en wonend in Markelo, gemeente Hof van Twente,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 mei 2025 in zaken nrs. 24/3234 en 24/3264 in het geding tussen:

1.       De VVE

2.       [verzoeker B] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente,

alsmede hangende het beroep van:

[verzoeker A] en anderen.

Procesverloop

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft het college aan Plegt Bouw B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het toevoegen van zes extra appartementen aan een nog te bouwen appartementencomplex aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo (het perceel).

Bij uitspraak van 23 mei 2025 heeft de rechtbank de door de VVE en [verzoeker B] en anderen daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de VVE, en [verzoeker B] en anderen hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 3 maart 2026, kenmerk 1076982 (2), (het herstelbesluit) heeft het college de vergunning gewijzigd en aangevuld.

De VVE en [verzoeker B] en anderen hebben te kennen gegeven zich niet te kunnen verenigen met het herstelbesluit.

[verzoeker A] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het herstelbesluit.

[verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tegelijk met het verzoek om voorlopige voorziening in zaak nr. 202503651/4/R3, op 14 juli 2026 op een zitting behandeld. Op de zitting zijn [verzoekers], vertegenwoordigd door [verzoeker A], vergezeld door [verzoeker B], en het college, vertegenwoordigd door B.J.M. Beernink-Rouweler, vergezeld door J.B.H. Meijer en A. van de Reijt, verschenen. Ook zijn woningstichting Viverion, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en Plegt Bouw B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], op de zitting als partijen gehoord.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

2.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 13 oktober 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

3.       Op het perceel is het bestemmingsplan "Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11", vastgesteld op 13 april 2021, van toepassing. Het college heeft eerder een vergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met 26 appartementen op het perceel. Plegt Bouw heeft op 13 oktober 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend om zes appartementen extra toe te voegen aan dit appartementencomplex, zodat het appartementencomplex in totaal 32 appartementen krijgt.

4.       Over de vergunning voor de bouw van 26 appartementen loopt bij de Afdeling ook een procedure, zaak nr. 202503651/1/R3.

De voorzieningenrechter doet vandaag ook uitspraak over het verzoek van [verzoeker A], [verzoeker B] en anderen tot schorsing van de vergunning voor de bouw van 26 appartementen (zaak nr. 202503651/4/R3, ECLI:NL:RVS:2026:4258).

Voorgeschiedenis

5.       Met het herstelbesluit heeft het college de vergunning voor het toevoegen van 6 appartementen gewijzigd en aangevuld.

De voorzieningenrechter merkt het herstelbesluit aan als een besluit in de zin van artikel 6:19, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb.

6.       In de uitspraak van 7 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2622, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling de verzoeken van de VVE, [verzoeker B] en anderen, en [verzoeker A] en anderen tot schorsing van de vergunning voor 6 extra appartementen, afgewezen.

Dat heeft de voorzieningenrechter gedaan onder verwijzing naar de afzonderlijke uitspraak van 7 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2623, over de verzoeken van het college, en Viverion en Plegt Bouw, om de schorsing van de vergunning voor 26 appartementen op te heffen.

Beoordeling van het verzoek

7.       Gezien de uitspraak van 7 mei 2026 waarbij de verzoeken tot schorsing van de vergunning voor 6 extra appartementen zijn afgewezen, is het nieuwe verzoek van [verzoeker A], [verzoeker B] en anderen aan te merken als een herhaald verzoek om voorlopige voorziening.

8.       De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek van [verzoeker A], [verzoeker B] en anderen in deze procedure identiek is aan hun verzoek in de procedure over de vergunning voor 26 appartementen. Ook gaat het in beide procedures over hetzelfde parkeeronderzoek. Daarnaast is in beide procedures de vraag of er sprake is van een gerechtvaardigd herhaald verzoek om voorlopige voorziening.

Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding om, voor de verdere inhoudelijke beoordeling van het verzoek, te verwijzen naar en zich aan te sluiten bij de overwegingen en oordelen van de voorzieningenrechter onder 10 tot en met 16.4 in de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503651/4/R3, ECLI:NL:RVS:2026:4258. Gelet op die overwegingen, ziet de voorzieningenrechter in deze procedure geen aanleiding om de vergunning voor 6 extra appartementen te schorsen.

Conclusie

9.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [verzoeker A], [verzoeker B] en anderen om het treffen van een voorlopige voorziening af.

10.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier.

w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter

w.g. Schadd
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026

1076


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon