Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202306243/1/A3

Uitspraak 202306243/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3266
Datum uitspraak
17 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van ‘alle conceptuele dan wel definitieve rapporten betreft bouwkundige onderzoeken omtrent het adres [locatie 1] en [locatie 2], met inbegrip maar niet beperkt tot constructies aan de kelder(s) (keldergewelf, keldermuren, etc.) die in opdracht van de gemeente Utrecht door derde onderzoeksbureaus zijn opgesteld’. Het college heeft documenten aangetroffen, maar heeft openbaarmaking daarvan in zijn geheel geweigerd en het verzoek daarom afgewezen. De rechtbank heeft die afwijzing in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202306243/1/A3.
Datum uitspraak: 17 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Utrecht,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 28 augustus 2023 in zaak nr. 22/5361 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft het college het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten afgewezen.

Bij besluit van 15 november 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar, onder wijziging en aanvulling van de motivering van het besluit van 20 juni 2022, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 augustus 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting op 11 februari 2026 behandeld, waar [appellant], bijgestaan door mr. T.D. Rijs, advocaat in Velp, en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. H. van Gellekom en ing. W.T. Akkermans, zijn verschenen. De zaak is gelijktijdig met de zaak nrs. 202500453/1/A3, 202306913/1/A3, 202500469/1/A3, 202500470/1/A3, 202500473/1/A3, 202500482/1/A3 en 202500507/1/A3 behandeld. Dat zijn zeven andere zaken van [appellant].

Bij brief van 30 april 2026 heeft [appellant] verzocht om toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de procedure moet zijn geëindigd.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van ‘alle conceptuele dan wel definitieve rapporten betreft bouwkundige onderzoeken omtrent het adres [locatie 1] en [locatie 2], met inbegrip maar niet beperkt tot constructies aan de kelder(s) (keldergewelf, keldermuren, etc.) die in opdracht van de gemeente Utrecht door derde onderzoeksbureaus zijn opgesteld’. Het college heeft documenten aangetroffen, maar heeft openbaarmaking daarvan in zijn geheel geweigerd en het verzoek daarom afgewezen. De rechtbank heeft die afwijzing in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

Waarom is [appellant] het niet met de rechtbank eens?

2.       De documenten waarvan [appellant] om openbaarmaking heeft verzocht, zijn tijdens de beroepsprocedure per ongeluk aan hem verstrekt. De rechtbank heeft overwogen dat niet langer in geschil is of de openbaarmaking van de gevraagde documenten al dan niet ten onrechte is geweigerd, omdat die documenten inmiddels in het bezit van [appellant] zijn. [appellant] komt hiertegen op. De desbetreffende documenten zijn inderdaad aan hem verstrekt, maar daarmee is nog geen sprake van openbaarmaking van die documenten. De rechtbank is dan ook ten onrechte niet toegekomen aan de beoordeling van zijn beroepsgronden.

[appellant] verzet zich daarnaast tegen de publicatie van zijn Woo-verzoek en het besluit daarop op de website van de gemeente Utrecht. Hij wijst er daarbij op dat in die stukken de adresgegevens van de naastgelegen panden worden vermeld. Aan de hand daarvan kan iemand eenvoudig zijn persoonsgegevens achterhalen via het Kadaster. De gemeente heeft in aanverwante procedures een grote som aan dwangsommen wegens niet tijdig beslissen aan [appellant] verbeurd en hij wenst niet dat publiekelijk bekend wordt dat hij degene is die deze dwangsommen heeft ontvangen. Volgens [appellant] is het besluit om zijn Woo-verzoek en het besluit daarop op het internet te publiceren zodanig verweven met de besluitvorming van het college op zijn verzoek, dat ook de openbaarmaking van die documenten moet worden gezien als een rechtsgevolg van het besluit op zijn Woo-verzoek. Een andere benadering zou ertoe leiden dat tegen de publicatie niet opgekomen kan worden, terwijl niet uitgesloten kan worden dat zwaarwegende privacybelangen in het geding zijn.

Tenslotte betoogt [appellant] over de openbaarmaking van het Woo-verzoek dat de bestuurlijke aangelegenheid die daarin genoemd wordt geanonimiseerd moet worden ten behoeve van de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, omdat het verzoek anders tot hem te herleiden is.

Beoordeling van het hoger beroep

Procesbelang

3.       Het college stelt in zijn schriftelijke uiteenzetting dat [appellant] geen procesbelang meer heeft. Volgens het college heeft [appellant] in meerdere procedures bezwaar gemaakt tegen het publiceren van zijn Woo-verzoeken en de besluiten daarop en heeft de Afdeling eerder al geoordeeld dat de adresgegevens van het pand van [appellant] en van de omliggende panden openbaar mogen worden gemaakt. Het college verwijst daarvoor naar de uitspraken van de Afdeling van 15 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2046) en 15 oktober 2024 (zaak nr. 202402553/3/A3; niet gepubliceerd). [appellant] heeft daarom geen belang meer bij een oordeel in deze procedure, aldus het college.

3.1.    De Afdeling overweegt dat [appellant] in deze procedure niet alleen gronden heeft aangevoerd tegen het publiceren van zijn Woo-verzoek en de besluitvorming daarop met daarin de adresgegevens van zijn pand en de omliggende panden, maar ook andere gronden, zoals die onder 2 zijn weergegeven. Dat betekent dat [appellant] alleen daarom al procesbelang heeft en dat de verwijzing van het college naar de twee uitspraken van de Afdeling geen doel treft.

Het betoog slaagt niet.

Is er sprake van openbaarmaking?

4.       Zoals onder 2 al overwogen, zijn de documenten waarvan [appellant] om openbaarmaking heeft verzocht tijdens de beroepsprocedure per ongeluk aan hem verstrekt. De rechtbank heeft overwogen dat de vraag of openbaarmaking van de desbetreffende documenten ten onrechte is geweigerd niet meer in geschil is, omdat die documenten inmiddels in het bezit van [appellant] zijn. Het per ongeluk toezenden van geheime stukken aan de verzoeker is volgens [appellant] echter geen openbaarmaking in de zin van de Woo.

4.1.    Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 9 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:363), onder 4.3, heeft overwogen, gelden er enige beperkingen voor het aanvoeren van nieuwe gronden in hoger beroep. Zo zullen gronden die uitdrukkelijk zijn prijsgegeven, buiten beschouwing worden gelaten als zij in hoger beroep (opnieuw) worden aangevoerd. Verder kan op een gegeven instemming met een door de rechter in eerste aanleg gekozen werkwijze in hoger beroep niet worden teruggekomen.

4.2.    In dit geval heeft de rechtbank tijdens de zitting het volgende aan [appellant] gevraagd: "Als het gaat over openbaarmaking waar u zelf feitelijk al over beschikt, is dat een punt van geschil?" De gemachtigde van [appellant] heeft daarop gereageerd met: "Nee, als eiser daar over beschikt dan is daar geen belang meer." [appellant] heeft daar zelf aan toegevoegd: "Tenzij het gaat om adresgegevens." De adresgegevens van [appellant] worden in de desbetreffende documenten echter niet openbaar gemaakt. Dat betekent dat [appellant] deze grond in beroep uitdrukkelijk heeft prijsgegeven en dat deze grond in hoger beroep daarom buiten beschouwing wordt gelaten.

Het betoog slaagt niet.

Openbaarmaking van het Woo-verzoek en de besluitvorming daarop

5.       Het college heeft het Woo-verzoek en de besluitvorming daarop gepubliceerd op de website van de gemeente onder zaak nr. 2022-0413, met uitzondering van de persoonsgegevens van [appellant], zoals zijn naam, adres en e-mailadres. Die informatie heeft het college dus niet openbaar gemaakt. De rechtbank heeft overwogen dat de gronden die [appellant] aanvoert tegen deze actieve openbaarmaking buiten de omvang van het geding vallen. De Afdeling volgt de rechtbank daarin niet. Daarvoor is het volgende van belang.

5.1.    Hoofdstuk 3 van de Woo gaat over openbaarmaking uit eigen beweging, ook wel ‘actieve openbaarmaking’ genoemd. In artikel 3.3, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo staat, kort samengevat, dat een bestuursorgaan uit eigen beweging de inhoud van de schriftelijke verzoeken op grond van artikel 4.1 van de Woo en van de schriftelijke beslissingen op die verzoeken openbaar maakt. Net als de rechtbank stelt de Afdeling vast dat dit artikel nog niet in werking is getreden. Desondanks heeft het college in dit geval deze documenten openbaar gemaakt. Zolang artikel 3.3, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo nog niet in werking is getreden, biedt artikel 3.1 van de Woo daarvoor een grondslag.

5.2.    Artikel 3.1, eerste lid, van de Woo bepaalt dat het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, bij de uitvoering van zijn taak uit eigen beweging de bij het bestuursorgaan berustende informatie neergelegd in documenten voor eenieder openbaar maakt, indien dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 aan openbaarmaking in de weg staan of met de openbaarmaking geen redelijk belang wordt gediend. Het college heeft in dit geval uit eigen beweging besloten om het Woo-verzoek van [appellant] en de besluitvorming daarop openbaar te maken.

5.3.    Artikel 3.1, vierde lid, van de Woo bepaalt vervolgens dat het bestuursorgaan een belanghebbende mededeelt dat wordt overgegaan tot actieve openbaarmaking. Het college heeft dat in dit geval ook in de ontvangstbevestiging van het Woo-verzoek van [appellant] van 24 mei 2022 gedaan. In het vierde lid van artikel 3.1 staat dat de mededeling gelijkgesteld wordt met een besluit. De mededeling over de actieve openbaarmaking in de ontvangstbevestiging moet dus gelijk worden gesteld met een besluit. De Afdeling ziet in het belang van een efficiënte geschilbeslechting aanleiding te bepalen dat die met een besluit gelijkgestelde mededeling over de actieve openbaarmaking onderdeel uitmaakt van de procedure die wordt gevoerd over de besluitvorming van het college op het Woo-verzoek. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, vallen de door [appellant] tegen de actieve openbaarmaking aangevoerde gronden daarom niet buiten de omvang van het geding. Dit leidt echter niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

5.4.    In de ontvangstbevestiging van het Woo-verzoek van [appellant] van 24 mei 2022 staat:

Sinds 2015 maken wij afgeronde Wob-dossiers openbaar door ze voor eenieder op de website te publiceren. Wij publiceren het ingekomen Woo-verzoek, het Woo-besluit of de reactie daarop zonder persoonsgegevens en de eventueel openbaar gemaakte informatie op onze webpagina. Mocht u het niet eens zijn met het openbaar maken van uw Woo-verzoek dan kunt u binnen twee weken na de datum op deze brief eventuele bedenkingen aan ons kenbaar maken.

[appellant] heeft op deze ontvangstbevestiging niet gereageerd en in zijn bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 15 november 2022, heeft hij zich ook niet verzet tegen de actieve openbaarmaking van zijn Woo-verzoek en de besluitvorming daarop. [appellant] heeft dat vervolgens ook niet gedaan in zijn beroepschrift dat hij bij de rechtbank indiende. Pas tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank heeft hij kenbaar gemaakt dat hij zich tegen de actieve openbaarmaking verzet. De Afdeling is van oordeel dat deze wijze van procederen in dit geval in strijd is met de goede procesorde. [appellant] had zijn bezwaren eerder naar voren kunnen en moeten brengen. Daarbij wijst de Afdeling er ook op dat [appellant] zelf veelvuldig procedeert en dat van hem in dat opzicht meer verwacht mag worden dan van een gemiddelde burger. Vergelijk de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202500507/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2026:3267), onder 2.3. [appellant] kan in de procedure over de besluiten van 20 juni 2022 en 15 november 2022 nu niet alsnog opkomen tegen de actieve openbaarmaking van het Woo-verzoek en de besluitvorming daarop. De rechtbank is daarom terecht niet op de gronden van [appellant] daarover ingegaan.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd, met verbetering van de gronden van die uitspraak.

Overschrijding redelijke termijn

7.       [appellant] heeft verzocht om toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de procedure moet zijn geëindigd. Hij heeft erop gewezen dat hij langer dan twee jaar op een uitspraak van de Afdeling heeft moeten wachten. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. De redelijke termijn voor een procedure is in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd. Die termijn vangt aan op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan. Zie de uitspraak van de Afdeling van 15 april 206 (ECLI:NL:RVS:2026:2066), onder 10.1. De termijn is op 22 juli 2022 aangevangen en met de uitspraak van vandaag geëindigd. De totale procedure heeft niet langer dan vier jaar geduurd en de redelijke termijn is dus niet overschreden. De Afdeling wijst het verzoek daarom af.

Proceskosten

8.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de uitspraak van de rechtbank;

II.       wijst het verzoek van [appellant] om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.A. Meerman, griffier.

w.g. Knol
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Meerman
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon