Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.844
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206289/1/A2

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kosten van spoedeisende bestuursdwang ter hoogte van € 1.344,35 in verband met het ontmantelen van een hennepkwekerij op [appellant sub 1] verhaald. Op 2 maart 2021 heeft een inspecteur van de gemeente Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen in de kruipruimte van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Het college heeft vanwege de gevaren voor de omgeving van de aangetroffen hennepkwekerij spoedeisende bestuursdwang toegepast en heeft opdracht gegeven om deze direct te ontmantelen. De bevindingen bij de ontmanteling zijn neergelegd in een rapport. Daarin is onder meer opgenomen dat de kruipruimte toegankelijk was via een deur in de woning, dat de kruipruimte zodanig was uitgegraven dat men daar bijna rechtop kon staan en dat de gehele kruipruimte werd gebruikt voor hennepteelt. Voorts is in het rapport vermeld: "de assimilatielampen die extreem heet worden waren veel te dicht tegen de houten ondervloer geplaatst. In verband met de hitte van deze lampen die boven de 100 graden Celsius uitkomt is de kans op brand in deze ruimte extreem hoog".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3586
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206289/1/A2

202207038/1/A2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de Dienst Wegverkeer naar aanleiding van een ‘Wachten Op Keuren’ (WOK)-melding bepaald dat het voertuig met het kenteken [...] niet voldoet aan de wettelijke eisen en met ingang van 3 februari 2022 niet met het voertuig op de weg mag worden gereden. In geschil is of een WOK-melding een technische beoordeling is waartegen geen beroep kan worden ingesteld, zoals bedoeld in artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb. Op 3 februari 2022 hebben een brigadier en hoofdagent van de politie-eenheid Noord-Holland een meting uitgevoerd aan de brommer van [appellant sub 2]. Uit deze meting volgt volgens de agent dat de constructiesnelheid van de brommer 58 km/u bedroeg. Dat is een overschrijding van de maximale constructiesnelheid van 56 km/u. Na deze meting heeft de politieagent een melding aan de RDW gedaan om in het kentekenregister een zogenoemde WOK-status aan de brommer toe te kennen, omdat de brommer door de overschrijding van de maximale constructiesnelheid niet voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3587
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202207038/1/A2

202207297/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Coudewater (landgoed en boszone)" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van Landgoed Coudewater. In bestaande panden, waar voorheen de GGZ Oost-Brabant was gevestigd, worden woningen, kantoren en horeca mogelijk gemaakt. Ook wordt de bouw van nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het maximum aantal wooneenheden binnen alle bestemmingsvlakken "Woongebied" en "Gemengd" met de aanduiding "specifieke vorm van wonen - maximum aantal wooneenheden" samen bedraagt 408. Het Groene Hart kan zich niet met het plan verenigen voor zover het gaat om het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied, waar een aantal woningen mogelijk gemaakt wordt. Het betreft het gedeelte tussen Landgoed Coudewater en de rivier de Groote Wetering. Het plan staat hier drie natuurwoningen en een kleinschalig appartementencomplex toe. Het Groene Hart meent dat ecologische en natuurbelangen door het plan worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3572
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207297/1/R2

202300775/1/A2

Bij besluit van 31 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 6.000,00 opgelegd aan [appellant] wegens omzetting van de woning aan de [locatie] in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. Deze zaak gaat over omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, in de zin van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning ter controle op 8 oktober 2019 bezocht. Op dat moment stonden er drie personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen, te weten [persoon A], [persoon B] en [persoon C]. [persoon A] en [persoon B] hebben verklaard dat zij en [persoon C] in de woning wonen, dat [persoon B] hoofdhuurder is en dat hij als enige een huurovereenkomst heeft. Volgens [persoon B] en [persoon A] weet [appellant] dat er drie personen in de woning wonen. [persoon B] heeft toegelicht dat er vier slaapkamers in de woning zijn die allemaal op slot kunnen. Daarvan wordt één kamer gebruikt als gemeenschappelijke logeerkamer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3588
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300775/1/A2

202300969/1/R2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan “Buitengebied (Museumpark VONK)” vastgesteld. Het plan maakt een uitbreiding en transformatie van het preHistorisch Dorp naar “Museumpark Vonk” mogelijk. Beoogd is een cultuurhistorisch museumpark over de geschiedenis van de stad en regio Eindhoven te realiseren, met een gebouw voor de tentoonstelling van de collectie van de initiatiefnemer en voor een horecagelegenheid. Verder maakt het plan een openluchttheater, een wandelgebied en een maakschuur mogelijk, waar voor het museumpark zogenoemde “vonken”, historische verhalen in de vorm van interactieve toestellen, kunnen worden gebouwd. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het gebied “Genneper Parken” in Eindhoven en wordt begrensd door de Boutenslaan, de Genneperweg, de waterloop van de Tongelreep en zandvang De Vleut. Voor het plan wordt een groot deel van het terrein van de ter plaatse gevestigde verkeersschool en van een voormalig baggerdepot gebruikt. Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het plan, omdat zij vrezen dat de natuur en cultuurhistorie van het gebied Genneper Parken door het plan worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3603
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300969/1/R2

202301849/1/R1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Keup 11 en Keup ongenummerd Egchel en Baarloseweg ongenummerd Helden" vastgesteld. Het plan voorziet in de sanering van de varkenshouderij van [bedrijf] op het perceel [locatie] in Egchel. De bestemming van het perceel is daarom omgezet van "Agrarisch" naar "Wonen". Als tegenprestatie voor het saneren is het voor [bedrijf] toegestaan om twee nieuwe burgerwoningen te realiseren op twee andere percelen. Het gaat om het perceel Keup ongenummerd (tegenover de woning Keup 10) en Baarloseweg ongenummerd (tussen de woningen Baarloseweg 8 en 9). [appellant] woont op de [locatie] in [woonplaats], wat op ruim 4 km afstand van het perceel [locatie] en de hiervoor bedoelde percelen Keup ongenummerd en Baarloseweg ongenummerd ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3578
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202301849/1/R1

202301928/1/R1

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Amstelveen Stadshart 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het centrum van de bebouwde kom van Amstelveen. Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding van de zogeheten cultuurstrip mogelijk en is verder overwegend conserverend van aard. Stroombaan en anderen zijn eigenaar van het perceel Stroombaan 4 in Amstelveen (hierna: het perceel), dat binnen het plangebied ligt. Zij hebben op 27 juli 2022, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpplan, een principeverzoek ingediend voor een bouwplan op hun perceel (hierna ‘(ruimtelijk) initiatief’). Dat initiatief voorziet in de uitbreiding van het kantoorgebouw op het perceel met twee bouwlagen tot een maximale bouwhoogte van 25 meter en de verduurzaming van de ventilatie-/afzuiginstallatie. Het bestemmingsplan staat het initiatief niet toe. Hoewel de raad niet op voorhand negatief tegenover het initiatief staat, heeft hij het niet meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3600
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202301928/1/R1

202302008/1/R1

Bij besluit van 7 januari 2019 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft een agrarisch bedrijf dat is gevestigd aan de Schenkeldijk in Klaaswaal. Hij maakt daarbij gebruik van grote landbouwvoertuigen op de Bommelkoussedijk, de Schenkeldijk en de Boomdijk in Klaaswaal. [appellant] heeft op 29 juli 2018 een verzoek gedaan om handhaving wegens negen overtredingen van artikel 4.3 van de Keur voor Waterschap Hollandse Delta 2014. Het college heeft het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Op verzoek van de rechtbank heeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening op 17 mei 2021 een advies uitgebracht. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] tegen het besluit van 26 juni 2019 in haar uitspraak van 26 januari 2019 niet-ontvankelijk verklaard voor zover dit betrekking had op de overtredingen 6 en 8, omdat de betreffende beplanting en plantenbakken verwijderd zijn. Voor zover het beroep betrekking had op de overtredingen 1 tot en met 5, 7 en 9 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3573
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202302008/1/R1

202302397/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft de Dienst Wegverkeer een voertuig met kenteken [...] ingeschreven in het kentekenregister en tenaamgesteld. Ook heeft de RDW de bij de importkeuring op 15 april 2022 aangezegde Wachten Op Keuren-status (WOK-status) geregistreerd. In geschil is of de RDW het voertuig van [appellant sub 1] mocht aanmerken als schadevoertuig. [appellant sub 1] heeft in België een auto gekocht. Tijdens de importkeuring op 15 april 2022 heeft de RDW vastgesteld dat het voertuig waterschade heeft. Daarom heeft het voertuig een Wachten Op Keuren-status (hierna: WOK-status) gekregen. In het keuringsrapport van 15 april 2022 heeft de RDW vermeld dat het verbod voor het rijden op de weg geldt vanaf het moment dat het voertuig is ingeschreven en tenaamgesteld. Ook staat vermeld dat [appellant sub 1] om de WOK-status op te heffen na ontvangst van het bewijs van inschrijving en het herstel van de waterschade het voertuig voor een schadekeuring moet aanbieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3589
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302397/1/A2

202302442/1/R2

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Binnenstad, Marksingel 1" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een bestaand kantoorgebouw tot een appartementengebouw in de binnenstad van Breda. Beoogd is om op de verdiepingen in totaal maximaal 33 woonappartementen te realiseren en om op de begane grond te voorzien in plintfuncties, zoals bijvoorbeeld detailhandel en dienstverlening. Het plan staat de toevoeging van een extra bouwlaag toe. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie]. Dit perceel grenst aan de noordzijde van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan, omdat hij vreest voor aantasting van het woon- en leefklimaat op zijn perceel. [appellant] betoogt dat de bouwmogelijkheden die het plan biedt in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, omdat de bouwmogelijkheden het woon- en leefklimaat aantasten, in het bijzonder door de toegestane hoogte en woonfunctie. Hierbij wijst [appellant] op een verlies aan bezonning en privacy en een toename van hinder. In de nabije omgeving mag minder hoog worden gebouwd dan wat het voorliggende plan toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3590
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302442/1/R2

202302673/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] (hierna: de maatschap) voor het realiseren van een parkeervoorziening bij het woongebouw op het perceel [locatie] in Amsterdam. [persoon] was ten tijde van de besluiten eigenaar van het woongebouwl. Het bouwplan waarop de aanvraag van de maatschap betrekking heeft, voorziet naast het woongebouw op het perceel in een parkeervoorziening, die onder andere bestaat uit een parkeerkelder met een oppervlakte van ongeveer 20 m bij 4 m. De parkeerkelder komt deels ondergronds en deels bovengronds te liggen. Het feitelijk maaiveld rondom de parkeervoorziening, loopt vanaf de straat af richting de achterkant van de parkeervoorziening. In het midden van de parkeerkelder bevindt zich volgens de bouwtekening een autolift. Aan de ten opzichte van de straat gelegen achterkant van de autolift, komt in de parkeerkelder een werkplaats/hobbyruimte en aan de andere kant een bergruimte. Deze ruimtes worden van de autolift gescheiden door zogenoemde overheaddeuren. Aan de achterkant van de parkeerkelder bevindt zich een trap die naar buiten leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3591
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202302673/1/R1

202303139/1/V6

Bij besluit van 14 september 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de namens [persoon] ingediende verklaring om het Nederlanderschap te verkrijgen door optie, te bevestigen. [appellant] heeft op 16 juli 2021 voor [persoon] bij de Nederlandse ambassade in Kopenhagen een optieverklaring ingediend op grond van artikel II, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De minister heeft de optieverklaring niet bevestigd, omdat [appellant] als vader van [persoon] niet de Nederlandse nationaliteit bezat op het moment van de geboorte van [persoon] op [geboortedatum] 2007 en de erkenning op [datum] 2007. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit verkregen op 9 augustus 2011. De minister heeft zich in het besluit van 18 maart 2022 op het standpunt gesteld dat er geen ruimte bestaat om het Nederlanderschap op een andere grond aan [persoon] te verlenen. De minister heeft aanleiding gezien om de leges terug te betalen, omdat bij het indienen van de optieverklaring over het hoofd is gezien dat [appellant] ten tijde van de geboorte en erkenning van [persoon] niet de Nederlandse nationaliteit bezat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3579
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303139/1/V6

202303631/1/A2

Bij besluit van 23 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 19 november 1996, 22 december 2002 en 10 oktober 2003 eigenaar van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [locatie] te Nieuwer Ter Aa. Op 1 november 2010 is het voorontwerp van het bestemmingsplan Landelijk Gebied West ter vervanging van het bestemmingsplan Landelijk Gebied West 1993 ter inzage gelegd. Onder het bestemmingsplan van 1993 had [appellant] een bouwperceel van 7.489 m2. Daarvan mocht maximaal 30% bebouwd worden, hetgeen neerkomt op 2.246,7 m2. In het voorontwerp is het bouwperceel kleiner en mag daarvan nog maar 20% worden bebouwd. Het ontwerpbestemmingsplan is op 25 januari 2013 ter inzage gelegd. Het bestemmingsplan Landelijk Gebied West is vervolgens op 25 juni 2013 vastgesteld en op 27 september 2013 in werking getreden voor de percelen van [appellant]. Onder dit bestemmingsplan heeft [appellant] een bouwperceel van 7.005 m2, waarvan uiteindelijk maximaal 30% bebouwd mag worden. Dat komt neer op 2.101,5 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3598
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303631/1/A2

202303686/1/V6

Bij brief van 2 maart 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] laten weten dat hij moet inburgeren. [appellant] heeft de Turkse nationaliteit. Op 5 november 2021 heeft de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen voor verblijf bij zijn echtgenote. Op 2 december 2021 heeft [appellant] de mvv afgehaald bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Istanbul. Hij heeft vervolgens op 17 januari 2022 zijn verblijfsvergunning in Nederland opgehaald. Volgens de staatssecretaris is [appellant] inburgeringsplichtig, omdat hij zijn verblijfsvergunning na 31 december 2021 heeft opgehaald. De staatssecretaris heeft [appellant] daarom de brief van 2 maart 2022 gestuurd om hem te laten weten dat hij moet inburgeren. In de brief van 4 juli 2022 staat dat zijn inburgeringstermijn op 10 mei 2022 is gestart en dat hij tot en met 9 mei 2025 de tijd heeft om in te burgeren. [appellant] is het er niet mee eens dat hij inburgeringsplichtig is, omdat Turkse staatsburgers die vóór 31 december 2021 rechtmatig verblijf in Nederland hebben gekregen, niet inburgeringsplichtig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3580
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303686/1/V6

202304057/1/R1

Bij besluit van 20 december 2021 heeft het college geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een dakterras op het perceel [locatie 1] te Amsterdam. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een dakterras op een dakdeel van zijn woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een dakterras op een dakdeel van zijn woning. Op grond van het bestemmingsplan "Westelijke Binnenstad" geldt voor de woning de bestemming "Gemengd-1" met specifieke bouwaanduiding "orde 2". De aanvraag is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan omdat de maximale bouwhoogte wordt overschreden en dakterrassen niet zijn toegestaan. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college bevoegd was om met toepassing van artikel 6.4 van de planregels omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Volgens [appellant] wordt anders dan de rechtbank heeft overwogen wel voldaan aan de maximale bouwhoogte van 1,20 m ten opzichte van het dak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3595
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304057/1/R1

202305255/1/A2

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor de door [appellant] verleende rechtsbijstand voor de toevoeging met het kenmerk 4NV0142 vastgesteld op € 832,89. De raad verleent toevoegingen voor rechtsbijstand. De regels met betrekking tot de vergoedingen zijn neergelegd in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Daarnaast heeft de raad beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [appellant] heeft op 21 oktober 2019 een toevoeging aangevraagd voor de door hem verleende rechtsbijstand aan zijn cliënt in een civiele procedure tegen zijn verhuurder. De verhuurder beschikte niet over een omzettingsvergunning waardoor de cliënt van [appellant] genoodzaakt was zijn woning te verlaten. De verleende rechtsbijstand zag op het laten beëindigen van de huurovereenkomst en het vorderen van schadevergoeding. [appellant] heeft de toevoeging aangevraagd onder zaakcode en zaakaanduiding "H020 onderhoud door verhuurder".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3574
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305255/1/A2

202305259/1/R1

Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghoudster] (hierna: de maatschap) voor het veranderen en vergroten van het woongebouw aan de [locatie 1], thans [locatie 2] en [locatie 3], in Amsterdam. [eigenaar] is eigenaar van het woongebouw op het perceel. De maatschap heeft op 8 februari 2019 een aanvraag ingediend om het pand op het perceel te mogen verbouwen. Het bouwplan bevat onder andere het vervangen van de ramen en kozijnen en de realisatie van een opbouw op het dak die is bedoeld voor technische installaties. Daarnaast bevat het bouwplan constructieve aanpassingen aan diverse vloeren en wanden, een aanpassing van de indeling van het gebouw en de realisatie van een lift. Op de bouwtekeningen staat een uitbouw van het souterrain. Het college heeft zich bij het besluit op bezwaar alsnog op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Willemspark / Van Eeghenstraat 2002". Daarin is het perceel onder andere bestemd voor "Woningen". Volgens het college wordt de toegestane maximale bouwhoogte met 55 cm overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3594
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305259/1/R1

202306309/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4148, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van het college van 21 april 2022 vernietigd en het besluit van het college van 12 januari 2022 herroepen. De Afdeling heeft daarbij met toepassing van artikel 8:88 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:91 van deze wet het onderzoek heropend ter voorbereiding van een uitspraak inzake schadevergoeding. [verzoekster] heeft in 2019 op een gedeelte van het perceel [locatie] te Giethoorn een chalet geplaatst zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Een toezichthouder heeft geconstateerd dat het chalet buiten het bouwvlak is gesitueerd. Bij besluit van 31 december 2020 heeft het college aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3593
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306309/1/A2

202401793/1/A2

Bij beslissing van 15 november 2023 heeft het CvB aan [appellant] meegedeeld dat hij per 15 november 2023 definitief van Noorderpoort is verwijderd en dat hij per 1 december 2023 zal worden uitgeschreven. [appellant] heeft zich voor studiejaar 2022-2023 ingeschreven voor de mbo-opleiding Biologisch-medisch analist bij Noorderpoort. In het eerste studiejaar is hij voor vijf dagen geschorst vanwege zijn gedrag. Noorderpoort heeft deze schorsing vervolgens verlengd met vijf dagen. Reden hiervoor was dat [appellant] de zorgen omtrent zijn gedrag tijdens het gesprek naar aanleiding van de eerste vijf dagen schorsing niet heeft weggenomen en er in de tussentijd nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden. Omdat duidelijk werd dat [appellant] erbij gebaat zou zijn is daarna begeleiding op gang gebracht, wat ook gezorgd heeft voor verbetering in zijn gedrag. In september en oktober 2023 hebben zich wederom incidenten voorgedaan. [appellant] en zijn ouders zijn in het licht daarvan uitgenodigd voor een gesprek op 20 oktober 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3592
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401793/1/A2

202401820/1/A2

Bij beslissing van 23 november 2023 heeft de examencommissie van de faculteit rechtsgeleerdheid het door [appellante] afgelegde tentamen Law and Legal Skills: The Dutch Example ongeldig verklaard vanwege fraude. [appellante] heeft op 30 oktober 2023 het tentamen gemaakt. Tijdens de eerste drie kwartier had zij twee readers met beschreven tabbladen beschikbaar. Deze readers zijn door een surveillant ingenomen. [appellante] heeft vervolgens het tentamen met behulp van digitale readers afgemaakt. De examencommissie heeft [appellante] gehoord. Zij heeft verklaard dat zij niet de intentie had om te frauderen en dacht dat de markeringen toegestaan waren. De examencommissie heeft geconcludeerd dat sprake was van fraude. Als sanctie wordt haar tentamen ongeldig verklaard. [appellante] heeft inmiddels op 29 januari 2024 de herkansing van het vak Law and Legal Skills gemaakt en daarvoor het cijfer 9 behaald. Het college heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Hieraan heeft het ten grondslag gelegd dat het bij [appellante] bekend had moeten zijn dat het niet was toegestaan om in de readers te schrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3601
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401820/1/A2

202402084/1/V3

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij vanuit Belarus drie keer heeft geprobeerd Polen in te reizen, maar dat hij telkens is teruggestuurd naar Belarus. Bij zijn vierde poging om Polen in te reizen heeft hij verzocht om internationale bescherming. De minister heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat beginsel is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte lidstaat - in dit geval Polen - in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Polen, omdat hij vreest dat hij na overdracht aan dat land het slachtoffer wordt van een zogeheten "pushback".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3455
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402084/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402084/1/V3

202402637/1/A2

Bij beslissing van 4 september 2023 heeft de Examencommissie Tandheelkunde van de Vrije Universiteit Amsterdam het verzoek van [appellant] om de geldigheidsduur van tentamenresultaten van drie theoretische vakken en twee praktische vakken te verlengen, afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding Tandheelkunde aan de VU. Bij e-mail van 13 juni 2023 heeft de examencommissie [appellant] te kennen gegeven dat behaalde tentamenresultaten komen te vervallen per 1 september 2023. [appellant] heeft vervolgens verzocht om de geldigheidsduur van die tentamenresultaten te verlengen. Het CBE heeft vermeld dat een nieuw curriculum is ingevoerd voor de bacheloropleiding Tandheelkunde. In het geval dat studenten in het collegejaar 2022-2023 de Boorlicentietoets hebben behaald, heeft de examencommissie behaalde tentamenresultaten onder het oude curriculum verlengd. [appellant] heeft de Boorlicentietoets na meerdere pogingen niet behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3582
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402637/1/A2

202402763/1/V3

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De tweede grief van de vreemdeling is onder andere gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voor Dublinclaimanten niet mogelijk en/of niet effectief is om rechtsmiddelen aan te wenden in Polen vanwege verontrustende berichtgeving over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in dat land. Nationale rechterlijke instanties hebben de taak om te waarborgen dat het recht van de Unie in alle lidstaten ten volle wordt toegepast en dat daadwerkelijke rechtsbescherming wordt geboden (artikelen 2 en 19 van het Verdrag betreffende de Europese Unie). Het beginsel van daadwerkelijke rechtsbescherming is een algemeen beginsel van Unierecht. Om te waarborgen dat rechterlijke instanties daadwerkelijke rechtsbescherming kunnen bieden is de instandhouding van de onafhankelijkheid van die instantie essentieel (artikel 47, tweede lid, van het EU Handvest).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3456
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402763/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402763/1/V3

202402934/1/A2

Bij besluit van 9 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer spoedeisende bestuursdwang toegepast door het voertuig van [appellante] met kenteken [...] weg te slepen en in bewaring te stellen. Bij besluit van 9 december 2022 heeft het college spoedeisende bestuursdwang toegepast door het voertuig van [appellante] weg te slepen. Het bezwaar van [appellante] tegen dit besluit is door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden. [appellante] is het hier niet mee eens. De rechtbank deelt het oordeel van het college dat het bezwaarschrift geen gronden bevat. Zij oordeelt dat het bezwaarschrift slechts een blote ontkenning van feiten bevat, zonder nadere toelichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3575
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402934/1/A2

202403023/1/A2

Bij beslissing van 18 september 2023 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat [appellante voor inschrijving voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024 het instellingstarief collegegeld van € 8.600,00 verschuldigd is. [appellante] heeft in augustus 2010 een graad Nederlands recht behaald. In februari 2011 is [appellante] begonnen met de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft zij gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college in het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld. Vanaf het studiejaar 2018-2019 is bepaald dat zij het instellingstarief collegegeld verschuldigd is. Sindsdien heeft [appellante] diverse procedures gevoerd bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs en de Afdeling over de mogelijkheden tot inschrijving en de hoogte van het in rekening gebrachte collegegeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3602
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403023/1/A2

202404526/1/A2

Bij beslissing van 29 april 2024 heeft de examencommissie van de Radboud Universiteit de masterscriptie van [appellante] ongeldig verklaard en bepaald dat zij een nieuwe masterscriptie moet schrijven over een ander onderwerp. Naar aanleiding van het door [appellante] ingediende beroep bij het college heeft de examencommissie op 13 juni 2024 een gesprek met haar gevoerd. Dit gesprek heeft geleid tot een schikking zoals beschreven in een e-mail van de examencommissie van 17 juni 2024. Daarin staat dat de examencommissie de ongeldingverklaring en de daaraan verbonden verplichting tot het schrijven van een nieuwe masterscriptie over een ander onderwerp ongedaan maakt als [appellante] voldoet aan de voorwaarde dat zij hoofdstuk 2 van de masterscriptie geheel herschrijft en de door de plagiaatscanner gemarkeerde gedeelten in de hoofdstukken 1 en 3 herschrijft, zodanig dat de scriptie een origineel eigen werk is dat voldoet aan alle aan de masterscriptie gestelde academische vereisten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3581
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404526/1/A2

202404442/1/V3

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3558
Datum uitspraak
3 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404442/1/V3

202303011/1/R1

Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het college besloten tot invordering van de door Janima verbeurde dwangsom van € 13.000,00. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college het door Janima daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten. Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank het door Janima daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Dit oordeel gaat alleen over de invordering van de verbeurde dwangsom. Aan het belang van invordering wordt in de rechtspraak een zwaarwegend gewicht toegekend. Anders zou er weinig gezag uitgaan van een opgelegde last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3623
Datum uitspraak
3 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303011/1/R1

202401939/1/V3

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3545
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401939/1/V3

202403541/1/V3

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3556
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403541/1/V3

202403842/1/V3

Bij besluit van 1 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3557
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403842/1/V3

202403942/2/R1

Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan TenneT een last onder dwangsom opgelegd die, kort gezegd, inhoudt het saneren van de grond en het grondwater op twee percelen van TenneT in Hummelo. Op 17 december 2019 is er brand geweest in het hoogspanningsstation Doetinchem in eigendom en beheer van TenneT aan de Rouwenoordseweg 12 in Hummelo. Bij die brand is er transformatorolie vrijgekomen en de brandweer heeft bij het bestrijden van de brand gebruik gemaakt van PFAS-houdend blusschuim. Het college heeft TenneT aangemerkt als overtreder van artikel 13 van de Wet bodembescherming, omdat TenneT volgens het college niet alle maatregelen zou hebben genomen om de verontreiniging van de grond met mineraalolie en de verontreiniging van de grond en het grondwater met per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) ongedaan te maken. TenneT heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de last onder dwangsom wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3551
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403942/2/R1

202404662/1/V3 en 202404662/2/V3

Bij brief van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Bulgarije heeft verlengd tot achttien maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3559
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404662/1/V3 en 202404662/2/V3

202405076/2/V3.

Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3560
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405076/2/V3.

202405157/2/V1

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3561
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405157/2/V1

202405177/2/V1

Bij besluit van 27 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3562
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405177/2/V1

BRS.24.000311

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3540
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000311

202402624/3/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2023 heeft de voorzitter van de Klachtencommissie Ongewenst Gedrag van de TU Delft een wrakingsverzoek tegen de secretaris van de KOG afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3550
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402624/3/A2

202402632/1/V2

Bij besluiten van 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3544
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402632/1/V2

202403093/1/V2

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3543
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403093/1/V2

202404251/2/A2

Bij beslissing van 17 januari 2024 heeft het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft een eerder aan [verzoeker] opgelegd gebouwverbod verlengd. [verzoeker] is in 2004 als student gestart met de bachelorstudie Technische Bestuurskunde aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Nadat hij zich in 2017 heeft laten uitschrijven, heeft hij zijn studie in het studiejaar 2022-2023 weer voortgezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3549
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404251/2/A2

202404406/1/V3

Bij besluiten van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3538
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404406/1/V3

202404909/2/V3

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3542
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404909/2/V3

202405023/2/A2

Bij beslissing van 21 mei 2024 heeft het College van Bestuur aan [verzoeker] gemeld dat klachten die vanaf 24 april 2024 worden ontvangen niet langer in behandeling worden genomen. [verzoeker] heeft vanaf 2022 vele klachten en wrakingsverzoeken ingediend tegen medewerkers van de TU Delft op de grond dat deze ongewenste gedragingen en aanhoudende ernstige integriteitsschendingen zouden hebben begaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3548
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405023/2/A2

202405251/1/V2 en 202405251/2/V2.

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3552
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405251/1/V2 en 202405251/2/V2.

202405343/1/V2 en 202405343/2/V2

Bij besluiten van 24 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3553
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405343/1/V2 en 202405343/2/V2

202405523/2/V2.

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3554
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405523/2/V2.

BRS.24.000291

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3468
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000291

BRS.24.000292

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3467
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000292

BRS.24.000293

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3469
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000293

BRS.24.000294

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3470
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000294

202402497/1/V3

Bij besluiten van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3525
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402497/1/V3

202402718/2/A3

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de korpschef van politie toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, onthouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3472
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202402718/2/A3

202402764/1/V3

Bij besluit van 6 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3526
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402764/1/V3

202402875/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3527
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402875/1/V3

202404321/1/V3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3529
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404321/1/V3

202404408/1/V3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3530
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404408/1/V3

202404447/1/V3

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3531
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404447/1/V3

202404914/2/V1

Bij besluiten van 20 april 2023 en 31 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3532
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404914/2/V1

202405009/2/V1

Bij besluit van 19 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3533
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405009/2/V1

202405109/1/V3

Bij besluit van 24 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdelingen verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3534
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405109/1/V3

202405217/2/V1

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3535
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405217/2/V1

BRS.24.000092

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3466
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000092

BRS.24.000259

Bij besluiten van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3465
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000259

202304640/1/V3

Bij besluit van 18 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3475
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304640/1/V3

202306477/1/V1

De vreemdeling en referent hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3476
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306477/1/V1

202400764/1/V2

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3511
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400764/1/V2

202400835/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3512
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400835/1/V3

202400847/1/V3

Bij besluit van 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3513
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400847/1/V3

202400984/3/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 9 februari 2024 in zaken nrs. NL22.187 en NL22.186.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3458
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400984/3/V3

202401064/1/V3

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3514
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401064/1/V3

202402087/1/V3

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3515
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402087/1/V3

202402324/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3516
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402324/1/V3

202403101/1/V3

Bij besluit van 6 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3517
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403101/1/V3

202403322/1/V3 en 202403322/2/V3

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3518
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403322/1/V3 en 202403322/2/V3

202403490/1/V2

Bij besluit van 12 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3519
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403490/1/V2

202403965/1/V3

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3520
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403965/1/V3

202403966/1/V3

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3521
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403966/1/V3

202404188/2/A2

Bij beslissing van 28 mei 2024 heeft de Manager Onderwijs Pedagogisch Werk (hierna: manager OPW) namens het CvB een negatief bindend studieadvies aan [verzoeker] uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3459
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404188/2/A2

202404269/1/R3 en 202404269/2/R3

Bij besluit van 13 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Weststellingwerf het bestemmingsplan "Dwarsvaartweg - Mooi Noordwolde" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 35 woningen op het terrein van een voormalige manege in het zuiden van Noordwolde, tussen de Dwarsvaartweg en het woongebied aan De Stelling. De tuin van [appellant] grenst aan het plangebied. [appellant] maakt zich zorgen om de volgens hem in het plangebied voorkomende wilde boomkikker als bedreigde en beschermde diersoort. [appellant] betoogt dat de raad bij de vaststelling van het plan voorbij is gegaan aan de aanwezigheid van de populatie wilde boomkikkers in het plangebied. [appellant] betoogt dat het gebied niet aangetast mag worden en de wilde boomkikker niet mag worden gevangen, verplaatst of gedood voordat zorgvuldig onderzoek is verricht naar de aanwezigheid van de boomkikker. Tot nu toe heeft volgens [appellant] geen zorgvuldig onderzoek plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3473
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202404269/1/R3 en 202404269/2/R3

202404644/1/R4 en 202404644/2/R4

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om de bootlift aan het [locatie] in Breukelen te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] woont met zijn echtgenote aan de [locatie] in Breukelen. Hun achtertuin grenst aan de Vecht en zij hebben daar een boot aangemeerd. In 2009 heeft [verzoeker] een bootlift laten plaatsen. De echtgenote van [verzoeker] heeft sinds een aantal jaar een medische aandoening waardoor zij beperkt is in haar mobiliteit en zonder hulpmiddelen een verhoogd valrisico heeft. Zij gebruikt de bootlift sindsdien als hulpmiddel bij het instappen in de boot, omdat de boot daarmee wordt verhoogd en gestabiliseerd. Volgens het college is de bootlift in strijd met het bestemmingsplan en is voor het plaatsen daarvan een omgevingsvergunning voor bouwen nodig. Het college heeft [verzoeker] daarom onder oplegging van een dwangsom gelast om de bootlift te verwijderen en verwijderd te houden. De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld dat handhavend optreden niet onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3461
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404644/1/R4 en 202404644/2/R4

202405014/1/V2 en 202405014/2/V2

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3522
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405014/1/V2 en 202405014/2/V2

202405019/1/V2 en 202405019/2/V2

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3523
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405019/1/V2 en 202405019/2/V2

202405149/2/V3

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3536
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405149/2/V3

202405185/2/V3

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3524
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405185/2/V3

202405322/2/V2

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3537
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405322/2/V2

202100258/1/R4

Bij besluit van 28 augustus 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellante sub 2] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het milieuneutraal veranderen van de grondstoffenopslag behorend bij de inrichting op het perceel [locatie 1] in Maashees. De omgevingsvergunning is verleend voor de duur van vijf jaar. [appellante sub 2] exploiteert op het perceel een graanhandel die zich bezig houdt met de op- en overslag van grondstoffen voor veevoeders. [appellante sub 2] beschikt over een kade aan de Maas waar schepen van leveranciers en afnemers kunnen worden aangemeerd. Het terrein van de inrichting ligt binnen een planologisch aangewezen geluidzone. De zone omvat geen andere bedrijven. Buiten de zone mag de geluidbelasting van het bedrijf niet meer bedragen dan 50 dB(A). Het besluit van 28 augustus 2018 gaat over het verplaatsen van de van het bedrijf deel uitmakende grondstoffenopslag. [appellant sub 3] en anderen zijn woonachtig in de directe nabijheid van het perceel aan onderscheidenlijk de Monseigneur Geurtsstraat en de Raaijveldweg. Zij vrezen geluidsoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3488
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202100258/1/R4

202105534/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu het saneringsplan "MJPG-Vught" vastgesteld en een aantal geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan heeft betrekking op het geluid van een deel van het spoor in Vught. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen om dat geluid te verminderen. Als gevolg hiervan zijn ook de geluidproductieplafonds op referentiepunten langs het spoor verlaagd. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Vught, op korte afstand van het spoor waarover het saneringsplan gaat. Zij zijn het niet eens met het besluit, omdat zij vinden dat er te weinig maatregelen worden getroffen om het geluid bij hun woning te verminderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3495
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202105534/1/R4

202200891/1/R2

Bij besluit van 9 december 2021 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het bestemmingsplan "Gelderakkers 2" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 84 woningen op de gronden tussen de Bolakker, de Langecruijsstraat en de Wagenmaker ten zuiden van de kern van Hilvarenbeek. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen in de directe omgeving van het plangebied aan de Bolakker of het Alidapad. Zij verzetten zich onder meer tegen het plan omdat de Bolakker volgens hen niet geschikt is voor de ontsluiting van het plangebied. [appellant sub 5] heeft een agrarisch bedrijf in de omgeving van het plangebied en vreest in zijn bedrijfsvoering te worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3494
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200891/1/R2

202201906/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Leiden. Volgens het dagelijks bestuur heeft [appellant] in strijd met artikel 8, eerste lid, van de Hw en artikel 7 van de Hv, de woning in gebruik gehouden zonder de daarvoor benodigde huisvestingsvergunning. Het dagelijks bestuur heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] de woning niet langer als hoofdverblijf in gebruik heeft en dat de aan hem verleende huisvestingsvergunning daarom is uitgewerkt. Het dagelijks bestuur heeft er daarbij op gewezen dat [appellant] vanaf 31 augustus 2020 aan geen enkele taalles heeft deelgenomen en dat hij na ieder verzuim gebeld is, maar nooit de telefoon opnam. Gebleken is verder dat [appellant] van 4 september 2020 tot 29 september 2020 op vakantie is geweest. Vervolgens is [appellant] voor 1 oktober 2020 uitgenodigd om het verzuim te bespreken, maar hij is zonder bericht van verhindering niet op de afspraak verschenen. Op 6 en 8 oktober 2020 is hij opnieuw tevergeefs gebeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3504
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201906/1/A2

202202929/1/A3

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Fryslân de locatie De Appelhof, te Formerum Zuid 12a te Terschelling-Formerum, aangewezen als locatie waar het aan een ieder verboden is om zich daar te bevinden en waar met onmiddellijke ingang geen nieuwe gasten mogen worden toegelaten. Het verbod duurt van zondag 16 augustus 2020 om 12:00 uur tot dinsdag 1 september 2020 om 00:00 uur. De voorzitter achtte de sluiting noodzakelijk, gezien de bevindingen van de GGD omtrent het aantal besmettingen, de toestroom van jongeren naar de camping en de overtredingen op grond van de Noodverordening die kenbaar waren. De rechtbank heeft geoordeeld dat de voorzitter bevoegd was om over te gaan tot sluiting van de camping. De Appelhof betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de voorzitter voldoende heeft gemotiveerd dat er aanleiding bestond om gebruik te maken van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.5 van de Noodverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3492
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202929/1/A3

202203385/1/A2

Bij besluit van 28 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellanten] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor vijf personen. [appellanten] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Zij hebben een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor vijf personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 2 april 2020 tot en met 23 december 2020, en van toepassing was ten tijde van het besluit van 11 december 2020, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende heeft aangetoond dat er in de gemeente Den Haag zodanige schaarste bestaat aan zelfstandige koopwoningen in het goedkope en middensegment dat de vergunningplicht voor deze segmenten een noodzakelijk en geschikt middel is om de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3507
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203385/1/A2

202203387/1/A2

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], als rechtsopvolgers van [belanghebbende A] en [belanghebbende B], een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor negen personen. [appellanten sub 2] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Zij hebben een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten naar onzelfstandige woonruimte voor negen personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende heeft aangetoond dat er in de gemeente Den Haag zodanige schaarste bestaat aan zelfstandige koopwoningen in het goedkope en middensegment dat de vergunningplicht voor deze segmenten een noodzakelijk en geschikt middel is om de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3509
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203387/1/A2

202203480/1/A2

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [wederpartij] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor 14 personen. Deze uitspraak ziet op de vergunningplicht voor omzetting die is opgenomen in de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de Huisvestingsverordening Den Haag 2023. Het gaat om de situatie waarbij het college in eerste instantie de gevraagde omzettingsvergunning - een vergunning om zelfstandige woonruimte om te zetten in onzelfstandige woonruimte - heeft verleend aan de aanvrager. Omwonenden hebben daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft, na heroverweging in het kader van de bezwaarprocedure, de verleende vergunning herroepen en de aanvraag afgewezen op basis van een gewijzigd inzicht, neergelegd in regelgeving. Dit heeft geleid tot verschillende procedures over de vergunningplicht, waarbij vergelijkbare rechtsvragen spelen. In deze uitspraak geeft de Afdeling voor deze procedures een algemeen beoordelingskader.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3424
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203480/1/A2

202204321/1/A3

Bij besluit van 26 augustus 2019 heeft de burgemeester van Haarlem onder aanzegging van bestuursdwang [appellant] gelast om binnen veertien dagen de exploitatie van het massage- en acupunctuurbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden. Bij de politie zijn in 2017 meldingen binnengekomen dat in het bedrijf van [appellant] aan de [locatie] in Haarlem seksuele diensten tegen betaling worden aangeboden. Naar aanleiding hiervan is op 11 oktober 2018 een controle in het bedrijf uitgevoerd, waarbij door een spermahond op twee plaatsen in twee massagekamers spermasporen zijn aangetroffen. Daarna heeft een aangewezen toezichthouder (een zogenoemde mystery guest), die is belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften in de Algemene plaatselijke verordening die gelden voor seksinrichtingen, het bedrijf bezocht. Van zijn bevindingen is op 4 juni 2019 proces-verbaal opgemaakt. Daarin staat onder meer dat aan de desbetreffende toezichthouder een seksuele dienst werd aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3479
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204321/1/A3

202204408/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard besloten om in de Zeelberg te Valkenswaard, ter hoogte van huisnummer 82, een zogenoemde landbouwsluis aan te leggen en het weggedeelte in beide richtingen gesloten te verklaren, met uitzondering van fietsers en bromfietsers. Bij het besluit van 20 april 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen belanghebbende is. De rechtbank stelt vast dat de woningen van [appellant] en de buurtgenoten niet zijn gelegen aan de Zeelberg en De Sil waarvoor het college een verkeersbesluit heeft genomen. Het realiseren van de landbouwsluis heeft daarom geen directe gevolgen voor het weggebruik en hun woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3510
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202204408/1/A2

202204605/1/R4

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen en beëindigd te houden binnen 6 maanden na dagtekening van het besluit. Volgens de last kan [appellant] dit onder andere doen door de recreatiewoning met overkapping en de aan de berging gerealiseerde overkapping te verwijderen en verwijderd te houden, of de inhoud van de recreatiewoning terug te brengen naar 200 m³ en de twee overkappingen te verwijderen en verwijderd te houden op [kavel] op het vakantiepark Bonte Vlucht in Doorn. [appellant] is eigenaar van het perceel en de daarop gebouwde recreatiewoning en berging. [partij] is eigenaar van een aangrenzend perceel op het recreatiepark. [partij] heeft het college op 15 april 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de berging. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] de recreatiewoning en twee overkappingen zonder omgevingsvergunning en in strijd met het geldende bestemmingsplan heeft gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3496
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204605/1/R4

202204749/2/R1

Bij uitspraak van 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2023:2225, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De stichting heeft de Afdeling in een nader stuk in zaak nr. 202204749/2/R1 verzocht een schadevergoeding toe te kennen omdat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Bij de bepaling van de schadevergoeding geldt als uitgangspunt een tarief van € 500,00 per half jaar waarmee de termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. Dat betekent dat de stichting recht heeft op een schadevergoeding voor een overschrijding van de termijn van vijf maal een half jaar van steeds € 500,00, dus € 2.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3477
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204749/2/R1

202204999/1/R3

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de raad van de gemeente Staphorst het bestemmingsplan "Buitengebied part. herz. Westerstouwe 31, 33 en Kastanjelaan 2F Staphorst" vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van de percelen Westerstouwe 31 en 33 en de Kastanjelaan 2F in Staphorst mogelijk. De bedrijfsgebouwen en het bijbehorende woonhuis op het perceel Westerstouwe 31 en 33 worden gesloopt en daarvoor in de plaats maakt het plan zes rijwoningen mogelijk. Op het perceel Kastanjelaan 2F wordt een vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Voor dit perceel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de woning en de bij de woning behorende natuurontwikkeling op dat perceel. De initiatiefnemer van het plan is [initiatiefnemer]. [appellant] woont aan de [locatie] te Staphorst, naast het perceel Westerstouwe 31 en 33, en is het niet eens met de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt. [appellant] betoogt dat het plan ook na de aanpassing van de plantoelichting nog steeds in strijd is met artikel 2.1.6, eerste lid, van de Omgevingsverordening 2017. Volgens hem is aanpassing van de plantoelichting niet voldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3493
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202204999/1/R3

202205233/1/A2

Bij besluit van 8 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boekel de aanvraag van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn eigenaar van de woning aan de [locatie 1] in Boekel (hierna: de woning). Op het naastgelegen perceel aan de [locatie 2] bevindt zich een champignonkwekerij met een verwerkingshal. Bij besluit van 22 augustus 2017 heeft het college aan de exploitant van de champignonkwekerij verleend voor het tijdelijk huisvesten van 24 werknemers. Op 22 februari 2018 heeft de gemeenteraad van Boekel het bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied 2016 vastgesteld. Op 17 juni 2019 hebben [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade. Zij stellen dat zij schade in de vorm van waardevermindering van de woning hebben geleden door de verlening van de omgevingsvergunning en de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3483
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202205233/1/A2
vorige pagina1...899091...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon