Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.726
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404661/2/V1

Bij besluiten van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 18 juli 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen twaalf weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming ervan nieuwe besluiten op de aanvragen neemt. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3260
Datum uitspraak
12 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404661/2/V1

202403327/2/R3

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het bestemmingsplan "Damwâld Woningen Camstrastrjitte" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van zes woningen op een deel van een bestaande groenstrook in een woonwijk in Damwâld. Op grond van het vorige bestemmingsplan "Damwâld", vastgesteld op 4 juli 2022, zijn aan de gronden van het plangebied de bestemming "Groen" en de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - grasland" toegekend. Op grond van artikel 9.1 van de planregels van dat plan zijn de gronden met deze bestemming bestemd voor groenvoorzieningen in de vorm van park en opgaand groen en grasperken en daarnaast voor speelterreinen en speelvoorzieningen. Ook dient de inrichting van de gronden waaraan de functieaanduiding is toegekend op grond van dat artikel te zijn bepaald door gras. Het gebruik ten behoeve van sport, spel en beweiding is in de bestemming begrepen, zo staat in het artikel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3243
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202403327/2/R3

202404171/2/R3

Bij besluit van 21 juli 2022 heeft het college aan [verzoekster] een last onder dwangsom ten bedrage van in totaal € 32.000,- opgelegd om twee dakkapellen aan de [locatie] in Enschede te verwijderen en verwijderd te houden. Het geschil tussen [verzoekster] en het college gaat over een bij besluit van 21 juli 2022 opgelegd last onder dwangsom wegens het realiseren van twee dakkapellen in het voor- en achterdakvlak van de woning aan de [locatie] in Enschede zonder te beschikken over een omgevingsvergunning voor bouwen. [verzoekster] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Enschede. Zij verhuurt de kamers in de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3242
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404171/2/R3

202404388/2/V3

Bij besluit van 26 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3248
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404388/2/V3

202404389/2/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3249
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404389/2/V3

202404404/2/V3

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3247
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404404/2/V3

202404577/1/V2

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3251
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404577/1/V2

202404584/1/V2 en 202404584/2/V2

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3246
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404584/1/V2 en 202404584/2/V2

202404651/2/V2

Bij besluit van 12 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3259
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404651/2/V2

202404988/2/V3

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3258
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404988/2/V3

202404989/2/V1

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3257
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404989/2/V1

BRS.24.000205

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3229
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000205

202305082/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 23 juni 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarin de rechtbank het beroep van [appellant A] en [appellant B] ongegrond heeft verklaard en heeft bevestigd dat het college terecht het herzieningsverzoek heeft afgewezen. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en veiligheid) om aan [appellant A] en [appellant B] wegens overschrijding van de redelijke termijn een schadevergoeding te betalen van € 500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3364
Datum uitspraak
9 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305082/1/A2

202302410/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan de vreemdeling is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3233
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302410/1/V1

202302997/1/V1

De vreemdeling en referent hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3239
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302997/1/V1

202304716/1/V1

Bij besluit van 9 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3238
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304716/1/V1

202400911/1/V2

Bij besluit van 22 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3237
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400911/1/V2

202402184/2/R2

Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucphen het wijzigingsplan "Buitengebied Rucphen 2020, wijzigingsplan [locatie] te Sprundel" vastgesteld. Het wijzigingsplan - waarvan de precieze datum van vaststelling niet geheel duidelijk is gelet op de tekst van het besluit van 14 november 2023 - voorziet in wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2020" voor het perceel, waarbij de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur" gedeeltelijk wordt omgezet naar "Wonen" en "Groen - Landschapselement". Daarbij wordt het bouwvlak verkleind en een deel van de op het perceel aanwezige schuur gesaneerd, een en ander zoals nader beschreven in hoofdstuk 3 van de toelichting. De functie van de voormalige bedrijfswoning wijzigt naar een burgerwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3231
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402184/2/R2

202402759/2/R2

Bij besluit van 31 mei 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van MOB om handhavend op te treden tegen TBM Powerplant B.V. in Maasbree wegens het exploiteren van een biomassainstallatie zonder vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, afgewezen. TBM Powerplant B.V. exploiteert sinds 2019 een biomassainstallatie aan de Zonneveld 35 in Maasbree. Op grond van het Programma Aanpak Stikstof was deze activiteit zonder voorafgaande toestemming toegestaan, omdat de stikstofdepositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jaar niet overschreed. De bmi veroorzaakt een maximale stikstofdepositie van 0,05 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied "Maasduinen". In overweging 33.2 van de PAS-uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) heeft de Afdeling uitgelegd dat en waarom deze activiteiten alsnog vergunningplichtig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3230
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402759/2/R2

202403448/1/V2 en 202403448/2/V2

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3236
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403448/1/V2 en 202403448/2/V2

202404341/2/A3

Het geding gaat over een besluit op grond van artikel 13b van de Opiumwet tot sluiting van een woning voor de duur van drie maanden. Het verzoek richt zich tegen het nieuwe besluit op bezwaar van 18 juli 2024 dat de burgemeester hangende zijn hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 7 juni 2024 in zaak nr. 24/2643 en 24/2647 heeft genomen, ter uitvoering van die uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3244
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202404341/2/A3

202404540/2/V2

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3235
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404540/2/V2

202404608/1/V1 en 202404608/2/V1

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3234
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404608/1/V1 en 202404608/2/V1

202404695/1/V3

Bij besluit van 15 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3198
Datum uitspraak
8 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404695/1/V3

202301884/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3190
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301884/1/V1

202302542/1/V1

De vreemdeling heeft op 28 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 20 april 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat in Bussum, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3191
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302542/1/V1

202302763/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 21 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd. De vreemdeling heeft desgevraagd een nader stuk ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3167
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302763/1/V1

202401164/1/V2

Bij besluit van 13 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Ook heeft hij geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 25 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.C. Pool, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3193
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202401164/1/V2

202404288/2/V3

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 4 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3194
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404288/2/V3

202404386/2/V3

Bij besluiten van 9 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3195
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404386/2/V3

202404488/2/V3

Bij besluit van 6 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 11 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3197
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404488/2/V3

202404538/1/V1 en 202404538/2/V1

Bij besluit van 12 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 17 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. de Vries, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3196
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404538/1/V1 en 202404538/2/V1

202404655/1/V2 en 202404655/2/V2

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 18 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3192
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404655/1/V2 en 202404655/2/V2

BRS.24.000284

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3227
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000284

202004603/2/R2

Bij tussenuitspraak van 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1037, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Beekdaelen opgedragen om binnen 16 weken na verzending van die uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van de gemeente Beekdaelen van 7 juli 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Thull" te herstellen met inachtneming van hetgeen over die gebreken in die uitspraak is overwogen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat anders dan de raad heeft beoogd en onderzocht, ter plaatse van de hele groenstrook aan de voorzijde van de bestaande bierbrouwerij parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd (onder 10.4). Ook heeft de raad een afsluiting van het voorziene parkeerterrein op het perceel Thull 19b in de nachtperiode uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk geacht, maar dit ten onrechte niet geregeld in het plan (onder 11.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3202
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202004603/2/R2

202104944/2/R3

Bij tussenuitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1147, heeft de Afdeling, beslissend op het hoger beroep van De Frisse Wind, het college met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht opgedragen het gebrek in het besluit van 5 maart 2019 te herstellen. Bij besluit van 9 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het bouwen van een woongebouw met commerciële ruimtes op het perceel aan de Pannekoekstraat in Rotterdam, kadastraal bekend als Rotterdam 4e afd., sectie AF, nr. 1621. [vergunninghouder] wil op het perceel een gebouw bouwen dat bestaat uit twee commerciële units van ongeveer 140 m² en 70 m² op de begane grond en 21 appartementen op de verdiepingen. De totale bouwhoogte bedraagt 16,5 m en de footprint bedraagt meer dan 300 m². De appartementen hebben een oppervlakte tussen de 25 m² en 30 m². [vergunninghouder] heeft hiervoor de in deze procedure aan de orde zijnde aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3207
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104944/2/R3

202106313/1/R4

Bij besluit van 29 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden het verzoek van [appellant] om een invorderingsbeschikking te nemen afgewezen. [partij] woont op het perceel [locatie] te Reusel. [appellant] woont op het naastgelegen perceel. [partij] heeft op zijn perceel een erfafscheiding gebouwd. [appellant] heeft op 6 december 2016 verzocht om handhavend op te treden tegen deze erfafscheiding. Bij besluit van 22 oktober 2019 heeft het college aan [partij] een last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat [partij] er voor moet zorgen dat de erfafscheiding binnen een maand over de gehele lengte wordt verlaagd tot een maximale hoogte van 2 m, berekend vanaf het verloop van het terrein. Als niet aan de last wordt voldaan, dan wordt een dwangsom verbeurd van € 500,00 per week, met een maximum van € 2.500,00. Op 12 november 2019 heeft het college meegedeeld aan [partij] dat tijdens de controle op 23 oktober 2019 is geconstateerd dat het voorste gedeelte van het perceel is opgehoogd tot het peil van de weg en de hoogte van de erfafscheiding gemeten vanaf het perceel daardoor lager was dan 2 m zodat aan de opgelegde last is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3218
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106313/1/R4

202201323/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van Fortaleza om nadeelcompensatie afgewezen. Fortaleza is sinds 2008 eigenaar van de drie bedrijfsruimten aan de Eerste Jacob van Campenstraat 60H, 62H en 64H in Amsterdam, die als geheel werden verhuurd en gebruikt. Vanaf augustus 2009 zijn in de Eerste Jacob van Campenstraat werkzaamheden uitgevoerd in het kader van de aanleg van de Noord/Zuidlijn. In deze zaak is in geschil of Fortaleza huurinkomsten is misgelopen als gevolg van deze werkzaamheden. Aan het besluit van 29 april 2019 heeft het college ten grondslag gelegd dat Fortaleza niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gestelde schade in causaal verband staat tot de werkzaamheden aan de Noord/Zuidlijn. Fortaleza heeft verwezen naar de verminderde bereikbaarheid van de Eerste Jacob van Campenstraat en aangevoerd dat zij de onroerende zaken ook niet heeft kunnen renoveren door de werkzaamheden aan de Noord/Zuidlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3206
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202201323/1/A2

202201398/1/A2

Bij besluit van 8 april 2021 heeft het college een verzoek van [appellant sub 1] om handhaving met betrekking tot de woning aan de [locatie] in Utrecht, waarvan [appellant sub 2] eigenaar is, afgewezen. [appellant sub 1] heeft bij verzoek van 20 juni 2019 aan het college gevraagd om handhavend op te treden tegen de bouw van afzonderlijke wooneenheden in de woning. Het college heeft dat verzoek bij besluit van 15 augustus 2019 afgewezen, maar heeft het verzoek bij besluit van 4 maart 2020 alsnog toegewezen. Het college heeft toegelicht dat tijdens een controle van 2 maart 2020 is vastgesteld dat de woning verbouwd is in twee zelfstandige appartementen met ieder hun eigen voorzieningen en dat [appellant sub 2] heeft aangegeven dat de twee appartementen worden verhuurd aan twee personen. Er is geen vergunning verleend voor het verbouwen van de woning tot twee zelfstandige woonruimten. Volgens het college is daarmee sprake van overtreding van artikel 21 van de Hw en artikel 3.1.2, aanhef en onder d, van de Hv.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3205
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201398/1/A2

202202211/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een aan Aardbei en [bedrijf] verleende subsidie ingetrokken. Op 23 januari 2018 heeft Aardbei, mede namens [bedrijf], een subsidie aangevraagd voor een project op grond van artikel 2.3.3 van de Subsidieregeling plattelandsontwikkelingsprogramma 3 Noord-Brabant 2014-2020 (hierna: de Subsidieregeling). Aardbei voert het project uit in samenwerking met [bedrijf] en is de penvoerder van het project. Bij besluit van 7 maart 2019 heeft het college aan Aardbei en [bedrijf] een eenmalige subsidie van maximaal € 324.917,79 verleend. Het college heeft daarbij bepaald dat verplichtingen die vóór 23 januari 2018 zijn aangegaan niet subsidiabel zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3208
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202202211/1/A2

202203998/1/R4

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn, voor zover hier van belang, [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast twee bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied van het perceel aan de [locatie 1] te Apeldoorn te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is de eigenaar van het perceel. Hij heeft daarop zonder omgevingsvergunning twee bijbehorende bouwwerken gebouwd. [partij] woont op het aangrenzende perceel [locatie 2] in Apeldoorn. [partij] heeft het college op 2 februari 2020, voor zover hier van belang, verzocht om handhavend op te treden tegen de twee bijbehorende bouwwerken. Het college stelt zich op het standpunt dat [appellant] artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo heeft overtreden, omdat hij de bijbehorende bouwwerken in strijd met het geldende bestemmingsplan en zonder omgevingsvergunning heeft gebouwd. Volgens het college zijn deze bouwwerken niet omgevingsvergunningsvrij, omdat de bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3220
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203998/1/R4

202204052/1/A3

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft de burgemeester de aan [appellante] verleende exploitatievergunning en drank- en horecavergunning ingetrokken. [appellante] heeft op 31 december 2016 het [horecabedrijf] op de [locatie] in Almelo gekocht van [persoon]. Zij heeft op 17 februari 2017 een exploitatievergunning en drank- en horecavergunning voor [horecabedrijf] ontvangen. In deze vergunningen is [appellante] aangeduid als leidinggevende I en [persoon] als leidinggevende II. De burgemeester heeft [appellante] op 4 december 2019 schriftelijk in kennis gesteld van het feit dat hij een advies zal aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob op grond van artikel 26 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen. Vervolgens heeft de burgemeester bij besluit van 13 januari 2020 op verzoek van [appellante] de verleende vergunningen gewijzigd in die zin dat [persoon] in die vergunningen niet meer als leidinggevende wordt aangemerkt. Het LBB heeft op 17 maart 2020 een advies uitgebracht met als conclusie dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3200
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202204052/1/A3

202204139/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming een boete van € 10.000,00 opgelegd aan [appellant] wegens overtreding van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. [appellant] exploiteert als eenmanszaak een particuliere beveiligingsorganisatie en heeft drie personen (hierna tezamen: de medewerkers) werk laten verrichten zonder dat deze op dat moment over de benodigde politietoestemming beschikten. Hierbij heeft een van de medewerkers, [medewerker 1], drie keer werkzaamheden uitgevoerd zonder de benodigde toestemming, wat leidt tot een boete van € 6.000,00. De overige twee medewerkers, [medewerker 2] en [medewerker 3], hebben eenmaal werkzaamheden verricht zonder de benodigde toestemming. Voor die medewerkers heeft de minister twee keer een boetebedrag van € 2.000,00 gehanteerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3221
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202204139/1/A3

202204979/1/A3

Bij besluit van 13 maart 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de kap van bomen stilgelegd en aan [appellant] lasten onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft een aantal bomen aan de Voortseweg in Epse gekapt zonder daarvan vooraf melding te maken, als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Het college heeft vervolgens bij besluit van 13 maart 2020 aan [appellant] een aantal lasten onder dwangsom opgelegd. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, geoordeeld dat het college [appellant] kon gelasten een compensatieplan over te leggen, waaruit blijkt dat een met de gevelde houtopstand bosbouwkundig vergelijkbare houtopstand wordt herbeplant. Het hoger beroep richt zich alleen op deze last (last 2).[appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet bevoegd was om het indienen van een compensatieplan te verlangen. De Wnb en de Omgevingsverordening Gelderland, zoals deze gold tot 1 mei 2024, bieden volgens hem geen grondslag daarvoor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3203
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202204979/1/A3

202205715/1/R3

Bij besluit van 28 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam De Zeebries B.V. (hierna: De Zeebries) onder oplegging van een dwangsom gelast om de aanbouw, een buitenbar en twee pergola’s te verwijderen en verwijderd te houden. Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft het college het door De Zeebries daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 22 augustus 2022 heeft de rechtbank het door De Zeebries daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft De Zeebries hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3223
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205715/1/R3

202206029/1/A3

Bij besluit van 21 juli 2020 heeft de burgemeester van Brummen een aanvraag van [appellant] om afgifte van een reisdocument voor vreemdelingen afgewezen. Bij besluit van 5 januari 2021 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, het besluit van 21 juli 2020 ingetrokken en de aanvraag van [appellant] buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 7 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3224
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202206029/1/A3

202206134/1/A3

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het Aanwijzingsbesluit parkeren 2020 vastgesteld. Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3225
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202206134/1/A3

202206161/1/R1

Bij besluit van 21 september 2022 heeft de raad van de gemeente Texel het bestemmingsplan "De Cocksdorp - Verlengde Schipper Boonstraat" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de zuidwestrand van de kern De Cocksdorp in Texel en had een agrarische bestemming, waarop geen bebouwing was toegestaan. Het plan voorziet in de realisatie van 42 woningen. Het voornemen is ter plaatse 20 rijwoningen, 18 rug-aan-rug woningen en 4 twee-onder-een-kap woningen te realiseren. [appellante sub 1] is de eigenaar en exploitant van [vakantiepark] dat grenst aan het plangebied. In het vakantiepark staan 7 bungalows. Zij vreest voor beperking van haar bedrijfsvoering door het plan. [appellant sub 2] en anderen wonen in de nabijheid van het plangebied en kunnen zich ook niet met het plan verenigen. Zij vrezen vooral voor de toename van verkeer als gevolg van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3204
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202206161/1/R1

202206465/1/A3

Bij besluit van 30 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van [appellant] om toewijzing van een extra nummeraanduiding op zijn ligplaats [locatie] in Amsterdam afgewezen. Bij besluit van 27 juli 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 oktober 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3226
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206465/1/A3

202206976/1/R2

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw aan Emterra B.V. op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning verleend voor de oprichting en het gebruik van het [strandpaviljoen] aan de [locatie] in Heel voor (dag)recreatieve activiteiten en het houden van besloten (thema)events, feesten en bijeenkomsten met daaraan verbonden horeca. Emterra B.V. heeft op 28 november 2014 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten en het gebruik van een strandpaviljoen met steiger met een oppervlakte van ongeveer 1.950 m² ten behoeve van dagrecreatieve activiteiten op het [recreatiepark] aan de [locatie] in Heel. Volgens de aanvraag en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing van 20 februari 2019 heeft het strandpaviljoen een recreatie- en bijeenkomstfunctie voor 1.000 personen, waarbij de activiteiten voornamelijk in de dag- en avondperiode en zowel binnen in het strandpaviljoen als buiten op het omliggende terrein van het strandpaviljoen zullen plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3219
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206976/1/R2

202300328/2/R1

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Mr. G. Groen van Prinstererlaan 114" vastgesteld. Het plan bestaat uit een appartementencomplex met maximaal 310 woningen. Het gebouw krijgt twee hoogteaccenten, één tot 57 m hoog aan de mr. G. Groen van Prinstererlaan en één van 52 m hoog aan de zuidzijde van het gebouw. AM B.V. is als projectontwikkelaar bij de zaak betrokken. Na de uitspraak van 24 april 2024 heeft [appellant] aan de Afdeling laten weten dat hij de aangetekend verzonden uitnodiging voor de mondelinge behandeling van zijn beroep niet heeft ontvangen. Hij heeft dit onderbouwd met scans van de paspoorten van hem en zijn echtgenote, waaruit blijkt dat de handtekening voor ontvangst op het track&trace-formulier van de aangetekend verzonden uitnodigingsbrief in het geheel niet overeenkomt met de handtekening van hem of zijn echtgenote.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3216
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300328/2/R1

202301593/1/A2

Bij besluit van 4 november 2019 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] is op 28 mei 2018 het slachtoffer is geworden van een steekincident, in de context van een burenruzie. Daarbij heeft hij steekwonden in borst en buik en psychisch letsel heeft opgelopen. Op 30 mei 2019 heeft [appellant] aangifte gedaan. Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland van 22 oktober 2018 is de dader veroordeeld voor zware mishandeling. Bij besluit van 4 februari 2022 heeft de CSG aan [appellant] een uitkering van € 5.000,00 toegekend. De CSG heeft het letsel van [appellant] ingedeeld in letselcategorie 4 van de Letsellijst onder verwijzing naar het advies van de medisch adviseur. De CSG heeft onder verwijzing naar het vonnis een korting van 50% toegepast, omdat [appellant] een eigen aandeel heeft gehad in de aanleiding van het misdrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3209
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301593/1/A2

202302348/1/R3

Bij besluit van 20 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van een bedrijfsruimte op het perceel aan de [locatie] tot winkel. [wederpartij] exploiteerde in het pand aan de [locatie] in Den Haag een bakkerij en broodjeszaak. Het bestemmingsplan "Transvaal" kent aan het perceel de bestemming "Wonen" met de functieaanduiding "bedrijf" toe. Volgens [wederpartij] is zijn bakkerij in overeenstemming met de functieaanduiding "bedrijf" die aan het perceel is toegekend. Hier is het college het echter niet mee eens, omdat de bakkerij volgens het college is aan te merken als detailhandel, wat naar zijn oordeel niet is toegestaan op gronden met de functieaanduiding "bedrijf". Het college is naar aanleiding daarvan een handhavingsprocedure gestart. [wederpartij] heeft daarna een omgevingsvergunning aangevraagd voor het afwijken van het bestemmingsplan. Volgens hem had het college deze vergunning echter moeten weigeren op de grond dat er geen omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan nodig is, omdat de bakkerij in overeenstemming met het bestemmingsplan is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3201
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202302348/1/R3

202302349/1/R3

Bij besluit van 29 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan Stichting Nijestee een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een woongebouw met 105 appartementen, twee commerciële ruimtes en een gezamenlijke binnentuin aan de Dieselstraat en de Paterswoldseweg in Groningen. Het bouwplan waar de omgevingsvergunning voor is verleend, omvat het oprichten van een woongebouw. Ook voorziet de omgevingsvergunning in een tijdelijke parkeeroplossing, die bestaat uit 56 parkeerplaatsen, waarover de omgevingsvergunning bepaalt dat deze blijven bestaan tot er een integrale parkeeroplossing voor meerdere (nog te bouwen) gebouwen is gerealiseerd. Daarnaast worden in de openbare ruimte in de directe omgeving van het woongebouw nog 28 permanente parkeerplaatsen aangelegd. [appellant] woont in de bestaande wijk ten zuiden van het perceel en kon zich niet verenigen met het verlenen van de omgevingsvergunning. Hij vreesde dat het bouwplan niet in voldoende parkeerplaatsen zou voorzien, waardoor hij parkeerproblemen zou ervaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3199
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302349/1/R3

202303762/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de CSG aan [appellante] een uitkering van € 2.500,00 (letselcategorie 2) uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven toegekend. Op 23 augustus 2021 heeft [appellante] voor haar dochter [dochter], geboren op [geboortedatum] 2014, een uitkering aangevraagd uit het schadefonds. Op het aanvraagformulier heeft zij aangegeven dat [dochter] in de periode 2014-2020 getuige was van stelselmatig huiselijk geweld. Daarbij heeft zij een proces-verbaal van aangifte van mishandeling van 3 maart 2020 overgelegd. Bij besluit van 9 maart 2022, gehandhaafd bij besluit van 20 juli 2022, heeft de CSG aan [dochter] een uitkering van € 2.500,00 toegekend passend bij letselcategorie 2. De CSG heeft kenbaar gemaakt dat psychisch letsel wordt voorondersteld wanneer zeer jonge kinderen (met een leeftijd van 12 jaar of jonger) getuige zijn van stelselmatig huiselijk geweld. In dat geval is het beleid van de CSG om een uitkering toe te kennen die past bij letselcategorie 2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3210
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303762/1/A2

202304203/1/A2

Bij besluit van 17 december 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg afgewezen. De CSG heeft de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling afgewezen omdat zij niet in Huize Duinzigt is geplaatst ten behoeve van de uitvoering van een jeugdbeschermingsmaatregel. Zij verbleef dus niet onder de verantwoordelijkheid van de overheid in de instelling, zoals bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Tijdelijke regeling. Ook kan de plaatsing van [appellante] in Huize Duinzigt niet gelijk gesteld worden aan een plaatsing onder verantwoordelijkheid van de overheid, zoals bedoel in artikel 2, vierde lid, van de Tijdelijke regeling. De CSG heeft onderzocht of er minderjarigen onder verantwoordelijkheid van de overheid in Huize Duinzigt verbleven en dit bleek niet het geval te zijn. [appellante] heeft niets tegenover deze conclusie gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3212
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304203/1/A2

202304310/1/A2

Bij besluit van 21 september 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg afgewezen. De CSG heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen omdat op basis van de stukken die [appellant] heeft overgelegd niet is vast te stellen dat in de pleeggezinnen en de instellingen tegen hem bovenmatig geweld is gepleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3211
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304310/1/A2

202304316/1/R3

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Ridderkerk het bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk" gewijzigd vastgesteld. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om de planregeling voor het grootste deel van de woongebieden in de kern van Ridderkerk in één bestemmingsplan op te nemen in plaats van in verschillende afzonderlijke bestemmingsplannen. Het gaat om de wijken Slikkerveer, Ridderkerk-West, Ridderkerk-Oost en Drievliet. Volgens de plantoelichting is het bestemmingsplan overwegend conserverend van aard. Dit betekent dat het bestemmingsplan geen (grote) nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. De bestemmingen gaan uit van het bestaande gebruik en de bestaande bebouwing zoals ook eerder al was toegestaan, zo volgt uit de plantoelichting. Tot het plangebied behoort het perceel aan de Lagendijk 219. [appellant] is eigenaar van dit perceel. Op het perceel staan een voormalige bedrijfswoning en een schuur met carport.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3217
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304316/1/R3

202305056/1/A2

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Op 16 oktober 2020 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft [appellante] kenbaar gemaakt dat zij slachtoffer is geworden van mishandeling in de huiselijke sfeer in de periode 1995-2005. Hierdoor heeft zij onder meer blauwe plekken en een hersenschudding opgelopen. De CSG heeft bij besluit van 20 april 2021, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 5 september 2022, de aanvraag van [appellante] afgewezen. [appellante] heeft de aanvraag niet binnen de gestelde wettelijke termijn van tien jaar ingediend. Ook heeft [appellante] volgens de CSG geen verschoonbare redenen gegeven voor de termijnoverschrijding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3213
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305056/1/A2

202307407/1/R4

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan "Waterfront-Zuid - Kop Stadswerven" vastgesteld. Het plangebied ligt ten noordwesten van het centrum van Harderwijk, tussen het oude centrum en de N302. Het plan maakt de bouw van maximaal 160 wooneenheden en een bovengrondse parkeergarage met maximaal 650 parkeerplaatsen mogelijk. Verder worden op de begane grond maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, ambachtelijke bedrijven, dienstverlening en horeca toegestaan, met een maximaal gezamenlijk oppervlak van 600 m². [appellant] woont in een ander deelgebied van het project Waterfront. Hij heeft zicht op het plangebied. Hij kan zich niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3215
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307407/1/R4

202401406/1/A2

Bij beslissing van 19 oktober 2023 heeft de examencommissie van de faculteit Maatschappij en Recht geconcludeerd dat [appellante] bij het inleveren van haar opdracht voor het vak ‘Jeugd: integrale opdracht 2.1’ plagiaat heeft gepleegd. De examencommissie heeft daarom de opdracht ongeldig verklaard en [appellante] uitgesloten van deelname aan de herkansing. Tegen deze beslissing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3222
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401406/1/A2

202403634/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2024 is het verzoek van [appellant] voor een extra tentamenkans voor het vak Contractenrecht door de Examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid afgewezen. [appellant] heeft in september 2023 administratief beroep ingesteld bij het college tegen de beslissing van de examencommissie dat er bij het tentamen Contractenrecht enkel gebruik gemaakt mocht worden van een digitale wettenbundel. Terwijl deze procedure liep, heeft [appellant] het tentamen Contractenrecht op 27 oktober 2023 afgelegd. Op 12 december 2023 heeft het college het administratief beroep gegrond verklaard en de examencommissie opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Hieraan lag ten grondslag dat het op zichzelf in overeenstemming is met de Regels en Richtlijnen van de Examencommissie 2023-2024 om alleen het gebruik van digitale wettenbundels toe te staan. Echter, kennen deze Regels en Richtlijnen aanvullende regels over het opnemen van (eigen) tabjes in een wettenbundel en was dat geen mogelijkheid bij de beschikbaar gestelde digitale bundels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3214
Datum uitspraak
7 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403634/1/A2

202107187/1/V1

Bij besluiten van 13 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3187
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107187/1/V1

202302314/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan de vreemdeling tegemoet is gekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3176
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302314/1/V1

202302317/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om e minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan de vreemdeling tegemoet is gekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3179
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302317/1/V1

202305158/1/V1

De vreemdelingen hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3182
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305158/1/V1

202306055/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan de vreemdeling is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3183
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306055/1/V1

202306056/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan de vreemdeling is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3178
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306056/1/V1

202402956/2/A2

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 19 april 2024 van de rechtbank Rotterdam. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 13 september 2023 heeft de minister van Financiën het verzoek van [verzoekster] om terugbetaling van een reeds betaalde schuld van € 10.706,00 aan Data Entry Services Suriname afgewezen, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.3, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder a en b, van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het bezwaar daartegen is ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. [verzoekster] verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de minister haar tegemoet komt in financiële zin, omdat zij in financiële nood verkeert en haar huidige schulden niet meer kan betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3170
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402956/2/A2

202403151/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3181
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403151/1/V3

202403164/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3186
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403164/1/V3

202403884/1/V3

Bij besluit van 16 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3177
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403884/1/V3

202403919/1/V3

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3180
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403919/1/V3

202404295/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2023, zoals gewijzigd bij besluit van 29 mei 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3184
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404295/2/V2

202404402/2/A2

Bij beslissing van 15 april 2024 heeft de opleidingsdirecteur Tandheelkunde (hierna: de opleidingsdirecteur) namens de selectiecommissie bacheloropleidingen Radboudumc (hierna: de selectiecommissie) aan [verzoeker] voor de decentrale selectie van de Voltijd opleiding Bachelor Tandheelkunde bij de Radboud Universiteit Nijmegen (hierna: de bacheloropleiding Tandheelkunde) het rangnummer 103 toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3169
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404402/2/A2

202404671/1/V3

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3185
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404671/1/V3

202202224/2/R4

De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn, omdat hij niet in staat is binnen de gestelde termijn de gebreken in het besluit van 17 februari 2022 te herstellen. Daarbij geeft de raad van de gemeente Brummen aan dat om het gebrek te kunnen herstellen een nadere reactie nodig is van de opsteller van het geuronderzoek. Het lukt daarom niet om de besluitvorming binnen 16 weken af te ronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3174
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202202224/2/R4

202207314/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 9 november 2022 van de rechtbank Rotterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de SUWR van 15 december 2021 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft de de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 12 augustus 2021 tot afwijzing van zijn aanvraag om een urgentieverklaring op medische gronden, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3173
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207314/1/A2

202300555/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 19 december 2022 van de rechtbank Rotterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond van 23 maart 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft de SUWR het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 13 september 2021 tot afwijzing van zijn aanvraag om haar een urgentieverklaring te verlenen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3172
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300555/1/A2

202307190/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 10 oktober 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van 25 mei 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft het college het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 8 november 2021 tot afwijzing van haar aanvraag om een urgentieverklaring te verlenen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3171
Datum uitspraak
6 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307190/1/A2

202101701/1/V3

Bij besluit van 21 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 2 april 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen en referent gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 8 maart 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen en referent ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen en referent, vertegenwoordigd door mr. J. Eliya, advocaat te Hengelo, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3166
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202101701/1/V3

202302930/1/V3

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3165
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302930/1/V3

202403176/1/V2

Bij besluit van 21 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 5 september 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Karkache, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3164
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403176/1/V2

202403360/1/V3

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 24 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3163
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403360/1/V3

202403426/1/V3

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 27 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3162
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403426/1/V3

202403481/1/V3

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 29 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3161
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403481/1/V3

202403881/1/V3

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 17 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H. Drenth, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3160
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403881/1/V3

202404108/1/V3

Bij besluiten van 7 juni 2024 en 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 28 juni 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.P. van Mulken, advocaat in Nuth, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3159
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404108/1/V3

202404187/1/V2

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.K. Westerhof, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3158
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404187/1/V2

202404349/1/V1 en 202404349/2/V1

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen haar een inreisverbod uitgevaardigd. Bij uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.J. Janse, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3157
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404349/1/V1 en 202404349/2/V1

202404366/2/V2

Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3153
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404366/2/V2

202404412/1/V3 en 202404412/2/V3

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I.M. Hagg, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3156
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404412/1/V3 en 202404412/2/V3

202404605/2/V3

Bij besluit van 17 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 16 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3155
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404605/2/V3

202404631/2/V3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3154
Datum uitspraak
5 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404631/2/V3

202404878/2/V2

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3240
Datum uitspraak
4 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404878/2/V2

202301467/1/V2

Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3150
Datum uitspraak
2 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301467/1/V2

202302815/1/V3

Bij besluit van 11 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd voor de duur van tien jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3152
Datum uitspraak
2 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302815/1/V3

202403071/1/V2

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3151
Datum uitspraak
2 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403071/1/V2

202404149/2/V3

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3149
Datum uitspraak
2 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404149/2/V3

202404574/1/V2

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3147
Datum uitspraak
2 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404574/1/V2
vorige pagina1...818283...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon