Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.069
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202504515/1/A2

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een privaatrechtelijke geldschuld van [appellant] deels overgenomen en zijn aanvraag om overname van geldschulden voor het overige afgewezen. De ex-partner van [appellant] is als gedupeerde van de toeslagenaffaire aangemerkt. In zijn hoedanigheid van ex-partner heeft [appellant] in het kader van overname van private schulden op grond van artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) op 15 november 2023 een schuldenlijst ingediend, waaronder een openstaande privaatrechtelijke schuld bij Herder Verhuur van € 86.205,14.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2734
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504515/1/A2

202504758/1/A2

Bij uitspraak van 9 juli 2025 in zaak nr. 202305690/1/A2 (ECLI:NL:RVS:2025:3137) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 27 juli 2023 in zaak nr. 22/3166 ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. [verzoekster] is het niet eens met de uitspraak van de Afdeling waarvan zij om herziening vraagt. Zij vindt dat de Afdeling een onjuiste uitspraak heeft gedaan die voortbouwt op onjuist handelen door de raad. [verzoekster] voert daartoe onder meer aan dat de Afdeling in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de wet heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2762
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Herziening
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202504758/1/A2

202505259/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 augustus 2025 van de rechtbank Midden­-Nederland. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit op bezwaar van 19 november 2024 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum de afwijzing van het verzoek van [appellant] om een bewonersparkeervergunning in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2964
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505259/1/A3

202505404/1/A2

De minister heeft op 3 augustus 2022, gehandhaafd bij besluit van 7 augustus 2023, vastgesteld dat de woning van [verzoekster] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Naar aanleiding van het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep heeft de Afdeling bij tussenuitspraak van 2 oktober 2024 de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van de overwegingen ervan, de gebreken in het besluit van 7 augustus 2023 te herstellen. [verzoekster] heeft verzocht om herziening van de tussenuitspraak van 2 oktober 2024. Daarbij wijst [verzoekster] erop dat zij pas op 23 september 2025 ermee bekend is geworden dat de Tijdelijke commissie versterking (TCV) genoemd in artikel 8, gelezen in samenhang met artikel 15, van het Besluit versterking gebouwen Groningen (BvgG), niet is ingesteld om over versterkingszaken te beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2763
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505404/1/A2

202505613/3/A3

Bij uitspraak van 23 februari 2026, in zaak nr. 202505613/2/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep van [oppossant] tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag in zaken nrs. 25/5469, 25/2187, 24/8125 en 25/2817 (lees: 25/5469, 25/2187, 24/8125 en 24/8125 V) en tegen een brief van de rechtbank van 20 oktober 2025 kennis te nemen. De Afdeling kan zich alleen zonder zitting onbevoegd verklaren om van een hoger beroep kennis te nemen als dat ‘kennelijk’ het geval is (artikel 8:54 van de Awb). Die term ‘kennelijk’ betekent dat er geen twijfel mogelijk is dat de Afdeling niet mag beslissen op het hoger beroep, omdat zij niet de bevoegde rechter is. Als tegen zo’n ‘kennelijk’-uitspraak verzet wordt ingesteld, moet de rechter die op dat verzet beslist beoordelen: (a) of de Afdeling terecht heeft geoordeeld dat zij niet de bevoegde rechter is, en (b) of daar geen twijfel over mogelijk is. Daarbij neemt de rechter alle argumenten van de indiener mee die te maken hebben met die onbevoegdverklaring. Dat kunnen ook nieuwe feiten of nieuwe argumenten zijn die daar over gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2975
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505613/3/A3

202505669/1/A2

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard een bushalte ingesteld op de Binnenbaan ter hoogte van de kruising met de Ghijseland en bepaald dat deze maatregel ingaat vanaf het moment dat de bebording en markering zijn aangebracht. [appellanten] wonen in de woning aan de [locatie]. De woning ligt in de buurt van de Binnenbaan. [appellanten] hebben kennisgenomen van de publicatie van het verkeersbesluit nadat zij een melding kregen via Overheid.nl over de plaatsing van bushaltes op de Binnenbaan ter hoogte van de kruising van de Ghijseland. De bushalte is aanvankelijk, op 6 januari 2025, ter hoogte van de woning aan de Binnenbaan met huisnummer 13 aangelegd (de vorige locatie). Nadat de bushalte op 16 januari 2025 werd verplaatst naar de huidige locatie, hebben [appellanten] onderzoek naar het verkeersbesluit gedaan en, bij brief van 18 januari 2025, alsnog daartegen bezwaar gemaakt. [appellanten] hebben desgevraagd in een brief van 2 februari 2025 als reden voor het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift gegeven dat de inhoud van het verkeersbesluit onvoldoende duidelijk en concreet is. Verder hebben zij in die brief gewezen op persoonlijke omstandigheden, zoals een verhuizing, drukke banen en een druk gezinsleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2725
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202505669/1/A2

202505735/1/A2

Bij beslissing van 10 juni 2025 heeft de examencommissie van het Aventus Lyceum (examencommissie) de uitslag van het eindexamen van [appellant] vastgesteld. [appellant] heeft administratief beroep ingesteld tegen de beslissing van 10 juni 2025. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de weigering een beslissing op het door hem ingestelde administratief beroep te nemen. [appellant] volgde in het schooljaar 2024-2025 een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) aan het Aventus Lyceum. [appellant] heeft geen beoordeling gekregen voor het schoolexamen van het vak Kunst, omdat hij voor vier onderdelen van het schoolexamen geen cijfer heeft behaald. Zonder beoordeling van het schoolexamen mocht hij niet deelnemen aan het centraal eindexamen voor het vak Kunst. Hierdoor heeft hij geen examenresultaat gekregen voor dat vak en is hij gezakt voor het eindexamen havo. Zonder havo-diploma kan hij de door hem gewenste vervolgopleiding tot docent biologie niet afronden. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen een brief van het Aventus Lyceum van 24 september 2025. Volgens [appellant] behelst die brief een weigering om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht. Hij is het niet eens met deze weigering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2764
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505735/1/A2

202600091/1/R4

Bij besluit van 25 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen zijn beslissing om op 22 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10 lid 1 sub b Afvalstoffenverordening Groningen en artikel 11 onder 1 en 5 van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Groningen 2025 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 212,10 voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 22 september 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van het Hyadenpad in Groningen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn adresgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2748
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600091/1/R4

202600213/1/A2

Bij beslissing van 20 juni 2025 heeft de examencommissie van de Academie Business en Communicatie van de HAN University of Applied Sciences (examencommissie) de tweede toetskans voor het tentamen Portfolio H-MAR van [appellant] beoordeeld met een 5. [appellant] was student aan de opleiding Commerciële Economie van de Academie Business en Communicatie van de HAN University of Applied Sciences. De examencommissie heeft het tentamen Portfolio H-MAR van [appellant] in de eerste kans beoordeeld met een 4. Dit tentamen is het afstudeerwerk van de opleiding Commerciële Economie, waarbij studenten een portfolio moeten indienen dat bestaat uit bewijsstukken waarmee zij aantonen dat zij de vereiste eindkwalificaties beheersen. Na de onvoldoende beoordeling van de eerste kans heeft een beoordelingsgesprek met de examinatoren plaatsgevonden, waarin [appellant] een toelichting kon vragen op deze beoordeling. Voor de tweede toetskans heeft [appellant] een aangepaste versie van het portfolio ingediend. Dit is door de examencommissie beoordeeld met een 5.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2735
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600213/1/A2

BRS.25.000567

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat betrokkene wordt overgedragen aan Duitsland. De minister was in eerste instantie voornemens om betrokkene over te dragen aan Duitsland nadat betrokkene in Nederland een asielverzoek had ingediend. De Duitse autoriteiten hadden het terugnameverzoek van de minister op 24 augustus 2023 afgewezen. Die autoriteiten gaven daarbij aan de minister te kennen dat Polen toen nog verantwoordelijk was voor de behandeling van het asielverzoek tot 21 september 2024, omdat de overdrachtstermijn dan zou verstrijken. De minister heeft naar aanleiding van deze reactie van de Duitse autoriteiten op 25 augustus 2023 bij de Poolse autoriteiten een terugnameverzoek ingediend. De Poolse autoriteiten hebben dat verzoek op 31 augustus 2023 geaccepteerd. De Poolse autoriteiten stelden daarbij voor dat de minister voor een eventuele overdracht aan Polen contact zou opnemen met de Duitse autoriteiten om te controleren of de verantwoordelijkheid niet inmiddels naar Duitsland was verschoven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2668
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000567

BRS.25.000720

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat appellant wordt overgedragen aan Duitsland. De minister heeft op 8 augustus 2024 een terugnameverzoek ingediend bij de Roemeense autoriteiten. Die autoriteiten hebben dat verzoek op 14 augustus 2024 geweigerd, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het asielverzoek. Naar aanleiding daarvan heeft de minister op 19 augustus 2024 een terugnameverzoek ingediend bij de Duitse autoriteiten, maar die autoriteiten weigerden dat verzoek op 21 augustus 2024, omdat Roemenië volgens de Duitse autoriteiten verantwoordelijk zou zijn. De overdrachtstermijn tussen Roemenië en Duitsland zou volgens de Duitse autoriteiten namelijk eindigen op 30 november 2024. Naar aanleiding van die weigering heeft de minister op 21 augustus 2024 aan de Roemeense autoriteiten verzocht om de eerdere weigering van 14 augustus 2024 te heroverwegen. De Roemeense autoriteiten hebben dat gedaan en het terugnameverzoek geaccepteerd op 27 augustus 2024. De minister stelt zich op het standpunt dat de termijn om een terugnameverzoek bij de Duitse autoriteiten in te dienen is aangevangen op 13 februari 2025, het moment dat de Roemeense autoriteiten aan de minister te kennen hebben gegeven dat de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het asielverzoek van appellant op Duitsland is overgegaan. Appellant stelt zich op het standpunt dat de termijn is aangevangen op 1 december 2024, te weten het moment dat Duitsland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van het asielverzoek van appellant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2679
Datum uitspraak
13 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000720

202504485/1/V1

Verzoekers hebben het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te vergoeden. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoekers is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2699
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504485/1/V1

202600408/2/R1

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "Reconstructie Vennewatersweg" vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt de herinrichting van een deel van de Vennewatersweg in Heiloo mogelijk gemaakt. Het plangebied betreft het weggedeelte tussen en inclusief de kruisingen met de Kennemerstraatweg en Lijnbaan. Ten opzichte van de vorige bestemmingsplannen heeft meer grond rondom de bestaande Vennewatersweg de bestemming "Verkeer" gekregen, zodat daar nu ook weginfrastructuur kan worden aangelegd. Volgens de raad is die ruimte nodig om de voorziene herinrichting mogelijk te maken. De raad heeft toegelicht dat de aannemer op 18 mei 2026 zal beginnen met de eerste werkzaamheden. De kruising met de Kennemerstraatweg is reeds enige tijd geleden aangepast. [verzoeker sub 1] woont aan de [locatie] in Heiloo in de nabijheid van de te herstructureren kruising met de Vennewatersweg. Hij heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan omdat hij vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. De stichting komt op voor het belang bij het verbeteren en behouden van de natuur, het landschap en de cultuurhistorische waarden in Heiloo en omgeving en heeft beroep ingesteld omdat zij vreest voor significante gevolgen door de uitvoering van het bestemmingsplan op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2696
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202600408/2/R1

BRS.25.000963

Betrokkenen hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2665
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000963

BRS.25.002256

Bij besluit van 8 januari 2024, aangevuld bij besluit van 28 maart 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2662
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002256

BRS.26.001059

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2673
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001059

BRS.26.001979

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2647
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001979

BRS.26.001983

Bij besluit van 2 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan appellant verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2657
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001983

202404184/2/A3

[appellanten] hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 mei 2024 in zaak nrs. 22/3247 en 22/3371. [appellanten] hebben allebei aan de korpschef gevraagd om inzage in al hun persoonsgegevens en die van hun zoon. De korpschef heeft die verzoeken voor een deel ingewilligd. Hij heeft aan [appellanten] overzichten gegeven van registraties en informatie over de verwerkingen gegeven. [appellanten] vinden dat zij meer moeten kunnen krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2698
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202404184/2/A3

202503545/2/R3

[appellant] heeft op 12 januari 2022 het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen gevraagd om handhavend op te treden tegen de opslag van mest en ander organisch materiaal op een stuk grond aan de Hegeveldweg/Werthepaalweg in de gemeente Haaksbergen. [appellant] had een agrarisch bedrijf aan de [locatie] in Haaksbergen en woonde daar ook. Het college heeft [appellant] opgedragen om mest en voerresten van dat perceel te verwijderen. [appellant] is inmiddels verhuisd naar Enschede.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3216
Datum uitspraak
12 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503545/2/R3

202503307/1/R2 en 202503307/2/R2

Bij besluit van 8 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders Nuenen, Gerwen en Nederwetten de omgevingsvergunning van [verzoekers] voor de herbouw van een bedrijfswoning aan de [locatie] in Nuenen, ingetrokken. Deze zaak gaat over het besluit van het college om een bouwvergunning voor de herbouw van een bedrijfswoning aan de [locatie] in Nuenen in te trekken op grond van artikel 2.33, tweede lid, onder a, van de Wabo. De vergunning voor de bouw van die bedrijfswoning is verleend op 11 februari 2003. In 2005 is begonnen met de bouw, maar de bedrijfswoning is nog steeds niet afgebouwd. Het college en [verzoekers] hebben veel contact gehad over de voortgang van de bouw van de woning, maar dat heeft er niet toe geleid dat de bouw is afgerond. Het college heeft, nadat het daarmee al eerder had gewaarschuwd, de vergunning ingetrokken. Inmiddels heeft het college ook een last onder dwangsom opgelegd waaruit volgt dat [verzoekers] de onvoltooide bedrijfswoning moeten afbreken. Het besluit van het college om deze last onder dwangsom op te leggen, ligt hier niet voor. Deze procedure gaat alleen over het besluit van het college om de omgevingsvergunning voor de bouw in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2671
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503307/1/R2 en 202503307/2/R2

202600238/1/R1 en 202600238/2/R1

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning aan de [locatie] in Venlo (het perceel). Het perceel heeft in het bestemmingsplan "’t Ven" van 6 oktober 2009 de bestemming "Wonen" zonder bouwvlak. Aan weerszijden van het perceel is bestaande woonbebouwing aanwezig. Aan de westzijde woont initiatiefnemer [partij]. Hij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een woning op het perceel en voor het aanleggen van een inrit aan de [locatie] te Venlo. Om de bouw van de woning mogelijk te maken heeft het college toepassing gegeven aan de bevoegdheid ingevolge artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het besluit is voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2672
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600238/1/R1 en 202600238/2/R1

BRS.25.002106

Bij besluit van 31 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2544
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002106

BRS.26.000741 en BRS.26.000744

Bij besluit van 27 augustus 2024, aangevuld op 22 april 2025, heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2652
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000741 en BRS.26.000744

BRS.26.000908

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2639
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000908

BRS.26.001330

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2640
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001330

BRS.26.001345 en BRS.26.001356

Bij besluit van 8 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2562
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001345 en BRS.26.001356

BRS.26.001441

Bij besluit van 2 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2630
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001441

BRS.26.001442

Bij besluit van 2 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een inreisverbod tegen appellant uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2629
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001442

BRS.26.001555

Bij besluit van 22 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2635
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001555

BRS.26.001591

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat verzoeker met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 5 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2688
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001591

BRS.26.001595

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat verzoeker met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 5 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2689
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001595

BRS.26.001704 en BRS.26.001705

Bij besluit van 20 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant 1 om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Bij besluit van 6 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant 2 om verlenging van de geldigheidsduur van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2653
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001704 en BRS.26.001705

BRS.26.001868

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2624
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001868

BRS.26.001938

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om vernieuwing van haar verblijfsdocument EU/EER bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen en vastgesteld dat het verblijfsrecht van betrokkene is geëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2666
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001938

BRS.26.001989

Bij besluit van 30 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2605
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001989

BRS.26.002139

Bij besluit van 9 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2642
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002139

BRS.26.002172

Bij besluit van 18 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2651
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002172

BRS.26.002241

Bij besluit van 3 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2675
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002241

202504615/2/A3

De ministerr van Defensie heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2680
Datum uitspraak
11 mei 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202504615/2/A3

202401656/1/V2

Bij besluit van 11 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2659
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202401656/1/V2

BRS.25.001117

Bij besluit van 31 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2626
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001117

BRS.25.001180

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2633
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001180

BRS.26.000909 en BRS.26.000910

Bij besluit van 30 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en een verzoek van appellant om bestuurlijke heroverweging van de besluiten van 11 september 2009, 28 januari 2010 en 6 september 2010, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2637
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000909 en BRS.26.000910

BRS.26.001019

Bij besluit van 4 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2636
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001019

BRS.26.001108

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2618
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001108

BRS.26.001346

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2601
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001346

BRS.26.001401

Bij besluit van 8 maart 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2631
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001401

BRS.26.001540

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2560
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001540

BRS.26.001598

Bij besluit van 26 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2625
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001598

BRS.26.001893

Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2632
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001893

BRS.26.001899 en BRS.26.001902

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2558
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001899 en BRS.26.001902

BRS.26.002015

Bij besluiten van 15 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2620
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002015

BRS.26.002046

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2561
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002046

BRS.26.002195 en BRS.26.002197

Bij besluiten van 25 februari 2026 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2646
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002195 en BRS.26.002197

BRS.26.002230

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2674
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002230

202406514/2/A2

Bij e-mailbericht van 24 april 2026, ingekomen op, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. W. den Ouden, mr. P.H.A. Knol en mr. J.J.W.P. van Gastel (staatsraden) als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202406514/1/A2 en drie andere zaken. Hij voert ten eerste aan dat hij een gemotiveerd verzoek om uitstel van de behandeling van zijn hoger beroep op de zitting van 29 april 2026 heeft gedaan, waarin hij heeft gewezen op zijn persoonlijke omstandigheden, het plotseling wegvallen van zijn rechtsbijstandverlener en de onmogelijkheid om vier complexe zaken, die alle op 29 april 2026 op zitting zouden worden behandeld, voor te bereiden. Dit verzoek is zonder inhoudelijke motivering en kenbare belangenafweging afgewezen. Die beslissing tot afwijzing, die bovendien door de griffier is genomen, is volgens [verzoeker] kennelijk onredelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2656
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406514/2/A2

202504675/4/R1

Tijdens de zitting op 16 april 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J.F. de Groot als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202504675/3/R1. De zaak waarin [verzoeker] het verzoek om wraking heeft ingediend, betreft een verzet tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 2025, zaak nr. 202504675/2/R1. In die uitspraak heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak op verzet van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 augustus 2025 in zaak nr. 25/1863. De Afdeling heeft daarin overwogen dat geen grond bestaat voor een zogenoemde doorbreking van het appelverbod, omdat het betoog van [verzoeker] geen grond biedt voor het oordeel dat geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2658
Datum uitspraak
8 mei 2026
  • Wraking
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504675/4/R1

202503646/3/R3

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente aan Plegt Bouw B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het toevoegen van zes extra appartementen aan een nog te bouwen appartementencomplex aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo. Het appartementencomplex krijgt hiermee in totaal 32 appartementen. De VVE, [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] en anderen betogen dat het parkeeronderzoek van Goudappel van 18 februari 2026, dat als aanvullende motivering over parkeren bij het herstelbesluit is gevoegd, niet zorgvuldig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2622
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503646/3/R3

202503651/3/R3

Bij besluit van 26 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente aan Plegt Bouw een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 26 appartementen aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo. De VVE behartigt de belangen van de bewoners/eigenaars van het appartementengebouw De Beaufort. [partij] en anderen zijn exploitanten en eigenaren van het restaurant ‘t Wapen van Markelo gevestigd aan de Grotestraat 1 in Markelo, direct ten noorden van het perceel, en wonen ook boven het restaurant. [gemachtigde van de VvE] en anderen zijn bewoners en ondernemers uit de buurt van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2623
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503651/3/R3

BRS.26.000059

Bij besluit van 16 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2545
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000059

BRS.26.000647

Bij besluit van 16 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2532
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000647

BRS.26.000840

Bij besluit van 3 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2376
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000840

BRS.26.001753 en BRS.26.001754

Bij besluit van 31 december 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2539
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001753 en BRS.26.001754

BRS.26.001862

Bij besluit van 25 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2527
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001862

BRS.26.002276

Bij brief van 10 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoekers in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met achttien maanden te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2654
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002276

202502103/2/R3

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen aan Woningstichting Vechtdal Wonen een omgevingsvergunning voor de duur van tien jaar verleend voor de bouw van 50 flexwoningen op een terrein deels ten noorden en deels ten zuiden van de Sportlaan in Ommen (het projectgebied). De Woningstichting heeft op 20 december 2023 een tijdelijke vergunning aangevraagd om 50 flexwoningen te bouwen binnen het projectgebied. Het college heeft deze vergunning bij besluit van 1 februari 2024 verleend voor meerdere activiteiten, waaronder het bouwen van een bouwwerk en strijd met het bestemmingsplan, voor een periode van tien jaar. Volgens het college kon de vergunning worden verleend op grond van artikel 2.12 eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarom kon de vergunning volgens het college ook met de reguliere voorbereidingsprocedure worden verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2648
Datum uitspraak
7 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202502103/2/R3

202600337/2/A2

Bij besluit van 5 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [verzoekster] om een urgentieverklaring afgewezen. [verzoekster] heeft op 1 augustus 2024 een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij dichter bij haar moeder wil wonen aan wie zij mantelzorg verleent. Nadat het college de aanvraag in eerste instantie had afgewezen, heeft [verzoekster] op 28 mei 2025 alsnog een urgentieverklaring gekregen. Het zoekprofiel bij de urgentieverklaring van 28 mei 2025 houdt in dat [verzoekster] met voorrang in aanmerking komt voor een appartement gelegen vanaf de eerste verdieping, bereikbaar met de trap of lift, binnen een straal van vijf kilometer vanaf de woning van haar moeder. [verzoekster] is het niet eens met dit zoekprofiel. Zij stelt zich op het standpunt dat in het zoekprofiel geen rekening is gehouden met haar medische- en psychische problematiek. [verzoekster] verzoekt om een voorlopige voorziening omdat er volgens haar sprake is van onverwijlde spoed voor het vinden van een passende woning. Zij verblijft op dit moment met haar twee minderjarige kinderen en ex-partner in een hotelkamer van de daklozenopvang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2524
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600337/2/A2

BRS.25.001067

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2509
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001067

BRS.25.002422

Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2537
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002422

BRS.25.002423

Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2542
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002423

BRS.26.000167

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2533
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000167

BRS.26.000327

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2534
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000327

BRS.26.000674

Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2484
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000674

BRS.26.000785

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2487
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000785

BRS.26.001180

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2551
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001180

BRS.26.001388 en BRS.26.001390

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2529
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001388 en BRS.26.001390

BRS.26.002040

Bij besluit van 29 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2540
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002040

BRS.26.002086

Bij besluit van 12 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2516
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002086

BRS.26.002124 en BRS.26.002126

Bij besluit van 18 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2546
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002124 en BRS.26.002126

BRS.26.002229

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2628
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002229

BRS.26.002268

Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van de verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2650
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002268

202000534/1/R2

Bij besluit van 18 december 2019 heeft de raad van de gemeente Bergen op Zoom besloten het bestemmingsplan "Buitengebied Oost" (het plan van 2019) niet vast te stellen. [appellant] is een grondgebonden agrarisch bedrijf dat zich toelegt op het kweken en verkopen van groenten en fruit. Klanten kunnen ook zelf groenten en fruit plukken bij het bedrijf en verder verhuurt het bedrijf vergaderruimte en verzorgt het rondleidingen ter plekke. [appellant] wenst dat de nevenactiviteiten, die nu feitelijk al plaatsvinden, tot maximaal 1.000 m² mogelijk worden gemaakt in het plan. [appellant] betoogt dat het besluit om het plan van 2019 niet vast te stellen getuigt van onbehoorlijk bestuur, gelet op de lange procedure die hieraan vooraf is gegaan, de afspraken die niet zijn nagekomen, de procedures die niet zorgvuldig zijn doorlopen en de onjuiste verwachtingen die zijn gewekt. [appellant] stelt dat het bedrijf veel kosten heeft gemaakt die vanwege het niet vastgestelde plan nergens toe hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2586
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202000534/1/R2

202104207/6/R2

Het bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen-West’ van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten is na een aanpassing van de gemeenteraad nu definitief. Dat betekent dat de gemeente door kan met de plannen voor de nieuwe woonwijk met 1.615 woningen in het gebied tussen Nuenen en Eindhoven. Een aantal inwoners van Nuenen kwamen tegen dit bestemmingsplan in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vrezen voor aantasting van hun woon-, leef- en werkklimaat. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in mei 2025 in een zogenoemde tussenuitspraak onder meer dat in de regels in het bestemmingsplan onvoldoende duidelijk is bepaald hoeveel (nieuwe) woningen in het gebied zijn toegestaan. Ook was niet duidelijk wat de minimaal aan te houden afstand tussen de nieuwe en de bestaande woningen moet zijn. Zij droeg de gemeenteraad op om deze geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan binnen 26 weken te herstellen. De Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat de gemeenteraad in het 'herstelbesluit' de afstand tussen de nieuwe en bestaande woningen nog niet goed heeft geregeld. De gemeenteraad erkent dat ook en heeft de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om de regel in het bestemmingsplan zelf aan te passen, zodat daar in komt te staan dat de afstand tot bestaande woningen 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘮𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳 dan drie meter mag zijn, in plaats van 'niet meer dan drie meter'. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de regel aangepast en heeft hiermee met haar uitspraak 'zelf in de zaak voorzien', zoals dat heet. Het eerder geconstateerde gebrek is hiermee alsnog hersteld. De andere bezwaren die de inwoners tegen het 'herstelbesluit' hebben aangevoerd, zijn ongegrond. Het plan voor de nieuwe woonwijk met 1.615 woningen in Nuenen is daarmee definitief geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2579
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202104207/6/R2

202200617/1/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 21 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvragen van BBC om exploitatievergunningen passagiersvervoer voor de bedrijfsvaartuigen "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" in vergunninggebied 1 geweigerd. Bij besluit van 20 april 2018 heeft het college de aanvraag van BBC tot wijziging van de bestaande exploitatievergunningen passagiersvervoer voor de vaartuigen "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" ook afgewezen. BBC heeft sinds 7 oktober 2014 en 12 augustus 2015 voor de vaartuigen "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" exploitatievergunningen voor het bedrijfsmatig vervoeren van passagiers. Met deze vergunningen is het toegestaan om te varen op het Amsterdamse binnenwater, exclusief centrum-zone (vergunninggebied 2). Op 7 en 9 maart 2017 heeft BBC voor de "[vaartuig A]" en "[vaartuig B]" exploitatievergunningen aangevraagd voor vergunninggebied 1: geheel Amsterdam, inclusief centrum-zone.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2575
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200617/1/A3

202205218/1/R3

Bij besluit van 5 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht het verzoek van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] om handhavend op te treden met betrekking tot de garage/berging aan de [locatie 1] in Heerjansdam, opnieuw afgewezen. Ook het verzoek om de bij besluit van 25 oktober 2013 verleende vergunning in te trekken is daarbij afgewezen. Deze zaak gaat over de garage/berging bij de woning aan de [locatie 1] in Heerjansdam. Bij besluit van 25 oktober 2013 heeft het college, onder andere voor de realisering van die berging, een omgevingsvergunning verleend aan de toenmalige eigenaar [appellant sub 1]. Bij brief van 12 december 2015 hebben [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], de eigenaren van de woning aan de [locatie 2], aan de achtertuin waarvan de berging grenst, een verzoek om handhaving en intrekking van de verleende vergunning bij het college ingediend. Zij stelden dat de berging op verschillende punten niet conform de tekeningen bij de vergunning was uitgevoerd. Op 18 maart 2021 heeft [appellant sub 1] de eigendom van de berging overgedragen aan [partij A] en [partij B].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2588
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205218/1/R3

202301728/1/A3

Bij besluit van 28 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegeven in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] woont sinds 3 maart 1981 in Nederland en staat ingeschreven in de brp met de geboortedatum [datum] 1962. Deze registratie is gebaseerd op het Marokkaanse paspoort dat hij in 1981 heeft overgelegd toen hij zich in Nederland vestigde. Voor zijn naturalisatieprocedure heeft [appellant] een geboorteakte overgelegd met geboortedatum 1962, welke op 3 maart 2000 werd geregistreerd. [appellant] heeft op 17 juni 2019 een verzoek ingediend om zijn geboortejaar te wijzigen naar 1955. Hij heeft hiertoe verschillende documenten overgelegd, waaronder verschillende geboorteaktes en een rechterlijke uitspraak uit Marokko van 3 april 2019. In deze rechterlijke uitspraak heeft de rechtbank in Marokko het geboortejaar van [appellant] gewijzigd van 1962 naar 1955 op basis van het familieboekje van de vader van [appellant] en verschillende Marokkaanse beschikkingen en aktes die door de gemachtigde van [appellant] in het geding in Marokko zijn ingebracht. Het college heeft het rectificatieverzoek van [appellant] afgewezen omdat [appellant] niet de onderliggende documenten van de rechterlijke uitspraak heeft overgelegd waardoor niet buiten redelijke twijfel is dat het door [appellant] gestelde geboortejaar juist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2595
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202301728/1/A3

202301875/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media een aanvraag van [appellante] voor erkenning van de beroepskwalificatie om te mogen werken als leraar in het (internationaal georiënteerd) basisonderwijs afgewezen. [appellante] is Nederlands staatsburger. Zij woont sinds 2017 in Nederland. Sindsdien werkt zij voor The British School in The Netherlands in Den Haag. Dit is een particuliere school. Om hier te werken heeft zij geen onderwijsbevoegdheid nodig. Omdat de locatie waar zij werkt gesloten dreigt te worden en zij elders les wil gaan geven, wil zij nu toch een erkenning van de door haar in het buitenland behaalde beroepskwalificatie om de bevoegdheid te verkrijgen om onderwijs te mogen geven. [appellante] heeft op 25 februari 2021 een aanvraag ingediend voor een onderwijsbevoegdheid. In de aanvraag heeft zij vermeld dat zij in de periode 2008-2012 in de Verenigde Staten de bachelor Political Science and French heeft afgerond. In de periode 2013-2014 heeft zij in het Verenigd Koninkrijk de master Literacy Learning and Literacy Difficulties gevolgd en hiervoor een diploma behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2580
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202301875/1/A2

202304199/1/R3

Bij besluit van 3 april 2023 heeft de raad van de gemeente Albrandswaard het bestemmingsplan "Buijtenland van Rhoon 2021" vastgesteld. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte is in de Planologisch Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) vastgelegd dat de leefbaarheid van de regio verbeterd moet worden. In het Bestuursakkoord inzake uitvoering van het PMR is afgesproken dat de provincie Zuid-Holland in opdracht van het Rijk uitvoering geeft aan de realisatie van 750 ha natuur- en recreatiegebied. Een van de gebieden waar dit plaats zou moeten vinden, is het Buijtenland van Rhoon. In 2014 is op initiatief van lokale agrariërs een plan gepresenteerd met de titel "Levend Buijtenland van Rhoon". Dit plan is gebaseerd op de realisatie van hoogwaardige akkernatuur; een vorm van natuur die hand in hand gaat met recreatie en landbouw en die past bij het cultuurhistorisch polderlandschap. Deze visie is in het Streefbeeld en vervolgens in het plan neergelegd. Het plan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De gemeente Barendrecht richt zich in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Horeca" voor de zogenoemde locatie "Graaf van Portland" in het oosten van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2564
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304199/1/R3

202307034/1/R2

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Haagse Beemden, Uitoord 129" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van zorgwoningen op het perceel Uitoord 129 in Breda. De zorgwoningen worden ontwikkeld door Stichting Alwel en verhuurd aan Stichting VASStgoed. [appellant] woont in de directe omgeving van het perceel en vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat als de beoogde ontwikkeling op een nu nog onbebouwd stuk grond in zijn directe woonomgeving kan plaatsvinden. [appellant] voert ten eerste aan het niet eens te zijn met het wijzigen van het bestemmingsplan om het laatste stukje ongebouwde grond in de wijk te kunnen bebouwen. Ten tijde van de koop van zijn woning gold het bestemmingsplan "Haagse Beemden" en hadden de gronden binnen het plangebied een maatschappelijke bestemming, met een maximale bouwhoogte van 7 meter. Dit zou onveranderd moeten blijven gelden. [appellant] voert ten tweede aan dat de zorgeenheden die zijn beoogd en die mogelijk worden gemaakt op gronden met de bestemming "Maatschappelijk" niet kunnen worden aangemerkt als zorgeenheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2598
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307034/1/R2

202307895/1/A3

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft burgemeester van Laarbeek het bedrijfspand aan de [locatie 1] in Beek en Donk vanaf dinsdag 12 juli 2022 gesloten voor een periode van zes maanden. [appellant] is bestuurder en enig aandeelhouder van de onderneming Pakketbode B.V en huurt het bedrijfspand aan de [locatie 1] te Beek en Donk. Dit pand is verdeeld in verschillende ruimten. Ruimte 1 wordt gebruikt door Pakketbode en [appellant] zelf en Ruimte 2 is door hem onderverhuurd aan [onderhuurder]. Op 29 april 2022 heeft de politie naar aanleiding van een rechtshulpverzoek uit Polen een onderzoek uitgevoerd in het bedrijfspand. In de over dit onderzoek opgemaakte bestuurlijke rapportage van 20 mei 2022 staan lijsten met de goederen die in ruimte 1 en 2 zijn aangetroffen en als hennepgerelateerd zijn aangeduid. In de bestuurlijke rapportage zijn ook verklaringen van getuigen weergegeven. Er staat dat [onderhuurder] bij deze controle heeft verklaard dat de aangetroffen goederen in het door hem gehuurde gedeelte, Ruimte 2, van hem zijn. Hij heeft over de aangetroffen goederen verklaard dat het hem financieel niet goed ging en dat hij toen dacht aan het beginnen van een hennepkwekerij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2599
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202307895/1/A3

202401543/1/R3

De gemeenteraad van Leeuwarden heeft het verzoek van Retailplan mogen afwijzen om het bestemmingsplan ‘Leeuwarden - Industrieterrein Leeuwarden Oost en de Hemrik’ te herzien. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in deze uitspraak geoordeeld. Retailplan deed dit verzoek namens twee vastgoedbedrijven die het bestemmingsplan zo wilden laten aan te passen dat er op het industrieterrein een winkelcentrum mag komen waarin ook supermarkten zijn toegestaan. De gemeenteraad wees dit verzoek af, omdat de vestiging van een supermarkt op deze locatie volgens hem in strijd is met het gemeentelijke detailhandelsbeleid. Maar volgens Avondster Vastgoed en Winkelplein Hemrik Vastgoed is dit in strijd met de Europese Dienstenrichtlijn, omdat hiermee geen ‘verruimde perifere detailhandel’ is toegestaan, wat leidt tot een beperking van de vrijheid van vestiging. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn mogen aan de vrijheid van vestiging alleen beperkingen worden gesteld die noodzakelijk en evenredig zijn. Volgens de vastgoedbedrijven wordt in dit geval niet aan deze voorwaarden voldaan. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak voldoet de zogeheten brancheringsregeling in het bestemmingsplan wel aan de voorwaarden van de Europese Dienstenrichtlijn. Er is in dit geval geen sprake van een eis die een direct of indirect onderscheid maakt naar nationaliteit of plaats. Ook heeft de gemeenteraad zich op het standpunt mogen stellen dat “het doel waarmee hij het opnemen van de vestigingsbeperking rechtvaardigt, namelijk de bescherming van het stedelijk milieu, een dwingende reden van algemeen belang vormt.” Verder komt de Afdeling bestuursrechtspraak tot de conclusie dat de regeling in het bestemmingsplan waarvan de vastgoedbedrijven de gemeenteraad hebben verzocht om deze te herzien, “geschikt is en niet verder gaat dan nodig om de daarmee beoogde doelen te bereiken” en daarmee aan het vereiste van evenredigheid voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2578
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202401543/1/R3

202401907/1/R3

Bij besluit van 20 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld geweigerd handhavend op te treden. Bij besluit van 30 mei 2017 heeft het college aan [vergunningshouder] een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo verleend voor het aanleggen van een smalspoor van de Toegangspoort Holtingerveld naar Manege Holtinge te Havelte. Dit smalspoor kon door bezoekers van het Holtingerveld gebruikt worden om te railfietsen. Aan het einde van het spoor bevond zich een draaipunt waar de railfietsen werden omgedraaid zodat de gebruikers terug konden fietsen. Het smalspoor lag vlakbij de woning van [appellant]. Na een eerdere verplaatsing van het eindpunt van het tracé, en daarmee het draaiplateau, in 2019 is begin 2022 het eindpunt van het tracé, en ook het draaiplateau, opnieuw verplaatst. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het aanleggen van het eindpunt van het tracé zonder, dan wel in afwijking van de verleende omgevingsvergunning. Dat verzoek heeft het college afgewezen, omdat volgens hem concreet zicht op legalisering bestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2589
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401907/1/R3

202402219/1/R3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer het handhavingsverzoek van [appellant A] en [appellant B] afgewezen. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 1] in Zoetermeer. Aan de andere kant van de straat, tegenover de woning staat de woning van [partij A] en [partij B]. Tussen de beide woningen is, nadat de woningen en de daken waren gebouwd, over de straat een overkluizing aangebracht. De woningen zijn in zoverre dus met elkaar verbonden. Het deel van de overkluizing boven de straat behoort tot de woning van [appellant A] en [appellant B]. Het dak van de overkluizing sluit haaks aan op het schuine dak van de woning van [partij A] en [partij B]. De straatgevel van hun woning op [locatie 2] is opgetrokken tot het dakbeschot van de overkluizing. Het oorspronkelijke dakbeschot van de woning op [locatie 2] is bij de oplevering blijven zitten, waardoor er een loze ruimte ontstond tussen het dakbeschot en de overkluizing. Zo'n loze ruimte wordt een bouwsnipper genoemd. De vorige bewoner van de woning op [locatie 2] heeft de bouwsnipper bij zijn woning getrokken door de gordingen en het dakbeschot van het schuine dak van zijn woning te verwijderen. De vorige bewoner heeft in de ene hoek van de aansluitende dakvlakken een zogeheten kilkeper aangebracht. In de andere hoek rustten de gordingen op een wandje van gipsbetonblokken. [partij A] en [partij B] hebben dat wandje vervangen door twee verticale houten balken die zijn verankerd in de betonvloer. In 2016 hebben [appellant A] en [appellant B] het college verzocht handhavend op te treden tegen de gewijzigde kapconstructie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2594
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402219/1/R3

202402602/1/R2

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk de door [appellanten] aangevraagde omgevingsvergunning voor de legalisering van de Bed & Breakfast (B&B) in de woning aan de [locatie] in Cuijk geweigerd. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan de [locatie] in Cuijk en exploiteren een B&B in de woning. Op dat perceel is op grond van het bestemmingsplan het huisvesten van één huishouden toegestaan. [appellanten] hebben een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de legalisering van de B&B voor vier personen in de woning op het perceel met uitbreiding van één parkeerplaats in afwijking van het geldende bestemmingsplan. Het college is van oordeel dat de aangevraagde B&B in de woning op het perceel vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk is vanwege het gebruik van de buitenfaciliteiten en het gebrek aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. [appellanten] zijn het niet eens met de geweigerde omgevingsvergunning en hebben beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2577
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202402602/1/R2

202402615/1/A2

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft Zorginstituut Nederland aan ASR een vereveningsbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet voor het jaar 2024 toegekend. ASR is het niet eens met de hoogte van de ex ante toekenning van de risicovereveningsbijdrage voor het jaar 2024. De Afdeling beoordeelt in deze uitspraak de gronden die ASR heeft aangevoerd tegen de vaststelling van de hoogte van deze toekenning door het Zorginstituut. De gronden van ASR zien allereerst op de in de Regeling risicoverevening 2024 gehanteerde normbedragen. Deze zijn geschat met behulp van zogenaamde voorwaardelijke regressie. Risicoverevening beoogt verschillen in zorgkosten tussen gezonde en ongezonde verzekerden te compenseren. Daartoe ontvangen zorgverzekeraars een vereveningsbijdrage uit het Zorgverzekeringsfonds. ASR betoogt dat de minister buiten zijn regelgevende bevoegdheid is getreden door voorwaardelijke regressie in te voeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2583
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202402615/1/A2

202402752/1/A3

Bij twee onderscheiden besluiten van 23 december 2019 heeft de korpschef van politie de verzoeken van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] om inzage in hun persoonsgegevens op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingewilligd. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] hebben ieder een aanvraag ingediend voor verlenging van hun jachtaktes. In het kader van deze aanvragen hebben zij allebei een zogenoemde e-screener ingevuld, een digitale vragenlijst die deel uitmaakt van het door de minister aangewezen onderzoek als bedoeld in artikel 6a, sub b, van de Wet wapens en munitie (Wwm). De e-screener bestaat uit vragenlijsten over persoonlijkheidskenmerken en risicofactoren waarvan de uitslag het risico bij wapen- en munitiebezit van de aanvrager aangeeft. Ook hebben [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] ieder voor zich de korpschef op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, b, c, d, g en h, van de AVG verzocht om inzage in de persoonsgegevens die over hen zijn verwerkt in het kader van de e-screener.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2574
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202402752/1/A3

202402945/1/A3

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het verzoek van [appellant] om verkeersmaatregelen te treffen, gedeeltelijk toegewezen. Op 7 november 2022, en aangevuld op 26 januari 2023, heeft [appellant] het college verzocht om verkeersmaatregelen te nemen in en nabij het doorgangspad tussen de Wildhage en de Dr. Hein Hoebenlaan in Teteringen. Hij heeft daarbij specifiek verzocht om het doorgangspad tussen de Wildhage en de Dr. Hein Hoebenlaan aan te duiden als voetpad en in verband hiermee het verkeersbord G7 ‘voetpad’ te plaatsen, in het doorgangspad een verbod in te stellen voor fietsers en bromfietsers en in verband hiermee het verkeersbord C15 ‘gesloten voor fietsers en bromfietsers’ te plaatsen. Verder heeft hij verzocht om in het doorgangspad aan beide zijden dubbele hekken te plaatsen die het voor (brom)fietsers en scooters onmogelijk maken om het doorgangspad te gebruiken en aan het begin van de doodlopende tak van de Wildhage, ter hoogte van de Berkenlaar, het verkeersbord G12b ‘einde verplicht fiets/bromfietspad’ met onderbord ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer’ te plaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2570
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402945/1/A3

202402949/1/A3

Bij besluit van 15 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] woont op de [locatie] in Teteringen. Direct naast de woning van [appellant] bevindt zich een doorgangspad dat de Wildhage met de Dr. Hein Hoebenlaan met elkaar verbindt. Volgens [appellant] maken (brom)fietsers en scooters veelvuldig gebruik van dit doorgangspad om zo bij het achter zijn woning gelegen sportcomplex te komen. Daarvan ervaart hij veel overlast. Daarom heeft hij het college op 2 juli 2022 verzocht om handhavend op te treden tegen de ervaren overlast van de scholieren die met (brom)fiets of scooter gebruik maken van het doorgangspad naast zijn woning. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat tijdens de door hem uitgevoerde controles geen overlast is waargenomen. Op 16 augustus 2022 heeft [appellant] hiertegen bezwaar ingediend en tegelijkertijd een tweede handhavingsverzoek ingediend en verzocht om schadevergoeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2573
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402949/1/A3

202403107/1/R3

Bij besluit van 2 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de horecacategorie van de horeca-inrichting op het perceel [locatie] in Nieuw-Lekkerland (het perceel) van horecacategorie 1 naar horecacategorie 2. [vergunninghoudster] is gevestigd in een kleinschalig winkelcentrum in Nieuw-Lekkerland. Op het perceel rust ingevolge het bestemmingsplan "Bebouwde kom Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk" (het bestemmingsplan) de bestemming "Centrum" en de functie-aanduiding "horeca". Op het perceel is horeca in horecacategorie 1 toegestaan. Naar aanleiding van de handhavingsprocedure heeft [vergunninghoudster] een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend om de horecacategorie voor het café te wijzigen van categorie 1 naar categorie 2. [appellant A] en [appellant B] zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. In hoger beroep is in dat verband alleen nog in geschil of er ook sprake is van strijd met artikel 10.1.2, aanhef en onder a, aanhef en onder 2, van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2563
Datum uitspraak
6 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202403107/1/R3
vorige pagina1...789...1.251volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon