Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.563
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300361/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2020 heeft de minister van Justitie en Veiligheid met ingang van 1 juli 2020 de inschrijvingen van [appellant sub 1] in het Register beëdigde tolken en vertalers doorgehaald en bepaald dat [appellant sub 1] tot en met 1 juli 2025 geen nieuw verzoek tot inschrijving als tolk en/of vertaler in het Rbtv kan indienen. Op 31 oktober 2019 respectievelijk 22 november 2019 ontving Bureau Wet beëdigde tolken en vertalers een tweetal klachten, van Tolk- en Vertaalcentrum Nederland en van de Raad voor Rechtsbijstand, over [appellant sub 1]. In de klachten werd beschreven dat [appellant sub 1] onbevoegd gebruik heeft gemaakt van het klantaccount van de Raad om niet-bestaande tolkopdrachten aan te maken. Deze niet-bestaande tolkopdrachten accepteerde hij in zijn eigen tolkaccount, om deze vervolgens binnen vier uur voor aanvang van de betreffende tolkopdracht te annuleren met het klantaccount.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5736
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300361/1/A3

202300410/1/R4

Bij besluit van 24 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [appellant A] en [appellante B] gelast om het gebruik van de recreatiewoning op het adres [locatie] in Lunteren voor permanente bewoning binnen twaalf maanden te beëindigen en beëindigd te houden. Als zij dat niet doen, moeten zij een dwangsom betalen van € 20.000,- ineens. appellant A] en [appellante B] zijn de eigenaars van de recreatiewoning aan de [locatie] in Lunteren, die zij sinds 2009 permanent bewonen. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat permanente bewoning van recreatiewoningen in strijd is met het bestemmingsplan. [appellant A] en [appellante B] zijn het daar niet mee eens. Volgens hen is er sprake van een bijzonder geval en had het college moeten afzien van handhaving. De rechtbank heeft in de financiële en medische situatie van [appellant A] en [appellante B], hun gebrek aan zelfredzaamheid, de krapte op de woningmarkt en de omstandigheid dat het elf jaar heeft geduurd voordat het college is overgegaan tot handhaving in dit geval aanleiding gezien om te oordelen dat het college van handhavend optreden had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5744
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300410/1/R4

202300892/1/R2

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Waalwijk, Sint-Clemenskerk" vastgesteld. De Sint-Clemenskerk in Waalwijk, een rijksmonument, is sinds 2019 niet meer als zodanig in gebruik. Het plan maakt de bouw van in totaal maximaal 83 wooneenheden mogelijk in en rond de kerk, waarvan maximaal 46 zorgwoningen en maximaal 37 woningen. Het plangebied ligt in de woonwijk Baardwijk, tussen de Loeffstraat, een scoutingterrein aan die straat, de Pastoor van der Zijlestraat en de waterloop langs het Sint Clemenspad in Waalwijk. De kerk en het kerkplein maken deel uit van het plangebied. De initiatiefnemer is eigenaar van de gronden van de kerk en van het kerkplein. Hij wil voor de realisatie van de appartementen en zorgwoningen de kerk inpandig verbouwen, de pastorie slopen voor vervangende nieuwbouw, en twee nieuwe woongebouwen rond de tuin van de kerk bouwen, namelijk "De Refter" met appartementen, en het "Kapittelhuis" met zorgwoningen. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen aan de Loeffstraat. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat door het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5760
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300892/1/R2

202301590/1/A3

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft de burgemeester van Ermelo een vergunning aan [partij] verleend voor de exploitatie van [restaurant] aan de [locatie] in Ermelo. De burgemeester heeft op 28 juli 2020 op grond van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Ermelo 2020 een exploitatievergunning aan [partij] verleend voor het exploiteren van [restaurant] aan de [locatie] in Ermelo. [appellante A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. De burgemeester heeft dat bezwaar in zijn besluit van 18 januari 2021 gegrond verklaard en de exploitatievergunning ingetrokken. Met dat besluit heeft hij tevens een nieuwe exploitatievergunning verleend. Daartegen zijn [appellante A] en [appellant B]opgekomen. De rechtbank heeft het door hen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellante A] en [appellant B] betogen dat de burgemeester de exploitatievergunning had moeten weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft dat volgens hen niet onderkend. [restaurant] heeft een terras en op grond van het bestemmingsplan "De Driehoek 2016" is dat ter plaatse niet toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5580
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202301590/1/A3

202301620/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2021 heeft de Kansspelautoriteit aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 500.000,- opgelegd wegens overtreding van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen. [appellante] is de exploitant van de website [naam.com] en heeft daarop zonder vergunning online kansspelen aangeboden op, in elk geval mede, de Nederlandse markt. Dit is in strijd met artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok. In een besluit van 30 maart 2021 heeft de Ksa aan [appellante] daarom een boete van € 500.000,- opgelegd. Bij de vaststelling van de boete heeft de Ksa de Boetebeleidsregels aanbieden kansspelen online zonder vergunning uit 2019 gevolgd. Het boetebesluit is gebaseerd op het boeterapport van 30 november 2020. Volgens de Ksa volgt hieruit dat het aanbod van [appellante] (mede) op Nederland was gericht, in ieder geval in de periode van 9 januari 2020 tot en met 9 september 2020. In het algemeen belang van informatievoorziening en transparantie heeft de Ksa het boetebesluit op 30 maart 2021 openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5728
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202301620/1/A3

202302109/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het College van procureurs-generaal de verzoeken van [appellanten] om inzage in hen betreffende verwerkte strafvorderlijke gegevens afgewezen. [appellanten] hebben het College bij brieven van 4 februari 2020 verzocht om inzage in hen betreffende strafvorderlijke gegevens die het Openbaar Ministerie in bezit heeft en heeft verwerkt. Zij willen controleren of de persoonsgegevens juist zijn en correct zijn verwerkt. De verzoeken zijn getoetst aan artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en artikel 39i van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het College heeft de documenten waarin de persoonsgegevens van [appellanten] staan ter inzage gegeven en ook verstrekt. Alle overige informatie is onleesbaar gemaakt, omdat dit geen persoonsgegevens van [appellanten] zelf zijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat het College voldoende inzicht in de context van de verwerkte strafvorderlijke gegevens heeft gegeven. Het College hanteert niet een onjuiste of te enge uitleg van het begrip ‘persoonsgegevens’. De rechtbank is tot dit oordeel gekomen mede na kennisname van de ongelakte versie van de documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5739
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202302109/1/A3

202302553/1/A3

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft de burgemeester een vergunning aan [partij] verleend voor de exploitatie van [bedrijf] aan de [locatie] in Ermelo. De burgemeester heeft op 28 juli 2020 op grond van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Ermelo 2020 een exploitatievergunning aan [partij] verleend voor het exploiteren van [bedrijf] aan de [locatie] in Ermelo. [appellante A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. De burgemeester heeft dat bezwaar in zijn besluit van 18 januari 2021 gegrond verklaard en de exploitatievergunning ingetrokken. Met dat besluit heeft hij tevens een nieuwe exploitatievergunning verleend. Daartegen zijn [appellante A] en [appellant B] opgekomen. De rechtbank heeft het door hen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellante A] en [appellant B] betogen dat de burgemeester de exploitatievergunning had moeten weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft dat volgens hen niet onderkend. [bedrijf] heeft een terras en op grond van het bestemmingsplan "De Driehoek 2016" is dat ter plaatse niet toegestaan. In de bestemmingsomschrijving staat namelijk niet dat de grond tevens bestemd is voor een terras.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5737
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202302553/1/A3

202302800/1/R3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de op grond van de Ontgrondingenwet aan Zand- en Grintmaatschappij DOS B.V. verleende vergunning voor het ontgronden van de Bemmelse Waard gewijzigd. Bij besluit van 12 oktober 2016 heeft het college aan DOS een vergunning verleend voor het ontgronden van de Bemmelse Waard, gelegen in de gemeente Lingewaard. Bij besluit van 29 april 2019 heeft het college deze vergunning gewijzigd. Deze wijziging had betrekking op de noordwesthoek van het ontgrondingsgebied. Op 3 maart 2022 heeft DOS opnieuw een aanvraag tot wijziging van de ontgrondingenvergunning ingediend. De aangevraagde wijziging houdt in, voor zover hier van belang, dat de bestaande ooibossen ten noorden van de plassen met elkaar worden verbonden en dat twee agrarische percelen worden omgevormd van agrarisch gebruik naar natuurbegrazingsbeheer. Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college de verleende ontgrondingenvergunning overeenkomstig de aanvraag gewijzigd. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Bemmel en zijn het niet eens met het besluit. Zij vrezen door dit besluit vanuit hun woning het zicht op de stuwwal aan de overkant van de Waal te verliezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5761
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202302800/1/R3

202303057/1/A2

Bij besluit van 1 augustus 2022 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs het verzoek van de besturen van de stichting PCBO Apeldoorn en de stichting Veluwse Onderwijsgroep om aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden afgewezen. Met ingang van 1 augustus 2022 heeft stichting Leerplein055 de onder haar bevoegd gezag ressorterende basisschool De Reiziger opgeheven, omdat de Inspectie van het Onderwijs de school het predicaat zeer zwak heeft gegeven en het leerlingenaantal van de stichting onder de gemiddelde schoolgrootte was gekomen waardoor zij een school moest sluiten. De Reiziger was tot de opheffing gehuisvest in een multifunctioneel gebouw in Apeldoorn Zuid. In dit gebouw zijn ook twee andere basisscholen gehuisvest, namelijk Het Kompas van de stichting PCBO Apeldoorn en Sebastiaan van de stichting Veluwse Onderwijsgroep. Het Kompas heeft 17 leerlingen overgenomen van de opgeheven school en Sebastiaan 18 leerlingen. Op 20 mei 2022, vooruitlopend op de opheffing van De Reiziger, heeft de directeur bedrijfsvoering van de stichting Veluwse Onderwijsgroep namens de besturen van beide stichtingen op grond van artikel 120 van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO) een aanvraag ingediend voor het toekennen van aanvullende bekostiging bij bijzondere omstandigheden voor in totaal € 541.907,00, waarvan € 200.706,00 voor Het Kompas en € 341.201,00 voor Sebastiaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5768
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202303057/1/A2

202303359/1/R1

Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het omzetten van een vluchtweg naar een balkon met terrasafscheiding op het perceel [locatie 1]-[locatie 2] in Alkmaar. Op 30 november 2016 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor een bovenwoning op de eerste verdieping op het perceel. Voor de bovenwoning is toen ook een vluchtweg op de eerste verdieping met op- en afgang en met afscheiding vergund. [vergunninghouder] heeft op 28 juli 2020 een vergunning aangevraagd voor het deels wijzigen van de vluchtweg naar balkon met erfafscheiding. Het college heeft bij besluit op bezwaar van 2 maart 2022 de gevraagde vergunning verleend. De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het balkon met op- en afgang in strijd is met het bestemmingsplan "Alkmaar Zuid". [appellant] voert aan dat het balkon het deel van het bouwvlak dat een bouwhoogte van 12 m mogelijk maakt, overschrijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5757
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303359/1/R1

202304294/1/R1

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van de eerste verdieping van een bedrijfsgebouw aan de [locatie] in Hoofddorp (hierna: het perceel) tot twee appartementen. [appellant] wil een deel van de eerste verdieping van het bestaande bedrijfsgebouw op het perceel verbouwen om zelfstandige bewoning mogelijk te maken. Dit is in strijd met de hier op grond van het bestemmingsplan "Hoofddorp Noord" geldende bestemming "Gemengd - 1". Eerder heeft [appellant] het college verzocht om een omgevingsvergunning om in afwijking van het bestemmingsplan op de eerste verdieping één appartement te realiseren. Het college heeft die omgevingsvergunning geweigerd. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college aan de weigering om omgevingsvergunning te verlenen niet ten grondslag had mogen leggen dat de gevraagde appartementen de in dit gebied toegestane bedrijfsactiviteiten in de bedrijfscategorieën 1, 2 en 3.1 kunnen belemmeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5758
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304294/1/R1

202304947/1/R2

Bij besluit van 14 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een 250 m lange golfbreker aan de Lithoijense Dijk te Lithoijen. Bij besluit van 24 januari 2022 heeft het college het onder andere door [belanghebbenden] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, de verleende omgevingsvergunning herroepen en deze alsnog geweigerd. Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft het college [appellante] onder het opleggen van een dwangsom van € 5.000,00 per week tot een maximum van € 30.000,00 gelast om binnen twee maanden na de verzenddatum een op het perceel gebouwde aanlegsteiger te verwijderen en verwijderd te houden. [belanghebbenden] wonen op het adres [locatie A] in Lithoijen. Hun woning ligt aan de dijk van de rivier de Maas, vlakbij de in een dode arm van de Maas gelegen jachthaven. In april 2021 heeft [appellante] in het water nabij de jachthaven, in het verlengde van een bestaande aanlegsteiger, een drijvend bouwwerk gerealiseerd met een lengte van ongeveer 250 m. Dit bouwwerk is door middel van palen bevestigd aan de bodem en ligt op de locatie met de gemeentelijke kadastrale aanduiding Lith, sectie H, nummer 537. Over de gehele lengte van het bouwwerk zijn kikkers aangebracht, bedoeld om boten aan te kunnen leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5769
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304947/1/R2

202305237/1/A3

Bij besluit van 27 november 2020 hebben de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Justitie en Veiligheid de aanvraag van Project C tot aanwijzing als teler op het Lochtsepad 13 in Etten-Leur afgewezen. Het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen is een uitwerking van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen, die als doel heeft de productie, levering en verkoop van hennep of hasjiesj te reguleren in deelnemende gemeenten door telers aan te wijzen. In de tien deelnemende gemeenten mochten tien aangewezen telers de hennep of hasjiesj telen. Zij konden hiervoor een aanvraag indienen van 1 juli 2020 tot en met 28 juli 2020. Project C heeft op 28 juli 2020 een aanvraag ingediend om als teler te worden aangewezen als bedoeld in het Besluit. In het Besluit staat dat de aanvrager een ondernemingsplan moet indienen en dat de ministers de burgemeester van de betreffende gemeente om een advies vragen. De burgemeester van Etten-Leur heeft een negatief advies uitgebracht op 11 september 2020 en het advies nader toegelicht op 13 oktober 2020. De ministers hebben de afwijzing van de aanvraag van Project C gebaseerd op dit negatief advies en hun standpunt in het besluit op bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5730
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305237/1/A3

202305639/1/R2

Bij besluit van 15 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [appellant sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van twee recreatiewoningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Teteringen. [appellant sub 1] wil op de percelen twee recreatiewoningen bouwen. Hij heeft hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Op de percelen hebben in het verleden recreatiewoningen gestaan. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Ten tijde van de aanvraag was op de percelen het bestemmingsplan "Buitengebied Teteringen" van toepassing. Op grond van het plan geldt voor de percelen de bestemming "Recreatiewoningen". Rondom de percelen geldt gedeeltelijk de bestemming "Bosgebied" en gedeeltelijk de bestemming "Verkeersdoeleinden". Het bouwen van recreatiewoningen binnen de bestemming "Bosgebied" is niet toegestaan. Milieuvereniging Oosterhout en anderen kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen, omdat zij onder meer vrezen dat het bosgebied rondom de recreatiewoningen wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5766
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305639/1/R2

202306021/1/R3

Bij besluit van 29 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand aan de [locatie] in Zwolle tot vijf appartementen. [appellant] is eigenaar van een fietsenwinkel, maar wil daarmee stoppen. In het pand wil hij appartementen maken. Daarom heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het intern-verbouwen van het pand tot vijf appartementen. Het college heeft deze vergunning eerst verleend, maar na bezwaar van [partij] alsnog geweigerd. Volgens het college werd bij nader inzien met het bouwplan niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat [partij] belanghebbende is bij het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen. In haar einduitspraak heeft de rechtbank vervolgens geoordeeld dat het college uiteindelijk goed heeft gemotiveerd dat het bouwplan voorziet in onvoldoende parkeergelegenheid en dat er niet voldoende parkeervergunningen beschikbaar zijn om het tekort aan parkeerplaatsen op te lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5743
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306021/1/R3

202306916/1/R1

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet [appellant A] onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen 18 maanden na dagtekening van dat besluit de bewoning van het pand [locatie 1] in Nunspeet te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant A] is eigenaar van het perceel [locatie 1] in Nunspeet. Op het perceel staat een vrijstaand gebouw met een oppervlakte van ongeveer 50 m2. Dit perceel maakte voorheen deel uit van het perceel [locatie 2] in Nunspeet, waarop een woning staat. Beide percelen vallen onder het bestemmingsplan "Spoorzone" (hierna: het bestemmingsplan) en hebben, evenals de daarop gelegen bebouwing, de enkelbestemming "Wonen". De percelen liggen binnen hetzelfde bestemmingsvlak. [appellant A] laat zijn meerderjarige kinderen [persoon A] en [persoon B] in het pand wonen. [appellant A] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het gebruik van zijn pand voor wonen niet in strijd is met de in artikel 15.4.1, aanhef en onder e, van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5767
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306916/1/R1

202307838/1/R3

Bij besluit van 6 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een winkel op de begane grond met vijf appartementen op de eerste en tweede verdieping op het perceel [locatie] in Burgum. Het bouwplan voorziet in de nieuwbouw van een winkel op de begane grond met vijf appartementen op de eerste en tweede verdieping op het perceel. Het bouwplan past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Burgum 2016", op grond waarvan op het perceel de bestemmingen "Centrum" en "Waarde-Archeologie" rusten. Het college heeft voor de realisering van het bouwplan een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant] en anderen verzetten zich tegen de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5755
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307838/1/R3

202307875/1/R2

Bij besluit van 21 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maashorst het wijzigingsplan "Oudedijk 2c Odiliapeel" vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op de gronden gelegen naast het perceel aan de Oudedijk 4 in Odiliapeel. Het wijzigingsplan voorziet in de omzetting van de op het perceel rustende bestemmingen "Agrarisch" en "Groen" in de bestemming "Bedrijf". Verder voorziet het wijzigingsplan in een aanduiding "opslag" en in een bouwvlak. Het college heeft gebruikgemaakt van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 14.1 van de planregels van het bestemmingsplan "Gebied Oudedijk, Odiliapeel". Initiatiefnemer [partij] is eigenaar van het perceel en is van plan op een deel van het perceel een bedrijfshal voor opslagdoeleinden ten behoeve van zijn auto- en veilingbedrijf te realiseren. Buizerd is eigenaar van het tankstation aan de Oudedijk 6 in Odiliapeel en verkoopt ook LPG en beschikt over een LPG-vulpunt. Buizerd is het niet eens met het wijzigingsplan, met name omdat zij vreest dat het wijzigingsplan leidt tot een beperking van haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5733
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307875/1/R2

202307921/1/A2

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de Dienst Wegverkeer een aanvraag van [wederpartij] om inschrijving van een voertuig in het kentekenregister van de RDW en tenaamstelling van dit voertuig op zijn naam afgewezen. [wederpartij] heeft op 20 januari 2022 in Duitsland voor € 18.000,00 een voertuig gekocht. Achteraf is gebleken dat hij is opgelicht en in het bezit is gekomen van een gestolen voertuig, waarvan een Duits autoverhuurbedrijf de eigenaar is, en dat hij bij de aankoop een vals kentekenbewijs heeft gekregen. Het originele kentekenbewijs is eerder afgegeven in Duitsland. [wederpartij] heeft op 12 mei 2022 een aanvraag ingediend bij de RDW voor inschrijving en tenaamstelling van het voertuig in het kentekenregister van de RDW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5770
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202307921/1/A2

202307979/1/A2

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom de aanvraag van de erfgoedorganisaties om het hoofdgebouw en het zusterhuis aan het Sint Catharinaplein 25 aan te wijzen als gemeentelijk monument afgewezen. Stichting Tante Louise is eigenaar van het terrein met bebouwing van het voormalige verzorgingstehuis St. Catharinacomplex, gelegen aan het Sint Catharinaplein 25 in Bergen op Zoom. Zij is een zorgaanbieder en heeft het complex verworven met het voornemen om daar een nieuw zorgcentrum voor verpleeghuiszorg, huisvesting voor senioren en een parkeerkelder te realiseren. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Bergen op Zoom heeft, na navraag van de erfgoedorganisaties, geadviseerd om de panden, die op die locatie zijn gelegen, aan te wijzen als gemeentelijk monument. Bij brief van 26 april 2019 heeft Stichting Tante Louise haar zienswijze gegeven op het voornemen van het college om de panden aan te wijzen als gemeentelijk monument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5745
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202307979/1/A2

202400096/1/R1

Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten het wijzigingsplan "De Bloesemgaard fase 2 Margraten" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van 40 grondgebonden woningen ten noorden van de kern Margraten, waaronder starterswoningen, half-vrijstaande woningen, levensloopbestendige woningen en bouwkavels voor vrijstaande woningen. De locatie is onderdeel van een grotere woningbouwontwikkeling. Een deel van de woningbouw is al gerealiseerd en een deel van de gronden is in afwachting van de ontwikkeling waarin het wijzigingsplan voorziet. Het college heeft gebruikgemaakt van zijn wijzigingsbevoegdheid, die is opgenomen in het bestemmingsplan "Woningbouw Heiligerweg". [appellant sub 1] is eigenaar van het perceel nr. 808. [appellant sub 2] woont aan de [locatie] op ongeveer 115 meter afstand van het zuidelijke deel van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5773
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202400096/1/R1

202400473/1/R1

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de raad van de gemeente Ouder-Amstel het bestemmingsplan "Duivendrechtsevaart Zuid" vastgesteld. Bij uitspraak van 10 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1834, heeft de Afdeling het besluit van de raad van 27 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Duivendrechtsevaart" vernietigd. Het plan voorziet in een planologische regeling voor de Duivendrechtsevaart inclusief de kade ten zuiden van de A10, ter hoogte van de Spaklerweg, Joan Muyskenweg en de Van der Madeweg. De ligplaatsen van de zes woonboten binnen het plangebied aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en de [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6] krijgen met het plan de bestemming "Water- Voorlopig". Deze bestemming hadden die gronden ook onder het vernietigde plan. Dit is een voorlopige bestemming die op grond van artikel 6.4, onder a, van de planregels voor vijf jaar na inwerkingtreding van het plan geldt. Het voornemen is deze woonboten na het verstrijken van die vijf jaar te verplaatsen naar de kade langs de Pieter Braaijweg. [appellant sub 2A], [appellant sub 2B] en [appellant sub 2C] zijn eigenaren van woonboten aan respectievelijk de [locatie 3], [locatie 1] en [locatie 2], waar zij ook wonen. Zij zijn het er niet mee eens dat de ligplaatsen van hun woonboten een voorlopige bestemming hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5763
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202400473/1/R1

202400609/1/A2

Bij e-mailbericht van 8 mei 2023 heeft de stichting Tijdelijk Noodfonds Energie [appellant] medegedeeld dat hij geen verzoek om een tegemoetkoming uit het Noodfonds Energie meer kan indienen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet is voldaan aan het financiële en inhoudelijke vereiste. Wat het financiële vereiste betreft, voert hij aan dat de financiële inbreng van derden, die vijftig procent bedraagt, onder zware druk van de overheid is bijgedragen. Wat het inhoudelijke vereiste betreft, stelt hij dat de stichting door de overheid is opgericht, wijst hij op de statuten van de stichting en stelt hij dat de koers van de stichting wordt bepaald door twee zwaargewichten uit de Nederlandse politiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5746
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400609/1/A2

202400633/1/A3

Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de raad op verzoek van [appellante] op grond van de Wet open overheid documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. De raad heeft met een besluit van 11 februari 2020 tien documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Dit is inmiddels de Woo geworden. [appellante] heeft de raad op 5 september 2022 verzocht om op grond van de Woo opnieuw deze tien documenten openbaar te maken. Zij heeft er daarbij op gewezen dat delen van deze documenten eerder buiten de reikwijdte van het verzoek vielen en daarom niet openbaar zijn gemaakt. Daarnaast is de desbetreffende informatie inmiddels vijf jaar oud en is de Woo in werking getreden, waardoor een ander regime geldt en minder snel een beroep op de uitzonderingsgrond van de persoonlijke beleidsopvatting gedaan kan worden. Daarom verzoekt [appellante] om de documenten alsnog integraal openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5734
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400633/1/A3

202400650/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2020 heeft het college zowel aan [appellant A] als aan [appellant B] een boete opgelegd van € 6.000,00 voor het omzetten of omgezet houden van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimtes. [appellant A] en [appellant B] zijn sinds 1997 beiden eigenaar van de woning aan de [locatie] (hierna: de woning). Zij verhuren de woning kamersgewijs. Sinds 2000 is er regelmatig contact geweest tussen [appellant A] en [appellant B] en toezichthouders. Hierbij is aangegeven dat [appellant A] en [appellant B] een omzettingsvergunning nodig hebben om kamersgewijs te mogen verhuren. Op 17 oktober 2019 hebben toezichthouders de woning opnieuw bezocht. Van het bezoek is een rapport van bevindingen opgesteld. De toezichthouders troffen een bewoner aan, [persoon A], die verklaarde dat er vier personen op het adres wonen. Vroeger betaalde hij zijn huur aan [appellant B], maar op diens verzoek maakt hij nu de huur over aan één van de andere bewoners, genaamd [persoon B].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5771
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202400650/1/A2

202400691/1/R3

Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan Twins Investments B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een bedrijfsverzamelgebouw aan de Lorentzstraat 15BUI tot en met 15BU5 en de Nobelstraat 15BU6 tot en met 15BU26 in ‘s-Gravenzande. Het hoger beroep van [appellante] beperkt zich, zoals ook ter zitting is vastgesteld, tot de vraag of de rechtbank tot het oordeel kon komen dat het college mocht uitgaan van het bepaalde in artikel 4, zesde lid, onder a, van de Parkeernormering gemeente Westland. [appellante] betoogt, dat de parkeerbehoefte moet worden bepaald op basis van de representatieve maximale invulling volgens artikel 4, zesde lid, onder b, van Parkeernormering gemeente Westland. De rechtbank oordeelt dat op basis van de aanvraag en de in bezwaarfase overgelegde stukken voldoende duidelijk was welke dominante functies zich naar verwachting zouden vestigen in het bedrijfsverzamelgebouw en aansluiting mocht worden gezocht bij de daarbij behorende parkeernormen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5754
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400691/1/R3

202400841/1/R3

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Terbregseveld Warmoeziersstraat" vastgesteld. Het plan is vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:573. Het plan heeft betrekking op percelen in het Terbregseveld, grenzend aan de Warmoeziersstraat in Rotterdam. Op de percelen bevinden zich een (voormalig) kassencomplex en een volkstuinencomplex. Het plan kent aan deze percelen onder meer de bestemming "Wonen" toe. Dit maakt de bouw van zeven woningen mogelijk. De Bewonersorganisatie vereniging Terbregge’s Belang vreest tijdens de bouw van de woningen problemen in de wijk door het bouwverkeer. Kade Consult is eigenaar van een deel van de percelen. De vereniging betoogt dat het plan zonder aparte bouwweg onuitvoerbaar is. Volgens haar had de raad een aparte bouwweg daarom in het plan moeten opnemen. Zij voert aan dat een gedeelte van de al aanwezige toegangsweg dient als waterkering, waardoor het Hoogheemraadschap mogelijk beperkingen zal stellen aan het gebruik van de weg, dat de bestaande wegen te smal zijn en dat de kwaliteit van de wegen slecht is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5764
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400841/1/R3

202400899/1/R1

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Woningsplitsing en kamerbewoning" vastgesteld. Met het parapluplan wordt voor het gehele grondgebied van de gemeente Heerlen, met uitzondering van de gronden, waarop een beheersverordening van toepassing is, voorzien in een verbod op kamerbewoning en woningsplitsing. In artikel 6 van de planregels is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Met toepassing van dat artikel kan van het verbod op kamerbewoning en woningsplitsing worden afgeweken. Aanleiding voor het parapluplan is de wens van de raad om meer grip te krijgen op de mate van woningsplitsing en/of -omzetting en kamerverhuur binnen het gehele grondgebied van de gemeente, zodat in de verschillende wijken een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden. Brixx is vastgoedontwikkelaar en eigenaar van woningen in Heerlen en heeft beroep ingesteld tegen het parapluplan, omdat zij vreest daardoor in haar bedrijfsvoering te worden beperkt. Volgens Brixx is het parapluplan in strijd met regionaal en provinciaal beleid. Verder heeft Brixx gronden gericht tegen artikel 6 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5762
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202400899/1/R1

202401741/1/R3

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de raad van de gemeente Barendrecht het bestemmingsplan "De Stationstuinen 1ste fase" vastgesteld. Met het plan wil de raad een herontwikkeling van De Stationstuinen mogelijk maken van (voornamelijk) een bedrijventerrein naar een gemengd programma van wonen, werken, onderwijs, bedrijvigheid en voorzieningen. Voor De Stationstuinen als geheel wordt uitgegaan van maximaal 517.000 m² bruto vloeroppervlak. Ten minste 67.500 m2 bvo wordt gereserveerd voor voorzieningen en werken. De resterende 449.500 m2 bvo wordt benut voor zo’n 3.500 woningen, een uitbreiding van werken en voorzieningen en de parkeeroplossing voor het hele programma. Verder is het de bedoeling dat het gebied voornamelijk autoluw wordt. Het gebied zal gericht zijn op langzaam verkeer en het gebruik van OV, waarbij voorrang wordt gegeven aan fietsers en voetgangers. Aan de randen van het gebied zijn mobilityhubs voorzien, waarin openbare gemeenschappelijke parkeervoorzieningen zullen worden aangelegd en ook deelmobiliteit in de vorm van deelauto’s, -scooters en -fietsen beschikbaar zal zijn. De herontwikkeling van het totale gebied zal gefaseerd verlopen. Naar verwachting zal de volledige ontwikkeling van De Stationstuinen ruim 10 jaar duren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5747
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401741/1/R3

202401761/1/A2

Bij brief van 24 juni 2023 heeft de minister van Financiën [wederpartij] medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een financiële vergoeding wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening. Deze zaak gaat over de vraag of de zogenoemde afsluitende brief Fraude Signalering Voorziening een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De minister heeft [wederpartij] op 14 juni 2023 per brief laten weten dat haar persoonsgegevens in de FSV stonden. Vervolgens heeft de minister op 24 juni 2023 de afsluitende brief aan [wederpartij] verzonden. Volgens die brief komt zij niet in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming, omdat haar FSV-registratie geen gevolgen heeft gehad bij de Belastingdienst, haar gegevens niet zijn gedeeld met andere organisaties en het niet gaat om bijzondere persoonsgegevens. Het daartegen gemaakte bezwaar is op 10 augustus 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de minister is de afsluitende brief enkel informatief van aard en dus geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Tegen de afsluitende brief kan daarom geen bezwaar worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5742
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202401761/1/A2

202402585/3/R2

Bij tussenuitspraak van 5 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:430, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Tilburg opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 11 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Noordhoek 2010, 1e herziening (Elzenhof 139)", te herstellen. Het plan waarover de Afdeling tussenuitspraak heeft gedaan maakt een functieverandering van de voormalige Ursulinekapel en kapeltuin mogelijk, waarbij de woonbestemming wordt omgezet naar de bestemming "Maatschappelijk". Het is de bedoeling dat er samen met de bestaande basisschool "De Elzen" een Integraal Kindcentrum mogelijk wordt gemaakt. De kapel zal worden gebruikt als buitenschoolse opvangruimte en voor onderwijsondersteunende ruimten. De bij de kapel behorende afgesloten tuin zal worden gebruikt door 24 kinderen van de kinderdagopvang in de leeftijdscategorie van nul tot vier jaar. Wijkraad Noordhoek en anderen betogen dat het aanvullend akoestisch onderzoek uitgaat van onjuiste uitgangspunten en dat het onderzoek onvolkomenheden bevat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5753
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402585/3/R2

202402808/1/R1

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Weert het bestemmingsplan "Buitengebied 2011, 2e herziening" vastgesteld. Het plan voorziet erin op een aantal locaties in Weert waar geen sprake meer is van een intensieve veehouderij de functieaanduiding "intensieve veehouderij" te schrappen, waardoor het gebruik als intensieve veehouderij daar planologisch niet meer is toegestaan. Het plan brengt verder een aantal wijzigingen aan in de begripsbepalingen. Verder is in het plan een aparte functieaanduiding toegevoegd voor geitenhouderijen. Daarnaast is met het plan ook de mogelijkheid opgenomen om aanvullend maximaal 90 slaapplaatsen bovenop de 90 al bestaande slaapplaatsen in de vorm van bed & breakfast, plattelandskamers en plattelandsappartementen toe te laten in een aantal afwijkingsbevoegdheden. Voor het overige brengt het plan geen wijzigingen aan ten opzichte van de bestemmingsplannen "Buitengebied 2011" en "Buitengebied 2011, 1e herziening". Het bepaalde in die plannen blijft, behoudens de wijzigingen waarin dit plan voorziet, onverkort van kracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5752
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202402808/1/R1

202403074/1/R3

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Hoogeveenhet bestemmingsplan "BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018" vastgesteld. Het plan voorziet in 29 woningen op en rondom twee voormalige zandwinningsplassen ten westen van Hoogeveen. Het gaat om 16 waterwoningen op de westelijke plas, 2 kangoeroewoningen aan de westelijke oever van die plas, en 11 grondgebonden woningen ten oosten van de oostelijke plas. Voor het overige gebied rondom de plassen is er een bestemmingsplan in voorbereiding: "Buitengebied Noord, deelplan Nijstad Vakantiepark", dat 124 recreatiewoningen en een hotel mogelijk maakt. Dat plan ligt in deze zaak niet ter beoordeling voor. [appellant] is eigenaar van een boerderij, gelegen ten noorden van de westelijke plas, aan de grens van het plangebied. Hij gebruikt de boerderij persoonlijk als recreatiewoning en verhuurt deze af en toe. Hij is het niet eens met het plan. Hij vindt onder andere dat de raad voor verwarring zorgt door de ontwikkeling van het gebied rondom de plassen in meerdere bestemmingsplannen op te splitsen en dat er geen behoefte is aan deze woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5738
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202403074/1/R3

202403511/1/A2

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren een aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Op 17 mei 2021 heeft [appellante] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij, in de vorm van waardevermindering van het gebouw en de grond van het perceel, heeft geleden door de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 29 juni 2017 vastgestelde bestemmingsplan Kerkstraat 30 in Someren. Volgens [appellante] heeft dat plan geleid tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van het gebouw, omdat het, anders dan onder het daarvoor geldende bestemmingsplan Someren-Dorp 2013 (hierna: het bestemmingsplan 2013), niet meer is toegestaan om een groot deel van de eerste verdieping van het gebouw te gebruiken voor detailhandel. Ook zijn de gebruiksmogelijkheden van de grond achter het gebouw beperkt met het bestemmingsplan 2017.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5772
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403511/1/A2

202403676/1/A3

Bij brief van 29 juli 2023 heeft de minister van Financiën [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming wegens een registratie in de Fraude Signalering Voorziening. Bij brief van 2 juni 2021 heeft de minister [appellant] op de hoogte gesteld dat zijn persoonsgegevens zijn geregistreerd in de FSV, en medegedeeld dat een onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van die registratie voor hem. Bij brief van 29 juli 2023 heeft de minister [appellant] ingelicht dat uit dat onderzoek is gebleken dat de FSV-registratie voor hem geen gevolgen heeft gehad en dat hij daarom niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming. Tegen de brief van 29 juli 2023 heeft [appellant] bezwaar gemaakt. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat de brief geen besluit is waartegen bezwaar en beroep open staat, en daarom het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de brief van 29 juli 2023 geen besluit is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5765
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403676/1/A3

202404465/1/R4

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Barneveld-Centrum 2022" vastgesteld. Met het plan worden verschillende bestemmings- en wijzigingsplannen herzien die golden voor het centrum van Barneveld en de omliggende wijk Gelreweg/Juliaplein. [appellant] is eigenaar van de percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2]. De Langstraat is een winkelstraat in de historische kern van Barneveld. De bebouwing op de percelen biedt ruimte aan twee winkels en drie woningen. Bezien vanuit de Langstraat is die bebouwing gesitueerd aan de voorzijde van de percelen. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het plan gold ter plaatse van de percelen het bestemmingsplan "Barneveld-Centrum" (hierna: het vorige plan). Op grond van het vorige plan rustte op de percelen de bestemming "Centrum". Die bestemming rust op grond van het plan alleen nog op de voorzijde van de percelen, nabij de Langstraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5751
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404465/1/R4

202406697/1/A2

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de raad voor rechtsbijstand aan [wederpartij] voor de door hem verleende rechtsbijstand op de toevoeging met kenmerk 2FO5380 een vergoeding van € 1293,62 vastgesteld. [wederpartij] heeft rechtsbijstand verleend aan [rechtzoekende] in twee zaken over haar bijstandsuitkering. De raad heeft voor deze rechtsbijstand toevoegingen verleend met kenmerken 2FO5380 en 2FO5552 (de toevoegingen). [wederpartij] heeft twee aanvragen ingediend om vergoeding te krijgen voor de door hem verleende rechtsbijstand op de toevoegingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5729
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406697/1/A2

202406715/1/R3

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het "Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Dantumadiel" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een zogenaamd paraplubestemmingsplan en geldt voor het grondgebied van de gemeente Dantumadiel. Het plan maakt de realisatie van ten hoogste twee windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf via een vergunningenstelstel (binnenplanse afwijking) onder voorwaarden mogelijk. Het gaat om windturbines met een maximale ashoogte van 15 m. [appellante] woont aan de [locatie A] in De Falom. Haar perceel grenst aan het perceel [locatie B] in de Falom. Dit betreft een bouwperceel voor een agrarisch bedrijf. Ook op dit perceel maakt het bestemmingsplan de realisatie van twee windturbines mogelijk. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, voor zover dit plan op het perceel één tot twee windturbines mogelijk maakt. Zij vreest aantasting van haar woon- en leefklimaat door het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5732
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202406715/1/R3

202406793/1/R4

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw op een woning op het perceel [locatie 1] in Hilversum. [vergunninghouder] woont op het perceel. Hij wil een dakopbouw bouwen op de achterkant van zijn woning. De goothoogte van de dakopbouw is in strijd met het bestemmingsplan "Bosdrift". Op grond van artikel 19.2.1, onder c, van de planregels is een maximale goothoogte van 6 m toegestaan en de dakopbouw heeft een goothoogte van 8.46 m. Het college heeft voor de afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo en artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5750
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406793/1/R4

202406938/1/A2

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een asielaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [appellant] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. [appellant] heeft op 30 november 2022 bezwaar aangetekend tegen zijn feitelijke overdracht aan Polen op 22 december 2022. Bij besluit van 5 januari 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de overdracht is geannuleerd. De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 28 juni 2023 (zaak nr. NL23.3375) het beroep van [appellant] tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar gegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet bevoegd was een beslissing op het bezwaar te nemen, omdat de grondslag daarvoor ontbrak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5749
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406938/1/A2

202407241/1/A2

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om een toevoeging voor het verlenen van gesubsidieerde rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een asielaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van deze aanvraag (hierna: het overdrachtsbesluit). [appellant] heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank en een voorlopige voorziening gevraagd aan de voorzieningenrechter. Op 18 maart 2023 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een toevoeging voor het instellen van beroep bij de rechtbank tegen een besluit op bezwaar van de staatssecretaris van 5 januari 2023. Bij dit besluit is het bezwaar tegen de geplande feitelijke overdracht van [appellant] aan Polen op 22 december 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de overdracht is geannuleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5748
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407241/1/A2

202500600/1/A2

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Op 24 oktober 2023 heeft [appellant] een aanvraag om een urgentieverklaring ingediend. Daarbij heeft hij toegelicht dat zijn broer onlangs een zelfmoordpoging heeft gedaan en aan psychische problemen lijdt. Er is constant ruzie tussen hen en ook zijn gezondheid lijdt eronder. Hij voelt zich hierdoor niet meer veilig thuis. [appellant] is naar Nederland gevlucht. Op zijn verzoek heeft het COA in samenwerking met de gemeente Bergen voor hem en zijn broer die al onzelfstandig woonde in deze gemeente, voor een woning gezorgd. Zij huren sinds 11 januari 2021 samen een driekamerappartement aan de [locatie] in Bergen. Volgens het college verkeert hij niet in een zodanige noodsituatie dat verhuizen op zeer korte termijn noodzakelijk is. Bovendien heeft hij niet aangetoond dat hij zijn woning moet verlaten vanwege medische en/of sociale problematiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5741
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500600/1/A2

202502122/1/A2

Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de burgemeester van Velsen aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het zonder vergunning exploiteren van een seksinrichting. [appellant] woont op de [locatie] in IJmuiden. De burgemeester heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd voor het zonder vergunning exploiteren van een seksinrichting in deze woning. [appellant] is het hier niet mee eens. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester de last onder dwangsom mocht opleggen. De binnentreding van de opsporingsambtenaren was niet onrechtmatig. [appellant] heeft niet betwist dat de sekswerkers die op dat moment de woning bewoonden toestemming hebben gegeven voor de binnentreding. [appellant] is als hoofdbewoner verantwoordelijk voor het gebruik van zijn woning als seksinrichting. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de opsporingsambtenaren niet bevoegd waren tot het binnentreden van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5731
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502122/1/A2

202303055/1/V3

Betrokkene heeft op 1 april 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5693
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303055/1/V3

202306033/1/V1

Bij besluit van 1 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5692
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306033/1/V1

202403316/1/V1

Bij besluit van 19 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5691
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403316/1/V1

202407395/1/V2

Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5690
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407395/1/V2

BRS.24.000375

Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5663
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000375

BRS.25.001485

Bij besluit van 4 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5662
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001485

BRS.25.001585

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5661
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001585

BRS.25.001895

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 7 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. W.C. Boelens, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5668
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001895

BRS.25.001980

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5666
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001980

BRS.25.002101

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5701
Datum uitspraak
25 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002101

202501748/1/V1

Bij besluit van 24 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H. Postma, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5671
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501748/1/V1

202503085/1/V2

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 22 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. W. Spijkstra, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop appellant heeft gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5672
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503085/1/V2

202503088/1/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 22 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. W. Spijkstra, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop appellant heeft gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5673
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503088/1/V2

202503105/1/V2

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 22 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. W. Spijkstra, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5674
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503105/1/V2

202505547/2/A3

Bij besluiten van 16 november 2023, 27 november 2023 en 17 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ameland zes verzoeken van [wederpartij] op grond van de Wet open overheid buiten behandeling gesteld wegens misbruik van recht. De rechtbank heeft de beroepen van [wederpartij] gegrond verklaard, omdat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van misbruik van recht. Daarom heeft de rechtbank de besluiten van 7 januari 2025 en 28 januari 2025 vernietigd, de besluiten van 16 november 2023 en 27 november 2023 en 17 juni 2024 herroepen en bepaald dat het college binnen twaalf weken een nieuw besluit moet nemen op de zes Woo-verzoeken van [wederpartij]. Het college heeft hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het nog geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank. Het college heeft het standpunt ingenomen dat, als het een inhoudelijk besluit op de Woo-verzoeken van [wederpartij] moet nemen, er onomkeerbare gevolgen ontstaan. Er moeten dan namelijk documenten openbaar worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5669
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202505547/2/A3

BRS.25.000858

Bij besluit van 2 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5644
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000858

BRS.25.001601

Bij besluiten van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5648
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001601

BRS.25.001617 en BRS.25.001618

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een inreisverbod tegen appellant uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5654
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001617 en BRS.25.001618

BRS.25.001714

Bij besluit van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5651
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001714

BRS.25.001735

De Afdeling bestuursrechtspraak kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5652
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Herziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001735

BRS.25.001815

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5653
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001815

202405519/4/R2

Bij tussenuitspraak van 16 april 2025 heeft de Afdeling opgedragen om binnen 26 weken na de verzending daarvan de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Het college van burgemeester en wethouders van Altena heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn met 12 weken om de gelegenheid te hebben om het oordeel in de uitspraak van 9 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1568, van de Afdeling in de zaak over het bestemmingsplan "Buitengebied Zuid 2013, Mastdreef naast nr. 20", vastgesteld door de raad van de gemeente Breda, te kunnen betrekken bij het herstelbesluit. In die zaak heeft de Afdeling een vergelijkbare opdracht gegeven, zo stelt het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5685
Datum uitspraak
24 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405519/4/R2

202407925/1/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5660
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407925/1/V3

202501187/1/V3

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5659
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501187/1/V3

202505796/1/A2

Bij e-mail van 19 november 2025 heeft de studieadviseur mede namens de Examencommissie Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden [verzoeker] te kennen gegeven dat niet is gebleken dat toewijzing van extra tentamenvoorzieningen gerechtvaardigd is. [verzoeker] wil voor het tentamen voor het vak Public International Law dat op vrijdag 21 november 2025 om 13.00 uur wordt afgenomen, gebruik maken van extra voorzieningen. Naast de al aan hem toegekende toetstijdverlenging wil hij vanwege de diagnose AHDH gebruik maken van een laptop en een prikkelarme zaal. De voorzitter van het CBE heeft in de ochtend van 21 november 2025 een voorlopige voorziening getroffen. Daarbij heeft hij bepaald dat [verzoeker] deel kan nemen aan het tentamen Public International Law in een prikkelarme ruimte, met dien verstande dat het tentamen pas wordt nagekeken, dan wel het cijfer pas bekend wordt gemaakt als het CBE hem in administratief beroep gelijk geeft. [verzoeker] wenst een verderstrekkende voorlopige voorziening, omdat hij wil dat de beoordeling van het tentamen niet wordt aangehouden tot op het administratief beroep positief is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5665
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505796/1/A2

BRS.24.000420

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5635
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000420

BRS.25.000620

Bij besluiten van 25 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5638
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000620

BRS.25.001691

Bij besluit van 13 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5637
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001691

BRS.25.001733

Bij besluit van 14 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5592
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001733

BRS.25.001737

Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5581
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001737

BRS.25.002064

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 18 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5670
Datum uitspraak
21 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002064

202407922/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5647
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407922/1/V3

202504126/2/R4

Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Overbetuwe het bestemmingsplan "Elst, Lingezicht" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 395 woningen mogelijk op open, voorheen agrarische gronden aan de noordkant van de Ceintuurbaan in Elst. De woning van [verzoeker] ligt aan de Stapelwolk, recht tegenover het plangebied, op ruim 50 m van de te realiseren uitrit waardoor het plangebied via de Ceintuurbaan wordt ontsloten. Hij vreest voor een verlies van zijn uitzicht en een toename van verkeer en geluidsoverlast als gevolg van de woningbouw die het bestemmingsplan mogelijk maakt. [verzoeker] heeft binnen de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen ingediend, zodat op grond van artikel 8.4 van de Wro de werking van het bestemmingsplan is opgeschort totdat op dat verzoek is beslist. Het verzoek is erop gericht te bereiken dat het gehele plan tijdens de bodemprocedure geschorst blijft. Overigens hebben meerdere appellanten beroep ingesteld tegen het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5641
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202504126/2/R4

202504642/1/V3

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5646
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504642/1/V3

BRS.25.000686

Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5572
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000686

BRS.25.000823

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5574
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000823

BRS.25.001624 en BRS.25.001625

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken en een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5568
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001624 en BRS.25.001625

BRS.25.001812 en BRS.25.001813

Bij besluit van 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5582
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001812 en BRS.25.001813

BRS.25.001845

Bij besluit van 12 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5563
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001845

BRS.25.002044

Bij besluit van 9 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5655
Datum uitspraak
20 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002044

202204477/1/V2

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De minister heeft de asielaanvraag van appellant, met de Sierra Leoonse nationaliteit, afgewezen. Hangende beroep heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek op 25 januari 2022 namens appellant een aanvraag ingediend voor een laissez-passer bij de Sierra Leoonse autoriteiten. Bij brief van 21 mei 2022 is appellant door de korpschef van de politie gevorderd te verschijnen bij de Sierra Leoonse autoriteiten voor presentatie in persoon. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van 19 juni 2018, Gnandi, ECLI:EU:C:2018:465, geoordeeld dat het handelen van de minister door hangende beroep persoonsgegevens van appellant aan de Sierra Leoonse autoriteiten te verstrekken, niet ten koste is gegaan van de doeltreffendheid van het rechtsmiddel beroep. De rechtbank heeft overwogen dat de minister geen asielgerelateerde informatie heeft gedeeld met de Sierra Leoonse autoriteiten en door een lp-aanvraag in te dienen slechts voorbereidende handelingen voor het vertrek heeft verricht. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de minister heeft toegezegd dat de presentatie hangende beroep is opgeschort. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister hangende beroep in het kader van een lp-aanvraag persoonsgegevens van een vreemdeling mag verstrekken aan de autoriteiten van zijn vermoedelijke land van herkomst. De andere uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:5547, gaat over de vraag of de minister hangende beroep een vreemdeling mag presenteren in persoon bij de autoriteiten van zijn vermoedelijke land van herkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5548
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204477/1/V2

202302824/1/V3

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. De minister heeft de asielaanvraag van appellant met de Nigeriaanse nationaliteit afgewezen. De minister heeft het door appellant gestelde lidmaatschap van de Indigenous People of Biafra, een groepering die door de Nigeriaanse autoriteiten wordt gezien als een terroristische organisatie, en de als gevolg daarvan gestelde problemen, ongeloofwaardig geacht. Hangende beroep heeft de minister appellant op 20 oktober 2022 in persoon gepresenteerd bij de Nigeriaanse autoriteiten. De rechtbank heeft overwogen dat het weliswaar onzorgvuldig is dat de minister appellant heeft gepresenteerd in persoon voordat de rechtbank uitspraak had gedaan, maar dat het niet aannemelijk is dat de Nigeriaanse autoriteiten appellant als gevolg daarvan een politieke overtuiging zullen toedichten. Uit het gespreksverslag van de Dienst Terugkeer en Vertrek van 20 oktober 2022 van de presentatie in persoon, volgt niet dat appellant over zijn gestelde lidmaatschap van de IPOB heeft verklaard, aldus de rechtbank. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister hangende beroep een vreemdeling mag presenteren in persoon bij de autoriteiten van zijn vermoedelijke land van herkomst. De andere uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:5548, gaat over de vraag of de minister hangende beroep in het kader van een aanvraag voor een laissez-passer persoonsgegevens van een vreemdeling mag verstrekken aan de autoriteiten van zijn vermoedelijke land van herkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5547
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302824/1/V3

202403141/1/V3

Bij besluit van 6 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5585
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403141/1/V3

202405564/1/V1

Bij besluit van 22 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5586
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405564/1/V1

202406733/1/V3

Bij besluit van 4 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5587
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406733/1/V3

202503558/1/V2

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5588
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503558/1/V2

202503662/2/R2

Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de raad raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "[locatie]" vastgesteld. Het bestreden besluit is genomen op verzoek van [partij], een bedrijf dat is gevestigd op het perceel [locatie] te Boxtel. In het bestemmingsplan worden gronden waarop in het bestemmingsplan 2011 de bestemming "Agrarisch" rustte, gewijzigd in de bestemming "Bedrijf", met de functieaanduiding "opslag". Het bestemmingsplan maakt het hiermee mogelijk om het bedrijf uit te breiden naar de noordzijde van het perceel. Deze uitbreiding mag alleen worden gebruikt voor opslag. Verder is de bestemmingsomschrijving gewijzigd. Waar onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2011" gronden met de bestemming "Bedrijf" alleen mochten worden gebruikt voor de activiteit "loonbedrijf", is dat nu ingevolge artikel 4.1, aanhef en onder a, van de planregels voor een loonwerk- en cultuurtechnisch bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5642
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202503662/2/R2

202504511/1/V2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5589
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504511/1/V2

202504936/2/R3

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Dinkelland het bestemmingsplan "Hoek Parallelweg en Hanzeweg, Denekamp" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de verplaatsing van een bestaand metaalbewerkingsbedrijf naar een bosperceel aan de rand van een bedrijventerrein (hierna: het perceel) mogelijk. Om de verplaatsing mogelijk te maken, moeten in het plangebied bomen worden gekapt. [partij] is de initiatiefnemer van de in het plan voorziene ontwikkeling. Hij heeft op de zitting toegelicht dat hij een overeenkomst heeft met de huidige eigenaar van het perceel, die ertoe strekt dat hij het perceel koopt zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is. [verzoeker] woont in een bedrijfswoning op het perceel [locatie], tegenover de beoogde nieuwe locatie van het metaalbewerkingsbedrijf. Hij kan zich niet verenigen met het plan, in het bijzonder omdat er volgens hem natuurwaarden verloren gaan door de kap van de bomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5643
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202504936/2/R3

BRS.25.001574

Bij besluit van 27 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5553
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001574

BRS.25.001981

Bij besluit van 29 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5639
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001981

202200279/1/R2

Bij besluit van 2 november 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het verzoek van [appellant sub 3] en anderen van 30 maart 2020 om de vergunning van 27 september 2013, inclusief wijziging van 28 september 2015 van [appellante sub 1], verleend op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder d, en het tweede lid, van de Wet natuurbescherming, afgewezen. [appellant sub 3] en anderen hebben verzocht om de natuurvergunning van [appellante sub 1], gevestigd aan de [locatie 1] in Gendt, in te trekken. De natuurvergunning is verleend voor 2015 melkgeiten, 1880 melkgeiten in opfok, 10 melkkoeien en 12 legkippen. [appellant sub 3] en anderen hebben verzocht om intrekking, omdat er volgens hen gewijzigde omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 5.4, eerste lid en onder d, van de Wnb. Ook hebben [appellant sub 3] en anderen verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Wnb, omdat het bedrijf depositie veroorzaakt op het Natura 2000-gebied Rijntakken terwijl niet uitgesloten is dat sprake is van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring van dat gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5598
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202200279/1/R2

202201923/1/R3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Schiermonnikoog het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp" vastgesteld. Een groot deel van de beroepen heeft betrekking op de zogenoemde "tweede woningen" op Schiermonnikoog. Dit zijn woningen die al langere tijd zowel voor permanente bewoning als voor recreatieve bewoning worden gebruikt, dan wel alleen voor recreatieve bewoning. De eigenaren van deze woningen wensen dat in het bestemmingsplan aan hun woningen een bestemming wordt toegekend die zowel permanente bewoning als recreatieve bewoning onbeperkt bij recht toestaat. De raad heeft daar echter niet voor gekozen. De raad heeft aan de zogenoemde tweede woningen in het bestemmingsplan een woonbestemming toegekend, waarbij voor het merendeel van deze woningen geldt dat de recreatieve bewoning onder een uitsterfregeling is gebracht. Die uitsterfregeling houdt in dat het recreatieve gebruik niet meer mag worden hervat wanneer dat gebruik langer dan een jaar onderbroken is geweest. De reden daarvoor is dat de raad beoogt zoveel mogelijk woningen op Schiermonnikoog beschikbaar te houden voor permanente bewoning, met het oog op de krappe woningmarkt en het behoud van de leefbaarheid en het voorzieningenniveau op het eiland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5623
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202201923/1/R3

202203954/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de burgemeester van Hulst de woning aan de [locatie] in Vogelwaarde voor drie maanden gesloten. [appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [locatie] in Vogelwaarde. Bij een inval van de politie op 19 januari 2022 is een hennepkwekerij met 148 planten aangetroffen in een slaapkamer. Volgens de bestuurlijke rapportage van 24 januari 2022 heeft [appellant] verklaard dat hij onder bedreiging criminelen toegang heeft verleend tot de woning en dat die personen daar de hennepplanten hebben neergezet, verzorgd en geoogst. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning gesloten voor drie maanden. De rechtbank heeft de sluiting in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de sluiting van de woning onevenredig is. Hij wijst op zijn ziektebeeld en op het feit dat hij zonder vaste woon- en verblijfsplaats kwam te zitten. Hij stelt dat de burgemeester zijn zorgplicht ten aanzien van vervangende de woonruimte heeft geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5630
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202203954/1/A3

202205384/1/R3

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft het college geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het gebruiken van een gebouw voor vakantieappartementen op het perceel aan de [locatie] in Wateren. [appellant] wil vakantieappartementen voor maximaal tien personen maken in een voormalige schaapskooi op zijn perceel en heeft daarvoor een omgevingsvergunning gevraagd. Het college heeft geweigerd deze omgevingsvergunning te verlenen. In het besluit van 27 januari 2021 staat hierover dat vakantieappartementen in de voormalige schaapskooi in strijd zijn met het bestemmingsplan "Buitengebied Westerveld 2018". In dat bestemmingsplan is aan het perceel de bestemming "Wonen - Voormalige boerderijpanden", zonder aanduiding, toegekend. Op grond van de planregels zijn vakantieappartementen hier niet toegestaan. Volgens het college is de voormalige schaapskooi de afgelopen jaren zo vernieuwd dat er geen sprake meer is van een karakteristiek bijgebouw. In het besluit op bezwaar heeft het college dit besluit in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie en met een aanvullende motivering in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5622
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205384/1/R3

202206804/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen twee lasten onder dwangsom aan Vobi opgelegd om een blokkade van een pad op te heffen en het pad te herstellen. Bij akte van levering van 29 juni 2012 heeft Vobi van NS Vastgoed B.V. de voormalige Stationslocatie Vinkeveen in eigendom verkregen. Op het perceel ligt een voormalig spoortracé tussen de Ringvaart en de Demmerik, kadastraal bekend als gemeente Vinkeveen, sectie D, nummer 1147 (hierna: het pad). In 2017 en 2019 is de gemeente Ronde Venen dit pad gaan verharden. In 2020 heeft Vobi het pad met hekken afgesloten vanwege werkzaamheden op het naastgelegen terrein. Met het besluit van 1 juli 2020 heeft het college twee lasten onder dwangsom aan Vobi opgelegd. Eén voor het verwijderen van de hekwerken en één tot herstel van de door de gemeente aangebrachte verharding op het pad. Met het besluit van 14 december 2021 is het college bij dit besluit gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5605
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202206804/1/A3

202207394/1/A3

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college an burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een tijdelijke vergunning voor een staanplaats op de Nieuwmarkt voor de verkoop van oliebollen in de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 afgewezen. Het college heeft aan [appellante] op 4 oktober 2019 een tijdelijke staanplaatsvergunning verleend voor de verkoop van oliebollen op de Nieuwmarkt te Amsterdam voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019. [appellante] heeft vervolgens twee afzonderlijke aanvragen ingediend voor een tijdelijke staanplaatsvergunning op dezelfde locatie voor de verkoop van oliebollen in de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 en 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2021. Het college heeft beide aanvragen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5607
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207394/1/A3
vorige pagina1...789...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon