Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.933
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.003272

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om verlenging van de geldigheidsduur van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3860
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003272

202306789/1/V2

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3791
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306789/1/V2

202404090/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3790
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404090/1/V1

202601936/2/A3

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de burgemeester van Enscheder de vergunning van [verzoeker] op grond van de Drank- en Horecaverordening van de gemeente Enschede voor [coffeeshop], gevestigd aan de [locatie] te Enschede, ingetrokken. [verzoeker] betoogt dat hij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat door de uitspraak van de rechtbank van 23 juni 2026 de exploitatie van de coffeeshop in gevaar komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3772
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202601936/2/A3

BRS.26.001625

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3742
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001625

BRS.26.001818

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3762
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001818

BRS.26.002032

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3767
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002032

BRS.26.002057

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3738
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002057

BRS.26.002233

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3744
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002233

BRS.26.002718

Bij besluit van 17 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3739
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002718

BRS.26.002748

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3760
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002748

BRS.26.002880

Bij besluit van 3 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3768
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002880

BRS.26.002904

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3755
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002904

BRS.26.002911

Bij besluit van 3 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3761
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002911

BRS.26.002928

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten om een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, niet te behandelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3749
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002928

BRS.26.003000

Bij besluit van 4 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3770
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003000

BRS.26.003051

Bij besluit van 28 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten (terugkeerbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3771
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003051

BRS.26.003208

Bij besluit van 2 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3837
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003208

202204729/1/R2 en 202204784/1/R2

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg een besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) genomen. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 2] en [appellant sub 7] beroep ingesteld. Het PIP maakt de reconstructie van de provinciale weg N280 tussen Weert en Roermond mogelijk. Het PIP gaat over het gedeelte van de N280 dat ligt tussen de A2 en de N273. Provinciale staten willen de verkeerssituatie op de N280 verbeteren. In het PIP worden daartoe diverse ontwikkelingen mogelijk gemaakt, zoals de herinrichting van de bestaande N280 door die uit te voeren met 2x1 gescheiden rijstroken, de aanleg van een parallelstructuur en de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de N280. Ook voorziet het PIP in de bouw van een nieuwe brug over het kanaal Wessem-Nederweert, twee turborotondes en drie viaducten voor ongelijkvloerse kruisingen. Verder wordt een deel van het tracé van de N280 omgelegd, zodat deze niet meer door, maar ten zuiden van de dorpskern van Baexem gaat. Vóór de vaststelling van het PIP zijn onder andere voor dit deel van het tracé verschillende alternatieven en varianten onderzocht. Provinciale staten hebben gekozen voor een tracé dat zo dicht mogelijk tegen de dorpskern van Baexem aan is gelegen. Om het PIP mogelijk te maken, heeft het college voor meerdere woningen hogere grenswaarden vastgesteld voor wegverkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3814
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202204729/1/R2 en 202204784/1/R2

202301475/1/R3

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Zoeterwoude het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2]" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de herbestemming en herontwikkeling van een voormalig agrarisch perceel aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Zoeterwoude mogelijk. Het plan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die het besluit Crisis- en herstelwet (Bu Chw) biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De in het plan voorziene herontwikkeling bestaat uit verschillende ontwikkelingen. Hierover staat in de plantoelichting dat het initiatief inhoudt dat op perceel [locatie 2] de monumentale boerderijwoning wordt gesplitst in twee wooneenheden en dat het voormalige zomerhuis zijn oude functie als zomerhuis weer terugkrijgt. Het zomerhuis wordt uitgebreid en kan op basis van het plan worden gebruikt voor het bedrijfsmatig bieden van logies, maar ook als zomerhuis voor privégebruik. Daarnaast staat in de plantoelichting dat de voormalige varkensschuur gedeeltelijk wordt gesloopt en dat in het overige gedeelte vier logiesverblijven mogelijk worden gemaakt, waarbij het pad naar de Nieuweweg gebruikt zal worden als in- en uitrit voor de logies.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3801
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202301475/1/R3

202301525/1/A3

Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beuningen een verzoek van [verzoeker B] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [verzoeker A] is de (gestelde) zoon van [verzoeker B]. [verzoeker A] en [verzoeker B] staan ingeschreven in de brp op basis van verklaringen die onder ede zijn afgelegd. Zij hebben het college op 28 december 2020 verzocht om hun persoonsgegevens in de brp te wijzigen en aan te vullen. De rechtbank heeft ten aanzien van het verzoek van [verzoeker A] geoordeeld dat, gelet op het overgelegde binnenlands paspoort en de twee geboorteakten, in samenhang bezien met de aanvullende documenten zoals het militair boekje, de uitkomsten van een DNA-onderzoek en een fotovergelijkingsrapportage, buiten redelijke twijfel is dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn en op [verzoeker A] betrekking hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3804
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202301525/1/A3

202301564/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft het verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] heeft op 1 februari 2021 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn geslachtnaam van [appellant] naar [naam], zijn geboortedatum van [geboortedatum] 1985 naar [geboortedatum] 1981 en zijn geboorteplaats van Ma Li Wan naar Qingtian. Ook heeft [appellant] verzocht om opneming van oudergegevens. [appellant] heeft bij zijn verzoek onder meer een Chinees paspoort uit 2020, een ‘Certificate of Permanent Residence Registration’ (PSB-verklaring) en een ‘Notarial Certificate’ overgelegd. Bureau Documenten heeft de documenten op echtheid beoordeeld, maar heeft de PSB-verklaring niet kunnen beoordelen omdat het origineel ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3796
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202301564/1/A3

202303247/1/A3

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss een verzoek van [appellant] om een huwelijk in de basisregistratie personen (brp) te registreren afgewezen. Op [datum] 2013 is er een huwelijk voltrokken tussen [appellant] en [partij] in een moskee in Oss. Op dat moment hadden zij beiden enkel de Soedanese nationaliteit. Van dit huwelijk is een huwelijksakte opgemaakt door een huwelijksambtenaar van de Soedanese ambassade. De huwelijksakte is door deze huwelijksambtenaar ondertekend op [datum] 2013 en voorzien van een stempel van de ambassade van Soedan in Den Haag. [appellant] heeft het college verzocht om zijn huwelijk op basis van de huwelijksakte te registreren in brp. Het college heeft het verzoek van [appellant] bij het besluit van 10 januari 2022 afgewezen. Bij het besluit van 16 augustus 2022 heeft het college de afwijzing gehandhaafd. Volgens het college is het huwelijk tussen [appellant] en [partij] niet rechtsgeldig naar Nederlands recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3799
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202303247/1/A3

202307126/1/R1

Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg van gedeputeerde staten aan [appellante sub 3] een omgevingsvergunning tweede fase verleend voor de uitbreiding van een varkenshouderij met mestverwerking op het perceel [locatie] in America. [appellante sub 3] beschikt over een revisievergunning van 18 december 2012 voor de exploitatie van een varkenshouderij en een mestbe- en verwerkingsinstallatie aan de [locatie] in America. De varkenshouderij is nog niet gerealiseerd; de mestbe- en verwerkingsinstallatie wel. Op 9 oktober 2014 heeft verweerder aan [appellante sub 3] een veranderingsvergunning verleend voor de verwerking van 80.000 m³ mest per jaar, waarvan ongeveer 22.000 m³ van het eigen bedrijf en ongeveer 58.000 m³ mest van derden afkomstig is. [appellante sub 3] betoogt dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 1.43 van de planregels. Volgens haar heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat, op basis van een grammaticale interpretatie, artikel 1.43 van het bestemmingsplan zo moet worden gelezen dat mest en/of andere agrarisch gerelateerde reststromen van andere bedrijven uit de regio enkel mogen worden be- en verwerkt, indien mest en/of andere agrarisch gerelateerde reststromen van het eigen bedrijf worden bewerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3731
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307126/1/R1

202307134/1/R1

Bij besluit van 6 april 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van [appellant] en anderen om de aan [bedrijf] verleende revisievergunning van 18 december 2012 in te trekken, afgewezen voor zover deze vergunning betrekking heeft op het houden van 16.896 vleesvarkens in de verdiepingsstallen 8 en 9. Op 18 december 2012 heeft verweerder aan vergunninghoudster een revisievergunning verleend voor de exploitatie van een varkenshouderij en een mestbe- en verwerkingsinstallatie op het adres. Deze revisievergunning is onder meer verleend voor een uitbreiding van de varkenshouderij van 3.952 vleesvarkens naar 16.896 vleesvarkens. Voor die uitbreiding is de bouw van twee verdiepingsstallen (stallen 8 en 9) vergund voor de huisvesting van alle vleesvarkens. Op 18 augustus 2020 hebben [appellant] en anderen verzocht de revisievergunning van 18 december 2012, voor de bouw en het in werking hebben van de vergunde veehouderij, in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3815
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202307134/1/R1

202400459/1/V1

Bij besluit van 30 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een moeder en haar twee minderjarige zoons met de Nigeriaanse nationaliteit. De moeder is in 2012 met haar toenmalige partner naar Nederland gekomen. De hoofdpersoon en zijn broertje (samen: de kinderen) zijn achtereenvolgens op 6 juni 2012 en 5 augustus 2015 in Nederland geboren. Betrokkenen hebben op 31 januari 2019 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen (de Afsluitingsregeling). De minister heeft de aanvraag afgewezen en die afwijzing in zijn daarna volgende besluitvorming gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3813
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400459/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400459/1/V1

202403288/1/A2

Bij besluit van 24 november 2020 heeft de minister aan [appellant] een communautair binnenvaartcertificaat voor binnenschepen (het certificaat) verleend. [appellant] is eigenaar van het binnenvaartschip ‘[schip]’ uit 1904 (hierna: het schip). Op 31 oktober 2018 heeft hij aan een inspecteur opdracht gegeven een veiligheidsinspectie uit te voeren ten behoeve van het verkrijgen van een certificaat voor het schip om op alle vaarwateren binnen de Europese Unie (EU-vaarwateren), te varen. De inspecteur heeft op 22 november 2018 een inspectie uitgevoerd en zijn bevindingen neergelegd in een rapport. Volgens dit rapport is de inspectie gedaan in het kader van de overgangsregeling voor vaartuigen die geen klaarblijkelijk gevaar opleveren (de GKG-regeling), als bedoeld in artikel 29 van Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3803
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403288/1/A2

202404049/1/R3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Súdwest-Fryslân van de gemeente Súdwest-Fryslân het bestemmingsplan "SWF Oudega en Woudsend" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de voorheen op het perceel De Wearen 2 te Oudega (het perceel) geldende bestemming "Maatschappelijke Doeleinden" naar de bestemming "Wonen". Het perceel is momenteel in gebruik als evenemententerrein na de sloop van de school. [appellant] en anderen zijn het niet eens met de bestemmingsplanwijziging omdat ze vinden dat het evenemententerrein voorziet in een belangrijke behoefte, de gemeente toezeggingen gedaan heeft over het gebruik van het perceel, en omdat ze vrezen dat dit afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat. [appellant] en anderen betogen dat de raad ten onrechte aan het perceel een woonbestemming heeft toegekend omdat het evenemententerrein voorziet in een duidelijke behoefte binnen het dorp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3800
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202404049/1/R3

202404051/1/R3

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Kamerverhuur" vastgesteld. Het plan voorziet in een aanpassing van de geldende bestemmingsplannen voor een aantal locaties in Zwammerdam, Hazerswoude-Dorp en Aarlanderveen (een zogenoemd paraplubestemmingsplan). Aan artikel 3 van de planregels worden de begrippen "Kamerverhuur", "Huishouden" en "Wonen" toegevoegd en in artikel 5.1 van de planregels is een aanvulling van het gebruiksverbod opgenomen, zodat de regeling in overeenstemming is met de planologische regelgeving die elders in de gemeente geldt. Holland Steen is eigenaar van het perceel Akerboomseweg 17 in Zwammerdam waarvoor het plan eveneens voorziet in de voornoemde aanpassing van de op grond van het geldende bestemmingsplan "Limes" aan dat perceel toegekende bestemming "Wonen". Holland Steen wenst de woning Akerboomseweg 17 te verbouwen om te worden gebruikt voor 7 appartementen, wat volgens het plan "Limes" bij recht was toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3802
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404051/1/R3

202404237/1/R1

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Noord-Beveland het bestemmingsplan "Veegplan ontwikkellocaties Noord-Beveland" vastgesteld. Het plan maakt de ontwikkeling van woningbouw op verschillende locaties binnen de gemeente Noord-Beveland mogelijk, waaronder locatie F, Stadspolder midden in Kortgene. Locatie F is ongeveer 1.900 m2 groot en ligt aan de oostzijde van de Stadspolderlaan in Kortgene. Het plan maakt het mogelijk om op deze locatie maximaal 13 gestapelde woningen te realiseren. Het bouwvlak hiervoor is gelijk aan de bestemmingsgrens en er geldt een maximale bouwhoogte van 10 m, behalve op de oostelijke strook van het plandeel waar een maximumbouwhoogte van 7 m geldt. Ten zuidwesten van de voorziene woningen en aan de overzijde van de Stadspolderlaan staat een multifunctionele accommodatie (MFA) met appartementen en op de begane grond verschillende functies, waaronder een basisschool, sportaccommodatie, BSO-ruimte, huisartsenpraktijk en dorpshuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3805
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202404237/1/R1

202404468/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Zeewolde het bestemmingsplan "Zeewolde - Bosruiterweg 14" vastgesteld. Het plan maakt op het perceel Bosruiterweg 14 de tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers mogelijk, waarbij voor die huisvesting een maximale verblijfsduur van twaalf maanden geldt. Het plan maakt het mogelijk om binnen het plangebied gebouwen en overkappingen van ten hoogste 3 m te realiseren, al dan niet in combinatie met bijbehorende voorzieningen zoals een receptie en recreatieve en educatieve voorzieningen. Buitenplaats Horsterwold is een park dat bestaat uit recreatiewoningen aan de Bosruiterweg 25‑31. Het park ligt op ongeveer 500 m afstand hemelsbreed ten noordoosten van het plangebied. De vereniging behartigt de belangen van eigenaren van gronden in het park. [appellant B], [appellant A] en [appellant C] zijn eigenaren van woningen in het park. De vereniging en [appellant B], [appellant A] en [appellant C] (de vereniging en anderen) vrezen voor negatieve ruimtelijke gevolgen in de directe omgeving van het park door het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3809
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202404468/1/R1

202404733/1/R3

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan de Rijn het bestemmingsplan "Dorpsstraat 97-111, Benthuizen" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel Dorpsstraat 97-111 in Benthuizen. Het plangebied grenst in het zuiden aan de Dorpsstraat en in het noorden aan de Ringvaart. In het plangebied zijn nu woningen en bedrijfsgebouwen aanwezig. Het voorheen geldende bestemmingsplan "Benthuizen" stond ter plaatse woningen en bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toe. Deze woningen en bedrijven worden gesloopt ten behoeve van de realisering van het onderhavige plan. Dit voorziet in de bouw van 12 grondgebonden woningen verdeeld over 3 locaties in het plangebied, 28 appartementen verdeeld over 5 appartementencomplexen en een ondergrondse parkeergarage. [appellanten sub 1] wonen aan de [locatie 1]. Hun perceel grenst aan het plangebied. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Haar perceel ligt op een afstand van ongeveer 5 m van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3806
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404733/1/R3

202405347/1/V1

Bij besluit van 30 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een vader en moeder en hun twee minderjarige dochters met de Nigeriaanse nationaliteit. De ouders zijn in 2003 afzonderlijk van elkaar naar Nederland gekomen en hebben elkaar hier in 2006 ontmoet. De hoofdpersoon en haar zusje zijn op [geboortedatum] 2009 en [geboortedatum] 2010 in Nederland geboren. Betrokkenen hebben op 25 februari 2019 een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen (de Afsluitingsregeling). De minister heeft de aanvraag afgewezen en die afwijzing in het besluit op bezwaar gehandhaafd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister betrokkenen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd moet verlenen voor het uitoefenen van hun privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM, mede gelet op de belangen van de al langdurig in Nederland verblijvende kinderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3816
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405347/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405347/1/V1

202405898/1/V2

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1988. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant in 2010 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 1998, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Saudi-Arabië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment twaalf jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3817
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405898/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405898/1/V2

202406664/1/V2

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1989. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant op 11 juni 2012 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 1999, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Syrië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment dertien jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3818
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406664/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202406664/1/V2

202407768/1/A2

Bij besluiten van 8 september 2023 en 13 oktober 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aanvragen van [wederpartij] om een reguliere toevoeging afgewezen. Deze uitspraak gaat over de uitleg van artikel 2 van de Subsidieregeling pakket rechtsbijstand herstelregelingen kinderopvangtoeslag 2023 (Subsidieregeling). In geschil is wat onder de in dat artikel bedoelde procedures moet worden verstaan. [wederpartij] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de raad op 7 september 2023 en 10 oktober 2023 verzocht om verlening van toevoegingen voor rechtsbijstand ten behoeve van het indienen van een aanvraag bij het college van burgemeesters en wethouders van Hengelo (het college) voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wht en het maken van bezwaar tegen de gedeeltelijke afwijzing van die aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3795
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407768/1/A2

202408004/1/V2

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Appellant heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1987. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen, omdat appellant op 1 januari 2014 in Syrië traditioneel is gehuwd met [partner], geboren op [geboortedatum] 2001, en hij dat huwelijk direct heeft geconsummeerd. Dat wil zeggen dat appellant seksuele gemeenschap heeft gehad met zijn huwelijkspartner. Op dit moment verblijven de huwelijkspartner en hun kinderen in Syrië. Het gaat de minister niet om het huwelijk zelf, maar om het feit dat appellant dat huwelijk heeft geconsummeerd met zijn huwelijkspartner die op dat moment dertien jaar oud was. De rechtbank is de minister hierin gevolgd. De Afdeling toetst in deze uitspraak of de rechtbank dat juist heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3643
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408004/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202408004/1/V2

202500252/1/V1

Bij besluit van 11 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkenen zijn een vader en moeder en hun drie kinderen met de Armeense nationaliteit. De hoofdpersoon en haar zusje zijn geboren op [geboortedatum] 2003 en [geboortedatum] 2004 in Armenië. In 2014 zijn zij samen met hun ouders naar Nederland gekomen. In Nederland is op 4 april 2018 hun broertje geboren. In 2014, 2016 en 2017 hebben betrokkenen asielaanvragen ingediend die niet hebben geleid tot de door hen beoogde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de vader van 9 september 2015 tot 30 oktober 2015 uitstel van vertrek verleend krachtens artikel 64 van de Vw 2000. In 2016 en 2018 heeft de vader opvolgende aanvragen ingediend voor uitstel van vertrek die niet hebben geleid tot dat door hem beoogde uitstel. De moeder heeft in 2015 tevergeefs verzocht om uitstel van vertrek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3812
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500252/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500252/1/V1

202500915/1/A2

Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de kosten van € 52.607,73 van de door het college toegepaste bestuursdwang op [wederpartij] verhaald. Het college heeft bij besluit van 14 november 2019 aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het achterstallige woningonderhoud aan de panden op de [locatie 1]-[locatie 2] in Den Haag te verhelpen. Het college heeft daarvoor een termijn gesteld. Op 1 februari 2021 heeft een inspecteur geconstateerd dat de gebreken niet waren verholpen binnen de daarvoor gestelde termijn. Op 2 maart 2021 heeft het college daarom aan [wederpartij] een last onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar bij besluit van 7 juni 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Met de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde kostenbeschikking van 11 oktober 2022 heeft het college de kosten voor de toegepaste bestuursdwang verhaald op [wederpartij].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3798
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500915/1/A2

202501754/1/A2

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hengelo een aanvraag van [appellant] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. Deze uitspraak gaat over de zogenoemde brede ondersteuning voor erkende slachtoffers van de toeslagenaffaire. De ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start na de problemen die zij als gevolg van de toeslagenproblematiek hebben ervaren. Uitgangspunt is daarbij dat de betrokkene en zijn eventuele gezinsleden zo snel en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen. [appellant] en zijn echtgenote zijn erkend als gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben zich op 17 november 2022 bij het college gemeld voor brede ondersteuning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3794
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501754/1/A2

202503347/1/A3

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [dochter] om haar geslachtsnaam te wijzigen in [naam moeder], de geslachtsnaam van haar [moeder], toegewezen. [dochter] heeft op 10 oktober 2023, toen zij al meerderjarig was, de minister verzocht om haar geslachtsnaam te wijzigen van [achternaam appellant] naar de naam van haar moeder. Ze wordt namelijk dagelijks geconfronteerd met haar verleden door haar achternaam. [dochter] heeft in haar verzoek toegelicht dat zij in haar jeugd trauma’s heeft opgelopen door met name de rol van de vader in het gezin. De minister heeft het verzoek van [dochter] toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. De minister heeft in bezwaar de geslachtsnaamwijziging van [dochter] in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister het verzoek van [dochter] terecht heeft ingewilligd. Hij voert hiertoe aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er aanknopingspunten zouden zijn om te twijfelen aan de handelingsbekwaamheid van [dochter].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3807
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503347/1/A3

202503532/1/A2

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen zijn beslissing op schrift gesteld om op 8 april 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellante] met kenteken […] (het voertuig) weg te slepen en in bewaring te stellen en de kosten hiervan op [appellante] te verhalen. Op 25 maart 2024 heeft het college vanwege de opbouw van een kermis onderborden laten plaatsen bij de E4-borden aan de Broekweg in Vlaardingen (de locatie). Op de onderborden staat dat parkeren verboden is van 8 april 2024 08:00 uur tot 15 april 2024 15:00 uur en dat de wegsleepregeling van kracht is. Het voertuig stond volgens de takelkaart op 8 april 2024 om 11:55 uur op de locatie. Het voertuig is daarom weggesleept en overgebracht naar een opslagloods van takel- en bergingsbedrijf A. Barendregt in Rhoon (de opslaglocatie Barendregt). De opslaglocatie Barendregt is niet als bewaarplaats aangewezen in artikel 3 van de Wegsleepverordening Vlaardingen, zoals die gold van 13 juli 2018 tot en met 23 juli 2025. Het college heeft de kosten van het wegslepen op [appellante] verhaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3819
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503532/1/A2

202504682/1/R1

Bij besluit, bekendgemaakt op 14 juli 2025, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten tot intrekking van de containerlocaties met de nummers 1000, 1001 en 1002 in de Bilderdijkstraat ter hoogte van de nummers 110, 178 en 196. Bij het besluit heeft het college de locaties voor halfverdiepte afvalcontainers ter hoogte van Bilderdijkstraat 110, 178 en 196 ingetrokken. Deze containers zijn inmiddels verwijderd. [appellant] woont aan de [locatie], nabij de locatie waar de containers ter hoogte van huisnummer 196 stonden. [appellant] is het niet eens met het verwijderen van deze containers en het beroep beperkt zich daarom tot deze locatie. Ter vervanging van de containers op de ingetrokken locaties heeft het college bij eerdere besluiten van 8 juni 2022 en 1 september 2023 de locaties Bilderdijkstraat ter hoogte van nummer 7 en Van Lennepstraat ter hoogte van nummer 51 als locaties voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3811
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504682/1/R1

202505744/1/R1

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum het verzoek van [appellant] tot het wijzigen van de clusterplaats voor minicontainers aan de Goudenregenlaan/Berkenlaan in Castricum afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Castricum, op de hoek van die laan en de Goudenregenlaan. Aan de Goudenregenlaan, direct ten oosten van zijn perceel, bevindt zich een clusterplaats voor minicontainers. [appellant] stelt overlast door de clusterplaats te ondervinden vanwege stank, onjuist geplaatste containers en het verlies van parkeerplaatsen. [appellant] probeert al jaren, in ieder geval vanaf 2012, het gemeentebestuur ertoe te bewegen om de clusterplaats aan te passen dan wel om de locatie te wijzigen. [appellant] heeft een alternatieve locatie aangedragen op de noordelijke stoep van de Berkenlaan, maar volgens het college is deze locatie minder geschikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3810
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505744/1/R1

202505894/1/R4

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 19 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Rotterdam aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van de bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 19 september 2025 door een toezichthouder is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer ter hoogte van de Heemraadstraat 7 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij stelt dat hij niet degene is geweest die de doos naast de papiercontainer heeft geplaatst. [appellant] stelt dat, hoewel de papiercontainer nagenoeg vol was, hij de doos in de papiercontainer heeft geplaatst en de klep op dat moment gewoon sloot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3797
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505894/1/R4

202600084/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Nederland van 27 november 2025 in zaak nr. 23/3538. [partij] heeft een exploitatievergunning gekregen voor een seksinrichting aan [locatie 1]-[locatie 2] in Leeuwarden. [appellant] wil in hetzelfde pand een seksinrichting kunnen exploiteren. Daarom is hij het er niet mee eens dat de burgemeester van Leeuwarden de exploitatievergunning aan [partij] heeft gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3789
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600084/2/A3

202600165/1/R4

Bij besluit van 24 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen zijn beslissing om op 22 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening gemeente Groningen 2025 en artikel 10, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Groningen 2025 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een plastic tasje met daarin papierafval, dat op 22 september 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de Bankastraat in Groningen. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het plastic tasje met papierafval verkeerd heeft aangeboden, omdat in het tasje een brievenbuspakketje is gevonden met daarop haar naam- en adresgegevens. [appellante] betoogt dat het college haar ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt. Daartoe voert haar gemachtigde aan dat hij degene is geweest die de afvalzak wilde weggooien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3808
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600165/1/R4

BRS.25.000796

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem meegedeeld dat hij in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt. Bij uitspraak van 24 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3733
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000796
  • persberichtbij de uitspraak in de zaakBRS.25.000796

202501143/3/R4

Bij besluit van 25 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer besloten tot invordering van een volgens het college door [verzoekster] verbeurde dwangsom van € 1.000,00. Gelet op artikel 5:39 van de Awb heeft het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank van 22 januari 2025 ook betrekking op dit invorderingsbesluit. [verzoekster] is volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd op het bedrijfsperceel aan de [locatie] in Vijfhuizen en handelt in auto’s, auto-onderdelen en metaal. Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft het college [verzoekster] zes lasten onder dwangsom opgelegd om verweten overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3774
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501143/3/R4

202600905/2/R1

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda het "Definitief plaatsingsbesluit: restafvalcontainers in de Wijk Bloemendaal" (plaatsingsbesluit) vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie ter hoogte van de [locatie] aangewezen voor de plaatsing van één ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). Bij het bestreden besluit heeft het college onder meer de locatie ter hoogte van de [locatie] aangewezen voor de plaatsing van één ORAC. [verzoeker] woont aan de [locatie] en is het niet eens met de aanwijzing van de locatie, omdat hij onder meer vreest voor de aantasting van de boom naast de aangewezen locatie. Hij heeft daarom beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om het plaatsingsbesluit in afwachting van een uitspraak in de bodemzaak wat betreft de aanwijzing van de locatie ter hoogte van de [locatie] te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3773
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600905/2/R1

BRS.25.000402

Bij besluit van 5 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3719
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000402

BRS.25.000918

Bij besluit van 12 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratieeen aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3735
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000918

BRS.26.002527

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3734
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002527

BRS.26.002790

Bij besluit van 22 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3728
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002790

BRS.26.002871 en BRS.26.002874

Bij besluiten van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3721
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002871 en BRS.26.002874

BRS.26.002931

Bij besluit van 19 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3722
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002931

BRS.26.003002

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3769
Datum uitspraak
30 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003002

202601639/2/A2

Bij beslissing van 23 februari 2026 heeft de examencommissie van het Instituut voor Lerarenopleidingen van de hogeschool Rotterdam het verzoek van [verzoekster] om voor een aantal cursussen binnen de Associate Degree (AD) Educatief Professional Beroepsonderwijs gebruik te mogen maken van een alternatieve toetsvorm toegewezen, in die zin dat, in overleg met de opleiding over de uitwerking ervan, voor de cursussen gebruik kan worden gemaakt van een mondelinge toetsvorm. Bij beslissing van 21 april 2026 heeft het college van beroep voor de examens van het Instituut voor Lerarenopleidingen van de hogeschool Rotterdam het door [verzoekster] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft gekozen voor het uitstroomprofiel Burgerschap, behorend bij de Lerarenopleiding Maatschappijleer. Ook kan [verzoekster] met dit diploma doorstromen naar het derde jaar van die bacheloropleiding. Omdat zij wegens haar medische omstandigheden beperkt belastbaar is, heeft [verzoekster] de examencommissie om een alternatieve toetsvorm verzocht voor de afronding van cursussen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3737
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601639/2/A2

BRS.25.001273

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en een besluit tot signalering opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3709
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001273

BRS.26.002620 en BRS.26.002621

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3708
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002620 en BRS.26.002621

BRS.26.002889

Bij besluit van 26 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen en bepaald dat zij binnen vier weken de Europese Unie moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3713
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002889

BRS.26.003012

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3751
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003012

BRS.26.003033

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3715
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003033

BRS.26.003072

Bij besluit van 20 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3723
Datum uitspraak
29 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003072

BRS.25.001589

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3703
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001589

BRS.25.002247

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3701
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002247

BRS.26.001148

Bij besluit van 14 november 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3642
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001148

BRS.26.002222

Bij besluit van 22 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3694
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002222

BRS.26.002269

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3695
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002269

BRS.26.002306

Bij besluit van 2 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3704
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002306

BRS.26.002615

Bij besluit van 12 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3706
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002615

BRS.26.002760 en BRS.26.002761

Bij besluit van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3702
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002760 en BRS.26.002761

BRS.26.002836

Bij besluit van 30 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3693
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002836

BRS.26.002997 en BRS.26.002998

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3740
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002997 en BRS.26.002998

BRS.26.002999

Bij besluit van 20 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3647
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002999

BRS.26.003041

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3692
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003041

BRS.26.003126

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3716
Datum uitspraak
26 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003126

202401304/1/V1

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3712
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401304/1/V1

202501662/1/V2

Bij besluit van 24 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3711
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501662/1/V2

202601229/2/R4

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de raad van de gemeente Voorst het bestemmingsplan "Attero 2023" vastgesteld. Stortterrein De Sluiner in Wilp wordt door Attero B.V. geëxploiteerd. Ten tijde van het besluit van 23 februari 2026 was er op het stortterrein nog een resterende stortruimte van ongeveer 0,4 miljoen m3. Attero B.V. is voornemens om nog circa 3 miljoen m3 extra toe te voegen aan de stortcapaciteit. Om deze extra stortcapaciteit te kunnen realiseren voorziet het bestemmingsplan "Attero 2023" in een verhoging van het stortterrein van de huidige circa 31 m, naar ongeveer 46,5 m. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen in de omgeving van het stortterrein op een afstand van ongeveer 600 m en 900 m en ervaren overlast van de werkzaamheden die uitgevoerd worden op het terrein van Attero B.V.. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht het plan te schorsen omdat zij vrezen dat de extra stort van afval onomkeerbaar is en zij grotere, eveneens onomkeerbare, overlast zullen ervaren door het plan. Zij vrezen voor brandgevaar, een verslechtering van het uitzicht, geurhinder en een toename van het verkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3707
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202601229/2/R4

BRS.26.001201

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3631
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001201

BRS.26.001743

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3620
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001743

BRS.26.001894 en BRS.26.001898

Bij besluit van 11 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3632
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001894 en BRS.26.001898

BRS.26.001942

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3623
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001942

BRS.26.001971

Bij besluiten van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3622
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001971

BRS.26.002134

Bij besluit van 24 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3627
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002134

BRS.26.002182

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3645
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002182

BRS.26.002218

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3618
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002218

BRS.26.002378

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat zij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3616
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002378

BRS.26.002622 en BRS.26.002623

Bij besluit van 16 april 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3637
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002622 en BRS.26.002623

BRS.26.002674 en BRS.26.002675

Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3705
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002674 en BRS.26.002675

BRS.26.002689

Bij besluit van 6 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3619
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002689

BRS.26.002722

Bij besluit van 28 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3635
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002722

BRS.26.002764

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3617
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002764

BRS.26.002776

Bij besluit van 7 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3612
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002776

BRS.26.002796

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3640
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002796

BRS.26.002799

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3641
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002799

BRS.26.002840

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3624
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002840

BRS.26.002881

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3621
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002881

BRS.26.002907 en BRS.26.002910

Bij besluiten van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3633
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002907 en BRS.26.002910
vorige pagina1...789...1.260volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon