Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.510
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202407192/1/A2

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd twee private schulden van [appellante] over te nemen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister gevraagd om, voor zover hier van belang, een schuld ter hoogte van € 1.000,00 die voortkomt uit een privé-schuld en een schuld van € 4.790,89 die voortkomt uit een doorlopend krediet bij ABN/AMRO, over te nemen. De minister heeft geweigerd om de schuld van € 4.790,89 over te nemen, omdat deze niet voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. De schuld van € 1.000,00 heeft de minister geweigerd over te nemen omdat dit een informele schuld is die niet is vastgelegd in een notariële akte. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het vasthouden aan de vereisten van een notariële akte en van opeisbaarheid bij privaatrechtelijke of informele schulden, onrechtvaardig is en in strijd met het herstelproces van de gedupeerde ouders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:614
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407192/1/A2

202407306/1/R3

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Oostvaarderskwartier Hazerswoude-Dorp" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een voetbalveld van de voetbalvereniging Hazerswoudse Boys in Alphen aan de Rijn ten behoeve van woningbouw, waarbij de mogelijkheid voor 64 woningen wordt gecreëerd. Het woningbouwplan bestaat uit vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen. Daarbij zal het merendeel van het aanbod bestaan uit sociale huurwoningen en is een klein deel bestemd voor de vrije sector. Daarnaast voorziet het plan in een aansluiting van de Heerenlaan op de Sportparklaan. Naast het voetbalveld maakt de omliggende ontsluiting eveneens onderdeel uit van dit bestemmingsplan. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied aan de Burgemeester Warnaarkade. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat de raad volgens hen onvoldoende aandacht heeft gehad voor de verkeersveiligheid in en rondom het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:640
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407306/1/R3

202407825/1/R2

Bij besluit van 28 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Defensie, een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend voor militaire trainingsactiviteiten op de Vliehors Range op Vlieland. De Vliehors Range is een militair terrein op het westelijke deel van Vlieland, dat sinds 1948 door het ministerie van Defensie wordt geëxploiteerd. Op de Vliehors Range vinden het gehele jaar door militaire vliegoefeningen plaats. De range wordt door Nederland en haar NAVO-bondgenoten gebruikt om te oefenen met boordkanonnen, raketten en bommen. Tijdens die oefeningen wordt door jachtvliegtuigen en helikopters langs bepaalde routes gevlogen, waarbij doelen vanuit verschillende posities kunnen worden aangevallen. De Vliehors Range is het enige militaire terrein in Nederland waar dit soort oefeningen kunnen plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:615
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202407825/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202407825/1/R2

202407926/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft Raad van Bestuur van Maastricht UMC + het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur deels afgewezen. [appellant] en MUMC hebben in de periode 2008 tot 2013 samengewerkt. MUMC wilde in het voormalig hotel Juliana in Valkenburg aan de Geul een nierdialyseafdeling vestigen in combinatie met een hotelaccommodatie (hierna: het project). MUMC huurde hiervoor een gedeelte van het hotel van [appellant]. Uiteindelijk is hierover een civielrechtelijk conflict ontstaan waarover is geprocedeerd en welk geschil grotendeels geëindigd met het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1890. Op 20 juni 2020 heeft [appellant] MUMC met een beroep op de Wob verzocht om hem informatie te verstrekken over het project. Als toelichting heeft [appellant] een opsomming gegeven van de onderwerpen waarop de volgens [appellant] gevraagde informatie betrekking zou hebben. Hierop zijn gedurende de procedure steeds meer documenten (behoudens weggelakte persoonsgegevens) openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:617
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407926/1/A3

202408009/1/R3

Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Vlamingstraat Investment Beheer BV (de vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woongebouw met 76 woningen, commerciële ruimten en fietsenstalling in het centrum van Den Haag. De aanvraag heeft betrekking op - kort gezegd - de sloop van winkelruimten en de ontwikkeling van in totaal 76 woningen en appartementen, commerciële ruimten en een fietsenstalling in het zogenoemde Pribapand, gelegen aan de Grote Marktstraat 16-18, Vlamingstraat 20-24 en Raamstraat 2 in Den Haag (het Pribapand). Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "St. Jacobskerk e.o.". De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de motivering van de bestreden besluitvorming geen goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het is evident dat de bedoelde vrijstellingsmogelijkheden niet bedoeld zijn om in een rijksbeschermd stadsgezicht de bouwhoogten te vergroten zonder ook maar te voorzien in een dragende ruimtelijke motivering, aldus de stichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:639
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202408009/1/R3

202500014/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellant] een preventieve last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat [appellant] geen drugs mag verhandelen, aanbieden of verwerven op een openbare plaats binnen de gemeente Bronckhorst en daarbij ook niet behulpzaam mag zijn of daarin mag bemiddelen. Voor elke geconstateerde overtreding zal de burgemeester een dwangsom van € 5.000,00 opleggen met een maximum van € 20.000,00. De burgemeester heeft van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen over [appellant] en een andere persoon (X). Volgens de burgemeester blijkt uit die rapportage dat X handelde in drugs op een openbare plaats in Bronckhorst en dat het zeer aannemelijk is dat [appellant] op de hoogte was van die handel of zelfs daaraan deelnam. [appellant] en X verbleven in een woning in Dieren, waar drugs zijn aangetroffen. Ook was [appellant] aanwezig in een auto in Bronckhorst waarin drugs zijn aangetroffen en is gezien dat er goederen over en weer overhandigd werden tussen [appellant] en X. De aangetroffen drugs in de woning en de auto wijzen op een handelsvoorraad. Verder staat in de bestuurlijke rapportage dat [appellant] in de afgelopen jaren meermaals is veroordeeld voor handel in harddrugs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:603
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500014/1/A2

202500064/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. [appellante] is door het Brede Hulpteam vanuit de Belastingdienst aangemeld bij het college voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. In het besluit heeft het college onder het kopje ‘Te doorlopen stappen’ aangegeven dat [appellante] een offerte dient op te vragen bij Bzonder Psychologie. Deze informatie en informatie over welke kosten door de zorgverzekeraar worden vergoed, moet zij indienen bij haar contactpersoon. Onder hetzelfde kopje staat dat het college contact heeft gelegd met schuldeisers. De vorderingen zijn bevroren in afwachting van verder bericht. Onder het kopje ‘Voorzieningen’ heeft het college gesteld dat het niet mogelijk is om voorzieningen te verstrekken, omdat [appellante] geen verdere informatie wil verstrekken. Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college stelt dat [appellante] onvoldoende informatie en medewerking heeft verleend om de noodzaak van de door haar aangevraagde voorzieningen aan te tonen. Niet is gebleken dat het door [appellante] gevraagde onderhoud in en rondom de woning acuut nodig is voor het maken van een nieuwe start.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:616
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500064/1/A2

202500377/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 24 januari 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de verzoeken van [dochter A], [dochter B] en [dochter C] (de dochters) om hun geslachtsnaam te wijzigen in [naam], de geslachtsnaam van hun moeder [moeder], toegewezen. De dochters van [appellant] hebben op 22 augustus 2022, toen zij alle drie meerderjarig waren, ieder afzonderlijk de minister verzocht om hun geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] naar de naam van hun moeder. De dochters hebben in hun verzoek toegelicht dat zij geen contact meer hebben met hun vader en dat het dragen van zijn achternaam een negatief gevoel geeft. De minister heeft de verzoeken van de drie dochters van [appellant] op 24 januari 2023 in drie afzonderlijke besluiten toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. Volgens [appellant] is er sprake van ouderverstoting en dat had de minister in de beoordeling van de verzoeken om geslachtsnaamwijziging moeten meewegen. [appellant] stelt dat de minister en ook de rechter te weinig kennis hebben over ouderverstoting en de effecten daarvan op slachtoffers, zodat zij wat hij hierover heeft aangevoerd niet juist hebben beoordeeld bij de beslissing op de verzoeken en zijn beroep daartegen. Ook betoogt hij dat de dochters de verzoeken niet uit vrije wil hebben gedaan, maar dat ze door hun moeder hiertoe zijn aangezet en dat de verzoeken daarom een uiting zijn van ouderverstoting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:638
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500377/1/A3

202500424/1/A2

Bij besluit van 9 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het weggedeelte na Bouvignedreef 1 tot aan de Bouvignelaan in Breda afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en een parkeerverbod ingesteld voor de Huisdreef, de Stouwdreef en een gedeelte van de Bouvignedreef in Breda. Hotel Mastbosch en grand café Heeren van Oranje zijn gelegen aan de rand van het Mastbos aan de Burgemeester Kerstenslaan 20 te Breda. Old Brook Corner exploiteert het hotel. Het college, Staatsbosbeheer en Old Brook Corner zijn het erover eens dat de verkeersveiligheid, de natuur en het woon- en leefklimaat in dit gedeelde van het Mastbos onder druk staat door de hoge bezoekersaantallen. Staatsbosbeheer heeft het college verzocht gemotoriseerd verkeer door het bos te beperken en het parkeren in de bermen en op de rijbaan te voorkomen. Naar aanleiding daarvan heeft het college het verkeersbesluit genomen. Old Brook Corner kan zich niet vinden in het verkeersbesluit en heeft aangevoerd dat er onvoldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel overblijven om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:602
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500424/1/A2

202500432/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 18 april 2007 eigenaar van het perceel met bebouwing aan de [locatie A] in Baarle-Nassau. [appellant] heeft het college op 18 februari 2021 verzocht om tegemoetkoming in planschade. Volgens [appellant] is hij in een nadeliger positie komen te verkeren als gevolg van het intrekkingsbesluit van 20 februari 2013, het bestemmingsplan "Dorpen", het bestemmingsplan "Dorpen 1e (correctieve) herziening" en het bestemmingsplan "Dorpen, 2e correctieve herziening" en lijdt hij ten gevolge daarvan schade in de vorm van waardevermindering van het perceel en inkomensderving. Ook is hij in een nadeliger positie komen te verkeren door de uitgebreide (bouw)mogelijkheden op het nabij gelegen perceel van de Albert Heijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade op goede gronden heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:627
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500432/1/A2

202500461/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning om de woning op de [locatie] te Den Haag te verbouwen tot twee zelfstandige woonruimten afgewezen. Het college heeft bij besluit van 11 mei 2023 de aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning geweigerd, omdat de woning is gelegen in Rustenburg en Oostbroek, een gebied waar volgens artikel 5:6, zevende lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en Bijlage III van die verordening een verbod op woningvorming geldt vanwege negatieve gevolgen door woningvorming op de kwaliteit van de woonruimtevoorraad of voor het karakter, dan wel leefbaarheid in het gebied. Er bestaat daarbij volgens het college geen reden om in dit geval de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank heeft vooropgesteld dat vóór 1 november 2015 in Den Haag geen woningvormingsvergunning nodig was voor het bouwkundig splitsen van woonruimten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat zijn woning al vóór 2015 bouwkundig was gesplitst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:628
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500461/1/A2

202500478/1/A2

Bij besluiten van 11 april 2023 heeft de RDW de keuringsbevoegdheid van [appellant sub 1] en de erkenning van APK Station Nijmegen voor de categorie voertuigen tot en met 3.500 kg voor de duur van vier weken ingetrokken (de sanctie). [appellant sub 1] is keuringsmeester bij APK Station Nijmegen. Op 17 februari 2023 heeft een steekproefcontroleur van de RDW een steekproef gehouden bij APK Station Nijmegen. Hierbij viel het voertuig met kenteken [...] in de steekproef, nadat het voertuig voor de APK was afgemeld. Bij aankomst van de steekproefcontroleur werd nog aan het voertuig gesleuteld. Wanneer een auto is afgemeld en in de steekproef valt, is het niet toegestaan om in een periode van 90 minuten na de afmelding, de zogenoemde quarantainetijd, aan het voertuig te sleutelen. De RDW heeft aan de besluiten van 11 april 2023 ten grondslag gelegd dat in quarantainetijd is gesleuteld. Dit is een overtreding van artikel 87, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wegenverkeerswet 1994.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:641
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500478/1/A2

202500578/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist de Huis ter Heideweg in Zeist, ter hoogte van het viaduct over de A28, afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van lijnbussen. Huis ter Heide is een dorp in de gemeente Zeist. De gemeente wil hier, in een gebied tussen de A28 en de N237, twee woningbouwlocaties ontwikkelen. Ten behoeve van de ontsluiting van deze locaties via de Prins Alexanderweg en de Blanckenhagenweg wordt de Blanckenhagenweg vanaf de N238 verder in de richting van deze locaties doorgetrokken. In de huidige situatie wordt de Prins Alexanderweg ook gebruikt voor doorgaand verkeer van en naar het centrum van Zeist, via de Huis ter Heideweg, die door middel van een viaduct over de A28 doorloopt ten zuiden van de A28. Het college vindt dit onwenselijk in de nieuwe situatie. Het college heeft daarom het verkeersbesluit genomen om te bewerkstelligen dat doorgaand verkeer gebruik maakt van de Amersfoortseweg en de N238. De fysieke afsluiting wordt vormgegeven als bussluis. Volgens de rechtbank zijn het onderzoek naar en de onderbouwing van het verkeersbesluit onvoldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:647
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500578/1/A2

202500626/1/V6

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 1.250,00, omdat zij niet op tijd heeft voldaan aan de inburgeringsplicht. Met de brief van 19 februari 2018 heeft de staatssecretaris aan [appellant] laten weten dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 15 januari 2018 is gestart. De staatssecretaris heeft daarna de inburgeringstermijn een aantal keer verlengd. [appellant] moest uiterlijk op 28 juli 2023 aan haar inburgeringsplicht voldoen. Omdat [appellant] niet op tijd aan deze plicht heeft voldaan, heeft de staatssecretaris haar een boete van € 1.250,00 opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit terecht is en dat er geen reden is om de boete te matigen. Inmiddels is [appellant] alsnog ingeburgerd. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte de zitting niet heeft uitgesteld en uitspraak heeft gedaan op haar beroep. Zij had de rechtbank namelijk meegedeeld dat zij niet bij de zitting aanwezig kon zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:619
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500626/1/V6

202501637/1/A3

Bij besluit van 24 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berkelland de nummering [A] en [B] ingetrokken van het pand aan de J.W. Hagemanstraat in Eibergen en voor het pand het nummer [A] vastgesteld. [appellant] is eigenaar van het pand aan de J.W. Hagemanstraat in Eibergen. Dit pand bestaat uit twee verhuurbare gebruiksdelen. Vanwege de inwerkingtreding van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen op 1 juli 2009 heeft het college bij formaliseringsbesluit van 23 juni 2009 voor het pand de nummering [A] en [B] toegekend. Het college heeft nummer [B] evenwel niet opgenomen in de BAG-registratie. In 2013 en 2021 heeft [appellant] het college erop gewezen dat de nummers [A] en [B] wel geregistreerd stonden in het kadaster. [appellant] heeft de beheerder van het kadaster verzocht om dit aan te passen in de BAG-registratie, maar het college bleek hiertoe bevoegd te zijn. Naar aanleiding van een onderzoek ter plaatse op 21 april 2021 heeft het college vastgesteld dat er maar sprake is van één verblijfobject als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder m, van de Wet BAG. Maar bij besluit van 28 december 2021, heeft het college alsnog, naast nummer [A] nummer [B] toegekend. Volgens een medewerker van de afdeling BAG zou naar aanleiding van een inpandige opname en controle van het archief blijken dat er toch twee verblijfsobjecten waren op basis van een tekening uit 1980.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:623
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501637/1/A3

202501783/1/A3

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de burgemeester van Barneveld aan Genot van Garderen B.V. een exploitatievergunning verleend. [appellant] woont op plusminus 12 tot 15 meter van brasserie en restaurant het Genot van Garderen aan de [locatie] in Garderen. De burgemeester heeft voor de horeca inrichting een exploitatievergunning verleend. [appellant] is het hiermee niet eens, omdat hij van mening is dat de verlening in strijd is met het ter plaatse van de horeca inrichting geldende bestemmingsplan "Garderen", vastgesteld door de raad van Barneveld op 12 november 2013 en hij geluids- en parkeeroverlast vreest. De burgemeester heeft hangende beroep een nieuwe exploitatievergunning verleend omdat een groter terras is aangevraagd. De vraag is of de burgemeester de beide exploitatievergunningen op goede gronden heeft verleend. Volgens de rechtbank is de verlening van de exploitatievergunning niet in strijd met het bestemmingsplan, omdat het Genot van Garderen, hoewel in de aanvraag café-restaurant staat, alles overziend geen avondhorecabedrijf is. De onderneming opent al om 10:00 uur, is niet na 00:00 uur ‘s nachts open en de hoofdactiviteit is de restaurant/brasseriefunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:622
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501783/1/A3

202502066/1/A2

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand aan [appellante] voor door haar verleende rechtsbijstand een vergoeding van € 1.163,54 toegekend. [appellante] heeft als advocaat [persoon] bijgestaan in zijn asielprocedure. De raad heeft voor de asielprocedure aan hem bij besluit van 16 februari 2023 een toevoeging verleend (V060 AA-procedure). Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan hem een verblijfsvergunning asiel verleend. In het kader van de behandeling van de aanvraag van [persoon] hebben een aanmeldgehoor en een nader gehoor plaatsgevonden. Ten aanzien van beide gehoren zijn correcties en aanvullingen naar voren gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:610
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502066/1/A2

202503719/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen overschrijding van de afstandsgrens door het woonschip van [partij B], afgewezen. [appellante] woont op het woonschip "[naam]" op het adres [locatie 1] in Spaarndam. Op het adres [locatie 2], in zuidwestelijke richting ten opzichte van [locatie 1], ligt het woonschip van [partij B]. [appellante] heeft bij brief van 29 januari 2023 een verzoek om handhaving gedaan bij het college omdat volgens haar het woonschip op [locatie 2] te dicht op haar woonschip ligt. Het college heeft het verzoek afgewezen, omdat er geen overtreding is vastgesteld. In de vergunning van het woonschip van [partij B] op [locatie 2] is een afstandsgrens van 2 meter opgenomen ten opzichte van het in noordoostelijke richting gelegen woonschip van [appellante]. Naar aanleiding van het verzoek van [appellante] hebben toezichthouders van het college het constateringsrapport van 1 maart 2023 opgesteld. Hieruit volgt dat de afstand tussen deze woonschepen 2,15 meter bedraagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:621
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503719/1/A3

202505603/1/A2

Bij beslissing van 15 april 2025 heeft de decaan van de faculteit Business en Economie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) aan [appellant] een maatregel opgelegd, waarbij hem met directe ingang tot 1 september 2025 de toegang tot gebouwen, terreinen en andere voorzieningen van de HvA is ontzegd. De decaan heeft [appellant] vanaf 15 april 2025 tot 1 september 2025 de toegang tot gebouwen, terreinen en andere voorzieningen van de HvA ontzegd. Daaraan heeft zij ten grondslag gezegd dat [appellant] zich op 17 december 2024, 22 januari 2025 en 28 februari 2025 verbaal of schriftelijk in strijd met de huisregels heeft uitgelaten. Het college heeft dit besluit onder verwijzing naar een advies van de geschillenadviescommissie van 17 september 2025 gehandhaafd. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte heeft besloten hem vanaf 15 april 2025 tot 1 september 2025 de toegang tot gebouwen, terreinen en andere voorzieningen van de HvA te ontzeggen. Allereerst betwist hij dat hij tegen een docent op 17 december 2024 heeft gezegd hem als de vijand te zien. Ook betwist hij dat hij in strijd heeft gehandeld met de Regeling ongewenst gedrag (de regeling).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:633
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505603/1/A2

202505661/1/A2

Bij beslissing van 21 juli 2025 heeft een teammanager, namens de decaan van de faculteit Creative Business, een bindend negatief studieadvies (BNSA) aan [appellante] gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2023-2024 begonnen met de bacheloropleiding Business Innovation. Na het eerste jaar van haar studie heeft zij wegens persoonlijke omstandigheden een uitgesteld studieadvies gekregen. In het studiejaar 2024-2025 had zij haar volledige propedeuse moeten afronden om een positief studieadvies te krijgen. Omdat zij in dat studiejaar niet de vereiste studiepunten uit het propedeutisch jaar heeft behaald, heeft zij bij beslissing van 21 juli 2025 een BNSA gekregen. [appellante] heeft tegen die beslissing op 8 september 2025 administratief beroep ingesteld bij de afdeling Geschillen van Hogeschool Inholland. Het CBE heeft het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellante] buiten de termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 9 van het Reglement, administratief beroep heeft ingesteld. Volgens het CBE heeft [appellante] het administratief beroep niet ingesteld zo snel als redelijkerwijs mogelijk was en is de overschrijding van de beroepstermijn daarom niet verschoonbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:632
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505661/1/A2

202505692/1/A2

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in deze zaak voor het eerst uitspraak gedaan in een onteigeningszaak. Sinds de Omgevingswet moeten onteigeningsbesluiten worden bekrachtigd door de rechtbank, waarna hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak. In deze zaak gaat het om een onteigeningsbeschikking van de gemeente Moerdijk in verband met de aanleg van de Randweg Klundert. Daarvoor is een perceel in Klundert nodig dat op dit moment gebruikt wordt als grasland. Het Rijksvastgoedbedrijf is eigenaar van het perceel. Het perceel is verpacht. De gemeente wil met het besluit het hele perceel onteigenen en pachtvrij krijgen en vroeg de rechtbank de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen. De rechtbank wees dat verzoek af, voor zover het ging om het eigendomsrecht, en wees het verzoek toe voor het pachtrecht. Volgens de rechtbank was onteigening van het eigendomsrecht niet nodig, omdat er met de Staat al overeenstemming is bereikt over minnelijke verwerving van het perceel. De gemeenteraad van Moerdijk kwam hiertegen in hoger beroep. Volgens de gemeenteraad kan niet alleen het pachtrecht onteigend worden en had de bekrachtiging zich moeten uitstrekken over de hele onroerende zaak. De Afdeling bestuursrechtspraak is het daarmee eens. De Omgevingswet kent niet de mogelijkheid van afzonderlijke onteigening van beperkte rechten, of persoonlijke rechten, zoals huur of pacht. Onteigening ziet in alle gevallen op een onroerende zaak. (…) “Door de onteigening van de onroerende zaak verkrijgt de onteigenaar de eigendom vrij van alle lasten en rechten die met betrekking tot de onroerende zaak bestaan. Zie artikel 11.18, eerste lid, van de Omgevingswet. Door deze zogenoemde titelzuiverende werking van de onteigening wordt de onroerende zaak bevrijd van alle lasten en rechten die op deze zaak rusten. In de situatie dat de onteigenaar overeenstemming heeft bereikt met de eigenaar, maar, zoals in dit geval, de eigenaar de onroerende zaak niet vrij van pacht oplevert en de onteigenaar geen overeenstemming heeft bereikt met de pachter over beëindiging van het pachtrecht, moet, om de onroerende zaak van het pachtrecht te bevrijden, de onroerende zaak ter onteigening worden aangewezen.” (…) De eindconclusie is dat de rechtbank de onteigeningsbeschikking volledig had moeten bekrachtigen. De Afdeling bestuursrechtspraak doet dat nu alsnog zelf. Dat betekent dat de onteigeningsbeschikking van de gemeenteraad van Moerdijk voor dit perceel nu definitief is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:629
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505692/1/A2

202505733/1/A2

Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, het verzoek van [appellante] om uitstel van de BSA-voortgangsnorm afgewezen en een bindend negatief studieadvies (BNSA) aan [appellante] gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Economics and Business Economics aan de UvA. Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft [appellante] een BNSA gekregen, omdat zij 24 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft gehaald en daarmee niet heeft voldaan aan de BSA-voortgangsnorm van 48 studiepunten. In het studiejaar 2024-2025 heeft [appellante] meerdere vakken van de opleiding Media and Information gevolgd en daarvoor tentamens afgelegd, wat heeft geresulteerd in 12 studiepunten. [appellante] betoogt dat het CBE de beslissing van de BSA-commissie ten onrechte in stand heeft gelaten. De besluitvorming is onvoldoende zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd tot stand gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:630
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505733/1/A2

202505846/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de directeur van het domein Gezondheid, Sport en Welzijn (de directeur) aan [appellante] een negatief bindend studieadvies (NBSA) gegeven. [appellante] volgt sinds het studiejaar 2022-2023 de bacheloropleiding Mondzorgkunde aan de Hogeschool Inholland. Het bindend studieadvies is vanwege persoonlijke omstandigheden in het studiejaar 2022-2023 en 2023-2024 uitgesteld. Bij het uitstel is haar te kennen gegeven dat zij uiterlijk op 31 juli 2025 het gehele propedeutische programma van 60 studiepunten behaald moet hebben. Met het behalen van 57 studiepunten heeft [appellante] niet voldaan aan de uitgestelde norm. De directeur heeft op 17 juli 2025 na advies van de studentendecaan besloten dat de door [appellante] gemelde persoonlijke omstandigheden onvoldoende doorslaggevend zijn geweest voor het feit dat [appellante] het eerstejaarsprogramma niet succesvol heeft afgerond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:631
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505846/1/A2

202600367/2/A2

Op 18 maart 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen. [appellant] is voornemens om in meerdere gemeenten aan de verkiezingen mee te doen door op de dag van de kandidaatstelling (blanco) kandidatenlijsten in te leveren namens verschillende politieke groeperingen. Voor het opstellen en inleveren van de kandidatenlijsten en bijbehorende documenten kan gebruik worden gemaakt van de ondersteunende software die door de Kiesraad ter beschikking wordt gesteld: Ondersteunende Software Verkiezingen 2020 (OSV2020). Het beroep van [appellant] komt er in de kern op neer dat er volgens hem (technische) gebreken in OSV2020 zitten waardoor hij problemen ervaart bij het kandidaatstellingsproces.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:578
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600367/2/A2

202403664/1/V1

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:581
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403664/1/V1

202407516/1/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:557
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407516/1/V3

202501130/1/V3

Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:579
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501130/1/V3

BRS.25.001413

Bij besluiten van 1 september 2025 en 2 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:539
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001413

BRS.25.002593

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene gesignaleerd in het systeem Executie en Signalering (E&S-signalering).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:543
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002593

BRS.25.002658

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:529
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002658

BRS.26.000097

Bij fax van 12 januari 2026 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 11 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4295.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:537
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000097

BRS.26.000347 en BRS.26.000348

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:545
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000347 en BRS.26.000348

BRS.26.000360 en BRS.26.000361

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratieeen aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:549
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000360 en BRS.26.000361

BRS.26.000368

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan verzoeker verleende afgeleide verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, een aanvraag van verzoeker om hem een zelfstandige verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:547
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000368

BRS.26.000387

Bij besluiten van 29 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:538
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000387

202404021/4/A3

Bij e-mailbericht, ingekomen op 23 januari 2026, heeft [verzoeker] in de procedure van de zaak nr. 202404021/4/A3 verzocht om wraking van de staatsraden mr. E.J. Daalder, mr. W. den Ouden en mr. J.M. Willems, dan wel de staatsraden mr. C.J. Borman, mr. C.C.W. Lange en mr. B. Meijer. [verzoeker] heeft erop gewezen dat de uitnodiging voor de wrakingszitting ten onrechte per email is verzonden, nu artikel 8:37, eerste lid Awb, bepaalt dat dit bij aangetekende brief geschiedt. De wrakingskamer wijst erop dat de bestuursrechter op basis van diezelfde bepaling de bevoegdheid heeft anders te bepalen. Daarvoor was in dit geval aanleiding, gelet op de korte duur tot de geplande behandeling van het verzet op de zitting van 3 februari 2026 om 15:15 uur. [verzoeker] heeft er verder op gewezen dat van hem niet kan worden gevergd dat hij op zo’n korte termijn afreist naar Den Haag. De wrakingskamer wijst erop dat in de uitnodiging voor de wrakingszitting wordt gewezen op de mogelijkheid digitaal aan de zitting deel te nemen. Een verzoek daartoe van [verzoeker] is evenwel niet ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:587
Datum uitspraak
3 februari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404021/4/A3

202305034/2/R2

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel het wijzigingsplan "[locatie] te Wintelre" vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op het perceel aan de [locatie] in Wintelre. De Maatschap exploiteert ter plaatse een varkenshouderij en is voornemens drie nieuwe stallen voor vleesvarkens te realiseren. De Maatschap wil haar varkenshouderij toekomstbestendig in gaan richten en wil op een diervriendelijke en duurzame manier varkens gaan houden. Het wijzigingsplan voorziet in het van vorm veranderen van het bouwvlak om de gewenste wijzigingen in de bedrijfsvoering mogelijk te maken, waarbij twee van de door de Maatschap beoogde drie nieuwe stallen zijn voorzien binnen het gewijzigde deel van het bouwvlak. De Stichtingen betogen onder meer dat het college bij het onderzoek naar de geurhinder en de stikstofdepositie niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:552
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202305034/2/R2

202307301/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:562
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307301/1/V3

202401648/1/V3

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:559
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401648/1/V3

202500947/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:555
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500947/1/V1

202502269/1/V3

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:554
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502269/1/V3

202506028/1/A2

Bij beslissing van 8 december 2025 heeft de directeur van de Academie Bestuur, Recht en Ruimte, namens het college van bestuur van Saxion Hogeschool, [verzoeker] de toegang tot het (buitenschoolse) onderwijs ontzegd, hem het netwerkaccount van Saxion ontnomen, hem de toegang tot de Saxion Bibliotheek en ruimten waar zich ICT-voorzieningen bevinden ontzegd en hem de toegang tot gebouwen en terreinen van Saxion ontzegd voor de periode van 8 december 2025 tot en met 19 april 2026. [verzoeker] is student aan de bacheloropleiding Bedrijfskunde aan Saxion Hogeschool. Het college heeft aan de beslissing van 8 december 2025 ten grondslag gelegd dat op 19 november 2025 door meerdere betrokkenen is gemeld dat [verzoeker] ongewenst gedrag heeft vertoond, bestaande uit verbale en fysieke agressie richting een docent van Saxion Hogeschool. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter de beslissing van 8 december 2025 te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:533
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506028/1/A2

202506098/2/R1

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het verzoek van de Stichting tot intrekking van de vergunning van Vitens N.V. voor het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen, afgewezen. Op 19 februari 2001 heeft het college aan de rechtsvoorganger van Vitens een vergunning verleend voor onder meer het onttrekken van maximaal 6.000.000 m3 grondwater per jaar op de locatie Hemmen. Het Lijndensche Fonds is eigenaar van het perceel aan de Hemmensestraat 17 in Randwijk. Zij vreest schade als gevolg van de grondwateronttrekkingen. Zij heeft daarom al eerder verzocht om een gedeeltelijke intrekking van de vergunning. Dat verzoek heeft het college destijds bij besluit van 31 januari 2017 afgewezen. De afwijzing van dat verzoek is met de uitspraak van de Afdeling van 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1876 definitief geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:544
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202506098/2/R1

BRS.25.000410

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:515
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000410

BRS.25.001082

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:528
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001082

BRS.25.002620

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:525
Datum uitspraak
2 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002620

202306348/1/V1

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:564
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306348/1/V1

202505724/2/A3

Bij besluit van 6 januari 2023 heeft de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op verzoek van Stichting Animal Rights 29 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Stichting Animal Rights heeft de minister op 24 maart 2022 verzocht om informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Zij heeft gevraagd om informatie over alle in Nederland gevestigde konijnenhouderijen, waar konijnen worden gehouden als landbouwhuisdieren, over de periode van 1 januari 20217 tot 24 maart 2022. Het gaat om alle documenten die gaan over uitgevoerde inspecties en andersoortige controles en bezoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:511
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202505724/2/A3

BRS.26.000152

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:521
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000152

BRS.26.000393

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:527
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000393

BRS.26.000410

Bij besluit van 28 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:454
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000410

BRS.26.000455

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:523
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000455

BRS.26.000460

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:522
Datum uitspraak
30 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000460

202401508/2/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:532
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401508/2/V3

202404578/1/V3

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:517
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404578/1/V3

202405413/1/V1

Bij besluit van 29 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:516
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405413/1/V1

202405953/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:518
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405953/1/V1

202407386/3/R2

Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan "Rubenslaan 1, Budel" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementencomplex mogelijk op de gronden aan de Rubenslaan 1 in Budel. Het complex bestaat uit 3 bouwlagen voor in totaal 12 appartementen (sociale huurwoningen), bedoeld voor starters en senioren. De woningbouwcorporatie Stichting WoCom is initiatiefnemer van deze ontwikkeling en zal de woningen gaan verhuren. [verzoeker] woont tegenover het plangebied op de gronden aan de [locatie] in Budel. Hij vreest onder meer voor een "parkeerstraat" en aantasting van zijn privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:510
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407386/3/R2

202504599/1/V2

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:519
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504599/1/V2

202506209/2/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de directeur van Fontys Educatie (hierna: de directeur) het resultaat van het 21+ toelatingsonderzoek van [verzoeker] vastgesteld op ‘Niet Behaald’. [verzoeker] wil met zijn verzoek om een voorlopige voorziening te bereiken dat hij hangende het beroep de opleiding kan (blijven) volgen. Hij heeft bij e-mail van 28 januari 2026 aan de voorzieningenrechter laten weten dat op 30 januari 2026 een examen gepland is en onomkeerbare studievertraging ontstaat als hij daaraan niet kan deelnemen. Hij heeft gelet op deze spoed verzocht om een schriftelijke afhandeling van zijn verzoek. Het CBE heeft daarop bij e-mail van 28 januari 2026 gereageerd. Hieruit blijkt niet dat het CBE bezwaren heeft tegen de schriftelijke behandeling van het verzoek. De voorzieningenrechter doet daarom uitspraak zonder zitting. [verzoeker] voldoet niet aan de vooropleidingseisen van de opleiding en heeft een 21+ toelatingstoets van het instellingsbestuur, als bedoeld in artikel 7.29 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, afgenomen om de opleiding te kunnen volgen. [verzoeker] heeft tegen de uitslag van het toelatingsonderzoek administratief beroep ingesteld en het CBE verzocht om gedurende de behandeling daarvan hem het onderwijs te laten volgen, om studievertraging te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:531
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506209/2/A2

202600026/2/R4

Bij besluit van 5 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor renovatie van de woning aan de [locatie] in Maarn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:785
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600026/2/R4

BRS.25.001721

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:442
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001721

BRS.25.002586

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:445
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002586

BRS.26.000020

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:446
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000020

BRS.26.000063

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:433
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000063

BRS.26.000117

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:443
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000117

BRS.26.000136

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:436
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000136

BRS.26.000404 en BRS.26.000405

Bij besluit van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:439
Datum uitspraak
29 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000404 en BRS.26.000405

202505434/2/R4

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan Stichting Regionale Ambulance Voorziening Provincie Utrecht (RAVU) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan ten behoeve van een ambulancepost aan de Middelhoefseweg, nabij huisnummer 10, in Amersfoort. De Middelhoefseweg is een doodlopende weg die ongeveer 90 m ten zuiden van de locatie aansluit op de provinciale wegen N199 en N221. De locatie is een vrijwel volledig verhard parkeerterrein. Ingevolge het bestemmingsplan "Birkhoven-Bokkeduinen" (het bestemmingsplan) geldt op de locatie de bestemming "Maatschappelijke doeleinden" met de subbestemming "levensbeschouwelijk en religieuze voorzieningen" en de bestemming "Verblijfsdoeleinden". Binnen deze bestemmingen is een ambulancepost niet toegestaan. De nieuwbouw van de ambulancepost is voorzien buiten het bouwblok dat op de plankaart is aangegeven. Om de ambulancepost op de locatie mogelijk te maken, heeft het college de omgevingsvergunning niet alleen verleend voor de activiteit bouwen, maar ook voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. SOS heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 19 juni 2024 te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:447
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505434/2/R4

202505456/1/R3 en 202505456/2/R3

Bij besluit van 18 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker]. Daarin wordt [verzoeker] gelast wordt om de bewoning van het bedrijfspand op de [locatie 1] in Lisse (hierna: het bedrijfspand) te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] woont in het bedrijfspand. Het bedrijfspand staat op gronden waarvoor de bestemming "Bedrijventerrein" is toegekend in het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Lisse". Volgens het college is bewoning op deze bestemming niet toegestaan en overtreedt [verzoeker] daardoor artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Daarom heeft het college een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker] waarin gelast wordt om de bewoning van het bedrijfspand te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] komt op tegen het opleggen van de last onder dwangsom, onder meer omdat het college volgens hem gerechtvaardigde verwachtingen bij hem heeft gewekt dat hij in het bedrijfspand mocht wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:448
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505456/1/R3 en 202505456/2/R3

BRS.25.001112

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:420
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001112

BRS.26.000062

Bij besluit van 5 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij besluit van 15 december 2025 heeft de minister de termijn van de aan betrokkene opgelegde maatregel van bewaring verlengd met ten hoogste drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:419
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000062

BRS.26.000431 en BRS.26.000432

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:437
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000431 en BRS.26.000432

202205662/1/R4

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om de omgevingsvergunning van 21 september 2011 van de woningcorporatie Stichting Mitros (nu: Stichting Woonin, hierna: Mitros) in te trekken en handhavend op te treden tegen Mitros, afgewezen. Bij besluit van 21 september 2011 heeft het college aan Mitros op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend voor het verwijderen van asbesthoudende materialen en het vervangen van gevelkozijnen en dakkapellen in een groot aantal woningen in Utrecht. Voorafgaand aan dit besluit, op 22 juni 2011, hebben de gemeente Utrecht en Mitros een convenant gesloten. Daarbij is, samengevat, overeengekomen dat een groot deel van de asbestinventarisaties na de verlening van de omgevingsvergunning, voor het uitvoeren van de werkzaamheden, worden uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:462
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205662/1/R4

202301706/4/R2

Bij uitspraak van 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5851, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan op het beroep in een zaak waarbij [verzoeker] partij was. In die zaak heeft [verzoeker] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling, en niet, zoals [verzoeker] veronderstelt, bij het indienen van een zienswijze tegen een ontwerpbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:491
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301706/4/R2

202302028/1/R4

Bij besluit van 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk het handhavingsverzoek van [appellante] met betrekking tot de door haar gehuurde woning aan de [locatie] in Hoevelaken gedeeltelijk toegewezen. Bij brief van 4 mei 2020 heeft [appellante] het college verzocht om handhavend op te treden tegen de Alliantie vanwege de bouwkundige staat van de woning aan de [locatie] in Hoevelaken. [appellante] diende het verzoek met name in vanwege problemen met het binnenklimaat van de woning. Ten tijde van het handhavingsverzoek huurde [appellante] de woning van de Alliantie. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het onderzoek van De Keurder zorgvuldig is en dat het college daar zijn besluit van 12 januari 2021 op mocht baseren. Op basis van het onderzoek van De Keurder kan niet worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan artikel 3.26 van het Bouwbesluit 2012. Zo ontbreken de gehanteerde meetmethodes en meetresultaten in het rapport. Het college heeft het besluit van 12 januari 2021 in zoverre onzorgvuldig voorbereid, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:488
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302028/1/R4

202302754/1/R3

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen aan KPN B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de vervanging van een telecommast op de Van Limburg Stirumweg 8 in Oranjewoud. De omgevingsvergunning staat toe dat op het perceel een telecommast wordt gebouwd met daaromheen een hekwerk van 2,2 m hoog. Deze telecommast zal een bestaande telecommast op het perceel vervangen. De positie van de telecommast verplaatst daarbij naar het westen van het perceel. Door de vergunde telecommast te bouwen op deze nieuwe locatie voldoet deze niet aan de bouwregels uit het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Beschermd Dorpsgezicht Het Oranjewoud" (hierna: het bestemmingsplan). Het hekwerk is daarnaast hoger dan in het bestemmingsplan is toegestaan. De omgevingsvergunning staat deze afwijkingen van het bestemmingsplan toe. [appellant] heeft bezwaren tegen de verplaatsing van de telecommast omdat deze dichter bij zijn woning komt. Dit leidt volgens hem tot een hoger risico op gezondheidsschade en een vermindering van zijn uitzicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:486
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302754/1/R3

202303217/1/A3

Bij besluit van 7 april 2020 heeft de burgemeester van Nijmegen een vergunning op grond van de Drank- en horecawet voor een horeca-inrichting geweigerd, de op 22 juli 2014 verleende vergunning ingetrokken en aan [appellanten sub 2] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant sub 2A] is sinds 2014 eigenaar en exploitant van [bedrijf] aan de [locatie] in Nijmegen. Op 22 juli 2014 heeft de burgemeester aan [appellant sub 2A] een vergunning op grond van de DHW verleend. Vanaf 1 juli 2018 vormen [appellanten sub 2] een vennootschap onder firma (geregistreerd op 30 augustus 2018). De vennootschap onder firma heeft op 21 november 2019 een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de DHW. Op 22 november 2019 heeft een controle in het café plaatsgevonden, waarvan de toezichthouder op 29 november 2019 een proces-verbaal heeft opgesteld. Mede op basis van dit proces-verbaal heeft de burgemeester de vergunning van 2014 ingetrokken, de gevraagde vergunning geweigerd en een last onder bestuursdwang opgelegd. De last houdt in dat het café per 1 mei 2020 moet sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:482
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303217/1/A3

202303749/1/R1

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de op 13 september 2016 verleende vergunning op grond van de Waterwet van Tata Steel Packaging (Tata Steel) gewijzigd. Tata Steel heeft op 17 september 2021 een aanvraag ingediend om wijziging van de aan haar op 13 september 2016 verleende vergunning op grond van de Waterwet. Aanleiding voor deze aanvraag is dat het vergunde additief RONASTAN, dat Tata Steel gebruikt in het productieproces, niet langer beschikbaar is. Zij wil in plaats daarvan het alternatieve additief QUAKERTIN toepassen. Dit alternatieve additief wordt op dezelfde wijze als het vergunde additief toegepast. De minister heeft bij besluit van 23 september 2021 positief beslist op de aanvraag van Tata Steel. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat Tata Steel met het nieuwe additief voldoet aan de best beschikbare technieken (BBT) conclusies. Met het alternatieve additief zal de aard van de chemische gevolgen volgens de minister niet veranderen en daarmee ook niet de ecologische effecten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:487
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202303749/1/R1

202303801/1/R1

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard het verzoek om handhaving van [appellante] afgewezen met betrekking tot, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1] in Gendt. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Gendt. Haar perceel grenst aan dat van [partij] aan de [locatie 1]. [appellante] heeft het college verzocht handhavend op te treden wegens, onder andere, het storten van grond op het perceel aan de [locatie 1]. Het college heeft het verzoek van [appellante] opgevat als een verzoek om handhavend op te treden wegens het storten van grond in strijd met het Bbk en wegens gebruik van gronden in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan de in het besluit van 22 februari 2022 neergelegde afwijzing ten grondslag gelegd dat het aanvoeren van grond op 31 december 2021 is gemeld bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem. De hoeveelheid gestorte grond is in overeenstemming met deze melding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:463
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303801/1/R1

202303815/1/A3

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de burgemeester van Echt-Susteren een last onder bestuursdwang aan THT-Group opgelegd, strekkende tot sluiting van de bedrijfsruimten met bijhorende percelen aan de adressen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Echt, voor de duur van twaalf maanden. THT-Group is actief in het uitvoeren van sloopprojecten en asbestsaneringen en huurder van de bedrijfsruimte aan de [locatie 3] in Echt. Op 29 juli 2021 hebben medewerkers van de politie een onderzoek verricht in de bedrijfsruimten aan de adressen [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Van dit onderzoek is een bestuurlijke rapportage opgemaakt. In deze bestuurlijke rapportage is te lezen dat in de bedrijfsruimten aan de [locatie 1] en [locatie 2] gezamenlijk een nettogewicht van 211.615,4 gram hennep en 13.479 gram hasj, groeimiddelen voor planten, materialen die worden gebruikt voor de opbouw van hennepplantages, goederen voor het verpakken van hennep en promotiemateriaal voor een coffeeshop zijn aangetroffen. Ook is tussen de bedrijfsruimte [locatie 2] en [locatie 3] een doorgang in de vorm van een gat in de muur gevonden. In de bedrijfsruimte aan de [locatie 3] zijn geen drugs of daaraan gerelateerde goederen aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:484
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202303815/1/A3

202304226/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van [appellant] om corrigerende maatregelen te treffen afgewezen. De gemeente Wageningen hanteert voor het innen van de parkeerbelasting op de parkeerterreinen Olympiaplein en Stadsbrink een systeem van kentekenparkeren. Dit houdt in dat een parkeerder via de parkeerautomaat of mobiele telefoon het kenteken van zijn auto registreert. Voor het eerste uur parkeren hoeft geen parkeerbelasting betaald te worden. Als een parkeerder aangeeft langer dan een uur te gaan parkeren, dan moet hij vooraf de parkeerbelasting voldoen. De controle op betaling van parkeerbelasting vindt plaats met gebruik van zogenoemde ‘handhelds’ door handhavers van de gemeente die kentekens van geparkeerde voertuigen invoeren. Als geen parkeerbelasting is verschuldigd, of als de parkeerbelasting van een gecontroleerd voertuig is betaald, worden de ingevoerde kentekengegevens na 48 uur verwijderd. Als de verschuldigde parkeerbelasting niet is betaald, dan worden de gegevens van de kentekenhouder opgevraagd voor het opleggen van een naheffingsaanslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:490
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304226/1/A3

202304734/2/R3

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2066, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 14 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "[locatie] te Leek" te herstellen, met inachtneming van wat over dat gebrek in de tussenuitspraak is overwogen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.4, geoordeeld dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in strijd met artikel 3:2 van de Awb is genomen. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad van de gemeente Westerkwartier het plan niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid, omdat in het akoestisch onderzoek dat aan het plan ten grondslag lag ten onrechte niet is uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad ervoor gekozen om met de nadere motivering van 3 september 2025 te onderbouwen waarom het plan niet zal leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting ter plaatse van de woning, en dus niet tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat, van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:492
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202304734/2/R3

202304782/1/R4

Met het bestemmingsplan ‘Pavijen I-IV (ged.), herzien milieucategorieën’ wil de gemeente Culemborg de ‘zware bedrijvigheid’ verminderen op een deel van het bestaande bedrijventerrein Pavijen. De gemeenteraad heeft deze aanpassing doorgevoerd vooruitlopend op het plan om van het gebied rond het station van Culemborg een woon- en werkomgeving te maken. Enkele bedrijven die nu op die locatie zitten zijn het niet eens met dit bestemmingsplan en kwamen hiertegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De verlaging van de zogenoemde milieucategorie is volgens hen uitsluitend ingegeven door nog onzekere en onvoldoende concrete plannen voor woningbouw in en rondom het stationsgebied. Legaal bestaand gebruik wordt in beginsel in het bestemmingsplan bestemd. Als nieuwe planologische inzichten daarvoor aanleiding geven en het belang bij de nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen, kan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening daarvan worden afgezien. In dat geval kan het bestaande legale gebruik onder het overgangsrecht worden gebracht als de gemeenteraad aannemelijk maakt dat dit gebruik op termijn zal worden beëindigd. Met het overgangsrecht wordt namelijk beoogd een tijdelijke situatie te overbruggen. In de uitspraak constateert de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeente nog geen bestemmingsplan heeft vastgesteld of omgevingsvergunning heeft verleend om de woningbouw rondom het stationsgebied planologisch mogelijk te maken. Er is dus geen concreet planologisch besluit op grond waarvan aannemelijk is dat de bestaande bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk op termijn zullen worden beëindigd. De gemeenteraad heeft toegelicht dat om praktische redenen is gekozen om dit bestemmingsplan vast te stellen vooruitlopend op de woningbouw, in de verwachting dat op korte termijn een omgevingsplan zou worden vastgesteld voor het stationsgebied. Maar praktische overwegingen zijn geen toereikende motivering om bestaand legaal gebruik weg te bestemmen en onder het overgangsrecht te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:493
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304782/1/R4

202305380/1/A3

De minister van Justitie en Veiligheid ging te ver met het stellen van twee beperkende voorschriften aan een re-enactment evenement tijdens het jaarlijkse Bevrijdingsfestival in Brielle. De uitspraak gaat over de toestemming die de korpschef van politie verleende voor een zogenoemd re-eanctment evenement tijdens het Bevrijdingsfestival in Brielle. Onderdeel daarvan is een 'Mock-battle' over de oorlogsjaren in Brielle in 1940-1945. Tijdens dit evenement wordt militaire gebeurtenissen uit die tijd zo historisch mogelijk nagespeeld. Stichting Bevrijdingsfestival Brielle vroeg op grond van de Wet wapens en munitie toestemming om acteurs in burgerkleding wapens te laten dragen tijdens de Mock-battle en daarbij ook Nazi-attributen te tonen. De korpschef, en later de minister, stelde daaraan enkele voorschriften, maar die beperken volgens de organisatie te veel. Doel van de Wet wapens en munitie is om de openbare orde en veiligheid te waarborgen door illegaal wapenbezit te bestrijden en legaal wapenbezit zo veel mogelijk te beheersen. Dat betekent dat de minister ook alleen met dat doel voor ogen voorschriften mag stellen. Het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is dat de minister bij twee voorschriften daarbij te ver ging. Zo stelde de minister beperkingen aan het tonen van Nazi-attributen omdat hij ongeregeldheden en gevoelens van angst en onrust bij het publiek wilde voorkomen. Maar dat is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak een algemeen belang van openbare orde en legt geen verband met het specifieke doel dat de Wet wapens en munitie wil beschermen. De stichting krijgt op dit punt dus gelijk. In een ander voorschrift verbood de minister het dragen van wapens door acteurs in burgerkleding uit de jaren '40 en '45 tijdens de Mock-battle. Op de rechtszitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak in oktober jongstleden heeft de minister laten weten dat dit voorschrift te ver gaat en dat hij daartegen geen bezwaar meer heeft als de wapens direct na afloop van de Mock-battle worden ingenomen en acteurs met wapens zich niet mengen met publiek. Ook op dit punt krijgt de stichting gelijk. Een laatste voorschrift waartegen de stichting zich verzette blijft wel in stand. Dat voorschrift eist dat het evenement moet plaatsvinden volgens het reglement van het Landelijk Platform Levende Geschiedenis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:461
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202305380/1/A3

202400068/1/R3

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Feijenoord" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de wijk Feijenoord in Rotterdam. Dit is een actualiserend bestemmingsplan met een overwegend conserverend karakter. Op een aantal locaties voorziet het plan in de mogelijkheid woningen te realiseren. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] aan de [locatie 2] in Rotterdam. Beide percelen liggen in het plangebied. Zij zijn het met name niet eens met de begrenzing van het bestemmingsplan "Feijenoord". [appellant sub 2] betoogt dat Wijkraad Feijenoord te weinig inspraak heeft gehad bij de planvorming. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat ten onrechte geen woonbestemming is toegekend aan het in september 2023 opgeleverde gebouw aan de Persoonsdam 158 tot en met 200 in Rotterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:489
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400068/1/R3

202400159/1/A3

Bij brieven van 24 december 2020 hebben verweerders, voor zover in hoger beroep aan de orde, het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten gedeeltelijk ingewilligd. Bij brief van 12 mei 2020 heeft [appellant] onder vermelding van de Algemene verordening gegevensbescherming, de sectorale wetten die van toepassing zijn op de convenantpartners van het Regionale Informatie- en Expertisecentrum Noord-Nederland en de Wet openbaarheid van bestuur verzocht om verstrekking van documenten over hem die berusten bij het RIEC Noord-Nederland. Bij brieven van 24 december 2020 hebben verweerders dat verzoek gedeeltelijk ingewilligd door een overzicht te verstrekken van de aanwezige persoonsgegevens van [appellant]. Verweerders hebben het verzoek afgewezen voor zover om inzage of openbaarmaking van bestuurlijke documenten wordt verzocht. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt, en beroep ingesteld tegen het niet-tijdig besluiten op het bezwaar. Tijdens die procedure hebben [appellant] en verweerders ingestemd met het instellen van rechtstreeks beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:483
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202400159/1/A3

202400277/1/A2

Bij besluit van 26 april 2021 heeft het Commissariaat voor de Media Stichting Berkelland Lokaal (SBL) aangewezen als lokale publieke media-instelling in de gemeente Berkelland en de aanvraag van RMC hiervoor afgewezen. RMC was voor de periode van 8 maart 2016 tot en met 8 maart 2021 aangewezen als publieke media-instelling voor de gemeenten Berkelland (Berkelland) en Oost Gelre (Oost Gelre). Voor de aansluitende periode vanaf 8 maart 2021 heeft RMC bij het commissariaat een nieuwe aanvraag ingediend. Het commissariaat heeft deze aanvraag toegestuurd aan de raden van Berkelland en Oost Gelre, met het verzoek een gezamenlijk advies uit te brengen over de vraag of RMC voldoet aan de eisen van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet 2008. Ook SBL heeft een aanvraag ingediend voor dezelfde periode. In tegenstelling tot de aanvraag van RMC ziet deze aanvraag alleen op een aanwijzing voor Berkelland. Het commissariaat heeft deze aanvraag voorgelegd aan de raad van Berkelland met het verzoek advies uit te brengen over de vraag of SBL aan de eisen voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:481
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400277/1/A2

202400986/1/A3

Bij besluit van 3 maart 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort voor zijn minderjarige dochter niet in behandeling genomen. [appellant] heeft op 10 augustus 2021 bij de Nederlandse ambassade in Nairobi een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend voor zijn minderjarige dochter [dochter]. Bij de aanvraag heeft [appellant] een kopie van een Somalische geboorteakte, een kopie van een Somalische identiteitsbevestiging, een kopie van een Somalisch geboortebewijs van het ziekenhuis, een consulaire verklaring van geboorte, afgegeven door de Somalische ambassade in Brussel, en een huwelijksakte overgelegd. Uit de huwelijksakte blijkt dat [appellant] op [datum] 2017 in Kenia is getrouwd met [partner]. Uit de geboorteakte blijkt dat [dochter] op [geboortedatum] 2021 in Somalië is geboren en dat zij de dochter van [appellant] en [partner] is. [appellant] en [partner] zijn beiden in Somalië geboren. [appellant] heeft in 2007 het Nederlanderschap verkregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:468
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202400986/1/A3

202401794/1/A3

Bij brief van 27 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft een verzoek van de Stichting voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft afgewezen. De Stichting heeft op 4 juli 2022 een verzoek gedaan voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft in verband met de verplichtingen die het college volgens de Stichting op grond van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (hierna: Genocideverdrag) heeft. Volgens de Stichting wekt het in stand houden van deze straatnaam genocide in de hand. Het college heeft deze aanvraag van de Stichting met een brief van 27 september 2022 afgewezen. Het college heeft het bezwaar van de Stichting hiertegen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Stichting geen belanghebbende is, haar verzoek daarom niet is aan te merken als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb en de afwijzing daarvan dus ook geen besluit is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:473
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202401794/1/A3

202401878/1/A3

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp aan [appellante] een nieuw huisverbod opgelegd voor een periode van tien dagen, tot 4 maart 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:469
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401878/1/A3

202401885/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp het op 27 januari 2024 opgelegde huisverbod verlengd met achttien dagen tot 24 februari 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. [appellante] woont samen met haar zoon [zoon] van achttien jaar in een woning in Delfgauw. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:470
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401885/1/A3

202401888/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp het huisverbod verlengd met achttien dagen tot 22 maart 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:480
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401888/1/A3

202401889/1/A3

Bij besluit van 27 januari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp aan [appellante] een huisverbod opgelegd als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod voor een periode van tien dagen, tot 6 februari 2024. [appellante] woont samen met haar zoon [zoon], geboren op [geboortedatum] 2005 en ten tijde in geding achttien jaar, in een woning in Delfgauw. Het huisverbod omvatte ook een verbod voor [appellante] om contact op te nemen met [zoon]. Dit besluit is gebaseerd op het door een hulpofficier van justitie opgemaakte Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. De politie kreeg een melding dat [zoon] weigerde [appellante] toegang tot de woning te geven. In het bijzijn van de politie is er een ruit gebroken en kon [appellante] de woning betreden. In de woning kregen [appellante] en [zoon] ruzie en [appellante] heeft vervolgens [zoon] met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:471
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202401889/1/A3

202402057/1/A3

Bij besluit van 12 januari 2023 heeft de minister van Justitie en Veiligheid [appellant] te kennen gegeven dat hij zijn verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid (Woo) niet in behandeling neemt. [appellant] heeft de minister op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van alle correspondentie en data, zowel schriftelijk als digitaal, en verslagen van telefoongesprekken van het departement van Justitie en Veiligheid met hem sinds 23 januari 2015. [appellant] merkt in zijn verzoek op dat de minister hem telefonisch te kennen heeft gegeven dat geen brieven aan hem zijn gestuurd. De minister heeft het verzoek van [appellant] niet in behandeling genomen, omdat hij misbruik van recht heeft gemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek niet in behandeling heeft hoeven nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:496
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402057/1/A3

202402275/1/A3

Bij besluit van 2 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellante] om haar adresgegevens in de basisregistratie personen (brp) te corrigeren afgewezen. Op 17 augustus 2022 heeft [appellante] een aanvraag ingediend waarbij zij het college op grond van artikel 2.58 van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) verzoekt met betrekking tot haar adresgegeven een correctie toe te passen over de periode 27 maart 2008 tot 11 augustus 2008. Hiertoe verwijst zij naar verschillende stukken waaruit zou volgen dat zij in die periode aan de [locatie] in Rotterdam heeft gewoond. Bij het besluit van 2 september 2022 heeft het college het verzoek van [appellante] afgewezen. Met het besluit van 17 februari 2023 heeft het college de afwijzing van het verzoek gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:464
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402275/1/A3

202402283/1/R3

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [aanvrager van de vergunning] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een extra bouwlaag op haar woning aan de [locatie 1] in Den Haag. [aanvrager van de vergunning] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een extra bouwlaag voor drie studentenwoningen (met eigen huisnummers) op de woning aan de [locatie 1] in Den Haag. Het gaat om de activiteit ‘bouwen’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Het college heeft de omgevingsvergunning bij besluit van 22 februari 2021 verleend. Volgens het college past het bouwplan binnen het geldende bestemmingsplan "Laakwijk - Schipperskwartier" en heeft de welstandscommissie positief over het bouwplan geadviseerd. [belanghebbende A] en [belanghebbende B], die achter de woning wonen aan de [locatie 2] in Den Haag, hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening van de omgevingsvergunning. Het college heeft dit bezwaar bij besluit van 19 juli 2021 ongegrond verklaard, maar aan de verleende omgevingsvergunning drie extra voorwaarden verbonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:494
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402283/1/R3

202402745/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de paspoortaanvraag die [appellant A] en [appellant B] hebben ingediend voor hun minderjarige dochter [dochter] afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn op [datum] 2007 met elkaar getrouwd in Egypte. [appellant A] heeft op [datum] 2010 het Nederlanderschap verkregen. [appellant B] heeft wel de Egyptische, maar niet de Nederlandse nationaliteit. Op 3 januari 2022 hebben [appellant A] en [appellant B] bij de Nederlandse ambassade in Egypte een paspoort aangevraagd voor hun minderjarige dochter [dochter], die op [geboortedatum] 2012 in Saoedi-Arabië is geboren. Aan deze aanvraag hebben [appellant A] en [appellant B] een Egyptische geboorteakte gehecht, waarop staat vermeld dat [appellant A] en [appellant B] haar ouders zijn. De minister heeft de aanvraag om een paspoort voor [dochter] buiten behandeling gesteld, omdat [appellant A] en [appellant B] geen gelegaliseerde en vertaalde Saoedische geboorteakte hebben overgelegd. Volgens de minister kan het Nederlanderschap van [dochter] niet worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:498
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202402745/1/A3

202402859/2/R4

Bij brief, ingekomen op 28 januari 2026, en aangevuld op dezelfde datum hebben [verzoekers] verzocht om wraking van staatsraad mr. B.P.M. van Ravels (de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202402859/1/R4.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:535
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402859/2/R4

202403724/1/A2

Bij besluiten van 4 februari 2022 heeft de deken van de Orde van Advocaten Den Haag de door [appellant sub 1] e.a. en [appellant sub 2] gemaakte bezwaren tegen het verzoek om de financiële kengetallen over de periode 2019/2020 aan te leveren niet-ontvankelijk verklaard. In het kader van proactief, structureel, risico gestuurd en uniform financieel toezicht heeft het dekenberaad op aandringen van het College van Toezicht in 2016 besloten dat een lokale deken bij wijze van pilot start met het opvragen van financiële gegevens bij alle kantoren in één arrondissement (ook wel ‘de uitvraag’ genoemd). Het gaat om gegevens over de (vlottende) activa en (vlottende) passiva uit de balans en om gegevens uit de staat van baten en lasten (hierna: de financiële kengetallen). Op basis van de door middel van de pilot opgedane ervaring, heeft het dekenberaad besloten om met ingang van 2020 jaarlijks bij alle advocatenkantoren in alle arrondissementen de financiële kengetallen door de lokale dekens te laten opvragen. De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek om de financiële kengetallen aan te leveren geen besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:460
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403724/1/A2
vorige pagina1...789...1.236volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon