Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.258
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.25.001044

Bij brief van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1514
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001044

BRS.25.001643

Bij besluit van 19 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1597
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001643

BRS.25.002153

Bij besluit van 10 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1595
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002153

BRS.25.002709

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1507
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002709

BRS.26.000420

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1509
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000420

BRS.26.001087 en BRS.26.001088

Bij besluiten van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1581
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001087 en BRS.26.001088

BRS.26.001110

Bij besluit van 13 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1511
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001110

BRS.26.001136 en BRS.26.001137

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1515
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001136 en BRS.26.001137

BRS.26.001186

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1594
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001186

BRS.26.001236

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1622
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001236

BRS.26.001338

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1625
Datum uitspraak
20 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001338

202302869/1/V1

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1604
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202302869/1/V1

202502717/1/V1

Bij besluit van 8 februari 2025 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers betrokkene overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen. Het COa heeft betrokkene op 8 februari 2025 overgeplaatst naar de HTL, omdat zij volgens het COa betrokken was bij een incident met een ‘zeer grote impact’ als bedoeld in paragraaf 4.1 van het Maatregelenbeleid COa van november 2024 (Maatregelenbeleid COa). Aan die overplaatsing heeft het COa het volgende ten grondslag gelegd. Op 5 februari 2025 hebben medewerkers van het COa betrokkene in een maatregelgesprek meegedeeld dat het COa haar naar aanleiding van een incident op 3 februari 2025 een zogenoemde ROV-maatregel zal opleggen, waarbij ROV staat voor: reglement onthouding verstrekkingen. Die maatregel hield in dat betrokkene naar een zogenoemde time-outlocatie moest en de opvanglocatie waar zij op dat moment verbleef binnen een uur moest verlaten. Tijdens dat gesprek hebben de COa-medewerkers vastgesteld dat betrokkene sterk naar alcohol rook en met dubbele tong sprak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1605
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202502717/1/V1

202600650/2/V6

Bij brief van 8 december 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [verzoeker] om hem consulaire bijstand te verlenen om Gaza te verlaten, afgewezen. [verzoeker] verblijft in Gaza en wil naar Nederland komen om een masteropleiding te volgen aan een Nederlandse universiteit. Hij is toegelaten tot deze masteropleiding en de minister van Asiel en Migratie heeft hem laten weten geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zodat [verzoeker] in Nederland kan verblijven met een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel "studie". Hij moet deze mvv ophalen bij de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië. Het is volgens [verzoeker] echter niet mogelijk voor hem om zonder hulp van de minister de grens van Gaza over te steken. Hij heeft de minister daarom verzocht om consulaire bijstand, zodat hij Gaza kan verlaten. De minister heeft het verzoek om consulaire bijstand afgewezen, omdat [verzoeker] op het moment van zijn verzoek niet behoorde tot één van de groepen die voor consulaire bijstand bij het verlaten van Gaza in aanmerking kwamen. De minister heeft het bezwaar van [verzoeker] vervolgens niet-ontvankelijk verklaard, omdat de afwijzing van het verzoek om consulaire bijstand volgens hem geen besluit is waartegen [verzoeker] bezwaar kan maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1600
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202600650/2/V6

202600651/2/V6

Bij brief van 17 november 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [verzoeker] om haar consulaire bijstand te verlenen om Gaza te verlaten, afgewezen. [verzoeker] verblijft in Gaza en wil naar Nederland komen om een masteropleiding te volgen aan een Nederlandse universiteit. Zij is toegelaten tot deze masteropleiding en de minister van Asiel en Migratie heeft haar laten weten geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zodat [verzoeker] in Nederland kan verblijven met een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel "studie". Zij moet deze mvv ophalen bij de Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië. Het is volgens [verzoeker] echter niet mogelijk voor haar om zonder hulp van de minister de grens van Gaza over te steken. Zij heeft de minister daarom verzocht om consulaire bijstand, zodat zij Gaza kan verlaten. De minister heeft het verzoek om consulaire bijstand afgewezen, omdat [verzoeker] op het moment van haar verzoek niet behoorde tot één van de groepen die voor consulaire bijstand bij het verlaten van Gaza in aanmerking kwamen. De minister heeft het bezwaar van [verzoeker] vervolgens niet-ontvankelijk verklaard, omdat de afwijzing van het verzoek om consulaire bijstand volgens hem geen besluit is waartegen [verzoeker] bezwaar kan maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1601
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202600651/2/V6

BRS.25.000870

Bij besluit van 29 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1504
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000870

BRS.25.001337

Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1501
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001337

BRS.25.002012

Bij besluit van 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1495
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002012

BRS.26.000589

Bij besluit van 16 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1500
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000589

BRS.26.000867

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1485
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000867

BRS.26.000953

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1496
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000953

BRS.26.000960 en BRS.26.000969

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1493
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000960 en BRS.26.000969

BRS.26.001071

Bij besluiten van 10 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1484
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001071

BRS.26.001082

Bij besluit van 4 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1498
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001082

BRS.26.001212 en BRS26001215

Bij besluit van 15 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1608
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001212 en BRS26001215

202505810/1/A2

[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht om de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2025 in zaak nr. 202505046/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5466, te herzien. In die uitspraak heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de examencommissie tot afgifte van een diploma voor de Master of Architecture van de Fontys Hogeschool ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1653
Datum uitspraak
19 maart 2026
  • Herziening
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505810/1/A2

202500594/1/V3

Bij besluit van 12 december 2023, aangevuld bij besluit van 23 september 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1492
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500594/1/V3

202500595/1/V2

Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1512
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500595/1/V2

202501598/1/V2

Bij besluit van 21 september 2021, aangevuld op 30 juli 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkene verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1442
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501598/1/V2

202503989/2/R1 en 202503989/2/R1

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Ouder-Amstel "Voorbereidingsbesluiten, beperkingengebied lokale spoorweg en bodem" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Ouder-Amstel vastgesteld (het besluit tot wijziging). [verzoeker] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Ouderkerk aan de Amstel. Tot ongeveer 2024 exploiteerde hij op de begane grond een restaurant en werden de bovenverdiepingen voor woondoeleinden verhuurd aan een werknemer van het restaurant. Sinds de beëindiging van het restaurant staat het gehele pand leeg. In het voorheen geldende bestemmingsplan "Ouderkerk aan de Amstel", vastgesteld door de raad op 20 juni 2013, had het perceel de bestemming "Centrum". Op grond van artikel 5.1, aanhef en onder a, van de planregels was het toegestaan om - naast de bovenverdiepingen - ook de begane grond van het pand te gebruiken voor woondoeleinden. Dit bestemmingsplan maakt op grond van artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet (Iw Ow) deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet (Ow).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1510
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202503989/2/R1 en 202503989/2/R1

BRS.26.000504

Bij besluit van 9 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1447
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000504

BRS.26.000889

Bij brief van 11 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aan appellant meegedeeld dat aan hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend met ingang van 1 februari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1487
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000889

BRS.26.000930

Bij besluit van 18 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1472
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000930

BRS.26.000934

Bij besluit van 31 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd om betrokkene ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1473
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000934

BRS.26.000989

Bij besluit van 26 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1489
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000989

BRS.26.001014 en BRS.26.001015

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1475
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001014 en BRS.26.001015

BRS.26.001053

Bij besluit van 13 december 2025, aangevuld bij besluit van 17 december 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1474
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001053

BRS.26.001055 en BRS.26.001056

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1478
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001055 en BRS.26.001056

202003326/7/R2

Bij de tussenuitspraak van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1309, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Someren opgedragen om binnen 20 weken na verzending van deze tussenuitspraak, met inachtneming van wat onder 44 en 45 is overwogen, de onder 26.3 en 26.4 genoemde gebreken in het besluit van 12 september 2024 waarbij het bestemmingsplan "Herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2" is vastgesteld, te herstellen of in plaats daarvan een nieuw besluit te nemen. Het bestemmingsplan voorziet in de toekenning van een woonbestemming aan het perceel [locatie] te Someren, direct ten oosten van het rietdekkersbedrijf, dat op het perceel [locatie]-bij is gevestigd. De Afdeling heeft in de eerste tussenuitspraak van 24 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1724, onder 26.6 overwogen dat in het geluidrapport, dat de raad heeft gehanteerd bij de beoordeling van de vraag of bij de woning [locatie] sprake is van een goede ruimtelijke ordening, geen rekening is gehouden met mogelijke geluidbronnen op het zuidoostelijke deel van het bedrijfsperceel van het rietdekkersbedrijf op het perceel [locatie]-bij, terwijl de bestemmingsregeling voor het bedrijf zich er niet tegen verzet dat ook daar geluidproducerende werkzaamheden worden verricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1530
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202003326/7/R2

202105197/1/R2

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas het wijzigingsplan "[locatie 1], Lottum" vastgesteld. [partij] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Lottum. Op het perceel bevinden zich een voormalige agrarische bedrijfswoning en enkele bouwwerken, waaronder een loods en een mantelzorgwoning. Het perceel heeft in het bestemmingsplan "Buitengebied Horst aan de Maas" de bestemming "Agrarisch met waarden". [partij] bewoont de voormalige agrarische bedrijfswoning en heeft het college verzocht het bestemmingsplan te wijzigen met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 3.6, eerste lid, sub a van de Wro en artikel 3.8.5 van de planregels van het bestemmingsplan. Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het college het wijzigingsplan vastgesteld, waarbij de bestemming op het perceel is gewijzigd in de bestemming "Wonen". [appellant] woont aan de overzijde van het plangebied en kan zich niet met het wijzigingsplan verenigen. Volgens [appellant] is met het wijzigingsplan tevergeefs beoogd om de loods en andere bouwwerken op het perceel te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1535
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202105197/1/R2

202108215/1/R2

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de raad van de gemeente Gennep het bestemmingsplan "Verbindingsweg Milsbeek" vastgesteld. Het plan voorziet in de aanleg van een verbindingsweg ten zuidoosten van Milsbeek tussen de Ringbaan in Milsbeek en de N271. De verbindingsweg moet onder meer een alternatief vormen voor het vrachtverkeer dat nu gebruik maakt van de Zwarteweg. De verbindingsweg is ongeveer 2 km lang en ligt deels parallel aan de Kroonbeek. De gronden hadden in het voorgaande bestemmingsplan "Buitengebied Gennep" de bestemming "Agrarisch" of "Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap". In het voorliggende bestemmingsplan wordt aan deze gronden de bestemming "Verkeer" toegekend. [bedrijf] exploiteert een ontgrondingslocatie gelegen ten noorden van de Milsbeek, namelijk Koningsven - De Diepen. Het vrachtverkeer van en naar die zandwinningslocatie wordt in de huidige feitelijke situatie afgewikkeld via de Zwarteweg. Vereniging Geen Zand Erover komt op voor de bewoners langs de Zwarteweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1578
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202108215/1/R2

202300570/1/A3

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de burgemeester het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (de Wob) buiten behandeling gesteld vanwege misbruik van recht. Op 17 maart 2021 heeft [appellant] de burgemeester op grond van de Wob verzocht om informatie openbaar te maken over de veiligheidssituatie, toegespitst op woningsluitingen, van de wijken Carnisse en Kop van Zuid/Entrepot, in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020. De burgemeester heeft dit verzoek buiten behandeling gesteld. Volgens de burgemeester maakt [appellant] misbruik van recht. De burgemeester legt daaraan ten grondslag dat [appellant] veel verzoeken bij de burgemeester indient, waarvan het merendeel in de kern ziet op dezelfde bestuurlijke aangelegenheid. De verzoeken zijn volgens de burgemeester algemeen, omvangrijk en niet begrijpelijk. [appellant] is niet bereid geweest zijn verzoeken te preciseren, maar past in plaats daarvan zijn verzoeken aan en breidt ze uit. Ook vraagt hij zijn eigen Wob-verzoeken op en verzoekt hij om nieuw op te stellen documenten. Daarnaast heeft [appellant] zich volgens de burgemeester in aanmatigende en bedreigende bewoordingen uitgelaten. Op basis hiervan komt de burgemeester tot de conclusie dat het Wob-verzoek van [appellant] niet ziet op openbaarmaking van informatie voor eenieder, maar het hinderen van de overheid door het leggen van een groot tijdsbeslag op het ambtelijk apparaat. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester het verzoek terecht buiten behandeling heeft gesteld vanwege misbruik van recht. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1546
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300570/1/A3

202301129/1/R4 en 202305341/1/R4

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Nijkerk het bestemmingsplan "Stadshaven fase 1a Nijkerk" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Stadshaven fase 1a Nijkerk" maakt de bouw van nieuwe woningen mogelijk op de huidige locatie van het gemeentekantoor aan de Kolkstraat 27 in Nijkerk. Het bestemmingsplan "Bentinck" maakt de bouw van 44 woningen mogelijk op de inbreidingslocatie Meubel en Tapijthal aan de Bruins Slotlaan 76 in Nijkerk en de achterliggende gronden. ABZ heeft haar bedrijf aan de Westkadijk 4 in Nijkerk. Zij is producent van diervoeding en haar productieproces gaat gepaard met geur- en stofbelasting voor de omgeving. Aan het bedrijf is planologisch het gebruik toegestaan als diervoedingsbedrijf in milieucategorie 4.1 met een capaciteit van niet meer dan 325.000 ton. Het bedrijf ligt op een gezoneerd industrieterrein. Volgens haar zijn woningen op korte afstand van haar bedrijf daarom niet passend. De afstand van haar bedrijf tot de nieuwe woningen is ongeveer 75 m bij het bestemmingsplan "Stadshaven fase 1a Nijkerk" en ongeveer 250 m bij het bestemmingsplan "Bentinck".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1544
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202301129/1/R4 en 202305341/1/R4

202301156/1/R2

Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen het verzoek van 11 maart 2020 van de stichting om handhavend optreden tegen de gemeente Groningen wegens het handelen in strijd met de aan de gemeente verleende ontheffing van 29 december 2009 afgewezen. Bij besluit van 29 december 2009 heeft de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een ontheffing verleend aan de gemeente voor werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van station Europapark. In 2020 is de gemeente begonnen met werkzaamheden om een rolstoelhellingbaan en wandelpad aan te leggen in het zogeheten tussengebied. Dit is het gebied tussen het Balkgat, Helperzoom en de stationstunnel. De stichting heeft aan het college verzocht om handhavend optreden tegen de gemeente, omdat volgens de stichting de mitigerende en compenserende maatregelen die in de ontheffing zijn voorgeschreven, niet in overeenstemming met die ontheffing zijn uitgevoerd en deze nu ook niet meer mogelijk zijn door de werkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1555
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301156/1/R2

202301162/1/R2

Groen licht voor de bouw van een ondergrondse fietsenstalling voor 5.400 fietsen bij Eindhoven CS. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren van Stichting BETER EINDHOVEN tegen het project ongegrond. De stichting had bezwaren ingediend tegen het bestemmingsplan 'Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling)' en de bijbehorende omgevingsvergunning. De fietsenstalling wordt aangesloten op de bestaande fietsenstalling onder de stationshal. Volgens de stichting leidt het plan tot meer stikstofuitstoot en biedt het plan onvoldoende veiligheid in de fietsenstalling, omdat die zo groot wordt dat de weg naar de nooduitgang te lang is. Zij vindt verder dat in het bestemmingsplan niet is geborgd dat het standbeeld van Anton Frederik Philips, dat voor het station staat, terugkeert. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft alle bezwaren van de stichting ongegrond verklaard. Dat betekent dat het plan en de vergunning voor de fietsenstalling nu definitief zijn en de bouw van de stalling mag doorgaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1517
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301162/1/R2

202302137/1/R4

Bij besluit van 15 april 2021 heeft het college het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen het verbranden van afvalstoffen op grond van artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm) op het perceel [locatie 1] in Eindhoven, afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Eindhoven. Zij ervaart overlast door het stoken van een houtkachel in de aangrenzende woning aan de [locatie 1]. Volgens [appellante] wordt de overlast veroorzaakt doordat wordt gestookt met afvalstoffen, zoals oud meubilair en afvalhout. Mede daarom heeft zij op 1 maart 2021 een verzoek ingediend bij het college om tegen deze situatie handhavend op te treden. Het college heeft dit verzoek bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 15 april 2021 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1571
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302137/1/R4

202302744/1/R2

Bij besluit van 26 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een omgevingsvergunning verleend aan Bliss B.V. voor het verbouwen van de woning aan de Biezenloop 36 in Tilburg. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft het college een nieuw besluit op bezwaar genomen naar aanleiding van het handhavingsverzoek van [appellant]. Op het moment van het nemen van dat besluit waren bij de Afdeling het hoger beroep van Bliss B.V. en de Stichting Administratiekantoor Biezenloop en het incidentele hoger beroep van [appellant] nog aanhangig. Het besluit op bezwaar van 8 juni 2023 wordt, gelet op artikel 6:24 van de Awb gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van die wet, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Als gevolg van de omstandigheid dat Bliss B.V. en de Stichting Administratiekantoor Biezenloop het door hen ingestelde hoger beroep hebben ingetrokken, is het geding beperkt tot het beroep van [appellant] tegen het besluit van 8 juni 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1528
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302744/1/R2

202303025/1/A3

Bij besluit van 30 december 2022 heeft de burgemeester van Schagen aan [wederpartij] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod een huis- en contactverbod opgelegd, van 30 december 2022 tot en met 9 januari 2023. [wederpartij] woonde samen met haar toenmalige partner [toenmalige partner] en hun drie kinderen in Schagen. Op 30 december 2022 heeft de burgemeester aan [wederpartij] een huis- en contactverbod van tien dagen opgelegd. Hieraan heeft de burgemeester feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd die afkomstig zijn van de Raad voor de Kinderbescherming. In het besluit staat dat de RvdK zich ernstig zorgen maakt over de veiligheid en het welzijn van de drie kinderen van [wederpartij] en [toenmalige partner], omdat de kinderen worden blootgesteld aan een ernstige, onveilige thuissituatie. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester het besluit van 30 december 2022 onzorgvuldig heeft voorbereid, omdat de burgemeester onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of het huisverbod noodzakelijk was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1516
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202303025/1/A3

202303299/1/R1

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de raad van de gemeente Lingewaard het bestemmingsplan "Haalderen Oudewei 1-1a" vastgesteld. Met het plan wordt het onbebouwde bouwvlak in westelijke richting verplaatst en vergroot ten opzichte van het vorige plan om ook daar een woning te realiseren. Dat bouwvlak behoudt de bouwaanduiding "vrijstaand". Op basis van het plan is de maximale bouwhoogte voor de voorziene woning in dat bouwvlak 8 m. Onder het vorige plan was de maximale bouwhoogte daarvoor 6 m. In het plan is verder - anders dan in het vorige plan - een maximum volume van 850 m³ voor dat bouwvlak opgenomen. In paragraaf 1.1 van de plantoelichting staat dat de reden voor de verplaatsing van het bouwvlak is dat er een waardevolle walnotenboom staat in het ongebruikte bouwvlak, waardoor daar geen woning gerealiseerd kan worden. Die boom heeft een beschermde status en staat op de gemeentelijke bomenlijst. [appellant] en anderen wonen aan Ringdijk [nummers] tegenover het plangebied. Hun beroep richt zich tegen de verplaatsing en vergroting van het bouwvlak en de bijgebouwen die het plan mogelijk maakt. Zij vinden dat de landschappelijke waarden van het gebied door het plan worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1576
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202303299/1/R1

202305299/1/R2

Bij besluit van 16 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-MichielsgesteL aan [appellante] een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) verleend voor het wijzigen van een rundveehouderij op het perceel [locatie] te Berlicum naar een bedrijf waar 95 vleesstieren, 35 schapen, 324 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 20 volwassen paarden tot 3 jaar en 9 dekberen worden gehouden. De OBM is verleend voor het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij een algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (het Bor).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1538
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305299/1/R2

202305578/1/R3

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop de aanvraag van [appellant] voor een omgevingsvergunning afgewezen. [appellant] is eigenaar van twee - in elkaars verlengde liggende - percelen gelegen aan [locatie] in Nieuwkoop, kadastraal bekend gemeente Nieuwkoop, [perceel 1] respectievelijk [perceel 2]. Het perceel [perceel 1] is gelegen aan de straatkant. Op dit perceel rust op grond van het bestemmingsplan "Kern Nieuwkoop" de bestemming ‘Wonen’. Het perceel [perceel 2] grenst, vanaf de straat gezien, aan de achterzijde van perceel [perceel 1]. Op een klein deel van perceel [perceel 2] rust op grond van het bestemmingsplan "Kern Nieuwkoop" de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - baggerbedrijf'. Op het andere, grotere deel van dit perceel rust op grond van het bestemmingsplan "Reparatieplan Kern Nieuwkoop 2015" (het reparatieplan) de bestemming ‘Wonen’.Op het bedrijfsgedeelte van perceel [perceel 2] exploiteert [appellant] een baggerbedrijf. Daar is ook het baggerschip van [appellant] afgemeerd als het niet elders in bedrijf is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1518
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305578/1/R3

202305648/1/A2

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het bestuur van de stichting Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven de aanvraag van de coöperatie om als leerbedrijf erkend te worden afgewezen. De coöperatie is een samenwerkingsverband zonder winstoogmerk, opgericht door zelfstandige kraamzorgondernemers. Zij bestaat uit een bestuur, een raad van toezicht en leden, bestaande uit kleine kraamzorgorganisaties, maatschappen en eenmanszaken. Volgens de statuten van de coöperatie heeft zij onder meer tot doel het optreden als een organisatie voor zelfstandige kraamzorgverleners en partus assistenten alsmede voor hun praktijk, het doen leveren van kraamzorg door middel van het verstrekken van opdrachten aan haar leden en hun zelfstandige praktijken, en het zelf leveren van kraamzorg. De coöperatie heeft bij SBB een aanvraag ingediend om erkend te worden als leerbedrijf, kwalificatie Verzorgende IG. Die erkenning maakt haar bevoegd beroepspraktijkvorming aan te bieden voor studenten die worden opgeleid tot kraamverzorgende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1577
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202305648/1/A2

202305686/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de Dienst Wegverkeer een verzoek van [appellante] om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kenteken] te wijzigen, afgewezen. Fabrikanten van voertuigen bestemd voor de Europese markt moeten beschikken over een voor toelating op die markt vereiste typegoedkeuring. Al in 1970 heeft de Raad van de Europese Unie (destijds: Europese Gemeenschappen) besloten tot een communautaire goedkeuringsprocedure voor motorvoertuigen bestemd voor de Europese markt, om belemmeringen van het handelsverkeer tussen de lidstaten op te heffen. De technische voorschriften waaraan motorvoertuigen moesten voldoen zijn daarbij geharmoniseerd. Als een bepaald type voertuig aan de geharmoniseerde technische voorschriften voldoet en door een lidstaat is goedgekeurd, stellen fabrikanten een certificaat van overeenstemming (CVO) op voor alle voertuigen die in overeenstemming zijn met dat goedgekeurde type. Een motorvoertuig dat van zo een Europese typegoedkeuring is voorzien, moet door alle lidstaten als in overeenstemming met hun eigen wetgeving worden beschouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1320
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202305686/1/A2

202305694/1/R1

Bij besluit van 22 december 2021, voor zover hier van belang, heeft het college aan [partij A] omgevingsvergunning verleend voor een ijssalon in het pand aan de [locatie 1] in Enkhuizen. [partij A] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Enkhuizen. Het gaat om een historisch pand dat grenst aan een park, genaamd het Landje van Top. [partij A] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder meer het verbouwen van het pand en het gebruik ten behoeve van een ijssalon van het pand en een strook grond daaromheen, die hij wil verharden. Bij de aanvraag hoort een tekening van 1 november 2021. Blijkens de tekening komen er geen zitplaatsen in het pand. Het gaat om een ijssalon met alleen een verkooppunt. [appellant sub 2] en anderen zijn het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Zij vinden dat er aanleiding was voor een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar en achten het onjuist dat de rechtbank zelf in de zaak heeft voorzien. Het college kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank voor zover zij daarbij het besluit op bezwaar heeft vernietigd voor zover het college het bezwaar, gemaakt door [partij B], niet-ontvankelijk heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1561
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305694/1/R1

202305803/1/R1

Bij besluit van 25 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een rookkanaal op de woning aan [locatie 1] in Heemstede. [partij] woont aan [locatie 1] in Heemstede. Aan de achterkant van de woning heeft hij een rookkanaal geplaatst dat is aangesloten op een houtkachel in de woonkamer. Vanaf het platte dak boven dit deel van de woonkamer loopt het rookkanaal als een schoorsteenpijp buitenlangs naast de achtergevel van de tweede verdieping van de woning omhoog, en steekt ongeveer een meter boven het dak van de tweede verdieping uit. [appellante] woont aan [locatie 2], op enkele meters afstand van het rookkanaal. Zij ervaart hinder van het stoken van hout en heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het rookkanaal en het gebruik van de houtkachel. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat voor het rookkanaal een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist, die ontbreekt. Het heeft [partij] in de gelegenheid gesteld om alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1329
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305803/1/R1

202305804/1/R1

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede heeft het college geweigerd om op verzoek van [appellante] handhavend op te treden in verband met het stoken van hout in de woning aan de [locatie 1] in Heemstede. [partij] woont aan [locatie 1] in Heemstede. Aan de achterkant van de woning heeft hij een rookkanaal geplaatst dat is aangesloten op een houtkachel in de woonkamer. Vanaf het platte dak boven dit deel van de woonkamer loopt het rookkanaal als een schoorsteenpijp buitenlangs naast de achtergevel van de tweede verdieping van de woning omhoog, en steekt ongeveer een meter boven het dak van de tweede verdieping uit. [appellante] woont aan [locatie 2], op enkele meters afstand van het rookkanaal. Zij ervaart hinder van het stoken van hout en heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen het rookkanaal en het gebruik van de houtkachel. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat voor het rookkanaal een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist, die ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1330
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305804/1/R1

202305999/1/R3

Bij besluit van 11 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Coevorden het bestemmingsplan "De Nieuwe Veste" vastgesteld. Het plan voorziet in de nieuwbouw en verplaatsing van de middelbare school De Nieuwe Veste naar het bedrijventerrein Holwert-Midden in Coevorden. Een deel van dat bedrijventerrein valt binnen het plangebied. Om de ontwikkeling mogelijk te maken worden de planologisch toegestane milieucategorieën van een deel van de omliggende bedrijfspercelen afgewaardeerd. Verder zullen voor de bouw van de middelbare school de bedrijfsgebouwen aan de [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4] in Coevorden gesloopt worden. Het plan voorziet in de nieuwbouw en verplaatsing van de middelbare school De Nieuwe Veste naar het bedrijventerrein Holwert-Midden in Coevorden. [appellante] heeft een bedrijfsgebouw aan de [locatie 2]. Dit gebouw wordt voor een deel verhuurd en voor een deel gebruikt door [appellante] zelf. [appellante] is voornemens het pand te gaan gebruiken voor de opslag van levensmiddelen, waarvoor het pand is ingericht. [appellante] kan zich niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1522
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202305999/1/R3

202306378/1/A3

Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft het college beslist op een verzoek van Porco op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Op 23 juni 2021 heeft Porco op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van documenten van ambtenaren, betrokken wethouders en ingeschakelde derden over de vergunningaanvraag die zij heeft ingediend voor een omgevingsvergunning. Het college heeft bij het besluit van 13 augustus 2021 een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Bij het besluit van 9 augustus 2022 heeft het college het door Porco daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en besloten alsnog een aantal documenten gedeeltelijk openbaar te maken. Met het besluit van 2 februari 2023 heeft het college het besluit van 9 augustus herzien en ambtshalve een aantal documenten aanvullend openbaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van Porco tegen dat besluit gegrond verklaard en geoordeeld dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen voor zover geen navraag is gedaan bij onderzoeksbureau Tauw over documenten van de vervolgopdracht bij de omgevingsvergunning en voor zover het college de bijlagen bij de e-mails van 26 januari, 19 en 20 april 2021 niet heeft verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1567
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306378/1/A3

202307021/1/R2

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de raad van de gemeente Steenbergen het bestemmingsplan "Van Heemskerckstraat/Karel Doormanstraat" vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van een gedeelte van het bedrijventerrein Molenkreek in Dinteloord naar een woongebied mogelijk. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Dinteloord en wordt globaal begrensd door de Van Heemskerckstraat aan de noordoostzijde, bestaande bedrijven aan de Stellingmolen aan de oostzijde, de Wipmolen en de Karel Doormanstraat aan de zuidzijde en het woongebied "De Pinas" aan de westzijde. Het woongebied "De Pinas" is recent gerealiseerd. Het voorliggende plan vormt de eerste fase van de oostelijke uitbreiding van het woongebied. In deze eerste fase worden 59 woningen gerealiseerd, waarin het plan voorziet. De gronden waarop die woningen zijn voorzien hebben de bestemming "Wonen" gekregen. Een deel van het bedrijventerrein Molenkreek ligt ook in het plangebied. Dat deel van de gronden heeft in plaats van een bedrijfsbestemming de bestemming "Gemengd" gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1525
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307021/1/R2

202307326/1/R3

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Woonwagenstandplaatsen Twekkelerbeekweg" vastgesteld. Uit onderzoek is gebleken dat er in de gemeente Enschede behoefte is aan 20 tot 25 extra woonwagenstandplaatsen. De raad heeft dit bestemmingsplan vastgesteld, zodat deels in die behoefte kan worden voorzien. Het plan maakt de realisatie van tien woonwagenstandplaatsen op een deel van een agrarisch perceel aan de rand van Twekkelo mogelijk. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan een kleine bergingsvijver en aan de westzijde aan de Twekkelerbeekweg. VBT is een vereniging die zich statutair ten doel heeft gesteld om zich in te zetten voor het belang van de instandhouding van de kwaliteit, het bevorderen van het behoud en zo nodig het herstel van het natuur- en landschapsschoon en het bevorderen van alles wat een verantwoorde rendabele exploitatie van de agrarische gronden ten goede komt. Haar werkgebied bestaat uit de gronden van de voormalige marke Twekkelo. VBT kan zich niet verenigen met het plan, omdat de in het plan voorziene ontwikkeling volgens haar onevenredig afbreuk doet aan het karakter van Twekkelo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1562
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202307326/1/R3

202307345/1/R1

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de raad van de gemeente Wijdemeren het bestemmingsplan "Evenemententerreinen Nederhorst den Berg" vastgesteld (hierna: het plan). Het in deze zaak voorliggende plan is een partiële herziening van het bestemmingsplan Kern Nederhorst den Berg van 27 oktober 2011 (hierna: het moederplan). Het heeft betrekking op twee evenemententerreinen in Nederhorst den Berg. Deze zaak gaat over het evenemententerrein op het parkeerterrein aan de Blijklaan. De raad wil met het plan voorzien in een juridisch-planologisch kader om bestaande evenementen voort te zetten. Het gaat met name om de volgende twee evenementen aan de Blijklaan. In de winter het door de IJsclub Nederhorst den Berg georganiseerde evenement ‘Nederhorst on Ice’. Daarbij zijn ruim zes weken een ijsbaan en een verwarmde horecaruimte genaamd ‘Bergstube’ aanwezig. En in de zomer het door stichting Nederhorst den Berg Actief georganiseerde kortere maar meerdaagse evenement ‘Zomerspektakel’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1543
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307345/1/R1

202307622/1/R1

Bij besluit van 2 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan "Ens Oost fase 2" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om op de hoek van de Drietorensweg en het Oostereind in de kern Ens woningen en een gezondheidscentrum te realiseren. Het concrete voornemen omvat 9 tiny houses, 11 rijwoningen (koop), 9 sociale huurwoningen en een kleinschalig gezondheidscentrum met ruimte voor 26 zorgwoningen, een huisartsenpraktijk, een fysiopraktijk, een sportschool en een nog nader in te vullen ruimte. Het plangebied van het bestemmingsplan omvat nu nog onbebouwde gronden waaraan in het vorige bestemmingsplan "Ens" een sportbestemming was toegekend.[appellant A] en anderen wonen aan de Hoefijzer in Ens, tegenover het plangebied. De afstand tussen hun percelen en het plangebied is ongeveer 45 meter. De afstand tussen hun percelen en de maatschappelijke bestemming is ongeveer 65 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1563
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202307622/1/R1

202307831/1/R2

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "Voordijk (ong.), Vlijmen" gewijzigd vastgesteld. [partij] wil op het onbebouwde perceel aan de [locatie 1], kadastraal bekend als gemeente Vlijmen, sectie N, nummer 6707 en (gedeeltelijk) 6708, één vrijstaande woning realiseren. Het perceel is momenteel in gebruik als voortuin bij de woning aan de [locatie 1]. In het bestemmingsplan "Vlijmen en Vliedberg herziening 2013" heeft het perceel de bestemming "Agrarisch". [partij] heeft aan de raad gevraagd om dit bestemmingsplan te herzien. Het Vlijmens Lint is een vereniging die zich inzet voor het behoud van de karakteristieke Langstraat met veel monumentale gebouwen en monumentaal groen en het behoud van de daar gelegen dijken. De Voordijk behoort tot het oudste dijkenstelsel van Nederland. Het Vlijmens Lint is het niet eens met het plan, omdat volgens haar de bouw van de woning op het perceel het typerende karakter van de Voordijk schaadt. Het plan gaat volgens Het Vlijmens Lint voorbij aan de cultuurhistorische waarden van de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1529
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307831/1/R2

202400156/1/A3

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem een verzoek van [appellant] om handhaving tegen geluidhinder, veroorzaakt door de buitenunit van de warmtepomp van zijn buren [partij A] en [partij B], afgewezen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zich op basis van een deskundigenrapport van technisch adviesbureau Alcedo van 18 mei 2022 op het standpunt mocht stellen dat de buitenunit, gelet op de geluidsnormen in het Activiteitenbesluit milieubeheer, geen zodanige geluideffecten heeft dat sprake is van strijd met artikel 4:6 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gulpen-Wittem 2019 (de APV). Volgens [appellant] kan uit het rapport van Alcedo geen conclusie worden getrokken over het door de buitenunit veroorzaakte geluidsniveau op zijn gevel. Dit geldt volgens hem ook voor een door het college aan het besluit van 22 juli 2022 ten grondslag gelegd rapport van de RUD van 12 augustus 2021. Hierbij wijst hij op een door hem overgelegd rapport van de Nederlandse Stichting Geluidshinder van 22 november 2021 en een rapport van LBP|Sight van 27 januari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1542
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400156/1/A3

202400760/1/R3

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland het bestemmingsplan "[locatie 1]/[locatie 2]-[locatie 3] Genemuiden" vastgesteld. Het plan wijzigt de bestemming van de percelen [locatie 1] en [locatie 3] in Genemuiden. Deze gronden hadden in het vorige plan de bestemming "Bedrijf", maar aangezien de bedrijfsactiviteiten al enige tijd zijn gestaakt en er geen plannen zijn om in de toekomst nieuwe bedrijfsactiviteiten op te starten, hebben de gronden in het nieuwe plan de bestemming "Wonen". Op beide percelen staat een bedrijfswoning. Beide woningen worden met het plan omgezet naar burgerwoningen. [partij] en [persoon E] en [persoon C] en [persoon D] zijn de bewoners van deze woningen. Robusta B.V. is gevestigd tegenover het plangebied en houdt zich bezig met de productie van verschillende textielsoorten. Op grond van het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Zwartewaterland" geldt ter plaatse van Robusta B.V. de bestemming "Bedrijf" met de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2". Robusta B.V. kan zich niet met het plan verenigen, in het bijzonder omdat zij vreest dat het plan leidt tot een belemmering van haar bedrijfsvoering en een aantasting van haar uitbreidingsmogelijkheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1534
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202400760/1/R3

202401122/1/A3

[appellante] heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen op 13 september 2021 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van informatie over het besluit aanpassing vergoeding bijzondere bijstand inrichtingskosten najaar 2018 verzocht. Met het besluit van 21 oktober 2021 heeft het college twee — al openbare documenten — aan [appellante] verstrekt, namelijk het collegevoorstel van 25 september 2018 en de raadsbrief van 25 september 2018 en meegedeeld dat er geen andere documenten zijn aangetroffen. Met het besluit van 10 januari 2022 is het college bij dit besluit gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1637
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401122/1/A3

202401910/1/R2

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk [appellante A] & [appellante B] een last onder dwangsom opgelegd wegens het handelen in strijd met een verleende omgevingsvergunning. [appellante A] & [appellante B] exploiteren een pluimveehouderij op een perceel aan de [locatie] te Sint Anthonis. Op 26 juli 2010 is op grond van de Wet milieubeheer voor deze inrichting een revisievergunning verleend. Tijdens een controle op 13 november 2019 en een controle op 20 juni 2022 heeft het college geconstateerd dat vleeskuikens gedurende een ronde gemiddeld 6 weken aanwezig zijn in plaats van de volgens het college met de revisievergunning vergunde acht weken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1533
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401910/1/R2

202401988/1/R4

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant sub 1] afgewezen om handhavend op te treden tegen de door de gemeente Utrecht verrichte herstelwerkzaamheden aan de lage walmuren langs de Stadsbinnengrachten in de gemeente Utrecht in strijd met de voorschriften 4 en 5 van een aan de gemeente verleende omgevingsvergunning. Op 10 december 2012 heeft het college aan de gemeente Utrecht een omgevingsvergunning verleend voor het reconstrueren van de lage walmuren langs de Stadsbinnengrachten in de gemeente Utrecht. In het voorjaar van 2021 is de gemeente gestart met voorbereidende werkzaamheden aan de lage walmuren in het gebied aan de Oudegracht tussen de Hamburgerbrug en Weesbrug in Utrecht (RAK 11). [appellant sub 1] is eigenaar van een in dat gebied gebouwd pand aan de [locatie 1] in Utrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1566
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401988/1/R4

202402236/1/R3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft een door [appellant] aangevraagde omgevingsvergunning gedeeltelijk verleend en gedeeltelijk geweigerd. Op 19 januari 2018 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het pand op het perceel aan de [locatie 1]/ [locatie 2] in Delft (het perceel) tot tien zelfstandige wooneenheden, het realiseren van zes parkeerplaatsen en het kappen van vijf bomen, waarvan vier lindes en een esdoorn. Over deze vergunning is eerder bij de rechtbank geprocedeerd. Gedurende die juridische procedure heeft het college de vergunning gewijzigd en geweigerd vergunning te verlenen voor de kap van twee van de lindes. Bij de rechtbank is toen een mediationtraject gestart. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zijn beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt en het college de vergunning heeft mogen weigeren. [appellant] voert aan dat, hoewel geen sprake is van een uitdrukkelijke schriftelijke toezegging, hij wel uit het geheel van gedragingen van Noppen, juridisch adviseur bij de gemeente, kon en mocht afleiden dat het college zou meewerken aan het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1541
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402236/1/R3

202402492/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de RDW een verzoek van [appellante] om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kentekennummer] te wijzigen, afgewezen. Fabrikanten van voertuigen bestemd voor de Europese markt moeten volgens het Unierecht beschikken over een voor toelating op die markt vereiste Europese typegoedkeuring. Voor de Europese typegoedkeuring moeten zij onder meer de CO2-uitstoot van hun voertuigen vaststellen. Dit gebeurde vóór 1 september 2017 met de zogenoemde NEDC-test (New European Driving Cycle). Vanaf 1 september 2017 geldt voor alle nieuwe voertuigmodellen de WLTP-test (Worldwide harmonised Light-duty vehicle Test Procedure). Voor bestaande modellen geldt deze verplichting vanaf 1 september 2018. In hoger beroep gaat het [appellante] nog alleen om de WLTP-CO2-uitstoot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1321
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402492/1/A2

202402548/1/R2

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Woensdrecht het bestemmingsplan "Woningbouw Koppelstraat, Putte" vastgesteld. [partij] wil op het zuidelijke deel van het onbebouwde perceel aan de Koppelstraat naast nummer 2 in Putte, kadastraal bekend als gemeente Woensdrecht, sectie B, nummer 1853, twee vrijstaande woningen realiseren. Op het gehele perceel staat momenteel een productiebos. In het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied, geconsolideerde versie 2019" had het perceel de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden". Er was geen bouwvlak opgenomen op het perceel. [partij] heeft de raad gevraagd om dit bestemmingsplan te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1540
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402548/1/R2

202402601/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de staatssecretaris Herstel Groningen besloten dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. [appellant] is eigenaar van een woonboerderij met schuur uit 1850 aan de [locatie 1] te Midwolda. [appellant] exploiteert in de schuur een sauna, wellnesscentrum en bed & breakfast. De woonboerderij met schuur ligt in een gebied waar aardbevingen voorkomen. [appellant] stelt dat de NCG geen zelfstandig onderzoek heeft uitgevoerd en zich vooral baseert op een inspectierapport van Monumentenwacht. [appellant] betoogt dat de staatssecretaris in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. Hij stelt dat aardbevingsschade aan een zeer vergelijkbare boerderij aan de [locatie 2] wel is erkend en deze boerderij ook is versterkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1559
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402601/1/A2

202403043/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aanvraag van STM om steun afgewezen. STM organiseert en beheert de weekmarkten in de gemeente Tilburg. Daartoe heeft zij met de gemeente Tilburg eind 2015 een bruikleenovereenkomst gesloten. Voor de uitvoering van deze taak krijgt STM geen financiële bijdrage van het college. Zij financiert haar werkzaamheden in beginsel uit de ontvangen marktgelden. Aan het begin van de coronapandemie is STM geconfronteerd met maatregelen van de voorzitter van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Een van die maatregelen was dat marktkramen die non-food verkopen moesten sluiten. Daardoor is STM marktgelden misgelopen en heeft zij extra kosten moeten maken. Zij heeft hierover met het college overleg gepleegd. In een brief van 29 maart 2020 heeft STM een eerste indicatie van de omzetderving en de extra kosten gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1524
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202403043/1/A2

202403259/1/R2

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor kamerbewoning door maximaal drie personen op het adres [locatie 1] in Helmond. [partij] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [locatie 1] in Helmond. Hij is voornemens om de bovenste verdieping van zijn woning gedeeltelijk te verhuren voor kamerbewoning van twee jongvolwassenen, die studeren of werken en geen relatiebetrekking tot elkaar hebben. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Helmond Noordwest" met de enkelbestemming "Wonen". De voor wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. [partij] heeft op 18 november 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor handelen in strijd met het bestemmingsplan, waarna het college een tijdelijke vergunning voor tien jaar aan [partij] heeft verleend. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Helmond en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1565
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403259/1/R2

202403460/1/R3

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het vervangen van houten kozijnen door kunststof kozijnen in het pand op het perceel [locatie 1] in Rotterdam. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend om in het pand op het [locatie 1] in Rotterdam (het pand) houten kozijnen te vervangen door kunststof kozijnen. [appellante] woont op het [locatie 2] in Rotterdam. [appellante] kan zich niet vinden in de omgevingsvergunning omdat het bouwplan volgens haar niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat het bouwplan op enkele punten niet voldoet aan de sneltoetscriteria voor kozijn- of gevelwijzigingen zoals opgenomen in de Welstandsnota Rotterdam (de welstandsnota).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1564
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403460/1/R3

202403681/1/R2

Bij besluiten van 22 mei 2023 en 23 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [appellant A] en [appellant B] allebei afzonderlijk gelast om de overkappingen aan de chalets en aan het tuinhuisje aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Wernhout, aangebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan, te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant A] en [appellant B] wonen beiden sinds 2017 in een chalet aan de Kleine Heistraat in Wernhout. [appellant A] woont op nummer [locatie 1] en [appellant B] woont op nummer [locatie 2]. De percelen zijn gelegen in het (voormalige) Parc Patersven dat ook wel wordt aangeduid met de wijk Wernhoutsburg. De percelen zijn niet van elkaar gescheiden door een schutting, maar worden gezamenlijk omringd door een schutting. [persoon] woont aan de [locatie 3] en heeft op 24 januari 2023 verzocht om handhaving vanwege het belemmerde uitzicht door de bouwwerken en schuttingen op de percelen. Het college heeft daarop [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd wegens het handelen in strijd met het bestemmingsplan door het aanwezig hebben van overkappingen aan de chalets en aan het tuinhuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1560
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403681/1/R2

202403793/1/R4

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de raad van de gemeente Zutphen het bestemmingsplan "Breegraven 101-115" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een complex met in totaal 24 appartementen, uit te voeren in drie gebouwdelen, aan de Breegraven 101-115 in Warnsveld. Aan de achterzijde van het gebouw is voorzien in een parkeerhof. Het plangebied aan de Breegraven ligt aan de rand van de oude kern van Warnsveld. [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3], [appellant sub 4] en [appellant sub 5] zijn omwonenden van het plangebied. Zij verzetten zich tegen de woningbouwontwikkeling door de gevolgen daarvan voor hun woon- en leefklimaat. Ons Huis is eigenaar van de gronden en initiatiefnemer van de ontwikkeling. [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] betogen dat de raad het bestemmingsplan ten onrechte op niet-ondergeschikte punten ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1527
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403793/1/R4

202404036/1/A3

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren van een bedrijf ongegrond tegen een boete vanwege het overtreden van het verbod om jongvolwassenen reclame voor kansspelen te sturen. Dat betekent dat de boete van € 400.000 die de Kansspelautoriteit had opgelegd, blijft staan. Volgens de Kansspelautoriteit had het bedrijf het 'Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen' overtreden. Daarin staat dat het niet is toegestaan om spelers onder de 24 jaar reclame te sturen. Het bedrijf voerde in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak aan dat het de regels niet had overtreden en dat die regels bovendien onduidelijk zijn. Het bedrijf heeft naar eigen zeggen geen reclame gericht op jongvolwassenen, maar alleen algemene reclamemails gestuurd aan spelers die bij het bedrijf staan ingeschreven en reclame willen ontvangen. Ook vindt het bedrijf de boete veel te hoog. De Afdeling bestuursrechtspraak gaat daar niet in mee. Net als eerder de rechtbank oordeelt ook zij dat het bedrijf de reclameregels heeft overtreden en dat de boete niet onevenredig hoog is. Dat betekent dat de boete blijft staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1532
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404036/1/A3

202404220/1/A3

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft de burgemeester van Aalten geweigerd de maatschap een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet te verlenen. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet is het verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Ingevolge artikel 35, eerste lid, kan de burgemeester, voor zover hier van belang, ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1558
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404220/1/A3

202404235/1/A3

Bij brieven van 11 juli 2022, 15 maart 2023, 22 maart 2023, 19 juni 2023, 24 juli 2023 en 15 augustus 2023 heeft de burgemeester van Aalten gereageerd op meldingen van de maatschap over te houden incidentele festiviteiten. De maatschap heeft in het kader van deze regels een aantal meldingen gedaan over aan de [locatie] in Aalten te houden festiviteiten. Het gaat om een dansavond, excursies met livemuziek, een personeelsfeest met een DJ, een bedrijfsfeest met een rockband en een jubileum met een live band. De burgemeester heeft op de meldingen gereageerd door erop te wijzen dat op grond van de aan de maatschap verleende exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning het houden van feesten, partijen en concerten ter plaatse niet is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1554
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404235/1/A3

202404341/1/A3

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de burgemeester van Maastricht [appellant] gelast de woning aan de [locatie] in Maastricht te sluiten voor de duur van drie maanden. De burgemeester heeft het door hem ingestelde hoger beroep bij brief van 17 december 2025 ingetrokken. Daarmee is het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van [appellant] komen te vervallen. De Afdeling zal hierna wel nog een oordeel geven over het door [appellant] ingestelde incidenteel hoger beroep. Verder zal de Afdeling het verzoek van [appellant], om de burgemeester in de door haar voor het door de burgemeester ingestelde hoger beroep gemaakte proceskosten te veroordelen, beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1569
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202404341/1/A3

202404475/1/R4

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de rookgasafvoer op het adres [locatie 1] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie 2] in Utrecht, dat grenst aan het pand van [partij] en [persoon], aan de [locatie 1]. [partij] heeft in de periode van november 1999 tot en met januari 2000 aan de achterzijde van zijn woning ter hoogte van de begane grond een aanbouw gerealiseerd en op het platte stuk van deze aanbouw een rookgasafvoer geplaatst. Volgens [appellant] bevindt deze rookgasafvoer zich te dicht bij de perceelsgrens van [locatie 2]. Hij heeft het college daarom op 2 maart 2021 verzocht om handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1556
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404475/1/R4

202404558/1/A3

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de korpschef de ten behoeve van [appellant] verleende toestemming om beveiligingswerkzaamheden te mogen verrichten, ingetrokken. De korpschef heeft krachtens artikel 7, vijfde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en met toepassing van paragraaf 3.3 van de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2019, de op 7 oktober 2021 ten behoeve van [appellant] verleende toestemming om beveiligingswerkzaamheden te mogen verrichten, ingetrokken, omdat er twijfel bestaat of [appellant] nog beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het te verrichten werk. De korpschef heeft die twijfel gebaseerd op onprofessioneel gedrag tijdens het werk op 10 september 2022 en het op hoge snelheid en onder invloed autorijden op 13 november 2022. Volgens de korpschef wegen het maatschappelijk belang van een betrouwbare veiligheidssector en de goede naam van de bedrijfstak zwaarder dan de persoonlijke belangen van [appellant]. Het intrekken van de toestemming is volgens de korpschef daarom noodzakelijk en passend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1551
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202404558/1/A3

202404705/1/A3

De burgemeester van Den Helder had in april 2022 geen aanlijn- en muilkorfgebod mogen opleggen voor een Anatolische herder. Volgens de burgemeester was de herder gevaarlijk. Daarom legde hij op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een aanlijn- en muilkorfgebod op. Aanleiding hiervoor waren twee bijtincidenten waar de herder bij betrokken was. Het eerste incident was in februari 2022 tussen de herder en een Engelse setter. Het tweede incident was een maand later tussen de herder en een loslopende labrador. De burgemeester heeft dit op basis van de gemeentelijke 'Beleidsregel bijtincidenten honden' als een ernstig bijtincident aangemerkt. Als er binnen twee jaar twee ernstige bijtincidenten plaatsvinden, kan de burgemeester een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen. De eigenaar is het niet eens met het besluit van de burgemeester. Volgens hem geven de verklaringen uit het proces-verbaal en het getuigenverhoor geen duidelijkheid dat de herder de labrador heeft gebeten. De Afdeling bestuursrechtspraak is het met de eigenaar eens. Over het verloop van het incident tussen de herder en de labrador hebben de eigenares van de labrador en de hoofdagenten verklaard in een proces-verbaal en het getuigenverhoor bij de rechtbank. Deze verklaringen komen op essentiële punten niet overeen, zoals de verklaringen over wat de eigenares precies heeft gezien en de verklaringen over haar bezoek aan de dierenarts. Er bestaat geen foto van een wond bij de labrador. Uit een e-mail van maart 2025 van een operationeel specialist van de politie en daaropvolgende correspondentie met de gemachtigde van de eigenaar blijkt verder dat de hoofdagent zich heeft vergist tijdens haar getuigenverklaring bij de rechtbank. Zij heeft deze zaak verward met een andere zaak. De burgemeester heeft naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak dan ook ten onrechte ‘aannemelijk geacht’ dat de herder de labrador heeft gebeten. Alleen al hierom was geen sprake van meer dan één bijtincident zoals staat in de Beleidsregel bijtincidenten honden. De burgemeester had in dit geval het aanlijn- en muilkorfgebod dan ook niet mogen opleggen. De Afdeling bestuursrechtspraak draait dat besluit nu met deze uitspraak terug.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1531
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404705/1/A3

202405069/1/A2

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 42.166,42, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend voor schade aan zijn boerderij. [appellant] is sinds 1995 eigenaar van de monumentale [boerderij] aan de [locatie] te [woonplaats]. Op 28 augustus 2018 heeft [appellant] bij het Instituut een vergoeding voor schade aan de boerderij aangevraagd. Na een in opdracht van het Instituut uitgebracht advies van 14 juli 2020, opgesteld door deskundige P. Soet van schade-expertisebureau CED (CED), heeft het Instituut bij besluit van 28 juli 2020 een schadevergoeding van € 42.166,42, inclusief bijkomende kosten en de wettelijke rente, toegekend. Onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 20 september 2021 heeft het Instituut het bezwaar van [appellant] gegrond verklaard. Het Instituut heeft hem een aanvullende schadevergoeding van € 2.592,41, inclusief bijkomende kosten, wettelijke rente en proceskosten, toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1572
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405069/1/A2

202405221/1/R1

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Oud West 2018, 3e herziening" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Oud West 2018, 3e herziening" is vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling op 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:479. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat onvoldoende was gemotiveerd dat voldoende locatie-specifieke omstandigheden een beperking van de mogelijkheid tot vergunningsvrij bouwen in achtertuinen rechtvaardigde. De Afdeling heeft daarbij de dubbelbestemming "Waarde-Landschap" vernietigd, voor zover deze op het moment van uitspraak was toegekend aan de percelen in het plangebied in eigendom van Woningcorporatie Rochdale. Met het besluit van 26 juni 2024 heeft de raad beoogd om de geconstateerde gebreken te herstellen. Dit besluit is voorbereid met de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1575
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405221/1/R1

202405415/1/A2

Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een tegemoetkoming van € 15.222,- toegekend aan [appellanten] voor zelf aangebrachte voorzieningen. [appellanten] huurden (ruim 30 jaar) de woning aan de [locatie] in Appingedam. Deze huurwoning is gesloopt in het kader van de versterkingsoperatie in Groningen. [appellanten] wonen tijdelijk in een wisselwoning in afwachting van de voltooiing van de bouw en sleuteloverdracht van een nieuwe woning op hetzelfde adres. Op 23 augustus 2022 heeft Smeets Bouwmanagement en Advies (Smeets) in opdracht van de NCG de woning onderzocht. Smeets heeft op 12 oktober 2022 een advies uitgebracht. Na het eerste besluit van 24 oktober 2022 heeft Smeets op 7 februari 2023 en vervolgens - na een tweede onderzoek op 6 april 2023 - op 17 mei 2023 en 3 augustus 2023 herziene adviezen gegeven. Het besluit van 30 augustus 2023 berust op dit laatste advies. In totaal heeft de minister [appellanten] een tegemoetkoming van € 31.109,27 voor zelf aangebrachte voorzieningen toegekend. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellanten] van de verhuurder een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:220 lid 5 BW hebben ontvangen van € 7.500,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1552
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405415/1/A2

202405452/1/R3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Beneden Oostdijk 50 Oud-Beijerland" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van het perceel Beneden Oostdijk 50 in Oud-Beijerland. Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend Oud-Beijerland, sectie B nr. 1767, heeft een oppervlakte van 6.957 m² en is in eigendom van Trivestor Groep B.V. De monumentale boerderij "Even Buiten" wordt gerestaureerd en krijgt verschillende functies. In het gebouw worden twee pensionkamers gerealiseerd en in de schuur wordt voorzien in dagbesteding, een landwinkel en een theehuis. Ten oosten van de boerderij worden twee woongebouwen gerealiseerd. In het woongebouw direct naast de boerderij zijn veertien zorgappartementen voorzien voor mensen met een verstandelijke beperking. In het tweede woongebouw komen zes levensloopbestendige woningen voor senioren op de begane grond en zes starterswoningen op de verdieping. [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] wonen in de appartementengebouwen aan de Dokter Kroesenring, ten zuiden van het plangebied. Zij hebben bezwaar tegen de voorziene ontsluiting van het plangebied via de Dokter Kroesenring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1568
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405452/1/R3

202405973/1/R4

Bij besluit van 15 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de verspreiding van houtrook afkomstig van het perceel [locatie 1] in Eindhoven, afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Eindhoven. Zij ervaart overlast door het stoken van een houtkachel in de aangrenzende woning aan de [locatie 1]. [appellante] stelt dat de rook en stank van de houtkachel van haar buurman bij haar tot gezondheidsproblemen leidt. Op 1 maart 2021 heeft [appellante] een verzoek ingediend bij het college om tegen deze situatie handhavend op te treden. Het college heeft dit verzoek bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 15 april 2021 afgewezen, omdat geen sprake is van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1446
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405973/1/R4

202406094/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024. In die uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van [appellante] tegen de drie besluiten van 25 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aan [appellante] drie boetes opgelegd vanwege het overtreden van de Arbeidstijdenwet, Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Met de drie besluiten van 25 juli 2023 is de minister hierbij gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. [appellante] heeft de beroepschriften te laat, op 14 september 2023, ingediend en zij heeft naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan het te laat indienen van de beroepschriften niet aan haar kan worden toegerekend. Het te laat indienen van de beroepschriften is dan ook niet verschoonbaar, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1672
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406094/1/A3

202407307/1/A3

Bij besluit van 4 april 2023 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft de maatschap bij besluit van 8 april 2022 een last onder dwangsom opgelegd. De maatschap heeft de daarbij vastgestelde maximale dwangsom van € 50.000,00 verbeurd. Zie daarover de uitspraak van heden in zaak nr. 202407806/1/A3. Vervolgens heeft de burgemeester bij het besluit van 4 april 2023 een gelijkluidende nieuwe last opgelegd. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 50.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 150.000,00. Op basis van door toezichthouders van de gemeente opgestelde controlerapporten heeft de burgemeester vastgesteld dat de maatschap de opgelegde nieuwe last op 16 april 2023, 21 mei 2023 en 20 oktober 2023 heeft overtreden en per overtreding een dwangsom van € 50.000,00 heeft verbeurd. In verband hiermee heeft de burgemeester de invorderingsbesluiten genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1557
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407307/1/A3

202407718/1/R4

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het bouwen van een aanbouw in afwijking van een bouwvergunning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de 0 in Utrecht. [partij] en [persoon D] wonen op het naastgelegen perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Bij besluit van 29 april 1999 heeft het college aan [partij] een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een aanbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde van de woning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Nadat de toenmalige eigenaar van [locatie B] tegen het besluit van 29 april 1999 bezwaar had gemaakt, zijn, om tegemoet te komen aan dat bezwaar, wijzigingen aangebracht aan het bouwplan. Deze wijzigingen van het oorspronkelijke bouwplan zijn later verwerkt in revisietekeningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1553
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407718/1/R4

202407806/1/A3

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft aan de maatschap de last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder de vereiste exploitatievergunning en Drank- en Horecawetvergunning (per 1 juli 2021, Alcoholwetvergunning) laten gebruiken van de Tico Tico Bar aan de [locatie] in Aalten voor feesten en partijen. De maatschap wordt gelast de geplande concerten, feesten en partijen die niet onder categorie 1 van de verleende Alcoholwetvergunning vallen geen doorgang te laten vinden en/of direct te beëindigen. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 10.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 50.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1550
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407806/1/A3

202407823/1/V6 en 202407892/1/A3

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.000,00 wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (de Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. Tijdens een controlebezoek op 15 mei 2021 hebben arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie geconstateerd dat [persoon A] en [persoon B], met de Egyptische nationaliteit, arbeid hebben verricht in het restaurant van [wederpartij], terwijl het UWV daarvoor geen tewerkstellingsvergunning had afgegeven. Deze personen waren ook niet in het bezit van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. De minister heeft [wederpartij] daarom een boete opgelegd voor twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav. De minister heeft [wederpartij] daarnaast op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wml beboet, omdat zij voor [partij A] geen bescheiden heeft verstrekt waaruit de in de onderzoeksperiode van november 2020 tot en met april 2021 gewerkte uren blijken en welk loon en welke vakantiebijslag daarvoor zijn voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1579
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202407823/1/V6 en 202407892/1/A3

202500049/1/V6

Bij besluiten van 12 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 6.000,00 wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (de Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens en haar een waarschuwing preventieve stillegging (de waarschuwing) gegeven. In het op ambtsbelofte door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) opgemaakte boeterapport van 9 juli 2021, kenmerk 2018893/01, en de bijlagen staat het volgende. Op 21 september 2020 hebben ambtenaren van de Politie Eenheid Amsterdam bij [bedrijf]) een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een melding dat een persoon daar via [appellante] als uitzendkracht aan het werk was onder andermans identiteit. De politieambtenaren troffen daar [persoon A] aan, een persoon met de Oegandese nationaliteit. [persoon A] heeft in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 21 september 2020 arbeid verricht als ‘order picker’ bij [bedrijf] onder de naam [persoon B]. [persoon A] heeft de arbeid verricht via een in- en uitleensituatie. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in dit kader [appellante] als uitlener en [bedrijf] als inlener aangemerkt. [appellante] had voor de werkzaamheden van [persoon A] geen tewerkstellingsvergunning en [persoon A] beschikte niet over een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1548
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500049/1/V6

202500467/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen het pand aan de [locatie 1 en 2] te Heerlen (het pand) aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant] is eigenaar van het pand. Het college heeft hem bij brief van 9 februari 2022 in kennis gesteld van het voornemen om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Ook heeft het college het ontwerpbesluit met de redengevende omschrijving aan hem gestuurd. [appellant] heeft op 15 maart 2022 een zienswijze op het ontwerpbesluit ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft het college een reactie gegeven en de redengevende omschrijving aangepast in die zin dat het interieur van het pand niet meer onder de aanwijzing valt. Met het besluit van 31 januari 2023 heeft het college het pand op grond van artikel 5 van de Erfgoedverordening Heerlen 2021, onder verwijzing naar zijn reactie op de zienswijze en de aangepaste redengevende omschrijving, aangewezen als gemeentelijk monument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1549
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202500467/1/A2

202500620/1/A2

Bij besluiten van 26 juli 2022 en 27 oktober 2022 heeft de minister van Financiën aanvragen van [appellant] om overneming van private schulden afgewezen. In deze zaak gaat het over besluiten op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellant] is aangemerkt als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van private schulden. Het gaat om een informele schuld aan zijn zus [persoon] van € 18.000,00, een schuld van € 680,01 aan Coderingsvrij, een schuld van € 565,32 aan D&S Vastgoed en twee schulden aan De Friesland van € 792,05 en € 196,00. De minister heeft geweigerd deze schulden over te nemen, omdat er sprake is van een informele schuld aan [persoon] waarvoor geen notariële akte is opgemaakt, de schuld aan Coderingsvrij reeds is voldaan en de schulden aan D&S Vastgoed en De Friesland zijn ontstaan na 31 mei 2021 en dus niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1570
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500620/1/A2

202501769/1/R1

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam onder meer de locatie ter hoogte van [locatie] aangewezen voor het plaatsen van één ondergrondse afvalcontainer voor restafval, één voor papier en één voor glas. In het besluit heeft het college de locatie ter hoogte van [locatie] aangewezen voor de plaatsing van de verzamelcontainers. De beoogde locatie ligt schuin voor het appartementsgebouw van de woning van [appellant]. [appellant] betoogt dat hij hinder zal ondervinden door de glascontainer bij de inrit van de in het appartementsgebouw gelegen parkeergarage. Hij vreest voor lekke banden van zijn auto door glasscherven rondom de glascontainer. Ook vreest [appellant] voor verwondingen voor zijn spelende kleinzoon op het nabijgelegen speelveldje door glasscherven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1519
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501769/1/R1

202501879/1/A3

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is geboren in Vietnam en heeft een Vietnamese moeder en een Nederlandse vader. Op 28 september 2023 heeft [appellant] een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort. Bij het besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister laten weten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het is de minister namelijk niet bekend of de vader [appellant] heeft erkend, omdat op de geboorteakte alleen zijn moeder als informant is opgenomen. Daarmee heeft [appellant] niet de Nederlandse nationaliteit verkregen en kan hij geen Nederlands paspoort aanvragen. Bij het besluit van 28 maart 2024 is de minister bij zijn beslissing gebleven en heeft de minister het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1573
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501879/1/A3

202501909/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft [partij] een woningvormingsvergunning voor het pand aan de [locatie 1] in Delft (het pand) verleend. Het college heeft aan [partij] - de eigenaar van het pand - een woningvormingsvergunning verleend om het pand om te vormen van twee naar vier appartementen. [appellanten], die in de woningen aan de [locatie 2] en [locatie 3] wonen, zijn het niet eens met de verdere opdeling van het pand in appartementen en hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de vergunning. Aan de besluiten van 18 december 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat de woningvormingsvergunning voldoet aan de volkshuisvestelijke toets, zoals neergelegd in artikel 5:26 van de Hvv en nader uitgewerkt in de Beleidsregel omzetting en woningvorming Delft 2019 (de Beleidsregel). Hierin is onder meer bepaald dat het niet is toegestaan om woningen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 180 m² te wijzigen. Op basis van een meting op locatie door een toezichthouder van de gemeente op 24 november 2023 heeft het college het standpunt ingenomen dat het pand een gebruiksoppervlakte van 184,26 m² heeft. Omdat, naast deze volkshuisvestelijke toets, ook is voldaan aan de algemene en fysieke leefbaarheidstoets, is de woningvormingsvergunning terecht verleend, aldus het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1523
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501909/1/A2
vorige pagina1...789...1.243volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon