Uitspraak 202505810/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:1653
- Datum uitspraak
- 19 maart 2026
- Inhoudsindicatie
- [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht om de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2025 in zaak nr. 202505046/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5466, te herzien. In die uitspraak heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de examencommissie tot afgifte van een diploma voor de Master of Architecture van de Fontys Hogeschool ongegrond verklaard.
- Herziening
- Mondelinge uitspraak
- Studentenzaken
Toon inhoud
202505810/1/A2.
Datum uitspraak: 19 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; Awb) op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats,
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 van de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2025, in zaak nr. 202505046/1/A2.
Openbare zitting gehouden op 19 maart 2026 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter
griffier: mr. R.J.R. Hazen
jurist: mr. J.R. van Asselt
Verschenen:
[verzoeker].
[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht om de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2025 in zaak nr. 202505046/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5466, te herzien.
In die uitspraak heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de examencommissie tot afgifte van een diploma voor de Master of Architecture van de Fontys Hogeschool ongegrond verklaard.
Beslissing
De Afdeling wijst het verzoek af.
Gronden:
1. In artikel 8:119, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak kan herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Het bijzonder rechtsmiddel herziening dient er niet toe om het geschil waarover bij uitspraak is beslist, naar aanleiding van die uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht, of naar voren hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en aldus het debat te heropenen als de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.
3. In zijn verzoekschrift, gelezen in samenhang met de daarbij gevoegde bijlagen, heeft [verzoeker] enkel feiten en omstandigheden aangedragen en argumenten vermeld die hij naar voren heeft gebracht, dan wel had kunnen brengen, in het kader van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Daarom kan het verzoek niet tot herziening van de uitspraak van 12 november 2025 leiden.
4. De Afdeling zal het verzoek om herziening afwijzen.
5. Het college van bestuur van Fontys Hogeschool hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hazen
griffier
452-1175