Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.665
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402395/1/A2

Bij besluit van 11 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag om een huisvestingsvergunning van [appellant] afgewezen nadat de burgemeester van Zaanstad een negatieve woonverklaring heeft afgegeven. [appellant] heeft een aanvraag gedaan om een huisvestingsvergunning voor het adres [locatie] in Zaandam. Op het adres in de wijk Poelenburg is de Wbmgp van toepassing verklaard (artikel 2.3.11 van de Huisvestingsverordening). Daarom is voor het in gebruik nemen van de woning een huisvestingsvergunning vereist, waarvoor de burgemeester een woonverklaring moet afgeven. In dit kader wordt onderzoek gedaan naar het recente woongedrag van potentiële huurders en eventuele leden van hun huishouden. De burgemeester heeft op 11 augustus 2021 een negatieve woonverklaring voor [appellant] afgegeven. Uit het onderzoek op basis van politiegegevens heeft de burgemeester geconcludeerd dat er een gegrond vermoeden is dat het huisvesten van [appellant] zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in de omgeving van het adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5242
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402395/1/A2

202404218/1/R4

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug het bestemmingsplan "Bufferzone Industrieweg Noord, Amerongen" vastgesteld. Het plan voorziet in parkeerplaatsen en herinrichting van een strook grond tussen het Bedrijventerrein Amerongen en de woningen aan de [locatie 1] in Amerongen. Brandbeveiligingsbedrijf HooVos heeft de grond gekocht van de gemeente. De achterzijde van haar bedrijfsgebouw grenst aan het plangebied. [appellante] woont aan de [locatie 2], naast het plangebied. Op grond van het nu geldende bestemmingsplan hebben de gronden een groenbestemming en een deel ervan is tevens aangeduid als calamiteitenroute, zodat hulpdiensten de nabijgelegen bedrijven kunnen bereiken. Op grond van het bestemmingsplan dat in deze zaak centraal staat behouden de gronden de bestemming "Groen". Nieuw is dat het plangebied is opgedeeld in drie delen. De strook grond die grenst aan het gebouw van HooVos heeft de functieaanduiding "specifieke vorm van verkeer - parkeerplaatsen". Volgens een impressie in de plantoelichting gaat het om ongeveer 21 parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5158
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404218/1/R4

202404226/1/A2

Bij besluit van 7 september 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard vanaf 14 september 2023.Het CBR heeft [appellant] bij besluit van 28 maart 2023 een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd omdat hij zich onveilig heeft gedragen in het verkeer. Vervolgens heeft [appellant] twee keer een rijvaardigheidsonderzoek gedaan, op 8 juni 2023 en 31 augustus 2023. Bij beide onderzoeken heeft hij een onvoldoende behaald voor zowel het theorie- als het praktijkgedeelte. Het CBR heeft [appellant] bij besluit van 28 maart 2023 een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd omdat hij zich onveilig heeft gedragen in het verkeer. Vervolgens heeft [appellant] twee keer een rijvaardigheidsonderzoek gedaan, op 8 juni 2023 en 31 augustus 2023. Bij beide onderzoeken heeft hij een onvoldoende behaald voor zowel het theorie- als het praktijkgedeelte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5236
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202404226/1/A2

202404539/1/R1

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer het "TAM omgevingsplan hoofdstuk 22a - [locatie 1]-[locatie 2]" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Aalsmeer vastgesteld. [appellant] is eigenaar van de percelen [locatie 3] en [locatie 4] in Kudelstaart en woont op [locatie 3]. Op grond van het door de raad vastgestelde bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2021" mag op het perceel [locatie 3], net als op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2005", een jachthavenbedrijf worden uitgeoefend. Het op 9 februari 2017 door de raad vastgestelde bestemmingsplan "Nieuw Calslagen 2016" voorziet direct ten oosten van zijn percelen in maximaal 15 woningen op voormalige agrarische percelen langs de [locatie 3]. Met de uitspraak van de Afdeling van 13 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2475, is dat bestemmingsplan onherroepelijk geworden. Het bestemmingsplan "Nieuw Calslagen 2016" maakt op grond van artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5222
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202404539/1/R1

202404642/1/R1

Bij besluit van 4 september 2023, zoals gewijzigd bij besluit van 10 april 2024, heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan de Coöperatieve Windenergie Vereniging Zeewind een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark aan de Braamweg in Koudekerke met een instandhoudingstermijn van 25 jaar. Zeewind heeft op 30 november 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een windpark op het perceel. Het college heeft bij besluit van 4 september 2023 de gevraagde omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 30, van de Wabo in afwijking van het bestemmingsplan "5e herziening Buitengebied Veere" verleend. Aan de omgevingsvergunning is een instandhoudingstermijn van 25 jaar verbonden. Bij besluit van 10 april 2024 heeft het college het besluit van 4 september 2023 gewijzigd. De wijziging heeft betrekking op het opnemen van voorschriften over het type panelen en de ruimtelijke inpassing van het zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5228
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404642/1/R1

202405655/1/A2

Het CvB heeft op 15 februari 2024 een schriftelijke waarschuwing aan [appellante] gegeven, omdat zij volgens het CvB op een intimiderende, dwingende en niet-respectvolle wijze heeft gecommuniceerd met diverse medewerkers van de universiteit. Deze communicatie ging onder meer over het (opnieuw) toekennen van voorzieningen in het kader van flexibel studeren. Om deze voorzieningen af te dwingen zou [appellante] hebben gedreigd dat zijzelf of een familielid van haar naar de campus zou komen. Op 9 februari 2024 zijn [appellante] en haar moeder ook naar de campus gekomen. Uiteindelijk heeft de politie de moeder van [appellante] het pand uit begeleid. Het CvB heeft [appellante] in de bovengenoemde waarschuwing te kennen gegeven dat het ervan uitgaat dat zij het ongewenste gedrag achterwege zal laten, maar dat als zij dat niet doet, aan haar tijdelijk de toegang tot de campus en het onderwijs zal worden ontzegd. Op 4 maart 2024 en 11 maart 2024 heeft [de moeder], van [appellante], een e-mail aan het klachtenloket van de Radboud Universiteit gezonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5267
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405655/1/A2

202405704/1/A2

Bij beslissing van 8 mei 2024 heeft de examencommissie van het Domein GSW, opleiding Mondzorgkunde VT, het verzoek van [appellante] om een extra toetskans voor het vak Methodisch handelen 2 niet-ontvankelijk verklaard. Bij beslissing van 8 mei 2024 heeft de examencommissie het verzoek van [appellante] om een extra toetskans voor het vak Medische en tandheelkundige vakkennis 2 afgewezen. [appellante] is in het studiejaar 2022-2023 begonnen met de bacheloropleiding Mondzorgkunde. Na het eerste jaar van haar studie heeft zij wegens persoonlijke omstandigheden een uitgesteld studieadvies gekregen. In het studiejaar 2023-2024 had zij haar volledige propedeuse moeten afronden om een positief studieadvies te krijgen. Ook in haar tweede jaar heeft [appellante] tijdens haar studie hinder ondervonden vanwege persoonlijke omstandigheden. Deze omstandigheden heeft zij bij de studentendecaan gemeld. De studentendecaan heeft haar op 23 april 2024 het advies gegeven om extra herkansingen te vragen voor de toetsen voor het vak Methodisch handelen 2 en het vak Medische en tandheelkundige vakkennis 2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5238
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405704/1/A2

202405780/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Bloemendaal het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Het plan maakt een bijgebouw mogelijk van maximaal 176 m2 op het perceel aan de [locatie 1] in Overveen binnen de bestemming "Wonen" en de aanduiding "bijgebouwen". Dit bijgebouw mag een maximale goothoogte van 3,30 m en een maximale nokhoogte van 6,60 m hebben. Het plangebied ligt op het landgoed "Elswoutshoek" ten zuidwesten van de kern Overveen. In het plangebied staan twee voormalige dienstwoningen die inmiddels een woonbestemming hebben en een rijksmonument zijn. Het vorige bestemmingsplan "Landelijk gebied 2013" maakte ook een bijgebouw mogelijk met een grootte van maximaal 160 m2. Daarvoor was in 2017 een onherroepelijke omgevingsvergunning verleend waarvan geen gebruik is gemaakt. Om het voornemen van de initiatiefnemer voor een bijgebouw van 176 m2 mogelijk te maken, heeft de raad het bestreden plan vastgesteld. Tuin van Haarlem is het niet eens met het plan, omdat het plan volgens haar leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het aanzien van het landgoed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5154
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405780/1/R1

202405989/1/R3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo het bestemmingsplan "Zuidzijde Zuidlaardermeer, waterscouting en surfstrand" vastgesteld. De gemeente wil het surfstrand en de ligweide aan de zuidkant van het Zuidlaardermeer opnieuw inrichten en de waterscouting Nicolaasgroep naar deze locatie verplaatsen. Ten behoeve van de waterscouting zijn er enkele gebouwen nodig, waaronder een clubgebouw. Het gedeelte achter de ligweide zal enkele weken per jaar worden gebruikt als kampeerterrein voor de waterscouting. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op grond van de bestemming "Natuur- en agrarisch gebied Noordlanden" die ingevolge het bestemmingsplan "Zuidoevers Zuidlaardermeer" op de gronden rust. De raad heeft daarom het bestemmingsplan vastgesteld. [appellante] is eigenaresse van een recreatiewoning op het perceel [locatie] in Midlaren. Deze recreatiewoning staat op een recreatieterrein aan de zuidoever van het Zuidlaardermeer, ten oosten van het plangebied. [appellante] is het niet eens met de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5086
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405989/1/R3

202406201/1/A2

Bij beslissing van 3 juni 2024 hebben de examinatoren van het vak Automata, Computability and Complexity van de bacheloropleiding Computer Science and Engineering van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica van de Technische Universiteit Delft het tentamen van [appellant] in dat vak beoordeeld met het cijfer 5.7. [appellant] is een vierdejaarsstudent van de bacheloropleiding Computer Science and Engineering aan de Technische Universiteit Delft. Hij heeft 175 van de 180 studiepunten van deze opleiding behaald. Voor de laatste 5 studiepunten moest hij het tentamen het vak Automata, Computability and Complexity halen. Voor het tentamen van het vak is op 3 juni 2024 een 5.7 aan hem toegekend, waardoor hij dat tentamen niet heeft gehaald en studievertraging oploopt. Het tentamen is beoordeeld aan de hand van een rubric. Een rubric is een antwoordmodel, vaak in de vorm van een matrix, waarmee de antwoorden van studenten op een consistente, snelle en inzichtelijke manier beoordeeld kunnen worden. In geschil is aan de hand van welke rubric het tentamen is beoordeeld en welke rubric leidend zou moeten zijn voor de beoordeling van het tentamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5241
Datum uitspraak
18 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202406201/1/A2

202300784/1/V3

Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5206
Datum uitspraak
17 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300784/1/V3

202303606/1/V3

Bij besluit van 3 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5205
Datum uitspraak
17 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303606/1/V3

202306532/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5204
Datum uitspraak
17 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306532/1/V1

202307377/1/V3

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5203
Datum uitspraak
17 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307377/1/V3

202407147/1/V1

Bij besluit van 9 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5175
Datum uitspraak
17 december 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407147/1/V1

202407208/1/V2 en 202407208/2/V2

Bij besluit van 24 augustus 2022, aangevuld bij besluit van 17 januari 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5200
Datum uitspraak
17 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407208/1/V2 en 202407208/2/V2

202206231/2/A3

Tijdens een zitting op 2 december 2024 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. E.J. Daalder, mr. G.O. van Veldhuizen en mr. N.H. van den Biggelaar als voorzitter en leden van de meervoudige kamer, belast met de behandeling van de zaak met nummer 202206231/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5220
Datum uitspraak
17 december 2024
  • Wraking
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206231/2/A3

202300844/1/V1

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5176
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300844/1/V1

202305477/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5177
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305477/1/V1

202307138/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5178
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307138/1/V1

202401909/1/V2

Bij besluit van 7 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5179
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401909/1/V2

202403444/2/R4

[verzoeker] en anderen hebben bij de Afdeling beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Berg en Dal van 11 april 2024, waarbij de raad het bestemmingsplan "Leuth Noord" gewijzigd heeft vastgesteld. [verzoeker] en anderen hebben bij de Afdeling beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 11 april 2024, waarbij de raad het bestemmingsplan "Leuth Noord" gewijzigd heeft vastgesteld. Tevens hebben [verzoeker] en anderen de voorzieningenrechter verzocht om hangende dit beroep een voorlopige voorziening te treffen. Het bestemmingsplan voorziet in het realiseren van maximaal 32 woningen aan de Bredestraat te Leuth. Op dit moment staat in het plangebied een groenstrook met bomen. [partij] heeft bij brief van 11 november 2024 te kennen gegeven op korte termijn te willen starten met de uitvoerende werkzaamheden waaronder het rooien van het groen in het plangebied.[verzoeker] en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5201
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403444/2/R4

202403543/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5180
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403543/1/V2

202403987/1/V2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5181
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403987/1/V2

202406664/2/V2

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5165
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406664/2/V2

202407133/2/V2

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5166
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407133/2/V2

202407167/1/V1 en 202407167/2/V1

Bij besluit van 25 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5182
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407167/1/V1 en 202407167/2/V1

202407199/2/V2

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5183
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407199/2/V2

202407220/1/V2 en 202407220/2/V2

Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5184
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407220/1/V2 en 202407220/2/V2

BRS.24.000110

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5084
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000110

BRS.24.000183

Bij besluit van 1 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5161
Datum uitspraak
16 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000183

202306932/2/R2

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Waalwijk, Mr. Van Coothstraat 6" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de bouw van drie woongebouwen met in totaal 28 appartementen mogelijk. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Waalwijk, direct naast het plangebied. Hij vreest dat het plan leidt tot schade aan zijn monumentale woning en tot een onevenredige aantasting van zijn leefomgeving. [verzoeker] heeft verschillende gronden tegen het plan aangevoerd. In deze voorlopige voorzieningenprocedure gaat het alleen om de vraag of aanleiding bestaat om het plan te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5168
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306932/2/R2

202404483/2/R2

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Oss het bestemmingsplan “Galerij/Heuvel Oss - 2024" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 35 appartementen, detailhandel en maximaal 3 stadswoningen op de gronden tussen Heuvel 21 en 29 in Oss. Deze gronden liggen aan het plein Heuvel in het centrumgebied op de hoek van de Galerij en Heuvel. In de bestaande situatie zijn daar leegstaande panden aanwezig. Met het plan is beoogd om de bestaande bebouwing te slopen ten behoeve van de nieuwbouw. [appellant sub 1] is eigenaresse van de percelen [locatie A], [locatie B] en [locatie C]. Deze percelen grenzen aan het plangebied. [appellante sub 2] en anderen exploiteren horecabedrijven aan het plein Heuvel. De horecabedrijven hebben terrassen op het plein. [appellant sub 1] betoogt onder meer dat de raad er onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat het plan leidt tot een onaanvaardbare verslechtering van haar woon- en leefklimaat, met name wat betreft lichtinval en privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5169
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404483/2/R2

202405643/1/V2

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5162
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405643/1/V2

202406561/1/V3 en 202406561/2/V3

Bij besluit van 20 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het bezwaar van de vreemdeling tegen zijn feitelijke overdracht aan Bulgarije op 16 februari 2024 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5163
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406561/1/V3 en 202406561/2/V3

202407092/1/V3 en 202407092/3/V3

Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5145
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407092/1/V3 en 202407092/3/V3

202407158/1/V2

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aan de Franse autoriteiten medegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht met achttien maanden heeft verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5164
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407158/1/V2

202407479/3/V3, 202407478/3/V3, 202407489/3/V3, 202407491/3/V3 202407492/3/V3

Bij uitspraak van 12 december 2024 in zaken nrs. 202407479/2/V3, 202407478/2/V3, 202407489/2/V3, 202407491/2/V3 en 202407492/2/V3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vrijheidsontnemende maatregelen niet hoeven te worden opgeheven totdat de Afdeling op de hoger beroepen heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5195
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407479/3/V3, 202407478/3/V3, 202407489/3/V3, 202407491/3/V3 202407492/3/V3

202407503/2/V3

Bij besluit van 30 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5194
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407503/2/V3

202407504/2/V3

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5192
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407504/2/V3

202407510/2/V3

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5188
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407510/2/V3

202407511/2/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5191
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407511/2/V3

202407513/2/V3

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5190
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407513/2/V3

202407514/2/V3

Bij besluit van 1 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5193
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407514/2/V3

202407516/2/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5189
Datum uitspraak
13 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407516/2/V3

202401124/1/V1

Bij besluit van 7 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem ongewenst verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5151
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401124/1/V1

202406523/2/V3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5150
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406523/2/V3

202407035/2/V2

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5077
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407035/2/V2

202407099/1/V1 en 202407099/2/V1

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5149
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407099/1/V1 en 202407099/2/V1

202407202/2/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5147
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407202/2/V1

202407360/1/V3 en 202407360/2/V3

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5187
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407360/1/V3 en 202407360/2/V3

202407448/2/V2

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5186
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407448/2/V2

202407479/2/V3, 202407478/2/V3, 202407489/2/V3, 202407491/2/V3, 02407492/2/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5185
Datum uitspraak
12 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407479/2/V3, 202407478/2/V3, 202407489/2/V3, 202407491/2/V3, 02407492/2/V3

202201936/1/V1

Bij besluiten van 29 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5083
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201936/1/V1

202401228/1/V2

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5082
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401228/1/V2

202404974/2/R4

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Rozendaal het bestemmingsplan "Pinkenberg" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4973
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404974/2/R4

202406156/1/V1

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5081
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406156/1/V1

202406876/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Duitsland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5080
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406876/2/V2

202407112/1/V2 en 202407112/2/V2

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5079
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407112/1/V2 en 202407112/2/V2

BRS.24.000459

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 28 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5143
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000459

201900541/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de door [appellant A] ten behoeve van [appellant B] ingediende aanvraag om verlening van een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant A] heeft een aanvraag om verlening van een Nederlands paspoort ingediend ten behoeve van [appellant B]. [appellant B] is geboren op [geboortedatum] 2000 en heeft de Ghanese nationaliteit. Ten tijde van de aanvraag was hij zestien jaar oud. Hij heeft altijd met zijn moeder in Ghana gewoond. Zijn moeder en [appellant A] zijn niet met elkaar gehuwd geweest. [appellant B] is dus buiten het huwelijk geboren. De moeder heeft de geboorte van [appellant B] aangegeven; daarom staat zij in de op 10 oktober 2000 opgemaakte geboorteakte als informant vermeld. Zij heeft in de geboorteakte laten vermelden dat [appellant A] de vader is. [appellant A] is eveneens afkomstig uit Ghana. Hij werd in 1976 voor het eerst ingeschreven in Nederland en heeft in 1987 de Nederlandse nationaliteit verkregen. Deze uitspraak draait om de vraag of tussen [appellant A] en [appellant B] door erkenning een juridische afstammingsrelatie is ontstaan en of [appellant B] daardoor het Nederlanderschap heeft verkregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5118
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak201900541/1/A3

202000913/1/R2

Bij besluit van 9 april 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een dwangsom van € 200.000 ingevorderd bij GEM Bloemendalerpolder. GEM ontwikkelt de Bloemendalerpolder gelegen tussen Muiden en Weesp. Daar wordt de nieuwe woonwijk "Weespersluis" met 2750 woningen en bijbehorende voorzieningen en ontsluitingen gerealiseerd. Ten behoeve van de bouw van de woonwijk zijn meerdere ontheffingen op grond van de Wnb verleend. GEM heeft op grond van de ontheffing van 28 augustus 2017 beschermde diersoorten (onder meer heikikkers, rugstreeppadden en platte schijfhorens) afgevangen en faunaschermen geplaatst om te voorkomen dat de amfibieën konden terugkeren ter plaatse van fase 1A, de uitbreiding van de schoollocatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5126
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000913/1/R2

202102183/1/R2

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het bestemmingsplan "Harmonisatie van diverse regelingen (laaghangend fruit)" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in een harmonisatie van planregels naar aanleiding van de fusie van de gemeenten Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel. [appellant] woont aan de [locatie] in Veghel. Op zijn perceel rusten op grond van het bestemmingsplan "Veghels Buiten - Oude Ontginning 2015" de bestemmingen "Wonen - 1" en "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch-boomkwekerij". Hij exploiteert daar een boomkwekerij en een hoveniersbedrijf. Hij vreest dat het plan hem belemmert in de verkoop van geteelde producten uit de boomkwekerij. [appellant] betoogt dat de kleinschalige verkoop van ter plaatse geteelde producten uit de boomkwekerij ten onrechte niet in het plan is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5121
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202102183/1/R2

202107584/1/R2

Bij besluit van 11 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "Van der Valk Hotel" gewijzigd vastgesteld. Het hotel biedt ruimte voor 150 kamers, een horecavoorziening van 800 m2, een congrescentrum van 1.000 m2 en wellness- en fitnessvoorzieningen. De maximale bouwhoogte bedraagt 45 m. Het plangebied maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein H20. Het ligt naast de rijkswegen A50 en A28 en op ongeveer 1,6 km van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe. De vereniging zet zich in voor de bescherming van het landschap en het milieu in Hattem en omgeving. Zij vreest voor een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe. Ook vreest zij een aantasting van de gunstige staat van instandhouding van beschermde vleermuizen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5107
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202107584/1/R2

202107619/1/R4

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "Oost-Nederland 2" vastgesteld en een aantal geluidproductieplafonds verlaagd. Het bij het besluit van 25 oktober 2021 vastgestelde saneringsplan heeft betrekking op het geluid van diverse wegvakken van de A1, A12, A18, A28, A30, A50, N35 en N50, gelegen in de provincies Gelderland en Overijssel. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen om dat geluid te verminderen. Als gevolg hiervan zijn bij het besluit van 25 oktober 2021 de geluidproductieplafonds op referentiepunten langs de wegvakken verlaagd. [appellant sub 1] en de personen die deel uitmaken van de Stuurgroep wonen in Heerde, in de nabijheid van de A50. Zij zijn het niet eens met het besluit van 25 oktober 2021, onder meer omdat zij vinden dat er te weinig maatregelen worden getroffen om geluid bij hun woningen te verminderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5135
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Overige
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202107619/1/R4

202200154/1/A3

Bij brief van 29 december 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nu: de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 november 2021 in zaak nummer 20/5693. De minister heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat Dama Dama een schriftelijke uiteenzetting heeft gegeven. Dama Dama heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten die zij hiervoor heeft gemaakt. Dama Dama heeft een verzoek gedaan om schadevergoeding, omdat de redelijke termijn is overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5120
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200154/1/A3

202201458/1/R3

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Aa en Hunze het bestemmingsplan "'t Ruige Veld Rolde" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op ’t Ruige Veld. Dat is een terrein van ongeveer 20 hectare gelegen ten westen van de kern van Rolde aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Rolde. Op het terrein zijn een bos, heideveld, een zorginstelling en een kleine joodse begraafplaats aanwezig. Het terrein wordt aan de noord-, oost- en zuidzijde voor een groot deel begrensd door bosgebied. Het plan is voornamelijk conserverend van aard en bestemt de bestaande situatie van de zorginstelling. Aan de gronden van de zorginstelling is de bestemming "Maatschappelijk" toegekend, maar in tegenstelling tot het voorgaande bestemmingsplan "Rolde dorp" is in artikel 3.5, aanhef en onder c, van de regels van het plan "’t Ruige Veld Rolde" een specifieke gebruiksregel opgenomen die het gebruik van de gronden en bouwwerken voor nachtverblijf in het plangebied niet toestaat. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn eigenaren van de gronden aan de [locatie 1] in Rolde. Zij verhuren de gronden gedeeltelijk aan Stichting Phusis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5125
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201458/1/R3

202202175/1/R3

Bij brief van 5 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp de door [appellante sub 1] ingestelde ingebrekestelling vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot het vaststellen van een wijzigingsplan, afgewezen. Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college besloten de aanvraag van 31 juli 2018 van [appellante sub 1], om een wijzigingsplan vast te stellen voor het mogelijk maken van drie vrijstaande woningen op het perceel [locatie A] te Leiderdorp (hierna: het perceel), buiten behandeling te stellen. [appellante sub 1] is eigenaar van het perceel en woont daar met haar zoon [appellant sub 2]. Met het wijzigingsplan wenst zij onder andere een woning op het perceel te bouwen voor haar zoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5136
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202175/1/R3

202202335/1/R2 en 202202337/1/R2

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de raad van de gemeente Roermond het bestemmingsplan "Melickerveld 2022" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een nieuwe woonwijk met maximaal 468 woningen mogelijk aan de rand van de kern Roermond. Daarnaast bevat het plan een wijzigingsbevoegdheid voor het college om twee vrijstaande woningen mogelijk maken. Het gebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de provinciale weg N293 en aan de westzijde door de Heinsbergerweg. Aan de noordzijde sluit het aan op percelen aan de Dirksbergerweg en een begraafplaats met crematorium. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Ratommerweg. Leigraaf Midden-Limburg is de ontwikkelaar van de locatie. Met het reparatieplan heeft de raad het plan geheel opnieuw vastgesteld en daarbij dezelfde ontwikkeling mogelijk gemaakt met enkele wijzigingen in de regels en de verbeelding ten opzichte van het bestemmingsplan. De raad heeft zich gebaseerd op nieuwe onderzoeken. Appellanten wonen in of in de omgeving van het plangebied. Zij vinden de omvang van het plan en het aantal woningen te groot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5105
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202202335/1/R2 en 202202337/1/R2

202202408/3/R4

Bij tussenuitspraak van 21 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3403, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Utrecht opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 24 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" te herstellen. De Afdeling is onder 6.2 van de tussenuitspraak tot het oordeel gekomen dat de raad het besluit van 24 februari 2022 niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid. De raad heeft zich, naar aanleiding van de betogen van Stedin over de maximaal toegestane bouwhoogte voor gebouwen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de functie "Bedrijf - Nutsvoorziening", namelijk op een ander standpunt gesteld dan hij in dat besluit heeft gedaan door te kennen te geven dat aanleiding bestaat om de artikelen 4.3.1, derde lid, en 4.3.2 van de planregels hierover te wijzigen. De raad heeft ook erkend dat artikel 4.1, tweede lid, van de planregels een verschrijving bevat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5101
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202408/3/R4

202203382/1/A2

Bij besluit van 28 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Silverstone een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de Lekstraat 89a te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor vier personen. Silverstone is eigenaar van het pand aan de Lekstraat 89a te Den Haag. Silverstone, vertegenwoordigd door [appellant sub 2A], heeft een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor vier personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 24 december 2020 tot en met 31 mei 2021, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende heeft aangetoond dat er in de gemeente Den Haag zodanige schaarste bestaat aan zelfstandige koopwoningen in het goedkope en middensegment dat de vergunningplicht voor deze segmenten een noodzakelijk en geschikt middel is om de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5124
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203382/1/A2

202203483/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Silverstone een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. Silverstone is mede-eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Silverstone heeft een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 24 december 2020 tot en met 31 mei 2021, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende heeft aangetoond dat er in de gemeente Den Haag zodanige schaarste bestaat aan zelfstandige koopwoningen in het goedkope en middensegment dat de vergunningplicht voor deze segmenten een noodzakelijk en geschikt middel is om de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5122
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203483/1/A2

202203484/1/A2

Bij besluit van 23 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [rechtsvoorganger] van [wederpartij A] en [wederpartij B], een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. [wederpartij A] en [wederpartij B] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende heeft aangetoond dat er in de gemeente Den Haag zodanige schaarste bestaat aan zelfstandige koopwoningen in het goedkope en middensegment dat de vergunningplicht voor deze segmenten een noodzakelijk en geschikt middel is om de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5119
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203484/1/A2

202203884/1/R1

Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de stichting gelast het gebruik van het gebouw Condorweg 1 te Apeldoorn, anders dan het gebruik voor activiteiten die een relatie hebben met een kerkelijk centrum, te staken en gestaakt te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 25.000,00 per keer dat een overtreding wordt geconstateerd, met een maximum van € 150.000,00. Op 11 juni 2021 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat in het gebouw op het perceel een meerdaagse cursus werd gehouden. Op 4 oktober 2021 is geconstateerd dat in het gebouw televisie-opnames werden gemaakt en er een cursus werd georganiseerd. Op 21 oktober 2021 is vervolgens opnieuw geconstateerd dat er in het gebouw een cursus werd gehouden. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat voornoemde activiteiten op het perceel in strijd zijn met het bestemmingsplan en heeft de stichting gelast het gebruik van het perceel anders dan het gebruik voor activiteiten die een relatie hebben met een kerkelijk centrum te staken en gestaakt te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5138
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203884/1/R1

202204625/1/R4

Bij besluit van 29 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het aantal zelfstandige wooneenheden in het pand aan de [locatie 1] in Apeldoorn terug te brengen naar één en de kamergewijze verhuur te beëindigen en beëindigd te houden. [wederpartij] is eigenaar van de percelen aan de [locatie 1] en het [locatie 2] in Apeldoorn. De percelen grenzen aan elkaar en er staat één gebouw op. Op de percelen ligt de bestemming "Wonen" en het gebouw heeft de bouwaanduiding "twee-aaneen". [wederpartij] heeft in 2020 een conceptaanvraag gedaan voor het splitsen van het gebouw in zelfstandige wooneenheden. Kort daarna heeft het college aan [wederpartij] meegedeeld dat een eventuele omgevingsvergunningaanvraag afgewezen zou worden. Een toezichthouder van de gemeente heeft geconstateerd dat de [locatie 1] is opgedeeld in zes appartementen met elk een eigen keuken en sanitaire voorzieningen. Volgens het college is hiervoor een omgevingsvergunning voor bouwen nodig en is dit in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5134
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204625/1/R4

202205246/1/R3

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Katwijk het bestemmingsplan "Woongebied Valkenhorst" vastgesteld. Het plangebied ligt in de gemeente Katwijk, tussen Katwijk, Leiden en Wassenaar. Het gebied is zo’n 475 ha groot. Het grootste gedeelte van het plangebied werd vroeger gebruikt voor het Marinevliegkamp Valkenburg. Deze vliegbasis is in 2006 gesloten. Het plan beoogt het mogelijk te maken dat deze gronden worden getransformeerd naar een internationaal georiënteerd woon-, werk- en recreatiegebied. In totaal wordt de ontwikkeling van maximaal 5.600 woningen in combinatie met de ontwikkeling van bedrijfslocaties en diverse voorzieningen mogelijk gemaakt. Gemeente Wassenaar, SVG en VVW betogen dat bij het opstellen van het milieueffectrapport ten onrechte niet alle ontwikkelingen in ogenschouw zijn genomen die met de verwezenlijking van Valkenhorst samenhangen. Gemeente Wassenaar betoogt dat in het MER niet de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven zijn onderzocht. Zo is niet onderzocht of er in het gebied ook minder woningbouw kan worden verwezenlijkt, of dat de woningbouw anders over de verschillende deelgebieden wordt verspreid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5127
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202205246/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205246/1/R3

202205333/1/R3

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Twenterand het bestemmingsplan "Vriezenveen Lintbebouwing en Centrumgebied PH Hammerweg 111" vastgesteld. Het plan voorziet in een wijziging van de bestemming van het perceel aan de Hammerweg 111 in Vriezenveen, waar Zorgboerderij De Koningshoeve gevestigd is. Deze zorgboerderij biedt dagbesteding en woonbegeleiding aan voor mensen met een hulpvraag. Het perceel krijgt grotendeels de bestemming "Maatschappelijk". De exploitatie van de zorgboerderij op een deel van het perceel was ook al mogelijk onder deze vorige plannen, maar met het nieuwe plan wordt deze mogelijkheid uitgebreid naar een groter deel van het perceel. Daarnaast maakt het plan de bouw van een overdekte binnenbak voor paarden op het perceel mogelijk ter vervanging van de bestaande buitenbak. [appellant] en anderen zijn de eigenaren van vier percelen die naast het perceel liggen. Zij zijn voornemens op deze percelen woningen te bouwen. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan, omdat zij vinden dat er te veel vee kan worden gehouden en te veel activiteiten kunnen worden georganiseerd ter plaatse van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5137
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202205333/1/R3

202207012/1/R3

Bij besluit van 16 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het vervangen van de kozijnen van de woning aan de [locatie 1] te Leiden afgewezen. De woning van [appellant] is een beeldbepalend pand, gebouwd in 1915, en daarmee onderdeel van het beschermd stadsgezicht van Leiden. Dit betekent dat niet zomaar aanpassingen aan de buitenkant van de woning mogen worden gemaakt. Op 6 september 2019 heeft [appellant] daarom een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het vervangen van de kozijnen en ruiten van de woning. Het college heeft zich bij haar besluit om geen gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid gebaseerd op het advies van Erfgoed Leiden & Omstreken. Het advies van ELO van 24 augustus 2019 was negatief, aangezien verlening van de omgevingsvergunning zou leiden tot een wijziging van het gevelbeeld en historische straatbeeld. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hierna heeft op 8 januari 2020 een informeel overleg plaatsgevonden tussen het college en [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5116
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207012/1/R3

202207132/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Heumen het bestemmingsplan "Buitengebied, recreatiecentrum Heumens Bos" vastgesteld. Het recreatiecentrum Heumens Bos ligt aan de Vosseneindseweg 46 in Heumen. Het plan voorziet in het realiseren van een nieuwe verkeersveilige verkeersontsluiting en vervangende nieuwbouw van het centrale faciliteitengebouw op de gronden ten westen van het bestaande recreatiecentrum. In het nieuwe centrale faciliteitengebouw komen op de verdieping ook hotelkamers waardoor het recreatieaanbod van het recreatiecentrum wordt verbreed. Vanwege de wens om één eenduidige planologische regeling voor het gehele recreatiecentrum te hebben, is ook het bestaande terrein van het recreatiecentrum meegenomen in dit plan. Inhoudelijk worden geen significante wijzigingen beoogd. [appellant] woont aan de [locatie] in Heumen direct naast het plangebied. In 2012 heeft hij het in het vorige bestemmingsplan "Buitengebied Heumen 2009" als agrarisch bestemde kadastrale perceel met nummer 809 verkocht aan Recla Beheer, eigenaar van het recreatiecentrum. Volgens hem is het perceel verkocht onder de voorwaarde dat daar geen recreatie mocht plaatsvinden en is het plan daarmee dus niet in overeenstemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5091
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202207132/1/R1

202300675/1/A2

Bij besluit van 4 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [wederpartij] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. [wederpartij] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Hij heeft een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 24 december 2020 tot en met 31 mei 2021, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft, in verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4109, geoordeeld dat de gemeenteraad niet heeft aangetoond dat het noodzakelijk is om in te grijpen in het hogere segment koopwoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5123
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300675/1/A2

202300683/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een vergunning voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor zes personen afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie] te Den Haag. Hij heeft een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 24 december 2020 tot en met 31 mei 2021, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft artikel 5:1, in samenhang met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Hv 2019 exceptief getoetst. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad een vergunningplicht voor omzetting voor de hele gemeente in de Hv 2019 mocht opnemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5117
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300683/1/A2

202301342/1/A2

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de aanvraag van de SNIS om bekostiging van een bijzondere scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo, afgewezen. De Inspectie van het Onderwijs heeft op 4 april 2022 advies uitgebracht aan de minister over de aanvraag. De inspectie heeft geadviseerd om de aanvraag af te wijzen, omdat niet wordt voldaan aan twee van de zes deugdelijkheidseisen, namelijk de eisen ten aanzien van het burgerschapsonderwijs en de extra ondersteuning voor leerlingen. De inspectie heeft geconcludeerd dat de passages in de aanvraag over het burgerschapsonderwijs vooral herhalingen of parafraseringen van de wettelijke opdracht zijn, die niet aangeven hoe de school dit wil uitwerken in concrete leerdoelen, met aandacht voor aspecten als kennis, houdingen en vaardigheden. De aanvraag en het gesprek daarover met de SNIS zijn wel overtuigend wat betreft haar intenties voor het burgerschapsonderwijs. Verder beschrijft de SNIS niet welke voorzieningen zij zal bieden aan leerlingen die extra ondersteuning behoeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5049
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202301342/1/A2

202301520/1/A3

Bij besluit van 6 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boekel beslist op het verzoek in de zin van artikel 3 van de toenmalige Wet openbaarheid van bestuur van Coop Vastgoed B.V. Het college heeft daarbij het verzoek afgewezen. Bij besluit van 25 maart 2022 heeft het college het door Coop Vastgoed B.V. daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft Coop Vastgoed B.V. beroep ingesteld. Coop Vastgoed B.V. heeft het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om het college krachtens artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb te veroordelen tot vergoeding van de bij haar opgekomen proceskosten. Het college voert in hoger beroep aan dat de rechtbank hem ten onrechte op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb heeft veroordeeld in de vergoeding van de bij Coop Vastgoed B.V. opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5113
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301520/1/A3

202301774/1/A2

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de aanvraag van de SIC om bekostiging van een bijzondere scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo, afgewezen. De Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) heeft op 7 april 2022 advies uitgebracht aan de minister over de aanvraag. De inspectie heeft geadviseerd om de aanvraag af te wijzen, omdat het verzoek niet voldoet aan één van de zes deugdelijkheidseisen, namelijk de deugdelijkheidseis ten aanzien van het burgerschapsonderwijs. De inspectie heeft geconcludeerd dat de SIC in de aanvraag geen concrete leerdoelen voor het burgerschapsonderwijs heeft opgenomen. Het is daarom niet duidelijk in hoeverre en hoe de SIC doelgericht en samenhangend aandacht zal besteden aan de wettelijke opdracht tot bevordering van basiswaarden en de sociale en maatschappelijke competenties die daarbij van belang zijn. Onder verwijzing naar het advies heeft de minister de aanvraag afgewezen, omdat die niet voldoet aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 67a, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5034
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202301774/1/A2

202301945/1/A3

Bij brief van 4 februari 2021 heeft de commissie aan [appellant] meegedeeld dat de ingebrekestelling ten aanzien van het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn verzoek om informatie, niet in behandeling wordt genomen. De commissie heeft in een bezwaarprocedure over een handhavingsverzoek, waarin [appellant] belanghebbende was, advies gegeven. [appellant] heeft bij brief van 7 december 2020, onder verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur, de commissie verzocht alle door de gemeente in die zaak aangeleverde documenten en een kopie van de audio-opname van de hoorzitting, te verstrekken. [appellant] heeft op 6 januari 2021 de commissie in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek. De rechtbank heeft geoordeeld dat de commissie de ingebrekestelling terecht niet in behandeling heeft genomen, omdat het verzoek van [appellant] van 7 december 2020 niet is aan te merken als een Wob-verzoek en daarmee geen aanvraag is, in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5096
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301945/1/A3

202302021/1/R1

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Aalsmeer het bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020" gewijzigd vastgesteld. Het bestreden plan maakt het mogelijk om op het zuidelijke deel van het perceel aan de Oosteinderweg 66 in Aalsmeer ter plaatse van de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - dierenopvang" een dierenopvang te exploiteren. Op het zuidelijke deel van het perceel rust de bestemming "Agrarisch - Tuinbouw". De functieaanduiding beslaat, op een strook van 5 m aan de noordkant na, het gehele vlak met die bestemming. Eerder heeft de raad bij besluit van 4 maart 2021 het bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020" vastgesteld, dat voorzag in dezelfde ontwikkeling. Het besluit tot vaststelling van dat bestemmingsplan is bij uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2001, vernietigd voor zover het de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - dierenopvang" op het perceel betreft. De raad heeft met het voorliggende bestemmingsplan beoogd om het in die uitspraak geconstateerde gebrek te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5115
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202302021/1/R1

202302221/1/R4 en 202302222/1/R4

Bij besluit van 7 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Lombokplein Lombok". Het doel van het bestemmingsplan is de herstructurering en herinrichting van de Graadt van Roggenweg en het Westplein, het doortrekken van de Leidse Rijn, de aanleg van meer groen, de aanleg van drie nieuwe bruggen en het toevoegen van drie nieuwe bouwblokken voor maximaal 400 woningen en gemengde functies. Daarnaast maakt dit bestemmingsplan ter hoogte van de HOV-baan bij het hotel van Park Plaza zowel een gelijkvloerse kruising als een ongelijkvloerse kruising mogelijk. Het hotel van Park Plaza staat in het plangebied. De huidige ontsluiting van het hotel zal als gevolg van de voorgenomen herinrichting van het Westplein wijzigen. Voor de nieuwe ontsluiting van het hotel, verslaafdenopvang De Stek en een deel van het Smakkelaarsveld aan de andere zijde van het spoor, maakt het plan drie varianten mogelijk. Naast de gelijkvloerse voorkeursvariant voorziet het plan in twee andere, ongelijkvloerse alternatieve varianten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5099
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202302221/1/R4 en 202302222/1/R4

202302610/1/A3

Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming, op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en artikel 51b, tweede lid, van de Wjsg, beslist op een verzoek om inzage van [appellant A]. Er loopt een strafprocedure tegen [appellant A]. In die procedure is onder meer een rapportage over zijn persoonlijkheid opgemaakt. [appellant A] wil die rapportage en een aantal bijbehorende stukken inzien. Volgens hem bevatten de stukken niet de juiste informatie. In hoger beroep gaat het voornamelijk nog om het zogenoemde feedbackformulier. In geschil is of het feedbackformulier persoonsgegevens bevat. Volgens de rechtbank is dat niet het geval. [appellant A] is het daar niet mee eens. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het besluit van 31 augustus 2022 vernietigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het feedbackformulier geen persoonsgegevens bevat. De minister hoefde [appellant A] daarom geen inzage in dit formulier te geven. Gelet hierop heeft de rechtbank bepaald dat de rechtsgevolgen wat betreft het feedbackformulier in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5092
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202302610/1/A3

202302845/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser de Hogeboekelweg, tussen de Zoekerweg en de Lonneker Markeweg, en de Strokappenweg, tussen de Hogeboekelweg en de gemeentegrens met Enschede, verboden verklaard voor alle motorvoertuigen, uitgezonderd voor aanwonenden en voor de exploitatie van aanliggende percelen. Het college heeft eveneens besloten op de Bredelweg, ter hoogte van de aansluiting op de Kennebroeksweg, een bord met een vooraanduiding van de geslotenverklaring te plaatsen. [appellante] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie 1] in Losser. Op een andere locatie, aan de [locatie 2] in Enschede, liggen twee landbouwpercelen van hem. Deze percelen zijn onder andere via de Hogeboekelweg bereikbaar. De Hogeboekelweg is een verbindingsweg tussen Losser en Enschede. Volgens het college rijden automobilisten op de Hogeboekelweg harder dan is toegestaan en is de weg redelijk smal, waardoor conflicten tussen motorvoertuigen en fietsers ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5133
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302845/1/A2

202302846/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser de Hogeboekelweg, tussen de Zoekerweg en de Lonneker Markeweg, en de Strokappenweg, tussen de Hogeboekelweg en de gemeentegrens met Enschede, verboden verklaard voor alle motorvoertuigen, uitgezonderd voor aanwonenden en voor de exploitatie van aanliggende percelen. Het college heeft eveneens besloten op de Bredelweg, ter hoogte van de aansluiting op de Kennebroeksweg, een bord met een vooraanduiding van de geslotenverklaring te plaatsen. De zorgboerderij is gevestigd aan de [locatie] in Losser. De Hogeboekelweg is een verbindingsweg tussen Losser en Enschede. Volgens het college rijden automobilisten op de Hogeboekelweg harder dan is toegestaan en is de weg redelijk smal, waardoor conflicten tussen motorvoertuigen en fietsers ontstaan. Daarnaast is het smalle wegprofiel van de Hogeboekelweg volgens het college niet geschikt om dienst te doen als doorgaande route voor gemotoriseerd verkeer. Daarom heeft het college de verkeersbesluiten genomen. De zorgboerderij ligt net buiten het deel van de weg waarvoor de geslotenverklaring voor gemotoriseerd verkeer geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5131
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302846/1/A2

202302863/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser de Hogeboekelweg, tussen de Zoekerweg en de Lonneker Markeweg, en de Strokappenweg, tussen de Hogeboekelweg en de gemeentegrens met Enschede, verboden verklaard voor alle motorvoertuigen, uitgezonderd voor aanwonenden en voor de exploitatie van aanliggende percelen. Het college heeft eveneens besloten op de Bredelweg, ter hoogte van de aansluiting op de Kennebroeksweg, een bord met een vooraanduiding van de geslotenverklaring te plaatsen. [appellante] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Losser. De Hogeboekelweg is een verbindingsweg tussen Losser en Enschede. Volgens het college rijden automobilisten op de Hogeboekelweg harder dan is toegestaan en is de weg redelijk smal, waardoor conflicten tussen motorvoertuigen en fietsers ontstaan. Daarnaast is het smalle wegprofiel van de Hogeboekelweg volgens het college niet geschikt om dienst te doen als doorgaande route voor gemotoriseerd verkeer. Daarom heeft het college de verkeersbesluiten genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5132
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302863/1/A2

202302889/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser de Hogeboekelweg, tussen de Zoekerweg en de Lonneker Markeweg, en de Strokappenweg, tussen de Hogeboekelweg en de gemeentegrens met Enschede, verboden verklaard voor alle motorvoertuigen, uitgezonderd voor aanwonenden en voor de exploitatie van aanliggende percelen. Het college heeft eveneens besloten op de Bredelweg, ter hoogte van de aansluiting op de Kennebroeksweg, een bord met een vooraanduiding van de geslotenverklaring te plaatsen. De Hogeboekelweg is een verbindingsweg tussen Losser en Enschede. Volgens het college rijden automobilisten op de Hogeboekelweg harder dan is toegestaan en is de weg redelijk smal, waardoor conflicten tussen motorvoertuigen en fietsers ontstaan. Daarnaast is het smalle wegprofiel van de Hogeboekelweg volgens het college niet geschikt om dienst te doen als doorgaande route voor gemotoriseerd verkeer. Daarom heeft het college de verkeersbesluiten genomen. [appellant] e.a. wonen aan de Hogeboekelweg of aan de Strokappenweg. Sommige appellanten hebben percelen die buiten de gesloten verklaarde zone liggen en andere appellanten hebben percelen die binnen die zone liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5130
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302889/1/A2

202303323/1/A3

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om inzage op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens toegewezen. Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de korpschef het besluit van 19 januari 2022 gedeeltelijk ingetrokken en vervangen door dit besluit. [appellant] heeft de korpschef op grond van artikel 25 van de Wpg verzocht om inzage in over hem verwerkte politiegegevens. In het besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef dit verzoek gedeeltelijk toegewezen. In drie van de veertien documenten heeft de korpschef geen inzage verleend. Bij het besluit van 28 juni 2022 heeft de korpschef het besluit van 19 januari 2022 gedeeltelijk ingetrokken en besloten dat [appellant] alsnog gedeeltelijk inzage krijgt in twee van de drie documenten en in één document gehele inzage. Op de zitting bij de rechtbank heeft [appellant] zijn beroep beperkt tot vijf documenten. Daarbij heeft hij opgemerkt dat het hem niet te doen is om de namen van de verbalisanten die erin staan, maar alleen om controle van de weggelakte passages. Hij wil weten of deze inderdaad niet op hem zien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5090
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202303323/1/A3

202303508/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne de aanvraag van [partijen] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [partijen] is sinds 4 januari 1979 eigenaar van het perceel met opstallen aan de [locatie] in Deurne. Op 8 juli 2017 hebben provinciale staten van Noord-Brabant de Wijziging Verordening ruimte 2014, actualisatie 2017, vastgesteld. Deze verordening is in werking getreden op 15 juli 2017. Uit artikel 26.1, tweede lid, van de verordening volgt dat een gemeenteraad in een bestemmingsplan moet vastleggen dat de uitbreiding van een hokdierhouderij in een stalderingsgebied (een door de provincie aangewezen gebied) alleen is toegestaan als bewijs is overgelegd dat in het stalderingsgebied een bestaand deel van een hokdierverblijf is gesaneerd en de oppervlakte van de sanering 110% bedraagt van de oppervlakte die is gemoeid met de uitbreiding van het nieuwe hokdierverblijf. Tot het tijdstip dat een bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 26.1, tweede lid, van de verordening, geldt de stalderingsregeling, zoals bedoeld in artikel 35, derde lid, van de verordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5104
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303508/1/A2

202303684/1/R1

Bij brief van 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen aan [appellant sub 2] naar aanleiding van haar aanvraag om een omgevingsvergunning medegedeeld dat zij vergunningvrij een dakkapel op haar woning kan plaatsen. [appellant sub 2] woont in het appartement aan [locatie 1] in Amstelveen. Zij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vervangen van de dakkapel op haar woning door een grotere dakkapel. De dakkapel is voorzien aan de voorzijde van haar woning en is zichtbaar vanaf de openbare weg. Het college heeft naar aanleiding van de aanvraag van [appellant sub 2] medegedeeld dat voor de dakkapel geen omgevingsvergunning nodig is. Ook heeft het college haar te kennen gegeven dat nog leges moeten worden betaald voor de behandeling van haar aanvraag. [appellant sub 1] woont in [woonplaats] en is eigenaar van het appartement aan de [locatie 2] in Amstelveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5129
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303684/1/R1

202304202/1/A2

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Op 9 februari 2017 is het bestemmingsplan Nieuw Calslagen 2016 vastgesteld. Het bestemmingsplan is in werking getreden op 10 mei 2017 en onherroepelijk geworden op 13 september 2017. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 15 woningen in een direct ten oosten van het perceel gelegen gebied. Op 30 april 2020 heeft [appellant] een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Hij heeft aangevoerd dat hij inkomensderving heeft geleden, omdat hij, als gevolg van de komst van de 15 woningen op korte afstand van het perceel, het perceel niet (meer) overeenkomstig de daarop rustende bestemming als jachthaven kan (gaan) exploiteren. De exploitatie van de jachthaven is feitelijk onmogelijk gemaakt. De rechtbank heeft overwogen dat het bij planschade alleen gaat om schade vanwege rechtmatig overheidshandelen en dus niet om de schade die voortvloeit uit ander handelen van de overheid, ook al zou dat handelen onrechtmatig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5097
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304202/1/A2

202304257/1/A3

Bij besluit van 19 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom aan [bedrijf] opgelegd vanwege overtreding van artikel 5:2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag. Op 6 december 2019 heeft [bedrijf] verzocht om ontheffing van het in artikel 5.2 van de APV gestelde verbod. De aanvraag ziet op de locatie Dekkershoek ter hoogte van [locatie], waar het bedrijfspand van [bedrijf] is gevestigd. Het tegen de daarop genomen besluiten van 19 april 2019 en 22 mei 2020 ingediende bezwaar is door het college bij besluit van 5 januari 2021 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 16 maart 2022 heeft de rechtbank het door [bedrijf] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 5 januari 2021 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Bij uitspraak van 22 maart 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1168) heeft de Afdeling deze uitspraak vernietigd voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar, voor zover dat ziet op de afwijzing van het verzoek om ontheffing, in stand zijn gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5106
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304257/1/A3

202304850/1/A3

Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om inzage gedeeltelijk toegewezen. [appellant] heeft op 16 oktober 2021 de minister verzocht om inzage in verwerkte persoonsgegevens over zijn detentie in de Penitentiaire Inrichting Lelystad en Nieuwegein, specifiek in het penitentiair dossier over de periode van 25 oktober 2021 tot en met 20 januari 2022 en het inrichtingsdossier van de PI Lelystad en de PI Nieuwegein. Op 31 januari 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] gedeeltelijk toegewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de beroepsgrond van [appellant] over het inrichtingsdossier niet slaagt. De minister heeft toegelicht dat zes maanden na afloop van de detentie het inrichtingsdossier op grond van artikel 39, vierde lid, van de Penitentiaire maatregel wordt vernietigd. Zowel de detentie in Lelystad als de detentie in Nieuwegein waren geëindigd langer dan zes maanden vóór de zitting bij de rechtbank, daarom heeft de rechtbank het niet ongeloofwaardig geacht dat de dossiers niet meer bestaan. [appellant] kan om die reden geen inzage meer krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5089
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202304850/1/A3

202305079/1/R1

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Nederweert het bestemmingsplan "Kreijel 1 Ospel" vastgesteld. Het plan maakt de uitbreiding tot maximaal 17 camperstandplaatsen mogelijk van de campercamping op het perceel ten zuiden van de Kreijel en ten westen van de Waatskamp in Ospel. Dit plan kent aan de noordelijke helft van het plangebied de bestemming "Recreatie" toe. Op dat deel van het plangebied rusten ook de functieaanduidingen "specifieke vorm van groen - landelijke inpassing kreijel 1", "specifieke vorm van recreatie - campercamping" en "specifieke vorm van recreatie "camperstandplaatsen". Hier is naast 17 camperplaatsen ook een recreatieverblijf voor maximaal acht personen toegestaan. Ook zijn een bedrijfswoning, facilitaire voorzieningen en een watertappunt toegestaan. [appellant A] en [appellant B] wonen nabij het plangebied. Zij kunnen zich om verschillende redenen niet verenigen met het plan. [partij] is de initiatiefnemer van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5114
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202305079/1/R1

202306172/1/R4

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 23 januari 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 23 januari 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie 1] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gezet. [appellante] stelt dat de aangetroffen doos een cadeau bevatte dat zij had gegeven aan de zwangere dochter van een vriendin van haar. Zij stelt dat die dochter het cadeau in haar eigen woning aan de [locatie 2] heeft uitgepakt en de lege doos, samen met een andere doos van een ander cadeau, in haar bedrijfsauto heeft gelegd om later weg te gooien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5095
Datum uitspraak
11 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306172/1/R4
vorige pagina1...626364...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon