Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.563
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202206364/1/R3

Bij besluit van 17 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Opsterland de aanvraag van RetailPlan om het bestemmingsplan "Gorredijk Bedrijventerreinen" te herzien, om zo de vestiging van een supermarkt mogelijk te maken, afgewezen. RetailPlan is van plan om een of meerdere percelen ter hoogte van het perceel Badweg 38 en ten noordwesten daarvan in Gorredijk te kopen, om daar een supermarkt te kunnen realiseren. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Gorredijk Bedrijventerreinen" staat de vestiging van een supermarkt op deze locatie echter niet toe. Daarom heeft RetailPlan de raad verzocht om het bestemmingsplan te herzien. De raad heeft dit verzoek afgewezen. RetailPlan betoogt dat het besluit van de raad om haar verzoek tot herziening van het bestemmingsplan af te wijzen in strijd is met artikel 15, derde lid, onder b en c, van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5859
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202206364/1/R3

202207459/1/A3

Bij besluit van 23 december 2020 heeft de burgemeester van Haarlem voorschriften verbonden aan de door [appellant sub 1] aangekondigde demonstraties bij de abortuskliniek Beahuis & Bloemenhovekliniek in 2021. Deze voorschriften houden onder andere in dat de demonstranten alleen mogen demonstreren in vier aangewezen vakken. [appellant sub 1] demonstreert regelmatig bij de abortuskliniek. Dit gebeurt onder andere door bezoekers te benaderen en aan te spreken. In december 2020 heeft zij de burgemeester ervan op de hoogte gesteld dat zij in 2021 een aantal dagen per maand bij de abortuskliniek zal demonstreren. Om wanordelijkheden tijdens deze demonstraties te voorkomen, heeft de burgemeester met het besluit van 23 december 2020 bepaald dat de demonstraties alleen in vier aangewezen vakken zouden mogen plaatsvinden. Zij heeft hiertoe besloten omdat volgens haar bij eerdere demonstraties bezoekers herhaaldelijk werden aangesproken en achtervolgd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5681
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207459/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207459/1/A3

202300010/1/A3

Bij besluit van 5 maart 2021 heeft de burgemeester van Haarlem voorschriften verbonden aan de door Pro Life Heemstede aangekondigde demonstraties bij de abortuskliniek Beahuis & Bloemenhovekliniek. Deze voorschriften houden onder andere in dat Pro Life Heemstede alleen mag demonstreren in één aangewezen vak. Pro Life Heemstede demonstreert regelmatig bij de abortuskliniek. Onderdeel daarvan is dat zij bezoekers van de abortuskliniek aanspreekt en folders aan hen uitdeelt. Naar aanleiding van een kennisgeving voor meerdere demonstraties in 2021 heeft de burgemeester voorschriften verbonden aan deze demonstraties om wanordelijkheden te voorkomen. Deze voorschriften bepaalden, voor zover hier relevant, dat de demonstraties plaats moesten vinden op de Claus Sluterweg op 25 meter van de ingang van het eigen terrein van de abortuskliniek, in het blauwe vak. Dit besluit is met het besluit op bezwaar van 29 juni 2021 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5682
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300010/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300010/1/A3

202301681/1/A2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft de burgemeester van Utrecht aanvragen van [appellante] om verlenging van de aanwezigheidsvergunningen voor de speelautomatenhallen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht, afgewezen en de exploitatievergunningen voor beide speelautomatenhallen ingetrokken. Op 29 april 2019 heeft [bedrijf A], namens [appellante] bij de burgemeester aanvragen ingediend om de aanwezigheidsvergunningen voor de speelautomatenhallen aan de [locatie 1] en [locatie 2] te Utrecht te verlengen. Naar aanleiding van die aanvragen heeft de burgemeester advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob. Het LBB heeft op 19 december 2019 adviezen uitgebracht. Naar aanleiding van vragen van de burgemeester heeft het LBB op 21 januari 2020 en 28 februari 2020 aanvullende adviezen uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5850
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301681/1/A2

202301706/1/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "De Groote Wielen Noordoosthoek" vastgesteld. Het plan maakt de uitbreiding van de woonwijk De Groote Wielen ten noorden van Rosmalen mogelijk. Het plangebied van de Noordoosthoek heeft een oppervlakte van ongeveer 93 ha en heeft in de huidige situatie een overwegend agrarische bestemming. Op grond van de planregels kunnen er maximaal 3000 woningen worden gebouwd op gronden met de bestemming "Woongebied". Het plan is een zogenoemd "bestemmingsplan met verbrede reikwijdte".[appellant sub 1], [appellant sub 4] en [appellante sub 5] wonen aan de Deltalaan, ten zuiden van de Groote Wielenplas, in het bestaande deel van de wijk De Groote Wielen. Zij menen dat het plan hun woon- en leefklimaat aantast. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 1] in ’s-Hertogenbosch. Zijn beroepsgronden richten zich tegen de verkeersgevolgen van het plan. [appellant sub 3] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie 2] in Rosmalen met ongeveer 380 stuks melkvee met bijbehorend jongvee. Ook beschikt [appellant sub 3] over een recent verleende vergunning voor de oprichting van een Groen Gas mestvergistingsinstallatie. Zij vreest grote hinder van de toekomstige bewoners uit het woningbouwplan. Daarnaast verliest [appellant sub 3] een essentiële oppervlakte grond bij huis, waardoor de toekomstige bedrijfsvoering fors wordt bemoeilijkt en onder andere weidegang niet meer mogelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5851
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301706/1/R2

202302311/1/A3

Bij besluit van 11 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor het plaatsen van een zomer- en winterterras aan de [locatie A] in Den Haag. Het college heeft aan [vergunninghouder] een vergunning verleend voor een zomer- en winterterras aan de [locatie A], waar op de begane grond verdieping van het hier gelegen pand de ijssalon "Bitterkoud koffie & ijs" is gevestigd. [appellant] woont boven de horeca-inrichting en stelt overlast te ondervinden van het terras.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5877
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302311/1/A3

202303955/1/A3

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft de burgemeester van Groningen voorschriften verbonden aan de plaats van de demonstratie van Stichting Schreeuw om Leven op 11 juni 2021 bij het Centrum voor Seksuele Gezondheid Noord-Nederland in Groningen. Stichting Schreeuw om Leven demonstreert regelmatig bij het Centrum voor Seksuele Gezondheid Noord-Nederland, waarvan de abortuskliniek Stichting Stimezo Groningen onderdeel uitmaakt. De demonstranten spreken bezoekers aan en delen flyers uit. Naar aanleiding van een kennisgeving van een demonstratie op 11 juni 2021 heeft de burgemeester voorschriften verbonden aan deze demonstratie. Eén van deze voorschriften hield in dat niet gedemonstreerd mocht worden op de stoep voor het Centrum, vanaf de Verlengde Oosterstraat tot aan de Trompstraat. Dit besluit is met het besluit op bezwaar van 18 november 2021 gehandhaafd en ook de rechtbank heeft dit voorschrift in stand gelaten. Stichting Schreeuw om Leven is het daar niet mee eens en komt daarom tegen de rechtbankuitspraak in hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5683
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303955/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202303955/1/A3

202304093/1/R3

Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning aan de achterzijde op het perceel [locatie A] in Wassenaar. [vergunninghouder] woont aan de [locatie A] in Wassenaar. Het college heeft haar een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het handelen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Villawijken". De vergunning ziet op het uitbreiden van de woning aan de achterzijde. Meer specifiek gaat het om een aanbouw (veranda) en het aanbrengen van een 98 cm diep balkon met privacyscherm op de eerste verdieping. De aanbouw is vergund met een breedte van 7,41 m. Met de omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan, voor zover de diepte van de aanbouw meer dan 3 m bedraagt ten opzichte van de gevel waar deze tegenaan is geplaatst. [appellant] woont aan de [locatie B]. Aan de zijde van het perceel van [vergunninghouder] bevindt zich de keuken van [appellant], waarvan de buitenmuur 1,40 m uitsteekt ten opzichte van de achtergevel van [vergunninghouder].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5875
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304093/1/R3

202304104/1/R3

Bij besluit van 3 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de door [appellant A] aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een tuinbouwkas ten behoeve van de stalling van caravans op het perceel Wildersekade 90 in Rotterdam geweigerd. Omdat de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan is, heeft het college beoordeeld of het een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan kon verlenen. Gedeputeerde staten hebben het college in dat kader medegedeeld dat de aanvraag in strijd met het provinciaal beleid is. Het college heeft de aanvraag daarom afgewezen vanwege strijd met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank heeft het door VOF Stalling 010 en anderen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 3 april 2020 vernietigd. Volgens de rechtbank heeft het college niet deugdelijk gemotiveerd dat het de mogelijkheid heeft overwogen om gemotiveerd van het provinciale beleid af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5873
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304104/1/R3

202304193/1/R2

Bij besluit van 17 augustus 2021 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel aan de [locatie] in Heusden. [appellant] is samen met [partij] eigenaar van het perceel. Naast de vleesvarkenshouderij bevindt zich op het perceel sinds 1996 ook het bedrijf Pro Line Holding B.V., een bedrijf dat visvoer produceert en handelt in hengelsportbenodigdheden en visvoer. Op het perceel rust op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Asten 2016" de bestemming "Agrarisch-Agrarisch bedrijf" met de functieaanduiding "intensieve veehouderij". Op het perceel is één agrarisch bedrijf toegestaan. Verder is aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte detailhandel als nevenactiviteit toegestaan. Vaststaat en niet in geschil is dat de activiteiten van Pro Line Holding B.V. op het perceel in strijd zijn met het bestemmingsplan. In 2007 zijn aan [appellant] een milieuvergunning en een bouwvergunning verleend. De milieuvergunning is verleend voor de uitbreiding van de varkenshouderij met een visvoermakerij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5871
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202304193/1/R2

202304390/1/R4

Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort het verzoek van de [appellante] om handhavend op te treden tegen onder meer een gestelde overtreding van vergunningvoorschriften en het gesteld veroorzaken van hinder door [partij] h.o.d.n. [bedrijf] Amersfoort op het perceel [locatie 1] in Amersfoort, afgewezen. De panden van de [appellante] en [bedrijf] liggen op aangrenzende percelen aan de [locatie 1 en 2] in Amersfoort. Tussen de beide panden in ligt een vanaf de openbare weg toegankelijk verhard terrein van 12 á 13 m breed die deels tot het ene perceel en deels tot het andere perceel behoort. Op dit terrein zijn tegen elk van de beide panden aan parkeervakken voor schuin parkeren aangebracht. De parkeervakken op het perceel van de [appellante] en de parkeervakken op het perceel van [bedrijf] zijn bereikbaar via een tussen die parkeervakken gelegen strook (hierna: de middenstrook) die deels op het perceel van de [appellante] en deels op het perceel van [bedrijf] ligt. De middenstrook kent één - dus gedeelde - inrit vanaf de Joannes Tolliusstraat. De [appellante] heeft het college gevraagd om handhavend op te treden tegen [bedrijf], omdat [bedrijf] op de middenstrook, tussen haar eigen parkeerplaatsen en die van de [appellante] in, verplaatsbare paaltjes heeft geplaatst die via een koord met elkaar verbonden zijn, met daarbij ook een verplaatsbaar reclamebord. Hierdoor zijn de parkeerplaatsen die horen bij het pand van de [appellante] volgens haar niet of nauwelijks meer bereikbaar, omdat er tussen de paaltjes met koord en haar parkeerplaatsen te weinig manoeuvreerruimte voor auto's over is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5864
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304390/1/R4

202304470/1/R1

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borsele de aanvraag van [appellant B] voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van het bedrijfspand naar een bedrijfswoning aan de [locatie] in Kwadendamme buiten behandeling gesteld. [appellant A] en [appellant B] exploiteren op perceel [locatie] in Kwadendamme samen een kwekerij. Op 11 november 2021 heeft [appellant B] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de verbouw van hun bedrijfspand tot bedrijfswoning. Bij brief van 30 december 2021 heeft het college [appellant B] verzocht aanvullende gegevens aan te leveren en de beslistermijn opgeschort, totdat de gegevens zouden zijn ontvangen. De gevraagde gegevens zijn niet aangeleverd, waarop het college de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen. [appellant A] en [appellant B] zijn het daarmee niet eens. Volgens [appellant A] en [appellant B] waren de opgevraagde gegevens niet nodig voor de beoordeling van de aanvraag en bovendien waren die gegevens al in het bezit van het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5861
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304470/1/R1

202304898/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Buitengebied, Maliskampsestraat 53" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de herbestemming van een voormalig agrarisch bedrijf aan de Maliskampsestraat 53 in Rosmalen. Het doel van het plan is om op deze locatie de bouw van vier vrijstaande woningen mogelijk te maken, geïnspireerd op de ordening van het Brabantse boerenerf. De gronden die de bestemming "Agrarisch" hadden in het bestemmingsplan "Buitengebied" krijgen in het plan de bestemming "Natuur" en de gronden die in het bestemmingsplan "Buitengebied" de bestemming "Agrarisch - Bedrijf" hadden, krijgen in het plan de bestemmingen "Verkeer" of "Wonen". Op twee andere locaties krijgt landbouwgrond de bestemming "Natuur" om te voorzien in de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. [appellant] woont aan de [locatie] in Rosmalen en kan zich niet met het plan verenigen. Volgens [appellant] wordt met de bouw van de woningen aan de Maliskampsestraat 53 niet de noodzakelijke kwaliteitsverbetering van het landschap gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5838
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304898/1/R2

202305542/1/R1

Bij besluit van 11 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de woning op het perceel aan de [locatie 1] in Heerlen. [appellant] is eigenaar van een pand met op de begane grond een café op het perceel [locatie 1] in Heerlen. Op de bovengelegen verdiepingen zijn drie appartementen aanwezig. Aan de achterkant van het café is zonder omgevingsvergunning een biljartruimte gerealiseerd. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering van deze situatie. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Op dat moment exploiteerde [appellant] het café. [wederpartij] woont op het naastgelegen perceel [locatie 2] en is het niet eens met de omgevingsvergunning voor de biljartruimte. Hij vindt dat zijn woongenot daardoor wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5860
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305542/1/R1

202305707/1/R1

Bij besluit van 14 februari 2023, zoals gewijzigd bij besluit van 11 juli 2023 (hierna: het besluit), heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Fastned vergunning verleend voor het realiseren van een energielaadpunt als basisvoorziening op verzorgingsplaats Haarrijn naast de rijksweg A2 in de gemeente Stichtse Vecht. Op verzorgingsplaats Haarrijn is al een vergunde en gerealiseerde basisvoorziening van Mister Green Fast Charging Network B.V. aanwezig met een looptijd die eindigt in september 2028. Verder is op Haarrijn een motorbrandstofverkooppunt van Shell aanwezig met een vergund en gerealiseerd aanvullend laadstation met een looptijd die eindigt in 2023. Ook heeft Fastned voor Haarrijn een vergunning voor een aanvullende voorziening voor elektrisch snelladen tot 2036. Dit laadstation is voorzien naast de basisvoorziening van Mister Green. Het hoger beroep van Fastned ziet op de geldigheidsduur van de Wbr-vergunning tot 24 september 2028. Volgens Fastned kan de aan de Wbr-vergunning verbonden voorwaarde dat de vergunning is verleend tot 24 september 2028 niet in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5716
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305707/1/R1

202305995/1/R2

Bij besluit van 12 mei 2022 heeft het college aan UPARQ Holding B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van garageboxen op het perceel Potlodenlaan 1 in Bergen op Zoom.UPARQ heeft op 21 april 2022 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van 108 garageboxen, inclusief technische ruimte en toiletruimte op het perceel. Het voorziene gebruik van de garageboxen is opslag door particulieren en zzp’ers, ook wel selfstorage. De garageboxen zijn in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Meilust Bedrijventerrein", op grond waarvan op het perceel de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3" rusten. Allsafe exploiteert een bedrijf dat zich toelegt op de verhuur van opslagruimte en is gevestigd aan Potlodenlaan 3 in Bergen op Zoom, op hetzelfde bedrijventerrein als UPARQ. Zij kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5872
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305995/1/R2

202306212/1/A3

Bij besluit van 1 april 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland voorschriften verbonden aan de door [appellante] aangemelde demonstratie bij de abortuskliniek aan de Sarphatistraat in Amsterdam op 2 april 2020. [appellante] demonstreert, als deelnemer aan de beweging ‘Pro Life Amsterdam’, regelmatig bij de abortuskliniek door daar te bidden, bezoekers aan te spreken en/of aan hen bloemen en folders uit te delen. Zij heeft de voorzitter laten weten dat zij van plan waren om op 2 april 2020 weer te demonstreren. Bij besluit van 1 april 2020, in stand gelaten bij besluit van 12 april 2021, heeft de voorzitter voorschriften verbonden aan de demonstratie. Het voorschrift dat hier relevant is, houdt in dat alleen gedemonstreerd mag worden aan de overzijde van de abortuskliniek en dat het niet is toegestaan om het gebouw, of bezoekers van het gebouw, te benaderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5684
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306212/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202306212/1/A3

202306294/1/A3

Bij besluit van 30 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een aanvraag van [wederpartij] om een standplaatsvergunning afgewezen. [wederpartij] exploiteert een suikerspinkraam, waarin zij, behalve suikerspinnen, ook popcorn en aanverwante producten verkoopt. Gedurende een reeks van jaren staat zij tijdens carnaval op de markt in ’s-Hertogenbosch. [wederpartij] heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een standplaatsvergunning op de markt tijdens carnaval voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Dit heeft zij gedaan door een bod uit te brengen tijdens een door het college georganiseerde gesloten veiling. Het college heeft de aanvraag van [wederpartij] afgewezen, omdat zij niet het hoogste bod op de door haar gewenste standplaats heeft gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [wederpartij] niet kon afwijzen op deze grond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5876
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306294/1/A3

202400099/1/R3

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Cavern Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een hostel aan de Eendrachtsstraat 136-138 in Rotterdam. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college het door [persoon] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De omgevingsvergunning maakt de bouw van een hostel op het perceel mogelijk. [appellant] woont op de [locatie] in Rotterdam. Dit perceel ligt op enkele meters ten noorden van het perceel van het hostel. [appellant] vreest onder meer voor een toename van de parkeerdruk en een vermindering van de brandveiligheid in de omgeving door de bouw van het hostel. Voor [appellant] woonde [persoon] op de [locatie] in Rotterdam. Zijn huurovereenkomst is per 1 augustus 2022 beëindigd. De rechtbank heeft in haar uitspraak het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt daarbij dat [appellant] als opvolgend huurder in het door [persoon] ingestelde beroep ontvankelijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5857
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400099/1/R3

202401083/1/R1

Bij besluit van 25 april 2023 heeft de minister aan Fastned een vergunning verleend voor het realiseren van een energielaadpunt als basisvoorziening op verzorgingsplaats De Abt naast de rijksweg A6 in de gemeente Noordoostpolder. Op verzorgingsplaats De Abt is al een verleende en gerealiseerde basisvoorziening energieoplaadpunt van Mister Green Fast Charging Network B.V. (Mister Green) aanwezig in de vorm van één laadpaal met twee laadplekken op de algemene parkeervoorziening aan de rechterzijde van de verzorgingsplaats. Daarnaast is op de verzorgingsplaats het benzinestation van EG Retail gevestigd, dat geëxploiteerd wordt door Esso. Met het besluit van 25 april 2023 heeft de minister de vergunning aan Fastned verleend. Het hoger beroep van Fastned ziet op de geldigheidsduur van de Wbr-vergunning tot 22 juli 2030. Volgens Fastned kan de aan de Wbr-vergunning verbonden voorwaarde dat de vergunning is verleend tot 22 juli 2030 niet in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5717
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401083/1/R1

202401088/1/A3

Bij besluit van 9 mei 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] om verwijdering van zijn gegevens uit het Justitieel Documentatie Systeem afgewezen. [appellant] heeft onder invloed van alcohol, in een voor hem lastige tijd, een bloempot en een tuinbeeld van zijn buren vernield. Zijn buren hebben in eerste instantie aangifte gedaan van de vernieling maar deze aangifte later weer ingetrokken. Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens de zaak geseponeerd. [appellant] heeft de minister verzocht om de registratie van het sepot in het JDS te verwijderen wegens persoonlijke omstandigheden. De gevolgen van de registratie, met name voor zijn werk, staan volgens [appellant] niet in verhouding tot het voorval. De minister heeft het verzoek van [appellant] afgewezen en zich op het standpunt gesteld dat de persoonlijke belangen van [appellant] niet opwegen tegen het belang om een volledig historisch overzicht te behouden. Daarbij zijn er geen bijzondere omstandigheden die de verwijdering van de registratie rechtvaardigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5839
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202401088/1/A3

202401275/1/A2

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het Zorginstituut de vereveningsbijdrage voor het jaar 2022 voor Zorg en Zekerheid herberekend en voorlopig vastgesteld. Deze eerste voorlopige vaststelling heeft ertoe geleid dat Zorg en Zekerheid een bedrag moet terugbetalen. Zorg en Zekerheid heeft tegen het besluit van 22 september 2023 bezwaar gemaakt, omdat zij het niet eens is met de gehanteerde wijze van berekening van het aantal 18-jarigen waarvoor premie moet worden betaald. Volgens Zorg en Zekerheid heeft het Zorginstituut ten onrechte niet gerekend met het gerealiseerde aantal betalende verzekerden als bedoeld in artikel 3.19, eerste en tweede lid, van het Besluit en artikel 18, eerste lid, van de Regeling 2022. In plaats daarvan heeft het Zorginstituut gerekend met het aantal 18-jarige verzekerden op peildatum 30 juni 2022. Zorg en Zekerheid betoogt dat het Zorginstituut bij de voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage over het jaar 2022 ten onrechte is uitgegaan van fictieve aantallen premiebetalende 18-jarige verzekerden in plaats van de werkelijke aantallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5856
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202401275/1/A2

202403620/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersvergunning parkeren van [appellant] ingetrokken. [appellant] woont op het adres [locatie] in Amsterdam. Het pand op dit adres is in verschillende gedeelten ingericht. Het bestaat uit woonruimte op de eerste etage, en bedrijfsruimte op de begane grond en in het souterrain. Voor elk gedeelte wordt afzonderlijk WOZ geheven. [appellant] heeft in 2007 een aanvraag gedaan voor de bewonersvergunning parkeren, die destijds is verleend en steeds halfjaarlijks automatisch is verlengd. Gedurende deze tijd was aan dat adres ook een bedrijfsvergunning parkeren toegewezen. Het besluit van 30 maart 2022 is gebaseerd op regelingen uit de Parkeerverordening 2013 en het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening 2022. Artikel 1, aanhef en onder a, van de Parkeerverordening bepaalt dat onder adres wordt begrepen ‘een adresseerbaar object’ zoals opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Op grond van artikel 6, eerste en vierde lid, van het Uitwerkingsbesluit mag per adres slechts één vergunning worden verleend, en dit aantal wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende bedrijfsvergunningen. Het college heeft met de intrekking van de bewonersvergunning parkeren van [appellant] een voorheen abusievelijk genomen besluit willen herstellen. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5868
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403620/1/A3

202404055/1/A2

Bij besluiten van 26 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad vergunningen verleend aan [wederpartij A] en [wederpartij B] voor het omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte onder aanvullende voorschriften. Op 2 april 2021 is de Verordening 2e wijziging Huisvestingsverordening Zaanstad 2021 in werking getreden. Per die datum geldt in de gemeente, op grond van artikel 3.1.2, eerste lid, van de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2021 niet alleen een vergunningplicht voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte, maar ook voor het omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. Per 24 september 2021 is de zinsnede "en omgezet houden" vervangen door "of omgezet te houden". Met het oog op de wijziging van de Hvv hebben [wederpartij A] e.a. vergunningen aangevraagd voor het omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte voor enkele adressen in Zaandam. De rechtbank heeft geoordeeld, dat het college met de gegeven nadere motivering alsnog toereikend heeft gemotiveerd dat een omzettingsvergunningstelsel in de gemeente Zaanstad noodzakelijk en geschikt is om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van woning schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5870
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404055/1/A2

202405225/1/A2

Bij besluiten van 16 maart 2023 en 7 april 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen zeven aanvragen van [appellante] om overneming van private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft zeven aanvragen bij Sociale Banken Nederland ingediend om overname van schulden. De aanvragen zijn afgewezen met vermelding van een code die verwijst naar een afwijzingsgrond. [appellante] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Zij betoogt dat de openstaande schuld per direct opeisbaar is in het geval de rente en beleningskosten niet periodiek worden voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5848
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405225/1/A2

202405405/1/A2

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de minister van Financiën geweigerd om een private schuld van [appellante] over te nemen. In deze zaak gaat het om een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om overname van een schuld aan Qander Consumer Finance van € 16.200,00. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. De minister heeft deze schuld niet overgenomen, omdat de hoofdsom van de lening niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar was. Uit de door de QCF verstrekte gegevens blijkt dat er twee geweigerde automatische incasso’s zijn geweest. De minister heeft slechts de achterstandsrente van € 0,97 vergoed. Van een hogere opeisbare betalingsachterstand in die periode zoals bedoeld in de Wht is volgens de minister geen sprake. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat haar lening bij QCF niet voor overname in aanmerking komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5867
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405405/1/A2

202405454/1/A2

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR) het rijbewijs van [appellant] vanaf 7 juni 2023 ongeldig verklaard. Het CBR heeft zich in het besluit van 8 augustus 2023 op het standpunt gesteld dat [appellant] het bezwaar buiten de termijn heeft ingediend en het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard. Nadat [appellant] tegen dat besluit beroep heeft ingesteld bij de rechtbank, heeft het CBR het besluit van 8 augustus 2023 ingetrokken, vastgesteld dat het bezwaarschrift geen gronden van bezwaar bevat en [appellant] bij brief van 26 september 2023 verzocht deze voor 10 oktober 2023 aan te leveren. Het CBR heeft deze termijn vervolgens verlengd tot 16 november 2023. Het CBR heeft in het besluit van 24 november 2023 vastgesteld dat [appellant] geen gronden heeft ingediend en het bezwaar opnieuw niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het CBR, door na het instellen van beroep het oude besluit op bezwaar in te trekken en een nieuw te nemen, de bedoeling van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft doorkruist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5837
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405454/1/A2

202406112/1/R4

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft het college het wijzigingsplan "Buitengebied - Buitenplaats Kruisstraat" gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de bouw van drie vrijstaande woningen, de aanleg van een weg naar de woningen toe en de aanleg van een bos met publiek toegankelijke wandelpaden om de woningen heen, op een aantal percelen aan de oostkant van de Kruisweg in Tiel. In het wijzigingsplangebied ligt nu nog een open weiland. Het college duidt het geheel van de woningen, de weg en het bos aan als een buitenplaats. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 41.2 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied". Op grond van het bestemmingsplan rust op het gehele wijzigingsplangebied de enkelbestemming "Agrarisch" met de gebiedsaanduiding "Overige zone - stedelijk uitloopgebied". [appellanten] woont aan de [locatie] in Tiel. Zijn perceel grenst aan de zuidwestzijde van het wijzigingsplangebied. [appellanten] kan zich niet met alle aspecten van het wijzigingsplan verenigen, omdat hij vreest voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5845
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406112/1/R4

202406556/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft de Dienst Toeslagen, in het kader van de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van [appellante] voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2008, bepaald dat zij voor die jaren geen compensatie krijgt. De Dienst Toeslagen heeft aan zijn besluit van 19 juli 2021 ten grondslag gelegd dat bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2006 tot en met 2008 geen fouten zijn gemaakt. De Dienst Toeslagen heeft daar in het besluit van 26 maart 2024 aan toegevoegd dat de kinderopvangtoeslag voor deze jaren is gecorrigeerd naar aanleiding van veranderingen in de opvanguren en het toetsingsinkomen, dat voor deze jaren niet is gebleken van institutioneel vooringenomen handelen of van onterecht geweigerde verzoeken om een betalingsregeling en dat er, anders dan abusievelijk in een overzicht is vermeld, geen betalingen aan [kinderopvanginstelling] zijn gedaan. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat [appellante] niet met enig bewijs heeft onderbouwd dat zij voor de jaren 2006 tot en met 2008 betalingsregelingen heeft aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5847
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406556/1/A2

202406735/1/A2

Bij besluit van 23 november 2022 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste geldschuld afgewezen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Op 26 juni 2006 heeft zij bij Defam B.V. een lening van € 25.500,00 afgesloten, waarop zij op 6 maart 2021, met gebruikmaking van het compensatiebedrag dat zij van de Belastingdienst heeft ontvangen, € 11.015,83 heeft afgelost. [appellante] heeft de minister gevraagd om een deel van de schuld, gelijk aan deze aflossing, over te nemen en haar een bedrag van € 11.015,83 te betalen. De minister heeft geweigerd het door [appellante] betaalde deel van de schuld over te nemen, omdat de schuld bij Defam B.V. niet, vanwege betalingsachterstanden, vóór 1 juni 2021 opeisbaar is geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5844
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406735/1/A2

202500022/1/A2

Bij besluit van 5 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft de schuldhulpverlening aan [appellante] beëindigd. Bij besluit van 3 januari 2022 heeft het college [appellante] schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening toegekend. In dit besluit is [appellante] een medewerkingsverplichting opgelegd. Bij besluit van 3 januari 2022 heeft het college [appellante] schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening toegekend. In dit besluit is [appellante] een medewerkingsverplichting opgelegd. In het Plan van Aanpak van 4 maart 2022 is de afspraak opgenomen dat Salude Medisch Advies B.V. de belastbaarheid van [appellante] zal onderzoeken. Salude heeft [appellante] daarvoor uitgenodigd op 9, 24 en 30 juni 2022, maar zij is niet (tijdig) verschenen op deze afspraken. Bij brief van 21 juli 2022 heeft het college [appellante] bericht dat het nieuwe afspraken zal inplannen en dat als zij niet op één daarvan verschijnt, het college de schuldhulpverlening kan stoppen. Vervolgens is [appellante] uitgenodigd voor nieuwe afspraken op 25 augustus 2022 en 1 september 2022. Zij is ook op deze afspraken niet verschenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5843
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500022/1/A2

202500435/1/A2

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellante] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. Op 8 december 2023 is [appellante] op een locatie waar zij alleen rechtsaf mocht slaan, linksaf geslagen, waardoor zij tegen de verplichte rijrichting inreed. Naar aanleiding van dit incident heeft de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant op 8 december 2023 aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet, van het vermoeden dat [appellante] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van de categorie motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR bij het besluit van 15 februari 2024 aan [appellante] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs tot de uitslag van het onderzoek geschorst. Het CBR heeft aan dit besluit, gehandhaafd bij het besluit van 25 april 2024, ten grondslag gelegd dat het vermoeden bestaat dat [appellante] niet (langer) over de vereiste rijvaardigheid beschikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5842
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500435/1/A2

202500609/1/R4

Bij besluit van 1 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan de Stichting Het Utrechts Landschap een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het ontwikkelen van een ecologische verbindingszone. De stichting wil een ecologische verbindingszone ontwikkelen tussen Stoutenburg en Juliusput om zo het Natuurnetwerk Nederland te versterken. Ook wil zij het voor de Gelderse Vallei kenmerkende kleinschalige cultuurlandschap herstellen door de ontwikkeling van natuur met hoge kwaliteit. Hiervoor heeft de stichting op 1 november 2021 een aanvraag ingediend voor het afwijken van het bestemmingsplan, ten behoeve van het ontwikkelen van natuur op vier agrarische percelen in de vorm van nat schraalland en rijk gemengd loofbos. [appellant] is eigenaar van naastliggende landbouwgrond en vreest dat hij door de ontwikkeling geconfronteerd wordt met een groter risico op ongewenste onkruiden, met name jakobskruiskruid. Ook vreest [appellant] dat zijn landbouwgrond waarde verliest en dat hij een deel van zijn subsidie van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid verliest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5841
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202500609/1/R4

202501531/1/R4

Bij besluit van 29 maart 2024 heeft het college zijn beslissing om op 20 maart 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 20 maart 2024 is aangetroffen in de vulopening van een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Flakkeesestraat 57 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos niet naast de container heeft gezet. [appellante] voert aan dat zij ten tijde van de constatering van de overtreding met haar gezin in Polen was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5840
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501531/1/R4

202502761/1/A2

Bij beslissing van 13 januari 2025 heeft de directeur van de School voor Gezondheidszorg en Welzijn [appellant] van het College van Bestuur van MBO Amersfoort verwijderd. [appellant] is in augustus 2022 aan de opleiding Maatschappelijke Zorg, niveau 4, aan de School voor Gezondheidszorg en Welzijn van MBO Amersfoort begonnen. In het kader van deze opleiding moest hij in de periode van september 2023 tot medio juli 2024 stage lopen bij een leerbedrijf. Hij heeft verklaard stage te lopen bij [bedrijf] - een non-profit organisatie die zich inzet voor jongeren in Amsterdam - en heeft [persoon] als contactpersoon opgegeven. Nadat een bezoek aan het leerbedrijf door [persoon] om diverse redenen steeds werd uitgesteld, het opviel dat er een afwijkend e-mailadres werd gebruikt en een abnormaal hoog aantal Praktijkovereenkomsten (POK) werd geconstateerd, is bij de opleiding het vermoeden ontstaan dat sprake is van fraude. Navraag bij [bedrijf] leerde dat [appellant] en vier andere studenten geen stage bij haar liepen, de genoemde contactpersoon niet bij haar in dienst was en dat ook het e-mailadres niet door haar werd gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5836
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502761/1/A2

202502904/1/R4

Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft het college zijn beslissing om op 18 september 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Tilburg 2019 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee kartonnen dozen, een witte en een bruine, die op 18 september 2024 zijn aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer aan de Melsbroekstraat in Tilburg. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de dozen verkeerd heeft aangeboden, omdat op beide dozen haar naam en adres op de adreslabels staan. Het besluit om spoedeisende bestuursdwang toe te passen is gedateerd op 2 oktober 2024. [appellante] heeft hiertegen op 13 januari 2025 bezwaar gemaakt. Het college heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de bezwaartermijn volgens het college afliep op 14 november 2024. [appellante] betoogt dat het college haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij stelt dat zij er pas in december 2024 achter kwam dat het besluit van 2 oktober 2024 was genomen, doordat haar huisgenoot de post met daarin het besluit in ontvangst had genomen en het niet aan haar had doorgegeven. Toen zij het besluit eenmaal onder ogen kreeg, heeft zij onmiddellijk bezwaar gemaakt, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5858
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202502904/1/R4

202503485/1/R4

Bij besluit van 21 maart 2025 heeft het college zijn beslissing om op 17 maart 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een deel van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 17 maart 2025 is aangetroffen naast een papiercontainer aan de Vier Heemskinderenstraat in Den Haag, bij huisnummer […]. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat op de doos een adreslabel zat met zijn naam en adres. [appellant] bevestigt dat hij de doos naast de papiercontainer heeft gezet, maar hij betwist dat hij daardoor een overtreding heeft begaan. Hij stelt dat de papiercontainer vol was en dat dat vaker het geval is. Bovendien stond er ook al afval van anderen naast de container, zo stelt hij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5855
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503485/1/R4

202503648/1/R4

Bij besluit van 20 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 6 februari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een deel van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos voor een televisie, die op 17 maart 2025 is aangetroffen naast een afvalcontainer aan de Rechterenstraat in Den Haag, bij huisnummer […]. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat op de doos een adreslabel zat met zijn naam en adres. [appellant] bestrijdt niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij betwist dat hij degene is die de doos verkeerd heeft aangeboden. Hij stelt dat hij de doos tijdelijk buiten de voordeur had geplaatst en een afspraak wilde maken om die te laten ophalen door de vuilnisophaaldienst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5854
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503648/1/R4

202503770/1/R4

Bij besluit van 8 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op diezelfde dag spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaandam 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak, die op 8 januari 2025 is aangetroffen naast de afvalcontainer met nummer 77580 aan de Gibraltar in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een poststuk is aangetroffen met zijn adresgegevens. [appellant] betwist dat de huisvuilzak van hem afkomstig zijn. Hij stelt dat het afval waarschijnlijk verkeerd is aangeboden door de vorige bewoner van zijn woning. Hij wijst er in dit verband op dat hij pas sinds 21 november 2024 op zijn huidige adres woont en dat op het aangetroffen poststuk wel dat adres, maar niet zijn naam staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5852
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503770/1/R4

202503792/1/R4

Bij besluit van 8 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 27 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een deel van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen envelop, die op 27 januari 2025 is aangetroffen naast een papiercontainer aan de Regentesselaan in Den Haag, bij huisnummer […]. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de envelop verkeerd heeft aangeboden, omdat op de envelop een adreslabel zat met haar naam en adres. [appellante] betwist dat zij de kartonnen envelop verkeerd heeft aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5853
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503792/1/R4

202504266/1/A2

Bij beslissing van 6 mei 2025 heeft de examencommissie LM/TM (hierna: de examencommissie) vastgesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd bij het toetsonderdeel Trends voor het vak Sustainable Urban Tourism. De examencommissie heeft het toetsresultaat ongeldig verklaard en [appellante] uitgesloten voor de eerstvolgende toetskans. [appellante] volgt sinds september 2023 de opleiding Tourism Management aan de Hogeschool Inholland. Omdat zij in haar eerste studiejaar niet aan de studievoortgangsnorm voldeed, heeft [appellante] een uitgesteld studieadvies gekregen. Dit houdt in dat zij aan het eind van haar tweede studiejaar alle studiepunten uit het eerste jaar moest behalen om met de opleiding door te mogen gaan. Een van de eerstejaarsvakken die [appellante] nog met succes moest afronden is het vak Sustainable Urban Tourism. Dit vak bestaat uit meerdere onderdelen, waaronder het toetsonderdeel Trends. Bij dit toetsonderdeel moet de student een verslag schrijven. In haar eerste studiejaar heeft [appellante] een onvoldoende gekregen voor dit verslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5878
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504266/1/A2

202504361/1/A2

Bij beslissing van 15 april 2025 heeft de manager Radboudumc Health Academy, namens de selectiecommissie bacheloropleidingen Radboudumc, aan [appellante] het rangnummer 1.273 toegekend. Tegen deze beslissing heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Bij beslissing van 19 mei 2025 heeft de manager Radboudumc Health Academy, namens de selectiecommissie, aan [appellante] het rangnummer 604 toegekend. [appellante] heeft zich ingeschreven voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Radboud Universiteit. Dit is een opleiding met een numerus fixus. Dit betekent dat er een maximum is gesteld aan het aantal studenten dat kan worden toegelaten tot de opleiding. Daarom wordt er voor toelating geloot in drie groepen, waarbij de kans op toelating in groep 1 groter is dan in de groepen 2 en 3. Voor het studiejaar 2025-2026 waren 322 opleidingsplaatsen beschikbaar. [appellante] stelt zich op het standpunt dat het college het advies van de geschillenadviescommissie niet ten grondslag had mogen leggen aan de beslissing op bezwaar omdat dit advies geen deugdelijke onderbouwing en motivering kent.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5866
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504361/1/A2

202505172/1/A2

Bij beslissing van 7 april 2025 heeft de examencommissie van het Erasmus MC aan [appellante] meegedeeld dat zij het coschap Inwendige Geneeskunde opnieuw moet volgen. [appellante] staat sinds het studiejaar 2024-2025 ingeschreven voor de masteropleiding Geneeskunde aan het Erasmus MC. Bij beslissing van 7 april 2025 is haar meegedeeld dat zij het coschap Inwendige Geneeskunde opnieuw moet volgen. Aan deze beslissing heeft de examencommissie ten grondslag gelegd dat op basis van meldingen van de Commissie Longitudinale Beoordeling Professionaliteit en de besliscommissie een gesprek heeft plaatsgevonden. De meldingen betroffen een reden tot zorg op het gebied van medisch inhoudelijke kennis bij het coschap Inwendige Geneeskunde. Volgens de examencommissie moet het coschap opnieuw gevolgd worden om de medisch inhoudelijke kennis van [appellante] op niveau te krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5846
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505172/1/A2

202505419/1/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het door het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft niet tijdig beslissen op zijn verzoek tot inschrijving voor de bacheloropleiding Technische Bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft. [appellant] is ingeschreven geweest voor de bacheloropleiding Technische Bestuurskunde aan de TUD. Bij beslissing van 30 januari 2024 heeft het CvB zijn inschrijving aan de TUD op grond van artikel 7.57h, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek definitief beëindigd wegens herhaaldelijk ernstig wangedrag waarmee hij hinder veroorzaakt en schade berokkent aan de medewerkers van de TUD. Het CvB heeft in deze beslissing verder opgenomen dat alleen tot herinschrijving wordt overgegaan als het CvB uit een gesprek blijkt dat [appellant] in staat is om aanwijzingen en instructies op te volgen, om de gebruikelijke omgangsvormen in acht te nemen en zich op een passende wijze te verhouden tot de medewerkers van de TUD, zodat herhaling van het wangedrag niet meer hoeft te worden verwacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5802
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505419/1/A2

202505419/2/A2

[verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen het door het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft niet tijdig beslissen op zijn verzoek tot inschrijving voor de bacheloropleiding Technische Bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft. Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij beslissing van 27 oktober 2025 heeft het CvB het verzoek van [verzoeker] tot inschrijving geweigerd. Het CvB heeft een verweerschrift ingediend. [verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5811
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505419/2/A2

202501223/1/V3

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5823
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501223/1/V3

202502993/2/V6

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [verzoekster] ingetrokken. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van 23 februari 2023 en het besluit van 30 augustus 2023 tot intrekking van het Nederlanderschap worden geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Concreet strekt het verzoek er daarmee toe dat [verzoekster] tot de uitspraak op het hoger beroep als Nederlander wordt behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5812
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202502993/2/V6

202504780/2/R2

Het verzoek is gedaan in verband met de uitspraak van 18 juli 2025 van de rechtbank Noord­-Nederland. Bij die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van Stichting Groene Ster Duurzaam en anderen tegen het besluit van 31 januari 2022 gegrond verklaard. Bij dit besluit heeft de staatssecretaris van LVVN aan de staatssecretaris van Defensie een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) verleend voor militaire activiteiten en burgermedegebruik op de vliegbasis Leeuwarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5916
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504780/2/R2

BRS.25.001388

Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5807
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001388

BRS.25.001608 en BRS.25.001609

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene bevolen onmiddellijk naar het grondgebied van Portugal terug te keren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5828
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001608 en BRS.25.001609

BRS.25.001636

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5798
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001636

BRS.25.001734

Bij besluit van 4 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5801
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001734

BRS.25.002110

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5800
Datum uitspraak
2 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002110

202306135/1/V1

Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A.M.J.M. Louwerse, advocaat in Purmerend, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5810
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306135/1/V1

202407770/1/V1

Bij besluit van 14 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 6 september 2023, waarvan hij de motivering heeft aangevuld op 8 december 2023, heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 21 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5809
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407770/1/V1

202505255/1/R3 en 202505255/2/R3

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Teylingen [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de bewoning van de woning [locatie] in Voorhout door meerdere huishoudens te beëindigen en beëindigd te houden, en de splitsing van die woning ongedaan te maken. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel [locatie] in Voorhout. Naar aanleiding van een verzoek van omwonenden om handhavend op te treden tegen de bewoning van de woning door meerdere huishoudens, heeft een toezichthouder van de gemeente op 11 december 2023 een controle uitgevoerd in de woning. Bij die controle heeft de toezichthouder geconstateerd dat de woning in twee woningen gesplitst is en dat de woning door meerdere huishoudens bewoond wordt. Volgens het college is sprake van een overtreding, omdat de woning zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning gesplitst is en het op grond van het bestemmingsplan "Voorhout-Oost" niet is toegestaan dat meerdere huishoudens in één woning wonen. Het college heeft een legalisatieonderzoek verricht en is niet bereid om mee te werken aan legalisatie. Om de overtredingen te beëindigen heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van concreet zicht op legalisatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5796
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505255/1/R3 en 202505255/2/R3

BRS.25.001967

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5803
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001967

BRS.25.001992

Bij besluit van 26 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5804
Datum uitspraak
1 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001992

202501191/1/V3

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5795
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501191/1/V3

202501954/2/R2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Vught het bestemmingsplan "Crematorium Zorgpark Voorburg" gewijzigd vastgesteld. Het plan is vastgesteld op verzoek van [partij] en maakt de ontwikkeling van een uitvaartcentrum met crematorium mogelijk op de locatie Eikenven aan de [locatie] in Vught. Pelgrimshof is voornemens om een uitvaartcentrum met crematorium te realiseren op landgoed De Denneboom in Schijndel. [partij] en Pelgrimshof zijn werkzaam in hetzelfde marktsegment en (deels) hetzelfde verzorgingsgebied. Volgens Pelgrimshof is het plan vastgesteld in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, omdat de behoefte aan de ontwikkeling van een uitvaartcentrum met crematorium in het plangebied ontbreekt. Bij besluit van 3 september 2025 is aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een crematorium in het plangebied. Daartegen is door Pelgrimshof bezwaar gemaakt. Pelgrimshof heeft de voorzieningenrechter verzocht om het besluit van 6 februari 2025 te schorsen hangende het beroep, omdat Pelgrimshof wil voorkomen dat op het bezwaar moet worden beslist met inachtneming van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5791
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202501954/2/R2

202502972/1/R4 en 202502972/2/R4

Bij twee afzonderlijke besluiten van 11 december 2023 heeft het college aan Hagepoortplein en Neocura een last onder dwangsom opgelegd wegens het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het voormalig bankgebouw aan het Hagepoortplein 5 in Zutphen voor het huisvesten van mensen met een GGZ-achtergrond. Hagepoortplein is eigenaar van het tot zorgwoningen verbouwde bankgebouw aan het Hagepoortplein 5 in Zutphen. Op 31 juli 2019 is aan Hagepoortplein een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing tot zorgwoningen en het gebruik als zodanig. Neocura huurt het gebouw sinds 1 juni 2023 en gebruikt het voor de huisvesting van volwassenen vanaf ongeveer 45 jaar met een GGZ-achtergrond, waarbij ook somatische problemen op de voorgrond zijn gekomen en sprake is van een zorgvraag. Aan de dwangsom heeft het college ten grondslag gelegd dat de omgevingsvergunning van 31 juli 2019 dit gebruik niet toestaat, omdat die vergunning is gevraagd en verleend voor de huisvesting van een andere doelgroep, namelijk mensen met dementiële syndromen, overwegend ouderen van 65 jaar en ouder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5794
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502972/1/R4 en 202502972/2/R4

202503419/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5797
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503419/1/V1

BRS.25.000946

Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om betrokkene 1 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5787
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000946

BRS.25.001679

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5786
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001679

BRS.25.001822

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de minister een aanvraag om betrokkene een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5720
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001822

BRS.25.001876

Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5779
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001876

BRS.25.001888

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5778
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001888

BRS.25.001900

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5719
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001900

BRS.25.001922

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5785
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001922

202401894/1/A2

[appellante] heeft op 10 september 2021 een aanvraag gedaan om een tegemoetkoming in de kosten van de zwemlessen van haar kinderen, als bedoeld in de Verordening Meedoen Ridderkerk 2021. Bij besluit van 13 september 2021, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 14 oktober 2021, heeft het college de aanvraag afgewezen. Het college heeft erop gewezen dat [appellante] in de aanvraag heeft opgenomen dat haar kinderen zwemlessen volgen bij een zwembad in Barendrecht. Een voorwaarde van de tegemoetkoming is dat de zwemlessen worden gevolgd in een aangewezen zwembad in Ridderkerk. Het college ziet geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, mede omdat [appellante] de kosten van de zwemlessen ook kan declareren op basis van het kindpakket van de Verordening. [appellante] voert in hoger beroep aan dat de gemeenteraad de toelichting van de Verordening niet heeft vastgesteld, omdat die toelichting niet apart is ondertekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5949
Datum uitspraak
28 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401894/1/A2

202400269/1/V3

Bij besluit van 22 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene 1 om hem een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5723
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400269/1/V3

202406292/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. F. Zeven, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 september 2024 in zaak nr. NL24.24875. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5788
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406292/1/V1

202501530/1/V3

Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5724
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501530/1/V3

202504320/2/R4

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphors aan Woonstichting Vechthorst een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 17 woningen aan onder meer de Bokslootweg en op de locatie Rouveen, sectie AN, nr. 701 en om daarbij af te wijken van de regels van het omgevingsplan. [verzoeker] exploiteert een kalveren- en schapenhouderij op ruim 600 m ten zuiden van de woningbouwlocatie. Haar dichtstbij gelegen veestal ligt op ongeveer 610 m van de woningbouwlocatie. Het bouwvlak van de veehouderij biedt ruimte om nog 6 m dichter bij de thans vergunde woningen te bouwen. [verzoeker] vreest dat de realisatie van de woningen haar agrarische bedrijfsvoering en toekomstige uitbreiding daarvan zal belemmeren. Het geschil dat partijen in hoger beroep verdeeld houdt gaat in de kern over de vraag of de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat het college voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de vergunde woningen en dat de bedrijfsvoering van [verzoeker] niet onevenredig wordt beperkt door de woningbouw die wordt mogelijk gemaakt met de vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5790
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504320/2/R4

202504417/2/V2

Bij besluiten van 3 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5799
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504417/2/V2

202505294/1/R4 en 202505294/2/R4

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd met het omgevingsplan verkameren van de woning aan de [locatie] in Nijmegen. [verzoeker] is huurder van de woning aan de [locatie] en verhuurt daarin op zijn beurt vijf onzelfstandige woonruimtes. [verzoeker] stelt dat hij artikel 4.1 van het facetbestemmingsplan niet overtreedt, omdat de kamergewijze bewoning al vanaf 2016, ruim voor de peildatum van 7 oktober 2021, plaatsvond. Hij betoogt dat de rechtbank en het college er ten onrechte van uitgaan dat het aan hem is om aannemelijk te maken dat de woning al op die peildatum was verkamerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5789
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505294/1/R4 en 202505294/2/R4

BRS.25.001080

Bij besluit van 19 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5708
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001080

BRS.25.001218

Bij besluit van 4 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5707
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001218

BRS.25.001594

Bij besluit van 20 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5650
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001594

BRS.25.001744

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5715
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001744

BRS.25.001775

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5700
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001775

BRS.25.001856

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5710
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001856

BRS.25.001918

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5712
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001918

202406542/1/A2

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om een geldschuld over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 7.678,49 bij ABN Amro. De minister heeft de schuld niet overgenomen. De schuld is een doorlopend krediet bij een bank en komt op grond van artikel 4.1, tweede lid en vierde lid en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen alleen voor overname in aanmerking als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. Daarvan is volgens de minister geen sprake.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5915
Datum uitspraak
27 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406542/1/A2

202504080/1/V2

Bij besluit van 28 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5725
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504080/1/V2

202504414/1/V2

Bij besluit van 3 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5726
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504414/1/V2

202505458/2/A3

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de burgemeester van Eindhoven de aan [verzoeker] verleende vergunningen op grond van de Alcoholwet en de Wet op de kansspelen ingetrokken. verzoeker] is eigenaar en leidinggevende van café [naam café] op het adres [locatie] in Eindhoven. [verzoeker] heeft een vergunning op grond van de Alcoholwet voor het uitoefenen van dit horecabedrijf en een aanwezigheidsvergunning op grond van de Wet op de kansspelen voor het aanwezig hebben van twee speelautomaten in het horecabedrijf. Vanwege informatie in de bestuurlijke rapportage van 9 januari 2025 die de burgemeester van de politie heeft ontvangen, is de burgemeester tot het oordeel gekomen dat [verzoeker] niet langer voldoet aan het vereiste dat een leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. De burgemeester heeft daarom de alcoholwetvergunning en de aanwezigheidsvergunning van [verzoeker] ingetrokken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester de vergunningen heeft mogen intrekken. [verzoeker] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5718
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202505458/2/A3

202505480/2/A3

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot aan [verzoekster] een overzicht van haar persoonsgegevens verstrekt. [verzoekster] heeft op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming een verzoek ingediend bij het college om inzage in alle gegevens die op haar betrekking hebben. Het college heeft het verzoek van [verzoekster] opgevat als een verzoek om inzage zoals bedoeld in artikel 15 van de AVG en aan [verzoekster] twee overzichten verstrekt van alle correspondentie waarin haar persoonsgegevens zijn verwerkt. In totaal gaat het om 391 (post)stukken. [verzoekster] stelt dat het overzicht niet volledig is en wil met haar verzoek bereiken dat zij binnen vier weken alsnog inzage verkrijgt in al haar persoonsgegevens, inclusief registraties daarvan bij ketenpartners. Het geschil in hoger beroep gaat over de vraag of het college aan [verzoekster] volledige inzage heeft verleend in haar persoonsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5689
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202505480/2/A3

BRS.25.000826

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en MIgratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5675
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000826

BRS.25.001700

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5676
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001700

BRS.25.001804 en BRS.25.001805

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5680
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001804 en BRS.25.001805

BRS.25.001844

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5780
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001844

BRS.25.001851

Bij besluiten van 18 november 2022 en 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5686
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001851

BRS.25.001871 en BRS.25.001874

Bij besluit van 22 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5777
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001871 en BRS.25.001874

BRS.25.002114

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5714
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002114

202106470/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 18 juli 2018, heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op grond van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet aan Shell eisen gesteld tot naleving van artikel 7, zesde lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015. Shell exploiteert een inrichting waar diverse chemische producten worden geproduceerd. In de periode van 1 november 2016 tot en met 17 november 2016 hebben arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW een inspectie uitgevoerd bij Shell Nederland Raffinaderij B.V. op de Vondelingenplaat bij Pernis. De inspectie is uitgevoerd in het kader van artikel 13 van het Brzo. De inspecteurs hebben tijdens hun onderzoek de door Shell getroffen maatregelen tegen het overvullen van de verticale cilindrische opslagtanks voor bovengrondse opslag van brandbare en/of toxische vloeistoffen besproken. Het ging de inspecteurs niet alleen om alle tanks op de locatie Vondelingenplaat, maar ook om alle tanks op de locatie Europoort. Aan de hand van een overzichtslijst "PGS29: Overview of tanks Shell Pernis/Europoort (versie september 2016)" is vastgesteld dat op de locatie Vondelingenplaat tanks van Shell Nederland Raffinaderij B.V. én tanks van Shell Nederland Chemie B.V. niet aan de "Richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks - Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 29" (hierna: PGS 29:2016) voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5735
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202106470/1/A3

202203236/1/R3

Bij brief van 30 juni 2017 heeft [appellante] het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht om handhavend op te treden in verband met de in haar woning geïnstalleerde warmteterugwinning balansventilatie installatie en vanwege de geluidhinder vanuit de gemeenschappelijke ruimten onder haar woning aan de [locatie] in Rotterdam. [appellante] is eigenaar van het appartement aan de [locatie] in Rotterdam. Dit appartement maakt onderdeel uit van een appartementencomplex aan de Bergsingel in Rotterdam en is gelegen op de eerste verdieping boven de gemeenschappelijke ruimten. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2004 aan [bedrijf] een bouwvergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning) verleend voor de bouw van dit appartementencomplex bestaande uit 139 woningen, een wijkzorgvoorziening en een parkeergarage. Deze zaak gaat over het verzoek van [appellante] aan het college om handhavend op te treden, omdat volgens haar het appartementencomplex, waaronder haar woning, niet volledig overeenkomstig de verleende bouwvergunning is gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5759
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203236/1/R3

202206534/1/R2

Bij besluit van 19 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van het hotel/restaurant en het wijzigen van de erfafscheiding op het perceel [locatie 1] te Woudrichem. [partij] heeft het perceel in 2019 aangekocht, met als doel het eerder op het perceel aanwezige hotel nieuw leven in te blazen. Daartoe heeft hij op 19 april 2021 de door hem aangevraagde omgevingsvergunning gekregen. De bouwwerkzaamheden bestaan uit het uitbreiden van het hotel door het vervangen van een bestaande aanbouw aan de achterzijde van het gebouw door een serre met een grotere oppervlakte. Deze serre is buiten het bouwvlak voorzien. Verder wordt een tuinmuur gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5727
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206534/1/R2

202207124/1/R4

Bij besluit van 25 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan een rechtsvoorganger van NRG PALLAS B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nucleaire reactor en bijbehorende bouwwerken aan de Westerduinweg 3 in Petten, gemeente Schagen. NRG PALLAS wil een multifunctionele nucleaire reactor realiseren op het terrein van de bestaande Onderzoekslocatie Petten voor de productie van medische isotopen, industriële isotopen en het uitvoeren van nucleair technologisch onderzoek. De Pallas-reactor dient ter vervanging van de huidige Hoge Flux Reactor in Petten, die in 2025 65 jaar operationeel is en tegen het einde van zijn economische levensduur loopt. De raad van de gemeente Schagen heeft op 15 december 2020 de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing verklaard op onder meer omgevingsvergunningen voor de Pallas-reactor. Het besluit van 25 oktober 2022 betreft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5740
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207124/1/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207124/1/R4

202207166/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2018 hebben de burgemeester van Utrecht en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de geluidsoverlast die zij ondervindt van bezoekers van TivoliVredenburg in Utrecht afgewezen. Tivoli is een muziekgebouw in het centrum van Utrecht met zes podia en twee horecagelegenheden, namelijk grand café Het Gegeven Paard en restaurant Danel. [appellante] woont nabij Tivoli en ervaart geluidsoverlast van bezoekers van Tivoli. Daarom heeft zij een verzoek om handhaving ingediend. De burgemeester en het college hebben dat verzoek bij het besluit van 18 juni 2018 afgewezen. De burgemeester en het college hebben het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar bij het besluit van 14 november 2018 ongegrond verklaard. [appellante] betoogt dat de burgemeester en het college zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat geen sprake is van onaanvaardbare geluidshinder. Volgens [appellante] hebben de burgemeester en het college hun standpunt dat piekgeluiden in de nacht van 70 dB(A) aanvaardbaar zijn in een hoogstedelijke omgeving niet onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5756
Datum uitspraak
26 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202207166/1/R4
vorige pagina1...678...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon