Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.931
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202303447/1/R3

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt in deze uitspraak dat het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren de vergunning voor een hogere reclamemast voor een McDonald's-restaurant in Joure terecht heeft geweigerd. GoodFoodFastJoure, de exploitant van het McDonald’s-restaurant, had om een vergunning gevraagd voor een reclamemast van dertig meter hoog, zodat deze beter zichtbaar is voor verkeer vanaf het verkeersknooppunt tussen de A6 en A7 bij Joure. De gemeenteraad van De Fryske Marren weigerde hiervoor een zogenoemde 'verklaring van geen bedenkingen' af te geven en daarom heeft het college van B&W de vergunning geweigerd. Maar volgens de rechtbank had de gemeenteraad zijn besluit niet goed gemotiveerd en zij droeg het college van B&W op om opnieuw op de aanvraag van de exploitant te beslissen. Het college van B&W en de gemeenteraad kwamen tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft het college van B&W en de gemeenteraad in haar uitspraak van vandaag gelijk. In een eerder vastgesteld bestemmingsplan heeft de gemeenteraad rekening gehouden met het belang van GoodFoodFastJoure bij een reclamemast die zichtbaar is vanaf het verkeersknooppunt. Met het oog op dat belang heeft de gemeenteraad in dat plan een reclamemast van maximaal twintig meter hoog mogelijk gemaakt. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak hoefde de gemeenteraad niet mee te werken aan een tien meter hogere mast. De motivering van de gemeenteraad dat de "ruimtelijke effecten, afgewogen tegen het belang van de exploitant, daarvoor te groot zijn", vindt zij voldoende. Het hoger beroep van het college van B&W en de gemeenteraad is dan ook gegrond. Dit betekent dat het besluit in stand blijft om geen vergunning te verlenen voor een reclamemast van dertig meter hoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3967
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202303447/1/R3

202305180/1/R3

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Lingewaard het bestemmingsplan "Buitengebied Lingewaard, Groot Holthuysen" (het bestemmingsplan) gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de voormalige manegegebouwen aan de [locatie 1] in Huissen met het omliggende parkgebied. Het voorziet in de herontwikkeling van de voormalige manegegebouwen tot twee huizen, vijf appartementen en een theeschenkerij met een brutovloeroppervlak (bvo) van 80 m2 (de herontwikkeling). De omliggende gronden hebben een natuur- of agrarische bestemming gekregen. Het plangebied wordt ontsloten via de Parkdreef. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] in Huissen. Zij vindt vooral dat de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden worden aangetast. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 3] in Huissen. Hij vindt vooral dat de raad de gevolgen van de herontwikkeling voor het verkeer onvoldoende in kaart heeft gebracht en heeft onderschat en verder dat de parkeerbehoefte van de herontwikkeling onjuist is berekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3952
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202305180/1/R3

202307078/1/A3

Bij uitspraak van 21 maart 2018, in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2018:974, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 februari 2017 in zaak nr. 16/3941 gegrond verklaard, die uitspraak van de rechtbank vernietigd en het door [verzoeker] ingestelde beroep ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2018. In die zaak heeft de Afdeling geconcludeerd dat het college de betreffende Wob-verzoeken van [verzoeker] terecht wegens misbruik van recht buiten behandeling heeft gesteld. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van zijn verzoek om herziening aangevoerd dat zijn verstandhouding met de gemeente Amsterdam inmiddels aanzienlijk is verbeterd. De gemeente heeft in een brief van 16 november 2023 laten weten dat in een aantal zaken niet langer aan hem zal worden tegengeworpen dat hij misbruik van recht maakt. Gelet op zijn grote betrokkenheid als activist bij bepaalde onderwerpen, zou de gemeente nu niet meer stellen dat het hem niet om de gevraagde informatie te doen was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3966
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307078/1/A3

202400795/1/R2

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan "Grote Bos, Geldrop" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementengebouw met 73 woningen met een maximum bouwhoogte van 14 m mogelijk in Geldrop aan de weg Grote Bos. Op de gronden stond eerst een schoolgebouw van het Strabrecht College. Het plangebied grenst aan de zuidelijke zijde aan gebouwen van Stichting St. Anna Zorggroep en aan de westelijke zijde aan het nieuwe schoolgebouw van het Strabrecht College. Het gebied tussen de Dwarsstraat en de weg Grote Bos, met de gebouwen van Stichting St. Anna Ouderenzorg, het Strabrecht College, en de sporthallen, wordt door de raad als één ontwikkelgebied beschouwd. Daar wil de raad een groene centrale ruimte aanleggen die door de gebruikers van de verschillende functies kan worden gebruikt. Een deel van de groene centrale ruimte is gelegen in het plangebied. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen direct ten noorden van het plangebied, aan respectievelijk de [locatie 1] en [locatie 2]. Zij vinden het appartementengebouw niet passend in de omgeving en vrezen dat hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast. Ook vrezen zij voor verkeer- en parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3954
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400795/1/R2

202401061/1/R1

Bij besluit van 10 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul geweigerd aan [appellant A] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van twee appartementen op het adres [locatie 1] en [locatie 2] in Valkenburg. [appellant B] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 3] in Valkenburg. Op het perceel staat achter het hoofdgebouw een vrijstaand gebouw met daarin twee appartementen. De vorige eigenaar van het perceel, [appellant A], heeft een aanvraag ingediend voor het legaliseren van de twee appartementen met huisnummers [locatie 1] en [locatie 2]. Die appartementen worden al lange tijd bewoond. [appellant B] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het gebouw een bijgebouw als bedoeld in artikel 1.45 van de planregels is en dat het gebouw daarom in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens [appellant B] is het gebouw een bijbehorend bouwwerk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3957
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401061/1/R1

202401489/1/R2

Bij besluit van 7 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo [appellant A] gelast om het exploiteren van een bijenhouderij op het perceel [locatie] in Mierlo, te staken en gestaakt te houden door alle bijenkasten en stellages/constructies voor het opstellen van de bijenkasten te verwijderen en verwijderd te houden. Als hij dat niet doet moet hij een dwangsom betalen van € 500,- per week, met een maximum van € 3.000,-. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel. Ten tijde van de last onder dwangsom exploiteerden zij daar een bijenhouderij. [partij A] en [partij B] wonen naast het perceel. Zij hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de bijenhouderij. Bij een controle op 22 september 2020 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat op het perceel 78 bijenkasten aanwezig waren. Bij besluit van 13 juli 2022 heeft het college de last gewijzigd. [appellant A] moet het exploiteren van een bedrijfsmatige bijenhouderij staken en gestaakt houden. Het houden van ten hoogste 20 bijenkasten binnen de woonbestemming is wel toegestaan, omdat dit hobbymatig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3977
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401489/1/R2

202402047/1/R1

Bij besluit van 19 september 2023 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap AA en Maas het projectplan "Esperloop" vastgesteld. Het projectplan heeft betrekking op het plaatsen van een nieuwe stuw in de Esperloop. Het gaat om een handmatig te bedienen klepstuw in de watergang tussen de wegen Geneneind en Ven, ten noorden van de bebouwde kom van Bakel. [appellant] woont aan [locatie] in Bakel. Hij heeft landbouwgronden die grenzen aan de Esperloop. Die gronden liggen benedenstrooms van de locatie van de nieuwe stuw. Hij vreest dat de stuw tot waterlast op zijn gronden zal leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3959
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202402047/1/R1

202402727/1/R3

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen op verzoek van [verzoekster] goedkeuring verleend aan het werkplan "Ontgronding Rundedal (fase 2) Ter Apel" van 4 juli 2022. Op 3 november 2020 heeft het college aan [verzoekster] een ontgrondingsvergunning verleend voor het graven van waterpartijen ter plaatse van 22 percelen in Ter Apel, gemeente Westerwolde. Op grond van voorschrift 15 van de ontgrondingsvergunning moet de vergunninghouder voorafgaand aan de ontgrondingswerkzaamheden een werkplan opstellen. Op 4 juli 2022 heeft [partij A]/[partij B] in opdracht van [verzoekster] een verzoek tot goedkeuring van het werkplan "Ontgronding Rundedal (fase 2) Ter Apel" ingediend. Bij besluit van 13 juli 2022 heeft het college goedkeuring verleend aan het werkplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3971
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202402727/1/R3

202404133/1/A3

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het bestuur van de Ksa aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd. Bij besluit van diezelfde datum heeft de Ksa besloten het boetebesluit openbaar te maken. [appellante] heeft een vergunning voor het organiseren van kansspelen op afstand. Zij mag de aanmelding van een speler alleen toestaan als zij heeft vastgesteld dat de speler niet is ingeschreven in het Centraal register uitsluiting kansspelen (hierna: register). Om dit te controleren, moet [appellante] beschikken over een geldig Public Key Infrastructure certificaat. Omdat het PKI-certificaat op 25 juni 2022 was verlopen en pas op 28 juni 2022 een nieuw certificaat is verstrekt, heeft [appellante] het register in de tussenliggende periode niet kunnen raadplegen bij de aanmeldingen van spelers op de website. Zij heeft in die periode wel aanmeldingen toegestaan. Daardoor hebben vijf spelers kunnen spelen die stonden ingeschreven in het register. De Ksa heeft [appellante] daarom wegens overtreding van artikel 4.18, eerste en tweede lid, van het Besluit kansspelen op afstand een bestuurlijke boete opgelegd van € 350.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3946
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404133/1/A3

202405708/1/R1

Bij besluit van 19 augustus 2022 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel de Legger waterstaatswerken 2021 gewijzigd. Het dagelijks bestuur heeft op 26 april 2018 een watervergunning aan Ruimte voor Ruimte C.V. te ’s-Hertogenbosch verleend voor onder meer het aanpassen van watergang ES37 (de watergang). De watervergunning was aangevraagd met het oog op woningbouw nabij de Esscheweg en de locatie van de voormalige manege Vughtse Hoeve in Vught. In verband met de vergunde aanpassing van de watergang heeft het dagelijks bestuur in het leggerbesluit de ligging van de daaraan grenzende beschermingszone gewijzigd. Daardoor ligt een deel van het perceel van [appellant A] en [appellant B] aan de [locatie] in Vught in de beschermingszone, die daar 1 m breed is. In het besluit op bezwaar is het leggerbesluit gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3958
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202405708/1/R1

202406062/1/A3

Bij besluit van 14 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp), buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 27 juni 2023 heeft het college het voornoemde besluit ingetrokken en het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de brp afgewezen. Op 9 februari 2022 heeft [appellante] een verzoek om rectificatie gedaan als bedoeld in artikel 2.58, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen. [appellante] heeft verzocht om wijziging van haar achternaam naar de oorspronkelijke familienaam ‘[naam]’. Ook heeft zij verzocht om wijziging van haar geboortedatum naar [geboortedatum] 1974. Zij heeft hiertoe op 16 december 2022 een origineel document identiteitsverklaring uit Syrië met bijbehorende vertaling overgelegd. Bureau Documenten Zwolle heeft het document onderzocht en op de onderdelen echtheid, opmaak en afgifte van het document geconcludeerd dat daar geen uitspraak over kan worden gedaan, vanwege het ontbreken van voldoende, betrouwbaar vergelijkingsmateriaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3962
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202406062/1/A3

202406367/1/V2

Bij besluiten van 6 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkenen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Betrokkenen vormen een gezin van twee ouders met hun twee meerderjarige dochters. Zij hebben de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en de twee dochters op 7 augustus 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij geloofwaardig achtte dat zij bekeerd zijn. De vader is zijn gezin later nagereisd en de minister heeft aan hem op 29 maart 2018 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. In de besluiten van 6 mei 2022 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat betrokkenen met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen hebben afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaats vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3863
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406367/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202406367/1/V2

202407141/1/R2

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Bernheze het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Cereslaan-West" (bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een afronding en in een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Cereslaan-West in Heesch met ongeveer 4,3 ha. Het bestemmingsplan voorziet daarnaast in aanpassingen aan de infrastructuur. Het betreft een nieuwe aansluiting van de Cereslaan met de parallelweg ter hoogte van nrs. 9 en 11 en een verbinding tussen de Bosschebaan en de (toekomstige) Verlengde Bosschebaan. Daartoe is aan gronden ter hoogte van Cereslaan nrs. 9 en 11 en aan gronden aan de westzijde van het plangebied een verkeerbestemming toegekend. Mostako Staalbouw B.V. is gevestigd aan de Cereslaan 13 in Heesch. Zij vreest voor een verminderde bereikbaarheid van haar bedrijf. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaren van de percelen [locatie 1] en [locatie 2]. [appellant C] is eigenaar van de [locatie 3] en [locatie 4]. Zij vrezen voor een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van hun woningen door de uitbreiding van het bedrijventerrein. [appellant D] is eigenaar van een perceel met een schuur aan de [locatie 5] en zal worden onteigend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3975
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407141/1/R2

202407582/1/A3

Bij besluit van 4 april 2023 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd. Bij besluit van diezelfde datum heeft de Ksa besloten het boetebesluit openbaar te maken. [appellante] heeft een vergunning voor het organiseren van kansspelen op afstand. De Ksa heeft aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 400.000,00, omdat [appellante] in de periode van 12 oktober 2021 tot 15 maart 2022 gericht e-mails aan jongvolwassenen heeft gestuurd met informatie over haar aanbod aan kansspelen. Dit is volgens de Ksa een overtreding van artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, inhoudende het verbod om kansspelreclame te richten op minderjarigen en jongvolwassenen. Zij is hierbij in het besluit op bezwaar gebleven en heeft tevens het boetebesluit middels publicatie op haar website openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3947
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202407582/1/A3

202500150/1/A2

Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen voor zover het gaat om de tijd die gemoeid is met de afhandeling van de aanvraag, de misgelopen inkomsten uit eigen onderneming en de overige kosten voor onder meer papier en toners. [appellant] is door vererving sinds 2016 eigenaar van de twee-onder-een-kapwoning aan de [locatie] in Zuidbroek. [appellant] exploiteert met zijn [bedrijf] een elektrotechnisch installateurs- en reparateursbedrijf. Tijdens het opknappen van de woning voor verhuur heeft [appellant] mijnbouwschade aan de woning ontdekt. Hij heeft op 9 maart 2018 bij de voorganger van het Instituut, de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, een vergoeding voor de schade aan de woning aangevraagd. Verder heeft [appellant] op 30 september 2019 een overzicht van zijn onkosten met een totaalbedrag van € 30.480,00 overgelegd. Het Instituut heeft dit opgevat als een (afzonderlijke) aanvraag om vergoeding van de bijkomende kosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3964
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500150/1/A2

202500228/1/R1

Bij besluit van 24 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld de bouwwerkzaamheden op het perceel aan de [locatie] in Bocholtz met onmiddellijke ingang stilgelegd en [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om alle bouwwerkzaamheden aan het pand op het perceel gestaakt te houden. [appellante] is eigenaar van het pand. Op 18 en 23 april 2024 is een toezichthouder van de gemeente ter plaatse geweest om de renovatiewerkzaamheden aan het pand te controleren. Bij de controle van 23 april 2024 heeft de toezichthouder geconstateerd dat de kapconstructie grotendeels was gesloopt. Dit was voor het college aanleiding om de bouw stil te leggen. Het college heeft de bouwstop op schrift gesteld en op 24 april 2024 aan [appellante] bekendgemaakt. Het college heeft aldus bij besluit van 24 april 2024 spoedeisende bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31, eerste lid, van de Awb toegepast door met onmiddellijke ingang de bouwwerkzaamheden op het perceel stil te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3960
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500228/1/R1

202500562/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overneming van een private schuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over de toepassing van de regeling voor het overnemen van private schulden van gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslagaffaire op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het overnemen van private schulden wordt namens de minister uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). [appellante] is aangemerkt als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft een schuldenlijst aan SBN gestuurd, waarop een openstaande schuld staat aan [bedrijf]. van € 28.050,10. [appellante] heeft verzocht om overname van deze schuld. De minister heeft de aanvraag van [appellante] afgewezen. De minister heeft die afwijzing gebaseerd op artikel 4.1, tweede lid, van de Wht, in samenhang met artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wht. De minister heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3974
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500562/1/A2

202501604/1/A3

Bij besluit van 10 augustus 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam (de shishalounge) [bedrijf] met spoed gesloten voor een periode van twee weken. [appellant] handelt onder de naam [bedrijf] en exploiteert de shishalounge [bedrijf] aan de [locatie] in Rotterdam. In de nacht van 10 augustus 2023, omstreeks 03:45 uur, heeft zich voor de gevel van [bedrijf] een explosie voorgedaan. Naar aanleiding van de explosie en het lopende onderzoek is de burgemeester bij besluit van 10 augustus 2023 overgegaan tot een spoedsluiting van [bedrijf] voor de duur van twee weken. De burgemeester heeft zich hierbij gebaseerd op de spoedrapportage van de politie-eenheid Rotterdam van 10 augustus 2023 (spoedrapportage). Daaruit volgt dat het rolluik van [bedrijf] gesloten was en dat daarop volgens de politiemedewerker veegsporen en roetvegen te zien waren. Ook lagen er zeer weinig vuurwerkresten. De politiemedewerker had door het sporenbeeld de indruk dat er een poging was gedaan het rolluik schoon te vegen en de straat op te ruimen. Op camerabeelden van de naastgelegen horecagelegenheid [horecabedrijf] is te zien dat drie verdachten een brandend voorwerp in de richting van [bedrijf] gooien en dat kort daarna een explosie plaatsvindt gevolgd door een grote rookontwikkeling. Uit nader onderzoek is door de recherche vastgesteld dat het explosief een cobra betrof, zo volgt uit de nadere berichten van de politie van 28 december 2023 en 13 januari 2024. De burgemeester is na deze spoedsluiting niet overgegaan tot een vervolgsluiting. Bij besluit van 19 februari 2024 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3949
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501604/1/A3

202502728/1/R1

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn aan de gemeente Hoorn een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een calamiteitenbrug ter hoogte van de Bobeldijkerweg 64 en 66 en de Zomervaart 12 en 13 in Hoorn. De brug zal een verbinding vormen tussen twee delen van het woonwagenkamp aan de Bobeldijkerweg en de Zomervaart en heeft de functie van calamiteitenroute. Aanleiding hiervoor is dat in het woonwagenkamp aan de kant van de Bobeldijkerweg twee doodlopende wegen zijn die volgens adviezen van de brandweer en de politie niet voldoen aan de Handreiking bluswater en bereikbaarheid van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord 2021. De calamiteitenbrug is uitsluitend bedoeld als ontsluitingsroute voor nood- en hulpdiensten, ten behoeve waarvan een beweegbaar paaltje zal worden geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3961
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202502728/1/R1

202502900/1/V6

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt dat hij de Iraakse nationaliteit heeft. Hij had eerst een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarna heeft hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid gekregen en vervolgens een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. [appellant] draagt samen met zijn vrouw de zorg voor hun drie kinderen, waarvan er twee meervoudig gehandicapt zijn. In het bijzonder de oudste dochter van [appellant] heeft door haar beperkingen veel intensieve zorg nodig. [appellant] heeft ter onderbouwing van het naturalisatieverzoek een onvertaalde gelegaliseerde geboorteakte overgelegd. Ook heeft hij een Iraakse huwelijksakte, een bevestiging van het huwelijk, een woonverklaring, een ‘Copy of Entry 1957’ van zijn echtgenote en meerdere onvertaalde documenten overgelegd. Het naturalisatieverzoek is afgewezen, omdat [appellant] zijn nationaliteit niet heeft aangetoond. [appellant] heeft namelijk geen geldig paspoort overgelegd. Hierdoor voldoet [appellant] niet aan de documenteis voor de verkrijging van het Nederlanderschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3978
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202502900/1/V6

202503091/1/V2

Bij besluiten van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Appellanten vormen een gezin van een moeder met haar twee meerderjarige zonen. Zij hebben allen de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en haar destijds minderjarige zoon na een initiële afwijzing van de asielaanvragen met ingang van 21 september 2017 alsnog een verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van de moeder als gevolg van haar afvalligheid geloofwaardig achtte. Aan de destijds al meerderjarige zoon heeft de minister een zelfstandige verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van zijn moeder geloofwaardig achtte. In het besluit van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de moeder met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen heeft afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en over de vraag hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3970
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503091/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202503091/1/V2

202503481/1/A3

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college een verzoek van [appellant] om herinschrijving op het adres [locatie] te Rotterdam afgewezen. [appellant] is met ingang van 15 september 2023 uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp) omdat uit onderzoek was gebleken dat hij niet meer op het adres [locatie] in Rotterdam (het adres) woonde waarop hij in het brp stond ingeschreven. [appellant] heeft vervolgens op 8 februari 2024 een verzoek om herinschrijving gedaan op hetzelfde adres. Dit verzoek werd afgewezen omdat ook na nieuw onderzoek van het college niet aannemelijk is geworden dat [appellant] inmiddels wel op het adres woonde. Het college wijst er bijvoorbeeld op dat hij bij verschillende huisbezoeken niet thuis was. [appellant] bestrijdt dit. Hij zegt wel op het adres te wonen. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Hij betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het adres woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3972
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202503481/1/A3

202504332/1/R4

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 mei 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 12 mei 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Hengelolaan 1128. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een brief, zonder envelop, van 24 maart 2025 van een apotheek. De brief bevat een kwitantie van de apotheek en is gericht aan de zoon van [appellante]. [appellante] betwist dat de aangetroffen huisvuilzak van haar afkomstig is. Zij stelt dat zij nooit ter hoogte van de Hengelolaan 1128 vuilnis heeft geplaatst, omdat zij woont op een geheel ander adres, namelijk [locatie] in Den Haag. Daarnaast stelt zij dat de brief die in de huisvuilzak is aangetroffen nooit bij haar is aangekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3951
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504332/1/R4

202505069/1/V6

Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1982. Hij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. Hij baseert dit op twee rapporten taalanalyse van 9 juni 2004 en 23 juni 2004 (de taalanalyses) van Bureau Land en Taal (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT)). Uit de taalanalyse van 9 juni 2004 volgt dat [appellant] eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Soedan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3945
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202505069/1/V6

202505131/1/A3

Bij besluit van 16 juni 2023 heeft de burgemeester van Gennep een vergunning verleend voor het exploiteren van een kamerbewoningsinrichting voor vier kamers op de locatie [locatie] in Heijen. Bij besluit van 5 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep een herstelbesluit genomen, omdat het besluit van 16 juni 2023 niet bevoegd was genomen. [partij] heeft op 12 april 2023 een exploitatievergunning voor een kamerbewoningsinrichting aangevraagd voor het exploiteren van een kamerbewoningsinrichting voor vier kamers en zeven personen op de locatie [locatie] in Heijen. Op 4 oktober 2023 heeft het college het besluit van de burgemeester van 16 juni 2023 ingetrokken. Bij besluit van 15 december 2023 is het college bij het besluit van 5 juli 2023 gebleven en heeft het de bezwaren ongegrond verklaard. [appellant] is het niet eens met de verlening van deze exploitatievergunning. Volgens de rechtbank valt de vraag of er in dit geval een omgevingsvergunning is vereist, buiten de omvang van dit geding. [appellant] is het hier niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3979
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505131/1/A3

202505244/1/A3

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de burgemeester van Utrecht aan De Stadstuin Events B.V. (de vergunninghouder) een alcoholvergunning verleend. De burgemeester heeft aan de vergunninghouder een alcoholvergunning verleend voor additionele horeca bij Congresgebouw De Vereeniging in proeflokaal de Dom, gevestigd op de Mariaplaats 14 in Utrecht. [appellante] woont vlak naast dit congresgebouw. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunningverlening. Volgens [appellante] zag de aanvraag ook op een exploitatievergunning, en had de burgemeester daarop moeten beslissen. De burgemeester heeft het besluit van 7 februari 2023 gedeeltelijk herroepen, maar voor wat betreft het door [appellante] bestreden onderdeel in stand gelaten. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de aanvraag van de vergunninghouder niet ook zag op een exploitatievergunning. Ter onderbouwing daarvan heeft zij zes bewijsstukken overgelegd, waaruit volgens haar blijkt dat de vergunninghouder een exploitatievergunning heeft aangevraagd. De burgemeester had op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht dan ook moeten beslissen op deze aanvraag en deze moeten afwijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3965
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505244/1/A3

202505413/1/R3

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard aan Lambrane Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 42 appartementen aan de IJsseldijk-Noord 55c tot en met 61h in Ouderkerk aan den IJssel. Op 18 januari 2024 heeft het college aan Lambrane Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 42 appartementen aan de IJsseldijk-Noord 55c tot en met 61h in Ouderkerk aan den IJssel. De appartementen worden gerealiseerd in drie appartementencomplexen. Omdat het bouwplan op onderdelen in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan heeft het college de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Wabo verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan. [appellante] woont tegenover het projectgebied en kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning. Volgens haar bevat de bouwlocatie, ook na diverse saneringen, nog steeds ernstig vervuilde grond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3953
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505413/1/R3

202505432/1/A2

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle het verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden op grond van de Wet goed verhuurderschap afgewezen. Bij brief van 25 september 2023 heeft [verzoeker] het college verzocht om op grond van de Wet goed verhuurderschap handhavend op te treden tegen de eigenaar en beheerder van het pand. Volgens [verzoeker] wordt er een te hoge huur gevraagd, wordt hij geïntimideerd en bedreigd met ontruiming. Het college heeft op 11 maart 2024 het handhavingsverzoek van [verzoeker] afgewezen, omdat privaatrechtelijk gezien niet vaststaat dat [verzoeker] als huurder kan worden aangemerkt. De overeenkomst die [verzoeker] met Camelot heeft gesloten is volgens het college een bruikleenovereenkomst. Als bruiklener is [verzoeker] geen huurder. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het alleen handhavend kan optreden op grond van de Wet goed verhuurderschap als privaatrechtelijk vaststaat dat [verzoeker] een huurder is en geen bruiklener.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3963
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505432/1/A2

202505757/1/A2

Bij uitspraak van 1 oktober 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de raad van de gemeente Moerdijk om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal bekend gemeente Klundert, sectie A, nummer 1918 (verder: perceel A1918), toegewezen. De gemeente Moerdijk is voornemens om de Randweg Klundert te realiseren. Op een deel van het perceel A1918 (totaal groot 2.79.90 ha) is een (deel van de) weg met aan weerszijden water voorzien. Perceel A1918 is in eigendom van [appellant sub 1]. [appellant sub 1] gebruikt het perceel voor akkerbouw. De raad heeft op 30 januari 2025 een onteigeningsbeschikking gegeven. Hierin heeft de raad - voor zover in deze procedure van belang - besloten om een deel ter grootte van 5.879 m2 van het perceel A1918 ter onteigening aan te wijzen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk heeft namens de raad de rechtbank op 11 februari 2025, op grond van artikel 16.93, eerste lid, van de Omgevingswet, verzocht de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen. [appellant sub 1] heeft bedenkingen ingediend tegen de onteigeningsbeschikking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3948
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505757/1/A2

202506059/1/R4

Bij besluit van 5 november 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 27 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 27 oktober 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de Ruigenhoek in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn naam en adresgegevens. De afvalcontainer bevindt zich op een afstand van ongeveer 17 kilometer van het woonadres van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3950
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506059/1/R4

202600736/1/A2

Bij beslissing van 15 april 2025 is aan [appellant] het rangnummer 881 toegekend in de decentrale selectie voor de bacheloropleiding Aerospace Engineering. [appellant] heeft deelgenomen aan de selectieprocedure van de bacheloropleiding Aerospaece Engineering aan de TU Delft in studiejaar 2025-2026. De selectieprocedure bestaat uit een matchingsfase zonder beoordeling, met onder meer informatie over de opleiding en een verplichte zelfreflectie, en een selectiefase met beoordeling. In de selectiefase moeten kandidaten toetsen maken, op grond waarvan het rangnummer voor toelating tot de opleiding wordt bepaald. Er hebben zich 3.400 kandidaten aangemeld voor de opleiding. De opleiding heeft 440 beschikbare plekken voor nieuwe studenten. Aan [appellant] is het rangnummer 881 toegekend, wat betekent dat hij de bacheloropleiding niet kon volgen in studiejaar 2025-2026. Er hebben zich 3.400 kandidaten aangemeld voor de opleiding. De opleiding heeft 440 beschikbare plekken voor nieuwe studenten. Aan [appellant] is het rangnummer 881 toegekend, wat betekent dat hij de bacheloropleiding niet kon volgen in studiejaar 2025-2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3968
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600736/1/A2

202600846/1/A2

De examencommissie Rotterdam Mainport Institute van de Hogeschool Rotterdam heeft op 27 november 2025 een klacht van [appellant] over de beoordeling van het tentamen van de cursus International Supply Chain ongegrond verklaard. Bij beslissing van 12 februari 2026 heeft het het college van beroep voor de examens van de Hogeschool Rotterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] volgde de bacheloropleiding Logistics Management aan de Hogeschool Rotterdam. Bij beslissing van 15 januari 2025 heeft de examinator de eerste tentamengelegenheid van [appellant] van de cursus International Supply Chain beoordeeld met een onvoldoende. [appellant] heeft zich schriftelijk tot de examencommissie gewend op 30 september 2025, waarin hij heeft aangegeven dat de beoordeling volgens hem onjuist is. De examencommissie heeft dat stuk van [appellant] als klacht inhoudelijk in behandeling genomen, daarnaar onderzoek gedaan en de klacht op 27 november 2025 ongegrond verklaard. Zij heeft geconcludeerd dat de beoordeling van de examinator in stand kan blijven. [appellant] heeft tegen deze beslissing administratief beroep ingesteld bij het CBE.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3969
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600846/1/A2

BRS.25.001682, BRS.25.001683 en BRS.26.000413

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van EA om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij besluit van 2 september 2025 heeft de minister een aanvraag van BSA om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. EA en BSA zijn allebei door Griekenland erkend als vluchteling. Na het verkrijgen van de vluchtelingenstatus zijn zij naar Nederland gereisd waar zij opnieuw een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend. Nederland heeft geen gebruik gemaakt van de in artikel 33, eerste en tweede lid, aanhef en onder a, van de Procedurerichtlijn, geboden mogelijkheid om de verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren. Deze zijn dus inhoudelijk in behandeling genomen. De reden hiervoor is dat voor zowel EA als voor BSA wordt aangenomen dat de voorzienbare levensomstandigheden in Griekenland hen zouden blootstellen aan een ernstig risico op een onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van het EU Handvest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3878
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001682, BRS.25.001683 en BRS.26.000413
  • persberichtbij de uitspraak in de zaakBRS.25.001682, BRS.25.001683 en BRS.26.000413

202600732/3/R1

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan [verzoekers] een last onder dwangsom opgelegd. [verzoekers] zijn eigenaren van de woning aan de [locatie 1] in Buitenkaag. [partij] woont ernaast aan de [locatie 2]. Een toezichthouder van het college heeft naar aanleiding van een handhavingsverzoek van [partij] een controle uitgevoerd op het perceel en geconstateerd dat onder meer een aanbouw (het atelier) met terras en een trap zijn gebouwd bij de woning van [verzoekers]. Het college heeft bij het besluit van 4 juni 2024 zoals dat bij het besluit van 13 december 2024 was gehandhaafd, aan [verzoekers] een last onder dwangsom opgelegd, omdat volgens hem voor de bouw van die bouwwerken geen vergunning is verleend, terwijl volgens het college die bouwwerken niet zonder vergunning mochten worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3909
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600732/3/R1

202601421/2/R1

Bij besluit van 24 maart 2026 (het aanwijzingsbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het Definitief plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers Bezuidenhout-Oost (buurt 66) Haagse Hout, Den Haag vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 66-30A ter hoogte van de Willem van Outhoornstraat 87, 89 en 91 aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers. In het aanwijzingsbesluit heeft het college onder meer locatie 66-30A, ter hoogte van de Willem van Outhoornstraat 87, 89 en 91 aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s. [verzoekster] woont aan de Willem van [locatie A] en is het niet eens met aanwijzing van die locatie omdat zij vreest voor overlast. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het besluit van 24 maart 2026 wordt geschorst voor zover het gaat om locatie 66-30A (de locatie), totdat er een uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Het college heeft op de zitting aangegeven dat bij afwijzing van het verzoek de ORAC’s in september 2026 zullen worden geplaatst. [verzoekster] voert meerdere redenen aan waarom zij de locatie ongeschikt acht voor de plaatsen van twee ORAC’s.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3889
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601421/2/R1

202601786/2/A3

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van de tandartspraktijk om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) afgewezen. De tandartspraktijk heeft de AP op 30 oktober 2023 verzocht om informatie en/of documenten openbaar te maken op grond van de Woo. Het verzoek gaat over informatie en/of documenten die zien op [tandartspraktijk]. Bij het besluit van 7 december 2023 heeft de AP dit verzoek afgewezen. Hieraan heeft de AP het tweede lid van artikel 5.1 van de Woo ten grondslag gelegd. Volgens de AP weegt het belang van het openbaar maken van informatie niet op tegen de belangen van de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3882
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202601786/2/A3

BRS.25.000154

Bij besluiten van 1 april 2021 heeft staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3877
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000154

BRS.26.001736

Bij besluit van 5 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3876
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001736

BRS.26.002219 en BRS.26.002220

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3864
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002219 en BRS.26.002220

BRS.26.002964

Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3902
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002964

BRS.26.003048

Bij besluit van 3 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3866
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003048

BRS.26.003050

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3869
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003050

BRS.26.003157

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3906
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003157

BRS.26.003188

Bij besluit van 11 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3868
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003188

BRS.26.003345

Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3896
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003345

BRS.26.003350

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel n Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3903
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003350

BRS.26.003378

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3927
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003378

BRS.26.003397

Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3933
Datum uitspraak
7 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003397

202503570/1/V1

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3894
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503570/1/V1

202601343/1/R1 en 202601343/2/R1

Bij besluit van 17 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn het "Definitief aanwijzingsbesluit locaties ondergrondse containers voor restafval en glas en bovengrondse GFE containers binnenstad gemeente Hoorn" (aanwijzingsbesluit) vastgesteld. Daarbij heeft het onder meer locatie BH52RA, ter hoogte van Gerritsland 29, aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) en een GFE-cocon. Een GFE-cocon is een bovengrondse container in een omhulsel, die handmatig in en uit de cocon kan worden gereden om te worden geleegd. Deze locatie is voorzien op ongeveer 1,80 m van de gevel van het appartementengebouw van de VvE. De VvE is het om meerdere redenen niet eens met de aanwijzing van deze locatie en heeft daarom beroep ingesteld tegen het aanwijzingsbesluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om het aanwijzingsbesluit in afwachting van een uitspraak in de bodemzaak wat betreft de aanwijzing van locatie BH52RA te schorsen. De VvE betoogt dat de afstand tussen de bestreden locatie en de gevel kleiner is dan gebruikelijk (1,80 m) en dat daardoor de kans op schade aan het appartementengebouw groot is, zowel bij het installeren als bij het ledigen van de containers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3870
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601343/1/R1 en 202601343/2/R1

BRS.25.002039

Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3858
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002039

BRS.25.002087

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3843
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002087

BRS.25.002302

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3842
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002302

BRS.25.002344

Bij besluit van 19 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3857
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002344

BRS.25.002603

Bij besluit van 29 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3859
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002603

BRS.26.000940

Bij besluit van 31 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3856
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000940

BRS.26.001115

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3844
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001115

BRS.26.002372 en BRS.26.002374

Bij besluit van 11 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3847
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002372 en BRS.26.002374

BRS.26.002610

Bij besluit van 6 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3841
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002610

BRS.26.003009

Bij besluit van 18 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3854
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003009

BRS.26.003084

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3853
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003084

BRS.26.003085

Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3851
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003085

BRS.26.003089

Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3852
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003089

BRS.26.003090

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3850
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003090

BRS.26.003095

Bij besluit van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3849
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003095

BRS.26.003234

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3874
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003234

BRS.26.003236

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3862
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003236

BRS.26.003242

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3846
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003242

BRS.26.003285

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3872
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003285

BRS.26.003367

Bij brief van 26 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3904
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003367

202501731/1/R2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss de aanvraag van [appellante] voor een omgevingsvergunning voor het restaureren en renoveren van een historische boerderij ten behoeve van wonen op de [locatie] in Herpen, geweigerd. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de aangevraagde activiteit in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Oss 2020". In artikel 3.1.1, onder a, van de planregels staat dat de gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap" zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik. Anders dan [appellante] onder verwijzing naar de letterlijke uitleg van de planregel betoogt, acht de Afdeling de zinsnede "daaronder begrepen" onvoldoende duidelijk om te kunnen beoordelen of daarmee ook uitsluitend hobbymatig agrarisch grondgebruik is toegestaan zonder de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Daartoe acht de Afdeling relevant dat deze twee activiteiten samen onder a zijn gezet in plaats van twee losstaande activiteiten in twee aparte leden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3939
Datum uitspraak
6 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501731/1/R2

202307151/3/V1

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3875
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307151/3/V1

202600072/2/R3 en 202600072/3/R3 en 202600097/2/R3 en 202600097/3/R3

Bij mondelinge tussenuitspraak van 12 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter de raad van de gemeente Emmen opgedragen om binnen acht weken na de verzending van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak het gebrek in het besluit van 30 oktober 2025, waarbij het Facetbestemmingsplan "Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" is vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 23 april 2026 heeft de raad het bestemmingsplan Facetbestemmingsplan "Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. Drenth Group en LDJ zijn bedrijven met percelen in het plangebied van het Facetbestemmingsplan "Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer". Zij hebben tegen de vaststelling van beide plannen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Zij vrezen dat de vaststelling van beide plannen zal leiden tot nadelige gevolgen voor hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3867
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202600072/2/R3 en 202600072/3/R3 en 202600097/2/R3 en 202600097/3/R3

202601415/2/R4

In het besluit van 27 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van [wederpartijen sub 1] om handhavend op te treden tegen de geuroverlast die zij ondervinden van de vergistingsinstallatie van GGG aan de Kooimaten 3 in Goor afgewezen. De bedrijfsvoering van GGG bestaat uit het vergisten van dierlijke mest en het produceren van groene stroom en warmte. Door het vergisten van dierlijke mest ontstaat biogas, dat na opwaardering naar aardgaskwaliteit kan worden ingevoerd op het aardgasnetwerk. Aan GGG is in 2011 een oprichtingsvergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend en in 2017 een veranderingsvergunning op grond van de Wabo. Aan deze omgevingsvergunningen zijn voorschriften verbonden. De inrichting van GGG is sinds 2017 in werking. Het echtpaar woont op ongeveer 200 meter afstand en zij ervaren al jarenlang geuroverlast, wat de afgelopen jaren tot meerdere juridische procedures heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3865
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601415/2/R4

BRS.25.001301

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de echtgenote van appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3831
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001301

BRS.25.002506

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3833
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002506

BRS.26.000157

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3839
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000157

BRS.26.002450

Bij uitspraak van 11 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3832
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002450

BRS.26.002590

Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3845
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002590

BRS.26.002626

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3840
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002626

BRS.26.003043

Bij besluit van 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3793
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003043

BRS.26.003104

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3834
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003104

BRS.26.003109

Bij besluit van 6 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3835
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003109

BRS.26.003293

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3879
Datum uitspraak
3 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003293

202405987/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3873
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405987/1/V1

202601309/2/R4

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort de omgevingsvergunning van het Circuitpark Zandvoort geactualiseerd. Bij uitspraak van 24 maart 2026 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep van de Vereniging Minder Herrie Circuit niet-ontvankelijk verklaard, de overige beroepen gegrond verklaard en het besluit van 30 mei 2024 vernietigd. Exploitatie Circuit Park Zandvoort B.V. exploiteert sinds 1948 het racecircuit in Zandvoort. De exploitatie bestaat uit het jaarrond gebruiken van het circuit met auto's en andere voertuigen voor wedstrijden, trainingen, scholing, demonstraties, recreatie en films- en televisieproducties. Ook vinden grootschalige publieksevenementen plaats zoals de Dutch Grand Prix. Op 12 september 1997 hebben gedeputeerde staten een revisievergunning op grond van (het toenmalige) artikel 8.4 van de Wet milieubeheer (Wm) verleend. In die vergunning zijn onder meer geluidsemissiegrenswaarden voor de inrichting van het circuit in Zandvoort neergelegd. De revisievergunning hebben gedeputeerde staten en het college daarna verschillende malen gewijzigd. Deze revisievergunning is inmiddels een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3871
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202601309/2/R4

BRS.26.001809

Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3781
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001809

BRS.26.002149

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten (terugkeerbesluit), omdat zijn recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming na die datum eindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3757
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002149

BRS.26.002154

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten (terugkeerbesluit), omdat zijn recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming na die datum eindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3756
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002154

BRS.26.002159

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten (terugkeerbesluit), omdat haar recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming na die datum eindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3758
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002159

BRS.26.002493 en BRS.26.002656

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3788
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002493 en BRS.26.002656

BRS.26.002538

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3714
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002538

BRS.26.002769

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3783
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002769

BRS.26.002771

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3784
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002771

BRS.26.002812 en BRS.26.002813

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve artikel 64 van de Vw 2000 toe te passen. Ook heeft de staatssecretaris een terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3785
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002812 en BRS.26.002813

BRS.26.002820

Bij besluit van 30 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3779
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002820

BRS.26.002946

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3786
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002946

BRS.26.003065

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3777
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003065

BRS.26.003272

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om verlenging van de geldigheidsduur van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3860
Datum uitspraak
2 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003272

202306789/1/V2

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3791
Datum uitspraak
1 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306789/1/V2
vorige pagina1...678...1.260volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon