Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.499
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202502498/1/A2

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste private schuld afgewezen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Twee bestuursleden van de werkgever van [appellante] hebben haar in 2019 op persoonlijke titel geholpen met haar financiële problemen door de verstrekking van een renteloze lening van € 22.000,00. [appellante] heeft deze lening in maandelijkse termijnen afgelost. Zij heeft de minister van Financiën verzocht om compensatie van deze afgeloste schuld op grond van artikel 4.3 van de Wet hersteloperatie toeslagen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft vastgesteld dat de schuld van [appellante] niet voldoet aan de vereisten van artikel 4.3 van de Wht. Er zijn geen betalingsachterstanden geweest, zodat de schuld niet opeisbaar is geworden. Daarnaast is de schuld niet vastgelegd in een notariële akte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:751
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502498/1/A2

202503238/1/A2

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellante] voor het jaar 2021 definitief vastgesteld op nihil. De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellante] over 2021 definitief vastgesteld op nihil. [appellante] stond heel het jaar 2021 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (Brp) op hetzelfde adres als haar moeder. De moeder is de eigenaar van deze woning. Volgens de Dienst Toeslagen is de woonruime van [appellante] geen zelfstandige woonruimte en had zij daarom geen recht op huurtoeslag, omdat het inkomen van haar moeder als haar medebewoner meetelt bij de vraag of daarop recht bestaat. De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht heeft vastgesteld dat [appellante] niet beschikte over zelfstandige woonruimte, omdat zij niet het exclusieve gebruik had van keuken, toilet en badkamer. Op de zitting bij de Afdeling heeft de Dienst Toeslagen aangegeven dat zij niet heeft beoogd om tegen te werpen dat [appellante] geen exclusief gebruiksrecht van de badkamer had. Voor zover dit uit rechtsoverweging 8 van de uitspraak van de rechtbank kan worden afgeleid, berust dit niet op het standpunt van de Dienst Toeslagen. Gelet hierop is, zoals de Dienst Toeslagen op de zitting heeft bevestigd, in hoger beroep alleen in geschil of in 2021 het gebruik van de keuken exclusief aan [appellante] toekwamen wat dat betekent voor de vraag of de woonruimte van [appellante] als zelfstandige woonruimte kan worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:732
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503238/1/A2

202503241/1/A2

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd een geldschuld over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een schuld van € 1.985,62 bij Swier CS Gerechtsdeurwaarders en een schuld van € 901,95 bij Stichting Kliniek Naaldwijk (SKN). De minister heeft de schulden als één schuld beoordeeld en de schuld niet overgenomen. Volgens de minister is de schuld niet opeisbaar geworden voor 1 juni 2021, zodat niet is voldaan aan de vereisten uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wht voor het overnemen van private schulden. De rechtbank heeft overwogen dat de minister de schuld terecht niet heeft overgenomen, omdat op de overeenkomst tussen [appellante] en SKN de algemene voorwaarden van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Tandheelkunde van toepassing zijn. Daarin staat in artikel 8 dat de patiënt de rekening binnen 30 dagen na de notadatum moet voldoen. De notadatum was 15 mei 2021, wat betekent dat SKN niet eerder dan 15 juni 2021 nakoming kon vorderen. De schuld was daarom naar het oordeel van de rechtbank niet opeisbaar voor 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:730
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503241/1/A2

202503522/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard per 13 juni 2023. [appellant] is op 8 oktober 2022 aangehouden door de politie wegens slingerend rijgedrag. De politie heeft hiervan mededeling gedaan aan het CBR. Het CBR heeft [appellant] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd, waarvoor hij een rijtest heeft afgelegd. De rijvaardigheidsadviseur heeft in zijn verslag daarvan opgenomen dat [appellant] voor vijftien onderdelen onvoldoende punten heeft behaald. Bij besluit van 6 juni 2023, aangevuld bij besluit van 7 juli 2023, heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] onder verwijzing naar het verslag van het rijvaardigheidsonderzoek ongeldig verklaard. Er is sprake van voldoende rijvaardigheid als er voor elk onderdeel voldoende punten zijn behaald. Volgens de rijvaardigheidsadviseur heeft [appellant] voor vijftien onderdelen onvoldoende punten behaald. Het CBR heeft daarom geconcludeerd dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:759
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503522/1/A2

202505531/1/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 heeft de examencommissie van Scalda (de examencommissie) aan [appellant] het cijfer voor het centraal examen Wiskunde B havo 2025, tweede tijdvak (het CE), vastgesteld en bekend gemaakt. [appellant] heeft in het schooljaar 2024-2025 als student een havo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan Scalda gevolgd. Hij heeft op 19 juni 2025 het CE afgelegd. Op 2 juli 2025 is bekendgemaakt dat hij niet is geslaagd voor zijn havo-diploma. [appellant] stelt dat als hij één punt extra had behaald voor het CE, hij voor het havo-diploma was geslaagd. Hij komt op tegen de vaststelling van het cijfer voor het CE.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:753
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505531/1/A2

202505577/1/A2

Het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten had de subsidieaanvraag van het Haagse dansgezelschap Another Kind of Blue niet mogen afwijzen op basis van het advies van een adviescommissie. Tegen twee leden van deze adviescommissie bestaat de schijn van belangenverstrengeling. Het Fonds had dus zijn besluit niet mogen baseren op dit advies. Een bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De Algemene wet bestuursrecht bepaalt ook dat een bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid vervult en de schijn van belangenverstrengeling moet vermijden. In dit geval bestaat naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak ten aanzien van twee adviseurs die deel uitmaakten van de adviescommissie de schijn van belangenverstrengeling, ondanks dat het Fonds vooraf verschillende procedurele waarborgen in de adviesprocedure heeft getroffen om dit te voorkomen. Deze waarborgen zijn in dit geval onvoldoende gebleken. Een van de twee adviseurs had een dusdanige binding met een concurrerende subsidieaanvrager van AKOB dat door haar betrokkenheid bij de advisering de schijn van belangenverstrengeling is gewekt. De andere adviseur heeft als recensent eerder kanttekeningen geplaatst bij uitvoeringen van AKOB en bij de persoon van de artistiek leider. Deze kanttekeningen vertonen een opvallende overlap met de kanttekeningen in het advies van de adviescommissie. Het advies is niet zorgvuldig genoeg tot stand gekomen. Het Fonds had zijn besluit om de subsidie af te wijzen daarom niet mogen baseren op dit advies. Het Fonds moet een nieuw besluit nemen dat berust op een nieuw advies. Er is inmiddels een geheel nieuwe adviescommissie samengesteld. Daarom draagt de Afdeling bestuursrechtspraak het Fonds op om al binnen vier weken met een nieuw besluit te komen op de subsidieaanvraag van AKOB.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:745
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202505577/1/A2

202505767/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202405023/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:147, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich onbevoegd verklaard om van het beroep van [verzoeker] kennis te nemen. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:749
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505767/1/A2

202505769/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202404255/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:145, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:752
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505769/1/A2

202505770/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202404251/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:145, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening kan niet worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:750
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505770/1/A2

202505772/1/A2

Bij uitspraak van 22 januari 2025, in zaak nr. 202402624/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:146, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:748
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505772/1/A2

202505922/1/A2

Bij beslissing van 26 mei 2025 heeft de examencommissie Erasmus MC het verzoek van [appellant] om de geldigheidsduur van de vervallen resultaten van zijn masteropleiding Geneeskunde te verlengen afgewezen. [appellant] volgt sinds het studiejaar 2015-2016 de masteropleiding geneeskunde aan de Erasmus Universiteit. Op 11 april 2025 heeft [appellant] de examencommissie verzocht om de geldigheidsduur van zijn vervallen studieresultaten te verlengen. In zijn verzoek heeft [appellant] toegelicht dat hij na een voorspoedige start van zijn opleiding geconfronteerd werd met verschillende persoonlijke omstandigheden die zijn studieverloop aanzienlijk hebben beïnvloed. In dit kader wijst hij op de echtscheiding van zijn ouders en de coronapandemie. De examencommissie heeft dit verzoek afgewezen. Aan deze beslissing heeft de examencommissie ten grondslag gelegd dat meerdere resultaten de geldigheidstermijn van vijf jaar ruimschoots hebben overschreden, waardoor de kennis en vaardigheden van [appellant] niet op niveau zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:767
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505922/1/A2

202506095/1/A2

Bij uitspraak van 3 december 2025, in zaak nr. 202505419/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5802, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:677
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506095/1/A2

202407057/1/V3

Bij besluit van 27 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:715
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407057/1/V3

BRS.25.001701

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:700
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001701

BRS.25.001852

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:696
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001852

BRS.25.002317

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:690
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002317

BRS.25.002319

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:689
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002319

BRS.25.002589

Bij besluit van 26 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:699
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002589

BRS.26.000073 en BRS.26.000074

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:673
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000073 en BRS.26.000074

BRS.26.000367

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:688
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000367

BRS.26.000396 en BRS.26.000397

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de minister Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:702
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000396 en BRS.26.000397

202506197/2/A2

Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft de BSA-commissie namens het instellingsbestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam (het instellingsbestuur) [appellant] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven. [appellant] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. [appellant] wil met het stuk aantonen dat zijn persoonlijke omstandigheden zwaarwegend van aard zijn en dat het aannemelijk is dat dat die omstandigheden gedurende het gehele studiejaar hebben gespeeld, waardoor het causaal verband tussen die omstandigheden en het niet behalen van de BSA-norm kan worden aangenomen. Volgens [appellant] bevat het stuk gevoelige persoonsgegevens, waarvan hij niet wil dat dit met het CBE en de BSA-commissie wordt gedeeld. De BSA-commissie is, anders dan de studieadviseur, geen orgaan met een vertrouwensfunctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:701
Datum uitspraak
10 februari 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506197/2/A2

202502345/1/V3

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:687
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502345/1/V3

BRS.25.002657

Bij besluit van 12 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:675
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002657

BRS.25.002761

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:676
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002761

BRS.26.000014

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:674
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000014

BRS.26.000377

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:678
Datum uitspraak
9 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000377

202600391/2/A3

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten het verzoek van [verzoeker] om in aanmerking te komen voor een vierde toetskans voor het examenonderdeel 'integratieve dag 1' afgewezen. [verzoeker] is op 19 augustus 2022 beëdigd als advocaat en staat sindsdien voorwaardelijk ingeschreven op het tableau. Vanaf september 2022 volgt hij de beroepsopleiding voor advocaten. Onderdeel van deze beroepsopleiding is het vak ‘integratieve dag 1’. [verzoeker] heeft deze toets in totaal vier keer afgelegd. Het resultaat van de derde poging op 18 februari 2025 heeft de examencommissie na een verzoek om herbeoordeling aangepast van ‘onvoldoende’ naar ‘geen resultaat - met behoud van toetskans’. De nieuwe derde toetskans van 19 juni 2025 is opnieuw beoordeeld met een onvoldoende. [verzoeker] heeft de algemene raad vervolgens op 17 juli 2025 verzocht om in aanmerking te komen voor een vierde toetskans.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:693
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202600391/2/A3

BRS.25.001460

Bij besluit van 10 april 2025 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:591
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001460

BRS.25.002236

Bij besluiten van 9 september 2024 en 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:597
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002236

BRS.25.002424

Bij besluit van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:664
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002424

BRS.26.000049

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:666
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000049

BRS.26.000050

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:667
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000050

BRS.26.000052

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:668
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000052

BRS.26.000056

Bij besluit van 19 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:665
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000056

BRS.26.000083

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:679
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000083

BRS.26.000100

Bij besluit van 26 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:656
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000100

BRS.26.000178 en BRS.26.000181

Bij besluit van 25 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:669
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000178 en BRS.26.000181

BRS.26.000314 en BRS.26.000315

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:659
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000314 en BRS.26.000315

BRS.26.000316 en BRS.26.000317

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:660
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000316 en BRS.26.000317

BRS.26.000332 en BRS.26.000337

Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:661
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000332 en BRS.26.000337

BRS.26.000399

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:681
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000399

BRS.26.000510

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:594
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000510

202406022/2/R1

Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur van het waterschap Scheldestromen aan de gemeente Reimerswaal ten behoeve van aansluitingen op de Sluisweg en de Zwarteweg in Kruiningen een ontheffing verleend van, naar het stelt, het in de Keur wegen waterschap Scheldestromen 2011 (de Keur) opgenomen verbod om een uitweg naar een weg te maken of te wijzigen. In hoger beroep erkent [appellant] dat het bezwaarschrift buiten de wettelijke termijn is ingediend. [appellant] betoogt echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, gelet op de uitspraak van de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31. [appellant] betoogt verder dat uit overweging 4.2 van die uitspraak volgt dat binnen zes weken nadat van het besluit kennis is genomen, bezwaar moet worden gemaakt. Dat heeft hij gedaan, waardoor de rechtbank had moeten concluderen dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:717
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202406022/2/R1

202501768/1/A3

Zoals in de uitspraak van 31 december 2025 is geoordeeld, maken beam-naderingen geen onderdeel uit van de ontheffing. Dat geldt ook voor de ontheffing voor de oefening Falcon Leap. De Afdeling begrijpt dat [appellant] zorgen heeft over vliegtuigen die laag overvliegen, maar dit betekent niet dat het niet is toegestaan. Zoals uit de uitspraak van 31 december 2025 blijkt, kunnen beam-naderingen ook buiten een oefening worden toegepast en hoeft daar, zoals ook in het geval van de oefening Falcon Leap, geen specifieke ontheffing van de minimumvlieghoogte voor te worden verleend. Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:686
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501768/1/A3

202504751/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2025 in zaak nr. 24/9379. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:670
Datum uitspraak
6 februari 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202504751/2/A3

202307612/1/V3

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:671
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307612/1/V3

202404866/1/V3

Bij besluit 19 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:685
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404866/1/V3

BRS.25.000003

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:580
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000003

BRS.25.001144

Bij besluit van 18 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:583
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001144

202502419/2/A3

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 maart 2025 in zaak nr. 23/1469. Die uitspraak gaat over de gedeeltelijke weigering door de korpschef van politie van het verzoek van [appellante] om inzage op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). Volgens de korpschef zou openbaarmaking de gerechtelijke onderzoeken en procedures belemmeren en nadelige gevolgen hebben voor de voorkoming, opsporing, onderzoek, vervolging en tenuitvoerlegging van straffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:684
Datum uitspraak
5 februari 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502419/2/A3

202403707/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:598
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403707/1/V1

202407031/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:596
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407031/1/V1

202501197/2/V1

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeker opgedragen om Nederland en de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:592
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202501197/2/V1

BRS.25.000356

Bij besluit van 14 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:573
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000356

BRS.25.001649

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:572
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001649

BRS.25.002445

Bij besluit van 20 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:574
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002445

BRS.25.002675

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:571
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002675

BRS.26.000104

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:569
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000104

BRS.26.000196

Bij besluit van 4 september 2025 heeft de minister Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:584
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000196

BRS.26.000436

Bij besluit van 12 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:551
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000436

202201166/2/R2

Bij tussenuitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5431, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 26 januari 2021 te herstellen. Op 13 oktober 2018 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd ter legalisering van het gebruik van een appartement/kantoor aan de [locatie] in Eindhoven als bedrijfswoning. Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 26 januari 2021 is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat [appellant] aan een toezegging van het college het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat het college aan hem een persoonsgebonden omgevingsvergunning zou verlenen voor een bedrijfswoning. De Afdeling heeft het college op grond van artikel 8:51d van de Awb opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd te herstellen. Het college moet afwegen of, in het kader van de derde stap van het vertrouwensbeginsel, het gewekte vertrouwen moet worden nagekomen en, zo ja, wat de betekenis daarvan is voor de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:634
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201166/2/R2

202201577/1/R4

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, Herstelplan 2020" vastgesteld. Met het plan wordt het bestemmingsplan "Buitengebied Epe" uit 2017 op enkele onderdelen herzien. Nadat het besluit tot vaststelling van het moederplan bij uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1887, gedeeltelijk is vernietigd heeft de raad met de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Epe, herstelplan 2018" voor zes recreatiewoningen waarvoor sprake is van een Bewoning onder OVergangsrecht-situatie (BOV-status) de permanente bewoning van deze recreatiewoningen mogelijk gemaakt. Ook heeft de raad met het herstelplan uit 2018 voor de recreatiewoningen op twee recreatieparken het gebruik als tweede woning mogelijk gemaakt. Uit de toelichting van het voorliggende plan blijkt dat het plan is bedoeld om voor andere recreatiewoningen die ook binnen het plangebied van het moederplan zijn gelegen en gelijkgesteld kunnen worden aan de gevallen die in het herstelplan uit 2018 zijn meegenomen, dezelfde planologische regeling te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:608
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201577/1/R4

202203365/1/A3

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken [appellant] te kennen gegeven zijn aanvraag om een Nederlands paspoort niet in behandeling te nemen. [appellant] is op [geboortedatum] 1968 in [plaats] (Irak) geboren en verkreeg door geboorte de Iraakse nationaliteit. In de basisregistratie personen (hierna: de brp) is opgenomen dat hij op [datum] 1995 is getrouwd met [persoon A], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1971 in [plaats]. [appellant] vestigde zich op 11 juni 1997 in Nederland en verkreeg op 13 juni 2002 het Nederlanderschap. Op [datum] 2007 is [appellant] in Jordanië getrouwd met [persoon B], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1973 in [plaats] (Irak). Op 19 juli 2011 verkreeg [persoon B] de Canadese nationaliteit door naturalisatie. [appellant] is op 3 maart 2011 uitgeschreven uit de gemeente Amsterdam wegens emigratie naar Canada. Vervolgens heeft [appellant] op 22 februari 2016 vrijwillig ook de Canadese nationaliteit door naturalisatie verkregen. Op 11 oktober 2011 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan [appellant] verstrekt. [appellant] heeft op 14 juni 2019 bij het Nederlandse consulaat in Toronto een Nederlands paspoort aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:642
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202203365/1/A3

202205063/1/R1

Bij besluit van 24 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan de Amsterdamsche Vastgoed Combinatie B.V. (AVC) een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een kantoorgebouw tot 26 appartementen en een parkeergarage op de locatie Sloterweg 22 in Badhoevedorp. Deze uitspraak gaat over een kantoorgebouw aan de Sloterweg 22 in Badhoevedorp. Er is een omgevingsvergunning aangevraagd om dat gebouw te veranderen in een appartementengebouw met parkeergarage. Het bouwplan is meerdere keren gewijzigd. Uiteindelijk is aan Caransa een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het kantoorgebouw in 24 appartementen met een parkeergarage. [appellant A], [appellant B] en [appellant C], [partij A] en [partij B], [partij C] en [partij D]wonen in de buurt van de locatie. Zij zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:606
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205063/1/R1

202205496/2/R2

Bij tussenuitspraak van 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4429, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Goirle opgedragen om binnen 8 weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat onder 7.7 is overwogen, het besluit van 30 april 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 7.7 geoordeeld dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het besluit op bezwaar van 30 april 2021 niet op een deugdelijke onderbouwing en motivering berust. De Afdeling heeft daartoe overwogen dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt dat aan de "Nota parkeernormen en uitvoeringsregels" van de gemeente Goirle van augustus 2011, wat betreft de wijze van verrekening, geen betekenis meer toekomt, niet inzichtelijk heeft gemaakt of in het licht van paragraaf 3.2.5 van de parkeernota de parkeerbehoefte van de sportschool mocht worden verrekend met de parkeerbehoefte van de fietsenwinkel, en onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe een parkeerbehoefte van 18 parkeerplaatsen dan wel 1 parkeerplaats in de openbare ruimte in de directe omgeving van de sportschool kan worden opgevangen op een wijze waarbij sprake is van een aanvaardbare parkeerdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:601
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205496/2/R2

202205612/1/R1

Bij besluit van 28 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor de legalisatie van een overstek en doorlopende luifel op het adres [locatie A] in Zaandam. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [appellanten], dat aan de orde is in de uitspraak van heden in zaak nr. 202306246/1 (ECLI:NL:RVS:2026:526), zijn overtredingen op het perceel geconstateerd die meer omvatten dan waar het handhavingsverzoek op ziet, waaronder de in deze uitspraak aan de orde zijnde overstek aan de voorzijde van de woning [locatie A] en de doorlopende luifel tussen [locatie A] en [locatie B]. [belanghebbende] heeft op 22 april 2021 een aanvraag gedaan om de overstek en de doorlopende luifel te legaliseren. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden zijn en heeft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend voor de overstek en de doorlopende luifel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:643
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205612/1/R1

202207125/1/A3

Het publieke belang van openbaarmaking van overheidsinformatie waaruit blijkt dat levende dieren aan een destructiebedrijf worden aangeboden is een zwaarwegend belang, omdat deze informatie inzicht geeft hoe wordt omgegaan met de voedselveiligheid en dierenwelzijn. Daarom mochten bedrijfsgegevens van desbetreffende veehouderijen openbaar worden gemaakt. Stichting Animal Rights had de toenmalige minister van LNV gevraagd om informatie openbaar te maken over destructiebedrijf Rendac. Het verzoek heeft onder andere betrekking op meldingen over welzijn en verwaarlozing van landbouwhuisdieren, meldingen van derden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over levende dieren tussen de kadavers en afschriften van waarschuwingen, boetes, boeterapporten en inspecties. Enkele veehouderijen verzetten zich daartegen. Zij vinden dat de minister hun bedrijfsgegevens, zoals het vestigingsadres, de bedrijfsnaam en het KvK-nummer, niet openbaar mag maken, omdat het om persoonsgegevens zou gaan. Zij vrezen voor sabotage en dierenrechtenactivisme. De informatie waar Animal Rights om heeft verzocht, heeft betrekking op de toezichthoudende taak van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op voedselveiligheid en misstanden in de voedselketen. Het openbaar maken van informatie over de wijze waarop een toezichthouder toezicht houdt op bedrijven dient het publieke belang van een ‘goede en democratische bestuursvoering’. Openbaarmaking van deze informatie draagt bij aan het maatschappelijk debat en vergroot de transparantie van het toezicht door de NVWA. De gevraagde bedrijfsgegevens zijn milieu-informatie. Informatie over het aanbieden van levende dieren voor destructie zegt namelijk iets over de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens en de verontreiniging van de voedselketen. Hoewel de bedrijfsgegevens op zichzelf geen informatie bevatten over de toestand van elementen van het milieu, zijn ze in dit geval wel onlosmakelijk verbonden met de informatie over het ter destructie aanbieden van levende dieren. Dat is milieu-informatie. Openbaarmaking van zulke misstanden is weinig effectief als deze niet gerelateerd kunnen worden aan de bedrijfsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:607
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202207125/1/A3

202207491/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Kust Westland" vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet op het strand van Molenslag in Monster en voorziet verschillende paviljoens van de mogelijkheid tot ondersteunende of ondergeschikte functiemenging. Het voorheen geldende bestemmingsplan maakte een strikte scheiding tussen strandpaviljoens met een horeca bestemming en een recreatiebedrijf zonder horeca. Met dit bestemmingsplan wordt van die strikte scheiding afgestapt. Westbeach Events B.V. is een kitesurfschool in het plangebied en kan zich niet met het plan verenigen, omdat zij vindt dat de horecamogelijkheden die het plan haar biedt te beperkt zijn, terwijl het plan wel ruimere recreatiemogelijkheden creëert voor de omliggende strandpaviljoens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:609
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207491/1/R3

202303567/1/R1

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft de staatssecretaris op grond van artikel 8 van het destijds geldende Besluit versterking gebouwen Groningen besloten dat de woning van [appellant] op het adres [locatie] in Siddeburen voldoet aan de veiligheidsnorm. [appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Siddeburen, een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied. De NCG heeft op basis van enkele onderzoeken geconcludeerd dat dit het geval is. De staatssecretaris heeft daarom met zijn besluiten van 25 mei 2023 en 22 mei 2024 bepaald dat de woning van [appellant] niet voor versterking in aanmerking komt. [appellant] stelt dat de onderzoeken waarop de besluiten berusten onvoldoende aannemelijk maken dat zijn woning geen versterking behoeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:599
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303567/1/R1

202303828/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de minister van Landbouw, Visserij en Voedselzekerheid beslist op een verzoek van de maatschap om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en enkele documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. In een brief van 29 november 2020 heeft de maatschap op grond van de Wob verzocht om "openbaarmaking van de namen van alle ondernemingen die met haar concurreren en staatssteun in de vorm van schaarse verhandelbare rechten hebben verkregen." De minister heeft dit opgevat als een verzoek om de openbaarmaking van alle besluiten waarbij hij op basis van de peildatum 2 juli 2015 ambtshalve fosfaatrechten heeft toegekend aan melkveebedrijven. De minister heeft uit de ongeveer 30.000 fosfaatbeschikkingen een selectie van zestien beschikkingen openbaar gemaakt, met uitzondering van in deze beschikkingen genoemde persoonsgegevens, relatie- en beschikkingsnummers en nummers van de Kamer van Koophandel. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet is in te zien waarom de relatienummers van de geadresseerden van de fosfaatbeschikkingen en de beschikkingsnummers van de fosfaatbeschikkingen uit de openbaarheid moeten blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:600
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303828/1/A3

202306246/1/R1

Bij besluit van 11 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellanten] van 20 augustus 2020 om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie A] in Zaandam afgewezen. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan het adres [locatie B] te Zaandam. In 2018 heeft de eigenaar van de woning aan de [locatie A] te Zaandam (de woning), aan de zijde waar de woning aan het perceel van [appellanten] grenst, een dakopbouw geplaatst. [appellanten] hebben het college verzocht om tot handhaving over te gaan. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college hun brief van 20 augustus 2020 ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om handhaving. Met deze brief is het college verzocht uitvoering te geven aan de last onder dwangsom van 13 november 2018. [appellanten] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college opnieuw op het bezwaar diende te beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:526
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306246/1/R1

202306360/1/R3

Bij besluit van 8 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen het verzoek van [appellant] om de bij besluit van 20 mei 2021 opgelegde lasten onder dwangsom vanwege verschillende overtredingen op het perceel [locatie] in Reutum (kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie Q, nummer 2010 en 2011; hierna percelen Q2010 en 2011) (gedeeltelijk) in te trekken, afgewezen. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek hebben op 1 en 3 december 2020 controles op het perceel plaatsgevonden. Daarbij hebben toezichthouders van de gemeente verschillende overtredingen geconstateerd. [appellant] heeft aangevoerd dat hij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij schade heeft geleden. Hij wijst daarbij op de kosten die hij heeft gemaakt om de overtredingen op zijn perceel te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:644
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306360/1/R3

202307145/1/R2

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad van Meierijstad de aanvraag van [appellante] om het bestemmingsplan "Veghel West, Deelgebied Eikelkamp-Hoogeind" voor het perceel [locatie 1] (hierna: perceel) in Veghel te wijzigen afgewezen. [appellante] was samen met haar echtgenoot eigenaar van het perceel [locatie 2] en van het perceel met daarop een voormalige garage, die behoorde bij [locatie 2]. In 1989 is onder bepaalde voorwaarden toestemming gegeven tot gebruik van die garage voor tijdelijke bewoning door de ouders van [appellante]. [appellante] is in 2013 gescheiden. Zij heeft toen haar echtgenoot uitgekocht, waarbij zij de volle eigendom verkreeg van [locatie 2]. Zij was in de veronderstelling dat zij daarmee ook de eigendom had verkregen van het perceel. De percelen bleken echter kadastraal te zijn gesplitst, als gevolg waarvan het perceel niet is genoemd in de eigendomsakte en niet in haar eigendom is overgegaan. Haar ex-echtgenoot is nog steeds mede-eigenaar van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:611
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307145/1/R2

202400523/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan PK Waterbouw een ligplaatsvergunning verleend voor drie jaar voor het bedrijfsvaartuig [naam vaartuig]. PK Waterbouw heeft het bedrijfsvaartuig [naam], dat sinds 1990 een ligplaatsvergunning had voor onbepaalde tijd, gekocht en op 16 december 2021 een aanvraag ingediend voor een ligplaatsvergunning ter hoogte van [locatie] te Amsterdam. Het college heeft bij het besluit van 28 januari 2022 een ligplaatsvergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van drie jaar. Volgens het college is de vergunning een schaars recht en kan daarom geen vergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Het college heeft de vergunningverlening voor bepaalde tijd bij het besluit op bezwaar van 30 maart 2022 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheidsbeginsel door een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Het besluit is gebaseerd op beleid, namelijk de Uitvoeringsnota van het bedrijfsvoertuigenbeleid in de binnenstad, en dat beleid is volgens de rechtbank niet onredelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:605
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400523/1/A3

202400739/1/R4

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de raad van de gemeente Bunschoten het bestemmingsplan “Eemdijk-Oost” vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 72 woningen op onbebouwde voormalige agrarische gronden ten oosten van de kern van Eemdijk mogelijk. Eemdijk is gelegen langs de Eem en ligt ten westen van Bunschoten-Spakenburg. Aan de oostzijde van Eemdijk ligt het buitengebied. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 36 rijwoningen, 18 twee-onder-een-kapwoningen en 18 vrijstaande woningen. De voorziene woningen grenzen aan de woningen gelegen aan het Kerkepad. De raad heeft eerder op 10 december 2015 een bestemmingsplan vastgesteld voor woningbouw op deze locatie. De Afdeling heeft dat bestemmingsplan in haar uitspraak van 16 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2184, vernietigd, omdat het bestemmingsplan niet voldeed aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Omwonenden betwisten de behoefte aan de woningbouw en maken zich zorgen over de gevolgen voor het landschap, de natuur en de flora en fauna. Stichting Behoud de Eemvallei vreest voor de gevolgen van het bestemmingsplan voor de natuur en betwist dat is voldaan aan de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:646
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202400739/1/R4

202400885/1/R2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het bestemmingsplan "Buitengebied, Langenboom, Maurikstraat 25/Campagnelaan 10" vastgesteld. De Woonvereniging en [appellanten sub 2] zijn initiatiefnemers van het plan om op het perceel aan de Maurikstraat 25, 25a en 25b in Langenboom een collectieve woonvorm te vestigen voor vier personen in de bestaande woning met bijgebouwen. Daarnaast houdt het plan in om aan de Campagnelaan 10 in Langenboom, tegenover de bestaande woning met bijgebouwen, twee recreatiewoningen te maken in de bestaande landbouwschuur, hier hobbymatig paarden te houden en een atelier voor beroep aan huis te vestigen. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken. [appellant sub 1] woont aan de [locatie] en is het niet eens met het plan, onder meer omdat het meer bewoning en bebouwing mogelijk maakt dan op dit moment op de gronden is toegestaan. [appellanten sub 2] zijn het met name niet eens met de planregel die gaat over de recreatiewoningen als een aan huis gebonden beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:604
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202400885/1/R2

202401455/1/R1

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de raad van de gemeente Gennep het bestemmingsplan "Thematische herziening verbod kamerbewoning" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het plan voorziet in een verbod op kamerbewoning in de gemeente Gennep. Aanleiding voor het plan is dat kamerbewoning ten onrechte niet overal in de gemeente in strijd is met het bestemmingsplan. Met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan van het verbod worden afgeweken. [appellant] woont in Gennep en wenst geen toename van kamerbewoning binnen de gemeente. Hij verzet zich vooral tegen de in het plan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. [appellant] betoogt dat in artikel 1 van de planregels ten onrechte definities van ‘bouwperceel’, ‘woning’, ‘bestemmingsplan’, ‘zelfstandige woonruimte’ en ‘onzelfstandige woonruimte’ ontbreken. Dit is volgens hem in strijd met de rechtszekerheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:635
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202401455/1/R1

202401905/1/R1

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren de aanvraag van Gropa Fonds en [persoon] om een bestemmingsplan vast te stellen voor twee percelen aan de Koningslaan en Koningin Emmalaan afgewezen. De wijk ‘Het Spiegel’ in Bussum, gemeente Gooise Meren, heeft de status ‘beschermd dorpsgezicht’. Vanwege deze status heeft de raad het bestemmingsplan "Het Spiegel - Prins Hendrikpark 2010" vastgesteld, waarin de te beschermen waarden zijn omgeschreven. Gropa Fonds is eigenaar van een perceel in Het Spiegel. Gropa Fonds heeft, samen met de eigenaar van een aangrenzend perceel, een aanvraag ingediend om voor een perceel aan de Koningslaan en een perceel aan de Koningin Emmalaan een bestemmingsplan vast te stellen waardoor op beide percelen een woonhuis gerealiseerd kan worden. Aanvrager [naam persoon] is geen eigenaar meer van het perceel aan de Koningslaan. Volgens Gropa Fonds kan het geschil zich daarom beperken tot het perceel aan de Koningin Emmalaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:645
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202401905/1/R1

202402009/1/A3

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een paspoortaanvraag van [appellant] niet in behandeling genomen. [appellant] heeft sinds zijn geboorte in Turkije in 1961 de Turkse nationaliteit. [appellant] is in 1977 in Nederland komen wonen en hij heeft in 1989 de Nederlandse nationaliteit verkregen. In 1999 is [appellant] naar de Verenigde Staten verhuisd en in 2001 is hij uit het Nederlandse bevolkingsregister uitgeschreven. [appellant] heeft in 2008 de Amerikaanse nationaliteit verkregen. [appellant] woont op dit moment nog steeds in de Verenigde Staten. Op 7 juni 2005 is aan [appellant] door het consulaat-generaal in Los Angeles een Nederlands paspoort verstrekt, dat geldig was tot 7 juni 2010. Daarna is aan [appellant] geen Nederlands reisdocument meer verstrekt. [appellant] heeft op 28 februari 2020 bij het consulaat-generaal in San Francisco een Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [appellant] niet meer in het bezit was van de Nederlandse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:636
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202402009/1/A3

202403609/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit twee verzoeken van [verzoeker] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid afgewezen. [verzoeker] heeft de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit op 15 november 2022 en 1 december 2022 onder meer verzocht om openbaarmaking van informatie over het houden van wilde zwijnen in een raster in Nederland en om openbaarmaking van een overzicht van werkzaamheden van de inspecteurs die bij [verzoeker] inspectie hebben gehouden, waaruit kan worden afgeleid welke bedrijven de inspecteurs hebben bezocht in de twaalf weken voorafgaand aan hun bezoek aan [verzoeker]. De minister heeft de verzoeken bij besluit van 23 maart 2023 afgewezen en dit besluit per aangetekende post verstuurd. De rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoeker] aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen afhaalbericht van PostNL heeft ontvangen en dat het besluit van 23 maart 2023 niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het gevolg hiervan is dat de bezwaartermijn is aangevangen op 21 april 2023, na de verzending van het besluit per gewone post, en dat [verzoeker] zijn bezwaarschrift van 1 juni 2023 binnen de termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift heeft ingediend. Het bezwaar was dus ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:618
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403609/1/A3

202403808/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatiebedrag van € 35.992,00 toegekend. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft recht op compensatie over het toeslagjaar 2009. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 5 augustus 2021 aan [appellante] een compensatiebedrag van € 35.992,00 toegekend. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 16 mei 2023 het compensatiebedrag herzien en het bedrag verhoogd naar € 40.326,00. De vergoeding van immateriële schade is daarbij opnieuw berekend en gewijzigd van € 7.500,00 naar € 9.500,00, en de einddatum van de rentevergoeding is aangepast van de datum van het primaire besluit naar de datum van de beslissing op bezwaar. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, omdat de Dienst Toeslagen haar niet het volledige persoonlijke dossier heeft verstrekt, het voor haar en de rechterlijke instanties onmogelijk is om de juistheid van de compensatieregeling te beoordelen of de volledige schade vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:612
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403808/1/A2

202403879/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de raad van de Rotterdamse Orde van Advocaten (hierna: Rotterdamse Orde) het verzoek van [appellante] om afgifte van een stageverklaring afgewezen en het verzoek om verlenging van de stage ingewilligd. [appellante] is op 8 juni 2018 beëdigd als advocaat en is dat jaar begonnen aan haar stage ten behoeve van de beroepsopleiding voor de advocatuur. De duur van de stage liep wegens haar werk in deeltijd tot 8 maart 2022. Zij heeft op 28 december 2021 verzocht om haar stage met 12 maanden te verlengen. De reden hiervoor is dat haar patroon niet kon verklaren dat [appellante] over voldoende praktijkervaring beschikt, gelet op de verschillende perioden van afwezigheid wegens ziekte, re-integratie, zwangerschaps- en bevallingsverlof en een eerdere overname van het patronaat. Omdat niet duidelijk was wanneer [appellante] haar werk zou kunnen hervatten en in welk tempo zij kon re-integreren, heeft zij op 8 januari 2022 haar verzoek in die zin gewijzigd dat zij vraagt om een verlenging van haar stage met 24 maanden. Het verzoek heeft zij op 11 januari 2022 opnieuw gewijzigd in die zin dat zij primair verzoekt om afgifte van een stageverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:613
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403879/1/A3

202404118/1/A3

Bij besluit van 14 april 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellante] een boete van € 83.000,00 opgelegd wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet (Atw). appellante] is een internationaal transportbedrijf dat zich onder meer bezighoudt met het transport van trucks en tractoren. De Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (ILT) heeft op 19 januari 2019 een onaangekondigd bedrijfsonderzoek ingesteld. De ILT controleert namelijk of bedrijven en personen de regels van de Atw en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv) naleven. In dat kader heeft de ILT onderzoek gedaan bij [appellante] over de periode 3 september 2018 tot en met 30 september 2018. De resultaten van dat onderzoek zijn aanleiding geweest om het boeterapport van 28 februari 2020 op te stellen. Uit dit boeterapport volgt dat [appellante] geen goede registratie van de arbeids- en rusttijden heeft gevoerd, waardoor het toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was. De minister heeft daarom een boete aan [appellante] opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:620
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404118/1/A3

202404385/1/A3

Bij brief van 26 oktober 2023 heeft Scientist Rebellion de minister van Klimaat en Groene Groei in gebreke gesteld ten aanzien van het nemen van een beslissing op haar verzoeken. Scientist Rebellion is een internationale groep van wetenschappers die zich zorgen maakt over het klimaat en als belang heeft het beperken van de opwarming van de aarde. Scientist Rebellion voert actie en spoort de overheid aan tot het opstellen van wet- en regelgeving en het treffen van maatregelen. Bij brief van 26 augustus 2023 heeft Scientist Rebellion de minister verzocht enkele beslissingen te nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van 26 augustus 2023 geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De minister hoefde daarom geen besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:625
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404385/1/A3

202404895/1/A2

Bij besluit van 20 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het illegaal verhuren aan studenten van kamers in het pand aan de [locatie A] in Rotterdam afgewezen. [appellant] is eigenaar van de naast het pand gelegen woning aan de [locatie B] in Rotterdam. Het pand wordt sinds 2018 gebruikt voor de huisvesting van negen studenten. [appellant] stelt dat hij hierdoor overlast ondervindt en dat de waarde van zijn woning wordt aangetast. Het pand wordt verhuurd aan negen studenten. Het college heeft op 24 juni 2021 de vergunning tot kamerbewoning alsnog geweigerd. Aan deze beslissing heeft het college ten grondslag gelegd dat vastgesteld is dat het pand sinds 2018 illegaal wordt bewoond door studenten die geen woongroep vormen en overlast veroorzaken. Vanwege de overlast leidt de bewoning niet tot een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid. In geschil is of is voldaan aan criterium b en of het college het besluit van 24 juni 2021 op dit punt voldoende zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:648
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404895/1/A2

202405350/1/R1

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het maken van een uitweg aan de Rijksstraatweg 30. Het plan maakt op het perceel Rijksstraatweg 30 in Heemskerk een supermarkt mogelijk ten behoeve van de verplaatsing van de Aldi aan de Gerrit van Assendelftstraat 32 in Heemskerk naar dit perceel. Op de gronden aan de Rijksstraatweg 30 is momenteel Motorhuis B.V. gevestigd. Het voornemen van de grondeigenaar is om de bebouwing te slopen en hier een moderne Aldi supermarkt te realiseren. Op de locatie Gerrit van Assendelftstraat 32 maakt het plan verder maximaal 32 woningen mogelijk. Motorhuis B.V. is huurder van de bedrijfsruimte gelegen aan de Rijksstraatweg 30. Zij exploiteert daar een showroom en werkplaats voor personenauto’s. Motorhuis B.V. kan zich niet verenigen met het plan voor zover dit voorziet in een supermarkt en vreest ervoor dat zij haar bedrijfsactiviteiten als gevolg daarvan niet meer kan voortzetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:624
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405350/1/R1

202406512/5/R1

Bij tussenuitspraak van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3128, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Noordoostpolder opgedragen om binnen 16 weken het daarin beschreven gebrek in het besluit van de raad van 30 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ens, Oost-fase 3" (bestemmingsplan) te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 4.1 overwogen dat [appellant] verplicht is om de bomen langs de erfgrens in stand te houden. Maar door het vaststellen van het bestemmingsplan wordt het erg lastig, zo niet onmogelijk om de bomen vanaf het naastgelegen perceel te onderhouden. Verder heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bomen redelijkerwijs vanaf het eigen perceel onderhouden kunnen worden. De Afdeling heeft overwogen dat het bestemmingsplan daarom onvoldoende is gemotiveerd. [appellant] betoogt dat de strook met de bestemming "Groen" mogelijk te smal is om de bomen op zijn perceel te onderhouden vanaf het naastgelegen perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:626
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202406512/5/R1

202406943/3/R1

De gemeenteraad van Echt-Susteren heeft de eerder geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan ‘Hommelweg 1a in Susteren’ succesvol hersteld. Daarmee is het plan voor de huisvesting van 120 arbeidsmigranten in Susteren definitief. Resort Limburg is eigenaar van het naastgelegen recreatieterrein EuroParcs Limburg en kwam tegen het bestemmingsplan in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vindt dat de gemeente onvoldoende rekening heeft gehouden met de 'ruimtelijke effecten' van de grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten. De Afdeling bestuursrechtspraak gaf Resort Limburg in de zogenoemde tussenuitspraak in maart 2025 hierin gelijk. Zij droeg de gemeenteraad op om de geconstateerde gebreken in het plan te herstellen. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan goed aangepast. Zo is in de planregels nu bepaald dat er maximaal vijftig appartementen zijn toegestaan. Hiermee heeft de gemeenteraad voldaan aan de wens van betrokkenen om het maximum aantal personen dat in verband met de huisvesting van arbeidsmigranten mag verblijven, beter handhaafbaar te maken. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het zogenoemde 'herstelbesluit' dan ook ongegrond. Dat betekent dat het plan voor de huisvesting van 120 arbeidsmigranten nu definitief is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:637
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202406943/3/R1

202407192/1/A2

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd twee private schulden van [appellante] over te nemen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister gevraagd om, voor zover hier van belang, een schuld ter hoogte van € 1.000,00 die voortkomt uit een privé-schuld en een schuld van € 4.790,89 die voortkomt uit een doorlopend krediet bij ABN/AMRO, over te nemen. De minister heeft geweigerd om de schuld van € 4.790,89 over te nemen, omdat deze niet voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden. De schuld van € 1.000,00 heeft de minister geweigerd over te nemen omdat dit een informele schuld is die niet is vastgelegd in een notariële akte. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het vasthouden aan de vereisten van een notariële akte en van opeisbaarheid bij privaatrechtelijke of informele schulden, onrechtvaardig is en in strijd met het herstelproces van de gedupeerde ouders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:614
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407192/1/A2

202407306/1/R3

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Oostvaarderskwartier Hazerswoude-Dorp" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een voetbalveld van de voetbalvereniging Hazerswoudse Boys in Alphen aan de Rijn ten behoeve van woningbouw, waarbij de mogelijkheid voor 64 woningen wordt gecreëerd. Het woningbouwplan bestaat uit vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen. Daarbij zal het merendeel van het aanbod bestaan uit sociale huurwoningen en is een klein deel bestemd voor de vrije sector. Daarnaast voorziet het plan in een aansluiting van de Heerenlaan op de Sportparklaan. Naast het voetbalveld maakt de omliggende ontsluiting eveneens onderdeel uit van dit bestemmingsplan. [appellant] en anderen wonen ten zuiden van het plangebied aan de Burgemeester Warnaarkade. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat de raad volgens hen onvoldoende aandacht heeft gehad voor de verkeersveiligheid in en rondom het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:640
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407306/1/R3

202407825/1/R2

Bij besluit van 28 februari 2022 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Defensie, een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend voor militaire trainingsactiviteiten op de Vliehors Range op Vlieland. De Vliehors Range is een militair terrein op het westelijke deel van Vlieland, dat sinds 1948 door het ministerie van Defensie wordt geëxploiteerd. Op de Vliehors Range vinden het gehele jaar door militaire vliegoefeningen plaats. De range wordt door Nederland en haar NAVO-bondgenoten gebruikt om te oefenen met boordkanonnen, raketten en bommen. Tijdens die oefeningen wordt door jachtvliegtuigen en helikopters langs bepaalde routes gevlogen, waarbij doelen vanuit verschillende posities kunnen worden aangevallen. De Vliehors Range is het enige militaire terrein in Nederland waar dit soort oefeningen kunnen plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:615
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202407825/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202407825/1/R2

202407926/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft Raad van Bestuur van Maastricht UMC + het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur deels afgewezen. [appellant] en MUMC hebben in de periode 2008 tot 2013 samengewerkt. MUMC wilde in het voormalig hotel Juliana in Valkenburg aan de Geul een nierdialyseafdeling vestigen in combinatie met een hotelaccommodatie (hierna: het project). MUMC huurde hiervoor een gedeelte van het hotel van [appellant]. Uiteindelijk is hierover een civielrechtelijk conflict ontstaan waarover is geprocedeerd en welk geschil grotendeels geëindigd met het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1890. Op 20 juni 2020 heeft [appellant] MUMC met een beroep op de Wob verzocht om hem informatie te verstrekken over het project. Als toelichting heeft [appellant] een opsomming gegeven van de onderwerpen waarop de volgens [appellant] gevraagde informatie betrekking zou hebben. Hierop zijn gedurende de procedure steeds meer documenten (behoudens weggelakte persoonsgegevens) openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:617
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407926/1/A3

202408009/1/R3

Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Vlamingstraat Investment Beheer BV (de vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woongebouw met 76 woningen, commerciële ruimten en fietsenstalling in het centrum van Den Haag. De aanvraag heeft betrekking op - kort gezegd - de sloop van winkelruimten en de ontwikkeling van in totaal 76 woningen en appartementen, commerciële ruimten en een fietsenstalling in het zogenoemde Pribapand, gelegen aan de Grote Marktstraat 16-18, Vlamingstraat 20-24 en Raamstraat 2 in Den Haag (het Pribapand). Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "St. Jacobskerk e.o.". De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de motivering van de bestreden besluitvorming geen goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het is evident dat de bedoelde vrijstellingsmogelijkheden niet bedoeld zijn om in een rijksbeschermd stadsgezicht de bouwhoogten te vergroten zonder ook maar te voorzien in een dragende ruimtelijke motivering, aldus de stichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:639
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202408009/1/R3

202500014/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellant] een preventieve last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat [appellant] geen drugs mag verhandelen, aanbieden of verwerven op een openbare plaats binnen de gemeente Bronckhorst en daarbij ook niet behulpzaam mag zijn of daarin mag bemiddelen. Voor elke geconstateerde overtreding zal de burgemeester een dwangsom van € 5.000,00 opleggen met een maximum van € 20.000,00. De burgemeester heeft van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen over [appellant] en een andere persoon (X). Volgens de burgemeester blijkt uit die rapportage dat X handelde in drugs op een openbare plaats in Bronckhorst en dat het zeer aannemelijk is dat [appellant] op de hoogte was van die handel of zelfs daaraan deelnam. [appellant] en X verbleven in een woning in Dieren, waar drugs zijn aangetroffen. Ook was [appellant] aanwezig in een auto in Bronckhorst waarin drugs zijn aangetroffen en is gezien dat er goederen over en weer overhandigd werden tussen [appellant] en X. De aangetroffen drugs in de woning en de auto wijzen op een handelsvoorraad. Verder staat in de bestuurlijke rapportage dat [appellant] in de afgelopen jaren meermaals is veroordeeld voor handel in harddrugs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:603
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500014/1/A2

202500064/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg de aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning gedeeltelijk ingewilligd. [appellante] is door het Brede Hulpteam vanuit de Belastingdienst aangemeld bij het college voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. In het besluit heeft het college onder het kopje ‘Te doorlopen stappen’ aangegeven dat [appellante] een offerte dient op te vragen bij Bzonder Psychologie. Deze informatie en informatie over welke kosten door de zorgverzekeraar worden vergoed, moet zij indienen bij haar contactpersoon. Onder hetzelfde kopje staat dat het college contact heeft gelegd met schuldeisers. De vorderingen zijn bevroren in afwachting van verder bericht. Onder het kopje ‘Voorzieningen’ heeft het college gesteld dat het niet mogelijk is om voorzieningen te verstrekken, omdat [appellante] geen verdere informatie wil verstrekken. Bij besluit van 21 december 2023 heeft het college het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Het college stelt dat [appellante] onvoldoende informatie en medewerking heeft verleend om de noodzaak van de door haar aangevraagde voorzieningen aan te tonen. Niet is gebleken dat het door [appellante] gevraagde onderhoud in en rondom de woning acuut nodig is voor het maken van een nieuwe start.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:616
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500064/1/A2

202500377/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 24 januari 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de verzoeken van [dochter A], [dochter B] en [dochter C] (de dochters) om hun geslachtsnaam te wijzigen in [naam], de geslachtsnaam van hun moeder [moeder], toegewezen. De dochters van [appellant] hebben op 22 augustus 2022, toen zij alle drie meerderjarig waren, ieder afzonderlijk de minister verzocht om hun geslachtsnaam te wijzigen van [appellant] naar de naam van hun moeder. De dochters hebben in hun verzoek toegelicht dat zij geen contact meer hebben met hun vader en dat het dragen van zijn achternaam een negatief gevoel geeft. De minister heeft de verzoeken van de drie dochters van [appellant] op 24 januari 2023 in drie afzonderlijke besluiten toegewezen. [appellant] is het hier niet mee eens. Volgens [appellant] is er sprake van ouderverstoting en dat had de minister in de beoordeling van de verzoeken om geslachtsnaamwijziging moeten meewegen. [appellant] stelt dat de minister en ook de rechter te weinig kennis hebben over ouderverstoting en de effecten daarvan op slachtoffers, zodat zij wat hij hierover heeft aangevoerd niet juist hebben beoordeeld bij de beslissing op de verzoeken en zijn beroep daartegen. Ook betoogt hij dat de dochters de verzoeken niet uit vrije wil hebben gedaan, maar dat ze door hun moeder hiertoe zijn aangezet en dat de verzoeken daarom een uiting zijn van ouderverstoting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:638
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500377/1/A3

202500424/1/A2

Bij besluit van 9 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het weggedeelte na Bouvignedreef 1 tot aan de Bouvignelaan in Breda afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en een parkeerverbod ingesteld voor de Huisdreef, de Stouwdreef en een gedeelte van de Bouvignedreef in Breda. Hotel Mastbosch en grand café Heeren van Oranje zijn gelegen aan de rand van het Mastbos aan de Burgemeester Kerstenslaan 20 te Breda. Old Brook Corner exploiteert het hotel. Het college, Staatsbosbeheer en Old Brook Corner zijn het erover eens dat de verkeersveiligheid, de natuur en het woon- en leefklimaat in dit gedeelde van het Mastbos onder druk staat door de hoge bezoekersaantallen. Staatsbosbeheer heeft het college verzocht gemotoriseerd verkeer door het bos te beperken en het parkeren in de bermen en op de rijbaan te voorkomen. Naar aanleiding daarvan heeft het college het verkeersbesluit genomen. Old Brook Corner kan zich niet vinden in het verkeersbesluit en heeft aangevoerd dat er onvoldoende openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van het hotel overblijven om te voorzien in de parkeerbehoefte van het hotel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:602
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500424/1/A2

202500432/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 18 april 2007 eigenaar van het perceel met bebouwing aan de [locatie A] in Baarle-Nassau. [appellant] heeft het college op 18 februari 2021 verzocht om tegemoetkoming in planschade. Volgens [appellant] is hij in een nadeliger positie komen te verkeren als gevolg van het intrekkingsbesluit van 20 februari 2013, het bestemmingsplan "Dorpen", het bestemmingsplan "Dorpen 1e (correctieve) herziening" en het bestemmingsplan "Dorpen, 2e correctieve herziening" en lijdt hij ten gevolge daarvan schade in de vorm van waardevermindering van het perceel en inkomensderving. Ook is hij in een nadeliger positie komen te verkeren door de uitgebreide (bouw)mogelijkheden op het nabij gelegen perceel van de Albert Heijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade op goede gronden heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:627
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500432/1/A2

202500461/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning om de woning op de [locatie] te Den Haag te verbouwen tot twee zelfstandige woonruimten afgewezen. Het college heeft bij besluit van 11 mei 2023 de aanvraag van [appellant] voor een woningvormingsvergunning geweigerd, omdat de woning is gelegen in Rustenburg en Oostbroek, een gebied waar volgens artikel 5:6, zevende lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en Bijlage III van die verordening een verbod op woningvorming geldt vanwege negatieve gevolgen door woningvorming op de kwaliteit van de woonruimtevoorraad of voor het karakter, dan wel leefbaarheid in het gebied. Er bestaat daarbij volgens het college geen reden om in dit geval de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank heeft vooropgesteld dat vóór 1 november 2015 in Den Haag geen woningvormingsvergunning nodig was voor het bouwkundig splitsen van woonruimten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat zijn woning al vóór 2015 bouwkundig was gesplitst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:628
Datum uitspraak
4 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500461/1/A2
vorige pagina1...678...1.235volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon