Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.637
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202501247/2/V3

Bij besluit van 21 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1644
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501247/2/V3

202501453/1/V1

Bij besluit van 5 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 14 augustus 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1650
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501453/1/V1

202501461/1/V3 en 202501461/2/V3

Bij brief van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit). Bij uitspraak van 6 maart 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.H. Hekman, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1653
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202501461/1/V3 en 202501461/2/V3

202501553/2/R1

Bij besluit van 4 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd. [verzoeker] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Spaarndam. Op de gronden bij de woning staat een aantal bouwwerken. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving van een omwonende heeft een toezichthouder van het college de locatie bezocht en vastgesteld, voor zover hier van belang, dat in het achtererfgebied zes bijbehorende bouwwerken staan met een totale oppervlakte van 305 m2. Volgens het college wordt daarmee de maximaal te bebouwen oppervlakte in het achtererfgebied overschreden. Bij het besluit van 4 juli 2022 heeft het college gelast de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Bij het besluit op bezwaar van 6 februari 2023 heeft het college die last gehandhaafd en bepaald dat [verzoeker] aan de last kan voldoen door de zonder vergunning gebouwde bouwwerken in het achtererfgebied te verwijderen of in omvang terug te brengen zodat een totale oppervlakte van 250 m2 aan bijbehorende bouwwerken niet wordt overschreden. De dwangsom is daarbij vastgesteld op een bedrag van € 5.000,00 ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1626
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501553/2/R1

202501566/1/V3

Bij besluit van 2 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 17 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. P.R.L.V.M. Kruik, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1652
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501566/1/V3

202501870/2/V2

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1649
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501870/2/V2

202501948/1/V3 en 202501948/2/V3

Bij besluiten van 13 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1671
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501948/1/V3 en 202501948/2/V3

202403468/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 24 april 2024 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 12 juni 2023 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft het college het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 31 januari 2023 tot afwijzing van haar aanvraag om een urgentieverklaring ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1782
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403468/1/A2

202403566/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 29 april 2024 van de rechtbank Gelderland, waarbij de rechtbank het beroep van de stichting tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen van 22 november 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft het college het bezwaar van de stichting tegen het besluit van 15 juli 2022 tot afwijzing van haar aanvraag om subsidie ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1783
Datum uitspraak
14 april 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202403566/1/A2

202200741/1/V1

Bij besluit van 1 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1625
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202200741/1/V1

202303792/1/V1

Bij besluit van 6 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1627
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202303792/1/V1

202401071/1/V2

Bij besluit van 13 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1628
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401071/1/V2

202403570/1/V2

Bij besluiten van 15 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 3 juni 2024 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1642
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403570/1/V2

202500205/2/A3

Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft de burgemeester van Nijmegen een aanvraag van Cafetaria Caglar B.V. voor een exploitatievergunning afgewezen. Op 8 augustus 2024 heeft de burgemeester een aanvraag van Cafetaria Caglar B.V. om een exploitatievergunning afgewezen. De vergunning is in de eerste plaats op grond van artikel 2:33, eerste lid, aanhef en onder f, van de Algemene plaatselijke verordening Nijmegen (hierna: de APV) afgewezen, omdat volgens de burgemeester de exploitant van Cafetaria Caglar B.V., [gemachtigde], van slecht levensgedrag is, als bedoeld in artikel 8 van de Alcoholwet. De vergunning is daarnaast op grond van artikel 7, in samenhang gelezen met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob afgewezen, omdat uit een Bibob-advies van 3 april 2024 volgt dat er een ernstige mate van gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1620
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500205/2/A3

202501069/2/R2

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de raad van de gemeente Vught het bestemmingsplan "[locatie 1], Helvoirt" vastgesteld. Het plan voorziet voor het perceel [locatie 1] in Helvoirt in de wijziging van de functieaanduiding en de vormverandering van een bestaand bouwvlak voor de bedrijfsbebouwing. Het perceel ligt in het buitengebied van Helvoirt. Op het perceel is machineverhuurbedrijf [partij] gevestigd. Met het plan is beoogd om een passende bestemming voor de huidige bedrijfsvoering te regelen. In het verleden was op het perceel een veehouderij gevestigd. In 2011 is de voormalig veehouderij omgeschakeld naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf. [verzoeker] woont aan [locatie 2]. Zijn perceel ligt ten noordoosten van het plangebied. [verzoeker] kan zich niet met het plan verenigen, omdat volgens hem met de nieuwe gebruiksfuncties en bebouwing sprake zal zijn van een bedrijf met een industrieel karakter dat niet thuishoort in het buitengebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1619
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202501069/2/R2

202501340/1/V3

Bij besluit van 15 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1629
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501340/1/V3

202501377/2/R4

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente [verzoekster] onder oplegging van dwangsommen gelast om de overtredingen in de inrichting aan [locatie] in Goor te beëindigen en beëindigd te houden. Lastonderdeel 1 houdt in dat [verzoekster] de emissieconcentratie van pentaan per puntbron blijvend moet (laten) reduceren naar de wettelijke emissiegrenswaarde van maximaal 50 mg/Nm3 en ter controle een emissiemeting moet laten verrichten [verzoekster] produceert expanded polystyrene (piepschuim; hierna: EPS) en recyclet EPS-afval. Tijdens het productieproces komt de gasvormige stof pentaan vrij (stofklasse gO.2). Een deel daarvan wordt via puntbronnen geëmitteerd naar de buitenlucht. Op grond van artikel 2.5, eerste lid, van het Activiteitenbesluit geldt voor deze stofklasse, bij overschrijding van de grensmassastroom van 500 g/uur, een emissiegrenswaarde van 50 mg/Nm3. Het college heeft aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat zij - voor zover van belang - de emissie van pentaan blijvend moet reduceren tot de grenswaarde van 50 mg/Nm3. Na bezwaar en beroep is deze last in stand gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1623
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501377/2/R4

202501716/2/A2

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft het college van bestuur van de Radboud Universiteit aan [verzoekster] met ingang van die dag voor drie maanden een campus- en onderwijsverbod aan de Radboud Universiteit heeft opgelegd. In de uitspraak van 8 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1601, heeft de voorzieningenrechter het aan [verzoekster] opgelegde campus- en onderwijsverbod met onmiddellijke ingang geschorst. Daaraan heeft de voorzieningenrechter voorwaarden verbonden. Eén van die voorwaarden is dat een contactpersoon van buiten de faculteit als aanspreekpunt wordt aangesteld. Deze persoon zal ervoor zorgdragen dat de gevolgen van het verbod, zoals het ontbreken van studiemateriaal en het verkrijgen van toegang tot onder meer Brightspace, worden weggenomen. De voorzieningenrechter begrijpt het verzoek van [verzoekster] als een verzoek om wijziging van de voorlopige voorziening. Het CvB heeft volgens haar niet voldaan aan de gestelde voorwaarde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1637
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501716/2/A2

BRS.25.000287

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1562
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000287

BRS.25.000306 en BRS.25.000307

Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1544
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000306 en BRS.25.000307

BRS.25.000336

Bij besluit van 14 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1563
Datum uitspraak
11 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000336

202203603/1/V1

Bij besluit van 26 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad en het document, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, ingenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1600
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203603/1/V1

202305196/1/V1

Bij besluit van 20 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1603
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202305196/1/V1

202307040/1/V3

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1604
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307040/1/V3

202307957/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1605
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307957/1/V1

202406289/3/V1

Bij besluit van 19 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1622
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406289/3/V1

202406926/1/V3 en 202406926/2/V3

Appellant heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1606
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406926/1/V3 en 202406926/2/V3

202500282/1/V3

Bij besluit van 29 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1607
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500282/1/V3

202500523/1/V2

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1608
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500523/1/V2

202500777/1/V3

Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1612
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500777/1/V3

202501027/1/V3

Bij besluit van 29 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J. van Bennekom, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1614
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501027/1/V3

202501574/2/V2

Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 13 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1613
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501574/2/V2

202501635/1/V3 en 202501635/2/V3

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1615
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501635/1/V3 en 202501635/2/V3

202501646/2/V1

Betrokkenen hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1616
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501646/2/V1

202501663/1/V2

Bij besluiten van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 18 maart 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. E.P.A. Zwart, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1609
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501663/1/V2

202501735/2/V2

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd voor zover de minister verzoeker heeft gesignaleerd in het Schengen Informatiesysteem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1611
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501735/2/V2

202501751/2/V2

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 juni 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 februari 2025 heeft de rechtbank het door betrokkenen ingestelde beroep tegen het besluit van 12 juni 2024 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 2 oktober 2020 herroepen, bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en de minister opgedragen de gevraagde machtiging tot voorlopig verblijf aan betrokkenen te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1610
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501751/2/V2

202502033/1/V3 en 202502033/2/V3

Bij besluit van 18 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant de toegang tot Nederland geweigerd. Bij besluit van 19 maart 2025 is aan hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 7 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1643
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502033/1/V3 en 202502033/2/V3

202502052/2/V3

Bij besluit van 14 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 3 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1640
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502052/2/V3

BRS.24.000203

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1537
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000203

BRS.25.000143

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1540
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000143

BRS.25.000321

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1538
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000321

BRS.25.000344

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1539
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000344

202400049/1/A2

In mei 2022 hebben toezichthouders van de gemeente Dalfsen een sticker op de fiets van [appellant] geplakt waarop stond dat de gestalde fiets zou worden verwijderd. Het college van burgemeester en wethouders van Dalfsen heeft het bezwaar van [appellant] op 17 augustus 2022 gegrond verklaard, maar de last onder bestuursdwang abusievelijk niet ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1639
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400049/1/A2

202400259/1/A2

Op 23 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen het paspoort van [appellant] vervallen verklaard door een naamswijziging. Op 23 mei 2022 heeft het college het paspoort van [appellant] vervallen verklaard door een naamswijziging. Omdat dit besluit niet aangetekend naar hem is verzonden, was [appellant] niet op de hoogte. Op 1 september 2022 heeft [appellant] het college aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade, bestaat uit de door hem gemaakte kosten voor een niet-genoten vakantie. Het college heeft op 11 november 2022 het deel van de kosten vergoed dat in direct verband staat tot het niet ontvangen van het besluit van 23 mei 2022. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Omdat het bezwaar een verzoekschrift betreft als bedoeld in de artikelen 8:99 en 8:90 van de Awb, heeft het college het doorgestuurd naar de rechtbank. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gestelde schade niet het gevolg is van een onrechtmatig besluit of een voorbereidingshandeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1638
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Paspoort
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400259/1/A2

202403163/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 4 april 2024 van de rechtbank waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag ongegrond is verklaard. Het geschil gaat over de bestuurlijke boete van € 10.000,00 die het college aan [appellant] heeft opgelegd voor het in gebruik geven van woonruimte aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1858
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202403163/1/A2

202405386/1/A2

Het CBR heeft op 14 maart 2024 [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd, omdat hij volgens de politie onder invloed van drugs een auto heeft bestuurd. [appellant] betwist niet dat hij onder invloed was van drugs, wel dat hij de auto bestuurde op 12 februari 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1746
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405386/1/A2

202405827/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 8 augustus 2024 van de rechtbank waarin het beroep van [appellant] tegen de beslissing van de Dienst Toeslagen ongegrond is verklaard. Het geschil betreft de vaststelling van de huurtoeslag voor 2020 op € 0,00 en de terugvordering van het ontvangen voorschot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1859
Datum uitspraak
10 april 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405827/1/A2

202206004/5/R2

Bij besluit van 3 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal aan Ice Agency B.V. op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van huisvesting voor 300 arbeidsmigranten op het perceel aan de Atoomweg 22 in Roosendaal voor een periode van 10 jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1599
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206004/5/R2

202305341/2/R4

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Nijkerk het bestemmingsplan "Bentinck" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw mogelijk van 44 woningen op de inbreidingslocatie Meubel en Tapijthal en achterliggende gronden. Het bestemmingsplan maakt de bouw mogelijk van 44 woningen op de inbreidingslocatie Meubel en Tapijthal en achterliggende gronden. Het plan is in werking getreden en bij besluit van 30 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 9 woningen in het oosten van het plangebied. Dit bouwplan past geheel binnen het bestemmingsplan. ABZ heeft bezwaar gemaakt tegen die vergunning en heeft in deze procedure de voorzieningenrechter verzocht om schorsing van het gedeelte van het bestemmingsplan waar de 9 woningen zijn vergund, om te voorkomen dat het college bij het nemen van een besluit op bezwaar moet toetsen aan dit bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1561
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202305341/2/R4

202307041/1/V1

Bij besluit van 14 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1545
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307041/1/V1

202404744/1/V2

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd haar ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en haar ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 voorlopig uitstel van vertrek verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1524
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404744/1/V2

202404753/3/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1546
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404753/3/V3

202406199/2/R1

Bij besluit van 23 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [verzoeker sub 1] om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie 1] in Zaandam, afgewezen. [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] wonen aan de [locatie 1] (hierna: het perceel) in Zaandam. [verzoeker sub 1] woont in de woning ernaast, [locatie 2]. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op het perceel. Een toezichthouder van de gemeente Zaanstad heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek een controle uitgevoerd en geconstateerd dat de dakopbouw 3 cm in afwijking van de verleende vergunning is gebouwd. Het college heeft zich in de besluiten van 23 december 2022 en 4 mei 2023 op het standpunt gesteld dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. De rechtbank heeft geoordeeld dat handhavend optreden niet onevenredig is. Het college heeft om gevolg te geven aan de uitspraak van de rechtbank alsnog een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1553
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406199/2/R1

202406985/1/A2, 202500574/1/A2 en 202500574/2/A2

Bij formulier, gedateerd 16 oktober 2023, heeft [verzoeker] een verzoek ingediend om als student te worden ingeschreven voor de masteropleiding Chemical Engineering aan de Technische Universiteit Eindhoven. Op 15 november 2023 heeft [verzoeker] bij de rechtbank Oost-Brabant beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek. [verzoeker] heeft in 2018 voor het eerst een verzoek ingediend om te worden ingeschreven voor de masteropleiding. Bij besluit van 16 november 2018 heeft de ESA dit verzoek niet in behandeling genomen, omdat [verzoeker] onvoldoende informatie bij zijn aanvraag heeft verstrekt en die informatie ook niet heeft verstrekt na herhaalde verzoeken daarom van de ESA. Bij uitspraak van 6 mei 2019 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gerichte administratief beroep ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft daartegen geen beroep ingesteld. Sindsdien probeert [verzoeker] steeds opnieuw zich in te schrijven voor de masteropleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1534
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202406985/1/A2, 202500574/1/A2 en 202500574/2/A2

202407489/1/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1547
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407489/1/V3

202407492/1/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1549
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407492/1/V3

202407726/1/V3

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1550
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407726/1/V3

202407729/1/V3

Bij besluit van 14 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1551
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407729/1/V3

202407730/1/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1552
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407730/1/V3

202407731/1/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1554
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407731/1/V3

202407734/1/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1555
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407734/1/V3

202407837/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1556
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407837/1/V1

202500956/1/V2

Bij besluit van 12 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1557
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500956/1/V2

202501242/1/V3

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1532
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501242/1/V3

202501306/1/V3

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 20 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Guman, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1525
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501306/1/V3

202501314/2/V2

Bij besluit van 11 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en een verzoek van betrokkene om bestuurlijke heroverweging van het besluit van 21 maart 2013, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1558
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501314/2/V2

202501482/1/V2 en 202501482/2/V2

Bij besluiten van 24 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1559
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501482/1/V2 en 202501482/2/V2

202501744/1/V1 en 202501744/2/V1

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1560
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501744/1/V1 en 202501744/2/V1

202502048/2/V2

Bij besluit van 20 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1621
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502048/2/V2

202101508/1/R2

Bij besluit van 13 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland het verzoek om handhavend optreden van 19 juli 2019 van de stichting tegen verschillende handelingen in strijd met verleende ontheffingen en de Wet natuurbescherming, afgewezen. GEM ontwikkelt een nieuwe woonwijk "Weespersluis" met 2750 woningen en bijbehorende voorzieningen en ontsluitingen in de Bloemendalerpolder. Ten behoeve van de bouw van de woonwijk zijn meerdere ontheffingen op grond van de Wnb verleend. De stichting heeft verzocht om handhavend optreden, omdat GEM in strijd zou handelen met deze ontheffingen en de Wnb. Hieronder volgt een overzicht van de verleende ontheffingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1573
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202101508/1/R2

202203063/1/R2 en 202203145/1/R2

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Roosendaal et bestemmingsplan “De Bulkenaar” vastgesteld. Bij besluit van 10 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal hogere grenswaarden vastgesteld als bedoeld in artikel 83 van de Wet geluidhinder. Het plan voorziet in de bouw van een nieuw ziekenhuis aan de rand van Roosendaal, de landschappelijke inpassing daarvan en een verbindingsweg parallel aan de A58. Naast het ziekenhuis wordt een landschapspark aangelegd dat als een groen uitloopgebied moet fungeren tussen het bestaande woongebied en het ziekenhuis. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de Bulkenaarsestraat en aan de zuidzijde door de Huijbergseweg. Bravis is initiatiefnemer. Ten behoeve van het plan is voor een aantal woningen hogere grenswaarden vastgesteld voor wegverkeer. De gronden waarop het ziekenhuis is voorzien, zijn “Maatschappelijk" bestemd. Aan het landschapspark is de bestemming “Groen – Landschapspark” toegekend. Aan de verbindingsweg vanaf de A58 is de bestemming “Verkeer" toegekend. Diverse inwoners van Roosendaal zijn het niet eens met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1593
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202203063/1/R2 en 202203145/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203063/1/R2 en 202203145/1/R2

202203745/1/R3

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt onder meer de bouw van een woning op een perceel agrarisch grasland in het verlengde van bestaande bebouwing aan de Laan van Heemstede in Puttershoek mogelijk. De raad heeft verder toepassing gegeven aan een ruimte voor ruimte-regeling. Daarom omvat het bestemmingsplan ook de verderop gelegen percelen Oud Bonaventurasedijk 83 in Maasdam, Derde Kruisweg 1 in 's-Gravendeel en de Derde Kruisweg (ong.) in Strijen. Dit zijn saneringslocaties waar voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt afgebroken en wordt wegbestemd. Bij het besluit tot vaststelling van het plan heeft de raad ook de sanering van het perceel Hoeksedijk 58 in Maasdam betrokken, dat geen deel uitmaakt van dit bestemmingsplan. [partij] is de initiatiefnemer van de mogelijk gemaakte woning. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het perceel waarop deze woning mogelijk wordt gemaakt. Zij kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1574
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202203745/1/R3

202204276/1/A2

Bij besluit van 15 april 2020 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een aanvraag van SGK om subsidie op grond van de Subsidieregeling Collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland afgewezen. Op 8 juni 2018 is de Subsidieregeling Collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland vastgesteld. Op grond van de Subsidieregeling kan een projectsubsidie worden verstrekt aan activiteiten die bijdragen aan de collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland. Op 14 februari 2020 heeft SGK een aanvraag ingediend voor subsidie voor het project ‘Genetical Roots Music’. In de aanvraag heeft SGK toegelicht dat [voorzitter] van SGK, met het project nieuwe multidisciplinaire muziek wil componeren, met invloeden van de Indische muziekcultuur en andere culturen die hiermee zijn verweven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1566
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202204276/1/A2

202204487/1/A3

Op 19 maart 2020 heeft een landmeter, werkzaam onder de bewaarder, een grensreconstructie gemaakt van de grens tussen de percelen kadastraal bekend als gemeente Almere, sectie B, nummers 5418 en 5419. Hiervan is een relaas van bevindingen opgemaakt. Op 27 en 28 juli 2020 hebben [appellanten] een e-mail gestuurd naar het Kadaster, waarin zij stellen dat de grens onjuist is ingemeten. [appellanten] verzoeken om de grensreconstructie, gedaan op 19 maart 2020, in lijn te brengen met de originele aanduiding van de kavelgrens op de oorspronkelijke bouwtekeningen. De grens op die tekeningen is volgens hen anders dan de kadastrale grens die leidend was bij de grensreconstructie. Na overleg met de bewaarder hebben [appellanten] op 5 augustus 2020 deze klacht neergelegd in een schriftelijk verzoek om herziening van het rapport van bevindingen van 19 maart 2020. De bewaarder heeft deze brief van 5 augustus 2020 opgevat als een bezwaarschrift tegen de grensreconstructie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1396
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204487/1/A3

202204490/1/A3

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de bewaarder het verzoek van [appellanten] tot herstel van gegevens in de Basisregistratie Kadaster op grond van artikel 7t van de Kadasterwet afgewezen. [appellanten] zijn het niet eens zijn met hoe de grens is weergegeven. Volgens hen is de grens die in de BRK staat niet juist. Daarom hebben [appellanten] op 20 september 2020 een herstelverzoek ingediend van de gegevens in de BRK. Bij het besluit van 8 oktober 2020 heeft de bewaarder het verzoek tot herstel afgewezen, omdat er geen sprake is van een onjuiste bijhouding van de BRK. Het geschil in deze zaak gaat over de grens tussen perceel nummer 5418 en perceel nummer 5419, die is opgenomen in de BRK. De vraag is of het verzoek tot herstel van de grens in de BRK op grond van artikel 7t van de Kadasterwet, zoals de rechtbank heeft geoordeeld, inderdaad terecht is afgewezen. De vraag of de bewaarder de brief van 5 augustus 2020 ook al had moeten opvatten als een dergelijk verzoek om herstel is onderwerp van de uitspraak van vandaag in de zaak nr. 202204487/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2025:1396).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1397
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204490/1/A3

202205789/1/R3

Bij afzonderlijke besluiten van 26 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen [wederpartij A] en [wederpartij B] onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van het pand op het perceel [locatie] in Groningen in strijd met het bestemmingsplan "Schildersbuurt" op te heffen en opgeheven te houden. [wederpartij] is eigenaar van het pand op het perceel. Het pand wordt gebruikt voor kamerverhuur aan studenten. Op 25 februari 2021 heeft de Belangenvereniging Derde Schilderskwartier een verzoek tot handhaving ingediend. Volgens haar wonen er meer studenten dan is toegestaan in het pand. Naar aanleiding van het handhavingsverzoek hebben twee inspecteurs van de gemeente op 22 maart 2021 een bezoek gebracht aan het pand. Zij hebben geconstateerd dat dertien slaapkamers zijn gerealiseerd die worden bewoond. Volgens het college is de kamerverhuur geïntensiveerd na de peildatum van 22 december 2016, wat op grond van de geldende planregels niet is toegestaan. Dit levert volgens het college een overtreding op van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1592
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202205789/1/R3

202205790/1/A3

Bij besluit van 19 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond het verzoek van [appellant] op grond van artikel 2.58 van de Wet basisregistratie personen om zijn adresgegevens te corrigeren, afgewezen. [appellant] is in 2015 als asielzoeker vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Hij heeft zich per 1 januari 2019 in de Basisregistratie personen laten inschrijven op het adres [locatie] in Helmond. Het college is kort daarna een adresonderzoek gestart om te onderzoeken of hij daar daadwerkelijk woonde. Bij ambtshalve besluit van 23 april 2019 heeft het college besloten de bijhouding van de gegevens van [appellant] in de Brp per 26 februari 2019 te beëindigen. [appellant] heeft daartegen geen rechtsmiddelen aangewend. Wel heeft hij zich per 14 juni 2019 weer aan de [locatie] in de Brp laten inschrijven. [appellant] heeft verzocht om de registratie ‘vertrek naar onbekend’ in de periode van 26 februari 2019 tot 14 juni 2019 ongedaan te maken. Volgens het college geeft het correctieverzoek geen inzichten die afdoen aan het ambtshalve besluit tot uitschrijving uit de Brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1576
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202205790/1/A3

202206338/1/R3

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Losser het bestemmingsplan "De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte" vastgesteld. Met het bestemmingsplan is aan een strook grond tussen de Ambachtstraat en de Ertsmolen de bestemming "Verkeer-Verblijf" toegekend. Hiermee wordt een ontsluiting mogelijk vanaf de Ambachtstraat naar de Ertsmolen in het Luttermolenveld. In de plantoelichting staat hierover dat de wijk Luttermolenveld op dit moment bereikbaar is vanaf de Dorpsstraat en vanaf de Bentheimerstraat (N375). De gemeente Losser acht het wenselijk om de ontsluiting van het Luttermolenveld te verbeteren, zo staat in de toelichting. Met het doortrekken van de Ambachtstraat naar de Ertsmolen in het Luttermolenveld wordt er een extra ontsluiting gecreëerd. Hiermee wordt het Luttermolenveld ook vanuit zuidelijke richting goed bereikbaar en kan het verkeer zich meer verspreiden. [appellant sub 1] en anderen wonen langs het Haerpad, op korte afstand van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, in het bijzonder omdat de beoogde ontsluiting er volgens hen toe leidt dat een aantal bomen tenietgaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1590
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206338/1/R3

202206823/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingsplan “Buitengebied 2017, tweede herziening” vastgesteld. [appellant] woont op het perceel [locatie] te Vessem (hierna: het perceel). Op 30 augustus 2017 is voor die locatie het bestemmingsplan “Buitengebied herziening Donk 2-4” vastgesteld. In dat bestemmingsplan was op verzoek van [appellant] met gebruikmaking van de ruimte-voor-ruimte regeling als bedoeld in het provinciaal beleid van Noord-Brabant, zijn voormalige intensieve veehouderij herbestemd tot een woonbestemming voor drie woningen. Daarnaast was het de bedoeling dat de bouw van nog twee woningen zou worden mogelijk gemaakt door middel van een wijzigingsbevoegdheid. Toen het bestemmingsplan “Buitengebied 2017” werd vastgesteld, is deze wijzigingsbevoegdheid echter niet juist opgenomen. Als gevolg hiervan heeft het college voor de bouw van één van die twee woningen op kavel 4 van het perceel een omgevingsvergunning verleend. [appellant] heeft beroep ingesteld, omdat hij vindt dat deze omgevingsvergunning niet op de juiste wijze is geïmplementeerd in het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1594
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206823/1/R2

202206891/1/R3

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland besloten om de raad van de gemeente Lansingerland een aanwijzing te geven als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Deze aanwijzing houdt in dat de raad voor de locatie Driehoek Noordpolder binnen één jaar na de bekendmaking van de proactieve aanwijzing een bestemmingsplan vast moet stellen, zodat op die locatie minimaal 50 sociale woningen mogelijk worden gemaakt. Op 23 januari 2019 is door het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam, bestaande uit de gezamenlijke gemeenten uit de regio Rotterdam, waaronder de gemeente Lansingerland, en woningcorporaties het regioakkoord "Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030" vastgesteld. In dit regioakkoord zijn regionale doelstellingen opgenomen om voldoende woningen te realiseren en de sociale woningvoorraad te verspreiden. Het regioakkoord is door het samenwerkingsverband aangeboden aan het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1567
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206891/1/R3

202300219/1/A3

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de korpschef de aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen. De korpschef heeft de aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen, omdat hij vindt dat er vrees voor misbruik bestaat. De korpschef heeft zich daarbij gebaseerd op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan op 26 en 31 augustus 2020, die hebben geleid tot een veroordeling door de rechtbank Rotterdam voor vernieling. De minister heeft het tegen dit besluit ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard en heeft zich in zijn besluit gebaseerd op een in hoger beroep gewezen uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Daarin is [appellant] veroordeeld voor het met een graafmachine weghalen van een door de buurman geplaatste beschoeiing in een sloot, maar heeft het Hof aanleiding gezien om geen straf op te leggen. Zowel dit feit als de psychische gesteldheid van [appellant] zijn volgens de minister voldoende om vrees voor misbruik aan te nemen. De reden voor het weghalen van de beschoeiing was dat [appellant] en zijn vader vonden dat de beschoeiing op het eigendom van vader was geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1578
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202300219/1/A3

202300299/1/R2

Bij besluit van 1 december 2022 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Buitengebied Zuid 2013, Mastdreef naast nr. 20" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk om twee woningen te bouwen ten zuiden van de Mastdreef 20 in Breda. De planlocatie ligt in het buitengebied. De raad heeft toepassing gegeven aan de Ruimte-voor-ruimteregeling uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor de eerste woning is een certificaat aangekocht van de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor ruimte II CV. Het titelnummer van dat certificaat is 20170458. Voor de tweede woning is een toetsingsformulier gebruikt. Daaruit zou blijken dat in ruil voor deze woning 1.000 m² aan bedrijfsgebouwen van een veehouderij aan de [locatie] in Achtmaal is gesloopt en 3.500 kg fosfaatrechten zijn ingeleverd. [partij] is de initiatiefnemer van het plan en de eigenaar van de gronden. Hij exploiteert een tuinbouwbedrijf en wil op twee van zijn landbouwpercelen woningen bouwen. Zijn dochter zal in de toekomst in één van de twee woningen gaan wonen. De vereniging en de praktijk, die is gevestigd naast het plangebied, vrezen dat het plan leidt tot onnodige verdichting van het buitengebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1568
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300299/1/R2

202301052/1/A2

Bij besluit van 16 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard een aanvraag van [appellante] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenaresse van de percelen met opstallen aan [locatie] in Krimpen aan de Lek, kadastraal bekend Krimpen aan de IJssel, sectie A, nrs. 8347, 9757 en 9759 (hierna: de percelen). In deze zaak is tussen partijen in geschil of [appellante] directe planschade (schade als gevolg van een planologische verandering op de gronden van de desbetreffende aanvrager) en indirecte planschade (schade als gevolg van een planologische verandering op gronden van een derde) heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1569
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301052/1/A2

202301197/1/A3

Bij besluit van 2 november 2021 heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg het inzageverzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft op 13 oktober 2021 het CIZ verzocht hem een kopie van het gecombineerde aanvraagformulier Wet langdurige zorg en Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten van zijn zus te verstrekken. Dat aanvraagformulier is ingediend op 19 maart 2021 toen [appellant] nog medisch gevolmachtigde was van zijn zus. Het CIZ heeft het verzoek van [appellant] opgevat als een inzageverzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming. Het CIZ heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] ten tijde van het verzoek geen medisch gevolmachtigde meer was. Het CIZ heeft daarbij erop gewezen dat in de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming is bepaald dat als ten behoeve van de betrokkene een mentorschap is ingesteld, de toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger is vereist. De rechtbank heeft overwogen dat in de Wlz en Wzd geen grondslag bestaat op grond waarvan [appellant] een verzoek om inzage kan doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1588
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202301197/1/A3

202301268/1/R4

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist een omgevingsvergunning verleend voor de nieuwbouw van een appartementengebouw met 25 zorgwoningen op het perceel Dwarsweg 11A in Zeist. Bij het besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist een omgevingsvergunning verleend voor de nieuwbouw van een appartementengebouw met 25 zorgwoningen op het perceel. De adressering wordt Anne de Vrieslaan 1A t/m 1G2. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Zeist Centrum e.o.". Op het perceel was voorheen een supermarkt aanwezig. De omgevingsvergunning is verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo. Van het besluit om omgevingsvergunning te verlenen maakt een ruimtelijke onderbouwing deel uit. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van het perceel en vrezen voor nadelige gevolgen van het woongebouw voor onder meer hun woon- en leefklimaat en de parkeersituatie. De woningbouwstichting is de initiatiefnemer van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1565
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301268/1/R4

202301602/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland vastgesteld dat op en rond de percelen aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Hilversum sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dat vanwege de grondwaterverontreiniging met urgentie moet worden gesaneerd. appellante] is eigenaar van de percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Hilversum. Op deze percelen was tot 1983 een chemische wasserij/ververij gevestigd. De bebouwing op deze percelen wordt op dit moment gebruikt voor diverse maatschappelijke doeleinden, waaronder een moskee. Vanaf 1988 zijn diverse onderzoeken gedaan naar aanleiding van het vermoeden dat de bodem van de percelen ernstig verontreinigd is. Met het besluit van 6 oktober 2003 heeft het college vastgesteld dat ter plaatse een geval van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan dat met spoed moet worden gesaneerd. De benodigde sanering heeft sindsdien niet plaatsgevonden. In de loop der jaren heeft overleg plaatsgevonden tussen het provinciebestuur, [appellante] en andere betrokken partijen. Dit overleg heeft niet geleid tot overeenstemming over de aanpak van de sanering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1585
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202301602/1/R1

202301729/1/R1

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruik van het pand [locatie] in Amsterdam als tandartsenpraktijk. [appellante] is eigenaar van de begane grond van het pand aan het [locatie] in Amsterdam. Zij wil op de locatie een tandartsenpraktijk vestigen. Op grond van het ten tijde van de aanvraag en de besluitvorming geldende bestemmingsplan "Westerpark Zuid" rust op het pand de bestemming "Gemengd-3". Binnen deze bestemming zijn horeca, detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening in de eerste bouwlaag toegestaan en woningen in de tweede en hoger gelegen bouwlagen. Maatschappelijke voorzieningen zoals een tandartsenpraktijk, zijn niet bij recht toegestaan. Wel is in dit plan een bevoegdheid voor het college opgenomen om de geldende bestemming onder voorwaarden te wijzigen in een maatschappelijke bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1391
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202301729/1/R1

202302282/1/A2

Bij besluit van 8 april 2021 heeft de raad oor rechtsbijstand de vergoeding voor een toevoeging met kenmerk 1JA7491 ingetrokken. [appellant sub 1] heeft [appellant sub 2] als advocaat bijgestaan in de procedure tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel. Daarvoor heeft [appellant sub 1] meerdere toevoegingen aangevraagd en gedeclareerd bij de raad. De eerste toevoeging met kenmerk 1IV8326 is verstrekt voor het verlenen van rechtsbijstand in een bezwaarprocedure bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst in de Dublinprocedure. De raad heeft op 6 april 2020 de vergoeding voor de toevoeging 1IV8326 vastgesteld. Op 16 juli 2020 heeft de raad een tweede toevoeging met kenmerk 1JA7491 verstrekt voor het instellen van beroep tegen het besluit van de IND van 10 juli 2020 tot afwijzing van het verzoek om toegang tot de nationale asielprocedure vanwege de overschrijding van de Dublin-overdrachtstermijn. De rechtbank heeft het beroepschrift doorgestuurd naar de IND, omdat de bezwaarfase nog moest worden doorlopen. De IND heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1580
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202302282/1/A2

202302284/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor een toevoeging met kenmerk 1JB7194 ingetrokken. [appellant sub 1] heeft [appellant sub 2] als advocaat bijgestaan in de procedure om een verblijfsvergunning te krijgen. Daarvoor heeft [appellant sub 1] meerdere toevoegingen aangevraagd en gedeclareerd bij de raad. Op 2 september 2020 heeft de raad een tweede toevoeging met kenmerk 1JB7194 verstrekt voor het instellen van beroep tegen de beslissing op bezwaar tot afwijzing van het verzoek om toegang tot de nationale asielprocedure. De toevoeging voor deze procedure heeft de raad op 29 juli 2021 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1582
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202302284/1/A2

202302643/1/R2

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2] e.o. [plaats]" vastgesteld. [wederpartij] exploiteert een rundveebedrijf aan de [locatie 1] en [locatie 2] in [plaats]. Het plan voorziet in de mogelijkheid om dit bedrijf te saneren en ter compensatie vier woonkavels te realiseren bestaande uit twee voormalige bedrijfswoningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] en twee nieuwe compensatiewoningen aan de Nieuwevaart en de 1e Wittedijk. Daarnaast wordt er nieuwe natuur aangelegd. [wederpartij] exploiteert een rundveebedrijf aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Sprang‑Capelle. Het plan voorziet in de mogelijkheid om dit bedrijf te saneren en ter compensatie vier woonkavels te realiseren bestaande uit twee voormalige bedrijfswoningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] en twee nieuwe compensatiewoningen aan de Nieuwevaart en de 1e Wittedijk. Daarnaast wordt er nieuwe natuur aangelegd. [appellant] woont aan de [locatie 3]. Zijn bezwaren zien op het bestemmen van de compensatiewoning aan de 1e Wittedijk. Hij vreest voor zijn woongenot en waardevermindering van zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1572
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302643/1/R2

202302985/1/R1

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van het gebruik van het gebouw op het perceel [locatie 1] in Arnhem naar zelfstandige woning. [appellante] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Arnhem, kadastraal bekend als N 8185. Op dit perceel staat een gebouw, ook bekend onder de naam "[…]". Op het naastgelegen perceel dat is gelegen aan de Sloetstraat in Arnhem, kadastraal bekend als N 8184, staat een woongebouw dat is gesplitst in drie appartementsrechten. [appellante] is eigenaar van een appartementsrecht dat recht geeft op het gebruik van de woning op de begane grond van het woongebouw met het adres [locatie 2]. [appellante] heeft een aanvraag ingediend voor het wijzigen van het gebruik van het gebouw naar zelfstandige woning. De aanvraag ziet op de activiteit "het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan", als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1589
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202302985/1/R1

202303317/1/R1

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Westerpark Zuid" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied ten zuiden van de Haarlemmerweg in Amsterdam. Tot het plangebied behoren de Staatsliedenbuurt en de Frederik Hendrikbuurt, met uitzondering van een deel van het Frederik Hendrikplantsoen. Het plan is een actualisering en herziening van de bestaande bestemmingsplannen binnen de plangrens. Verder zijn in het plan locaties opgenomen waarvoor tot dan nog geen bestemmingsplan van kracht was, zogenoemde "witte vlekken". Het bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard. Morgan en Mees exploiteert een boetiekhotel, restaurant en café aan de Tweede Hugo de Grootstraat 2 tot en met 8 in Amsterdam. Zij voert aan dat de raad het bestemmingsplan naar aanleiding van haar zienswijze weliswaar gewijzigd heeft vastgesteld, maar dat de wijzigingen op de verbeelding niet correct zijn doorgevoerd in de planregels. [appellant sub 2] is eigenaar van houtzaagmolen De Otter en een aantal andere opstallen op het molenterrein aan de Gillis van Ledenberchstraat in Amsterdam. Zij wil de molen weer permanent laten draaien en het terrein herstellen en verduurzamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1392
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202303317/1/R1

202304187/1/R4

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Hitteschild 2 en 4" vastgesteld. Met het bestemmingsplan is beoogd de voormalige schoollocatie Hitteschild 2-4 te herontwikkelen tot woningbouwlocatie. Er wordt ingezet op de bouw van 28 beneden- en bovenwoningen in twee bouwblokken van 10 m hoog voor starters en senioren in het middenhuursegment. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen in de omgeving van het plangebied en verwachten nadelige gevolgen van het plan te ondervinden. Keystone is de ontwikkelaar van het plan. [appellant sub 2] voert aan dat er geen draagvlak voor het plan bestaat en dat er geen deugdelijke participatie heeft plaatsgevonden. Dat het plan voor de woningen zou doorgaan, stond bij voorbaat vast. De toezegging van de wethouder dat iets met de signalen uit de inspraak moet worden gedaan, heeft tot niets geleid. [appellant sub 2] wijst er verder op dat door het besluit over het voorbereidingskrediet en de gevolgde uitbestedingsprocedure voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan geen ruimte meer bestond voor een zinvolle participatie en inspraak door omwonenden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1586
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202304187/1/R4

202400133/1/R4

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond de verzoeken van [appellant] om handhavend op te treden tegen het achterlaten van afval in de buurt van zijn woning op het perceel [locatie] in Roermond afgewezen. [appellant] heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen het achterlaten van afval nabij zijn woning. Volgens hem is dit een overtreding van de Afvalstoffenverordening gemeente Roermond 2017, van artikel 10.1 en artikel 1.1a van de Wet milieubeheer, van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en van artikel 16.1, onder d, van de planregels van het bestemmingsplan "Vrij Lommerveld". Het college heeft geweigerd handhavend op te treden omdat sprake is van een bijzonder geval. De bewoners van het appartementencomplex 307 van waaruit het afval afkomstig is, hebben volgens het college namelijk veel individuele hulp en begeleiding nodig. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het opleggen van een last onder dwangsom voor deze groep geen passende en effectieve manier is om het onjuist aanbieden van afval te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1581
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400133/1/R4

202400326/1/R3

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Larendael Participaties B.V. een ontgrondingenvergunning verleend voor het uitvoeren van ontgrondingswerkzaamheden voor het op diepte brengen van het watergedeelte en het ontgraven van de landbodem van het perceel K-4493, aan de Hornweg 26 in Amsterdam. Larendael heeft een ontgrondingenvergunning aangevraagd om het in- en uitvaren van (super)jachten in het droogdok van hal 3 van haar scheepswerf mogelijk te maken. Volgens het aanvraagformulier moet daarvoor de voorliggende landbodem op het perceel K-4493, aan de Hornweg 26 in Amsterdam worden ontgraven en de waterbodem plaatselijk worden verdiept. De waterbodem zal tot -10,4 NAP worden gebracht. De oppervlakte van het te ontgronden gebied is 15.000 m². In totaal wordt ongeveer 53.660 m³ ontgraven. Een deel van de gronden die liggen naast het te ontgronden gebied is in erfpacht bij het Havenbedrijf. Het Havenbedrijf vreest dat de ontgronding nadelige gevolgen heeft voor zijn grond en de daarop aanwezige bebouwing; deze zal namelijk door de ontgronding in het water glijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1591
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202400326/1/R3

202400569/1/A3

Bij besluit van 24 juni 2022 heeft de burgemeester van Den Haag een evenementenvergunning verleend aan Westwood Exploitatie B.V. voor het Club Westwood Festival. Op 3 februari 2022 heeft Club Westwood een evenementenvergunning aangevraagd voor het evenement ‘Club Westwood Festival’. Bij besluit van 24 juni 2022 heeft de burgemeester de evenementenvergunning verleend en aan die vergunning diverse voorschriften verbonden. Het openluchtevenement werd op 2 juli 2022 gehouden in Club Westwood. De burgemeester heeft het besluit tot verlening van de vergunning in bezwaar gehandhaafd. [appellant] woont in de buurt van Club Westwood en is het niet eens met de verlening van de evenementenvergunning, omdat het festival volgens hem geluids- en verkeersoverlast veroorzaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester de evenementenvergunning mocht verlenen. De rechtbank heeft overwogen dat het festival enige geluidshinder veroorzaakt voor omwonenden, maar dat het niet gaat om onduldbare geluidshinder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1571
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400569/1/A3

202401099/1/R2

Bij besluit van 16 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk een omgevingsvergunning verleend aan [partij A] voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk en afwijken van het bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018" aan de [locatie] in Mill. [partij A] wil een bijbehorend bouwwerk met een oppervlakte van 165 m² bij haar bestaande woonboerderij bouwen. [appellante] woont aan de overkant en kan zich daarmee niet verenigen. Zij betoogt dat niet aan de voorwaarde van 130 m² gesloopte bebouwing wordt voldaan en dat het bijbehorend bouwwerk stedenbouwkundig en landschappelijk niet aanvaardbaar is. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend waarbij binnenplans wordt afgeweken van het bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018". Dit is volgens het college mogelijk, omdat een bijbehorend bouwwerk met een oppervlakte van 165 m² is voorzien, terwijl ter plaatse 361 m² aan bestaande bebouwing is gesloopt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1583
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401099/1/R2

202401738/1/R4

Op 15 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist geweigerd [appellant A] en [appellant B] een nadere termijn te geven voor het aanvullen van hun zienswijze over de ontwerpomgevingsvergunning voor de bouw van een appartementengebouw op het perceel Dwarsweg 11A in Zeist. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat zij het beroep tegen dat besluit ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Zij voeren aan dat de beslissing om de zienswijzetermijn niet te verlengen hen rechtstreeks in hun belangen treft en dat daar daarom bezwaar tegen gemaakt kon worden. Door het ontbreken van stukken konden zij geen goed onderbouwde zienswijze naar voren brengen en bestond het risico dat aan hen de beperkingen op grond van de Crisis- en herstelwet zouden worden tegengeworpen. De zienswijzetermijn mocht daarom nog niet beginnen te lopen althans het college had de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen moeten verlengen, zo betogen zij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1564
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401738/1/R4

202402240/1/R3

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen aan Vodafone Libertel B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een antenne-opstelpunt op het perceel Duurkampenweg nabij huisnummer 50 in Emmen. Het college heeft bij besluit van 18 oktober 2022 aan Vodafone Libertel B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een antenne-opstelpunt op het perceel nabij de Duurkampenweg 50 in Emmen. [appellant] is eigenaar van het perceel naast het perceel waarop het antenne-opstelpunt mag worden geplaatst. Op 8 december 2022 heeft hij bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning. Het college heeft het bezwaar van [appellant] bij besluit van 7 februari 2023 vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is de te late indiening van het bezwaarschrift door [appellant] niet verschoonbaar. Er bestaat volgens de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de kennisgeving in het Gemeenteblad onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1584
Datum uitspraak
9 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402240/1/R3
vorige pagina1...444546...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon