Bij uitspraak van 16 maart 2016 heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker A] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Berkelland van 7 april 2015 voor zover ingesteld door [verzoeker A], [verzoeker B], [verzoeker C], [verzoeker D], [verzoeker E], [verzoeker F], [verzoeker G], [verzoeker H], [verzoeker I], [verzoeker J], [verzoeker K], [verzoeker L], [verzoeker M], [verzoeker N], [verzoeker O], [verzoeker P], [verzoeker Q], [verzoeker R], [verzoeker S], [verzoeker T], [verzoeker U], [verzoeker V], [verzoeker W], [verzoeker X], [verzoeker Y], [verzoeker Z], [verzoeker AA], [verzoeker AB], [verzoeker AC] en [verzoeker AD] en voor zover het moet worden geacht te zijn ingesteld namens de ondertekenaars van de petitie, niet-ontvankelijk verklaard, alsmede het beroep voor zover ingesteld door [verzoeker AE] en [verzoeker AF] ongegrond. De uitspraak is aangehecht.