Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 118.340
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202401622/1/A3

Het college van burgemeester en wethouders van Enschede hoeft de boete van € 600.000 niet te betalen die de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) had opgelegd vanwege wifitracking. Om inzicht te krijgen in de bezoekersaantallen in de binnenstad van Enschede had het college van B&W besloten om een voortdurende passantentelling te houden. De AP had de boete opgelegd omdat het college van mei 2018 tot en met april 2020 zonder grondslag persoonsgegevens heeft verwerkt van eigenaren en gebruikers van mobiele apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld in de binnenstad. Dit is volgens de AP een overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het college van B&W kwam eerder tegen de boete in beroep bij de rechtbank. Die oordeelde dat de AP niet heeft bewezen dat het college met de door haar gebruikte methode persoonsgegevens heeft verwerkt. De rechtbank ‘herriep’ de boete, wat betekent dat het college de boete niet hoeft te betalen. De AP kwam tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij voert in hoger beroep aan dat de rechtbank had moeten ingaan op haar standpunt dat identificatie van natuurlijke personen al bij de tellingen van unieke bezoekers aan de binnenstad heeft plaatsgevonden en daarmee al sprake is van persoonsgegevens. Maar ook in hoger beroep krijgt de AP geen gelijk. Het standpunt waarop de rechtbank volgens de AP in had moeten gaan, heeft de AP niet in haar besluit ingenomen, terwijl dit volgens de Afdeling bestuursrechtspraak wel mogelijk was. Bij een bestuursrechtelijk boetebesluit geldt volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak als uitgangspunt dat het bestuursorgaan het dragend bewijs van een overtreding bij de voltooiing van de bestuurlijke besluitvorming moet leveren. Dit mede in het licht van de rechtszekerheid. De AP kon niet pas in beroep bij de rechtbank met de onderbouwing komen waarom nu precies sprake is van een beboetbare overtreding, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep van de AP dan ook ongegrond. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en dat het college van B&W van Enschede de boete van zes ton niet hoeft te betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4403
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202401622/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202401622/1/A3

202401635/1/R4

Bij besluit van 29 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte het verzoek van [appellant] van 7 oktober 2021 om handhavend op te treden tegen het gebruik van de weegbrug bij de inrichting aan de [locatie A] in Raalte voor vrachtwagens die elders laden of lossen, afgewezen. [appellant] en zijn familie wonen aan de [locatie B] in Raalte. Op ongeveer 60 m ten zuiden daarvan ligt de varkenshouderij aan de [locatie C] en op ongeveer 180 m ten noordoosten ligt de varkenshouderij aan de [locatie A]. Op dit adres woont ook [persoon B] en is [varkenshandel] gevestigd. De varkenshouderij aan de [locatie A] beschikt over een weegbrug, waarvoor op 28 maart 2017 een omgevingsvergunning is verleend. De weegbrug ligt verzonken in het wegdek aan het begin van de toegangsweg van het perceel, zodat alle verkeer dat het terrein op of af rijdt over de weegbrug moet rijden. Naast de weegbrug staat een wachtershuisje waarin het logboek van de weegbrug ligt en van waaruit de weegbrug kan worden ingeschakeld om een vrachtwagen te wegen. Volgens [appellant] wordt de weegbrug ook gebruikt voor vrachtwagens die producten laden en lossen aan de [locatie C].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4423
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401635/1/R4

202402095/1/R3

Bij besluit van 6 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht aan Merwestreek Projecten B.V. (vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsruimte aan de Carneool 148 in Dordrecht. Het bouwplan van Merwestreek Projecten B.V. ziet op realisatie van een bedrijfsruimte van 9 meter hoog op het perceel, waarbij voor zowel de achtergevel als de (noordelijke) zijgevel van de bedrijfsruimte wordt afgeweken van artikel 4, lid 4.2.2, aanhef en onder c, van de planregels. [appellant] woont aan de [locatie] in Dordrecht. Zijn perceel grenst aan het perceel en hij kijkt vanuit de achterzijde van zijn woning tegen de achtergevel van de bedrijfsruimte aan, die tot op zijn perceelsgrens is voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4419
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402095/1/R3

202402336/1/R3

Bij besluit van 9 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan Harcom Projectontwikkeling B.V. (Harcom) een omgevingsvergunning verleend. Op 13 juli 2021 heeft Harcom een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van drie bedrijfsverzamelgebouwen op het perceel Het Eeftink in Enschede. Het perceel grenst aan de westzijde aan Het Eeftink en aan de oostzijde aan de Gasfabriekstraat. Ten zuiden grenst het aan het perceel van [appellant] en andere, gelegen aan Eeftink-1, en aan de noordzijde aan Allglas Veldman. Het bouwplan voorziet in twee even grote gebouwen die parallel naast elkaar zijn gelegen tussen Het Eeftink en de Gasfabriekstraat (de gebouwen A en B), en een kleiner gebouw (gebouw C) dat is gesitueerd aan de kant van de Gasfabriekstraat. Tussen de gebouwen A en B is aan de kant van Het Eeftink een poort voorzien. [appellant] en andere betogen dat het college ten onrechte niet (kenbaar) heeft getoetst of aan alle in artikel 3, lid 3.4, van de planregels neergelegde zes algemene voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor afwijking van het aantal meters gevel dat in de gevellijn zou moeten worden gerealiseerd is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4406
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402336/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202402336/1/R3

202403009/1/A2

Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 18.572,66, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning toegekend. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de woning (onderhavige zaak 202403009/1/A2); 2. de afgewezen vergoeding voor de waardedaling van de woning (zaak 202403011/1/A2); 3. de beslissing om de woning in aanmerking te laten komen voor een beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403017/1/A2); en de daaropvolgende 4. feitelijke toevoeging van het adres van de woning aan het Lokaal Plan van Aanpak ten behoeve van de uitvoering van de inhoudelijke beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403015/1/A2). Deze uitspraak gaat over de beoordeling van de fysieke mijnbouwschade en de vraag of [appellant] recht heeft op een hogere schadevergoeding dan is toegekend door de rechtbank (€ 29.246,38). De Afdeling doet vandaag ook uitspraak in de drie andere in nummer 1 genoemde zaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4414
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403009/1/A2

202403015/1/A2

Bij mutatie van 10 maart 2022 heeft de Lokale Stuurgroep (LSG) het adres van de woning van [appellant A] toegevoegd aan de werkvoorraad van het Lokaal Plan van Aanpak (LPA) van de gemeente Groningen. Bij besluit van 17 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het door [appellant A] daartegen gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling heeft op de zitting van 12 juni 2026 vier door [appellant A] aanhangig gemaakte zaken behandeld. De vier zaken gaan over: 1. de fysieke mijnbouwschade aan de woning (zaak 202403009/1/A2); 2. de afgewezen vergoeding voor de waardedaling van de woning (zaak 202403011/1/A2); 3. de beslissing om de woning in aanmerking te laten komen voor een beoordeling aan de veiligheidsnorm (zaak 202403017/1/A2); en de daaropvolgende 4. feitelijke toevoeging van het adres van de woning aan het LPA ten behoeve van de uitvoering van de inhoudelijke beoordeling aan de veiligheidsnorm (onderhavige zaak 202403015/1/A2). Deze uitspraak gaat over de feitelijke toevoeging van de woning aan de werkvoorraad van het LPA ten behoeve van de uitvoering van de inhoudelijke beoordeling aan de veiligheidsnorm. De Afdeling doet vandaag ook uitspraak in de drie andere in nummer 1 genoemde zaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4417
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403015/1/A2

202403626/1/R3

Bij besluit van 24 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om aan [appellanten] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van kunstriet op het dak van hun woning aan het [locatie A] in Den Haag. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan [locatie A] in Den Haag. Zij hebben op 6 juli 2021 vanwege aanhoudende lekkages een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het plaatsen van kunstriet op het dak van hun woning. Het college heeft deze aanvraag afgewezen, omdat de plaatsing van kunstriet niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Het college heeft dit besluit na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft het hiertegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellanten] kunnen zich met het oordeel van de rechtbank niet verenigen en hebben hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4439
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403626/1/R3

202404933/1/R1

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Terneuzen het bestemmingsplan "Terneuzen Centrum, Nieuwstraat-Arsenaalstraat" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van twee woonblokken met maximaal 77 appartementen en een hotel met 100 hotelkamers mogelijk op de locatie van het zogenaamde ‘ABC-complex’ in Terneuzen. De voorziene appartementengebouwen grenzen aan de Burgemeester Geillstraat, de Arsenaalstraat en aan de Nieuwstraat. Het voorziene hotel grenst aan de Nieuwstraat en de Noordstraat. Aannemersbedrijf Van der Poel Terneuzen B.V. is de ontwikkelaar van het project. In het plangebied was voorheen detailhandel en horeca gevestigd. Nu is er veel leegstand. Het revitaliseren en herstructureren van de Nieuwstraat en het ABC-complex is volgens de plantoelichting één van de meest urgente opgaven in de binnenstad. [appellant sub 2B] en [appellant sub 2A], RH Beheer B.V., RVK Beheer B.V., en [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn het niet eens met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4405
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202404933/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202404933/1/R1

202404953/1/R3

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Hardenberg het bestemmingsplan "[locatie A], Schuinesloot" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om drie woningen te realiseren op het perceel [locatie A] en het daarnaast gelegen nog ongenummerde perceel in Schuinesloot. Twee woningen worden gerealiseerd in een bestaande kapel. Daarnaast voorziet het plan in de bouw van een vrijstaande nieuwbouwwoning naast de kapel op het huidige parkeerterrein. [partij] is initiatiefnemer van het plan. [appellante] woont op het aangrenzende perceel [locatie B] en kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan, voor zover dat de bouw van een nieuwe woning op het bestaande parkeerterrein bij de kapel mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4418
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202404953/1/R3

202406199/1/R1 en 202500794/1/R1

Bij besluit van 23 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie A] in Zaandam, afgewezen. [appellanten sub 2] wonen aan de [locatie A] in Zaandam. [appellant sub 1] woont in de woning ernaast, aan de [locatie B]. De woningen bestaan oorspronkelijk uit twee bouwlagen, namelijk de begane grond en de eerste verdieping. Niet in geschil is dat de woningscheidende muur op de begane grond en de eerste verdieping mandelig is. Bij besluit van 7 september 2005 heeft het college aan [appellanten sub 2] een bouwvergunning verleend voor de bouw van een dakopbouw als tweede verdieping op hun woning. [appellant sub 1] woonde toen al in de woning ernaast. Deze dakopbouw is in 2006 gebouwd. [appellant sub 1] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op haar perceel. Een toezichthouder van de gemeente Zaanstad heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek op 21 oktober 2022 een controle uitgevoerd en heeft geconstateerd dat de dakopbouw in afwijking van de verleende bouwvergunning is gebouwd. De bouwvergunning staat toe om te bouwen op de scheidende mandelige muur. De daarop gebouwde zijmuur van de dakopbouw steekt echter 3 cm over de mandelige muur uit en is in zoverre over de gehele diepte van de woning op het dak van [appellant sub 1] gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4448
Datum uitspraak
29 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202406199/1/R1 en 202500794/1/R1
vorige pagina12345...11.834volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon