Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300892/2/R2

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het bestemmingsplan "Waalwijk, Sint-Clemenskerk" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk in en om de Sint-Clemenskerk in Waalwijk (hierna: de kerk) en ter plaatse van de pastorie van de kerk in totaal 83 appartementen te realiseren, waarvan maximaal 46 zorgwoningen, en daarnaast maximaal 37 woningen. De kerk is niet meer als zodanig is gebruik en is een rijksmonument. De initiatiefnemer wil in de kerk 17 koopappartementen realiseren en op de plek van de pastorie, die de initiatiefnemer wil slopen en herbouwen, 6 koopappartementen. Bij de kerk wil de initiatiefnemer verder nieuwbouw realiseren, met ruimte voor 14 reguliere koopappartementen en 46 zorgwoningen. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Waalwijk, naast het plangebied. Hij komt op tegen het plan omdat het grote aantal beoogde appartementen en parkeerplaatsen volgens hem leidt tot geluids-, parkeer- en verkeeroverlast en tot onevenredige aantasting van het openbaar groen. Ook vreest hij dat de ruimte zo krap wordt dat hij niet meer goed gebruik kan maken van de uitrit bij zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1598
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300892/2/R2

202301705/1/V3

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1610
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301705/1/V3

202301932/1/V3

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1669
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301932/1/V3

202302035/2/V1

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1611
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302035/2/V1

202302115/2/V2

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1609
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302115/2/V2

202302188/2/V2

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1613
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302188/2/V2

202302238/2/V2

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1747
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302238/2/V2

202302297/1/V1 en 202302297/2/V1

Bij besluiten van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar en haar dochters een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en een aanvraag van de vreemdeling om haar zoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1621
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302297/1/V1 en 202302297/2/V1

202302344/2/V1

Bij besluit van 14 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1623
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302344/2/V1

202302359/2/V2

Bij besluit van 13 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1672
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302359/2/V2

202302447/1/V2 en 202302447/2/V2

Bij besluit van 18 november 2022, aangevuld op 13 maart 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1671
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302447/1/V2 en 202302447/2/V2

202302460/2/V1

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1614
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302460/2/V1

202302639/2/V2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1670
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302639/2/V2

201807846/4/R1

Bij tussenuitspraak van 20 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1263, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Haarlemmermeer opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken te herstellen in het besluit van 19 juli 2018 tot vaststelling van het exploitatieplan "Badhoevedorp De Veldpost". De Afdeling heeft in de tussenuitspraak gebreken geconstateerd in het bestreden besluit van 19 juli 2018 tot vaststelling van het exploitatieplan "Badhoevedorp De Veldpost". Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad met het herstelbesluit van 5 november 2020 het exploitatieplan in gewijzigde vorm opnieuw vastgesteld en nader onderbouwd. Dit herstel heeft betrekking op twee onderdelen. De gebreken die in de tussenuitspraak onder 14.2 en 14.3 zijn benoemd, gaan over de taxatie van de inbrengwaarde van de gronden van Kennemerland Beheer. Op dit punt heeft de raad het exploitatieplan nader onderbouwd met een aanvulling op het taxatierapport.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1639
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak201807846/4/R1

202005176/1/A3

Bij besluit van 11 maart 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [appellant] een vergunning verleend voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in de Woonschepenhaven in Groningen. Deze zaak gaat over een ligplaatsvergunning die het college aanvankelijk aan [appellant] heeft verleend om aan de [locatie 1] ligplaats in te nemen met een woonschip met een lengte van 20 meter, een breedte van 5,1 meter en een hoogte van 5 meter, waarin vier zelfstandige appartementen zijn ondergebracht. [partij] is eigenaar en bewoner van een woonschip dat ligplaats heeft aan de [locatie 2], direct naast het schip waarvoor de vergunning is verleend. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 15 november 2018 heeft het college de ligplaatsvergunning alsnog geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1656
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202005176/1/A3

202006688/1/A2

Bij besluit van 10 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan [appellante] een boete van € 4.000,00 opgelegd. [appellante] exploiteert een kindercentrum op het adres [locatie 1] te Gouda. Het college heeft van de Dienst Uitvoering Onderwijs een melding ontvangen dat [persoon], die in de basisregistratie personen staat ingeschreven op hetzelfde adres als het kindercentrum, niet met een verklaring omtrent het gedrag is ingeschreven in het Personenregister Kinderopvang (hierna: PRK) en is gekoppeld aan [appellante]. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake was van een overtreding van artikel 1.50, derde lid, aanhef en onder e, van de Wko. Volgens [appellante] is de rechtbank voorbij gegaan aan het uitgangspunt dat wezen voor schijn gaat. Het pand is gesplitst in een boven- en een benedenverdieping. De benedenverdieping heeft huisnummer [locatie 1] en daar is het kindercentrum gevestigd. De bovenverdieping met huisnummer [locatie 2] is de privéwoning van de vennoten van [appellante] en [persoon].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1648
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202006688/1/A2

202101868/1/A3

Bij besluit van 20 juli 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om een ontheffing voor airsoftapparaten afgewezen. Airsoft is een tactische schietsport, bestaande uit drie disciplines: het schieten als team tegen een ander team, het volgen van een parcours en het schieten op een kaart. Bij de airsoftsport wordt gebruik gemaakt van airsoftapparaten, die biologisch afbreekbare balletjes afschieten en sprekende gelijkenis vertonen met echte wapens. [appellant] wil de Airsoftsport beoefenen en airsoftapparaten verzamelen. Daarom heeft hij ontheffing gevraagd van het in artikel 13 van de Wet wapens en munitie opgenomen verbod tot het voorhanden hebben, vervoeren, dragen, doen binnenkomen en doen uitgaan van airsoftapparaten. Artikel 4 van de Wwm geeft de minister de bevoegdheid vrijstelling of ontheffing van dat verbod te verlenen voor het beoefenen van de airsoftsport en voor het verzamelen van airsoftapparaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1625
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202101868/1/A3

202102955/1/A3

Bij besluit van 27 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam Deliverbro’s een last onder dwangsom opgelegd. Deliverbro’s is een bedrijf dat lachgas aan particulieren en bedrijven verkoopt. Omdat in de zomer van 2019 volgens de gemeente veel overlast van lachgasverkopers was, heeft het college Deliverbro’s gesommeerd om te stoppen met de verkoop van lachgas. Het college heeft Deliverbro’s een totaalbedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen opgelegd en heeft deze dwangsommen ingevorderd. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat Deliverbro’s het verbod op venten zoals omschreven in de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten heeft overtreden, aangezien zij geen vergunning hiervoor had. Ook heeft het college aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat Deliverbro’s voor ontoelaatbare hinder heeft gezorgd, omdat het opblazen en het uiteenspatten van lachgasbalonnen veel lawaai maakt. Daarmee heeft zij artikel 5.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1653
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202102955/1/A3

202103040/1/R4

Bij besluit van 14 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor onder meer het uitbreiden van de activiteiten van haar bedrijf aan de [locatie] in Beesd met het houden van opfokgeiten. [appellante] exploiteert een bedrijf aan de [locatie] in Beesd waar rundvee en vleeseenden worden gehouden. Zij wenst in plaats van een deel van de vleeseenden, opfokgeiten te houden. Zij heeft daarvoor op 19 december 2017 een melding gedaan, zoals bedoeld in artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op 30 mei 2018 heeft zij een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor onder meer het houden van zeshonderd geiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1660
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202103040/1/R4

202103585/1/R2

Bij besluit van 20 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een hekwerk in afwijking van de bestemmingsplannen "Buitengebied" en "Buitengebied; Herziening 2017" op het perceel [locatie 1] in Son en Breugel. De omgevingsvergunning ziet op het plaatsen van een hekwerk met een hoogte van 1,80 meter rondom het perceel en tussen de verschillende weides. Het hekwerk is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan aangezien voor de bestemming "Agrarisch met waarden -1" een hekwerk met een hoogte van maximaal 1,50 meter is toegestaan. De vergunning is verleend met toepassing van een zogenoemde "binnenplanse afwijkingsbevoegdheid". Het college heeft de omgevingsvergunning verleend omdat volgens het college aan de vereisten van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit artikel 4.3.3 van de planregels is voldaan. [appellant] is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Hij vreest onder meer dat zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast omdat door het hekwerk zijn uitzicht wordt belemmerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1651
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103585/1/R2

202104013/1/R3

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een erfafscheiding, een veranda en een berging op het perceel aan de [locatie 1] in Winsum. Het college heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] volgens hem geen belanghebbende is bij het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college dit terecht heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1627
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104013/1/R3

202104143/3/R1

Bij tussenuitspraak van 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2683 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad opgedragen binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 22 april 2021 waarbij het bestemmingsplan "Zeeburgereiland Bedrijvenstrook" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 14 september 2022 onder 5.3 overwogen dat van de kant van de gemeente stellig de indruk is gewekt dat het definitieve recyclepunt, dat wordt voorzien met voorliggend bestemmingsplan, geheel of gedeeltelijk overdekt zou worden uitgevoerd. De raad heeft dit ten onrechte niet betrokken bij de belangenafweging die de raad voor de vaststelling van het bestemmingsplan heeft moeten maken. Hij heeft in dit opzicht niet mogen volstaan met de overweging dat het overdekken van het definitieve recyclepunt door milieuregels niet wordt verplicht. Het besluit van 22 april 2021 is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid, aldus de Afdeling in de tussenuitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1626
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202104143/3/R1

202104459/1/R1

Bij besluit van 22 oktober 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe ingestemd met het evaluatieverslag van de bodemsanering die is uitgevoerd op het perceel aan de [locatie] in Zuidwolde (hierna: het perceel). Op de locatie is een historische verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en in het grondwater ontstaan als gevolg van voormalige bedrijfsactiviteiten. In het verleden was op de locatie het tankstation van het [autobedrijf] gevestigd. Voor de sanering van de bodemverontreiniging heeft [appellant] zich aangemeld bij Stichting Subat. Stichting Subat is sinds oktober 2018 onderdeel van Stichting Bodembeheer Nederland (hierna samen en in enkelvoud: SBN). Vervolgens zijn in opdracht van SBN, meerdere (pogingen tot) sanering uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1665
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202104459/1/R1

202104708/1/A2

Bij besluit van 27 februari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een eerder vastgestelde vergoeding ingetrokken. [appellant] heeft rechtsbijstand verleend aan een rechtzoekende in een civielrechtelijke procedure over de verkoop van een tweedehandsauto door de rechtzoekende aan een Duitse wederpartij. Deze wederpartij wilde de koopovereenkomst ontbinden. [appellant] heeft een toevoeging aangevraagd voor het instellen van hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 22 augustus 2017 waarbij de koopovereenkomst is ontbonden en de rechtzoekende onder meer is veroordeeld tot het terugbetalen van de koopsom aan de wederpartij. De raad heeft de toevoeging verleend en een vergoeding op die toevoeging vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1662
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202104708/1/A2

202104904/1/R3

Bij besluit van 29 april 2021 heeft de raad van de gemeente Oegstgeest het bestemmingsplan "Poelgeest" gewijzigd vastgesteld. De gemeenteraad heeft het plan "Poelgeest" bij besluit van 20 april 2017 vastgesteld. Bij besluit van 22 november 2018 heeft de raad ter uitvoering van een tussenuitspraak van de Afdeling van 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2017:2507, het bestemmingsplan "Poelgeest" gewijzigd vastgesteld. Dit besluit is na de einduitspraak van de Afdeling van 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4093, onherroepelijk geworden. De raad heeft het plan "Poelgeest" opnieuw gewijzigd vastgesteld bij besluit van 29 april 2021 en heeft het volledige gewijzigde plan opnieuw gepubliceerd. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de komst van de brug en hebben daarom beroep ingesteld tegen het gewijzigd vastgestelde plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1657
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202104904/1/R3

202105049/1/A3

Bij besluit van 4 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [wederpartij] per 22 maart 2019 uitgeschreven uit de Basisregistratie personen (hierna: Brp). Bij besluit van 10 januari 2020 heeft het college de aangifte van [wederpartij] om haar opnieuw in te schrijven geweigerd. Het college heeft bij besluit van 4 oktober 2019 [wederpartij] per 22 maart 2019 uitgeschreven uit de Brp en deze uitschrijving bij besluit van 2 maart 2020 in bezwaar gehandhaafd. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat het college verschillende onaangekondigde huisbezoeken aan het adres heeft afgelegd waarbij [wederpartij] niet is aangetroffen. Volgens het college heeft [wederpartij] niet aannemelijk gemaakt dat zij op deze dagen aan het werk was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1658
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202105049/1/A3

202105483/1/R3

Bij brief van 14 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan LidL Nederland GmbH een van rechtswege verleende omgevingsvergunning bekendgemaakt voor het veranderen van de winkel aan de Torenstraat 132A te Den Haag. BMI Vastgoed B.V. is eigenaar van het pand. BMI Vastgoed B.V. heeft een overeenkomst gesloten met Lidl Nederland GmbH voor de verhuur van het pand. Lidl Nederland GmbH heeft op 5 juli 2019 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van het pand en voor het geschikt maken van de straat voor laad- en losactiviteiten. De aanvraag ziet meer specifiek op het veranderen van de gevel, het plaatsen van vier reclame-uitingen, het plaatsen van nietjes en het plaatselijke ophogen en afvlakken van het straatwerk. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak geconcludeerd dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Westeinde", de redelijke eisen van welstand en het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren. De rechtbank heeft daarom het beroep van BMI Vastgoed B.V. en Lidl Nederland GmbH tegen het besluit van 13 mei 2020 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1630
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105483/1/R3

202105574/3/R1

Bij tussenuitspraak van 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:283, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Diemen opgedragen om binnen acht weken na verzending van die tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 8 juli 2021 te herstellen en een eventueel nieuw of gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en de uitkomst aan de Afdeling en de Buurtgroep mede te delen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling vastgesteld dat voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan geen verkeersbesluit is genomen tot het instellen van een maximumsnelheid van 30 km/uur op de weg. In verband daarmee mocht de raad er bij de vaststelling van het plan niet van uitgaan dat die maximumsnelheid daadwerkelijk zou worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1628
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202105574/3/R1

202105575/1/A2

Bij besluit van 13 februari 2020 heeft de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de aan Payplaza verleende subsidie vastgesteld op € 72.673,00 en een bedrag van € 17.850,00 aan onverschuldigd betaalde voorschotten van Payplaza teruggevorderd. De minister heeft ter uitvoering van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlande zaken 2006 en met het oog op subsidiëring van activiteiten op het gebied van demonstratieprojecten, haalbaarheidsstudies en investeringsvoorbereidingsprojecten beleidsregels vastgesteld. Payplaza heeft op grond van de DHI-regeling subsidie aangevraagd voor het project "Cloud base Payment Management System". Bij besluit van 13 december 2016 heeft de minister aan Payplaza een subsidie verleend voor dit project tot een maximum van € 100.582,00. De minister heeft een voorschot van € 90.523,00 uitgekeerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1649
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202105575/1/A2

202105576/1/R4

Bij besluit van 7 juli 2021 hebben provinciale staten van Gelderland het inpassingsplan "Railterminal Gelderland" vastgesteld. Het plangebied beslaat een strook grond met een lengte van ongeveer 4 km die parallel aan de Betuweroute ligt, in de gemeente Overbetuwe. Het plan maakt de realisatie mogelijk van railterminal Gelderland en de ontsluitingsweg naar deze railterminal. Het plan voorziet ook in de landschappelijke inpassing van de railterminal en de aan te leggen ontsluitingsweg. Verder voorziet het plan in de verlegging van de Reethsestraat en in het aanpassen van de kruising Rijksweg Zuid/Reethsestraat. De railterminal bestaat uit drie sporen met een gedeeltelijke bovenleiding, die aansluiten op de spoorbundels van het CUP. Er kan vanuit het westen (Rotterdam) en vanuit het oosten (Duitsland) worden binnengereden. Naast de sporen is voorzien in een kraanbaan voor elektrische portaalkranen, in verharding voor de opslag van laadeenheden en in de noodzakelijke overige voorzieningen zoals een poortgebouw, hekwerken met poorten en lichtmasten. De railterminal wordt via het CUP aangesloten op de Betuweroute.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1664
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • Natuurbescherming
  • RO - Geluid
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202105576/1/R4

202105813/1/R4

Bij besluit van 15 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan SOM II VOF een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het voormalig kloostergebouw aan de Deken Roesstraat 13 in Utrecht tot een wooncomplex met 15 appartementen. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het kloostergebouw en zijn het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij vrezen onder meer voor parkeeroverlast en wensen dat de oorspronkelijke veranda aan de achterzijde van het kloostergebouw behouden blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1642
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105813/1/R4

202106183/1/R2

Bij besluit van 1 oktober 2019, gewijzigd bij besluiten van 16 december 2019 en 7 januari 2020, heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden besloten over te gaan tot invordering van € 9.000,00 aan verbeurde dwangsommen bij [overledene] in verband met het niet voldoen aan een last onder dwangsom van 30 november 2017 tot onder meer het verwijderen van een technische ruimte en een aanbouw aan de woning op het perceel [locatie 1] te Reusel. Bij besluit van 25 oktober 2012 heeft het college de verleende omgevingsvergunning gewijzigd door daaraan een voorschrift te verbinden, waarin is bepaald welke overtollige bijgebouwen op het perceel moeten worden gesloopt alvorens de langgevelboerderij mag worden gesplitst en dat de te slopen bijgebouwen niet mogen worden herbouwd. De rechtbank heeft onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466, geoordeeld dat er geen sprake is van een uitzonderlijk geval waarbij evident is dat er geen overtreding heeft plaatsgevonden en van invordering van de dwangsom kan worden afgezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1650
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106183/1/R2

202106342/1/R4

Bij besluit van 1 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein ten behoeve van het bestemmingsplan "Binnenstad (City) Nieuwegein" hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 14 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Nieuwegein het bestemmingsplan "Binnenstad (City) Nieuwegein" vastgesteld Bestemmingsplan "Binnenstad (City) Nieuwegein" heeft betrekking op een deel van de binnenstad van Nieuwegein. Het plan voorziet enerzijds in een planologische verankering van de bestaande situatie, waaronder een deel van de binnenstad dat al gereed is. Zoals het theater De Kom, het stadhuis, het winkelplein rondom Raadstede en de Markt. Anderzijds maakt dit plan op vier locaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De (her)ontwikkeling van de binnenstad van Nieuwegein wordt mede mogelijk gemaakt door vier andere recent vastgestelde bestemmingsplannen, deze gaan over niet-bestemde 'gaten' in het plangebied. Het gaat om bestemmingsplannen "Stationsgebied en Blok B1", "Doorslagzone", "HN-locatie" en "Binnenstad (City) Nieuwegein - Erfstede".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1632
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202106342/1/R4

202108181/1/R4

Bij besluit van 18 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht geweigerd [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van een waterpartij op het perceel aan de [locatie] in Nieuwer Ter Aa. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Nieuwer Ter Aa (hierna: het perceel) en exploiteert daar onder meer een kampeerterrein. Hij wil op het perceel een waterpartij aanleggen, door hem aangeduid als een poel, van ongeveer 12 m breed, 28 m lang en 1,5 m diep, en heeft hiervoor een aanvraag om omgevingsvergunning gedaan. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen, omdat volgens het college de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden van het gebied onevenredig worden aangetast door de waterpartij. Nadat het college dat nader heeft gemotiveerd in het besluit van 15 juni 2021, heeft de rechtbank geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning om die reden heeft mogen weigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1663
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202108181/1/R4

202200237/1/R4

Bij besluit van 24 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe geweigerd aan MDE een omgevingsvergunning te verlenen voor een tijdelijk bouwwerk op het perceel Wijenburgsestraat 6 te Echteld. MDE heeft op het perceel een tijdelijk bouwwerk gebouwd dat wordt gebruikt voor de opslag van haar bedrijf dat zich bezighoudt met landbouwmechanisatie. Ter legalisatie van het bouwwerk heeft MDE een tijdelijke omgevingsvergunning aangevraagd. In de aanvraag wordt een periode van twee jaar genoemd voor de tijd dat het bouwwerk op het perceel staat. Later heeft MDE deze periode aangepast naar vijf jaar, waarna het college de aanvraag heeft opgevat als een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor een periode van vijf jaar. Bij besluit van 24 december 2018 heeft het college geweigerd de omgevingsvergunning aan MDE te verlenen. Bij besluit van 27 juni 2019 heeft het college het door MDE daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1659
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200237/1/R4

202201029/1/R4

Bij besluit van 25 november 2021 heeft raad van de gemeente Nieuwegein het bestemmingsplan "Binnenstad (City) Nieuwegein - Erfstede" vastgesteld. Er is geen exploitatieplan vastgesteld. Het nu voorliggende plan heeft betrekking op het gebied Erfstede, dat dus aanvankelijk onderdeel was van het ontwerp van het bestemmingsplan "Binnenstad (City) Nieuwegein". Het plan is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. [appellant sub 1] woont in de buurt van het plangebied en richt zich met haar beroep tegen het bestemmingsplan, omdat zij benadeling vreest van haar woon- en leefklimaat. Daarna komen de beroepen van [appellant sub 2] en Bourmana aan de orde. Beiden zijn eigenaren van gronden in het plangebied. Zij vinden onder meer dat de raad ten onrechte geen exploitatieplan heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1652
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202201029/1/R4

202201146/1/R2

Bij besluit van 29 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne geweigerd om handhavend op te treden tegen een bijgebouw aan de [locatie] te Deurne. [wederpartij] heeft bij het college, ontvangen op 28 november 2018, een verzoek tot handhaving ingediend. Dit verzoek betreft de bouw van een bijgebouw op het perceel en het exploiteren van een garagebedrijf op het perceel. Het college heeft het verzoek tot handhaving bij besluit van 29 januari 2019 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1646
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201146/1/R2

202201156/1/R2

Bij besluit van 7 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van een garage op het perceel [locatie] te Deurne. [partij] is eigenaar van het perceel en heeft zonder omgevingsvergunning de garage op het perceel vergroot. Op 20 augustus 2019 heeft [partij] een legaliserende omgevingsvergunning aangevraagd. Het perceel valt onder de beheersverordening "Houtenhoek/Schutsboom - de Romein" en heeft de bestemming "Woongebied" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie gematigd". Ingevolge artikel 10.2.3, onder g, van de regels van de beheersverordening mag de goothoogte van de garage niet meer dan 3.20 m bedragen. De omgevingsvergunning is verleend met gebruikmaking van de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 17, onder a, van de regels van de beheersverordening, gelezen in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de activiteiten "bouwen" en "het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een beheersverordening".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1509
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201156/1/R2

202201477/1/A2

Bij besluit van 23 juli 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag van [wederpartij] over 2020 herzien en met ingang van 1 januari 2020 vastgesteld op nihil. [wederpartij] huurde vanaf 1 mei 2014 een chalet op de [chalet] te Steenbergen. Het chalet staat op het terrein van camping Panda Rosa. Dat terrein heeft volgens het bestemmingsplan ‘Kampeerterreinen in Noorderveld’ de bestemming ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie 3’ en volgens de toelichting staat die bestemming permanente bewoning van het chalet niet toe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1635
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202201477/1/A2

202201643/1/A2

Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen het pand aan de Amsterdamseweg 484-488 in Amstelveen aangewezen als gemeentelijk monument. MSolutions was sinds 2016 in gesprek met het college over de herontwikkeling van een gebouw met een garage, werkplaatsen en twee bovenhuizen aan de Amsterdamseweg 484-488 in Amstelveen (hierna: het pand). MSolutions is in juni 2017 eigenaar geworden van het pand. Op 27 maart 2017 heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geadviseerd om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het college heeft de procedure om het pand aan te wijzen als monument op verzoek van MSolutions tijdelijk aangehouden om MSolutions in de gelegenheid te stellen om met een passend plan voor de herontwikkeling van het pand te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1643
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202201643/1/A2

202202083/1/A2

Bij besluit van 21 november 2019 heeft de de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellant] op kinderopvangtoeslag voor het jaar 2019 vastgesteld op € 0,00. [appellant] heeft voor zijn dochter, [dochter], op 30 augustus 2019 kinderopvangtoeslag aangevraagd voor dagopvang bij [kinderopvangcentrum], met ingang van 1 mei 2019. Op 21 september 2019 heeft de dienst aan [appellant] een voorschot kinderopvangtoeslag 2019 toegekend van € 3.119,00. Het voorschot is gebaseerd op 146 uur dagopvang, tegen het maximale uurtarief van € 8,02 per uur, voor de periode vanaf 1 mei 2019. [dochter] is op [geboortedatum] 2019 vier jaar geworden. De dienst heeft het recht van [appellant] op kinderopvangtoeslag voor het jaar 2019 bij het besluit van 21 november 2019 herzien en vastgesteld op € 0,00. De dienst heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] de door de dienst herhaaldelijk gevraagde gegevens over voor [dochter] afgenomen buitenschoolse opvang vanaf 1 mei 2019 niet heeft aangeleverd. Als gevolg hiervan wordt het reeds uitbetaalde voorschot van € 2.730,00 teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1624
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202202083/1/A2

202203112/1/A2

Bij besluit van 29 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een eerdere definitief berekende zorgtoeslag voor [overledene] over 2014 aangepast en vastgesteld op € 1.655,00. De erven van [overledene] hebben daartegen beroep ingesteld. Zij hebben aangevoerd dat de hoogte van het inkomen van [overledene] nog niet definitief vaststaat, omdat daarover nog procedures lopen bij de inspecteur van de Belastingdienst. Daarom kon de zorgtoeslag over 2014 volgens hen niet definitief worden vastgesteld. Ook hebben zij aangevoerd dat zij in de bezwaarfase alle stukken die ten grondslag hebben gelegen aan het besluit van 29 mei 2020 hebben opgevraagd, maar niet alle stukken hebben gekregen. Zij hadden ook verzocht om gehoord te worden in bezwaar, maar zijn daartoe niet in de gelegenheid gesteld. Volgens de erven van [overledene] heeft de Belastingdienst/Toeslagen hiermee in strijd gehandeld met de wettelijke regels van de Algemene wet bestuursrecht en zijn hun rechten in de bezwaarfase geschonden. Hierdoor is sprake van een premature uitspraak op het bezwaar. De rechtbank is de erven van [overledene] hierin niet gevolgd en heeft het beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1661
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202203112/1/A2

202203685/1/A2

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellant] op huurtoeslag over 2019 definitief vastgesteld op nihil en € 2.847,00 aan te veel uitbetaalde voorschotten van hem teruggevorderd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het recht van [appellant] op huurtoeslag over 2019 op nihil gesteld, omdat het gezamenlijke inkomen van [appellant], zijn partner en zijn in 2019 thuiswonende zoon die is aangemerkt als medebewoner, te hoog is om huurtoeslag toe te kennen. Volgens [appellant] woonde zijn zoon thuis bij hem, omdat [appellant] een verzorgingsbehoefte heeft. Als de verzorgingsbehoefte blijkt uit een indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg dan kan het inkomen van de zoon bij het bepalen van het recht van [appellant] op huurtoeslag buiten beschouwing blijven. [appellant] heeft geen indicatiebesluit van het CIZ overgelegd. Daarom heeft de Belastingdienst/Toeslagen het inkomen van de zoon niet buiten beschouwing gelaten. [appellant] is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1633
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202203685/1/A2

202204012/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellante] te kennen gegeven dat zij een onderzoek naar haar rijgeschiktheid moet laten doen. Deze zaak gaat over de vraag of het CBR [appellante] een onderzoek naar haar rijgeschiktheid mocht opleggen op basis van een mededeling van de politie. Volgens de mededeling van de politie, eenheid Rotterdam district Rijnmond-Noord, van 19 januari 2021 en het daarbij gevoegde mutatierapport van de betrokken politieagenten, heeft [appellante] op die dag haar gordel op onjuiste wijze gedragen, een volgteken van de politie genegeerd en haar rijbewijs niet op de eerste vordering overhandigd. Ook is zij de politieauto niet gevolgd van de vluchtstrook, waar zij uiteindelijk was gestopt, naar de eerstvolgende afslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1636
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202204012/1/A2

202204066/1/A2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen verschillende verkeersmaatregelen medegedeeld om de Eeuwigelaan in Bergen te reconstrueren (hierna: het verkeersbesluit). Deze zaak gaat over de vraag of het verkeersbesluit zorgvuldig tot stand is gekomen en evenredig is. De Eeuwigelaan is een verbindingsweg tussen Bergen aan Zee en het centrum van Bergen, Alkmaar en verder. Volgens het verkeersbesluit is deze weg met name in de zomerperiode een veelgebruikte fietsverbinding. De in dat besluit genoemde maatregelen komen er in hoofdzaak op neer dat het bestaande aan de zuidzijde gelegen voetpad en aan de noordzijde gelegen fietspad met tweerichtingsverkeer worden opgeheven en worden vervangen door fietspaden met éénrichtingsverkeer aan beide zijden van de Eeuwigelaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1629
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202204066/1/A2

202205090/1/A2

Bij besluit van 20 oktober 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] rijgeschikt verklaard tot en met 7 november 2022. Deze zaak gaat over de vraag of [appellant] opnieuw rijexamen moet doen om een rijbewijs te krijgen, nu hij bij het besluit van 20 oktober 2021 rijgeschikt is verklaard. Het rijbewijs van [appellant] heeft op 17 augustus 2018 zijn geldigheid verloren, omdat hij binnen vijf jaar twee maal is veroordeeld voor een alcoholgerelateerd verkeersdelict. Om een nieuw rijbewijs te krijgen, heeft hij bij het CBR een verklaring van geschiktheid aangevraagd voor de rijbewijscategorieën B, BE en T. Omdat [appellant] bekend is met alcoholmisbruik in het verleden, heeft het CBR hem verwezen naar een arts voor een keuring. Het CBR heeft het advies van de arts om [appellant] rijgeschikt te verklaren voor de duur van een jaar gevolgd, en dat bij het besluit van 20 oktober 2021 aan hem medegedeeld. In dat besluit staat ook dat dit betekent dat [appellant] een rijexamen kan aanvragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1634
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205090/1/A2

202205442/1/A2

Bij besluit van 31 december 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen definitief vastgesteld dat [appellant] over het jaar 2019 geen aanspraak heeft op huurtoeslag en een bedrag van € 3.990,00 aan al uitbetaalde voorschotten van hem teruggevorderd. [appellant] voert verder aan dat de rechtbank een verkeerde uitspraak heeft gedaan omdat de rechtbank heeft overwogen dat zijn betoogt slaagt, maar hem vervolgens niet in het gelijk heeft gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1637
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202205442/1/A2

202205513/1/A2

Bij besluiten van 9 oktober 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag over de jaren 2015 tot en met 2019 en de zorgtoeslag over de jaren 2017 tot en met 2019 herzien en vastgesteld op nihil. Ook heeft de dienst de te veel betaalde huur- en zorgtoeslag teruggevorderd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de huurtoeslag voor [appellant] over 2015 tot en met 2019 en de zorgtoeslag over 2017 tot en met 2019 herzien en op nihil vastgesteld. Daaraan heeft de dienst ten grondslag gelegd dat uit de inkomensgegevens van de inspecteur van de Belastingdienst is gebleken dat [appellant] vermogen in Spanje heeft, dat vermogen boven de vermogensgrens uitkomt en dat hij voordeel uit sparen en beleggen heeft. Ook heeft de dienst de te veel betaalde huur- en zorgtoeslag teruggevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1638
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202205513/1/A2

202207256/1/R4

Stichting CORE heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift van 22 september 2021, gericht tegen de afwijzing van 13 september 2021 van haar verzoek om toestemming voor het vervoer van huis-, tuin- en grofvuil. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift niet binnen de bezwaartermijn is ontvangen. De Afdeling is echter van oordeel dat Stichting CORE aannemelijk heeft gemaakt dat zij het bezwaarschrift binnen de daarvoor geldende termijn heeft ingediend. Zij heeft in dat verband een verzendbewijs van aangetekende verzending overgelegd. De Afdeling acht, gelet op de datum van verzending zoals volgt uit het verzendbewijs, te weten 23 september 2021, ook aannemelijk dat het college het bezwaarschrift binnen de bezwaartermijn heeft ontvangen. De enkele ontkenning van het college dat het bezwaarschrift niet is ontvangen acht de Afdeling onvoldoende voor een ander oordeel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1631
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202207256/1/R4

202207368/1/V1

Bij besluit van 28 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelt de Eritrese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2006. Op 28 januari 2022 is hij via Italië de Europese Unie ingereisd en op 1 maart 2022 heeft hij in Nederland een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft de aanvraag bij besluit van 28 november 2022 niet in behandeling genomen, omdat Italië ingevolge de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Deze uitspraak ziet op de vraag of de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling geen reëel risico loopt dat hij bij overdracht aan Italië in een situatie terechtkomt die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1654
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207368/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207368/1/V1

202300035/1/A2

Bij beslissing van 23 augustus 2022 heeft de onderwijscoördinator namens de decaan van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de Technische Universiteit Delft het verzoek van [appellant] om hem uitstel te geven van het bindend studieadvies afgewezen en hem een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Aerospace Engineering. [appellant] is in het studiejaar 2019-2020 begonnen met de opleiding. In dat jaar heeft hij 27 studiepunten behaald. Vervolgens heeft [appellant] twee keer - voor de studiejaren 2020-2021 en 2021-2022 - uitstel van het BSA gekregen vanwege persoonlijke omstandigheden. In het studiejaar 2020-2021 heeft hij 22 studiepunten behaald en in het studiejaar 2021-2022 heeft hij geen studiepunten behaald. In totaal heeft [appellant] 49 studiepunten van de propedeuse behaald. Daarmee voldeed hij niet aan de voor hem geldende studievoortgangsnorm van 60 studiepunten voor de propedeuse.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1641
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300035/1/A2

202300199/1/A2

Bij beslissing van 15 juni 2022 heeft een docent van de opleiding Mondzorgkunde van Hogeschool Inholland Amsterdam [appellante] laten weten dat zij voor de toets Patiëntenbehandeling het cijfer vier heeft behaald, omdat zij geen vier cliënten heeft afbehandeld (de kwantitatieve eis). [appellante] studeert Mondzorgkunde aan Hogeschool Inholland. Op 15 juni 2022 is haar eindbeoordeling van de toets Patiëntenbehandeling (de toets) vastgesteld. De toets bestaat uit kwantitatieve eisen en kwalitatieve eisen. Eén van de kwantitatieve eisen is dat [appellante] vier patiënten moet hebben afbehandeld. Omdat [appellante] niet heeft voldaan aan deze eis, is haar meegedeeld dat haar eindcijfer een vier is. [appellante] heeft bij de examencommissie een verzoek ingediend om van de kwantitatieve eis af te wijken. De examencommissie heeft dit verzoek op 6 juli 2022 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1640
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300199/1/A2

202300521/1/V1

Bij besluit van 9 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1990. Hij heeft tussen 2014 en 2018 asielaanvragen ingediend in Italië, Zwitserland en Oostenrijk. Op 2 juli 2022 heeft hij in Nederland een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft de aanvraag bij besluit van 9 december 2022 niet in behandeling genomen, omdat Italië ingevolge de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Deze uitspraak ziet op de vraag of de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling geen reëel risico loopt dat hij bij overdracht aan Italië in een situatie terechtkomt die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het EU Handvest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1655
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300521/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300521/1/V1

202300661/1/A2

Bij beslissing van 5 oktober 2022 heeft de examencommissie van de Erasmus Universiteit Rotterdam [appellante] een berisping opgelegd, de tentamens RR214, RR215, RR216 en RR217 ongeldig verklaard en haar tot 18 juli 2023 uitgesloten van het maken van tentamens van het curriculum van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid. Dit heeft de examencommissie gedaan, omdat [appellante] volgens haar heeft gefraudeerd. [appellante] heeft bij de tentamens die ongeldig zijn verklaard niet ingelogd via online proctoring en kon hierdoor samenwerken met een andere student. Volgens de examencommissie is dit samenwerken ook aangetoond. Daarnaast heeft zij bij het tentamen RR214 ongeoorloofde bronnen gebruikt bij de beantwoording. Ook bij het tentamen RR213 (burgerlijk procesrecht) heeft de examencommissie geconstateerd dat zij niet was ingelogd via online proctoring, maar dit tentamen is om een andere reden ongeldig verklaard. Over die laatste ongeldigverklaring gaat het niet in dit geschil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1647
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300661/1/A2

202300955/1/A2

Bij voorgenomen beslissing van 20 juli 2022, definitief geworden op 31 augustus 2022, heeft de directeur van Hogeschool Rotterdam Business School, namens het instellingsbestuur, [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de opleiding Finance, Tax and Advice. [appellante] heeft in haar tweede studiejaar een bnsa gekregen omdat zij te weinig studiepunten (ECTS) heeft gehaald. [appellante] heeft, na twee jaar studeren, 41 ECTS van haar propedeuse behaald, terwijl voor een positief bindend studieadvies 48 ECTS nodig zijn. Het college heeft allereerst geoordeeld dat door de directeur voldoende is onderbouwd waarom studiepunten uit de hoofdfase niet zijn meegenomen in de beoordeling. [appellante] is daar ook uitdrukkelijk op gewezen en heeft in verband daarmee het advies gekregen om zich vooral te richten op de tentamens van de propedeuse. Verder heeft het college geoordeeld dat [appellante] niet kan worden gevolgd in de stelling dat de directeur haar opnieuw een bindend studieadvies heeft gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1644
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300955/1/A2

202301181/1/A2

Bij beslissing van 12 oktober 2022 heeft de examencommissie van de Erasmus Universiteit Rotterdam [appellant] een berisping opgelegd, de tentamens RD216 en RR217 wegens fraude ongeldig verklaard en hem tot 18 juli 2023 uitgesloten van het maken van tentamens van het curriculum van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid. Dit heeft de examencommissie gedaan omdat [appellant] volgens haar heeft gefraudeerd. [appellant] heeft bij de tentamens die ongeldig zijn verklaard en bij de tentamens RD214 (staatsrecht) en RD215 (bestuursrecht) niet ingelogd via online proctoring en kon hierdoor samenwerken met een andere student. Volgens de examencommissie is dit samenwerken aangetoond. De tentamens RD214 en RD215 zijn op een andere grond ongeldig verklaard, namelijk omdat [appellant] hieraan zou hebben deelgenomen zonder daartoe gerechtigd te zijn. Over die ongeldigverklaring gaat het niet in dit geschil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1645
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202301181/1/A2

202302026/3/A3

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 april 2023, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. S.F.M. Wortmann (hierna: de staatsraad), als voorzieningenrechter belast met de behandeling van de zaak met nummer 202302026/2/A3. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat het handelen van de staatsraad in de aanloop naar en tijdens de zitting van 20 april 2023 bij hem de vrees hebben gewekt dat de staatsraad partijdig en vooringenomen is, waardoor geen sprake is van een eerlijk proces.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1666
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302026/3/A3

202104540/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling tegelijk verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1594
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104540/1/V1

202201830/1/V3

Bij besluit van 19 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1607
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202201830/1/V3

202205856/1/V1

Bij besluit van 2 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1606
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205856/1/V1

202205899/1/V1

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1603
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205899/1/V1

202205940/1/V3

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1601
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205940/1/V3

202206213/1/V1

Bij besluit van 14 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1604
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206213/1/V1

202206697/2/R3

Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Losser van 4 oktober 2022, waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied, partiele herziening Oldenzaalsestraat 135 Losser" is vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk dat er meer groepsaccommodaties binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1791
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206697/2/R3

202206791/2/R2

Bij besluit van 15 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van negentien bij haar in eigendom zijnde en de door haar gehuurde/in gebruik zijnde recreatiewoningen op Resort De Molenheide aan de Vijverweg 1-3 te Schijndel te (laten) beëindigen en beëindigd te (laten) houden door het illegaal huisvesten van arbeidsmigranten ter plaatse te staken. [verzoeker] verhuurt op het recreatiepark woonruimte aan arbeidsmigranten die werkzaam zijn bij aan haar gelieerde uitzendbureaus. Dit is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan "Landelijk gebied, herijking". Het college heeft daarom aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd wegens handelen in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht de besluiten van het college te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. Zij heeft erop gewezen dat het voldoen aan de last betekent dat zij moet overgaan tot ontruiming van de recreatiewoningen, wat tot onomkeerbare gevolgen leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1600
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206791/2/R2

202206842/2/R3

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het college het handhavingsverzoek van [partij A] tegen de activiteiten van [verzoeker] op het perceel [locatie 1] te Peize afgewezen. Bij besluit van 22 februari 2021 heeft het college [verzoeker] onder oplegging van dwangsommen gelast om - kort gezegd - de bedrijfsactiviteiten voor zijn hoveniersbedrijf op het perceel te staken en gestaakt te houden, omdat het gebruik van het perceel als hoveniersbedrijf in strijd is met het geldende planologische regime. Ook zijn onder meer de op het perceel gesitueerde sleufsilo's ten behoeve van het hoveniersbedrijf zonder omgevingsvergunning voor bouwen gebouwd en dienen verwijderd te worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1793
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206842/2/R3

202300990/1/V3

Bij besluit van 18 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1605
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300990/1/V3

202301618/2/V3

Bij besluit van 21 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1620
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301618/2/V3

202301794/2/V1.

Bij besluit van 13 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1602
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301794/2/V1.

202301946/2/V2

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1616
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301946/2/V2

202302042/1/V2 en 202302042/2/V2

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1599
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302042/1/V2 en 202302042/2/V2

202302177/2/V1

Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1608
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302177/2/V1

202302304/2/V3

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1617
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302304/2/V3

202302568/2/V1

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1615
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302568/2/V1

202302576/2/V1

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1618
Datum uitspraak
25 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302576/2/V1

202002631/4/R2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Goirle van de gemeente Goirle het bestemmingsplan "[locatie 1]" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van een pension voor maximaal 45 honden en 20 katten op het perceel [locatie 1]. Het plangebied ligt ten zuidwesten van de bebouwde kom van Riel, in het buitengebied. Aan gronden, gelegen in het noordelijke deel van het plangebied, is de bestemming "Bedrijf-Dierenpension" en de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - parkeerplaats" en de dubbelbestemming "Waarde-Archeologie" toegekend. Deze gronden worden door partijen aangeduid als "parkeervoorziening P2". [verzoeker] woont aan de [locatie 2], in de directe nabijheid van parkeervoorziening P2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1587
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202002631/4/R2

202107461/1/V2

Bij besluit van 14 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1566
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107461/1/V2

202207108/1/V3

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1567
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207108/1/V3

202207408/3/V2

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1586
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207408/3/V2

202301547/1/V3

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1582
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301547/1/V3

202301645/2/V3

Bij besluiten van 23 januari 2023 en 25 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1581
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301645/2/V3

202301894/1/V3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1583
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301894/1/V3

202301969/1/V2 en 202301969/2/V2

Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1570
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301969/1/V2 en 202301969/2/V2

202302259/1/V3 en 202302259/2/V3

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1596
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302259/1/V3 en 202302259/2/V3

202302310/1/V2 en 202302310/2/V2

Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1590
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302310/1/V2 en 202302310/2/V2

202302523/2/V1

Bij besluit van 25 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1597
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302523/2/V1

202302526/2/V1

Bij besluit van 10 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1595
Datum uitspraak
24 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302526/2/V1

202103552/1/V1

Bij besluit van 24 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1562
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103552/1/V1

202104411/1/V1

Bij besluit van 12 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: de mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1565
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202104411/1/V1

202202250/1/V3

Bij besluit van 27 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1569
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202250/1/V3

202203735/1/V2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1584
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203735/1/V2

202203738/1/V2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1585
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203738/1/V2

202205051/1/V1

Bij besluit van 4 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1561
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205051/1/V1

202300468/2/R4

Bij besluit van 18 januari 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het aanpassen van de bouwtekening van een eerder bij besluit van 15 april 2019 verleende omgevingsvergunning voor een bedrijfsgebouw aan de [locatie] in Geldermalsen, gemeente West Betuwe. Het verzoek strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaalt dat het college in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de rechtbankuitspraak door een nieuw besluit te nemen op het door [wederpartij A] en [wederpartij B] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 18 januari 2022. Het college voert aan dat het geen uitvoering wenst te geven aan de rechtbankuitspraak voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het door hem ingestelde hoger beroep, omdat het zich niet met die rechtbankuitspraak kan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1564
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300468/2/R4

202301563/1/V3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1552
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301563/1/V3

202301573/1/V2 en 202301573/2/V2

Bij besluit van 26 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken. Ook heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen ingetrokken, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1568
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202301573/1/V2 en 202301573/2/V2

202301575/1/V2

Bij besluit van 26 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1574
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202301575/1/V2

202301606/3/V1

Bij besluit van 12 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1572
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301606/3/V1

202301979/1/V3 en 202301979/2/V3

Bij besluiten van 3 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1571
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301979/1/V3 en 202301979/2/V3

202302082/2/V1

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1573
Datum uitspraak
21 april 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302082/2/V1
vorige pagina1...154155156...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon