Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.103
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205879/1/A2

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft het het dagelijks bestuur van Samenwerking De Bevelanden de schuldhulpverlening aan [appellant] en zijn partner [partner] op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening beëindigd. [appellant] heeft een gezin met twee inwonende kinderen, waarvan één volwassen is. [appellant] was zelfstandig ondernemer en had een pizzakoeriersbedrijf. Vanaf 2 maart 2020 is hij uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Vervolgens heeft hij zich aangemeld voor schuldhulpverlening in het kader van de Wgs. Op 11 maart 2020 is hij op het spreekuur schulddienstverlening geweest. Na dit gesprek is [appellant] aangemeld bij het Leger des Heils voor hulp bij de jaarrekeningen 2018 en 2019 en het doen van de aangiften over 2018 en 2019. Bij besluit van 8 juli 2020 is aan [appellant] en zijn partner schuldhulpverlening toegekend, bestaande uit budgetbeheer en schuldbemiddeling, onder de voorwaarde dat zij beschikken over voldoende inkomen en hun inkomen stabiel is. In dit besluit is vermeld dat aan de schuldhulpverlening wettelijk twee verplichtingen zijn verbonden. Dat zijn de inlichtingenplicht en de medewerkingsplicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1258
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202205879/1/A2

202206591/1/R1

Bij besluit van 22 september 2022 heeft de raad van de gemeente Dronten het bestemmingsplan "Reparatie veehouderijen (D4100)" vastgesteld. Het plan voorziet voor 158 erven in het vastleggen van de bestaande stikstofdepositie met beperkte ruimte voor uitbreiding van veehouderijen via interne saldering. In het plan is in dit verband een gebruiksverbod opgenomen ter voorkoming van een toename van de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden. [appellanten] hebben een biologisch akkerbouwbedrijf met een paardenhouderij op het in het plangebied gelegen perceel [locatie]. Het perceel heeft de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "paardenhouderij". [appellanten] kunnen zich niet met het gebruiksverbod in artikel 3.5.2 van de planregels verenigen omdat zij vrezen dat zij daardoor in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1279
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202206591/1/R1

202206661/1/R2

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Bladel het bestemmingsplan "Lange Trekken" vastgesteld. Het plan voorziet in de toekenning van een woonbestemming aan de gronden nabij het perceel Lange Trekken 5/5a, kadastraal bekend als gemeente Bladel, sectie H, nummers 772, 1339, 2829 en 2846 t/m 2851. Met het plan worden maximaal 105 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast krijgt het bestaande agrarische bedrijf een bedrijfsbestemming, zodat de bestemming passend is bij de activiteiten die ter plaatse worden uitgevoerd. Tot slot voorziet het plan in een groengebied en een verkeersstrook. Met het plan worden maximaal 105 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast krijgt het bestaande agrarische bedrijf een bedrijfsbestemming, zodat de bestemming passend is bij de activiteiten die ter plaatse worden uitgevoerd. Tot slot voorziet het plan in een groengebied en een verkeersstrook. [appellant] woont aan [locatie] te Bladel, aan de overzijde van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat hij vreest dat het plan zal leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Lange Trekken nabij zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1273
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206661/1/R2

202206747/1/R1

Bij besluit van 11 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel naar aanleiding van een handhavingsverzoek aan [appellant] 9 lasten onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Verder heeft het college in dat besluit de lasten 3,5,7 en 8 gewijzigd. Bij besluit van 29 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Texel bepaald dat wordt overgegaan tot invordering van de volgens het college verbeurde dwangsommen voor de lasten 3, 5 en 8. [appellant] is eigenaar van en woont aan het perceel aan [locatie] in Den Hoorn. Op dit perceel exploiteert hij ook recreatiewoningen. Dit perceel is kadastraal bekend als [perceel 1] en heeft op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Den Hoorn 2014" de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatieve gebouwen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1274
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206747/1/R1

202206984/1/R1

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) aan [partij A] en [partij B] omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van een bedrijfswoning als reguliere woning op het perceel [locatie 1] te Egmond-Binnen. [appellant] en anderen zijn de eigenaren van een bloembollenkwekerij aan de [locatie 2] en een bedrijfslocatie (opslag) aan het [locatie 3]. [appellant] en anderen zijn tevens de eigenaren van het bij de percelen [locatie 2] en [locatie 3] behorende omliggende land. Het perceel [locatie 1], waar de bedrijfswoning is gelegen, ligt in het midden van het aan [appellant] en anderen toebehorende land en tussen de [locatie 2] en [locatie 3]. Het perceel [locatie 1] is in eigendom van [partij A] en [partij B]. De bedrijfswoning op dit perceel behoorde voorheen tot het agrarisch bedrijf van [appellant] en anderen. De bedrijfswoning is inmiddels kadastraal afgesplitst van het agrarisch bedrijf. Het aangevraagde gebruik van de bedrijfswoning als plattelandswoning is in strijd met de ingevolge het bestemmingsplan "Egmond-Landelijk Gebied 1998" op het perceel rustende bestemming "Open agrarisch gebied", dat geen plattelandswoning toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1263
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202206984/1/R1

202207185/1/V1

Bij besluiten van 24 mei 2019 en 31 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is een inmiddels 61-jarige vrouw uit Syrië, die verblijf als familie- of gezinslid wenst bij haar twee meerderjarige zoons, referenten. Haar zoons hebben in 2015 in Nederland een asielvergunning gekregen. Inmiddels hebben zij beiden de Nederlandse nationaliteit. Zij hebben de aanvraag om gezinshereniging namens de vreemdeling ingediend op grond van artikel 8 van het EVRM. Deze uitspraak gaat over gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM van familieleden die niet tot het kerngezin van een referent behoren. Een kerngezin bestaat uit ouders en hun minderjarige kinderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1188
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202207185/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207185/1/V1

202207195/1/R1

Bij besluit van 20 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om het hekwerk op de oever bij zijn woonboot [naam woonboot] aan [locatie] te Amsterdam te verwijderen en verwijderd te houden (hierna: het dwangsombesluit). Bij besluit van 17 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloten tot invordering van een dwangsom van € 10.000,00. Bij besluit van 16 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [appellant] tegen het dwangsombesluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 9 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [appellant] tegen het invorderingsbesluit gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam vastgesteld dat het aan [appellant] een dwangsom verschuldigd is van € 1.127,00 wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar tegen het dwangsombesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1262
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207195/1/R1

202300156/1/V1

Bij besluit van 17 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is een nu 58-jarige vrouw uit Syrië die verblijf wil als familie- of gezinslid bij haar nu 30-jarige zoon, referent. Referent is in 2015 uit Syrië gevlucht en heeft sinds 2018 een asielvergunning in Nederland. De vreemdeling heeft enkele medische klachten waardoor zij problemen ervaart in haar dagelijks functioneren. Zij heeft hart- en vaatziekten en diabetes, waarvoor zij periodieke controles krijgt. Verder is zij geopereerd aan haar polsen. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat referent niet aan de vereisten in het jongvolwassenenbeleid voldoet, dat er tussen de vreemdeling en referent geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan en dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in hun nadeel uitvalt. Deze uitspraak gaat over gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM van een familielid dat niet tot het kerngezin van een referent behoort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1189
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202300156/1/V1

202300252/1/V6

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [wederpartij] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat tegen het verblijf van [wederpartij] voor onbepaalde tijd in Nederland bedenkingen bestaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Redengevend voor de weigering is dat de staatssecretaris bij besluit van 19 april 2021 haar aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van haar verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘arbeid als zelfstandige’ heeft afgewezen en bij besluit van 9 juli 2021 het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond heeft verklaard. [wederpartij] beschikte ten tijde van het besluit op het verzoek en ten tijde van het besluit van 4 november 2021 dus niet over een geldige verblijfsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1286
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202300252/1/V6

202300391/1/A2

[appellante] heeft tegen de beslissingen van 11 juli 2022 en 31 augustus 2022 op 10 september 2022 administratief beroep ingesteld. [appellante] heeft tegen het niet tijdig beslissen op haar administratief beroep door het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht beroep ingesteld bij de Afdeling. [appellante] heeft, nadat het college had toegezegd dat het alsnog op haar administratief beroep zou gaan beslissen, het bij de Afdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken en de Afdeling gevraagd het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1264
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202300391/1/A2
vorige pagina1...1.1371.1381.139...12.411volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon