Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.599
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300615/1/V6

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [de vreemdeling] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. Bij besluit van 15 november 2021 heeft de staatssecretaris het door [de vreemdeling] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek van [de vreemdeling] afgewezen. Hij heeft daarvoor als reden gegeven dat haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ ten tijde van de beslissing op het verzoek was ingetrokken. Daarom bestaan er bedenkingen tegen haar verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland. [de vreemdeling] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 10 van de RWN. [de vreemdeling] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij meer heeft aangevoerd dan dat zij niet wist dat zij had moeten melden dat zij enig aandeelhouder was geworden van Met Shipping Pte. Ltd. Zij heeft namelijk ook aangevoerd dat er verder feitelijk niets is veranderd en dat de regelgeving en de informatie op de website van de IND hierover onduidelijk zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1488
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202300615/1/V6

202301008/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de brief van 28 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft de minister bij brief van 18 maart 2021 verzocht om het Rijksmonumentregister te wijzigen door Oude Rijksweg 457 en 457a, monumentnummer 34407, eruit te schrappen als rijksmonument. De minister heeft bij brief van 28 april 2021 aangegeven niet op het verzoek in te gaan, omdat de brief van [appellant] geen nieuwe inzichten biedt die kunnen leiden tot het schrappen van het monument uit het register. [appellant] heeft vervolgens bij brief van 6 juni 2021 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de minister in zijn brief van 28 april 2021. De minister heeft het bezwaar bij brief van 22 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard en daarbij aangegeven dat de brief van 28 april 2021 geen besluit is in de zin artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Bij brief van 27 augustus 2021 heeft [appellant] vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1508
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202301008/1/A2

202301341/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 4 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [wederpartijen] ieder een boete van € 20.750,00 opgelegd wegens het omzetten of omgezet houden van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. Bij besluit van 7 juli 2021 heeft het college het bezwaar van [wederpartij A] tegen de oplegging van de boete aan hem ongegrond verklaard en de boete van € 20.750,00 gehandhaafd. Naar aanleiding van het aantal inschrijvingen op het adres van de woning in de Basisregistratie personen, hebben twee toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning op 1 juli 2020 bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Daarin staat dat toen de toezichthouders bij de woning aankwamen, een vrouw met drie jonge kinderen bij de woning vandaan liep en aan hen te kennen gaf dat er iemand in de woning aanwezig was. De toezichthouders troffen vervolgens [wederpartij A] in de woning aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1511
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202301341/1/A2

202301566/1/R1

Bij besluit van 1 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht het verzoek van [appellante] om handhaving tegen geluidoverlast, veroorzaakt door de pomp van het zwembad op het perceel van [partij] aan [locatie 1] te Maastricht, afgewezen. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het college heeft op 5 augustus 2020 een indicatieve geluidmeting uitgevoerd. Uit de geluidmeting is volgens het college gebleken dat de zwembadpomp op 1 m afstand een geluidsniveau van 55 dB(A) produceert. De Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006 verbiedt het hebben of gebruiken van voorwerpen of werktuigen die geluidoverlast veroorzaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1479
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202301566/1/R1

202302308/1/A2

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam zijn beslissing op schrift gesteld om op 22 november 2021 bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellant], met kenteken [kenteken], weg te slepen en in bewaring te stellen. Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft zijn voertuig geparkeerd in een parkeervak in de Dintelstraat te Amsterdam ter hoogte van de woning met nr. 56. Bij dit parkeervak was het verkeersbord E9 met daaronder een onderbord met de tekst ‘Auto - daten’ geplaatst. Volgens het college hield [appellant] daarmee een zogenoemde autodateplaats bezet. Daarom heeft het college het voertuig laten wegslepen. In geschil is of het college bevoegd was om dat te doen. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat een weggebruiker een verkeersteken dat als zodanig herkenbaar is, in het belang van de rechtszekerheid en verkeersveiligheid moet opvolgen, ook als het verkeersteken niet is geplaatst met inachtneming van de wettelijke voorschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1510
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302308/1/A2

202302566/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2022 heeft het het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] verplicht om mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid om een motorrijtuig te besturen en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Bij besluit van 7 september 2022 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In deze zaak is tussen partijen in geschil of het CBR het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Bij brief van 19 augustus 2022 heeft [appellant] bij het CBR op nader aan te voeren gronden bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 juli 2022. In die brief heeft hij verzocht om een termijn te stellen voor het indienen van gronden en heeft hij vermeld dat het rechtsgevolg elke juridische en feitelijke grondslag ontbeert. Bij brief van 23 augustus 2022 heeft het CBR gesteld dat de gronden van het bezwaar ontbreken en [appellant] in de gelegenheid gesteld om het verzuim vóór 6 september 2022 te herstellen. [appellant] heeft bij brief van 5 september 2022 een aanvullend bezwaarschrift ingediend. Het CBR heeft zich op het standpunt gesteld dat deze brief op 7 september 2022 is verstuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1485
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302566/1/A2

202305260/1/A2

Bij besluit van 2 maart 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek tot herziening van de definitieve berekening van het kindgebonden budget over 2014 afgewezen. [appellante] heeft in het jaar 2014 kindgebonden budget ontvangen. Omdat het (gezamenlijke) toetsingsinkomen van [appellante] en haar toeslagpartner zoals opgenomen in de Basisregistratie inkomen is gewijzigd heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget over 2014 opnieuw berekend. Omdat het (gezamenlijke) toetsingsinkomen te hoog was, heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget vastgesteld op nihil. Daarom moest [appellante] € 906,00 aan te veel ontvangen kindgebonden budget over 2014 terugbetalen. [appellante] is van mening dat het (gezamenlijke) toetsingsinkomen in de Bri verkeerd is. Zij heeft daarom verzocht om herziening van de definitieve berekening van het kindgebonden budget over 2014. Dit heeft de Belastingdienst/Toeslagen afgewezen, omdat hij moet uitgaan van het in de Bri opgenomen inkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1480
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305260/1/A2

202305449/1/V6

Bij e-mail van 15 maart 2022 heeft de minister van Defensie het verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de minister het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar niet‑ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 2 augustus 2023 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [de vreemdeling], zijn echtgenote, dochter en drie zoons. Volgens [de vreemdeling] lopen zij gevaar in Afghanistan, omdat hij heeft gewerkt als tolk voor het Provincial Reconstruction Team in onder andere Uruzgan. Appellanten hebben daarom op 10 november 2021 een verzoek ingediend om te bereiken dat de minister hun overkomst naar Nederland faciliteert. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Tolkenregeling. De Tolkenregeling bestaat uit een set werkafspraken uit 2014 tussen de ministeries van Defensie, BZ en J&V. Die werkafspraken geven handvatten voor het omgaan met lokale medewerkers die een substantiële periode hebben gewerkt voor Nederland in het kader van een internationale militaire of politiemissie in Afghanistan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1500
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305449/1/V6

202305453/1/V6

Bij e-mail van 28 april 2022 heeft de minister van Defensie het verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de minister het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [de vreemdeling], zijn echtgenote, dochter en broer. Volgens [de vreemdeling] lopen zij gevaar in Afghanistan, omdat hij heeft gewerkt als tolk voor het Provincial Reconstruction Team in Uruzgan. Appellanten hebben daarom op 5 april 2022 een verzoek ingediend om te bereiken dat de minister hun overkomst naar Nederland faciliteert. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de zogeheten Tolkenregeling. De Tolkenregeling bestaat uit een set werkafspraken uit 2014 tussen de ministeries van Defensie, BZ en J&V. Die werkafspraken geven handvatten voor het omgaan met lokale medewerkers die een substantiële periode hebben gewerkt voor Nederland in het kader van een internationale militaire of politiemissie in Afghanistan en daardoor persoonlijk gevaar lopen en bescherming nodig hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1505
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305453/1/V6

202305640/1/V6

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken (hierna: de minister) de aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Bij besluit van 28 december 2022 heeft de minister het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [de vreemdeling], zijn echtgenote en kinderen. Volgens [de vreemdeling] lopen hij en zijn gezinsleden gevaar in Afghanistan, omdat hij journalist en directeur is van een lokale krant en daarnaast actief is als schrijver, tijdschriftredacteur, kraanvogelbeschermer en vrouwenrechtenactivist. Appellanten hebben daarom op 18 oktober 2021 een aanvraag ingediend om te bereiken dat de minister hun overkomst naar Nederland faciliteert. De minister heeft die aanvraag afgewezen, omdat [de vreemdeling] volgens hem niet in aanmerking komt voor het faciliteren van zijn overkomst naar Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1501
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305640/1/V6
vorige pagina1...1.2651.2661.267...12.560volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon