Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 566
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400654/1/R3

Bij besluit van 1 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de door [appellant C] aangevraagde omgevingsvergunning voor het gebruiken van een bijgebouw in strijd met het bestemmingsplan op het perceel [locatie A] in Den Haag geweigerd. Op het perceel [locatie A] in Den Haag heeft [appellant C], zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning, een loods met een oppervlakte van ongeveer 240 m2 en een hoogte van 5,11 m gebouwd die wordt gebruikt als hondentrimsalon en voor het stallen van auto’s. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft die aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo afgewezen. Het college acht de loods ongewenst, omdat die vanwege de forse omvang afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit op deze locatie. [partij A] en anderen wonen ten westen en zuiden van het perceel en vinden de loods om dezelfde redenen als het college ongewenst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1085
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400654/1/R3

202401040/1/R3

Bij besluit van 22 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een damwand op het perceel [locatie A] in Den Haag en daarbij af te wijken van het bestemmingsplan. Het college heeft op 22 december 2020 een omgevingsvergunning verleend aan [appellant] ter legalisatie van de al gebouwde damwand aan de [locatie A] in Den Haag. De omgevingsvergunning was aangevraagd voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. [partij A] en anderen hebben bezwaar gemaakt tegen deze omgevingsvergunning. Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college de bezwaren gegrond verklaard en de omgevingsvergunning alsnog geweigerd, omdat naar aanleiding van nieuwe informatie de welstandscommissie een negatief welstandsadvies heeft gegeven. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het negatieve welstandsadvies aan de weigering ten grondslag mocht leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1086
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401040/1/R3

202401183/1/A2

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellante] om haar private geldschulden over te nemen gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft een aanvraag voor overname van haar private schulden ingediend. Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen en wordt nu namens de minister uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). De minister heeft op 6 april 2022 besloten de schuld bij Intrum inz Energie Direct over te nemen voor een bedrag van € 253,98. De schulden bij Defam en bij de vader van [appellante] heeft de minister geweigerd over te nemen. Omdat het bezwaar tegen dit besluit niet binnen zes weken na 6 april 2022 is ingediend, heeft de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1028
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401183/1/A2

202403409/1/R1

Bij besluit van 16 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het "Definitief plaatsingsplan gewijzigde locatie ondergrondse restafvalcontainers Statenkwartier III (buurt 7), Scheveningen, Den Haag" vastgesteld. Daarbij is de locatie ter hoogte van de Van Aerssenstraat 17/19 aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers. [appellant sub 1], [appellante sub 2], [appellant sub 3] en [appellante sub 4] wonen allen in de Van Aerssenstraat in de directe nabijheid van de aangewezen locatie. Zij vinden de aangewezen locatie om verschillende redenen ongeschikt. Volgens [appellant sub 1], [appellante sub 2], [appellant sub 3] en [appellante sub 4] zijn de eerder aangewezen locatie 07-61B, of andere locaties in de Van Aerssenstraat geschikter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1030
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202403409/1/R1

202403779/1/A3

Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het dagelijks bestuur van Omgevingsdienst IJmond beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid en documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft de Omgevingsdienst verzocht om openbaarmaking van documenten op grond van de Woo. Het verzoek ziet op alle informatie over het spelen van padel, waaronder de correspondentie daarover, de aanpak van padel, metingen, akoestische rapporten en reacties daarop. Ook wil [appellant] alle reacties en mails van de - ook externe - adviseurs die de Omgevingsdienst heeft ingeschakeld. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Omgevingsdienst diverse documenten openbaar gemaakt. Nadat [appellant] bij de rechtbank een beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld, heeft de Omgevingsdienst op 16 juni 2023 alsnog op het verzoek beslist en documenten openbaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1036
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403779/1/A3

202403990/1/A3

Bij besluit van 1 februari 2024, zoals hersteld bij besluit van 2 februari 2024, heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellant] een huisverbod opgelegd. [appellant] had een relatie met achterblijfster. In de woning van achterblijfster heeft een incident plaatsgevonden tussen [appellant] en achterblijfster. Hierbij zijn beiden gewond geraakt. De burgemeester heeft daarom aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de woning van achterblijfster, waar zij met haar minderjarige kinderen woont. [appellant] beschikt over een eigen woning. Omdat de hulpverlening nog niet was opgestart heeft de burgemeester het huisverbod verlengd. De rechtbank heeft overwogen dat voldoende aannemelijk is dat sprake was van een vermoeden van een ernstig en onmiddellijk gevaar. Vaststaat dat in de woning van achterblijfster een incident heeft plaatsgevonden tussen [appellant] en haar. Een ruzie heeft ertoe geleid dat over en weer geweld is gebruikt, waarbij beiden letsel hebben opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1035
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202403990/1/A3

202404464/1/A2

Bij e-mail van 10 juli 2024 heeft [appellant] bij de Afdeling een verzoek ingediend om de Hogeschool te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden door het handelen van de Hogeschool. [appellant] volgt een opleiding aan de Hogeschool. Dit is een niet-bekostigde onderwijsinstelling voor hoger onderwijs, die naast geaccrediteerde opleidingen die leiden tot een graad op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ook cursussen aanbiedt waarvoor dat niet geldt. [appellant] stelt dat hij door het handelen van de Hogeschool studievertraging heeft opgelopen. De Hogeschool heeft hem namelijk niet (tijdig) ingeschreven voor cursussen. Hij had hierdoor geen toegang tot studiemateriaal. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om de Hogeschool te veroordelen tot vergoeding van de door hem geleden schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1049
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404464/1/A2

202404656/2/R4

Bij tussenuitspraak van 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1718, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rheden opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 23 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied, locatie langs de spoorlijn tussen Biljoen en Zutphensestraatweg 5b" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid, omdat de raad zich op de zitting, in reactie op het beroep van [appellante], op het standpunt heeft gesteld dat de artikelen 5.1, onder a, en 5.3.1 van de regels van het bestemmingsplan onjuist zijn. Op grond van die bepalingen mag de bestaande weg in het plangebied, direct ten zuiden van de spoorlijn Arnhem-Zutphen, die als ontsluitingsweg dient voor [appellante] (de weg), alleen half verhard zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1042
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404656/2/R4

202404901/1/A3

Bij besluit van 21 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om benoeming tot notaris afgewezen. [appellant] heeft op 1 juni 2022 de staatssecretaris verzocht om te worden benoemd tot notaris in Ridderkerk. Bij dat verzoek heeft [appellant] een ondernemingsplan voor de vestiging van een nieuw notariskantoor in Ridderkerk met bijlagen overgelegd, waaronder het advies van de Commissie van deskundigen notariaat. De staatssecretaris heeft dat verzoek bij besluit van 21 november 2022 afgewezen. Aan dat besluit heeft hij de adviezen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de Cvdn, de Commissie Toegang Notariaat en het Bureau Financieel Toezicht ten grondslag gelegd. De Cvdn heeft op 13 december 2021 in haar advies opgenomen dat het risicoprofiel van het ondernemingsplan van [appellant] zodanig hoog is dat zij een negatief advies geeft. Volgens de Cvdn is het niet aannemelijk dat de effectuering van het ondernemingsplan na drie jaar leidt tot een kostendekkende exploitatie van een notarispraktijk met als vestigingsplaats Ridderkerk. In geschil is of de staatssecretaris de adviezen van de Ctn en de Cvdn aan zijn besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Verder is in geschil of de staatssecretaris in strijd heeft gehandeld met de beginselen van behoorlijk bestuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1056
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404901/1/A3

202404928/1/A2

Bij besluit van 20 december 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat de uitkomst van de lichte toets geen reden geeft om het forfaitaire bedrag van € 30.000 uit de Catshuisregeling aan haar te betalen. [appellante] heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2016 en 2017. In het kader van dit verzoek heeft de Dienst Toeslagen onderzocht of [appellante] in aanmerking komt voor toekenning van het forfaitaire bedrag van € 30.000,00 (de zogeheten Catshuisregeling, zoals beschreven in artikel 2.7, eerste lid van de Wet hersteloperatie Toeslagen). Daartoe verricht de Dienst Toeslagen de zogeheten ‘lichte toets’. Bij de lichte toets wordt gezocht naar een indicatie dat de betreffende ouder een gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Een ouder kan gedupeerd zijn geraakt als gevolg van institutionele vooringenomenheid, hardheid van het wettelijk systeem of wanneer de ouder ten onrechte de kwalificatie opzet/grove schuld (OG/S) heeft gekregen. De lichte toets bestaat uit twee stappen: een data-analyse en een handmatige toets.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1093
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404928/1/A2
vorige pagina1...525354...57volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon