Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.592
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300727/1/A2

Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard een verzoek van [appellant] om het plaatsen van verkeersbord E4 bij de ingang van het hofje waar hij woont, afgewezen. [appellant] woont in het hofje Ghijseland 139 t/m 163 in Albrandswaard, op [locatie]. Omdat hij veel hinder ondervindt van voertuigen die worden geparkeerd buiten de ingestrate parkeervakken, op de kruismarkering Niet Parkeren, op het trottoir, voor in- en uitritten en voor garages, heeft hij het college verzocht om bij de ingang van het hofje verkeersbord E4 te plaatsen en handhavend op te treden tegen foutief geparkeerde voertuigen. Door het plaatsen van verkeersbord E4 wordt het op grond van artikel 24, vierde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) verboden om buiten de parkeervakken te parkeren. Het college heeft op 4 juni 2020 verkeersbord E4 geplaatst aan het begin van het hofje. Volgens [appellant] is dat bord in een periode van enkele maanden zeven keer vernield en uit het zicht gedraaid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1285
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300727/1/A2

202301017/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een vergoeding van € 5.874,66, te vermeerderen met wettelijke rente, voor de waardedaling van zijn woning toegekend. De rechtbank heeft overwogen dat de keuze van het Instituut voor het op abstracte wijze berekenen van de waardedalingsvergoeding aan de hand van het imago-effect en bevingen zwaarder dan 2,9 mm/s volgens de methode van Atlas voldoende ruimhartig, redelijk en aanvaardbaar is. In het door [appellant] overgelegde artikel Vergoeding van waardedaling van woningen in rechtspraak en wetgeving - een 'achterhoedegevecht' of een ‘frontliniekwestie' van prof. mr, J.M. van Dunné, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. [appellant] was van 10 januari 2000 tot en met 5 december 2017 voor 100% eigenaar van de woning aan [locatie] te Zuidbroek. De woning, een vrijstaande boerderij, is op 5 december 2017 voor € 210.000 verkocht. Op 9 maart 2021 heeft [appellant] een aanvraag tot vergoeding van waardedaling ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1294
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301017/1/A2

202301029/1/A3

Bij besluit van 11 augustus 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 6.000,00 vanwege overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. [appellante] was eigenaresse van een massagesalon in Hilversum en had in 2019 een werkneemster in dienst die in de massagesalon werkte. Op 25 oktober 2019 heeft een arbeidsinspecteur [appellante] mondeling gevorderd om stukken over het dienstverband van de werkneemster te verstrekken, waaronder stukken waaruit blijkt hoeveel uren de werkneemster heeft gewerkt en onder gezag stond. Op 28 oktober 2019 heeft een arbeidsinspecteur de vordering schriftelijk bevestigd en bepaald dat de stukken voor 1 november 2019 moeten worden verstrekt. Vervolgens heeft [appellante] op 30 oktober 2019 verschillende stukken verstrekt waaronder de arbeidsovereenkomst met de werkneemster, salarisstroken met het aantal uitbetaalde uren per maand, betaalbewijzen van het uitbetaalde loon en overzichten van het totaal aantal gewerkte uren per maand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1269
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202301029/1/A3

202301685/1/A3

Bij besluit van 19 februari 2015 heeft de minister van Justitie en Veiligheid beslist op een verzoek van [appellanten] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. appellanten] hebben op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van documenten over een transactie tussen het Openbaar Ministerie en SBM Offshore N.V. De minister heeft bij het besluit van 19 februari 2015, gehandhaafd bij het besluit van 7 juli 2015, openbaarmaking van documenten geheel geweigerd. De rechtbank heeft in de uitspraak van 25 april 2017 geoordeeld dat de weigering onvoldoende is gemotiveerd. De minister heeft vervolgens op 29 augustus 2017 een nieuw besluit op bezwaar genomen, waarbij alsnog delen van documenten openbaar zijn gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob op twee documenten mogen toepassen. De rechtbank heeft steekproefsgewijs documenten beoordeeld waarop de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob is toegepast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1295
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301685/1/A3

202302539/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 15 december 2021 een VOG aangevraagd voor de functie van jeugdhulpverlener bij Stichting Urban Skillsz te Rotterdam. Deze is afgewezen, omdat in het Justitieel Documentatiesysteem justitiële gegevens over [appellant] met betrekking tot onder andere zedendelicten bekend zijn. Uit het JDS blijkt ook dat [appellant] in de afgelopen jaren met de politie in aanraking is gekomen voor onder andere bezit van materialen die gebruikt kunnen worden in een hennepkwekerij, agressief gedrag tijdens een controle en weerspannigheid (verzet). De minister heeft bij besluit van 16 juni 2022 de afwijzing van de aanvraag om afgifte van een VOG gehandhaafd. De reden daarvoor is dat hij op het standpunt blijft staan dat de afwijzing niet evident disproportioneel is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1293
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202302539/1/A3

202302829/1/A2

Bij besluit van 3 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [wederpartij] over 2019 definitief vastgesteld op € 315,00 en teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. Bij besluit van 10 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [wederpartij] over 2020 definitief vastgesteld op € 87,00 en teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. Bij besluit van 22 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen het aan [wederpartij] toegekende voorschot zorgtoeslag over 2021 herzien en vastgesteld op € 176,00 en teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. In geschil is of de rechtbank terecht de teveel betaalde voorschotten zorgtoeslag over de jaren 2019, 2020 en 2021 van in totaal € 2.280,00 heeft gematigd naar € 760,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1273
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302829/1/A2

202302837/1/A3

Bij besluit van 27 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal zijn beslissing om op die dag spoedeisende bestuursdwang toe te passen in de vorm van verzegeling van de woning op het perceel aan de [locatie] te Maasbommel, op schrift gesteld. Het college heeft bij besluit van 27 juli 2020 op basis van overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd wegens ernstige vervuiling van diens woning en perceel aan de [locatie] te Maasbommel. Omdat [appellant] de overtredingen niet ongedaan heeft gemaakt, heeft het college vanaf 20 augustus 2020 de bestuursdwang uitgevoerd. Het besluit van 27 juli 2020 is onherroepelijk. De toezichthouder van de gemeente heeft tijdens en na de uitvoering van bedoelde bestuursdwang op 25 augustus 2020 verschillende overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 geconstateerd en vastgesteld dat in de woning een onveilige situatie is door de staat van de technische installaties en de constructieve veiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1290
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302837/1/A3

202303127/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanvraag van [appellante] om een ontheffing om Covid-19 zelftesten in de handel te brengen, afgewezen. Van 4 maart 2021 tot 28 mei 2021 heeft de minister op aanvraag ontheffingen verleend om antigeen sneltesten, die het Covid-19 virus detecteren, als zelftesten op de markt te brengen. Met een ontheffing was het tijdelijk niet nodig om de relevante CE-certificaten te verkrijgen tot en met 31 december 2021. Hierdoor waren versneld zelftesten beschikbaar tijdens de coronacrisis. De minister heeft in een nieuwsbericht van 18 mei 2021 aangekondigd dat de ontheffingsprocedure op 28 mei 2021 zou worden beëindigd en dat daarna geen nieuwe ontheffingsaanvragen meer zouden worden toegewezen. Partijen die al een aanvraag hadden ingediend, maar nog aanvullende stukken moesten aanleveren, hebben daarvoor tot uiterlijk 4 juni 2021 de mogelijkheid gekregen. [appellante] heeft op 27 mei 2021 een aanvraag gedaan om een ontheffing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1277
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202303127/1/A2

202303487/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 19 april 2023 van de rechtbank waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 2 maart 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het bezwaar tegen het besluit van 2 december 2021, waarbij de bedrijfsparkeervergunning is ingetrokken, ongegrond verklaard. [appellant] woont op het adres [locatie] te Amsterdam. Dit adres is gelegen in stadsdeel Nieuw-West 2b. Daar geldt een maximum van nul (bedrijfs-)parkeervergunningen per adres. Het college heeft de parkeervergunning ingetrokken omdat de Parkeerverordening 2013 (hierna: Parkeerverordening) voorschrijft dat er in dit gebied geen parkeervergunningen mogen worden verstrekt. De rechtbank heeft overwogen dat het aannemelijk is dat het college destijds foutief de parkeervergunning heeft verleend en niet, zoals [appellant] betoogt, op grond van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1403
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303487/1/A3

202303873/1/R4

Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe heeft bij afzonderlijke besluiten van 16 juli 2020, 11 september 2020, 19 september 2020, 19 november 2020 en 12 maart 2021 omgevingsvergunningen verleend voor het plaatsen van chalets op percelen in het voormalig recreatiepark Residence Tergouw. De omgevingsvergunningen zijn verleend voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo. De aanvragen voor het plaatsen van de chalets zijn in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Oosterhout, Park Tergouw". De strijdigheid met het bestemmingsplan heeft onder andere betrekking op de minimale afstand tussen de hoofdgebouwen, de afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen en de toegestane breedte van een aantal chalets. Het college is voor de bouwplannen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan afgeweken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1281
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202303873/1/R4
vorige pagina1...868869870...12.660volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon