Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.580
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202307579/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Altena van de gemeente Altena het bestemmingsplan "Kern Sleeuwijk: Hospice Vlietstraat" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een terrein aan de Vlietstraat in Sleeuwijk om daar een hospice te realiseren. Voorheen was dat niet mogelijk omdat het terrein de bestemming "Sport" had en er een sporthal stond. De sporthal is gesloopt en het terrein is niet meer in gebruik. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen tegenover de te realiseren hospice en hebben meerdere redenen naar voren gebracht waarom de locatie niet geschikt zou zijn voor de beoogde ontwikkeling. Beide appellanten betogen dat in Sleeuwijk het risico op wateroverlast groot is. Het gebied dat met het bestemmingsplan wordt herontwikkeld vormt een belangrijke buffer voor het afvoeren van overtollig water. Het bebouwen van het perceel heeft gevolgen voor het grondwaterpeil en belemmert een goede waterhuishouding. Zij vrezen voor problemen en schade aan hun woningen door regenwater en door het water van het riviertje de Bijtelskil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1283
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307579/1/R2

202307898/1/A3

Bij besluit van 6 december 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft op 9 november 2022 een VOG voor de functie van taxichauffeur voor een chauffeurskaart aangevraagd bij het Kiwa Register B.V.. In het Justitieel Documentatiesysteem zijn justitiële gegevens over [appellant] met betrekking tot verkeersovertredingen bekend. Zo is in het JDS over [appellant] opgenomen dat hij op 13 september 2022 is veroordeeld tot een geldboete van € 300,- wegens het overschrijden van de maximumsnelheid. Hiervoor is hem ook een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 118 dagen. Verder is hem op 7 april 2022 een geldboete van € 397,- opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid, en is hem op 5 februari 2020 een geldboete van € 270,- opgelegd wegens gevaarlijk rijgedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1307
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202307898/1/A3

202307924/1/A3

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de minister van Justitie en Veiligheid geweigerd te beslissen op het bezwaar dat [appellant] heeft gemaakt tegen een brief van 28 september 2022 omdat dit geen besluit is en hiertegen geen bezwaar open staat. [appellant] heeft de minister in een brief van 7 september 2022 - samengevat - verzocht om uitbetaling van de door de rechtbank aan de staat opgelegde verplichting om vergoeding van immateriële schade te betalen vanwege overschrijding van de redelijke termijn en om rechters met een ondeskundige uitstraling buiten functie te stellen. De minister heeft [appellant] bij brief van 28 september 2022 uitgelegd dat niet hij, maar de rechtbank overgaat tot betaling van de schadevergoeding en hem aangeraden zich hiervoor tot de rechtbank te wenden. Verder heeft de minister meegedeeld dat hij niet bevoegd is om rechters te schorsen. De minister heeft [appellant] bij besluit van 24 januari 2023 te kennen gegeven dat hij geen bezwaar kan maken tegen de brief van 28 september 2022, omdat dit geen besluit is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1270
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307924/1/A3

202401351/1/A2

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] huurt een particuliere studio aan de [locatie] in Rotterdam. Bij besluit van 16 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bepaald dat deze woning niet voldoet aan de voorwaarden voor een zelfstandige woonruimte en dat hij daarom met ingang van 1 januari 2022 niet langer recht op huurtoeslag heeft. Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] op 5 januari 2022 een urgentieverklaring wegens woonlasten aangevraagd. Hij stelt dat hij de studio zonder de huurtoeslag niet langer kan bekostigen. De SUWR heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet voldoet aan het vereiste van een zelfstandige woning in artikel 5.3, eerste lid, van bijlage 1 van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1275
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401351/1/A2

202401823/1/R1

Bij besluit van 20 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist aan Hillside Development B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het pand aan de [locatie 1] in Zeist tot zes appartementen. Het bouwplan voorziet in de verbouwing van het pand aan de [locatie 1] waarin zich nu op de begane grond een slagerij en broodjeszaak bevonden en op de verdieping een zelfstandige woning. In totaal zullen in het gebouw zes appartementen worden gerealiseerd, waarvan er vijf op de begane grond zullen komen. Er zijn geen parkeerplaatsen aanwezig op het perceel. Parkeren zal plaatsvinden in de openbare ruimte. Het college stelt zich op het standpunt dat het bouwplan past binnen de ter plaatse geldende bestemmingsplannen "Zeist Centrum e.o." en "Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Zeist" en heeft een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend. [appellant A] en anderen wonen aan de Jacob van Lenneplaan, een zijstraat van de Bergweg. Zij hebben vanuit hun woningen geen zicht op het perceel, maar vrezen dat de realisering van de appartementen zal leiden tot een verdere toename van de parkeerdruk in hun straat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1313
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401823/1/R1

202402128/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 februari 2024 van de rechtbank waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 23 maart 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester van Den Haag het bezwaar tegen het besluit van 2 november 2022, waarbij de horeca-inrichting "[naam]" is gesloten voor drie maanden en de alcoholwetvergunning en de exploitatievergunning zijn ingetrokken, ongegrond verklaard. De burgemeester heeft op basis van twee bestuurlijke rapportages, waaruit blijkt dat in de horeca-inrichting een handelshoeveelheid drugs aanwezig was, besloten om de horeca-inrichting te sluiten voor drie maanden en de alcoholwetvergunning en de exploitatievergunning in te trekken. [appellant] betwist de inhoud van de bestuurlijke rapportages die aan de besluitvorming ten grondslag zijn gelegd. De rechtbank heeft hierover overwogen dat de burgemeester in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Dit geval geeft volgens de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1401
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Drank en horeca
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202402128/1/A3

202402189/1/A2

Bij besluit van 29 maart 2023 heeft Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen. [appellant] was eigenaar van de woonboerderij aan de [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 5] te Groningen. Op 19 december 2022 heeft [appellant] een aanvraag bij het Instituut ingediend voor vergoeding van bijkomende kosten. Op 11 januari 2023 heeft hij toegelicht dat hij € 25.000,- aan huurinkomsten is misgelopen door de uitgestelde ontwikkeling van het project [locatie 1/2]. Hierdoor heeft hij niet meerdere wooneenheden kunnen realiseren binnen de overkapping van de woonboerderij. Het uitstel van het project is volgens hem het gevolg van uitblijvende besluitvorming over constructieve versterking voor aardbevingsbestendigheid van de nog af te bouwen wooneenheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1304
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402189/1/A2

202403305/1/A3

Bij brief van 24 mei 2023 heeft de burgemeester van Delft een bestuurlijke waarschuwing aan [appellant] gegeven. [appellant] huurt de woning aan het [locatie] in Delft. De politie heeft de woning in het kader van een opsporingsonderzoek - waarin de hoofdverdachte een familielid is van [appellant] - op 21 maart 2023 doorzocht. In de daarover opgemaakte bestuurlijke rapportage van 28 maart 2023 staat dat daarbij 2,04 g cocaïne, € 5.570,00, meerdere mobiele telefoons en niet aan [appellant] toebehorende bankpassen en identiteitsbewijzen zijn aangetroffen. Uit onderschepte berichtgeving tussen de hoofdverdachte en [appellant] blijkt dat in de periode van 22 augustus 2022 tot en met 24 december 2022 eenentwintig keer spullen door de brievenbus zijn gegooid waarbij het onderzoeksteam vermoedt dat dit gaat om geld of verdovende middelen. Uit de onderschepte berichtgeving blijkt ook dat [appellant] en de hoofdverdachte een verschil in gewicht van verdovende middelen bespreken. De burgemeester heeft naar aanleiding hiervan overeenkomstig de Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b van de Opiumwet Delft 2022 een bestuurlijke waarschuwing aan [appellant] gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1276
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202403305/1/A3

202403341/1/V6

Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Togo en geboren te zijn op [geboortedatum] 1984. In 2009 is hem een verblijfsvergunning verleend in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (Ranov). De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris heeft deze twijfel gebaseerd op een individueel ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van 5 april 2001. Volgens de staatssecretaris heeft [appellant] deze twijfel niet weggenomen met de stukken die hij heeft overgelegd. Hij heeft namelijk geen originele geboorteakte en geen geldig Togolees paspoort overgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1268
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202403341/1/V6

202403478/1/V3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Somalische nationaliteit. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen, omdat Cyprus daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte EU-lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Dit is de eerste pilotuitspraak sinds de uitspraak van 9 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:244, waarin de Afdeling oordeelt over de situatie in Cyprus voor Dublinclaimanten. In die uitspraak oordeelde de Afdeling dat de minister voor Cyprus van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht uitgaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1109
Datum uitspraak
26 maart 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403478/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202403478/1/V3
vorige pagina1...869870871...12.658volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon