Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.868
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400249/1/R4

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het ontbreken van een constructief veilige fundering onder de keldermuur van het pand aan de [locatie A] aan de zijde van [locatie B] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie C] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie A] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie C] en [locatie A], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie C]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4144
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400249/1/R4

202400930/3/R4

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2287, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Ermelo opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 13 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hamburgerweg 149-151" te herstellen. Uit wat de Afdeling onder 4.2, 6.2 en 10 in de tussenuitspraak heeft overwogen, volgt dat het besluit van 13 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan niet zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. De Afdeling heeft uiteenlopende gebreken vastgesteld. [appellant] en anderen willen geen ontsluiting voor de nieuwe woningen via de Wethouder Paulushof. Zij betogen dat het herstelbesluit uitgaat van een verouderde civieltechnische tekening voor de haakse bocht tussen de Wethouder Paulushof en de woningbouwlocatie. Daarbij is ook onduidelijk welk civieltechnisch ontwerp de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en Goudappel hebben getoetst. De voorziene bocht is volgens hen onveilig en verkeerskundig niet aanvaardbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4151
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400930/3/R4

202401101/1/R4

Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden met betrekking tot de door de gemeente verrichte werkzaamheden aan de mandelige keldermuur in het pand [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4145
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401101/1/R4

202402392/1/R1

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray geweigerd aan KS NL17 een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark op het perceel Spurkt 21 in Smakt, gemeente Venray. KS NL17 heeft het voornemen om langs de Rijksweg A73 een zonnepark te realiseren op enkele aaneengesloten percelen aan de Spurkt 21 in Smakt. Daarom heeft zij op 9 mei 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd. Bij de aanvraag behoort een stuk "Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Venray". Daarin staat dat het gaat om een zonnepark van ongeveer 20 ha. [partij A] en [partij B] wonen in de buurt van de beoogde locatie. Ook ligt camping De Oude Barrier in de directe omgeving daarvan. Zij hebben een zienswijze ingediend bij het college over het ontwerpbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4135
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402392/1/R1

202402966/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de korpschef een verzoek van [wederpartij] om inzage op grond van de Wet politiegegevens afgewezen. [wederpartij] heeft op 3 oktober 2022 verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens op grond van artikel 25 van de Wpg. Volgens [wederpartij] heeft de politie zijn gegevens in de basisregistratie personen (brp) in de periode van 2018 tot en met 19 mei 2022 meer dan achthonderd keer geraadpleegd. [wederpartij] verzoekt om uitleg waarom op zijn naam en op de namen van zijn dochters, ouders en ex-partner is gezocht. Ook wil [wederpartij] weten wie binnen de politie de brp heeft geraadpleegd, wat de redenen daarvoor waren en waar die gegevens voor worden gebruikt en verwerkt. [wederpartij] gaat ervan uit dat van de verwerkingen ook schriftelijke documenten, bijvoorbeeld processen-verbaal, zijn opgemaakt en wenst inzage in die documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4141
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202402966/1/A3

202403329/1/R2

Bij besluit van 29 april 2022 heeft Bij besluit van 29 april 2022 heeft het college de aanvraag van [appellant] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de melkveehouderij aan de [locatie] in Kolderwolde afgewezen. [appellant] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Kolderwolde. [appellant] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor het houden van 110 melkkoeien en 40 stuks jongvee. In de aanvraag is aangegeven dat de aangevraagde situatie na intern salderen met de referentiesituatie niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden leidt. De referentiesituatie is in de aanvraag ontleend aan de melding die [appellant] op 28 juli 2013 op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) heeft gedaan voor het houden van 100 melkkoeien en 50 stuks jongvee. Het college heeft de vergunning geweigerd. De referentiesituatie moet volgens het college ontleend worden aan de melding die in 1992 op grond van het Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet is gedaan voor het houden van 69 melkkoeien en 36 stuks jongvee.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4116
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202403329/1/R2

202403334/1/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4153
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403334/1/A3

202403345/1/A3

Bij twee onderscheiden besluiten van 1 februari 2022 heeft de burgemeester van Apeldoorn zijn besluiten van 26 januari 2022, om met spoedeisende bestuursdwang de bedrijfshal en de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn te sluiten voor zes maanden, op schrift gesteld. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 26 januari 2022 beide panden doorzocht. In de bedrijfshal zijn goederen en stoffen gevonden die volgens de politie worden gebruikt voor de productie van synthetische (hard)drugs. In de bedrijfswoning is een geladen vuurwapen aangetroffen. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 28 januari 2022. Deze bestuurlijke rapportage is aangevuld op 22 februari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4166
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403345/1/A3

202403604/1/R3

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om aan [appellanten] een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het veranderen en vergroten van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 12 oktober 2020 hebben [appellanten] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen en vergroten van hun woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 13 november 2020, 27 november 2020, 31 december 2020 en 17 februari 2021 hebben [appellanten] de aanvraag op onderdelen gewijzigd. Na de wijziging van 17 februari 2021 betreft de aanvraag, voor zover in hoger beroep van belang, het maken van een aanbouw aan de achterzijde van de woning en het maken van een kelder met lichtstraten aan de zijkant en de achterzijde. Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan "Vogelwijk". Het college is niet bereid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo af te wijken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4154
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403604/1/R3

202403770/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een uitbouw aan de woning op het perceel [locatie] in Zwolle. [appellant] woont aan de [locatie] in Zwolle. Op zijn perceel staan een woning en een schuur. De woning bestaat uit twee delen, een monumentaal tolhuis aan de straatzijde met daarachter een aangebouwde schuurwoning. Op 11 april 2022 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een uitbouw aan de van de dijk af gezien rechterzijde van de schuurwoning. Het college heeft de vergunning bij besluit van 5 juli 2022 geweigerd. Aan die weigering heeft het college twee weigeringsgronden uit artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, ten grondslag gelegd. Het bouwplan is volgens het college in strijd met redelijke eisen van welstand en met de regels van het bestemmingsplan "Stadshagen I". [appellant] is tegen het besluit van 5 juli 2022 in bezwaar gegaan. Het college heeft het bezwaar bij besluit van 23 november 2022 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4137
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403770/1/R3
vorige pagina1...414243...12.587volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon