Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 127.117
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202103934/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling komt uit Marokko. Op 26 juli 2020, toen hij vijftien jaar en tien maanden oud was, heeft hij als niet-begeleide minderjarige in Nederland een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft het asielrelaas van de vreemdeling over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst, en ook de door de vreemdeling gestelde bedreiging door buurtgenoten en bendeleden geloofwaardig geacht. Hij heeft de asielaanvraag echter afgewezen omdat volgens hem Marokko voor de vreemdeling een veilig land van herkomst is. Deze uitspraak gaat over de vraag of Marokko een veilig land van herkomst voor de vreemdeling is en of en zo ja, onder welke voorwaarden, de staatssecretaris had moeten beoordelen of adequate opvang voor de vreemdeling in het land van terugkeer aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1531
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202103934/1/V3

202104665/1/V3

Bij besluiten van 28 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdelingen komen uit de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië en hebben de Russische nationaliteit. Er is driemaal door dan wel ten behoeve van hen in Nederland een asielaanvraag ingediend. De eerste twee keer heeft de staatssecretaris de aanvragen niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk was voor de behandeling van die verzoeken om internationale bescherming. Op 20 maart 2019 hebben de vreemdelingen als niet-begeleide minderjarigen de derde asielaanvragen ingediend. Volgens hun verklaringen waren zij op dat moment onderscheidenlijk zeventien jaar en vier maanden, zestien jaar en drie maanden en veertien jaar en twee maanden oud. De staatssecretaris betwist deze leeftijden niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1532
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202104665/1/V3

202104837/1/A2

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft het CBR aan [appellante] een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het CBR het rijbewijs van [appellante] per 17 juni 2020 ongeldig verklaard. [appellante] is als bestuurder van een auto op 15 januari 2020 staande gehouden door politieagenten van de eenheid Den Haag. De korpschef van de politie-eenheid Den Haag heeft een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994) opgemaakt. Uit die mededeling blijkt dat de politieagenten hebben geconstateerd dat [appellante] met ongeveer 50 km/u over de snelweg reed waar 100 km/u was toegestaan, waardoor andere weggebruikers moesten uitwijken. Verder heeft [appellante] geen gevolg gegeven aan een volgteken en reed zij een zogeheten puntstuk op. Toen [appellante] moest volgen gebruikte zij haar richtingaanwijzers verkeerd. Op het moment dat de politie haar staande hield, bleef de auto doorrollen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1604
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104837/1/A2

202105309/1/A3

Bij besluiten van 16 september 2019 en 4 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede verzoeken van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingewilligd. [appellant] heeft op 29 juli 2019 het volgende verzoek ingediend bij het college: "Bij deze dien ik bij deze een Wob-verzoek in als bedoeld in artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur. Ik zou graag de volgende documenten ontvangen: Interne stukken met betrekking tot alle gevoerde handhavingszaken met betrekking tot de Veenweg; Rapporten van ODDV van alle gevoerde handhavingszaken aan de Veenweg; Ambtelijke en bestuurlijke communicatie met andere bestuursorganen; De melding die heeft geleid tot de steeds weer nieuwe handhavende optredens aan de Veenweg." Het college heeft [appellant] bij besluit van 16 september 2019 bericht dat het zijn verzoek inwilligt voor zover het over de stukken beschikt en heeft stukken van de gemeente en van de Omgevingsdienst de Vallei (ODDV) verstrekt.

Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105309/1/A3

202105445/1/A3

Bij besluit van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] woont in de [locatie 1] te Amstelhoek. Volgens hem parkeren de bewoners van de huurwoningen op [locatie 2] en [locatie 3] in die straat hun auto in hun tuin. Daardoor worden volgens hem het aanzien, de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in de straat en de waarde van zijn koopwoning geschaad. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden, de bewoners op te dragen hun tuin met groen in te richten en hun auto te parkeren in de parkeervakken aan de overzijde van hun woning. Dat was in 1984 de bedoeling bij de verkoop van de grond voor de bouw van die woningen door de gemeente Mijdrecht aan Bouwvereniging Sint Johannes de Doper, als vermeld in de daarvan opgemaakte notariële akte. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat niet is gebleken dat sprake is van overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1605
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105445/1/A3

202105468/1/R1

Bij besluit van 19 november 2018 (hierna ook wel: de gedoogbeschikking) heeft de minister op een verzoek daartoe van TenneT TSO B.V. krachtens artikel 2, vijfde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht (hierna: de BP) aan onder meer [appellant] een gedoogplicht opgelegd. Het gaat om het gedogen van de aanleg en instandhouding van een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding tussen Zaltbommel en Wamel met bijkomende werken op zijn perceel in de gemeente Dreumel. TenneT heeft de minister verzocht tot oplegging van een gedoogplicht in het kader van de BP ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding. Dit verzoek is gedaan, omdat TenneT met [appellant] geen overeenstemming kon bereiken over het gebruik van zijn grond. De minister heeft het verzoek ingewilligd en heeft het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1597
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • RO - Overige
  • uitspraakin de zaak202105468/1/R1

202105481/1/V6

Bij besluit van 8 april 2019 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat [appellante] de aan haar verstrekte lening moet terugbetalen. Bij brief van 30 januari 2015 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is gestart op 31 december 2014 en zij had, met twee verlengingen, tot en met 24 februari 2018 de tijd om in te burgeren. Omdat [appellante] niet voor die datum aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, heeft de minister haar een boete opgelegd van € 1.250,00 en bepaald dat zij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door de minister opgelegde boete van € 1.250,00 onevenredig is. Hiervoor heeft zij van belang geacht dat de minister op 14 oktober 2019 een aanvraag van [appellante] om ontheffing van de inburgeringsplicht heeft ingewilligd wegens aantoonbaar geleverde inspanningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1632
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202105481/1/V6

202106153/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Grave een aanvraag van [appellant sub 2] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Escharen. Op 30 april 2014 is het bestemmingsplan "Generaal de Bonskazerne Velp" inwerking getreden waarmee op de gronden ten westen van zijn perceel een asielzoekerscentrum mogelijk is gemaakt. Voorheen mochten de gronden voor militaire doeleinden worden gebruikt en was er een kazerne op de gronden gevestigd. Volgens [appellant sub 2] is de waarde van zijn woning als gevolg van deze planologische wijziging gedaald. Hij heeft het college daarom verzocht om een tegemoetkoming in de schade. Bij besluit van 6 juli 2020 heeft het college de aanvraag afgewezen. Met het besluit van 15 december 2020 heeft het college dat besluit gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1610
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202106153/1/A2

202106563/1/A2

Bij besluit van 17 augustus 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] is sinds 2011 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Feerwerd. De vrijstaande woning is gebouwd in 1890. In de achtertuin van het woonhuis staat een bijgebouw uit 1960. In november 2014 en 1 april 2015 is schade als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld gemeld bij de NAM. In 2015 is aardbevingsschade aan de woning behandeld en afgewikkeld. In deze procedure gaat het over scheurvorming in de vloer van het bijgebouw en de daarbij behorende aanbouw van de woning. Niet in geschil is dat voor de locatie van de woning het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing is. Bij besluit van 18 januari 2021 heeft het Instituut geen schadevergoeding toegekend voor deze schades. De schades zijn volgens het Instituut niet het gevolg van gaswinning in Groningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1631
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202106563/1/A2

202106736/1/A3

Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [appellant] voor een Part-66 Aircraft Maintenance License voor de categorie B1.1 afgewezen. Om onderhoud aan vliegtuigen te kunnen plegen, moet een persoon in het bezit zijn van een onderhoudslicentie. Met een onderhoudslicentie kan de houder ervan aantonen dat hij beschikt over bepaalde bevoegdheden en een bepaalde ervaring. De regelgeving over deze onderhoudslicentie is opgenomen in een Europese verordening. [appellant] heeft op 19 maart 2019 bij Kiwa een aanvraag ingediend voor een onderhoudslicentie voor de categorie B1, subcategorie 1.1. Met deze licentie zou [appellant] onderhoud kunnen plegen aan vleugelvliegtuigen met turbine. Kiwa heeft [appellant] laten weten dat hij niet heeft aangetoond over genoeg praktijkervaring te beschikken om voor een onderhoudslicentie in aanmerking te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1624
Datum uitspraak
8 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106736/1/A3
vorige pagina1...2.2812.2822.283...12.712volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon