Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.454
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202401610/1/R1

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen het wijzigingsplan "[locatie A], Vlodrop" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de vergroting van het bouwvlak in de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1" op de locatie [locatie A] Vlodrop, kadastraal bekend als Vlodrop, sectie […], nr. […]. De eigenaar van dit perceel en initiatiefnemer is [belanghebbende]. Volgens de plantoelichting biedt de bestaande loods te weinig ruimte voor de gewenste agrarische bedrijfsactiviteiten. Het is de bedoeling dat de loods wordt gebruikt om biologisch geteelde prei en aardappelen te verwerken en verder te verpakken tot winkelklaar product. [appellanten sub 1], [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] zijn omwonenden en kunnen zich niet met het wijzigingsplan verenigen. Zij vrezen voor aantasting van onder meer hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1249
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202401610/1/R1

202401691/1/A3

Bij besluit van 28 juli 2021 heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden het verzoek van [appellante] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels toegewezen. [appellante] heeft op 31 mei 2021 het Ctgb verzocht om openbaarmaking van documenten over het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG. Het Ctgb heeft zes documenten aangetroffen en heeft het verzoek deels toegewezen. Daarbij heeft het toegelicht dat voor het middel VSM Captan 80 WG een parallelhandelsvergunning in Nederland is afgegeven zoals bedoeld in artikel 52 van de Verordening. De verlening van een parallelhandelsvergunning verloopt via een vereenvoudigde procedure. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Ctgb het besluit van 26 oktober 2021 niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het Ctgb heeft zich namelijk in de beroepsprocedure op een ander standpunt gesteld, te weten dat op de documenten 4 en 5 de weigeringsgrond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob van toepassing is. Alleen al hierom is het beroep volgens de rechtbank gegrond en moet het besluit van 26 oktober 2021 worden vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1191
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401691/1/A3

202401856/1/A3

Bij besluit van 4 april 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete van € 2.700,00 opgelegd wegens een overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een gecertificeerd saneringsbedrijf. Zij was op 13 januari 2021 bezig met het verwijderen van asbesthoudende golfplaten van het dak van een bedrijfspand in [plaats 2]. Inspecteurs van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) hebben op die dag op deze locatie een inspectie uitgevoerd en op 11 februari 2021 daarvan een boeterapport opgesteld. De minister heeft op grond van het boeterapport aan [appellante] een boete van € 2.700,00 opgelegd, omdat [appellante] artikel 7.18, vierde lid, van het Arbobesluit heeft overtreden. De torenkraan waar het werkplatform aan was bevestigd, is volgens de minister een hijs- of hefwerktuig dat uitsluitend bestemd en ingericht is voor het verplaatsen van goederen. [appellante] heeft met het verrichten van de werkzaamheden werknemers met het werkplatform van en naar het dak vervoerd waarbij de werknemers vanaf het werkplatform asbesthoudende golfplaten van het dak van het bedrijfspand hebben verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1232
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202401856/1/A3

202401876/1/R3

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een bedrijfsterrein aan de [locatie 1] in Bergambacht. Op 12 maart 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo voor het uitbreiden van een bedrijfsterrein aan de [locatie 1] in Bergambacht door verharding aan te brengen in de vorm van een onderheide betonvloer. [appellant A] en [appellant B] wonen op het perceel [locatie 2] in Bergambacht, ten zuiden van de percelen waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Zij kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1240
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401876/1/R3

202401919/1/R4

Bij besluit van 8 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen, voor zover van belang, aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van een schuur op het perceel aan de [locatie] in Vinkeveen. Een toezichthouder heeft op 6 februari 2023 geconstateerd dat [appellant] een schuur van 56 m2 aan het bouwen was op zijn perceel aan de [locatie] in Vinkeveen. [appellant] had hiervoor geen omgevingsvergunning, terwijl dit volgens het college op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo wel vereist was. Het college heeft [appellant] daarom bij het besluit van 8 februari 2023 onder oplegging van een dwangsom gelast om de bouw van de schuur te staken en gestaakt te houden. [appellant] meent dat de schuur als vergunningvrij bijbehorend bouwwerk kan worden toegevoegd aan zijn perceel. Hij is daarom in beroep gegaan tegen het besluit op bezwaar. Bij de uitspraak van 5 februari 2024 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard, omdat naar haar oordeel de schuur niet vergunningvrij kan worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1213
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401919/1/R4

202402457/1/A3

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda besloten om de gronden aan de Brouwersbos 21 in Prinsenbeek aan te wijzen als Groengebied. Op verzoek van Natuurplein de Baronie heeft het college op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018 percelen aan Brouwersbos 21 in Prinsenbeek aangemerkt als Groengebied en de bomen op dit adres aangewezen als waardevolle houtopstanden. [appellant sub 1] en anderen zijn door vererving eigenaar geworden van deze percelen. Zij hebben het college niet toegestaan om de aanwezige bomen te inventariseren. Volgens [appellant sub 1] en anderen blijkt uit de rapportage van 10 januari 2024 van een door henzelf ingeschakeld bomendeskundig adviesbureau dat het niet gaat om waardevolle houtopstanden. De rechtbank heeft allereerst geoordeeld dat het college de percelen van [appellant sub 1] en anderen niet op goede gronden heeft aangemerkt als Groengebied, omdat het gebied geen duidelijke begrenzing heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1247
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402457/1/A3

202403236/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de bestaande uitweg op het perceel [locatie 1] in Purmerend. [appellant B] en [appellant A] wonen op [locatie 2] in Purmerend aan een pleintje met andere woningen op nummers [locatie 1], [locatie 3] en [locatie 4] (het hofje). Er is een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een uitweg ten behoeve van [locatie 1]. [appellant B] en [appellant A] parkeerden daar voorheen hun auto. Het college stelt dat het gehouden is om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. De rechtbank heeft dit besluit in stand gelaten. [appellant B] en [appellant A] kunnen zich hier niet in vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1194
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403236/1/R1

202403396/1/R1

Bij besluit van 28 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend aan [partij] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 20 camperplaatsen en het verplaatsen van een kantoorunit op het perceel [locatie] in Zuidoostbeemster. Het college heeft aan [partij] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van 20 camperplaatsen en het verplaatsen van een kantoorunit op het perceel [locatie] in Zuidoostbeemster, voor de duur van 5 jaar. De omgevingsvergunning is al in gebruik genomen en geldt tot 28 oktober 2027. De stichting komt op voor de "groene kwaliteiten" in de regio Waterland. Volgens de stichting tast de plaatsing van 20 camperplaatsen de kernkwaliteiten van de UNESCO-werelderfgoederen Droogmakerij de Beemster en De Stelling van Amsterdam aan. De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan mocht verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1199
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403396/1/R1

202403472/5/R1

Bij tussenuitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5075, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 4 juni 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "BORgronden, Naarden" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Deze beroepsprocedure gaat over de zogeheten BORgronden in het oosten van het stedelijk gebied van Naarden, waar Naarden Borgronden en anderen ongeveer 440 woningen willen bouwen. Voor het ontwikkelen van de BORgronden tot woongebied heeft de raad op 17 april 2024 het bestreden bestemmingsplan vastgesteld, dat met het besluit van 4 juni 2025 gewijzigd is vastgesteld. De beroepen tegen die besluiten heeft de Afdeling in de tussenuitspraak behandeld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van het beroep van [appellant] en anderen geoordeeld dat het besluit van 4 juni 2025 in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad, vanwege de specifieke omstandigheden van het geval, een afstand van 10 m tot de erfgrens en 22 m tot de woning van [appellant] aan de [locatie] in Naarden vanaf de voorziene gestapelde woningen niet aanvaardbaar heeft mogen achten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1242
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403472/5/R1

202403788/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het UWV het inzageverzoek van [appellante] deels afgewezen. Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het UWV het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. Naar aanleiding van een anonieme tip is het UWV een onderzoek gestart naar de uitkering van [appellante]. Volgens dit onderzoek heeft [appellante] niet voldaan aan haar informatieplicht en inkomsten over 2016 niet aan het UWV doorgegeven. Daarom is besloten tot terugvordering over te gaan en een boete op te leggen. Op 24 augustus 2021 heeft [appellante] verzocht om inzage in de stukken, waaronder de anonieme tip, op grond van de Regeling inzage- en correctierecht UWV 2018. Zij wil daarmee bewijs verzamelen om de tipgever in een civiele procedure aan te spreken. Het UWV heeft het verzoek van [appellante] gedeeltelijk afgewezen. Deze afwijzing heeft het UWV bij het besluit van 17 maart 2022 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1228
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403788/1/A3

202403887/1/R2

Bij besluit van 30 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen het wijzigingsplan "Westerstraat 56 Dinteloord" vastgesteld. Het plan voorziet in een wijziging van het bestemmingsplan "Kom Dinteloord", vastgesteld op 15 december 2016 (hierna: het moederplan). Het bestreden wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om op het perceel aan de Westerstraat 56 in Dinteloord (hierna: het perceel) maximaal 16 appartementen te realiseren. Op grond van artikel 6.5 van de regels van het moederplan kunnen de gronden waaraan de bestemming "Bedrijf" en de functieaanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied" is toegekend, worden gewijzigd naar de bestemmingen "Wonen", "Tuin" en "Verkeer", teneinde ter plaatse maximaal 16 woningen mogelijk te maken, met inachtneming van enkele voorwaarden. [appellanten] exploiteren op het naastgelegen perceel aan de [locatie] samen een bedrijf en één van hen woont in de bijbehorende bedrijfswoning. [partij] en anderen zijn de eigenaren van de gronden van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1219
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403887/1/R2

202404080/1/A2

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvraag van [appellant] voor subsidie voor studiekosten en studieverlof voor het studiejaar 2023-2024 op basis van de Subsidieregeling lerarenbeurs buiten behandeling gesteld. [appellant] volgde in het studiejaar 2023-2024 de master Begeleidingskunde aan de Hogeschool Rotterdam. Op 3 april 2023 heeft hij een aanvraag ingediend om voor dit studiejaar een subsidie voor studiekosten en studieverlof - een zogenoemde Lerarenbeurs - te ontvangen. Bij brief van 19 april 2023 heeft de minister [appellant] gewezen op het ontbreken van een volledig ingevulde en ondertekende ‘Verklaring (laatste) werkgever of inlener’ bij zijn aanvraag. Aan [appellant] is de gelegenheid geboden om deze verklaring voor 5 mei 2023 alsnog over te leggen. De minister heeft voor deze datum geen verklaring ontvangen en heeft de aanvraag daarom buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft in bezwaar alsnog de ondertekende werkgeversverklaring overgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1243
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202404080/1/A2

202404239/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. [appellante] betoogt dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in haar geval buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1192
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404239/1/A2

202404281/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant] was toen veertien jaar oud. De Dienst Toeslagen heeft aan hem daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wht een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1193
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404281/1/A2

202404975/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Regenboogweg Nieuwe Wetering" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van twaalf woningen op een perceel aan de Regenboogweg in Nieuwe Wetering. De woningen worden gerealiseerd op een groenstrook die nu onderdeel is van de heuvelachtige natuurbelevingstuin "De Bult". [appellante] vindt de aantasting van de natuurbelevingstuin in haar straat onaanvaardbaar. [appellante] betoogt dat de natuur behouden moet blijven, mede gelet op de koelte onder de bomen in warme zomers en de sociale cohesie die het onderhoud van De Bult met zich brengt. In dit kader stelt zij dat aan het plan geen gedegen onderzoek ten grondslag ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1250
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404975/1/R3

202406011/1/A3

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van het advocatenkantoor voor een omgevingsvergunning om een uitweg te maken of te veranderen geweigerd. Het advocatenkantoor huurt het pand aan de [locatie 1] in Utrecht. Het advocatenkantoor wil in de tuin die bij dat pand hoort een parkeerplaats maken. Daarvoor is een aanpassing van de openbare weg nodig. Het advocatenkantoor heeft ter zake op 3 juni 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit uitweg maken of veranderen. Het college heeft die aanvraag op advies van commissie Beheer Inrichting en Gebruik en de stedenbouwkundige afgewezen, omdat de aanvraag in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Met het besluit van 13 juni 2023 is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Het advocatenkantoor is daar tegen opgekomen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Het advocatenkantoor is het hier niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld. In dat kader heeft het zowel formele gronden als inhoudelijke gronden naar voren gebracht. De Afdeling bespreekt hierna eerst de formele gronden en daarna de inhoudelijke gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1245
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406011/1/A3

202406398/3/A3

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de burgemeester van Berg en Dal en aanvraag van MFE voor een vergunning op grond van de Alcoholwet geweigerd. MFE exploiteert het horecabedrijf ‘Bistro Le Steak’ aan de Zevenheuvelenweg 81 in Berg en Dal. MFE heeft een aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet ingediend. De burgemeester heeft deze vergunning op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Alcoholwet geweigerd, omdat de leidinggevende [leidinggevende], enig aandeelhouder en bestuurder van MFE, volgens de burgemeester niet voldoet aan de eis dat leidinggevenden van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Alcoholwet. Daarbij heeft de burgemeester MFE gelast het horecabedrijf te sluiten en gesloten te houden. MFE betoogt dat op 24 januari 2023 per e-mail een formulier is verzonden naar de gemeente. Daarin staat volgens MFE vermeld dat [persoon] leidinggevende is van het horecabedrijf Bistro Le Steak. Uit de bijgevoegde arbeidsovereenkomst blijkt dat hij daar 34 uur per week werkzaam is. Dat betekent volgens MFE dat hij altijd tijdens de openingstijden van het horecabedrijf aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1237
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202406398/3/A3

202406524/1/R3

Het bestemmingsplan ‘Te Werve Oost’ van de gemeente Rijswijk is definitief. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de bezwaren van een omwonende tegen het bestemmingsplan in een uitspraak van vandaag (4 maart 2026) ongegrond verklaard. De gemeente Rijswijk kan nu door met het plan dat 560 nieuwbouwwoningen en dertig zorgwoningen mogelijk maakt. De gemeente wil van een verouderde naoorlogse wijk een duurzame, natuurinclusieve wijk maken. De omwonende vreest voor zijn woongenot, omdat er direct aan de zijkant van zijn woning (zijtuin) wordt gebouwd. Hij is bang voor minder lichtinval in zijn huis vanwege de nieuwbouw. Daarnaast kan hij niet langer gebruikmaken van de tuin die hij zelf heeft aangelegd, maar die altijd eigendom is geweest van de gemeente. Hij heeft de gemeente nooit een vergoeding hoeven te betalen voor het gebruik. De enige verplichting die hij had als tegenprestatie voor het gebruik van de tuin was het onderhoud. De Afdeling bestuursrechtspraak begrijpt dat het bestemmingsplan voor hem nadelig uitpakt en dat hij niet meer van de tuin kan genieten. Maar de gemeente heeft naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak een groter belang mogen toekennen aan de woningbouw dan aan het belang van de man om deze 'openbare gronden' te kunnen blijven gebruiken. De verminderde lichtinval in de woning is daarnaast "niet onaanvaardbaar".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1211
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406524/1/R3

202406655/1/A3

Bij brief van 23 oktober 2023 heeft [appellante] een verzoekschrift gericht aan de minister Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In het verzoekschrift verzoekt [appellante] de minister om te voldoen aan de in het verdrag van Aarhus opgenomen positieve verplichtingen en geeft hij de minister 30 dagen de tijd om met terugwerkende kracht de geconstateerde gebreken te herstellen. Ook verzoekt [appellante] de minister de verloren gegane rechtsorde te herstellen en hersteld te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1185
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406655/1/A3

202407034/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de burgemeester van Almere de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie]. Op 3 februari 2023 heeft de politie naar aanleiding van een melding een onderzoek in de woning ingesteld. De bevindingen zijn door de politie vastgelegd in een bestuurlijke rapportage van 20 februari 2023. In de bestuurlijke rapportage staat dat meerdere buurtbewoners bij de wijkagent hebben gemeld dat er vanuit de woning door de bewoners en anderen wordt gehandeld in verdovende middelen. De politie heeft ook een aanvullende bestuurlijke rapportage opgesteld op 19 april 2023. Daarin zijn ook meldingen van buurtbewoners opgenomen. De burgemeester heeft naar aanleiding van al het voorgaande bij besluit van 30 maart 2023 besloten om de woning van [appellant] voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig de Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid gemeente Almere 2021).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1224
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407034/1/A3

202407142/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Smidsplein I" vastgesteld. Het plan voorziet in twee nieuwe appartementsgebouwen met in totaal tien appartementen op het achterterrein van het perceel Smidsplein 9-11 in het centrum van Voorthuizen. Ook legaliseert het plan één bestaand appartement op de verdieping van het gebouw aan Smidsplein 9. [appellant] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie] en vreest voor nadelige gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat het plan in strijd met de Omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld. [appellant] wijst daarbij op de artikelen 2.1 en 2.2 van de Omgevingsverordening. Uit die artikelen blijkt dat over deze ruimtelijke ontwikkeling regionale afstemming had moeten plaatsvinden en dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland had moeten instemmen met de ontwikkeling. [appellant] wijst ook op de Woondeal 2023-2030 Regio Foodvalley. In deze woonagenda is geen expliciete woningbouwopgave voor Voorthuizen opgenomen. [appellant] betoogt dat de raad had moeten motiveren dat de door het plan mogelijk gemaakte ruimtelijke ontwikkeling past in de voor de regio Foodvalley vastgestelde woonagenda.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1244
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202407142/1/R4

202407449/1/A2

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant] was toen veertien jaar oud. De Dienst Toeslagen heeft aan hem daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wht een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1196
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407449/1/A2

202407719/1/A2

Bij besluit van 18 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1197
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407719/1/A2

202407776/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 8.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1200
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407776/1/A2

202500124/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1198
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500124/1/A2

202500211/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1204
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500211/1/A2

202500219/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1209
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500219/1/A2

202500220/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1206
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500220/1/A2

202500544/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten over te gaan tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" strijdige gebruik van een autohandelsbedrijf op het perceel [locatie] in Soest te beëindigen en beëindigd te houden. Ook is in dat besluit bepaald dat [appellant] na afloop van de begunstigingstermijn een dwangsom van € 5.000,00 verbeurt per maand of deel van een maand dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 50.000,00. In haar uitspraak van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4055, heeft de Afdeling onder 9.2 overwogen dat [appellant] op basis van een e-mail van een gemeentelijke ambtenaar van 6 januari 2020 de gerechtvaardigde verwachting mocht hebben dat het college pas over zou gaan tot invordering van dwangsommen als er vijf dwangsommen waren verbeurd. In het besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat er slechts twee dwangsommen zijn verbeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1189
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202500544/1/R4

202500743/2/R1

Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3997, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Nederweert opgedragen om binnen 18 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 19 november 2024 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Gutjesweg" te herstellen. Bij besluit van 9 december 2025 (herstelbesluit) heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de planregeling voor woonwagenstandplaatsen gebrekkig was en dat het oorspronkelijke besluit op dit punt niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid was. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad in het herstelbesluit de planregeling voor woonwagenstandplaatsen aangepast. In artikel 5.2.2, aanhef en onder a en 3, van de planregels is nu opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding "woonwagenstandplaats" woonwagens en vaste chalets zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1188
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202500743/2/R1

202500905/1/A2

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de CSG een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft op 28 januari 2024 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft [appellant] kenbaar gemaakt dat haar zus op [datum] 2013 in het ziekenhuis is overleden wegens medische nalatigheid. De CSG heeft bij besluit van 5 maart 2024, gehandhaafd bij besluit van 5 juli 2024, de aanvraag van [appellant] afgewezen, omdat deze niet binnen de termijn van tien jaar is ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1218
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500905/1/A2

202500943/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant sub I] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant sub I] en [appellant sub II] waren toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan hen daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft deze besluiten in bezwaar gehandhaafd. [appellant sub I] en [appellant sub II] betogen dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in hun geval buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1210
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500943/1/A2

202500946/1/R1 en 202500948/1/R1

Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het bestemmingsplan ‘De Scheg Midden’ van de gemeente Amstelveen definitief geworden. Dat betekent dat de gemeente door kan met de plannen voor 457 nieuwe woningen. De Scheg wordt een nieuwe woonwijk met ongeveer 1.400 woningen. De Scheg Midden is een deelgebied daarvan. Het plan maakt in dit deelgebied 457 nieuwe woningen mogelijk. Ook wordt er een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd, de Verlengde Hammarskjöldsingel. Enkele omwonenden waren tegen het plan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij zijn bang voor geluidsoverlast omdat de nieuwe ontsluitingsweg dicht achter hun woningen komt te liggen. Volgens hen heeft de gemeenteraad de geluidsbelasting van de ontsluitingsweg niet goed onderzocht en moest de gemeenteraad in het onderzoek ook de al bestaande geluidhinder van luchtverkeer meenemen. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de omwonenden op dit punt gelijk. De gemeenteraad heeft nagelaten onderzoek te doen naar de cumulatie van geluidshinder van zowel weg- als vliegverkeer. Maar tijdens de procedure heeft de gemeenteraad dit onderzoek alsnog gedaan. Daarbij is gekeken naar de geluidbelasting van de ontsluitingsweg waarbij ook het geluid van het vliegverkeer is meegenomen. Hieruit blijkt een toename van de geluidsbelasting, maar die leidt volgens de gemeenteraad niet tot een sterke verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad hiermee het geconstateerde gebrek in het bestemmingsplan hersteld. Gelet hierop laat de Afdeling bestuursrechtspraak 'de rechtsgevolgen van het besluit in stand', zoals dat heet. Dat betekent dat het bestemmingsplan met deze uitspraak definitief is en dat de gemeente Amstelveen verder kan met het woningbouwproject.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1233
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202500946/1/R1 en 202500948/1/R1

202501725/1/R3

Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de raad van de gemeente Hillegom het bestemmingsplan "Molenstraat 22-24 Hillegom" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van dertien nieuwbouwappartementen. Volgens de plantoelichting worden dit vier sociale huurwoningen, vijf middel dure woningen en vier vrije-sector-huurwoningen. [appellant] en anderen wonen in de buurt van het plangebied aan de Molenstraat. Zij vrezen dat de komst van de appartementen zal leiden tot parkeerproblemen. [appellant] en anderen betogen in de kern dat voor dit aantal parkeerplaatsen onvoldoende plek is. Daarvoor voeren zij aan dat het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende parkeeronderzoek hiervoor niet representatief is. Zo zijn parkeerplaatsen in een nabijgelegen parkeergarage ten onrechte meegeteld, omdat die ’s nachts deels gesloten is en daarbij de tweede verdieping van deze parkeergarage helemaal zou zijn afgesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1241
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202501725/1/R3

202501892/1/V6

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om haar het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek), afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum] 1985. Zij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris heeft het verzoek afwezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris baseert dit op een door Bureau Land en Taal (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT)) opgesteld rapport taalanalyse van 2 augustus 2006 (de taalanalyse). Uit de taalanalyse volgt dat [appellant] eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1215
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501892/1/V6

202501906/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft [partij] een woningvormingsvergunning voor het pand aan de [locatie 1] in Delft verleend. Het college heeft aan [partij] - eigenaar van het pand - een woningvormingsvergunning verleend om het pand om te vormen van twee naar vier appartementen. [appellant], die aan de [locatie 2] woont, is het niet eens met de opdeling van het pand in appartementen en heeft daarom bezwaar gemaakt tegen het verlenen van de vergunning. Aan het besluit van 18 december 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellant] geen belanghebbende bij het besluit van 14 juli 2023 is, omdat hij op een afstand van meer dan 150 m van het pand woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1217
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501906/1/A2

202502084/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan hem daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. [appellant] betoogt dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in zijn geval buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1208
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502084/1/A2

202502261/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1205
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502261/1/A2

202502262/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [kind] was toen negen jaar oud. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wht een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1207
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502262/1/A2

202502264/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 2.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1201
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502264/1/A2

202502321/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] betoogt dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in het geval van [kind] buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1203
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502321/1/A2

202502876/1/R1

Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet in samenhang bezien met artikel 5.46, eerste lid, onder f, van de Ow het projectbesluit "Kaderrichtlijn Water (KRW) Maas, maatregelen Bokhovense waard, oever Casterens Hoeve en oever Benedenwaarden" (projectbesluit), vastgesteld. Het projectbesluit voorziet in de uitvoering van drie maatregelen die voortkomen uit de Europese Kaderrichtlijn Water langs de Benedenmaas: het deel van de Maas tussen Lith en Heusden. Het doel van de KRW is om de kwaliteit van het oppervlaktewater in Europa te verbeteren en te beschermen. Dit betekent onder meer dat rivieren geschikt moeten zijn voor waterplanten en -dieren om in te leven. Voor elk type water (landoppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater) zijn KRW-doelen bepaald. Zo ook voor de Maas. De KRW-doelen voor de Benedenmaas zijn nog niet bereikt of kunnen verder worden verbeterd. Om invulling te geven aan de doelstelling voor de Benedenmaas, is met dit projectbesluit besloten om voor de oevers Benedenwaarden en Casterens Hoeve een natuurvriendelijke oever te realiseren over een lengte van 380 m respectievelijk 920 m. Tot slot wordt in de Bokhovense Uiterwaard een nieuwe meestromende nevengeul van 1,60 km lengte tussen rivierkilometer (rkm) 222,8 en rkm 224,6 gerealiseerd. De VOF is gevestigd aan de [locatie] in Hedel en exploiteert een melkveehouderij. Ter ondersteuning van de melkveehouderij verbouwt zij gewassen (met name mais) op de kadastrale percelen met nummers 1612, 1613 en 1614. De VOF is eigenaar van de twee laatstgenoemde percelen. Het perceel met nummer 1612 pacht zij. De VOF kan zich niet met het projectbesluit verenigen voor zover dit ziet op de maatregel in de Bokhovense Uiterwaard, ook wel de maatregel Geul Bokhoven genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1202
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Grondwaterwet
  • Oppervlaktewateren
  • uitspraakin de zaak202502876/1/R1

202504929/1/A2

Bij brief van 5 maart 2025 heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig aanbieden van een woning door het college van burgemeester en wethouders van Hattem. [appellant] heeft asiel aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is goedgekeurd en hij beschikt sinds 11 november 2024 over een tijdelijke verblijfsvergunning. Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet dragen burgemeester en wethouders zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft [appellant] gekoppeld aan de gemeente Hattem. Op 5 maart 2025 heeft [appellant] beroep ingesteld omdat het college heeft nagelaten om hem tijdig een woning toe te wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:982
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504929/1/A2

202504929/2/A2

[verzoeker] heeft bij brief van 5 maart 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig aanbieden van een woning door het college van burgemeester en wethouders van Hattem. Bij uitspraak van 22 augustus 2025 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:994
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504929/2/A2

202505691/1/A2

Bij beslissing van 27 mei 2025 heeft de Examencommissie van de Faculteit der Gedrags- en bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam het door [appellante] voor het vak Jeugddelinquentie en Antisociale Ontwikkeling gemaakte hertentamen wegens fraude ongeldig verklaard en haar verplicht aan te tonen dat zij op de hoogte is van de regels inzake plagiaat door middel van het aanleveren van een digitaal certificaat. [appellante] betoogt dat zij ten onrechte is beschuldigd van fraude. Volgens haar is niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat zij heeft gefraudeerd. Het CBE heeft in navolging van de examencommissie gesteld dat zij niet-bestaande bronnen en bronnen met onjuist gegevens heeft vermeld. Het is niet duidelijk om hoeveel en om welke bronnen het gaat. Ook is niet duidelijk wat in de nummering niet zou kloppen. Het CBE heeft ten onrechte niet onderkend dat de examencommissie niet in haar bewijslast is geslaagd. [appellante] betoogt verder dat onduidelijk is wat haar wordt verweten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1187
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505691/1/A2

202505957/1/A2

Bij e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat zijn uMail-account voor alumni wordt afgesloten. Bij de beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar, onder overneming van het advies van de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 29 juli 2025, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat [appellant] als alumnus bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) geen recht heeft op het gebruik van het uMail-netwerk van de universiteit. Met het e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan hem medegedeeld dat zijn uMail-account wordt afgesloten. Bij de beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar, onder overneming van het advies van de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 29 juli 2025, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat [appellant] als alumnus bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) geen recht heeft op het gebruik van het uMail-netwerk van de universiteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1190
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505957/1/A2

202401985/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1161
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401985/1/V1

202403902/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1162
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403902/1/V1

202405787/1/V2

Bij besluit van 18 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 15 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 18 augustus 2020 herroepen, de minister opgedragen om betrokkenen in het bezit te stellen van de gevraagde machtiging tot voorlopig verblijf en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 14 maart 2024. Ook heeft zij de minister veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.000,00 aan betrokkenen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1488
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405787/1/V2

BRS.26.000608 BRS.26.000609

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1132
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000608 BRS.26.000609

BRS.26.000651 en BRS.26.000655

Bij besluit van 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1135
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000651 en BRS.26.000655

BRS.26.000652

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1138
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000652

202600206/1/A2

[verzoeker] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om herziening van haar uitspraak van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6215. In die uitspraak heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven (CBE) van 8 september 2025 ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1293
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Herziening
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600206/1/A2

202406523/1/V3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1127
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406523/1/V3

202501333/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1125
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501333/1/V1

202506086/2/R4

Bij besluit van 11 november 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal het "Wijzigingsbesluit 3e wijziging Omgevingsplan, deel I" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal vastgesteld (het besluit tot wijziging). [verzoeker] woont op de [locatie A] in Veenendaal. Zijn perceel grenst aan een perceel met bomen, het zogenoemde ‘bosje Kerkewijk’, waarvan [belanghebbende] de eigenaar is. [verzoeker] wil dat het bosje beschermd wordt in het omgevingsplan, zodat daarbinnen geen bomen gekapt kunnen worden zonder omgevingsvergunning. Hij vindt dat het college dit had moeten regelen in het besluit tot wijziging. Nu dat niet is gebeurd, is het besluit tot wijziging volgens [verzoeker] onzorgvuldig tot stand gekomen. Zijn verzoek strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bepaalt dat zonder omgevingsvergunning geen bomen mogen worden gekapt of houtopstanden mogen worden geveld in het bosje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1141
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202506086/2/R4

BRS.26.000579

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1153
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000579

BRS.26.000637

Bij besluit van 28 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1114
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000637

BRS.26.000644 en BRS.26.000645

Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1121
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000644 en BRS.26.000645

BRS.26.000715

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1117
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000715

BRS.26.000750 en BRS.26.000751

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1119
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000750 en BRS.26.000751

BRS.26.000791

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1148
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000791

202502419/1/A3

De rechtbank heeft uitgebreid gemotiveerd of het inzageverzoek deels mocht worden afgewezen en heeft, net als de Afdeling, met toestemming van [appellante] kennisgenomen van de door de korpschef van politie onder geheimhouding overgelegde motivering. De Afdeling neemt over wat de rechtbank daarover heeft overwogen in overwegingen 8 en 8.1. van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1350
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502419/1/A3

202407423/1/V1

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van appellant om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1126
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407423/1/V1

BRS.25.000122

Bij besluit van 28 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:973
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000122

BRS.25.001091

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1026
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001091

BRS.26.000507

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1017
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000507

BRS.26.000549

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1024
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000549

BRS.26.000551

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1023
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000551

BRS.26.000561

Bij besluit van 8 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:988
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000561

BRS.26.000594

Bij besluit van 18 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1116
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000594

BRS.26.000782 en BRS.26.000784

Bij besluiten van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1105
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000782 en BRS.26.000784

202502946/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 29 april 2025 in zaak nr. NL25.9074.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1100
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502946/1/V1

202504933/1/V2

Bij besluit van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1103
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504933/1/V2

BRS.25.001289

Bij besluit van 25 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1005
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001289

BRS.26.000573

Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:996
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000573

BRS.26.000697

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1007
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000697

BRS.26.000704

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1008
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000704

BRS.26.000810 en BRS.26.000811

Bij besluit van 22 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:997
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000810 en BRS.26.000811

BRS.26.000926

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1113
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000926

202203489/1/V1

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1098
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203489/1/V1

202204144/1/V1

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1021
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204144/1/V1

202204169/1/V1

Bij besluit van 30 december 2020, nader gemotiveerd bij brieven van 23 februari 2021 en 5 april 2022, heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.441,90.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1020
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204169/1/V1

202300677/1/V1

Bij besluit van 11 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1019
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300677/1/V1

202302217/1/V1

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.415,16.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1018
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302217/1/V1

202303489/1/V1

Bij besluit van 11 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 1.606,67.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1016
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303489/1/V1

202303692/1/V1

Bij besluit van 14 november 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 1.606,67.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1015
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303692/1/V1

202305603/1/V1

Bij besluit van 16 januari 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1014
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305603/1/V1

202306390/1/V1

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1013
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306390/1/V1

202504861/1/V2

Bij besluit van 4 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1012
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504861/1/V2

202505109/1/R2 en 202505109/2/R2

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel [verzoeker] gelast om diverse overtredingen op het perceel [locatie] kadastraal bekend als perceel H807, in Duizel, te beëindigen en beëindigd te houden, onder oplegging van een dwangsom. [verzoeker] is eigenaar van het kadastrale perceel H807, de [locatie] in Duizel, dat deel uitmaakt van een groter bedrijfsperceel. Dat bedrijfsperceel is in april 2022 eigendomsrechtelijk kadastraal gesplitst in de percelen H807, H1311 en H1312, waarbij perceel H807 aan [verzoeker] is verkocht. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft het college op 13 november 2024 op het perceel van [verzoeker] een controle uitgevoerd, waarbij is gebleken dat er overtredingen zijn van het bestemmingsplan "Kom Duizel". Dit bestemmingsplan maakt op grond van artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente Eersel. In het vervolg van deze uitspraak zal nog worden gesproken van het bestemmingsplan. Bij het besluit van 27 januari 2025 heeft het college aan [verzoeker] 6 lasten onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:978
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505109/1/R2 en 202505109/2/R2

202506025/2/R2

Bij besluit van 13 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland het verzoek om handhavend optreden van 19 juli 2019 van de stichting tegen verschillende handelingen die volgens haar in strijd met verleende ontheffingen en de Wet natuurbescherming zijn, afgewezen. In deze procedure gaat het om een verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen GEM, omdat zij volgens de stichting in strijd handelt met verleende Wnb-ontheffingen en de Wnb. Voor de voorgeschiedenis, de beschrijving van de verleende ontheffingen en de weergave van de handhavingsprocedure verwijst de voorzieningenrechter kortheidshalve naar de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 9 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1573). In deze uitspraak heeft de Afdeling gebreken geconstateerd in het besluit van 3 april 2020 op de onderdelen "omvang en draagkracht compensatiegebied", "opzettelijk doden van rugstreeppadden in de woonwijk" en "beheerwerkzaamheden".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1011
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202506025/2/R2

BRS.25.000360

Bij besluiten van 18 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:984
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000360

BRS.25.001390

Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:993
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001390

BRS.25.002673

Bij besluit van 3 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:968
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002673

BRS.25.002688

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:971
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002688

BRS.26.000329

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:985
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000329

BRS.26.000421

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:987
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000421

BRS.26.000482

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 7 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:981
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000482

BRS.26.000712

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:989
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000712
vorige pagina1...222324...1.255volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon