Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.946
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202102566/1/R4

Bij besluit van 15 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan de gemeente Amersfoort een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van een strook grond aan de weerszijden van de westelijke ontsluiting ten behoeve van de ondergrondse verankering van keerwanden. Bij besluit van 11 oktober 2016 heeft de raad van de gemeente Amersfoort (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Westelijke ontsluiting" vastgesteld. Dit plan voorziet in een verbetering van de verkeerskundige ontsluiting en de doorstroming van het verkeer van de westkant van Amersfoort. Het maakt een nieuw tracé mogelijk dat loopt vanaf de Stichtse Rotonde, verdiept liggend via het kazerneterrein van de Bernhardkazerne en parallel aan de Aletta Jacobslaan, met een fietsviaduct en een tunnel onder het spoor door en vervolgens via het bestaande wegtracé van de Barchman Wuytierlaan. . De westelijke ontsluiting zal deels verdiept liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2229
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202102566/1/R4

202102802/1/R1

Bij besluit van 22 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het bouwen van een recreatiehuis. De omgevingsvergunning heeft betrekking op het oprichten van een recreatiehuis na de sloop van het recreatiehuis nummer 15 op het terrein aan de Uitdammerdijk 18. Het recreatiehuis heeft volgens de bouwtekeningen een binnenruimte, die is omgeven met drie muren en een glazen pui gesitueerd op het westen, richting het Kinselmeer. Aan de glazen pui grenst een met de binnenruimte verbonden overkapping. De overkapping bestaat volgens de bouwtekeningen bij de aanvraag uit een deel met verticale lamellen ten behoeve van zonwering, en een aan de binnenruimte grenzend deel met een dak. Naast het gedeelte met de overkapping is een vlonder voorzien die gedeeltelijk boven het water van het Kinselmeer uitsteekt. Het bouwplan voldoet volgens het college niet aan de onderlinge afstand tussen de recreatiehuizen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2243
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202102802/1/R1

202102850/1/A2

Bij besluit van 7 februari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging afgewezen. Op 16 december 2019 heeft de advocaat van [appellant] namens [appellant] een aanvraag ingediend voor een toevoeging voor het indienen van beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 6 november 2019 op de herhaalde asielaanvraag van [appellant]. Op 16 december 2019 heeft de advocaat van [appellant] ook zo’n aanvraag toevoeging gedaan voor de echtgenoot van [appellant]. Bij besluit van 7 februari 2020 heeft de raad deze aanvraag afgewezen. Reden daarvoor is het feit dat er al een toevoeging was verstrekt aan de echtgenoot van [appellant]. De zaken van [appellant] en de echtgenoot van [appellant] zijn identiek en zij hebben hetzelfde rechtsbelang. In het besluit is daarom overwogen dat er geen afzonderlijke toevoeging voor het beroep van [appellant] hoeft te worden verstrekt. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2226
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202102850/1/A2

202103259/1/A2

Bij besluit van 23 december 2019 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven buiten behandeling gesteld. In artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven is bepaald dat uit het schadefonds uitkeringen kunnen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen. In artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven is bepaald dat uit het schadefonds uitkeringen kunnen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2224
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202103259/1/A2

202103344/1/A2

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij strafbeschikking heeft het openbaar ministerie aan [appellant] een boete opgelegd. [appellant] is hiertegen in verzet gegaan. Bij vonnis van 18 juli 2019 is [appellant] bij verstek door de kantonrechter veroordeeld tot een boete van € 140,00 wegens het overtreden van artikel 4:18, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013, het verbod op recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein. [appellant] heeft toegelicht dat hij dakloos is en geregeld buiten slaapt. [appellant] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Gelet op artikel 410a, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, moet de voorzitter van het gerechtshof verlof verlenen voor de behandeling van het hoger beroep, omdat de boete die aan [appellant] is opgelegd lager is dan € 500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2245
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202103344/1/A2

202103557/1/A2

Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij strafbeschikking van 17 december 2018, heeft het openbaar ministerie aan [appellant] een boete van € 900,00 opgelegd wegens het overtreden van artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969., Hiertegen heeft [appellant] verzet ingesteld. Hij is bij deze procedure bijgestaan door advocaat mr. M.J.G. Schroeder (hierna: de advocaat). De kantonrechter heeft [appellant] bij vonnis van 9 april 2019 een boete opgelegd van € 450,00. [appellant] heeft tegen het strafvonnis hoger beroep ingesteld. Gelet op artikel 410a, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering (hierna: Sv), moet de voorzitter van het gerechtshof verlof verlenen voor de behandeling van het hoger beroep, omdat de boete die aan [appellant] is opgelegd lager is dan € 500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2242
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202103557/1/A2

202104261/1/R4

Bij besluit van 3 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen de oprichting van een berging door [persoon] op het perceel [locatie 1] te Blaricum zonder omgevingsvergunning, afgewezen. [wederpartij] woont op het perceel [locatie 2] in Blaricum. [persoon] woont op het perceel [locatie 1] te Blaricum. [persoon] heeft naast zijn woning op dit perceel een stenen berging gebouwd. De berging wordt gebruikt voor de stalling van motorrijwielen. Voor de lange zijde van deze berging liggen vijf openbare parkeerplekken (hierna: de parkeerkoffer). [persoon] heeft de berging gebouwd zonder omgevingsvergunning, omdat volgens hem het bouwen van de berging vergunningvrij is. Volgens [wederpartij] past de berging echter niet in de omgeving en is er sprake van een overtreding omdat voor de bouw van de berging wel een omgevingsvergunning is vereist. [wederpartij] heeft daarom op 10 januari 2019 een verzoek om handhaving ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2260
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202104261/1/R4

202104395/1/R2

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel onder oplegging van een dwangsom [appellant] gelast om binnen 6 weken 10 paardenstallen, gemaakt van aluminium profielen, die aanwezig zijn op het perceel [locatie] in Hapert, te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel aan [locatie] in Hapert. Op dit perceel is een paardenstal aanwezig en zijn 10 paardenstallen, gemaakt van aluminium profielen, bijgeplaatst buiten het bouwvlak. Na controle heeft het college op 29 oktober 2020 een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant], omdat de 10 paardenstallen van aluminium profielen zijn geplaatst zonder omgevingsvergunning voor bouwen. [appellant] moet de bouwwerken verwijderen en verwijderd houden en verbeurt een dwangsom van € 1.000 per week met een maximum van € 10.000, indien hij hier niet aan voldoet. [appellant] betoogt dat het samenwerkingsverband VTH De Kempen geen mandaat heeft om de last onder dwangsom op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2241
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202104395/1/R2

202104425/1/A2

Bij besluit van 27 september 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg een aanvraag van [appellant] om subsidie in het kader van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg afgewezen. [appellante A] drijft een fruitteeltbedrijf met 30 ha aan teelt van appels, peren en kersen. [appellant B] is een van de vennoten van de vennootschap. [appellant] heeft op 5 februari 2018 een aanvraag om subsidie in het kader van de Subsidieverordening gedaan voor het aanleggen van een sproei-installatie met daarbij behorend waterbassin en aansluiting op het waterleidingnetwerk. Hij wil met deze maatregel het risico op schade aan het gewas als gevolg van weersinvloeden beperken. Het college heeft de aanvraag ter advisering voorgelegd aan de Provinciale Adviescommissie POP3 Limburg. De adviescommissie heeft in haar advies van 17 juli 2018 aan de aanvraag 17 punten toegekend. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2235
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202104425/1/A2

202104544/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van funderingsherstel, het wijzigen van de begane grond en het maken van een aanbouw aan de achterzijde van het gebouw [locatie] in Amsterdam afgewezen. [appellant] woont op het adres [locatie]-Huis in Amsterdam. Hij heeft op 18 september 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het uitvoeren van funderingsherstel, het wijzigen van de begane grond en het maken van een aanbouw aan de achterzijde van het gebouw op het perceel. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat de aanbouw in strijd is met het voor het perceel geldende bestemmingsplan ‘Westelijke binnenstad’, vastgesteld door de raad van de gemeente Amsterdam op 26 februari 2013. In de achtertuin van het perceel waar [appellant] de aanbouw volgens de aanvraag heeft beoogd, geldt onder meer de bestemming ‘Tuin-1’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2223
Datum uitspraak
3 augustus 2022
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202104544/1/R1
vorige pagina1...2.1002.1012.102...12.595volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon