Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.433
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202106963/1/A3

Bij besluit van 27 september 2021 heeft de burgemeester van Dordrecht het aan [appellant] opgelegde huisverbod verlengd. Op 18 september 2021 heeft de burgemeester aan [appellant] een huisverbod opgelegd. De aanleiding voor het huisverbod was dat [echtgenote], de echtgenote van [appellant], een melding bij de politie had gedaan. De politie heeft haar met meervoudig letsel aangetroffen in de woning waar [appellant], [echtgenote] en hun jongste kind zich bevonden. Bij het besluit van 27 september 2021 heeft de burgemeester het huisverbod verlengd tot 16 oktober 2021. [appellant] heeft hiertegen beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft op 1 oktober 2021 een zitting gehouden. De burgemeester heeft bij besluit van 6 oktober 2021 het huisverbod ingetrokken. Op dezelfde dag heeft [appellant] zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, maar zijn beroep gehandhaafd. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting uitspraak heeft gedaan op het beroep. Hij voert aan dat hij expliciet heeft benadrukt dat hij het beroep niet introk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3785
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202106963/1/A3

202107088/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten afgewezen. [appellant] heeft de staatssecretaris bij brief van 31 december 2019 verzocht om documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur openbaar te maken. Hij heeft het volgende verzocht: "Met een beroep op de WOB wordt verzocht de navolgende mondeling gegeven informatie schriftelijk te bevestigen. Ten aanzien van de beschikkingen [...] is door de beslisambtenaar mondeling aan ondergetekende uitgelegd dat de staatsecretaris deze vergunningen heeft verleend op grond van de overweging dat getoetst moet worden wat de betrokken vreemdelingen te wachten staat bij terugkeer in Afghanistan op het moment van de beschikking. ‘Doortoetsen’ noemde de ambtenaar dit. Deze informatie is neergelegd in de minuut achter de beschikking. (…) Dat de beschikkingen van 22 april 2017 onderbouwd zijn met een motivering van deze aard en strekking weet ik al. [...]. Maar deze bestaande informatie, welke mondeling is verkregen, blijft in rechtszaken buiten beschouwing, omdat schriftelijk bewijs ervan ontbreekt. Thans wordt gevraagd om deze informatie op schrift te bevestigen."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3859
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202107088/1/A3

202107222/1/R2

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Reusel-De Mierden het bestemmingsplan "Stedelijk gebied, Lindenhof Lage Mierde" vastgesteld. Het plan maakt de herstructurering van het voormalig zorgcentrum de Lindenhof mogelijk. Een gedeelte van de bestaande bebouwing zal worden gesloopt en er wordt een nieuw woon-/zorgcentrum met veertig zorgappartementen en twaalf sociale huurwoningen gebouwd. Ook wordt er een twee-onder-een-kapwoning gebouwd. [appellant] en anderen wonen in de nabijheid van het plangebied en kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij vrezen dat de bouw van het woon-/zorgcentrum dicht op de Hoosemanstraat leidt tot een ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat. Ook vrezen zij een aantasting van de plaatselijke archeologische waarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3912
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202107222/1/R2

202107737/1/A3

Bij vier afzonderlijke besluiten van 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ambtshalve de adresgegevens van [appellant A] en [appellant B] en hun twee kinderen in de basisregistratie personen gewijzigd in [locatie 1] in Rotterdam en vier bestuurlijke boetes opgelegd van € 325,-. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van een woning aan de [locatie 2]. Zij stonden op dat adres ingeschreven in de brp. Op grond van de resultaten van een adresonderzoek heeft het college bij de besluiten van 3 december 2019 het adres van [appellant A] en [appellant B] en hun kinderen in de brp gewijzigd in [locatie 1]. Bij dezelfde besluiten heeft het college bestuurlijke boetes opgelegd, omdat is nagelaten aangifte van verblijf en adres te doen of een adreswijziging door te geven. Daarnaast heeft het college bij het besluit van 15 januari 2020 geweigerd om [appellant A] en [appellant B] en hun kinderen naar aanleiding van hun aangifte van adreswijziging in de brp in te schrijven op het adres [locatie 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3877
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202107737/1/A3

202107814/1/R1

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd om aan [bedrijf] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van het pand op het perceel [locatie] te Haarlem van een garage/opslag tot drive-in patiowoning met hobbyruimte. [appellant], handelend onder de naam [bedrijf], is eigenaar van het pand op het perceel. Het pand bestaat uit een garage/opslagruimte op de begane grond en een zelfstandige bovenwoning op de eerste verdieping. Voor zover de gronden waarop de garage/opslagruimte is gevestigd, zijn gelegen in het bouwblok, rust op die gronden op grond van het bestemmingsplan "Delftwijk - Waterbuurt", zoals vastgesteld op 8 januari 2010, de bestemming "Woondoeleinden". Voor zover die gronden doorlopen tot achter het bouwblok, rust daarop de bestemming "Erf". Op 22 oktober 2019 heeft [bedrijf] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van de garage/opslagruimte op de begane grond tot een drive-in patiowoning met hobbyruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3857
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107814/1/R1

202107878/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2020 heeft de burgemeester van Eindhoven gelast de garage aan de [locatie] in Eindhoven te sluiten voor de duur van twaalf maanden. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de garage en wonen in een woning op hetzelfde perceel als de garage. Op 2 maart 2020 heeft de Dienst Landelijke Recherche (hierna: de politie) de garage onderzocht, nadat de politie heeft gezien dat [appellant A] een tas afleverde waarin later €99.900,00 is gevonden. [appellant A] werd verdacht van handel in harddrugs en het witwassen van crimineel verkregen vermogen. De politie heeft in de garage een jerrycan van 25 l volledig gevuld met de stof methylamine aangetroffen, zo blijkt uit de op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van 24 april 2020. Ook heeft de politie een revolver en munitie in de garage gevonden

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3906
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202107878/1/A3

202108125/1/R1

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar aan [partij B] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een berging op het perceel [locatie 1] in Stompetoren. [partij A] woont op het adres [locatie 1] in Stompetoren. Hij heeft op 4 juli 2018 een stuk grond gekocht dat direct achter zijn perceel ligt. [partij A] wil daarop een berging neerzetten. Volgens [partij A] heeft het college toegezegd dat de berging omgevingsvergunningsvrij kan worden opgericht. Op 16 april 2019 ontving [partij A] van een plantoetser van de gemeente een e-mail dat voor de berging een omgevingsvergunning vereist is. Diezelfde dag heeft [partij A] een aanvraag gedaan voor het gebruik van de grond, waarop de inmiddels berging staat, voor wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3871
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202108125/1/R1

202200207/1/A3

Bij besluit van 12 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad. een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] leeft van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en woont sinds 2014 aan de [locatie] in Zaandijk. Hij woont zelfstandig en voert zijn eigen financiële administratie. Hij stelt dat hij in een buurt woont waar veel mensen met problemen en beperkingen wonen. [appellant] heeft een aanvraag om een urgentieverklaring bij het college ingediend op medische gronden, omdat hij psychische klachten ervaart als gevolg van overlast van zijn buren. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat volgens het college geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3875
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200207/1/A3

202200790/1/V6

Bij besluit van 18 september 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [appellante] vanaf 1 december 2019 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 10.000,00 en zij moet maandelijks € 83,33 betalen. Bij brief van 20 mei 2016 heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is en dat haar inburgeringstermijn op 3 mei 2016 is gestart. Bij een besluit van 7 mei 2020 met het opschrift "niet op tijd ingeburgerd" heeft de minister [appellante] meegedeeld dat zij tot en met 17 oktober 2019 de tijd had om aan deze plicht te voldoen, zij daarin niet is geslaagd en zij daarom een boete krijgt van € 250,00. De minister heeft daarnaast bepaald dat hij de lening die [appellante] bij de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft afgesloten niet zal kwijtschelden en zij het geleende geld dus zal moeten terugbetalen. Op 21 juli 2020 heeft zij het inburgeringsexamen behaald. Bij het besluit van 18 september 2020 met het opschrift "terugbetalen lening" heeft de minister [appellante] vervolgens meegedeeld dat haar schuld € 10.000,00 bedraagt en zij maandelijks € 83,33 moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3853
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202200790/1/V6

202200948/1/A3

Bij besluit van 7 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne een verzoek van [appellante] om haar huwelijksgegevens te verwijderen uit de basisregistratie personen afgewezen. Op 28 mei 2020 heeft [appellante] het college verzocht haar huwelijksgegevens uit de brp te verwijderen, omdat zij niet gehuwd is met [persoon A]. Ter onderbouwing van het verzoek heeft [appellante] een verklaring van het Turkse consulaat van 20 maart 2020, een uittreksel uit het bevolkingsregister uit Turkije en een verklaring van het Turkse consulaat van 1 oktober 2014 overgelegd. Het college heeft het verzoek van [appellante] afgewezen. Op basis van een door haar onder ede afgelegde verklaring is in de brp opgenomen dat ze gehuwd is. Deze verklaring geldt als brondocument. Volgens het college staat niet onomstotelijk vast dat de in de brp opgenomen gegevens over haar huwelijk onjuist zijn. Het college heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft dit rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3852
Datum uitspraak
21 december 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202200948/1/A3
vorige pagina1...1.9881.9891.990...12.644volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon