Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 127.010
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404403/1/V1

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3125
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404403/1/V1

202404409/1/V1

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3093
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404409/1/V1

202404467/1/V2 en 202404467/2/V2

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3080
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404467/1/V2 en 202404467/2/V2

202404471/2/V1

Bij besluit van 13 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3079
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404471/2/V1

202404548/1/V2 en 202404548/2/V2

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3078
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404548/1/V2 en 202404548/2/V2

202404665/2/V3

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3077
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404665/2/V3

BRS.24.000150

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3058
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000150

BRS.24.000163

Bij besluit van 16 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3060
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000163

BRS.24.000242

Bij besluit van 25 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3059
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000242

BRS.24.000258

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3061
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000258

202006308/3/R2

Bij tussenuitspraak van 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2700, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Bergeijk opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 1 oktober 2020 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 12 juli 2023 twee gebreken in het besluit van 1 oktober 2020 vastgesteld. In de eerste plaats is onder 8.2 vastgesteld dat de voorwaarden uit artikel 3.52, derde lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, ontbreken in de planregels. In de tweede plaats is onder 10.3 vastgesteld dat de voortoets die de raad ten grondslag heeft gelegd aan het bestemmingsplan onzorgvuldig en gebaseerd is op onjuiste uitgangspunten. In de voortoets werd niet inzichtelijk gemaakt of op grond van objectieve gegevens significante gevolgen op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op voorhand konden worden uitgesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3119
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006308/3/R2

202006486/1/A3

Bij besluit van 4 februari 2019 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (thans: de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om het onrechtmatige bezit van ongeveer duizend planten van de waterhyacint (Eichhornia crassipes) te beëindigen en de planten te vernietigen. [appellant] kweekt waterplanten die zij aan groothandels levert. Zij kweekte en verhandelde ook waterhyacinten. Deze plantsoort is door de Commissie geplaatst op de lijst van voor de Europese Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (hierna: de Unielijst). Daardoor is het onder meer verboden om de waterhyacint te houden, kweken en verhandelen. De minister heeft [appellant] daarom onder aanzegging van bestuursdwang gelast om het bezit van de waterhyacinten te beëindigen door alle planten permanent te vernietigen. De minister heeft geweigerd [appellant] ontheffing te verlenen voor het houden van de waterhyacint. Volgens [appellant] is de waterhyacint ten onrechte op de Unielijst geplaatst. [appellant] kweekt momenteel geen waterhyacinten meer, maar beschikt nog wel over het zogenoemde moederbed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3046
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202006486/1/A3

202104195/2/A2

Bij verwijzingsuitspraak van 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3273, heeft de Afdeling het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op drie vragen, de behandeling van het hoger beroep geschorst tot het Hof uitspraak heeft gedaan en iedere verdere beslissing aangehouden. [appellant] heeft sinds éénjarige leeftijd de aandoening ‘homonieme hemianopsie’. Dat betekent dat hij een beperkt horizontaal gezichtsveld heeft. Op 18-jarige leeftijd heeft [appellant] zijn rijbewijs gehaald voor het besturen van motorvoertuigen in de rijbewijscategorieën C en CE (vrachtwagen en bus) en is hij bij het transsportbedrijf van zijn vader gaan werken als beroepschauffeur. Na tien jaar heeft hij verlenging verzocht van dit rijbewijs. Omdat zijn gezichtsveld minder dan 160 graden is, heeft het CBR geweigerd hem een verklaring van geschiktheid te verlenen, die hij nodig heeft voor het besturen van motorvoertuigen in de rijbewijscategorieën C en CE. De eis van 160 graden staat in punt 6.4 van bijlage III bij Richtlijn 2006/126/EG van het Europees parlement en de raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (hierna: de Rijbewijsrichtlijn)..

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3116
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202104195/2/A2

202104817/2/R2

Bij tussenuitspraak van 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3776, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 23 november 2020 te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in overweging 4.2 geoordeeld dat het college bij het berekenen van de beschikbare parkeercapaciteit ten onrechte alle 20 parkeerplaatsen aan de Beatrixsingel heeft meegerekend, terwijl op basis van de plantoelichting van het bestemmingsplan "Beatrixsingel 1a Veghel" maar 13 van die 20 parkeerplaatsen toegerekend kunnen worden aan het beoogde woongebouw aan de Frisselsteinstraat 6 in Veghel. Het besluit op bezwaar van 23 november 2020 is daarom onvoldoende zorgvuldig voorbereid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3117
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202104817/2/R2

202105595/1/R4

Bij besluit van 3 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel [appellant] gelast, onder oplegging van een dwangsom, om vijf overtredingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) en een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen en beëindigd te houden. Bij besluit van 4 mei 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard ten aanzien van een van de lasten onder dwangsom. Bij besluit van 14 juni 2021 heeft het college de wettelijke grondslag van twee lasten aangevuld en de begunstigingstermijn verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3084
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105595/1/R4

202105817/1/A3

Bij besluit van 14 augustus 2018 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geweigerd aan Aqua Look een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming te verlenen voor het vervoeren, houden, gebruiken of uitwisselen, laten voortplanten, kweken en/of telen van de waterhyacint (Eichhornia crassipes). Aqua Look exploiteert een kwekerij en groothandel in aquarium- en vijverplanten. Zij kweekte en verhandelde ook waterhyacinten. De Commissie heeft deze plantsoort, door Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten uit te voeren en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141 van 13 juli 2016 vast te stellen, op de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten geplaatst. Daardoor is het onder meer verboden om de waterhyacint te houden, kweken en verhandelen. Op 1 augustus 2018 heeft Aqua Look verzocht om een ontheffing op grond van artikel 3.40 van de Wnb van het verbod in artikel 3.37, eerste lid, van die wet voor het kweken, vervoeren en verkopen van de waterhyacint.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3121
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202105817/1/A3

202106742/1/R3

Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Zwolle het bestemmingsplan "Zwolle, parapluplan bouw- en cultuurhistorie" vastgesteld. Het parapluplan voorziet in een verbeterde bescherming van de bouw- en cultuurhistorisch waardevolle panden voor het gehele Zwolse grondgebied. Het voormalige kantoorgebouw van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, gelegen aan de Burgemeester Drijbersingel 25, is in dit plan aangemerkt als een gebouw met een hoge cultuurhistorische waarde. VanWonen is sinds november 2020 eigenaar van het perceel waarop dit gebouw staat. Haar bedoeling is altijd geweest om het huidige pand te slopen om zo op het perceel ruimte te maken voor de bouw van 140 appartementen. VanWonen is het oneens met het plan, omdat het volgens haar onvoldoende duidelijk is welke cultuurhistorische waarden het gebouw heeft en op welke manier zij hiermee rekening moet houden bij een eventuele toekomstige ontwikkeling, zoals de sloop van het gebouw en de herontwikkeling van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3107
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202106742/1/R3

202107205/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van de verbouwing van een monument aan de [locatie] in Utrecht, afgewezen. [appellant] is eigenaar van een pand in Utrecht dat is aangemerkt als gemeentelijk monument. Hij heeft dat pand verbouwd en daaraan groot onderhoud uitgevoerd. Vanuit het trappenhuis zijn eigen toegangen naar de eerste en tweede verdieping gerealiseerd of aangepast. Op de tweede verdieping zijn een keuken en badkamer toegevoegd. De keuken en badkamer op de eerste verdieping zijn vernieuwd en van plaats veranderd. Verder zijn er dakramen aangebracht in het schuine dakvlak, is de stahoogte in de kelder gewijzigd en zijn de kelderwanden geïnjecteerd. Na de verbouwing zijn er drie zelfstandige appartementen aanwezig in het pand. Nadat het college [appellant] erop had gewezen dat sprake was van een vergunningplicht, heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3094
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107205/1/R2

202107911/1/A2

Bij besluit van 9 december 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor door Van der Woude ten behoeve van [appellant] verleende rechtsbijstand ingetrokken. Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de raad het door Van der Woude daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6411, heeft de rechtbank het door Van der Woude daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 9 december 2019 herroepen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3083
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202107911/1/A2

202107947/1/V1

Bij besluit van 17 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft de Armeense nationaliteit. Hij heeft een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen. Het gaat in deze zaak niet om het recht van de vreemdeling op een asielvergunning, omdat het voor de vreemdeling en zijn moeder te gevaarlijk zou zijn om naar Armenië te gaan. De minister heeft de asielaanvraag van de moeder van de vreemdeling al op 30 september 2010 afgewezen. De rechtbank heeft het tegen de afwijzing van de asielaanvraag ingestelde beroep bij uitspraak van 21 oktober 2010 ongegrond verklaard. De moeder van de vreemdeling is in Nederland gebleven en op [geboortedatum] 2012 is de vreemdeling in Nederland geboren. In deze zaak speelt het vereiste hoe lang een vreemdeling zich mag onttrekken aan het toezicht van de vreemdelingrechtelijke instanties om toch nog een geslaagd beroep op de Afsluitingsregeling te kunnen doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3109
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202107947/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107947/1/V1

202108095/1/R2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Unilocatie Grevenbicht-Obbicht" vastgesteld. Het plan bestaat uit drie plandelen. Eén van de plandelen voorziet in de bouw van een zogenoemd integraal kindcentrum (met een centrale sportvoorziening op gronden gelegen tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht (de unilocatie). Het IKC omvat een basisschool, een peuterspeelzaal, mogelijkheden voor buitenschoolse opvang en een gymzaal. De centrale sportvoorziening bestaat uit voetbal- en tennisvelden met bijbehorende kantine en kleedkamervoorzieningen. De twee andere plandelen, gelegen binnen de bebouwde kom van Grevenbicht, respectievelijk Obbicht, voorzien in een nieuwe invulling voor de huidige twee sportlocaties in Grevenbicht en Obbicht met groen en natuur. De beroepen van [appellant sub 1] en de Stichting richten zich tegen het plandeel waarin in de bouw van het IKC is voorzien. [appellant sub 1] woont aan de [locatie], direct naast het plandeel waarop het IKC met sportvoorziening is voorzien. Zij vreest voor aantasting van haar woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3118
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202108095/1/R2

202200113/1/R3

Bij besluit van 13 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp opnieuw geweigerd om aan Reges omgevingsvergunning te verlenen voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van gronden aan de Rijksstraatweg ter hoogte van nummer 39 in Delfgauw voor het plaatsen van een reclamemast met een hoogte van 35 m. Reges wil op de locatie een reclamemast plaatsen. Voor de fundering van die reclamemast beschikt zij over een aparte omgevingsvergunning en zij heeft de fundering al gerealiseerd. Zij heeft aanvragen om omgevingsvergunning ingediend om hier een mast van 35 m hoog of, als alternatief, een mast van 8 m hoog te plaatsen. Het college heeft beide omgevingsvergunningen geweigerd. Reges is tegen beide weigeringen opgekomen. In deze zaak gaat het om de weigering om omgevingsvergunning te verlenen voor een reclamemast van 35 m hoog. Voor een reclamemast van 35 m hoog is een omgevingsvergunning voor de activiteit "handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening" nodig, want op grond van het bestemmingsplan "Emerald" mag een reclamemast op de locatie niet hoger zijn dan 8 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3085
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200113/1/R3

202200296/1/R3

Bij besluit van 8 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp geweigerd om aan Reges omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een reclamemast met een hoogte van 8 m aan de Rijksstraatweg ter hoogte van nummer 39 in Delfgauw. Reges wil op de locatie een reclamemast plaatsen. Voor de fundering van die reclamemast beschikt zij over een aparte omgevingsvergunning en zij heeft de fundering al gerealiseerd. Zij heeft aanvragen om omgevingsvergunning ingediend om hier een mast van 35 m hoog of, als alternatief, een mast van 8 m hoog te plaatsen. Het college heeft beide omgevingsvergunningen geweigerd. Reges is tegen beide weigeringen opgekomen. In deze zaak gaat het om de weigering om omgevingsvergunning te verlenen voor een reclamemast van 8 m hoog. Voor een reclamemast van 8 m hoog is een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. Een reclamemast met deze hoogte is op grond van het bestemmingsplan "Emerald" toegestaan op de locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3086
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200296/1/R3

202201265/1/A3

Bij besluit van 17 januari 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1975 en heeft de Marokkaanse nationaliteit. In 2001 heeft zij bij Koninklijk Besluit de Nederlandse nationaliteit gekregen. In 2002 heeft [appellante] een religieus huwelijk gesloten met een persoon die de Saoedische nationaliteit bezit. Dit huwelijk is niet bij de Nederlandse burgerlijke stand geregistreerd. Op 22 september 2006 is in een Saoedische krant gepubliceerd dat [appellante] de Saoedische nationaliteit heeft verkregen. Hierdoor is zij het Nederlanderschap van rechtswege verloren. De minister heeft een op 9 december 2018 door [appellante] ingediende aanvraag om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen, omdat zij niet langer de Nederlandse nationaliteit heeft. In hoger beroep is aan de orde of het verlies van het Nederlanderschap en dus ook haar Unieburgerschap evenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3124
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202201265/1/A3

202201321/2/R4

Bij tussenuitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4121, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaltbommel opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omgeschreven gebrek in het besluit van 16 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitenstad Zaltbommel" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in overweging 10.2 geoordeeld dat artikel 13.2.1 van de planregels onvoldoende duidelijk is geformuleerd, omdat niet duidelijk is wat "het beeldkwaliteitsplan voor het beschermd stadsgezicht" is. Daarnaast is ook artikel 13.1, onder a, van de planregels onvoldoende duidelijk, omdat daarin staat dat de cultuurhistorische waarden van Zaltbommel zijn omschreven in een aanwijzingsbesluit dat als bijlage is opgenomen bij de planregels, maar bedoeld is om te verwijzen naar de cultuurhistorische waarden die beschreven zijn in de bijlagen behorende bij het aanwijzingsbesluit van 21 december 1984. Er kleeft daarom een zorgvuldigheidsgebrek aan artikelen 13.1, onder a, en 13.2.1 van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3120
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201321/2/R4

202202478/1/R3

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B, 1e herziening" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om dertien grondgebonden woningen te realiseren; vier rijwoningen aan de Hoeksekade, zes halfvrijstaande woningen en drie vrijstaande woningen aan een nieuwe ontsluitingsweg. Beethoven Participatiemaatschappij B.V. wenst deze woningen te ontwikkelen. Eerder is het bestemmingsplan "Woningbouw Hoeksekade Noord, deellocatie B", dat de raad bij besluit van 31 oktober 2019 heeft vastgesteld, dat voorzag in dezelfde ontwikkeling, bij uitspraak van de Afdeling van 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1408, vernietigd. Met het voorliggende plan is beoogd om de in die uitspraak geconstateerde gebreken te herstellen. [appellante sub 1] kan zich niet verenigen met het voorliggende bestemmingsplan. [appellante sub 1] vreest dat de in het plan voorziene woningbouw een belemmering oplevert voor haar bedrijfsvoering, gelet op de korte afstand tussen de voorziene woningen en haar bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3108
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202478/1/R3

202202669/1/R2

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel een omgevingsvergunning verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo). Deze vergunning is verleend voor een windturbinepark bestaande uit vier windturbines met bijbehorende voorzieningen op vier percelen direct ten noorden van de A67, in het buitengebied van Bladel, voor een periode van 25 jaar. De omgevingsvergunning maakt de realisatie mogelijk van een windpark bestaande uit vier windturbines in lijnopstelling, inclusief bijbehorende voorzieningen. Het windpark is gelegen langs de noordzijde van de rijksweg A67, met een tiphoogte van maximaal 240 m. Het gezamenlijk vermogen bedraagt ongeveer 22 MW. Windpark De Pals B.V. is initiatiefnemer van het project.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3034
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202669/1/R2

202203074/1/A3 en 202203092/1/A3

Bij besluiten van 31 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de verzoeken van [appellant A] om handhavend op te treden, afgewezen. [appellant A] heeft op 4 en 23 mei 2018 een verzoek ingediend tot handhaving over het plaatsen van een afvalcontainer en de plaatsing van parkeerbeugels op het terrein aan het Willem Dreespark in Den Haag. Op 25 november 2019 heeft [appellant B] het college verzocht om ook op te treden tegen fout geparkeerde voertuigen op het parkeerterrein. Het college heeft beide verzoeken afgewezen, omdat het parkeerterrein geen openbare weg is in de zin van de Wegenwet, het daarom niet bevoegd is tot optreden en er geen auto’s fout stonden geparkeerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3122
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203074/1/A3 en 202203092/1/A3

202203350/1/A3

Bij besluit van 26 april 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van [appellant] om afgifte van een laissez-passer in behandeling te nemen. [appellant] is geboren in Egypte en heeft door geboorte de Egyptische nationaliteit verkregen. Nadat hij zich in Nederland heeft gevestigd, heeft hij in 1986 de Nederlandse nationaliteit verkregen. De minister heeft geweigerd de aanvraag van [appellant] om afgifte van een laissez-passer in behandeling te nemen, omdat hij het Nederlanderschap heeft verloren. [appellant] heeft namelijk van 2005 tot en met 2015 onafgebroken in Egypte gewoond. In hoger beroep is aan de orde of die tienjaarstermijn tijdig is gestuit en of de gevolgen van het niet in behandeling nemen van de aanvraag onevenredig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3123
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202203350/1/A3

202204703/1/A3

Bij brief van 15 november 2021 heeft de hoofdofficier van Justitie het verzoek van [appellante] om schadevergoeding afgewezen. Over dit verzoek van de hoofdofficier aan de reclassering om advies uit te brengen heeft [appellante] bij brief van 27 oktober 2021 een klacht bij de hoofdofficier ingediend en verzocht om schadevergoeding. De hoofdofficier heeft bij brief van 15 november 2021 meegedeeld dat de klacht niet in behandeling wordt genomen en dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding heeft [appellante] bezwaar gemaakt. Bij besluit van 29 november 2021 heeft de hoofdofficier geoordeeld dat het verzoek om schadevergoeding geen bestuursrechtelijke aangelegenheid betreft en de brief van 15 november 2021 daarom geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3105
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204703/1/A3

202204733/1/R2

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en een omgevingsvergunning voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan verleend voor de realisatie van 40 commerciële ruimtes en 27 appartementen op het perceel Adrianusplein 2G, 131 t/m 147, 231 t/m 247, 331 t/m 347, Kloosterpad 2 en Petrus Dondersplein 14 in Sint-Michielsgestel. [partij] wil op het perceel Adrianusplein 2G, 131 t/m 147, 231 t/m 247, 331 t/m 347, Kloosterpad 2 en Petrus Dondersplein 14 in Sint-Michielsgestel (hierna: het projectgebied) commerciële ruimtes en 27 koopappartementen bouwen met daarbij een inpandige parkeergarage met 29 parkeerplaatsen. Dit project wordt aangeduid als "De Raadskamer". [appellanten] wonen in de omgeving van het projectgebied. [appellant B] exploiteert daarnaast een restaurant in de nabijheid van het projectgebied. Zij vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant B] vreest ook voor zijn bedrijfsvoering door parkeeroverlast vanwege De Raadskamer. 3. Het projectgebied heeft op grond van het geldende bestemmingsplan "Centrum Sint-Michielsgestel 2010" de bestemming "Centrum-1". Hier mag worden gewoond. Gronden met de bestemming "Centrum-1" zijn op de begane grond bovendien bestemd voor detailhandel, dienstverlenende bedrijven en/of instellingen, horeca in de categorie 1 en 2 en ten hoogste 2 cafés.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3096
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204733/1/R2

202204921/1/R1

Bij besluiten van 4 mei 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant], [appellant A] en de rechtsvoorganger van [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd, omdat zogenoemde Tea for Two-balkons zijn aangebracht aan de voorgevel van het gebouw aan de [locatie 1] te Amsterdam. Bij besluiten van 4 mei 2017 heeft het college aan [appellant C], de rechtsvoorganger van [appellant D] en [appellant E] een last onder dwangsom opgelegd, omdat Tea for Two-balkons zijn aangebracht aan de voorgevel van het gebouw aan de [locatie 2] te Amsterdam. [appellant] en anderen zijn natuurlijke personen die eigenaar zijn van woningen in het gebouw aan de [locatie 1] en [locatie 2], te Amsterdam. Zij kunnen zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank. [appellant], [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van de woningen aan respectievelijk de [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 5]. [appellant C], [appellant E] en [appellant D] zijn eigenaar van de woningen aan respectievelijk de [locatie 6], [locatie 7] en [locatie 8].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3097
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204921/1/R1

202205230/1/A3

Bij besluit van 15 september 2020 en 27 november 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk ingewilligd. Regenboog Apotheek heeft de minister verzocht om op grond van de Wob documenten openbaar te maken. Het verzoek gaat over alle documenten tot stand gekomen na 1 januari 2010 met betrekking tot ‘Regenboog’, Regenboog Apotheek’, ‘Regenboog Apotheken’ en/of ‘Harder’. De minister heeft de door Regenboog Apotheek verzochte informatie deels openbaar gemaakt. In bezwaar heeft de minister meer passages in de documenten 177, 201, 367 en 374 tot en met 376 openbaar gemaakt. Enkele passages in voornoemde documenten heeft de minister geweigerd openbaar te maken, omdat deze persoonlijke beleidsopvattingen bevatten, dan wel feitelijkheden die niet van de persoonlijke beleidsopvattingen te scheiden zijn. Artikel 11, eerste lid, van de Wob staat dan ook aan openbaarmaking van die passages in de weg, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3087
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205230/1/A3

202205265/1/A3

Bij besluiten van 26 mei 2020, 19 augustus 2020 en 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen beslist op een verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en daarbij documenten openbaar gemaakt. Op 50 meter afstand van Hotel ’t Zwaantje bevindt zich de jeugdvereniging Hyksos. Vanaf 1993 zijn er klachten van omwonenden geweest over de bij Hyksos georganiseerde feesten en partijen, en de daarvan afkomstige geluidsoverlast. Hotel ’t Zwaantje heeft het college bij brief van 6 maart 2020 verzocht op grond van de Wob documenten openbaar te maken. Het verzoek gaat onder andere over afspraken en correspondentie met de gemeente over de (para)commerciële exploitatie van het gebouw waarin Hyksos is gevestigd / het terrein rondom het gebouw;

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3088
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205265/1/A3

202206667/1/A3

Bij uitspraak van 27 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellante] gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1819, ongegrond verklaard. [appellante] betoogt dat de rechtbank de beginselen van de goede procesorde heeft geschonden en geen sprake is van een eerlijk proces. Zij wil daarom dat het hoger beroep toch wordt behandeld door middel van doorbreking van het appelverbod. [appellante] stelt dat de uitspraak van de rechtbank in strijd is met onder andere de artikelen 6, 13, 17, en 18 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zij voert onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geweigerd haar telefonisch te horen op de zitting waar het verzet is behandeld. Daardoor kon zij het verzetschrift niet nader toelichten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3103
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206667/1/A3

202206673/1/R4

Bij uitspraak van 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2466 (in zaak nr. 202102800/1/R4) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak (voor zover hier van belang) het beroep van Wagro tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) van 18 maart 2021 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd voor zover bij dat besluit de lasten 4 en 5 zijn opgelegd. Wagro heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien dan wel vervallen te verklaren. De uitspraak van 24 augustus 2022 gaat over het besluit op bezwaar van het college van 18 maart 2021. Voor zover hier van belang heeft het college in dit besluit aan Wagro een last onder dwangsom opgelegd om de overtreding van artikel 3, tweede lid, van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen te beëindigen en blijvend aan dat artikellid te voldoen door bij de melding van afvalstoffen de juiste euralcode te gebruiken. In de uitspraak staat dat Wagro ter zitting heeft erkend dat zij in het verleden, voor het opleggen van de last, onjuiste euralcodes heeft gemeld aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3090
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Herziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206673/1/R4

202207274/1/R4

Bij besluit van 20 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Wagro een aantal lasten onder dwangsom opgelegd, waaronder de last (last 5) om bij de acceptatie van afvalstoffen de juiste benamingen en euralcodes te gebruiken. Bij besluit van 25 november 2022 heeft het college opnieuw besloten op het bezwaar van Wagro tegen dit besluit en (voor zover van belang) last 5 van het besluit van 20 juli 2020 herroepen en een nieuwe last 4 aan Wagro opgelegd. Wagro exploiteert aan de Tweede Bloksweg 54B in Waddinxveen een groenrecyclingsbedrijf met grondbank- en bouwstofactiviteiten. In de inrichting wordt onder meer groenafval gecomposteerd. Het college vermoedt dat Wagro in haar composteringsproces te veel stankgevoelig groenafval gebruikt, zoals afval afkomstig uit kassen. Volgens het college kan dit niet worden gecontroleerd omdat Wagro bij haar meldingen aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen niet altijd de juiste euralcode vermeldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3089
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207274/1/R4

202207301/1/A3

Bij besluit van 3 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam beslist op het verzoek in de zin van artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur van [appellant sub 1]. Het college heeft daarbij 45 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellant sub 1] woont op [locatie 1] te Amsterdam. Op 18 oktober 2018 hebben de eigenaren van appartementsrecht [locatie 2] bij het college een verzoek om handhaving ingediend betreffende een illegale overkapping van de lichthof in het pand. Dit handhavingsverzoek is op enig moment ingetrokken. De Wob-verzoeken van [appellant sub 1] gaan over dit handhavingsverzoek en de daarop volgende vervolgstappen in de periode tussen -beide Wob-verzoeken samen opgeteld- 1 januari 2018 tot en met 24 december 2020. [appellant sub 1] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. [appellant sub 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat zich nog documenten bevinden bij het college die onder de reikwijdte van de verzoeken vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3091
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202207301/1/A3

202300641/1/A3

Bij besluit van 7 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het inzageverzoek van [appellante] afgewezen. [appellante] heeft verzocht om inzage van afschriften van documenten uit haar re-integratiedossier over ‘monitoring’ en ‘logging’ in de periode van 6 januari 2017 tot 6 januari 2018. Zij wil controleren of de over haar geregistreerde gegevens in het kader van haar re-integratietraject juist en/of volledig zijn. Zij vindt dat het college haar geen passend re-integratietraject biedt waardoor zij geen zicht heeft op passend betaald werk in loondienst. Zij stelt dat zij hierdoor kampt met gezondheidsproblemen. [appellante] heeft verzocht om inzage van afschriften van documenten uit haar re-integratiedossier over ‘monitoring’ en ‘logging’ in de periode van 6 januari 2017 tot 6 januari 2018. Zij wil controleren of de over haar geregistreerde gegevens in het kader van haar re-integratietraject juist en/of volledig zijn. Zij vindt dat het college haar geen passend re-integratietraject biedt waardoor zij geen zicht heeft op passend betaald werk in loondienst. Zij stelt dat zij hierdoor kampt met gezondheidsproblemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3104
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202300641/1/A3

202301512/1/A2

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 12.000,00 opgelegd wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, zonder de benodigde vergunning. Naar aanleiding van meldingen van onder andere overlast, is onderzoek ingesteld naar het gebruik van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning op 10 februari 2020 bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport (hierna: het rapport) en een beeldverslag met daarin foto’s van de woning. Ten tijde van het huisbezoek stonden er drie personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen, te weten [appellant], [persoon A] en [persoon B].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3095
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202301512/1/A2

202301678/1/R1

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen aan SCI Student Experience een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een studentenhotel en handelen in strijd met regels van ruimtelijke ordening. Op 23 december 2020 heeft SCI Student Experience een omgevingsvergunning gevraagd voor de realisering van een door haar als studentenhotel aangeduid bouwwerk aan Uilenstede 473 op de kadastrale percelen I 6994 en 6995 in Amstelveen. Het bouwwerk bestaat uit een appartementengebouw met 502 units en een half-verdiepte parkeergarage voor de stalling van auto’s en fietsen. De units zijn afsluitbaar en beschikken over een eigen badkamer met wc en over een keukenblok. Via de centrale entree, gelegen in een door bebouwing omsloten binnentuin, zijn verschillende gemeenschappelijke voorzieningen bereikbaar zoals een studiezaal, wasserette, koffiecorner, ontspanningsruimte en -faciliteiten en ook de kantoorruimte voor de medewerkers van SCI. Het beoogde gebruik van de units is "extended stay" tot maximaal twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3098
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301678/1/R1

202301886/1/A2

Bij uitspraak van 21 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3115
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202301886/1/A2

202302072/1/A2

Op 28 oktober 2022 heeft [appellant] een verzoek om schadevergoeding ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3112
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302072/1/A2

202302075/1/A2

Bij uitspraak van 30 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingediende verzoek om herziening van de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 20 mei 2022, in zaak nr. 22/522, afgewezen. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3111
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302075/1/A2

202302133/1/A2

Bij uitspraak van 30 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het uitblijven van een dwangsombeschikking gegrond verklaard. Ook heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om vergoeding van schade afgewezen en de Belastingdienst/Toeslagen (thans: Dienst Toeslagen) veroordeeld in de proceskosten. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3099
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302133/1/A2

202302149/1/A2

Bij uitspraak van 31 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de rentebeschikking van 9 december 2022 ongegrond verklaard. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3114
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302149/1/A2

202302339/1/A2

Bij uitspraak van 7 april 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep wegens niet tijdig nemen van een rentebeschikking en het beroep tegen de rentebeschikking van 9 december 2022 gegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3100
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302339/1/A2

202302604/1/R1

Bij besluit van 25 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eemnes een locatie aan de Hoogeboomstraat in Eemnes (hierna: de locatie) aangewezen als opstelplaats voor twee ondergrondse afvalcontainers. Bij besluit van 6 oktober 2022 (hierna: het bestreden besluit) heeft het college het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3082
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302604/1/R1

202304527/1/A2

Bij besluit van 2 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om nadeelcompensatie afgewezen. Bij besluit van 18 december 2013 heeft het college op vier percelen, kadastraal bekend gemeente Utrecht, sectie O, nrs. 58, 60, 344 en 1015, een aantal gevallen van ernstige verontreiniging vastgesteld als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet bodembescherming. Volgens het college leidt de ernstige bodemverontreiniging met PAK en zware metalen niet tot risico’s voor mens, plant of dier, omdat het huidige en voorgenomen gebruik van de percelen infrastructuur, industrie en ‘ander groen’ is. Spoedige sanering van de bodemverontreiniging op grond van artikel 37 van de Wet bodembescherming is daarom niet noodzakelijk. [appellant] stelt dat door het uitblijven van sanering van de andere percelen de onroerende zaak bij verkoop veel minder opbrengt. Bij brief van 11 april 2018 heeft hij het college daarom verzocht om de schade in de vorm van waardevermindering die hij hierdoor lijdt te vergoeden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3102
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304527/1/A2

202304538/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (thans: Dienst Toeslagen) [appellant] meegedeeld dat de dienst na de lichte toets (nog) geen reden ziet om aan [appellant] € 30.000,00 te betalen. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3101
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304538/1/A2

202304601/1/A2

Bij uitspraak van 18 juli 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingediende verzoek om herziening van de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 juni 2022, in zaak nr. 22/804, afgewezen. In januari 2021 heeft [appellant] verzocht om een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2014-2016. Bij besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over toeslagjaar 2016 aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Bij het vaststellen van de kinderopvangtoeslag over dat jaar is sprake geweest van een brede uitvraag van bewijsstukken. Daarom is aan hem een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Dit bedrag bestaat uit een compensatie van € 19.915,00, dat op grond van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000,00. Bij afzonderlijk besluit van 10 augustus 2022 is [appellant] over de toeslagjaren 2014 en 2015 niet aangemerkt als gedupeerde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3113
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304601/1/A2

202305317/1/A2

[appellant] heeft verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 mei 2021 inhoudende een afwijzing van zijn verzoek. Bij uitspraak van 7 juli 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar door de Belastingdienst/Toeslagen gegrond verklaard en het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd. De rechtbank heeft de dienst opgedragen uiterlijk op 1 juli 2024 alsnog een besluit bekend te maken en daarbij bepaald dat de dienst aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3081
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305317/1/A2

202305344/1/R4

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een tuinhuis op het perceel aan de [locatie] in Bruchem. Ter plaatse geldt het inpassingsplan "Tuinbouw Bommelerwaard" en het "Reparatie Inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard". Aan het perceel zijn twee verschillende bestemmingen toegekend. Een gedeelte van het perceel heeft de bestemming "Wonen" en een gedeelte van het perceel heeft de bestemming "Agrarisch - Tuinbouw". De bestaande woning staat op het gedeelte met de bestemming "Wonen", het tuinhuis is voorzien op het gedeelte van het perceel met de bestemming "Agrarisch - Tuinbouw".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3106
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305344/1/R4

202307753/1/A3

Bij besluit van 29 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen het verzoek van [appellanten] om documenten openbaar te maken op grond van de Wet open overheid afgewezen. Bij besluit van 26 april 2023 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 december 2023 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellanten] heeft het college verzocht om openbaarmaking van documenten over de besluitvorming door het college over het verlenen van toestemming aan [appellanten] voor het uitoefenen van een bed & breakfast in hun woning aan de Weg naar de [locatie]in Egmond aan den Hoef. Het college heeft het verzoek van [appellanten] afgewezen, omdat bij het college geen documenten zouden berusten die op dat onderwerp betrekking hebben. [appellanten] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Hij betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de zoekslag van het college voldoende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3092
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307753/1/A3

202400190/3/R4

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het instemmingsbesluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 29 november 2023 met de actualisatie van het winningsplan "De Blesse-Blesdijke". De minister heeft de Afdeling vanwege het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de vertrouwelijke delen van het winningsplan kennis zal nemen. De minister heeft ter motivering van het verzoek, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 april 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BM2590), aangevoerd dat deze delen van het winningsplan vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3051
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202400190/3/R4

202401242/1/R2

Bij besluit van 28 december 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant ten behoeve van de realisering van het Windpark De Pals te Bladel ontheffing verleend van de verbodsbepalingen uit de artikelen 3.1, eerste lid, en 3.5, eerste en tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) voor de in het besluit genoemde vogel- en vleermuissoorten. Daarnaast heeft het college ontheffing verleend van de verbodsbepalingen uit de artikelen 3.5, eerste, tweede en vierde lid, artikel 3.6, tweede lid, en artikel 3.10, eerste lid, onder a en b, van de Wnb voor de in het besluit genoemde reptielen en amfibieën. Tot slot heeft het college de aanvraag om een ontheffing afgewezen voor enkele, in het besluit genoemde vogelsoorten, vleermuissoorten, reptielen en amfibieën.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3035
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202401242/1/R2

202403065/2/A2

Tijdens de zitting op 31 juli 2024 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J.Th. Drop (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling bestuursrechtspraak belast met de behandeling van de zaak nr. 202403065/1/A2. De staatsraad heeft niet in de wraking berust en heeft een schriftelijke reactie gegeven, die aan [verzoeker] is verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3146
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Wraking
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403065/2/A2

202403239/1/A2

Bij beslissing van 13 oktober 2023 heeft de examencommissie van de Erasmus School of Economics van de Erasmus Universiteit Rotterdam het verzoek van [appellant], om de datum op zijn getuigschrift aan te passen in 14 september 2023, afgewezen. [appellant] volgde in het kader van de Dubbelstudie Economie en Recht, de masteropleiding International Economics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft in het kader van deze masteropleiding op 14 september 2023 zijn scriptie succesvol verdedigd. Zijn diploma is gedateerd op 31 augustus 2023, welke datum hoort bij het studiejaar 2022/2023. [appellant] heeft zich voor het studiejaar 2023/2024 ingeschreven voor zijn tweede masteropleiding, Ondernemingsrecht aan de Zuidas aan de Vrije Universiteit Amsterdam. [appellant] heeft de examencommissie verzocht zijn diploma te dateren op 14 september 2023, in plaats van op 31 augustus 2023, zodat hij het wettelijk tarief, in plaats van het instellingstarief, verschuldigd is voor zijn tweede masteropleiding. De examencommissie heeft dit verzoek afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3110
Datum uitspraak
31 juli 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403239/1/A2

202206004/4/R2

Bij besluit van 3 augustus 2021 heeft het college aan Ice Agency B.V. op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van huisvesting voor 300 arbeidsmigranten op het perceel aan de Atoomweg 22 in Roosendaal (hierna: het perceel) voor een periode van 10 jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3062
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206004/4/R2

202304719/1/V1

Bij besluit van 5 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3072
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304719/1/V1

202400551/3/R2

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van BMF en andere om handhaving dat [verzoekster] zonder de vereiste natuurvergunning een pluimveehouderij in werking heeft aan de [locatie] in Someren, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3075
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400551/3/R2

202402334/1/V3

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3071
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402334/1/V3

202402926/1/V3 en 202402926/2/V3

Bij besluit van 31 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3070
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402926/1/V3 en 202402926/2/V3

202402936/1/V3

Bij besluit van 19 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3069
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402936/1/V3

202403997/1/V3 en 202403997/2/V3

Bij besluiten van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3057
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403997/1/V3 en 202403997/2/V3

202404026/2/V3

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag tot het wijzigen van de beperking van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Bij besluit van 13 juni 2023 heeft hij die verblijfsvergunning ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3067
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404026/2/V3

202404040/1/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3066
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404040/1/V3

202404087/1/A2

Het verzoek betreft de beslissing van 3 juli 2024 van de examencommissie van Academie Mens en Maatschappij, waarbij de examencommissie drie toetsen ongeldig heeft verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het CBE en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3145
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404087/1/A2

202404322/2/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3065
Datum uitspraak
30 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404322/2/V2

202206322/1/V3

Bij besluit van 22 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan beëindigd. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3056
Datum uitspraak
29 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202206322/1/V3

202307930/1/V2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Frankrijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3055
Datum uitspraak
29 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307930/1/V2

202403830/2/A3

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft de minister van Financiën het verzoek van [verzoeker] om inzage in zijn persoonsgegevens gedeeltelijk toegewezen. Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft de minister het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 mei 2024 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 24 augustus 2022 vernietigd, het besluit van 30 maart 2022 herroepen en bepaald dat de minister een maand na verzending van de uitspraak de persoonsgegevens van [verzoeker] in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: de FSV) wist. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3050
Datum uitspraak
29 juli 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202403830/2/A3

202403987/2/V2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3054
Datum uitspraak
29 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403987/2/V2

202404245/2/V2

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3053
Datum uitspraak
29 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404245/2/V2

202404298/2/V2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3052
Datum uitspraak
29 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404298/2/V2

202204622/1/V3

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3045
Datum uitspraak
26 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202204622/1/V3

202404197/1/V3

Bij besluit van 22 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3042
Datum uitspraak
26 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404197/1/V3

202306408/3/R2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel het wijzigingsplan "Esp 2 en Bakelseweg 63" vastgesteld. Het plan maakt de wijziging en uitbreiding van een kalverhouderij aan de [locatie 1] in Bakel mogelijk. Daarnaast maakt het plan het mogelijk om een vleeskalverhouderij aan de [locatie 2] in De Mortel, te saneren en een woning te bouwen. Vereniging Leefmilieu en anderen zijn het niet eens met de wijziging en uitbreiding van de kalverhouderij. Zij vrezen vooral de gevolgen voor het milieu. Enerzijds het leefmilieu voor de omwonenden van het bedrijf dat gaat uitbreiden en anderzijds de gevolgen voor de natuur in de omgeving, waaronder die van een toename van stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2981
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306408/3/R2

202307017/1/V2

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 8 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3041
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307017/1/V2

202307342/3/R3 en 202307342/4/R3

Bij uitspraak van 8 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:995) heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân van 5 oktober 2023 geschorst, voor zover het de gronden betreft die als rode vlakken zijn weergegeven op de kaart in de bijlage bij die uitspraak. De raad heeft de voorzieningenrechter verzocht om deze voorlopige voorziening gedeeltelijk op te heffen. [verzoeker II] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht deze voorlopige voorziening te wijzigen, door de schorsing uit te breiden tot andere gronden. De raad heeft de voorzieningenrechter verzocht om de schorsing van het bestemmingsplan op te heffen voor een gedeelte van de gronden in het noordwesten van het plangebied. Het gaat om een strook waaraan voornamelijk de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" is toegekend. De raad wil daarmee bereiken dat de ontwikkelaar hier kan beginnen met de aanleg van een weg overeenkomstig de nieuwe bestemming. Deze weg is volgens hem nodig als bouwweg en toegangsweg en voor parkeerplaatsen, ook voor nieuw te bouwen woningen binnen niet geschorste bestemmingsvlakken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2982
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202307342/3/R3 en 202307342/4/R3

202402505/1/R2 en 202402505/2/R2

Bij besluit van 27 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk een omgevingsvergunning verleend aan Moersmidden Vastgoed B.V. voor het bouwen van twee woongebouwen op de percelen Mary Muskensstraat 4 tot en met 30 en Kerkstraat 22 tot en met 32 te Moergestel, waarin 20 appartementen worden gerealiseerd. De omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van een bouwwerk en voor gebruik dat strijdig is met het bestemmingsplan. Ten opzichte van het geregelde in het plan mogen woningen worden toegevoegd en is de goothoogte verhoogd tot gedeeltelijk 9,75 meter en gedeeltelijk 9,51 meter. De vereniging en [verzoeker sub 2] kunnen zich om meerdere redenen niet verenigen met het bouwplan. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 19 juli 2023 over zeven onderwerpen de beroepsgronden verworpen (over het Bouwbesluit (funderingen), het bodemonderzoek, een gestelde privaatrechtelijke belemmering, stikstofdepositie, het toenemen van het aantal woningen, de goothoogte en over de omgevingsdialoog).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3024
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402505/1/R2 en 202402505/2/R2

202403556/2/R3

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoekers]. Het college heeft in de lastgeving onder meer opgedragen om overtredingen van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, vanwege het plaatsen van een erfafscheiding te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoekers] zijn eigenaar van het perceel [locatie 1] te Wyns, waarop ook hun woning staat. Op het oostelijke deel van het perceel bevindt zich een sloot met daarachter een oever. Achter de sloot en oever liggen de percelen van de woningen op de percelen Bartlehiem 39 tot en met 57. [verzoekers] hebben op een deel van de oever, ter hoogte van de erfgrens, een erfafscheiding geplaatst. [partij] en anderen zijn een groep omwonenden van wie hun percelen grenzen aan de oostzijde en noordoostzijde van het perceel van [locatie 1]. Zij hebben een verzoek tot handhaving ingediend bij het college vanwege, onder meer, de geplaatste erfafscheiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3040
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403556/2/R3

202403568/1/R1 en 202403568/2/R1

Het beroep van [verzoeker] is gericht tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst van 16 april 2024, waarbij het evenemententerrein ten oosten van de Hogenkampweg in Keijenborg is aangewezen als locatie voor ondergrondse verzamelcontainers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3423
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202403568/1/R1 en 202403568/2/R1

202403952/2/V2

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij tussenuitspraak van 2 februari 2024 heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen. Bij besluit van 20 februari 2024 heeft de staatssecretaris het besluit van 10 juli 2023 aangevuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3039
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403952/2/V2

202403971/1/V3

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 21 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3038
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403971/1/V3

202404155/2/V3

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 28 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3037
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404155/2/V3

202404266/1/V3 en 202404266/2/V3

Bij besluiten van 9 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3044
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404266/1/V3 en 202404266/2/V3

202404328/1/V1

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3049
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404328/1/V1

202404492/2/V3

Bij besluit van 29 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3036
Datum uitspraak
25 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404492/2/V3

202207363/1/V2

Bij besluit van 18 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2978
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202207363/1/V2

202304082/1/R1 en 202304082/2/R1

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Weert het bestemmingsplan "Oud Boshoven 4" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een voormalig bedrijventerrein. De ter plaatse aanwezige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en zal worden vervangen door vijf woningen, waarvan vier twee-onder-een-kapwoningen en één vrijstaande woning. [appellant] is woonachtig op het adres [locatie A]. Zijn perceel is direct tegenover het plangebied gelegen. [appellant] vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van de realisatie van het plan. [appellant] betoogt dat er geen behoefte is aan de woningen waar het plan in voorziet. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst hij naar het door Etil Research opgestelde woningmarktonderzoek voor de regio Midden-Limburg van 13 augustus 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2964
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202304082/1/R1 en 202304082/2/R1

202307843/1/V3

Bij besluit van 3 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2979
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307843/1/V3

202402383/2/R4

[verzoeker] en [verzoekster] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Heerde van 4 maart 2024, waarbij het bestemmingsplan "Werverweg ong. Heerde" is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2873
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402383/2/R4

202402454/1/V2

Bij besluiten van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 30 september 2022 heeft de staatssecretaris de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2980
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402454/1/V2

202402980/2/R1

Bij besluit van 23 december 2023 heeft het college een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 39a van de Wet bodembescherming. Op de percelen Schansstraat 15-17 in Terheijden (hierna: de percelen) zijn 37 grondgebonden nieuwbouwwoningen gerealiseerd. De percelen hadden hiervoor een agrarische bestemming. Voorafgaand aan de realisatie van de woningen hebben bodemonderzoeken plaatsgevonden. In 2015 is vastgesteld dat sprake is van ernstige bodemverontreiniging in de grond met polycyclische aromatische koolwaterstoffen, koper en lood. Daarnaast bestaat de op de gronden aanwezige ophooglaag uit puin vermengd met asbest. Hierdoor is op grond van de Wbb sanering noodzakelijk. Er is echter geen sprake van bodemverontreiniging die met spoed gesaneerd hoeft te worden. Het college heeft aan PvH een last onder dwangsom opgelegd. Geconstateerd is namelijk dat de sanering niet is uitgevoerd volgens het gewijzigd vastgestelde saneringsplan, omdat ter plaatse geen saneringswerkzaamheden (meer) worden uitgevoerd terwijl nog enkele saneringswerkzaamheden onder milieukundige begeleiding dienen plaats te vinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2965
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202402980/2/R1

202403851/1/V3

Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Derksen, advocaat te Velp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3028
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403851/1/V3

202403856/1/V3 en 202403856/2/V3

Bij besluiten van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3027
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403856/1/V3 en 202403856/2/V3

202403926/1/V2 en 202403926/2/V2

Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 10 maart 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 31 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3029
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403926/1/V2 en 202403926/2/V2

202404166/2/V3

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3030
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404166/2/V3

202404198/2/V3

Bij besluiten van 6 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3031
Datum uitspraak
24 juli 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404198/2/V3
vorige pagina1...125126127...1.271volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon