Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.970
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202405014/1/V2 en 202405014/2/V2

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3522
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405014/1/V2 en 202405014/2/V2

202405019/1/V2 en 202405019/2/V2

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3523
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405019/1/V2 en 202405019/2/V2

202405149/2/V3

Bij besluit van 15 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3536
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405149/2/V3

202405185/2/V3

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3524
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405185/2/V3

202405322/2/V2

Bij besluit van 2 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3537
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405322/2/V2

202100258/1/R4

Bij besluit van 28 augustus 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellante sub 2] een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het milieuneutraal veranderen van de grondstoffenopslag behorend bij de inrichting op het perceel [locatie 1] in Maashees. De omgevingsvergunning is verleend voor de duur van vijf jaar. [appellante sub 2] exploiteert op het perceel een graanhandel die zich bezig houdt met de op- en overslag van grondstoffen voor veevoeders. [appellante sub 2] beschikt over een kade aan de Maas waar schepen van leveranciers en afnemers kunnen worden aangemeerd. Het terrein van de inrichting ligt binnen een planologisch aangewezen geluidzone. De zone omvat geen andere bedrijven. Buiten de zone mag de geluidbelasting van het bedrijf niet meer bedragen dan 50 dB(A). Het besluit van 28 augustus 2018 gaat over het verplaatsen van de van het bedrijf deel uitmakende grondstoffenopslag. [appellant sub 3] en anderen zijn woonachtig in de directe nabijheid van het perceel aan onderscheidenlijk de Monseigneur Geurtsstraat en de Raaijveldweg. Zij vrezen geluidsoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3488
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202100258/1/R4

202105534/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft de staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu het saneringsplan "MJPG-Vught" vastgesteld en een aantal geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan heeft betrekking op het geluid van een deel van het spoor in Vught. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen om dat geluid te verminderen. Als gevolg hiervan zijn ook de geluidproductieplafonds op referentiepunten langs het spoor verlaagd. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Vught, op korte afstand van het spoor waarover het saneringsplan gaat. Zij zijn het niet eens met het besluit, omdat zij vinden dat er te weinig maatregelen worden getroffen om het geluid bij hun woning te verminderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3495
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202105534/1/R4

202200891/1/R2

Bij besluit van 9 december 2021 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het bestemmingsplan "Gelderakkers 2" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 84 woningen op de gronden tussen de Bolakker, de Langecruijsstraat en de Wagenmaker ten zuiden van de kern van Hilvarenbeek. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] wonen in de directe omgeving van het plangebied aan de Bolakker of het Alidapad. Zij verzetten zich onder meer tegen het plan omdat de Bolakker volgens hen niet geschikt is voor de ontsluiting van het plangebied. [appellant sub 5] heeft een agrarisch bedrijf in de omgeving van het plangebied en vreest in zijn bedrijfsvoering te worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3494
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200891/1/R2

202201906/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Leiden. Volgens het dagelijks bestuur heeft [appellant] in strijd met artikel 8, eerste lid, van de Hw en artikel 7 van de Hv, de woning in gebruik gehouden zonder de daarvoor benodigde huisvestingsvergunning. Het dagelijks bestuur heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] de woning niet langer als hoofdverblijf in gebruik heeft en dat de aan hem verleende huisvestingsvergunning daarom is uitgewerkt. Het dagelijks bestuur heeft er daarbij op gewezen dat [appellant] vanaf 31 augustus 2020 aan geen enkele taalles heeft deelgenomen en dat hij na ieder verzuim gebeld is, maar nooit de telefoon opnam. Gebleken is verder dat [appellant] van 4 september 2020 tot 29 september 2020 op vakantie is geweest. Vervolgens is [appellant] voor 1 oktober 2020 uitgenodigd om het verzuim te bespreken, maar hij is zonder bericht van verhindering niet op de afspraak verschenen. Op 6 en 8 oktober 2020 is hij opnieuw tevergeefs gebeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3504
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201906/1/A2

202202929/1/A3

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Fryslân de locatie De Appelhof, te Formerum Zuid 12a te Terschelling-Formerum, aangewezen als locatie waar het aan een ieder verboden is om zich daar te bevinden en waar met onmiddellijke ingang geen nieuwe gasten mogen worden toegelaten. Het verbod duurt van zondag 16 augustus 2020 om 12:00 uur tot dinsdag 1 september 2020 om 00:00 uur. De voorzitter achtte de sluiting noodzakelijk, gezien de bevindingen van de GGD omtrent het aantal besmettingen, de toestroom van jongeren naar de camping en de overtredingen op grond van de Noodverordening die kenbaar waren. De rechtbank heeft geoordeeld dat de voorzitter bevoegd was om over te gaan tot sluiting van de camping. De Appelhof betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de voorzitter voldoende heeft gemotiveerd dat er aanleiding bestond om gebruik te maken van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.5 van de Noodverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3492
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202929/1/A3

202203385/1/A2

Bij besluit van 28 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellanten] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor vijf personen. [appellanten] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Zij hebben een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor vijf personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, zoals deze gold van 2 april 2020 tot en met 23 december 2020, en van toepassing was ten tijde van het besluit van 11 december 2020, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende heeft aangetoond dat er in de gemeente Den Haag zodanige schaarste bestaat aan zelfstandige koopwoningen in het goedkope en middensegment dat de vergunningplicht voor deze segmenten een noodzakelijk en geschikt middel is om de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3507
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203385/1/A2

202203387/1/A2

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], als rechtsopvolgers van [belanghebbende A] en [belanghebbende B], een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor negen personen. [appellanten sub 2] zijn eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Zij hebben een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten naar onzelfstandige woonruimte voor negen personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende heeft aangetoond dat er in de gemeente Den Haag zodanige schaarste bestaat aan zelfstandige koopwoningen in het goedkope en middensegment dat de vergunningplicht voor deze segmenten een noodzakelijk en geschikt middel is om de onevenwichtige en onevenredige effecten van deze schaarste te bestrijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3509
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203387/1/A2

202203480/1/A2

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [wederpartij] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor 14 personen. Deze uitspraak ziet op de vergunningplicht voor omzetting die is opgenomen in de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de Huisvestingsverordening Den Haag 2023. Het gaat om de situatie waarbij het college in eerste instantie de gevraagde omzettingsvergunning - een vergunning om zelfstandige woonruimte om te zetten in onzelfstandige woonruimte - heeft verleend aan de aanvrager. Omwonenden hebben daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft, na heroverweging in het kader van de bezwaarprocedure, de verleende vergunning herroepen en de aanvraag afgewezen op basis van een gewijzigd inzicht, neergelegd in regelgeving. Dit heeft geleid tot verschillende procedures over de vergunningplicht, waarbij vergelijkbare rechtsvragen spelen. In deze uitspraak geeft de Afdeling voor deze procedures een algemeen beoordelingskader.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3424
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203480/1/A2

202204321/1/A3

Bij besluit van 26 augustus 2019 heeft de burgemeester van Haarlem onder aanzegging van bestuursdwang [appellant] gelast om binnen veertien dagen de exploitatie van het massage- en acupunctuurbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden. Bij de politie zijn in 2017 meldingen binnengekomen dat in het bedrijf van [appellant] aan de [locatie] in Haarlem seksuele diensten tegen betaling worden aangeboden. Naar aanleiding hiervan is op 11 oktober 2018 een controle in het bedrijf uitgevoerd, waarbij door een spermahond op twee plaatsen in twee massagekamers spermasporen zijn aangetroffen. Daarna heeft een aangewezen toezichthouder (een zogenoemde mystery guest), die is belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften in de Algemene plaatselijke verordening die gelden voor seksinrichtingen, het bedrijf bezocht. Van zijn bevindingen is op 4 juni 2019 proces-verbaal opgemaakt. Daarin staat onder meer dat aan de desbetreffende toezichthouder een seksuele dienst werd aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3479
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204321/1/A3

202204408/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard besloten om in de Zeelberg te Valkenswaard, ter hoogte van huisnummer 82, een zogenoemde landbouwsluis aan te leggen en het weggedeelte in beide richtingen gesloten te verklaren, met uitzondering van fietsers en bromfietsers. Bij het besluit van 20 april 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen belanghebbende is. De rechtbank stelt vast dat de woningen van [appellant] en de buurtgenoten niet zijn gelegen aan de Zeelberg en De Sil waarvoor het college een verkeersbesluit heeft genomen. Het realiseren van de landbouwsluis heeft daarom geen directe gevolgen voor het weggebruik en hun woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3510
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202204408/1/A2

202204605/1/R4

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen en beëindigd te houden binnen 6 maanden na dagtekening van het besluit. Volgens de last kan [appellant] dit onder andere doen door de recreatiewoning met overkapping en de aan de berging gerealiseerde overkapping te verwijderen en verwijderd te houden, of de inhoud van de recreatiewoning terug te brengen naar 200 m³ en de twee overkappingen te verwijderen en verwijderd te houden op [kavel] op het vakantiepark Bonte Vlucht in Doorn. [appellant] is eigenaar van het perceel en de daarop gebouwde recreatiewoning en berging. [partij] is eigenaar van een aangrenzend perceel op het recreatiepark. [partij] heeft het college op 15 april 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de berging. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] de recreatiewoning en twee overkappingen zonder omgevingsvergunning en in strijd met het geldende bestemmingsplan heeft gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3496
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204605/1/R4

202204749/2/R1

Bij uitspraak van 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2023:2225, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De stichting heeft de Afdeling in een nader stuk in zaak nr. 202204749/2/R1 verzocht een schadevergoeding toe te kennen omdat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Bij de bepaling van de schadevergoeding geldt als uitgangspunt een tarief van € 500,00 per half jaar waarmee de termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. Dat betekent dat de stichting recht heeft op een schadevergoeding voor een overschrijding van de termijn van vijf maal een half jaar van steeds € 500,00, dus € 2.500,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3477
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204749/2/R1

202204999/1/R3

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de raad van de gemeente Staphorst het bestemmingsplan "Buitengebied part. herz. Westerstouwe 31, 33 en Kastanjelaan 2F Staphorst" vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van de percelen Westerstouwe 31 en 33 en de Kastanjelaan 2F in Staphorst mogelijk. De bedrijfsgebouwen en het bijbehorende woonhuis op het perceel Westerstouwe 31 en 33 worden gesloopt en daarvoor in de plaats maakt het plan zes rijwoningen mogelijk. Op het perceel Kastanjelaan 2F wordt een vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Voor dit perceel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de woning en de bij de woning behorende natuurontwikkeling op dat perceel. De initiatiefnemer van het plan is [initiatiefnemer]. [appellant] woont aan de [locatie] te Staphorst, naast het perceel Westerstouwe 31 en 33, en is het niet eens met de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt. [appellant] betoogt dat het plan ook na de aanpassing van de plantoelichting nog steeds in strijd is met artikel 2.1.6, eerste lid, van de Omgevingsverordening 2017. Volgens hem is aanpassing van de plantoelichting niet voldoende.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3493
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202204999/1/R3

202205233/1/A2

Bij besluit van 8 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boekel de aanvraag van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn eigenaar van de woning aan de [locatie 1] in Boekel (hierna: de woning). Op het naastgelegen perceel aan de [locatie 2] bevindt zich een champignonkwekerij met een verwerkingshal. Bij besluit van 22 augustus 2017 heeft het college aan de exploitant van de champignonkwekerij verleend voor het tijdelijk huisvesten van 24 werknemers. Op 22 februari 2018 heeft de gemeenteraad van Boekel het bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied 2016 vastgesteld. Op 17 juni 2019 hebben [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade. Zij stellen dat zij schade in de vorm van waardevermindering van de woning hebben geleden door de verlening van de omgevingsvergunning en de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3483
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202205233/1/A2

202205303/1/A3

Bij besluit van 9 november 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft een VOG aangevraagd voor de functie van pakketten bezorger, vervoerder, koerier bij Smart Service B.V. in Oostzaan. Op zijn aanvraag is het algemene screeningprofiel van toepassing verklaard. Daarnaast zijn de volgende risicogebieden van toepassing: - met contante en/of girale gelden en/of (digitale) waardepapieren omgaan; - het beschikken over goederen; - (rijdend) vervoer waarbij goederen, producten, post en pakketten worden getransporteerd en/of bezorgd, anders dan het intern transport binnen een bedrijf. De minister heeft de aanvraag van de VOG beoordeeld aan de hand van een objectief en een subjectief criterium. Aan het objectieve criterium is voldaan als het delict waarvoor de aanvrager veroordeeld is, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de functie. In dat geval wordt de VOG geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3506
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202205303/1/A3

202205966/1/A2

Bij besluit van 22 september 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget van [appellante] voor de periode vanaf juni 2021 opnieuw berekend en van € 2.594,00 naar € 1.513,00 verlaagd. In geschil is of de Belastingdienst/Toeslagen de minderjarige partner van [appellante] terecht heeft aangemerkt als haar toeslagpartner als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen voor de periode van september 2021 tot en met december 2021. [appellante] had ten tijde hier van belang een relatie met [persoon]. Op 9 mei 2021 hebben zij een zoon gekregen. [appellante] stond vanaf 11 mei 2021 tot aan haar meerderjarigheid op 23 april 2023 onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Zij is door de kinderrechter uit huis geplaatst. Bij besluit van 23 juli 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kindgebonden budget voor [appellante] opnieuw berekend op een bedrag van € 2.594,00. Het kindgebonden budget is verhoogd met de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (de zogenoemde alleenstaande ouderkop).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3497
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202205966/1/A2

202206310/1/A2

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het CBR [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 15 juli 2021 heeft de politie aan het CBR een schriftelijke mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994. In die mededeling is vermeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. Deze mededeling is gebaseerd op een mutatierapport van 15 juli 2021 en een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van 23 september 2021. Volgens deze stukken heeft [appellant] op 11 juli 2021 als bestuurder van een personenauto onder andere over een betonnen wegafscheiding gereden, slingerend rijgedrag vertoond en snelheidsovertredingen begaan, omdat hij 100 km/u heeft gereden, waar een maximumsnelheid van 60 km/u is toegestaan, en hij binnen de bebouwde kom 80 km/u heeft gereden. Het CBR heeft naar aanleiding van de mededeling van 15 juli 2021 een EMG opgelegd aan [appellant]. Dit is een verplichte cursus, waarbij de cursist leert waarom het belangrijk is om veilig en verantwoord te rijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3498
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202206310/1/A2

202206329/1/A3

Bij brief van 2 juli 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland aan [appellant] medegedeeld dat hij een verzoek van [appellant] niet in behandeling neemt. [appellant] reist voor zijn werk met het openbaar vervoer van Tiel naar Amsterdam en maakt daarvoor gebruik van de trein van de Nederlandse Spoorwegen. Zijn traject ligt voor een deel in het gebied van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Wegens de COVID-19 pandemie is een mondkapjesplicht in onder andere het openbaar vervoer ingesteld. [appellant] heeft op 4 juni 2020 een verzoek bij de voorzitter ingediend om vrijgesteld te worden van het dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer. De voorzitter heeft op 2 juli 2020 aan [appellant] te kennen gegeven dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat artikel 2.7, eerste lid, van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zich niet richt tot de individuele reiziger maar tot de vervoerder, zodat de gevraagde vrijstelling niet aan [appellant] kan worden verleend.appellant] heeft op 6 juli 2020 tegen deze mededeling bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3499
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206329/1/A3

202206660/1/A3

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de minister de aanvraag van een verklaring omrent het gedrag (VOG) voor een lidmaatschap van schietvereniging S.V. Willem Tell te Harderwijk afgewezen. Bij besluit van 19 september 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft een VOG aangevraagd voor een lidmaatschap van schietvereniging S.V. Willem Tell te Harderwijk. Op zijn aanvraag is het specifieke screeningsprofiel Lidmaatschap schietvereniging toegepast. De minister heeft de aanvraag van de VOG beoordeeld aan de hand van een objectief en een subjectief criterium. Aan het objectieve criterium is voldaan als het delict waarvoor de aanvrager veroordeeld is, indien herhaald en gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de functie. In dat geval wordt de VOG geweigerd. Het subjectieve criterium betreft de beoordeling of omstandigheden van het geval ertoe moeten leiden dat een VOG toch moet worden afgegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3505
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202206660/1/A3

202300687/1/A2

Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een vergunning verleend voor het omzetten van zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Hij heeft een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. Op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college. Het college heeft bij besluit van 26 mei 2020 de gevraagde omzettingsvergunning verleend. Meerdere belanghebbenden hebben daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 2 februari 2021 heeft het college vanwege een gewijzigd inzicht, neergelegd in regelgeving, de aan [appellant] verleende omzettingsvergunning ingetrokken en de aanvraag alsnog afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3508
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300687/1/A2

202300873/3/R3

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Kern en Plassen" vastgesteld. Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Kern en Plassen" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling stelt vast dat [verzoekster] haar beroep heeft ingetrokken, omdat de raad volgens haar met het herstelbesluit gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan haar beroep. [verzoekster] heeft onder meer aangevoerd dat er op het perceel [locatie] te Rotterdam (hierna: het perceel) meer is vergund dan is toegestaan. Niet alleen de bouw van een villa wordt mogelijk gemaakt, maar ook de bouw van een appartementencomplex. Ook voorziet de tuinbestemming op het perceel volgens haar ten onrechte in bouwmogelijkheden om de te realiseren appartementen uit te breiden met verschillende omvangrijke aanbouwen. Verder ontbreken er volgens [verzoekster] regels voor ondergronds bouwen op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3485
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202300873/3/R3

202303169/1/R4

Bij brief van 2 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum aan [appellant] bekendgemaakt dat de door hem aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een carport, veranda en fietsenstalling en het verplaatsen van de toegangspoort en erfafscheiding op het perceel [locatie] in Hilversum van rechtswege is verleend. [appellant] heeft op 26 januari 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een carport, veranda en fietsenstalling en het verplaatsen van de toegangspoort en erfafscheiding op het perceel. Het college heeft bij brief van 2 juni 2021 aan [appellant] meegedeeld dat de vergunning van rechtswege is verleend. In het besluit op bezwaar van 4 oktober 2022 heeft het college zijn besluit volledig heroverwogen en de vergunning alsnog geweigerd. De rechtbank heeft deze weigering in stand gelaten. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3491
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303169/1/R4

202303288/1/A2

Bij besluit van 16 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete van € 20.500,- opgelegd vanwege het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de [locatie] aan de woningvoorraad. De woning is een sociale huurwoning, waarvan Stichting Ymere de eigenaar is. De woning bestaat uit één bouwlaag en heeft een oppervlakte van 84 m2. De woning werd gehuurd door de vader van [appellant], [naam vader]. Op het adres van de woning staat hij ingeschreven in de basisregistratie personen, evenals zijn [appellant] zelf. Op 20 april 2019 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat zij hebben opgemaakt van dit bezoek blijkt dat zij in de woning vijf toeristen hebben aangetroffen. De toeristen hebben de woning voor drie nachten geboekt via airbnb. Zij hebben de sleutel ontvangen van de host, [naam], een man van ongeveer dertig jaar oud. Met hem hebben ze afgesproken dat hij de sleutel bij het uitchecken ook weer in ontvangst neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3500
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303288/1/A2

202304461/1/A2

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek van de gemeente om vergoeding van hogere kosten, als bedoeld in artikel 6.8 van de Wet ruimtelijke ordening, afgewezen. Op 12 juni 2018 heeft de minister het Tracébesluit A1 Apeldoorn-Azelo (hierna: het Tracébesluit) vastgesteld. Het Tracébesluit voorziet in een wegtracé van de rijksweg A1 dat gedeeltelijk over het bedrijvenpark A1 in Deventer loopt. In verband hiermee heeft de gemeenteraad van Deventer op 23 december 2020 een bestemmingsplan vastgesteld, waarin de westelijke grens van het bedrijvenpark zodanig is opgeschoven, dat het wegtracé het plangebied niet langer doorkruist. Op dezelfde dag heeft de gemeenteraad een herziening van het exploitatieplan vastgesteld, waarin de westelijke grens van het exploitatiegebied zodanig is opgeschoven, dat het wegtracé niet langer onderdeel uitmaakt van het exploitatiegebied. In verband met de wettelijke verplichting van artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet heeft de gemeenteraad op 17 februari 2021 de relevante bepalingen van het Tracébesluit opgenomen in een afzonderlijk bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3490
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202304461/1/A2

202304683/1/A2

Bij besluit van 2 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] was vanaf begin 2004 tot en met 28 februari 2020 eigenaar van het appartement aan [locatie] te Rotterdam. Het bestemmingsplan Hart van Zuid is op 24 november 2016 vastgesteld en op 21 januari 2017 in werking getreden. Met de uitspraak van 12 juli 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1896) van de Afdeling is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden. Door het bestemmingsplan kon het busstation Zuidplein aan de zuidzijde via de Sallandweg worden ontsloten op de Zuiderparkweg. De Sallandweg loopt onder de appartementen aan het Zuidterras. Het voormalige appartement van [appellante] bevond zich boven de onderdoorgang op de Sallandweg. Op 16 december 2019 heeft [appellante] op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening verzocht om een tegemoetkoming in planschade. Zij stelt € 50.000,00 schade te hebben geleden in de vorm van waardevermindering van het appartement door de busbaan die onder het appartement is gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3501
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304683/1/A2

202304861/1/A2

Bij besluit van 28 december 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bepaald dat [appellant] de terugvorderingen huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2020 in 24 maandelijkse termijnen van € 168,- moet voldoen. [appellant] heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een persoonlijke betalingsregeling ten aanzien van de openstaande terugvorderingsbeschikkingen over 2020. Bij besluit van 28 december 2021, zoals gehandhaafd bij besluit van 22 maart 2022, heeft de Belastingdienst/Toeslagen besloten dat [appellant] voldoende betalingscapaciteit heeft om de terugvorderingen middels een standaardbetalingsregeling te voldoen. Deze regeling houdt in dat [appellant] 24 maandelijkse termijnen van € 168,- moet voldoen. [appellant] is het hier niet mee eens. Hij stelt dat hij een maandelijks bedrag van € 168,- niet kan betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3489
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304861/1/A2

202304992/1/R1

Bij besluit van 7 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe het verzoek van [appellant] en anderen om handhavend op te treden tegen de op verschillende percelen aan de Haarweg te Vuren aanwezige staalslakken afgewezen. The Dutch Business Sport and Recreation Development B.V. heeft verschillende percelen in eigendom aan de Haarweg in Spijk, waarop een golfclub is gevestigd. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaressen van twee aangrenzende percelen aan de [locatie] in Vuren. Zij zijn tevens eigenaressen van een manage ter plaatse, waar paarden worden gehouden. [appellant C] woont op het perceel [locatie]. The Dutch had uitbreidingsplannen voor de golfbaan en in dat kader is aan de aannemer Sent One B.V. bij besluit van 4 mei 2018 een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een golfbaan met geluidswal met bijbehorende werken op de percelen. Ter uitvoering van de uitbreidingsplannen, die een ophoging van de geluidswal betroffen, zijn door Sent One op een onjuiste wijze LD-staalslakken, een stof die bij het proces van de productie van staal vrijkomt, toegepast, als gevolg waarvan een bodemverontreiniging is ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3502
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304992/1/R1

202305326/1/A2

Bij besluit van 29 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland. een verzoek van [appellant] om een tegemoetkoming in schade die ganzen hebben toegebracht aan de door hem gepachte gronden gedeeltelijk toegewezen en voor het overige afgewezen. [appellant] exploiteert een veehouderij en pacht op basis van een geliberaliseerde pachtovereenkomst gronden van de Stichting Landschap Noord-Holland. De gronden (50 hectare) liggen in de natuurgebieden Middelpolder en Alverna in Noord-Holland. Verder pacht [appellant] ook 15 hectare aan percelen die in het bezit zijn van particulieren. Op de gepachte percelen teelt [appellant] gras dat hij als voer gebruikt voor zijn vleesrunderen. [appellant] heeft op 20 april 2021 het college verzocht hem op grond van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming tegemoet te komen in de schade die grauwe ganzen hebben toegebracht aan het gras op de gronden die hij pacht. Het college heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de uitvoering en invulling van tegemoetkoming bij schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3482
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305326/1/A2

202305430/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Staphorst het bestemmingsplan "Staphorst Dorp - Rouveen, ph [locatie 1] te Staphorst" vastgesteld. De raad heeft het bestemmingsplan "Staphorst Dorp - Rouveen, ph [locatie 1] te Staphorst" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de herontwikkeling van de voormalige schoollocatie op het perceel [locatie 1] in Staphorst (hierna: het perceel), waar op dit moment het gemeentelijke dienstencentrum met verschillende maatschappelijke organisaties en verenigingen gehuisvest zijn. Het plan voorziet in de realisatie van 23 appartementen en 420 m2 bvo ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen. [appellanten] woont tegenover het perceel aan de [locatie 2]. Hij is het niet eens het bestemmingsplan. Woonstichting VechtHorst is de projectontwikkelaar en zal de gronden in erfpacht krijgen van de gemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3480
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202305430/1/R3

202305642/1/A2

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. De CSG kent uit het schadefonds uitkeringen toe aan een ieder die door een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. Op 5 oktober 2021 heeft [appellant] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Zij is op 30 april 2020 slachtoffer geworden van mishandeling en stalking door haar jongste zus. Daarbij heeft zij lichamelijk en psychisch letsel opgelopen dat onder meer bestaat uit kale plekken op het hoofd, een hersenschudding, gekneusde rugwervels, gehoorverlies, een angststoornis en een minderwaardigheidscomplex. Uit de stukken die bij de aanvraag zijn overgelegd volgt dat er ook op 8 en 15 april 2020 geweldsincidenten hebben plaatsgevonden tussen [appellant] en haar zus.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3478
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305642/1/A2

202401299/1/A2

[appellant] heeft zich op 7 februari 2022 voor het eerst ingeschreven voor een cursus (onderwijseenheid) van de bachelor Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. Op dat moment stond hij nog ingeschreven bij de Universiteit van Amsterdam. Op 14 april 2022 heeft hij aan die universiteit de bacheloropleiding Informatiekunde afgerond. [appellant] heeft sinds zijn eerste inschrijving bij de Open Universiteit voortdurend één of meerdere onderwijseenheden, in het totaal 22, van de bachelor Rechtsgeleerdheid gevolgd. Op 6 oktober 2023 ontving [appellant] van de Open Universiteit de eerste mededeling dat hij in plaats van het wettelijke tarief collegegeld OU het instellingscollegegeld OU is verschuldigd. [appellant] betoogt dat de regeling gelijktijdig gevolgde opleidingen wel op hem van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3366
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401299/1/A2

202401312/1/A2

Bij beslissing van 9 februari 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat hij voor de onderwijseenheid Schrijven over grondrechten (RB1702) het instellingscollegegeld OU is verschuldigd. Bij beslissing van 27 februari 2024 is het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen deze beslissing door het college ongegrond verklaard. Bij beslissing van 27 februari 2024 is het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen deze beslissing door het college ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3487
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401312/1/A2

202402049/1/A2

Bij beslissing van 4 maart 2024 is aan [appellant] medegedeeld dat hij voor de onderwijseenheid Bacheloressay Publiekrecht (RB2512) het instellingscollegegeld OU is verschuldigd. Tegen deze beslissing heeft [appellant] bezwaar gemaakt. In zijn bezwaarschrift heeft hij het college verzocht om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het college heeft met dit verzoek ingestemd en het bezwaarschrift naar de Afdeling doorgezonden ter behandeling als rechtstreeks beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3486
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402049/1/A2

202402218/1/A2

Op 1 mei 2023 heeft [appellant] de examencommissie van de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Technische Universiteit Delft verzocht om verlenging van het schakelprogramma van de master Applied Physics. Hij wil ieder vak van het schakelprogramma twee keer kunnen volgen en vier tentamenmogelijkheden per vak, zonder dat hiervoor een maximale termijn wordt gesteld. [appellant] staat sinds studiejaar 2020-2021 ingeschreven voor het schakelprogramma van de master Applied Physics aan de Technische Universiteit Delft. Het schakelprogramma heeft een studielast van 42 studiepunten aan verplichte vakken en 2 studiepunten aan aanbevolen vakken, waarover studenten in beginsel 2 jaar mogen doen. [appellant] heeft tot op heden 21 studiepunten behaald. Hij is gediagnostiseerd met ADD, de ziekte van Crohn, dyslexie en PTSS, wat resulteert in een chronisch verminderde studiebelastbaarheid. Daar komt bij dat [appellant] door de wisselwerking tussen de ziekte van Crohn en PTSS erg stressgevoelig is, waardoor hij behoefte heeft aan duidelijke afspraken. Een studentenarts heeft vastgesteld dat hij sinds oktober 2022 niet studiebelastbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3484
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402218/1/A2

202402445/1/A2

Bij beslissing van 19 december 2023 heeft de examencommissie van de Tilburg School of Economics and Management aan [appellant] voor de vakken Capita selecta Europees en Internationaal belastingrecht en Capita selecta Vennootschapsbelasting aanvullende eisen opgelegd. [appellant] volgt de masteropleiding Fiscale Economie. Hij heeft eerder van 1 september 2014 tot en met 31 maart 2018 en van 1 september 2018 tot en met 28 februari 2019 ingeschreven gestaan voor deze masteropleiding. Sinds 1 september 2019 is [appellant] opnieuw ingeschreven voor deze opleiding. [appellant] heeft 36 ECTS behaald. Het vak Capita selecta belastingheffing particulieren heeft hij nog niet gehaald en de masterthesis heeft hij nog niet verdedigd. Voor het vak Capita selecta belastingheffing heeft hij in het kader van de "laatste-vak"-regeling op 27 september 2023 een extra examengelegenheid gehad. [appellant] heeft het vak Capita selecta Europees internationaal belastingrecht in 2017 met een zes gehaald. Ook voor het vak Capita selecta Vennootschapsbelasting heeft hij in 2016 een zes gehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3503
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402445/1/A2

202404188/1/A2

Bij beslissing van 28 mei 2024 heeft de Manager Onderwijs Pedagogisch Werk namens het CvB een negatief bindend studieadvies aan [appellant] uitgebracht. Bij beslissing van 18 juni 2024 heeft de commissie van beroep voor de examens ROC van Twente het daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is in studiejaar 2023-2024 begonnen aan de Voltijd MBO-opleiding Pedagogisch medewerker kinderopvang BOL niveau 3 aan het ROC van Twente. Om door te mogen naar het tweede studiejaar van die opleiding moet een student een positief bindend studieadvies (BSA) hebben. De manager OPW heeft vanwege een onvoldoende voor de beroepshouding aan [appellant] een negatief BSA gegeven. [appellant] is daarom, nadat de voorzitter van het CBE haar verzoek om een voorlopige voorziening heeft afgewezen en haar administratief beroep ongegrond is verklaard, per 5 juli 2024 uitgeschreven bij de opleiding. Zij is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3457
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404188/1/A2

202202768/1/V3

Bij besluit van 5 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3464
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202768/1/V3

202302939/1/V2

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3462
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302939/1/V2

202305252/1/V1

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3441
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305252/1/V1

202403480/1/R3 en 202403480/2/R3

Bij besluit van 3 april 2024 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden - Verplaatsing Aldi van Stinzenflora naar De Centrale" vastgesteld. Het plan is een partiële herziening van de bestemmingsplannen "Leeuwarden-De Centrale e.o." van 24 juni 2013 en "Leeuwarden-Aldlân/Pieter Christiaanpark" van 25 november 2013. Aldi heeft verzocht om verplaatsing van haar supermarkt op het adres Stinzenflora 161, omdat daar onvoldoende uitbreidingsruimte is. Het plan voorziet in de planologische mogelijkheid voor verplaatsing van de supermarkt, door op het winkelpark De Centrale een supermarkt toe te staan. Het plan leidt er verder toe dat de mogelijkheid voor een supermarkt op het adres Stinzenflora 161 komt te vervallen. [appellant] woont aan de [locatie]. Zijn woning staat op ongeveer 45 m afstand van de locatie waar de nieuwe supermarkt is voorzien. [appellant] richt zich tegen het plan vanwege de aspecten verkeers- en brandveiligheid en afwijken van gemeentelijk beleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3446
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202403480/1/R3 en 202403480/2/R3

202404663/1/V3

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3463
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404663/1/V3

202404696/1/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.T.V. Le, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3452
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404696/1/V3

202404870/1/V2 en 202404870/2/V2

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Ook heeft hij geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 10 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Alkir, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3453
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404870/1/V2 en 202404870/2/V2

202405255/1/V1 en 202405255/2/V1

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3460
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405255/1/V1 en 202405255/2/V1

202202335/4/R2

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Roermond het bestemmingsplan "Melickerveld 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een nieuwe woonwijk mogelijk aan de rand van Roermond met maximaal 468 woningen. [verzoeker sub 2] woont in het plangebied en [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 3] en [verzoeker sub 4] wonen ieder in de buurt van het plangebied. Zij maken zich zorgen over de omvang van het plan en het aantal woningen dat het mogelijk maakt. NMF Limburg en andere vinden de locatie ongeschikt als bouwlocatie en maken zich vooral zorgen over de gevolgen die het plan heeft op de flora en fauna van het gebied. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Volgens hen bestaat spoedeisend belang, omdat in september zal worden gestart met het kappen van 136 bomen en de grond van deelgebied 1 bouwrijp zal worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3444
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202202335/4/R2

202302765/4/R4

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "De Bongerd, Hattem" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van de woonzorglocatie "De Bongerd". Hier staat nu een zorggebouw, een gebouw met aanleunwoningen en een woongebouw. In totaal zijn er 96 wooneenheden. De herontwikkeling houdt in dat er in plaats daarvan drie gebouwen met in totaal 129 (gasloze) wooneenheden worden gebouwd. In gebouw A komen 63 zorgwoningen, in gebouw B 30 sociale huurwoningen en 11 vrije sector woningen en in gebouw C 25 vrije sector woningen. De Vereniging Landschap en Milieu Hattem e.o. verzoekt de voorzieningenrechter om de vaststellingsbesluiten te schorsen zodat lopende de bodemprocedure geen omgevingsvergunning op grond van het plan kan worden verleend voor het bouwen van de wooneenheden. Zij vindt dat de gevolgen van het plan voor de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden "Rijntakken" en "Veluwe" niet goed zijn onderzocht. De Vereniging betoogt dat de verkeersgeneratie in de referentiesituatie is overschat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3447
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302765/4/R4

202403457/1/V3

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 3 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Schoneveld, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3450
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403457/1/V3

202403782/2/V3

Bij besluiten van 9 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3440
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403782/2/V3

202404061/1/V3 en 202404061/2/V3

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 26 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat in Veenendaal, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3451
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404061/1/V3 en 202404061/2/V3

202404788/2/R2

Bij besluit van 12 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk [verzoeker] opgedragen om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bestemmingsplannen "Woonwijken Zevenbergen" en "Veegplan kernen 2017" te beëindigen en beëindigd houden. Als [verzoeker] dat niet doet, dan moet hij een dwangsom van € 10.000,00 per constatering per woning betalen. [verzoeker] is eigenaar van vijf woningen die hij verhuurt aan een bedrijf dat in die woningen groepen arbeidsmigranten huisvest die er in wisselende samenstelling tijdelijk verblijven. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat deze wijze van huisvesting volgens hem in strijd is met het bestemmingsplan. [verzoeker] is het daarmee niet eens, omdat het college volgens hem een verkeerde invulling geeft aan het begrip ‘huishouden’ in het bestemmingsplan. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de last onder dwangsom wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3443
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404788/2/R2

202404995/1/V3

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3426
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404995/1/V3

202405087/1/V2

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 7 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. B.G. Smouter, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3448
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405087/1/V2

BRS.24.000261

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3436
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000261

202200244/1/R3

De hoger beroepen richten zich tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter in zaken nrs. 21/5837 en 21/7149 over een aan Patrizia Den Haag 3 Coöperatief op 21 december 2020 verleende omgevingsvergunning, die bij besluit van 5 augustus 2021 in stand is gebleven, en tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter in zaak nr. 21/7150 over een op 25 oktober 2021 aan Patrizia Den Haag 3 Coöperatief verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3528
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200244/1/R3

202306238/1/V1

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3439
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306238/1/V1

202404103/2/R4

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn beslist dat [verzoekster] een milieueffectrapport moet maken. [verzoekster] exploiteert een varkenshouderij aan de [locatie] in Daarle. Op grond van de geldende omgevingsvergunning mag zij 6.300 varkens houden, verdeeld over twee stallen. [verzoekster] wil de varkens ruimer huisvesten om een Beter Leven-keurmerk te krijgen. Zij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een derde stal. Het aantal varkens in de inrichting blijft volgens de aanvraag gelijk. In de nieuwe stal (met stalsysteem D 3.2.7.1.1) zullen 1.980 varkens worden gehouden. In de twee bestaande stallen (met stalsysteem D 3.2.7.2.1) zullen elk 2.160 varkens worden gehouden. Naar aanleiding van de door [verzoekster] ingediende notitie "Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling/bijlagen milieu" heeft het college bij het besluit van 4 oktober 2023 (hierna: het m.e.r.-beoordelingsbesluit) beslist dat [verzoekster] een milieueffectrapport moet maken. Vanwege (onzekerheid over) de ammoniakemissie uit de stallen kan volgens het college niet worden uitgesloten dat de activiteit significante negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden, zodat evenmin kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen met zich brengt. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning is daarom een milieueffectrapport vereist, aldus het m.e.r.-beoordelingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3437
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202404103/2/R4

BRS.24.000193

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3422
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000193

BRS.24.000271

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3378
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000271

202401491/1/A2

Bij beslissing van 20 december 2023 heeft de examencommissie Mondzorgkunde van de Hogeschool Inholland vastgesteld dat [appellante] bij de opleiding tot mondhygiënist fraude heeft gepleegd bij de toets Tandheelkundige radiologie (3015BA213A), deze toets ongeldig verklaard en haar één studiejaar uitgesloten van deelname aan tentamens.Deze toets is afgenomen in twee shifts. [appellante] heeft deelgenomen aan de eerste shift. Bij controle van de resultaten van de toets heeft de examencommissie onregelmatigheden geconstateerd. Zo heeft de examencommissie geconstateerd dat de antwoorden van de toets van [appellante] identiek zijn aan die van een andere student in de tweede shift, en dat haar loggegevens van de toets afwijkend zijn. [appellante] heeft geen verklaring kunnen geven voor de door de examencommissie geconstateerde onregelmatigheden. Desgevraagd heeft zij toegelicht dat de vreemde loggegevens het gevolg kunnen zijn van het inzoomen op foto’s. Verder heeft zij toegelicht dat zij na afronding van de toets geen contact heeft gehad met studenten uit de tweede shift omdat zij meteen naar haar stage moest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3442
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401491/1/A2

202206807/1/V3

Bij besluit van 16 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en bepaald dat hij Nederland binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3430
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206807/1/V3

202304558/1/V3

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3368
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304558/1/V3

202307951/1/V3

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3435
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307951/1/V3

202402103/2/R1

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Tholen het bestemmingsplan "Molenweg, Kerk, Zorg en Welzijn te Oud-Vossemeer" vastgesteld. Het plangebied ligt aan weerszijden van de Molenweg in Oud-Vossemeer en maakt meerdere ontwikkelingen mogelijk. Het gaat hierbij onder meer om de realisatie van een kerkgebouw, een woon-zorgcomplex met 24 kamers, 10 seniorenappartementen en het bieden van overnachtingsmogelijkheden en ondergeschikte horeca ter plaatse van de duikschool. [verzoeker] en anderen wonen aan de Molenweg en Onder de Molen in nabijheid van het plangebied en kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen. Zij vrezen met name verkeershinder door de toename van het verkeer en voor parkeeroverlast als gevolg van de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat door de Afdeling uitspraak is gedaan in de bodemprocedure om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3376
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202402103/2/R1

202404047/1/V3

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gemachtigde van de vreemdeling desgevraagd niet heeft laten weten dat zij nog contact met hem heeft. De vreemdeling wil herziening van deze uitspraak. Hij voert daarvoor aan dat hij op 1 februari 2024 een brief aan de Afdeling heeft verzonden waarin hij heeft vermeld dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat hij met onbekende bestemming is vertrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3433
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404047/1/V3

202404319/1/V3 en 202404319/2/V3

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3432
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404319/1/V3 en 202404319/2/V3

202404781/2/V2

Bij besluiten van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3434
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404781/2/V2

202404961/2/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 31 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3449
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404961/2/V3

202405057/1/V2 en 202405057/2/V2

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3431
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405057/1/V2 en 202405057/2/V2

202405194/1/V3 en 202405194/2/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3438
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405194/1/V3 en 202405194/2/V3

202303543/1/V2

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3339
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303543/1/V2

202304105/1/V2

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3340
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304105/1/V2

202307026/1/V2

Bij besluit van 2 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3369
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307026/1/V2

202307635/1/V2

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3341
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307635/1/V2

202307823/1/V2

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3445
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307823/1/V2

202402546/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3342
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402546/1/V2

202402919/1/V2

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3343
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402919/1/V2

202403090/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3373
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403090/1/V3

202403877/1/V1

Bij brief van 24 juni 2024 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 16 mei 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3375
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403877/1/V1

202404698/1/V1 en 202404698/2/V1

Bij besluit van 31 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 1 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk verklaard, en het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 31 januari 2024, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3372
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404698/1/V1 en 202404698/2/V1

202404816/2/V1

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3427
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404816/2/V1

202404986/2/V1

Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3429
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404986/2/V1

202001908/1/A2

Bij besluit van 13 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [appellant sub 2] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal vier personen. [appellant sub 2] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van deze zelfstandige woning in vier onzelfstandige wooneenheden. Het college heeft de aanvraag geweigerd, omdat niet wordt voldaan aan het overgangsrecht en de fysieke toets van de ‘Beleidsregels omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte Nijmegen 2018 B’. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit van 7 december 2018 onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2020 gegrond verklaard. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat artikel 12 van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 onverbindend is wegens strijd met artikel 2 van de Huisvestingswet 2014, omdat de noodzaak voor het vergunningenstelsel gebrekkig is onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3392
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001908/1/A2

202001950/1/A2

Bij besluit van 31 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie A] in Nijmegen in maximaal zes onzelfstandige woonruimten. Bij besluit van 14 maart 2019 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 14 maart 2019 onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:398) gegrond verklaard. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat artikel 12 van de Hvv 2019 onverbindend is wegens strijd met artikel 2 van de Huisvestingswet 2014, omdat de noodzaak voor het vergunningenstelsel onvoldoende is onderbouwd. Het college kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank en betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat artikel 12 van de Hvv 2019 onverbindend is. Aan de vergunningplicht ligt, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, wel een onderbouwing ten grondslag die voldoet aan de in de Huisvestingswet 2014 gestelde eisen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3393
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001950/1/A2

202103312/4/A3

Bij tussenuitspraak van 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3028, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de minister van Defensie opgedragen om met inachtneming van wat in overweging 6.3 van die uitspraak is overwogen het gebrek in de besluiten van 7 november 2019 en 3 december 2019 te herstellen door - nadat [appellant] de gelegenheid is geboden zijn verzoek nader te beperken en suggesties te doen als bedoeld in overweging 11 - een nieuwe zoekslag te verrichten om te onderzoeken of de documenten waar [appellant] om heeft verzocht al dan niet kunnen worden verstrekt en de Afdeling binnen zestien weken na verzending van deze tussenuitspraak te berichten over de uitkomst daarvan. De minister heeft een nieuwe zoekslag verricht en twee documenten aangetroffen. Het gaat om een document over het onderwerp MARINEE en een document over operatie Fatima. De minister heeft besloten die documenten gedeeltelijk aan [appellant] te verstrekken. De gegevens die hij niet heeft verstrekt, zijn geweigerd omdat zij buiten de reikwijdte van het verzoek vallen of onleesbaar zijn, of omdat zij persoonsgegevens of actuele werkwijzen betreffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3398
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202103312/4/A3

202105877/1/R2

Bij besluit van 22 mei 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden tegen het verbreden van een bestaande put (put 1), het aanleggen van een nieuwe put (put 2) en het gebruik van beide putten nabij het Natura 2000-gebied "Holtingerveld" door [appellante sub 1], afgewezen wat betreft put 1. Wat betreft put 2 heeft het college het verzoek toegewezen en een last onder dwangsom opgelegd aan [appellante sub 1]. Op het perceel M972 is in 1998 een waterput (put 1) aangelegd. [appellante sub 1] gebruikt deze put vanaf 2018 voor de (bollen)teelt. Op perceel M558 heeft [appellante sub 1] in maart 2019 een waterput (put 2) laten aanleggen en in gebruik genomen ten behoeve van de (bollen)teelt. [appellant sub 2] woont aan de [locatie] in Uffelte, gelegen in het Natura 2000-gebied "Holtingerveld" en heeft verzocht om handhavend optreden tegen het gebruik van de putten, de verbreding van put 1 en de aanleg van put 2, omdat niet is uitgesloten dat de grondwateronttrekking kan leiden tot significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied Holtingerveld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3388
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202105877/1/R2

202106746/1/R4

Bij besluit van 28 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen het handhavingsverzoek van [appellant] en [persoon A] met betrekking tot de bouw van hun woning aan de [locatie A] te Vinkeveen afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Vinkeveen. Zijn woning is gebouwd door [bouwbedrijf]. Tijdens de bouw van de woning heeft hij het college verzocht om tegen [bouwbedrijf] handhavend op te treden wegens overtreding van onder andere de Wabo en het Bouwbesluit 2012. Het college heeft dit verzoek afgewezen en de afwijzing in het besluit op bezwaar gehandhaafd, onder aanvulling van de motivering. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn zaak. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Hij voert aan dat hij wel belang heeft, omdat hij schade heeft geleden die hij op de gemeente wil verhalen in een civiele procedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3394
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106746/1/R4

202107665/1/R3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Oranjebonnen" vastgesteld. Oranjebonnen is de aanduiding voor de Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolder tussen Hoek van Holland en Maassluis. Het plan voorziet in de mogelijkheid om in dit agrarische gebied ruimte te bieden voor natuurontwikkeling en recreatieve voorzieningen, waarbij ook wordt ingezet op het versterken van de beleving van het gebied door behoud en ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het gaat om 128 ha nieuwe natuur waarvan 30 ha is bestemd voor de functie natuurbegraven. Het bestemmingsplan maakt op drie verschillende locaties tussen het Staelduinse bos en de Bonnenweg natuurbegraven mogelijk. Appellanten zijn het er niet mee eens zijn het er niet mee eens dat binnen het plangebied natuurbegraven mogelijk wordt gemaakt. Zij vrezen dat het natuurbegraven een negatieve invloed zal hebben op de mogelijkheden voor hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3413
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202107665/1/R3

202200297/1/R4

Bij besluit van 15 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weesp, thans: Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghoudster] voor de uitbreiding van de bedrijfshal op het perceel [locatie 1] te Weesp en om gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen". [vergunninghoudster] is gevestigd op het perceel. [appellant] en anderen zijn eigenaar of gebruiker van de aan de oostzijde van het perceel gelegen percelen [locatie 2] tot en met [locatie 3] in Weesp. [appellant] woont in een bedrijfswoning aan de [locatie 4] op ongeveer 37 m afstand van het perceel. De gronden tussen de bedrijfswoning en het perceel zijn volledig bebouwd. De bedrijfshal beslaat een groot gedeelte van het perceel. De uitbreiding van de bestaande bedrijfshal wordt gerealiseerd op een nu nog onbebouwd gedeelte van het perceel dat grenst aan de percelen [locatie 5] en [locatie 3].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3391
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202200297/1/R4

202201168/1/R2

Bij besluit van 2 december 2021 heeft de raad van de gemeente Beek het bestemmingsplan "Landgoed Looiwinkel Spaubeek" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een landgoed waarbij vijf luxe vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Het plangebied is gesitueerd aan de westzijde van de kern Spaubeek, ten zuiden van de Looiwinkelstraat. Een groot deel van het plangebied wordt openbaar toegankelijk en verder ontwikkeld tot een landschap met natuurwaarden. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie A] in Spaubeek. Hij is het niet eens met het plan, omdat het volgens hem niet voldoet aan het provinciale beleid, waaronder het Limburgs kwaliteitsmenu. Daarnaast is de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan "Stedenbouwkundige afronding westelijke dorpsrand Spaubeek" van 8 januari 2016 volgens hem niet voldoende geborgd. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie B] in Spaubeek. Hij is het niet eens met het plan, omdat het volgens hem niet voldoet aan het provinciale beleid, waaronder het LKM, en het gemeentelijke beleid. Bovendien bevat het plan volgens hem onduidelijkheden en strijdigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3421
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202201168/1/R2

202201293/1/R3

Bij besluit van 1 november 2021 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het bestemmingsplan "Foarstrjitte 49, De Westereen" vastgesteld. Aanleiding voor het plan is de wens om de bestaande Poiesz supermarkt aan de Foarstrjitte 49 te slopen, om in plaats hiervan op een gedeelte van het achterliggende stuk agrarisch land een nieuwe supermarkt van ongeveer 1.450 m2 brutovloeroppervlakte te realiseren. Het plan biedt hiervoor het juridisch-planologisch kader. [appellant] woont aan de [locatie] op het perceel, kadastraal bekend als Veenwouden H760. Hij heeft ook het perceel, kadastraal bekend als Veenwouden H693, in eigendom. Het kadastrale perceel Veenwouden H693 gebruikt [appellant] om paarden te weiden. Hij vindt dat het plan leidt tot een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en een aantasting van zijn woongenot. Daarom heeft hij beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3401
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202201293/1/R3

202201909/1/A3

Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant A] en [appellant B] woonden tot 27 februari 2017 met hun vijf minderjarige kinderen in een caravan op een terrein aan de Riekerweg in Amsterdam. Het college heeft de hieraan ten grondslag liggende huurovereenkomst ontbonden, omdat [appellant A] en [appellant B] de huurprijs niet betaalden. Zij hebben, vanwege hun minderjarige kinderen, van het college nog een laatste aanbod gekregen om aanspraak te maken op een andere verblijfplaats. Op 23 augustus 2017 hebben partijen een intentieverklaring ondertekend, waarin aan [appellant A] en [appellant B] een perceel aan de Johan Broedeletstraat werd aangeboden. Dit aanbod gold uitsluitend onder naleving van de volgende voorwaarden: [appellanten] verlenen medewerking aan de begeleiding en zorg van hulpverleningsinstanties; De leerplichtige kinderen gaan naar school; [appellanten] houden zich aan de regels van de scholen en de Leerplichtwet; [appellanten] en hun kinderen laten zich registreren in de gemeentelijke basisadministratie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3379
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201909/1/A3

202201912/1/R4

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard het wijzigingsplan "Huissen groenstroken Zilverkamp" vastgesteld. Tussen de wijk Zilverkamp en Park Holthuizen in Huissen bevindt zich een groenstrook met een oppervlakte van ongeveer 30.000 m². Het grootse deel van deze groenstrook is eigendom van de gemeente. Deze percelen zijn eigendom van de onderscheidenlijke eigenaren van aangrenzende woonpercelen. De gezamenlijk oppervlakte van de 15 percelen is ongeveer 2.225 m². In het bestemmingsplan "Kom Huissen" is aan de hiervoor genoemde groenstrook de bestemming "Groen-Waterberging" toegekend. Met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 13.6.1 van de planregels van dit bestemmingsplan heeft het college aan de hiervoor genoemde 15 percelen de bestemming "Wonen" toegekend, met de aanduiding "erf". [appellant] woont op het perceel [locatie 1] in Huissen. Hij komt op tegen het toekennen van de woonbestemming aan gronden bij de percelen [locatie 2] en [locatie 3], die voorheen deel uitmaakten van de groenstrook, omdat volgens hem hierdoor het groene karakter van de wijk ernstig wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3402
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201912/1/R4

202202408/1/R4

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op een gebied langs het Merwedekanaal in Utrecht. Het gebied tussen het Merwedekanaal en de Europalaan, aangeduid als de Merwedekanaalzone, heeft de gemeente Utrecht aangewezen als ontwikkelingsgebied. Het plan ziet op deelgebied 5 en wordt aangeduid als de wijk "Merwede". Met het voorliggende plan wil de raad een herontwikkeling van het gebied mogelijk maken naar een gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. Een groot deel van de gronden van het plangebied heeft daarom de functie "Gemengd", waar maximaal 4.250 woningen mogen worden gebouwd en waarbinnen ook ruimte is voor niet-woonfuncties zoals detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. [appellant sub 1] en anderen zijn een groep van vier omwonenden. Zij wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Hun gronden zijn opgenomen in het plangebied en hebben de functie "Wonen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3403
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202408/1/R4

202204849/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek van [appellant] om handhaving tegen een overtreding van artikel 4.3, onder d, van de Keur voor waterschap Hollandse Delta afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in [plaats]. Hij heeft op 6 april 2020 een verzoek gedaan om handhavend op te treden tegen een heg op het perceel aan de [locatie 2] in [plaats]. Op de zitting van de Afdeling heeft [appellant] de reden achter zijn handhavingsverzoek toegelicht. Hij vreest voor ongelukken, onder meer vanwege beperkt overzicht ter plaatse van de heg. In de omgeving fietsen veel jongeren en [appellant] rijdt met een tractor van en naar zijn percelen. Een personeelslid van hem is ter plaatse al eens op de fiets aangereden. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen, omdat er geen sprake is van een overtreding. Volgens het college staat de heg niet in de obstakelvrije zone en is de heg teruggesnoeid tot de toegestane hoogte van 75 centimeter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3318
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204849/1/R1

202205954/1/A3

Bij besluit van 7 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert voorschriften verbonden aan een van rechtswege verleende parkeerontheffing. Het college heeft bij het besluit van 7 januari 2021 nadere voorschriften verbonden aan een op grond van artikel 5:8, vijfde en zesde lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020 van rechtswege verleende parkeerontheffing. De voorschriften houden in dat de ontheffing voor een periode van één jaar wordt verleend en dat de ontheffing uitsluitend van toepassing is voor het parkeerterrein tegenover de Grote Heistraat 4b tot en met 6. Bij het besluit van 6 juli 2021 wordt ook toegestaan te parkeren op de parkeerplaatsen aan De Ambachten en bedrijventerrein De Waterman. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college geen voorschriften heeft mogen verbinden aan de ontheffing van rechtswege. Omdat [appellant sub 2] daarom over een parkeerontheffing zonder voorschriften beschikte, heeft hij artikel 5:8, eerste of tweede lid, van de APV niet overtreden. De ontheffing geldt niet voor de artikelen 5:2 en 5:9 van de APV. Het college was dan ook niet bevoegd een dwangsom op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3412
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205954/1/A3
vorige pagina1...121122123...1.270volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon