Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306983/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een EMG opgelegd nadat hij binnen een periode van vijf jaar twee keer is aangehouden wegens rijden onder invloed en verdenking van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. [appellant] heeft een bezwaarschrift ingediend. Het CBR heeft dat bezwaar bij besluit van 28 juni 2022 kennelijk ongegrond verklaard. [appellant] heeft daartegen beroep ingesteld en aangevoerd dat het CBR zijn bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard zonder hem in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. Het CBR heeft het besluit van 28 juni 2022 ingetrokken om [appellant] alsnog in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord. Het CBR heeft het bezwaar van [appellant] bij besluit van 28 november 2022 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het tegen het besluit van 28 juni 2022 gerichte beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 28 november 2022 gerichte beroep van rechtswege ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het CBR zich voldoende heeft ingespannen om [appellant] in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4382
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306983/1/A2

202307136/1/V6

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Syrische nationaliteit. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: de RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. Ten tijde van de besluitvorming stond namelijk een strafzaak over een misdrijf tegen hem open wegens verdenking van rijden onder invloed (artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, onderdelen 2 en 3, van de Wegenverkeerswet 1994). Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN het Nederlanderschap aan [appellant] zou moeten verlenen. De politierechter heeft [appellant] op 21 oktober 2022 veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 650,00, subsidiair dertien dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor drie maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4395
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202307136/1/V6

202307611/1/R2

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [belanghebbende A] en [belanghebbende B] besloten om handhavend op te treden tegen vier schuilgelegenheden op het perceel De Kuilen ongenummerd in Son en Breugel zodra de weigering van de aanvraag om omgevingsvergunning onherroepelijk is. Voor zover is verzocht om handhavend op te treden tegen een hekwerk, het afgraven en egaliseren van grond en het kappen van bomen, heeft het college het verzoek afgewezen. [appellant] houdt hobbymatig alpaca’s op zijn perceel De Kuilen. Hij heeft op dat perceel vier schuilgelegenheden voor alpaca’s gebouwd zonder omgevingsvergunning. Bij besluit van 15 april 2022 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Hij dient de overtreding van het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het perceel binnen acht weken na 15 april 2022 te beëindigen en beëindigd te houden door de vier schuilgelegenheden volledig te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4363
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307611/1/R2

202307627/1/R2

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van vier schuilgelegenheden voor alpaca’s op het perceel [locatie] in Son en Breugel (hierna: het perceel) afgewezen. [appellant] houdt hobbymatig alpaca’s die zijn verdeeld over vier velden (hierna: het perceel). Hij heeft voor de alpaca’s zonder omgevingsvergunning vier schuilgelegenheden gebouwd op het perceel. Hij heeft later een aanvraag om omgevingsvergunning gedaan voor het legaliseren daarvan voor een periode van vijf jaar. De schuilgelegenheden hebben een oppervlakte van 4,5 m bij 6 m. De hoogte varieert van 2,35 m tot 2,85 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4225
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307627/1/R2

202307694/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 23 november 2023, waarin de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 14 april 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester van Oosterhout het bezwaar tegen de invorderingsbeschikking van 27 januari 2023 ongegrond verklaard. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester terecht een invorderingsbeschikking heeft genomen wegens (herhaaldelijk) overtreden van artikel 2.74 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oosterhout 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4571
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307694/1/A3

202400428/1/A3

Bij besluiten van 20 en 22 oktober 2021 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzoeken van de VVNL en de vereniging De Unie om dispensatie van de besluiten van 20 en 22 oktober 2021 tot algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst. Particuliere Beveiliging en de cao Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging afgewezen. De NVB en de VVNL zijn werkgeversverenigingen in de beveiligingsbranche. Zij hebben ieder met de betrokken werknemersverenigingen eigen collectieve arbeidsovereenkomsten (hierna: cao’s) afgesloten. De NVB en anderen en De Unie hebben de cao PB en de cao SFPB afgesloten. Deze cao’s hebben dezelfde werkingssfeer. De VVNL en De Unie, laatstgenoemde per 1 oktober 2021 opgevolgd door AvV, hebben de cao Veiligheidsdomein en de cao Sociaal Fonds Veiligheidsdomein afgesloten. Bij besluiten van 20 en 22 oktober 2021 heeft de minister bepalingen van de cao PB en de cao SFPB algemeenverbindend verklaard. De algemeenverbindendverklaring van bepalingen van de cao PB gold van 23 oktober 2021 tot 1 juli 202

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4372
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400428/1/A3

202400500/1/A3

Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens afgewezen. [appellant] heeft een geschil met de gemeente Heerlen over de zogenoemde Langdurigheidstoeslag over de jaren 2008 en 2009. In verband met dit geschil heeft hij het UWV bij brief van 23 oktober 2020 met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) verzocht om inzage in de gegevens die het UWV heeft over zijn werkloosheidsuitkering in de periode 1 januari 2005 tot 23 februari 2006. Het UWV heeft het Wob-verzoek bij brief van 2 november 2020 afgewezen en intern doorgezonden als inzageverzoek als bedoeld in de Regeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4383
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202400500/1/A3

202400580/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Habitatrichtlijn. De staatssecretaris beoogt met het wijzigingsbesluit te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van de gebieden. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om habitattypen en soorten, die op het moment van aanwijzen van het desbetreffende Natura 2000-gebied al in voldoende mate en duurzaam aanwezig bleken te zijn, alsnog te beschermen. Die habitattypen en soorten en de daarvoor gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn met het wijzigingsbesluit aan de betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een (beperkt) aantal gevallen bleken habitattypen en soorten op het moment van aanwijzen niet in voldoende mate en duurzaam aanwezig te zijn. Deze zijn met het wijzigingsbesluit verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4392
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202400580/1/R2

202400581/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Habitatrichtlijn. De staatssecretaris beoogt met het wijzigingsbesluit te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van de gebieden. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om habitattypen en soorten, die op het moment van aanwijzen van het desbetreffende Natura 2000-gebied al in voldoende mate en duurzaam aanwezig bleken te zijn, alsnog te beschermen. Die habitattypen en soorten en de daarvoor gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn met het wijzigingsbesluit aan de betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een (beperkt) aantal gevallen bleken habitattypen en soorten op het moment van aanwijzen niet in voldoende mate en duurzaam aanwezig te zijn. Deze zijn met het wijzigingsbesluit verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4390
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202400581/1/R2

202400583/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Habitatrichtlijn. De staatssecretaris beoogt met het wijzigingsbesluit te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van de gebieden. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om habitattypen en soorten, die op het moment van aanwijzen van het desbetreffende Natura 2000-gebied al in voldoende mate en duurzaam aanwezig bleken te zijn, alsnog te beschermen. Die habitattypen en soorten en de daarvoor gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn met het wijzigingsbesluit aan de betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een (beperkt) aantal gevallen bleken habitattypen en soorten op het moment van aanwijzen niet in voldoende mate en duurzaam aanwezig te zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4393
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202400583/1/R2

202400987/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft op 19 juli 2022 verzocht om het Nederlanderschap. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat de politierechter hem op 11 maart 2022 heeft veroordeeld tot een maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rehabilitatietermijn van vijf jaar, als bedoeld in de Handleiding RWN, paragraaf 5 van het beleid voor artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN was ten tijde van het besluit van 13 juli 2023 nog niet verstreken. Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN het Nederlanderschap aan [appellant] zou moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4365
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202400987/1/V6

202401215/1/R4

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft het college zijn beslissing om op 2 oktober 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 2 oktober 2023 is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening op Winkelstede ter hoogte van huisnummer 4. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adresgegevens op een adreslabel op de doos zijn aangetroffen. [appellante] voert aan dat het college ten onrechte het adres op de doos bepalend heeft geacht voor de vraag wie als overtreder kan worden aangemerkt terwijl op de adressticker op de doos weliswaar haar adres, maar niet haar naam stond. [appellante] betoogt verder dat zij weet wie de doos naast de inzamelvoorziening heeft geplaatst maar dat zij de naam van diegene niet kent.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4359
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401215/1/R4

202401273/1/R4

Bij besluit van 4 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 oktober 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 12 oktober 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist dat hij de doos onjuist heeft aangeboden. Hij heeft verklaard dat hij de doos, waar een eethoek in heeft gezeten, op woensdagavond naast de ORAC heeft neergezet met de bedoeling om de doos de volgende dag als grofvuil aan te bieden. Daarbij stelt hij op de website van de gemeente een melding te hebben geplaatst voor het laten ophalen van grofvuil en heeft hij er ter zitting op gewezen dat grofvuil altijd op donderdag wordt opgehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4368
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401273/1/R4

202403410/1/A2

Bij beslissing van 30 november 2023 hebben de examinatoren van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen de scriptie van [appellante] beoordeeld met een 6,5. [appellante] volgde de masteropleiding Nederlands Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In het najaar van 2016 is [appellante] begonnen met het scriptietraject, dat zij in het najaar van 2023 heeft afgerond. Op 30 november 2023 hebben de examinatoren de scriptie van [appellante] beoordeeld met een 6,5. [appellante] is het niet eens met de beoordeling en de wijze waarop deze beoordeling tot stand is gekomen. Het cijfer doet volgens haar geen recht aan de kennis en kunde die zij heeft getoond in haar scriptie. Volgens [appellante] is er sprake geweest van vooringenomenheid bij de beoordeling van haar scriptie. Zij heeft in mei 2023 namelijk een klacht ingediend tegen haar scriptiebegeleider, omdat die weigerde om de conceptversie van haar scriptie te beoordelen. [appellante] is het ook niet eens met de wijze waarop het gehele scriptietraject is verlopen. Tevens is zij ontevreden over de manier waarop de universiteit is omgegaan met haar persoonlijke omstandigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4366
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403410/1/A2

202404042/1/A2

Bij beslissing van 22 april 2024 heeft de examencommissie van het MBO Utrecht [appellant] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de opleiding ‘Persoonlijk begeleider Maatschappelijke Zorg, BOL, niveau 4’ en met deze beslissing de onderwijsovereenkomst beëindigd. [appellant] is op 1 augustus 2023 gestart met de opleiding aan de Academie voor Zorg en Welzijn. Op 7 februari 2024 heeft [appellant] een voorlopig negatief studieadvies gekregen voor het eerste jaar van de opleiding. In deze brief is [appellant] gewezen op de omstandigheid dat verbetering nodig is op vier pijlers, namelijk Persoonlijke ontwikkeling (inclusief studiehouding), Professionele ontwikkeling (inclusief beroepshouding), Resultaten en Aanwezigheid. Hiertegen heeft [appellant] een klacht ingediend bij de Klachtencommissie. De Klachtencommissie heeft geoordeeld dat de klacht over het VNSA ongegrond is. Het onderwijsteam heeft vervolgens aan de beslissing van 22 april 2024 ten grondslag gelegd dat bij de evaluatie van het opgestelde plan van aanpak is gebleken dat de leerdoelen die daarin zijn vastgelegd niet behaald zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4380
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404042/1/A2

202404358/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 17 juni 2024 in zaak nr. NL23.39522.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4342
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404358/1/V1

202405871/1/V2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4344
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405871/1/V2

202406476/1/V3 en 202406476/2/V3

Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4345
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406476/1/V3 en 202406476/2/V3

BRS.24.000080

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4323
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000080

BRS.24.000231

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4321
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000231

BRS.24.000330

Bij besluit van 3 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4322
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000330

202206540/1/R1

Het geschil gaat over de afwijzing van het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de kap van 16 bomen door [partij]. Het geschil gaat over de afwijzing van het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de kap van 16 bomen door [partij]. [partij] heeft met de aanvraag om omgevingsvergunning van 9 november 2016 het voornemen om de bomen te kappen gemeld. Op 13 december 2016 heeft het college aan hem medegedeeld dat geen omgevingsvergunning nodig is en de aanvraag als melding geaccepteerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4672
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Kappen
  • uitspraakin de zaak202206540/1/R1

202300430/1/R1

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft aan [appellant] omgevingsvergunning verleend voor de vergroting van zijn woning aan de [locatie] in Amsterdam. De aanvraag ziet op een extra bouwlaag. Vaststaat dat het bouwplan de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan "Museumkwartier Valeriusbuurt" overschrijdt. Op grond van artikel 25, onder a, aanhef en onder 6, van de regels van het bestemmingsplan kan onder voorwaarden van de toegestane maximumbouwhoogten worden afgeweken ten behoeve van een extra bouwlaag. Het college heeft na bezwaar alsnog geweigerd toestemming te verlenen voor afwijking van het bestemmingsplan, omdat de opbouw niet voldoet aan de eis dat er geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4472
Datum uitspraak
29 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300430/1/R1

202300791/1/V3

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4318
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300791/1/V3

202305646/1/V2

Bij besluit van 2 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4336
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305646/1/V2

202307505/1/V3

Bij besluit van 11 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4333
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307505/1/V3

202400345/1/V1

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4414
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400345/1/V1

202403657/1/V2

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4331
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403657/1/V2

202404121/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4335
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404121/1/V1

202404229/2/R4

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal het wijzigingsplan "Oude Bosweg" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt het realiseren van een vrijstaande woning mogelijk op een perceel aan de Oude Bosweg in Beek. Het wijzigingsplan wijzigt de bestemming "Natuur" naar de bestemming "Wonen-2". Het college heeft hiervoor gebruikgemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 14.5 van de planregels van het bestemmingsplan "Stuwwal en beschermd dorpsgezicht Ubbergen". Het wijzigingsplan is vastgesteld op initiatief van [partij]. De Stichting en anderen kunnen zich niet verenigen met het wijzigingsplan, onder andere omdat zij menen dat het wijzigingsplan in strijd is met de Omgevingsverordening Gelderland. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het wijzigingsplan wordt geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4314
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404229/2/R4

202404311/2/R1

Bij besluit van 29 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [verzoekers] onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtredingen van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, en van artikel 2.3a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het perceel aan de [locatie 1] in Amsterdam te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoekers] zijn eigenaren van het pand aan de [locatie 1] in Amsterdam. [partij] is eigenaar van het naastgelegen pand aan de [locatie 2]. Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen een dakopbouw op het perceel. Een toezichthouder van de gemeente Amsterdam heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek een controle uitgevoerd en geconstateerd dat er een dakopbouw op het perceel is gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. [verzoekers] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er een overtreding is en het college bevoegd was om handhavend op te treden. Zij betogen dat de rechtbank heeft miskend dat de dakopbouw onder het bouwovergangsrecht valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4324
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404311/2/R1

202405499/1/V2 en 202405499/2/V2

Bij besluit van 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4330
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405499/1/V2 en 202405499/2/V2

202405833/1/V3

Bij besluit van 22 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4332
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405833/1/V3

202406043/1/V3

Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 24 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.T.V. Le, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4334
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406043/1/V3

202406125/1/V3 en 202406125/2/V3

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4347
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406125/1/V3 en 202406125/2/V3

202406317/1/V2 en 202406317/2/V2

Bij besluit van 18 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4319
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406317/1/V2 en 202406317/2/V2

202206211/1/R2

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Deurne van 5 juli 2022 waarbij het "Herstelbestemmingsplan buitengebied Deurne 2021" gewijzigd is vastgesteld. De raad moet bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met een particulier initiatief voor een ruimtelijke ontwikkeling als dat initiatief voldoende concreet is, tijdig aan hem kenbaar is gemaakt en de raad op het moment van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan beoordelen. In juli 2020 zijn [appellanten] met de gemeente in gesprek gegaan over hun voornemen om een veldschuur op hun perceel op te knappen of te slopen en op dezelfde locatie een nieuw gebouw te realiseren. In dat gesprek heeft de gemeente laten weten dat daarvoor het bestemmingsplan gewijzigd moet worden. Op 18 juni 2021 heeft de raad het actualiserende bestemmingsplan "Herstelbestemmingsplan buitengebied Deurne 2021" in ontwerp ter inzage gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4416
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206211/1/R2

202300331/1/R2

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Land van Cuijk van 29 september 2022, waarbij het bestemmingsplan "[locatie 1] Boxmeer" gewijzigd is vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om een vrijstaande woning te bouwen op een thans nog onbebouwd deel van het perceel [locatie 2] in Boxmeer. De raad mag het plan niet vaststellen als en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het wettelijke soortenbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. De raad heeft zich op basis van het onderzoek van 22 december 2020 van M&A Omgeving B.V. op het standpunt gesteld dat het aspect flora en fauna op voorhand geen belemmering vormt voor de realisatie van het voorgenomen initiatief. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich op dit standpunt heeft mogen stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4415
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300331/1/R2

202304497/1/A2

[appellant] woont in een woning aan de [locatie 1] in Almere. Het college van burgemeester en wethouders van Almere heeft op 28 april 2022 een verkeersbesluit genomen, waarbij twee parkeerplaatsen ter hoogte van de [locatie 2] in Almere zijn aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 17 april 2023, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie van 24 september 2022, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat [appellant] geen belanghebbende is bij het genomen besluit. Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen zicht heeft op de laadpaal, dat de afstand tussen zijn woonadres en de laadpaal meer dan 200 meter is, en dat er geen gevolgen van enige betekenis in termen van parkeerdruk, toename van autoverkeer langs zijn woonadres, of anderszins zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4544
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202304497/1/A2

202306048/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 21 november 2022 ongegrond is verklaard. De gronden die [appellant] in hoger beroep aanvoert, zijn een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft in haar uitspraak uitgelegd waarom die gronden niet slagen. [appellant] heeft in hoger beroep niets aangevoerd dat erop wijst dat deze overwegingen niet juist zouden zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 6.4. opgenomen overweging, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daar aan toe dat het college de mentale en fysieke gevolgen van [appellant] erkent, maar terecht stelt dat ook andere oplossingen denkbaar zijn, die niet in strijd zijn met de wet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4566
Datum uitspraak
28 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306048/1/A2

202302804/1/V1

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4310
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302804/1/V1

202400506/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4311
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400506/1/V1

202400946/1/V3

Bij besluit van 1 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4312
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400946/1/V3

202402508/1/V2

Bij besluit van 16 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4304
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402508/1/V2

202403906/1/V3

Bij besluit van 29 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4313
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403906/1/V3

202404641/2/V3

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4328
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404641/2/V3

202405857/1/V3

Bij besluit van 9 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4315
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405857/1/V3

202406082/1/V3

Bij besluit van 21 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4316
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406082/1/V3

202406192/1/V3 en 202406192/2/V3

Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4317
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406192/1/V3 en 202406192/2/V3

202406388/1/V2 en 202406388/2/V2

Bij besluit van 13 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4337
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406388/1/V2 en 202406388/2/V2

202406474/1/V3 en 202406474/2/V3

Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4329
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406474/1/V3 en 202406474/2/V3

BRS.24.000066

Bij besluit van 15 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4307
Datum uitspraak
25 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000066

202203507/1/V3

Bij besluit van 21 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4294
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202203507/1/V3

202206120/1/V3

Bij besluit van 27 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4295
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206120/1/V3

202300457/1/V1

Bij besluit van 26 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4296
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202300457/1/V1

202302330/1/V3

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4297
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302330/1/V3

202302790/1/V2

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4298
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302790/1/V2

202307609/1/V2

Bij besluit van 21 april 2023, aangevuld bij besluit van 8 augustus 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4299
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307609/1/V2

202402965/1/V3

Op 5 september 2023 heeft de vreemdeling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4300
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402965/1/V3

202403419/1/V3

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4301
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403419/1/V3

202403858/2/R4

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Ingen, Nieuwe Weg ongenummerd (ong.)" vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van een vrijstaande woning mogelijk aan de Nieuwe Weg te Ingen naast [locatie 1]. Het plan maakt de realisatie van een vrijstaande woning mogelijk aan de Nieuwe Weg te Ingen naast [locatie 1]. [verzoeker] woont op het perceel [locatie 2]. [verzoeker] betoogt dat het bestemmingsplan in strijd met het Woningprogramma 2020-2030 (hierna: het Woningprogramma) is vastgesteld. Volgens hem is de doelstelling voor het aantal nieuwe grondgebonden woningen al gehaald en is er op grond van het Woningprogramma geen ruimte voor een woning op deze plek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4293
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403858/2/R4

202403976/2/R4

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Woudenberg het bestemmingsplan "Buitengebied, Henschotermeer" vastgesteld. Het plan voorziet in meerdere ontwikkelingen, zoals de realisatie van een restaurant, een expositieruimte met uitkijktoren en een kantoorruimte, op het terrein van recreatieplas het Henschotermeer. De initiatiefnemer van het plan is Mooi Meer B.V. De Vereniging en de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4256
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202403976/2/R4

202406155/1/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4302
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406155/1/V2

202406212/1/V2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4303
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406212/1/V2

202406480/2/V2

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4308
Datum uitspraak
24 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406480/2/V2

202107920/1/V3

Bij besluit van 17 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Italië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4244
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107920/1/V3

202204257/1/V2

Bij besluiten van 11 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4245
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204257/1/V2

202305346/1/V3

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4246
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305346/1/V3

202306014/1/V3

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4237
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306014/1/V3

202306577/1/V2

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de staatssecretaris het bezwaarschrift gericht tegen het besluit op grond van artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 van 5 juni 2023 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4247
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306577/1/V2

202307224/1/V3

Bij besluit van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4238
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307224/1/V3

202401108/1/V3

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4248
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401108/1/V3

202401313/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 13 februari 2024 in zaak nr. NL23.30124.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4249
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202401313/1/V1

202402347/1/V3

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4239
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402347/1/V3

202404641/1/V3

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4251
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404641/1/V3

202404906/2/R3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Enschede het bestemmingsplan "Recreatiepark Rutbeek" gewijzigd vastgesteld. Het bij het bestreden besluit vastgestelde bestemmingsplan maakt een recreatiepark mogelijk met maximaal 250 recreatiewoningen met de daarbij behorende centrale voorzieningen in het plangebied, gelegen aan de recreatieplas Het Rutbeek. Recreatieschap Twente is eigenaar van gronden in het plangebied en Outdoor Resort Boekelo B.V. is de initiatiefnemer. Verzoekers zijn het niet eens met de realisering van een recreatiepark in het plangebied vanwege de nadelige gevolgen daarvan voor de recreatie- en natuurwaarden in het plangebied zelf en Natura 2000-gebieden in de omgeving en voor hun woon- en leefklimaat. Om onomkeerbare gevolgen te voorkomen hebben verzoekers verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4250
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202404906/2/R3

202406044/1/V2

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4252
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406044/1/V2

202406159/1/V1

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4253
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406159/1/V1

202406313/1/V3 en 202406313/2/V3

Bij besluit van 9 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4305
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406313/1/V3 en 202406313/2/V3

202406366/1/V3 en 202406366/2/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4254
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406366/1/V3 en 202406366/2/V3

202406377/1/V3 en 202406377/2/V3

Bij besluiten van 9 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4306
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406377/1/V3 en 202406377/2/V3

202406411/1/V1 en 202406411/2/V1

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4309
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406411/1/V1 en 202406411/2/V1

BRS.24.000341

Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4212
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000341

202006605/2/R2

In de tussenuitspraak van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1352, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de raad van de gemeente Oosterhout opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van overweging 7.5 het daarin omschreven gebrek in het besluit van 22 september 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oosterhout-Zuid 2020 ([locatie])" te herstellen. Onder 7.5 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de nadere beperking in artikel 4.1, aanhef en onder a, van de planregels niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 22 september 2020 is daarom gegrond. Dit besluit moet, voor zover het artikel 4.1, aanhef en onder a, van de planregels betreft, wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht worden vernietigd. Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad artikel 4.1, aanhef en onder a, van de planregels gewijzigd vastgesteld. De bestemmingsomschrijving van de voor "Detailhandel - 3" aangewezen gronden is in deze bepaling verruimd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4259
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006605/2/R2

202107270/1/R3

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht beëindigen en beëindigd te houden door de zandopslag op perceel kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie Q, nummer […] te verwijderen of door het opgeslagen zand alsnog te gebruiken om de percelen te egaliseren, conform de op 12 april 2019 verleende omgevingsvergunning. Toezichthouders van de gemeente Losser hebben op 3 september 2020 geconstateerd dat op het perceel een zandopslag is gerealiseerd. Op 11 december 2020 hebben de toezichthouders geconstateerd dat het eerder geconstateerde gebruik van het perceel is voortgezet. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de zandopslag in strijd is met de bestemming "Agrarisch - 1" die ingevolge het bestemmingsplan "Buitengebied" op het perceel rust, zodat sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. [appellant] is het niet eens met de opgelegde last onder dwangsom. Volgens hem is geen sprake van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4271
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107270/1/R3

202107431/1/R4

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug het bestemmingsplan "Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Met het bestemmingsplan heeft de raad een integrale regeling vastgesteld voor negentien verblijfsrecreatieterreinen en campings in de gemeente. Met het herzieningsplan is dat bestemmingsplan op enige punten gewijzigd en geheel opnieuw vastgesteld. Het bestemmingsplan en het herzieningsplan worden hierna samen ook wel aangeduid als ‘plannen’. De beroepen zien op drie van de negentien recreatieterreinen en op een terrein dat wel in het ontwerp van het bestemmingsplan was betrokken maar niet in de plannen is opgenomen. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen aan de [locatie 1] in Leersum en kunnen zich niet vinden in de voorliggende plannen, omdat de gronden aan de Zandweg 11 daarin niet zijn meegenomen. De huidige eigenaar is op dat perceel een camping begonnen en de regels in het daar nog geldende bestemmingsplan "Leersum Buitengebied 2005/2009" uit 2010 bieden ruimere recreatieve gebruiksmogelijkheden dan de voorliggende plannen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4278
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202107431/1/R4

202108152/2/R4

Bij tussenuitspraak van 14 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:617, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de raad van de gemeente Oldebroek opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 11 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oosterwolde, Oostendorperstraatweg" te herstellen. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak van 14 februari 2024 over de beroepsgrond van [appellant sub 1] over geluid geoordeeld dat zijn betoog slaagt voor zover het gaat om de vergunningsvrije bouwwerken in het achtererfgebied van de twee woningen in woonblok A. In dat verband heeft de raad erkend dat die mogelijkheid in het plan had moeten worden uitgesloten althans niet zonder meer mogelijk had moeten zijn. Gebleken is dat [appellant sub 1] binnen de door de Afdeling gestelde zienswijzetermijn een als beroepschrift geduid stuk, gedateerd 10 juli 2024, heeft ingediend. Uit het vervolg van het stuk blijkt wel van de eerdere procedure. Dit is niet onderkend en heeft ertoe geleid dat onder zaak nr. 202404243/1/R4 een nieuwe procedure is aangemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4263
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202108152/2/R4

202201234/1/R3

Bij besluit van 14 december 2021 heeft de raad van de gemeente Tynaarlo het bestemmingsplan "Supermarkt Ter Borch Eelderwolde" vastgesteld. Bij besluit van 28 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo een omgevingsvergunning verleend aan BUN Projectontwikkeling B.V. voor onder andere de activiteit bouwen van een bouwwerk voor de ontwikkeling van een supermarkt op de hoek van de Ter Borchlaan en Borchsingel (Borchsingel 25) in Eelderwolde. Het plan en de omgevingsvergunning voorzien in de realisatie van een supermarkt met een maximaal winkelvloeroppervlak van 2.000 m2 en maximaal bruto vloeroppervlak van 3.000 m2 op het perceel Borchsingel 25 in Eelderwolde. VOF Entreegebied ter Borch en anderen en Bun Projectontwikkeling wensen deze supermarkt te ontwikkelen. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] wonen in de omgeving van het plangebied. Zij zijn tegen de komst van de supermarkt, omdat zij vrezen dat dit leidt tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4286
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202201234/1/R3

202202157/1/R4

Bij besluiten van 17 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan De Stille Wille een drietal lasten onder dwangsom opgelegd. Het college heeft handhavend opgetreden tegen het huisvesten van arbeidsmigranten in recreatiewoningen op de percelen Steenoven 12 [locatie 1], Steenoven 12 [locatie 2] en Steenoven 12 [locatie 3] op het bungalowpark in Meijel. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de op het bungalowpark gelegen recreatiewoningen te (laten) bewonen. In hoger beroep is uitsluitend de last die ziet op de recreatiewoning Steenoven 12 [locatie 3] aan de orde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4283
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202157/1/R4

202203069/1/A2

Bij besluit van 16 december 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding van € 2.489,74 toegekend voor de waardedaling van zijn woning. [appellant] was samen met zijn inmiddels ex-partner vanaf 2 juli 1998 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Groningen. Beiden waren voor 50% eigenaar van de woning. In de beschikking van 28 mei 2019 van de rechtbank is bepaald dat de woning wordt toebedeeld aan [appellant] tegen een waarde van € 178.000,-. Door inschrijving van de akte van verdeling op 31 januari 2020 in de Basisregistratie Kadaster is [appellant] voor 100% eigenaar van de woning geworden. Het Instituut heeft op 8 november 2020 de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van de woning ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4257
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202203069/1/A2

202203075/1/R3

Bij besluit van 11 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe de verzoeken van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen Wadudu wegens overlast door de aanwezigheid van maden en motten, geur- en geluidsoverlast en het handelen in strijd met het bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunning van 5 december 2017 afgewezen. Wadudu drijft op het perceel Noordveen 1 in Beilen een inrichting waarin onderzoek gedaan wordt naar de bedrijfseconomisch optimale kweek van insecten in het bijzonder meelwormen en blacksoldier flies. Op 5 december 2017 heeft het college aan Wadudu een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van de inrichting. [wederpartij] was tot en met 30 april 2021 eigenaar van het perceel [locatie] in Beilen dat op ongeveer 15 m van het perceel van de inrichting ligt. [wederpartij] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen Wadudu vanwege geuroverlast, overlast door de aanwezigheid van maden en motten in het huis en het eten van [wederpartij], het handelen in strijd met de op 5 december 2017 verleende omgevingsvergunning en het handelen in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4264
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203075/1/R3

202203270/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2015 heeft de minister van Financiën een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van documenten op grond van de Wob. De minister heeft dat verzoek gedeeltelijk afgewezen. [appellant] heeft daartegen pro forma bezwaar gemaakt. De minister heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] ondanks de gegeven hersteltermijn, geen gronden heeft ingediend. De minister heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij niet in gebreke was voor het niet tijdig nemen van het besluit. De rechtbank heeft geconstateerd dat de brief waarmee [appellant] beroep heeft ingesteld, in beginsel te laat is ingediend. [appellant] heeft evenwel betoogd dat hij met een brief van 28 februari 2016 aan de minister reeds beroep heeft ingesteld. De rechtbank is van oordeel geen sprake is van een tijdig beroep op grond van die brief, omdat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4272
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202203270/1/A3

202205108/1/A3

Bij besluit van 19 september 2019 heeft de staatssecretaris het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens deels ingewilligd. [appellant] heeft de staatssecretaris op grond van artikel 12 en artikel 15, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming (EU) 2016/679 verzocht om inzage in de persoonsgegevens die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst in het kader van zijn asielprocedures over hem zijn verwerkt vanaf 1 januari 2010. De staatssecretaris heeft een overzicht verstrekt van de over [appellant] verwerkte persoonsgegevens, inclusief de herkomst van die gegevens, wat het doel van de verwerkingen is, aan wie de gegevens eventueel zijn verstrekt en hoe lang deze gegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen. Daarnaast heeft de staatssecretaris de taalanalyse ongelakt verstrekt en de gelakte kopieën van documenten waarin persoonsgegevens zijn verwerkt. De staatssecretaris heeft aanleiding gezien om de besluiten te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4279
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202205108/1/A3

202205433/1/A3

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [wederpartij] voor een bewonersparkeervergunning afgewezen. [wederpartij] woont aan de [locatie 1] te Amsterdam en woonde daarvoor aan de [locatie 2] te Amsterdam. Voordat hij verhuisde naar de [locatie 1] heeft [wederpartij] aan de gemeente gevraagd of hij in aanmerking zou komen voor een bewonersparkeervergunning op het adres [locatie 1]. Twee medewerkers van de afdeling parkeervergunningen van de gemeente Amsterdam hebben op 31 januari 2020 en 10 februari 2022 telefonisch aan [wederpartij] medegedeeld dat hij op dat adres in aanmerking komt voor een bewonersparkeervergunning. [wederpartij] heeft vervolgens op 3 maart 2022 een aanvraag ingediend voor een bewonersparkeervergunning op het adres [locatie 1] te Amsterdam. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat in het vergunningengebied waarvoor de vergunning is aangevraagd geen parkeervergunningen kunnen worden verleend. Het vergunningenplafond is hier namelijk op nul gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4260
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205433/1/A3

202205445/1/A2

Bij besluit van 13 januari 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [appellant] voor de hernieuwde afgifte van een zogenoemde typebevoegdverklaring Airbus 320 ingewilligd. [appellant] heeft op 11 december 2019 een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor de hernieuwde afgifte van de bevoegdverklaring A320(Pilot-in-Command, VFR/IFR). Bij besluit van 13 januari 2020 heeft Kiwa N.V., dat door de minister daartoe gemachtigd en gemandateerd is, de aanvraag ingewilligd en het vliegbrevet afgegeven. Omdat [appellant] (nog) niet heeft voldaan aan het vereiste van Performance Based Navigation is in het besluit opgenomen dat de einddatum van de Instrument Rating (hierna: IR) vastgesteld wordt op 25 augustus 2020. Dit is ook op het vliegbrevet vermeld. Op 4 februari 2020 heeft [appellant] Kiwa verzocht om een zogenoemde license verification letter. Met een verificatiebrief kan de aanvrager aantonen dat zijn vliegbrevet authentiek en geldig is. Kiwa geeft een document af met alle bevoegdheden van de brevethouder met een no incident en no accident report.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4274
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202205445/1/A2

202205863/1/R1

Bij besluit van 12 juli 2022 hebben de ministers voor Klimaat en Energie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Zuid-West 380 kV Oost" vastgesteld. Het inpassingsplan maakt de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg mogelijk. Deze verbinding loopt van Rilland via Bergen op Zoom, Roosendaal, Oud Gastel, Standdaarbuiten, Zevenbergen, Zevenbergschen Hoek, Hooge Zwaluwe, Geertruidenberg, Oosterhout en 's Gravenmoer naar Tilburg. De verbinding is onderdeel van een nieuw aan te leggen tracé tussen Borssele en de landelijke ring bij Tilburg. Dat tracé is in totaal ongeveer 78 km lang. De aanleg van het westelijk gedeelte van de verbinding tussen Borssele en Rilland is mogelijk gemaakt met het rijksinpassingsplan "Zuid-West 380 kV West". Bij uitspraak van 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2672, heeft de Afdeling dat inpassingsplan grotendeels in stand gelaten. Een heel groot aantal appellanten zowel bedrijven als burgers, heeft beroep ingesteld tegen het inpassingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4243
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202205863/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205863/1/R1

202206028/1/A3

Bij besluit van 26 april 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken te kennen gegeven de aanvraag van [appellant sub 1] om een Nederlands paspoort voor zijn zoon [appellant sub 2] niet in behandeling te nemen. [appellant sub 2] is op [datum] 2023 in [geboorteplaats]) geboren. Zijn moeder is Indonesisch en in zijn geboorteakte staat geen vader vermeld. [appellant sub 2] heeft bij de geboorte de Indonesische nationaliteit verkregen, omdat dit de nationaliteit van zijn moeder is. [appellant sub 1] was niet met de moeder van [appellant sub 2] gehuwd. Voor [appellant sub 2] is op 14 april 2021 bij de Nederlandse ambassade in Jakarta (Indonesië) een Nederlands paspoort aangevraagd. Voor deze aanvraag heeft [appellant sub 1] als vader een ‘Toestemming ouder(s) voor minderjarige aanvrager(s)’ ingevuld. Hij heeft bij de paspoortaanvraag van [appellant sub 2] een DNA-rapport overgelegd, waaruit volgt dat [appellant sub 1] met een waarschijnlijkheid van 99,999999% de biologische vader van [appellant sub 2] is. De minister heeft de paspoortaanvraag van [appellant sub 2] niet in behandeling genomen, omdat [appellant sub 2] niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4287
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202206028/1/A3

202206116/1/R3

Bij besluit van 6 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn aan Murbo Holding B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een kas, een waterbassin en het veranderen drie in- en uitritten op het perceel plaatselijk bekend Dijkgraafweg naast 23 in Hazerswoude-Dorp. Murbo Holding B.V. heeft op 25 mei 2018 een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en veranderen van uitritten aangevraagd. Ten tijde van de besluiten kende het bestemmingsplan "Sierteeltgebied Hazerswoude-Dorp, eerste herziening" de bestemming "Agrarisch - Sierteelt" aan het perceel toe. Het college heeft bij besluit van 6 juli 2018 aan Murbo Holding B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, handelen in strijd met de regels van een bestemmingsplan en het aanleggen of veranderen van drie uitritten. [appellant] is eigenaar van het perceel dat direct grenst aan de noordzijde van het perceel waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. Zijn bezwaar tegen de omgevingsvergunning is bij het besluit van 11 december 2018 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4265
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206116/1/R3

202206124/1/R3

Bij besluit van 3 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. Murbo Holding BV is exploitant van het perceel aan de Dijkgraafweg 33 in Alphen aan den Rijn. Op het perceel staan een kas, een waterbassin en een aantal hekwerken. [appellant] is eigenaar van het perceel dat ernaast ligt. Hij heeft het college op 6 mei 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen de langs de perceelsgrens geplaatste hekwerken. Deze herkwerken staan gedeeltelijk op de grond en gedeeltelijk op het waterbassin. Volgens [appellant] is er sprake van een overtreding, omdat de hekwerken zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en in strijd met het bestemmingsplan is gerealiseerd. Naar aanleiding van het verzoek is er op 7 mei 2021 een controle uitgevoerd op het perceel. Tijdens deze controle is geconstateerd dat de gedeelten van de hekwerken die direct op de grond staan 1,35 m hoog zijn. De gedeelten die op het waterbassin staat zijn, vanaf het waterbassin, 1,25 m hoog. De totale hoogte van dit deel van de hekwerken is 2,6 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4266
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206124/1/R3

202206746/1/A3

Bij besluit van 23 juli 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek om inzage van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 van de Algemene verordening persoonsgegevens van [appellant] ingewilligd. Bij brief van 25 januari 2021 heeft [appellant] de minister verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, namelijk de adresgegevens van zijn woning. De minister heeft het adres van [appellant] verstrekt met de schrijfwijze zoals de minister deze hanteert. Hij heeft daarbij vermeld dat de gegevens afkomstig zijn uit de Basisregistratie personen. De minister heeft het tegen het besluit van 23 juli 2021 gemaakte bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister met het verstrekken van het adres heeft voldaan aan het AVG-verzoek. [appellant] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Volgens [appellant] bestaan in de computersystemen van de overheid een aantal verschillende registraties van zijn woonadres, ieder met andere afmetingen van het perceel. [appellant] betoogt dat de minister niet heeft voldaan aan het AVG-verzoek, omdat de door de minister verstrekte adresgegevens volgens [appellant] niet kloppen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4267
Datum uitspraak
23 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202206746/1/A3
vorige pagina1...112113114...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon