Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202304401/1/R3

Uitspraak 202304401/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5601
Datum uitspraak
30 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf MSV de Prikkedam onder oplegging van een dwangsom gelast om het in artikel 5.4.2 van het bestemmingsplan "motorcrossterrein De Prikkedam" toegestane maximale geluidsniveau tijdens trainingen niet te overschrijden. MSV de Prikkedam is de gebruiker van het motorcrossterrein "De Prikkedam" aan de Prikkedam 1A in Makkinga. Op het terrein ligt een motorcrosscircuit dat wordt gebruikt voor wedstrijden en voor trainingen. [partij A] en [partij B] wonen aan de [locatie] ten zuidoosten van het motorcrossterrein. Zij hebben het college op 8 januari 2015 verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer geluidhinder. Het college heeft dit verzoek toegewezen en heeft MSV de Prikkedam op 8 november 2016 en op 7 mei 2019 lasten onder dwangsom opgelegd wegens de overtreding van geluidsvoorschrift F3 in de aan MSV de Prikkedam in 2001 verleende milieuvergunning voor het motorcrossterrein. Bij besluiten van 27 oktober 2020 heeft het college besloten tot invordering van twee volgens hem verbeurde dwangsommen van elk € 4.000,00. MSV de Prikkedam is het daarmee niet eens.
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • RO - Geluid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202304401/1/R3.
Datum uitspraak: 30 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

Motorsportvereniging de Prikkedam (MSV de Prikkedam), gevestigd in Makkinga, gemeente Ooststellingwerf,

het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noor­d-Nederland van 30 mei 2023 in zaak nr. 20/3090 in het geding tussen:

MSV de Prikkedam

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 17 maart 2020 heeft het college MSV de Prikkedam onder oplegging van een dwangsom gelast om het in artikel 5.4.2 van het bestemmingsplan "motorcrossterrein De Prikkedam" toegestane maximale geluidsniveau tijdens trainingen niet te overschrijden.

Bij besluit van 8 september 2020 heeft het college het door MSV de Prikkedam daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij twee besluiten van 27 oktober 2020 heeft het college besloten tot invordering van volgens hem verbeurde dwangsommen van elk € 4.000,00.

Bij uitspraak van 30 mei 2023 heeft de rechtbank het door MSV de Prikkedam tegen de besluiten van 8 september 2020 en 27 oktober 2020 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft MSV de Prikkedam hoger beroep ingesteld.

Het college heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. [partij A] en [partij B] hebben voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

MSV de Prikkedam en het college hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

MSV de Prikkedam en [partij A] en [partij B] hebben nadere stukken ingediend.

De Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) is partij in dit geding.

De Afdeling heeft de zaak gelijktijdig met zaak 202304495/1/R3 behandeld op een zitting van 23 juni 2026, waar MSV de Prikkedam, vertegenwoordigd door mr. M.A. Jansen, advocaat in Bolsward, vergezeld door [persoon A], het college, vertegenwoordigd door mr. M.A.A. Soppe en mr. J.J. Scheltens-Fokke, advocaten in Almelo, vergezeld door [persoon B] en [persoon C], en [partij A] en [partij B] zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet een overtreding heeft plaatsgevonden, is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en vóór dat tijdstip een last onder dwangsom is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, dan blijft op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet op die opgelegde last onder dwangsom het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing tot het tijdstip waarop de last volledig is uitgevoerd, de dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of de last is opgeheven.

Bij besluit van 17 maart 2020 heeft het college aan MSV de Prikkedam een last onder dwangsom opgelegd. Dat betekent dat in dit geval de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       MSV de Prikkedam is de gebruiker van het motorcrossterrein "De Prikkedam" aan de Prikkedam 1A in Makkinga. Op het terrein ligt een motorcrosscircuit dat wordt gebruikt voor wedstrijden en voor trainingen. [partij A] en [partij B] wonen aan de [locatie] ten zuidoosten van het motorcrossterrein. Zij hebben het college op 8 januari 2015 verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer geluidhinder. Het college heeft dit verzoek toegewezen en heeft MSV de Prikkedam op 8 november 2016 en op 7 mei 2019 lasten onder dwangsom opgelegd wegens de overtreding van geluidsvoorschrift F3 in de aan MSV de Prikkedam in 2001 verleende milieuvergunning voor het motorcrossterrein.

Op 7 oktober 2019 heeft de raad van Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Motorcrossterrein De Prikkedam" vastgesteld. In artikel 5.4.2 van de planregels zijn geluidsnormen opgenomen. Het college heeft tijdens een training op 8 maart 2020 een overschrijding van het maximale geluidsniveau geconstateerd. Daarom heeft het op 17 maart 2020 aan MSV de Prikkedam een vervangende last onder dwangsom opgelegd. Het college is in het besluit op bezwaar van 8 september 2020 bij deze opgelegde last onder dwangsom gebleven.

Bij besluiten van 27 oktober 2020 heeft het college besloten tot invordering van twee volgens hem verbeurde dwangsommen van elk € 4.000,00. MSV de Prikkedam is het daarmee niet eens.

3.       De rechtbank heeft in de uitspraak van 30 mei 2023 overwogen dat het college terecht stelt dat MSV de Prikkedam geluidsnormen uit artikel 5.4.2 van de planregels heeft overschreden. Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld of MSV de Prikkedam een geslaagd beroep op het gebruiksovergangsrecht in artikel 11.2 van de planregels kan doen. De rechtbank heeft overwogen dat hierbij twee elementen een rol spelen: de verlegging van een bocht rond 1997, waardoor een stukje van het motorcrosscircuit is komen te liggen op grond die in het bestemmingsplan "Motorcrossterrein Prikkedam" uit 1980 nog een natuurbestemming had, en het racen en crossen op dat circuit met de verlegde bocht. De verlegging van de bocht en het racen en crossen zijn toegestaan geweest in het in 1997 in werking getreden bestemmingsplan "Motorcrossterrein Prikkedam", maar dat bestemmingsplan is door de Afdeling in 2000 vernietigd. De rechtbank heeft daarover overwogen dat MSV de Prikkedam tussen de inwerkingtreding van het bestemmingsplan in 1997 en de vernietiging daarvan in 2000 mocht aannemen dat de verlegde bocht was toegestaan. Een redelijke wetsuitleg brengt volgens de rechtbank mee dat de verlegde bocht daarmee legaal blijft en dus wordt beschermd door het overgangsrecht. Voor het racen en crossen ligt dat anders. Volgens de rechtbank volgt uit de planregels van het later vernietigde bestemmingsplan dat uitsluitend racen en crossen in overeenstemming met de destijds geldende milieuvergunning uit 1996 was toegestaan. Deze milieuvergunning is in 1999 ook door de Afdeling vernietigd. Deze vernietiging leidde er door de terugwerkende kracht van een vernietiging toe dat racen en crossen in overeenstemming met die milieuvergunning achteraf bezien nooit mogelijk was geweest. Daarom is het achteraf ook op grond van het later vernietigde bestemmingsplan nooit toegestaan geweest. Voor het racen en crossen gold daarom voor het bestemmingsplan uit 2019 het vóór 1997 geldende planologische regime, oftewel het bestemmingsplan uit 1980. Omdat de verlegde bocht daarin in een natuurbestemming lag, was het gebruiken van het gehele motorcrosscircuit voor racen en crossen in strijd met dat bestemmingsplan. Daarom wordt dat gebruik niet beschermd door het gebruiksovergangsrecht in artikel 11.2 van de planregels van het nu geldende bestemmingsplan. Het college mocht daarom volgens de rechtbank handhavend optreden.

MSV de Prikkedam is het hier niet mee eens. Het college is het wel eens met de uitkomst, maar niet met de overweging over de verlegde bocht.

Het hoger beroep van MSV de Prikkedam

4.       MSV de Prikkedam betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat MSV de Prikkedam geen beroep op het overgangsrecht kan doen. Als de verlegde bocht wordt beschermd door het overgangsrecht, moet dit volgens MSV de Prikkedam ook gelden voor het gebruik van de baan met de verlegde bocht voor racen en crossen. Zij mocht tussen de vaststelling van het bestemmingsplan in 1997 en de vernietiging daarvan in 2000 aannemen dat dit gebruik was toegestaan. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 21 april 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO7948 en de zogenoemde "Tegelen-rechtspraak", betoogt zij dat de vernietiging ook geen terugwerkende kracht heeft voor gebruiksregels en dat de rechtszekerheid meebrengt dat zij dit gebruik mocht voortzetten. De rechtbank heeft ten onrechte betekenis toegekend aan de verwijzing in de gebruiksvoorschriften in het bestemmingsplan uit 1997 naar de milieuvergunning uit 1996 voor het gebruik van de crossbaan, en de latere vernietiging van deze milieuvergunning.

4.1.    De Afdeling stelt voorop dat het in deze zaak niet gaat over de vraag of de verlegde bocht en het racen (wedstrijden) en crossen (trainingen) op zichzelf zijn toegestaan, want daar gaat de opgelegde last onder dwangsom niet over. Het gaat alleen over de vraag of de door een toezichthouder van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) op 8 maart 2020 vastgestelde overschrijding van het in artikel 5.4.2 van de planregels toegestane maximale geluidsniveau tijdens trainingen een overtreding is waartegen het college handhavend mocht optreden, of dat deze overschrijding valt onder het bestaande gebruik dat MSV de Prikkedam op grond van het gebruikovergangsrecht van het bestemmingsplan uit 2019 of anderszins heeft mogen voortzetten.

4.2.    Het gebruiksovergangsrecht staat in artikel 11.2 van de planregels. Dit artikel luidt:

"1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;

2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;

3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;

4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan."

4.3.    Vaststaat dat MSV de Prikkedam het motorcrosscircuit op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan uit 2019 op 17 januari 2020 in gebruik had voor trainingen. Voor zover dit al structureel tot een even hoog maximaal geluidsniveau leidde als bij de waargenomen overschrijding op 8 maart 2020, is de vraag of dit gebruik in strijd was met het voorheen geldende plan. Uit het vierde lid van artikel 11.2 volgt dat alleen een beroep op het overgangsrecht kan worden gedaan als er geen strijd is met dat voorheen geldende plan.

Het bestemmingsplan dat de raad van Ooststellingwerf in 1997 heeft vastgesteld, is door de Afdeling vernietigd bij uitspraak van 2 oktober 2000 in zaak nr. E01.97.0397. Vaststaat dat dit bestemmingsplan uit 1997 in elk geval vanaf die datum niet meer gold.

Zoals volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling (onder meer in de uitspraak van 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3298, onder 6) betekende deze vernietiging dat het voorgaande bestemmingsplan herleefde. Dat is het bestemmingsplan uit 1980.

De vraag of aan de vernietiging van het bestemmingsplan voor wat betreft de gebruiksregels terugwerkende kracht toekomt of niet, is niet relevant. Het betoog van MSV de Prikkedam komt er in essentie op neer dat de omstandigheid dat het bewuste gebruik onder de werking van het bestemmingsplan uit 1997 nog legaal is geacht, betekent dat een vernietiging van dat bestemmingsplan het legale karakter niet meer zou kunnen aantasten, zodat het gebruik ook na de vernietiging van het bestemmingsplan legaal moet worden geacht. De Tegelen-rechtspraak biedt geen steun voor dat standpunt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2005, ., onder 2.10.8).

4.4.    Het gebruik van de gehele motorcrossbaan - en daarmee ook de overschrijding van het maximale geluidsniveau tijdens trainingen - was in strijd met dat bestemmingsplan uit 1980, omdat een deel van het motorcrosscircuit door de verlegging van de bocht binnen een natuurbestemming lag waar geen motorcrossbaan was toegestaan. MSV Prikkedam heeft dit niet betwist. Gelet op het vierde lid van artikel 11.2 wordt dit gebruik dus niet beschermd door de overgangsbepaling in het bestemmingsplan uit 2019.

4.5.    Daarom komt de Afdeling, zij het op andere gronden, met de rechtbank tot de conclusie dat de overschrijding van het in  artikel 5.4.2 van de planregels toegestane maximale geluidsniveau tijdens trainingen niet door het gebruiksovergangsrecht in artikel 11.2 van de planregels wordt beschermd en niet legaal is voortgezet.

4.6.    De Afdeling voegt hieraan toe dat de omstandigheid dat MSV de Prikkedam er tussen de vaststelling van het bestemmingsplan uit 1997 en de vernietiging daarvan in 2000 van mocht uitgaan dat zij legaal gebruik maakte van de motorcrossbaan, geen bijzondere omstandigheid oplevert op grond waarvan het college had moeten afzien van handhaving. Zoals hiervoor is overwogen, leidt die omstandigheid er niet toe dat het gebruik door het overgangsrecht wordt beschermd. MSV de Prikkedam kan zich niet beroepen op de rechtszekerheid, omdat zij wist of kon weten dat het bestemmingsplan uit 1997 niet onherroepelijk was. Hier komt bij dat MSV de Prikkedam weliswaar niet op grond van het bestemmingsplan uit 1997 was gebonden aan geluidsnormen, maar dat zij hieruit niet mocht afleiden dat er in het geheel geen beperkingen aan het geluid zouden worden gesteld. Het college heeft eerder immers al geluidsvoorschriften verbonden aan de milieuvergunning voor MSV de Prikkedam.

4.7.    De Afdeling komt met de rechtbank tot de conclusie dat de vastgestelde overschrijding van het in artikel 5.4.2 van de planregels toegestane maximale geluidsniveau tijdens trainingen een overtreding was waartegen het college handhavend mocht optreden.

Het betoog slaagt niet.

5.       MSV de Prikkedam heeft in hoger beroep geen afzonderlijke, andersluidende gronden aangevoerd tegen de besluiten invordering van dwangsommen. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding om over de invorderingsbesluiten anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan.

6.       Het hoger beroep van MSV de Prikkedam is ongegrond.

Het incidenteel hoger beroep van het college

7.       Op de zitting heeft het college desgevraagd te kennen gegeven dat het geen belang meer heeft bij een beoordeling van zijn incidenteel hoger beroep. De Afdeling zal het incidenteel hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van [partij A] en [partij B]

8.       [partij A] en [partij B] hebben op de zitting bevestigd dat zij incidenteel hoger beroep hebben ingesteld onder de voorwaade dat het hoger beroep van MSV de Prikkedam gegrond is. Gelet op het voorgaande is het hoger beroep van MSV de Prikkedam ongegrond. Daarmee is het incidenteel hoger beroep van [partij A] en [partij B] vervallen.

Conclusie hoger beroepen

9.       Het hoger beroep van MSV de Prikkedam is ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn

10.     MSV de Prikkedam en [partij A] en [partij B] hebben verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (het EVRM).

10.1.  De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

10.2.  Het college heeft het bezwaarschrift van MSV de Prikkedam ontvangen op 21 april 2020. De redelijke termijn is in deze procedure dus met meer dan twee jaar overschreden. Deze overschrijding moet aan de rechtbank en aan de Afdeling worden toegerekend.

10.3.  Uitgaande van een forfaitair bedrag van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond, bedraagt het toe te kennen bedrag in beginsel per persoon € 2.500,00. Daarbij wordt opgemerkt dat [partij A] en [partij B] samen procederen, waarin de Afdeling in dit geval aanleiding ziet om het bedrag te matigen. Deze matiging acht de Afdeling redelijk, vanwege de matigende invloed die het samen deelnemen in het voorliggende geval heeft gehad op de mate van stress, ongemak en onzekerheid die zij hebben ondervonden door de te lang durende procedure. [partij A] en [partij B] ontvangen daarom ieder een bedrag van € 1.250,00 aan schadevergoeding.

De Afdeling zal de Staat veroordelen tot betaling van € 2.500,00 aan MSV de Prikkedam en van € 2.500,00 aan [partij A] en [partij B] als vergoeding van de door hen geleden immateriële schade (1/2e deel te voldoen door de minister van Justitie en Veiligheid en 1/2e deel te voldoen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).

Proceskosten

11.     De Staat (de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet de proceskosten vergoeden die MSV de Prikkedam heeft gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding. Bij de berekening van de kosten gaat de Afdeling wat betreft de zwaarte van de zaak uit van de wegingsfactor licht (0,5), omdat het hier alleen gaat om beantwoording van de vraag of de redelijke termijn is overschreden.

Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten die [partij A] en [partij B] hebben gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding (kosten van deskundige rechtsbijstand), is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep van Motorsportvereniging de Prikkedam ongegrond;

II.       verklaart het incidenteel hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf niet-ontvankelijk;

III.      bevestigt de aangevallen uitspraak;

IV.     veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan Motorsportvereniging de Prikkedam een schadevergoeding van € 2.500,00 te betalen (€ 1.250,00 te voldoen door de minister van Justitie en Veiligheid en € 1.250,00 te voldoen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties);

V.      veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [partij A] en C.P. [partij B] een schadevergoeding van € 2.500,00 te betalen (€ 1.250,00 te voldoen door de minister van Justitie en Veiligheid en € 1.250,00 te voldoen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), waarbij betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

VI.     veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij Motorsportvereniging  de Prikkedam in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00 (€ 233,50 te voldoen door de minister van Justitie en Veiligheid en € 233,50 te voldoen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. C.H. Bangma, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.N. Witsen, griffier.

w.g. Verheij
voorzitter

w.g. Witsen
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026

727

Persaankondiging

Dwangsom voor motorcrossterrein in Makkinga

Uitspraak over de dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf heeft opgelegd vanwege het overschrijden van de geluidsnormen uit het bestemmingsplan ‘Motorcrossterrein De Prikkedam’ en de invordering van dwangsommen. MSV de Prikkedam exploiteert het motorcrossterrein ‘Prikkedam’ in Makkinga. Het crossterrein wordt gebruikt voor wedstrijden en trainingen. Een omwonende had het college van B&W gevraagd om handhavend op te treden tegen MSV de Prikkedam. Hij ervaart geluidsoverlast. Volgens het college overtreedt het motorcrossterrein de geluidsnormen uit het bestemmingsplan en daarom heeft het een dwangsom opgelegd. Omdat daarna is vastgesteld dat het motorcrossterrein de geluidsnormen nogmaals had overtreden, vorderde het college de dwangsommen in. MSV de Prikkedam is het er niet mee eens en is in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank verklaarde een eerder beroep van het motorcrossterrein ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 23 juni 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon