Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202502316/8/R4

Uitspraak 202502316/8/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4657
Datum uitspraak
7 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij brief, ingekomen op 14 juli 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena, mr. J. Gundelach en mr. A.B. Blomberg als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202502316/5/R4. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraden op de zitting van 9 juni 2026 de indruk hebben gewekt partijdig te zijn, of de schijn van partijdigheid hebben gewekt, door hem stelselmatig te negeren. Ook heeft hij nauwelijks, en pas aan het einde van de zitting, de tijd gekregen om zijn standpunt naar voren te brengen, terwijl andere partijen alle ruimte kregen hun standpunten te vertellen. Hij stelt dat de weigering van de staatsraden om de waterkwaliteit en het gepleegde milieumisdrijf te bespreken een bewuste blokkade van de feiten is.
  • Wraking
  • Inpassingsplan

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202502316/8/R4.
Datum beslissing: 7 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek van:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],

verzoeker,

om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).

Procesverloop

Bij brief, ingekomen op 14 juli 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena, mr. J. Gundelach en mr. A.B. Blomberg als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202502316/5/R4.

De staatsraden hebben niet in de wraking berust.

De staatsraden hebben een schriftelijke reactie gegeven.

Op 3 augustus 2026 heeft [verzoeker] zijn wrakingsgronden aangevuld.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek ter zitting behandeld op 5 augustus 2026, waar [verzoeker] en zijn gemachtigde, [gemachtigde], zijn verschenen. De staatsraden hebben geen gebruikgemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

Overwegingen

1.       Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.       Op 9 juni 2026 is de hoofdzaak door de staatsraden op een zitting behandeld, waarna het onderzoek is gesloten. Het verzoek om wraking van de staatsraden is op 12 juli 2026 ingediend en op 14 juli 2026 bij de Afdeling ingekomen. In de tussentijd heeft [verzoeker], met ondersteuning van en namens de Gelderse Onderzoeksgroep, op 26 juni 2026 een klacht ingediend bij de vicepresident van de Raad van State en daarin zijn verbazing en afkeuring geuit over de aanpak van de zitting van 9 juni 2026. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, in haar hoedanigheid van de hier bevoegde klachtinstantie, heeft op 8 juli 2026 op deze klacht gereageerd.

3.       [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraden op de zitting van 9 juni 2026 de indruk hebben gewekt partijdig te zijn, of de schijn van partijdigheid hebben gewekt, door hem stelselmatig te negeren. Ook heeft hij nauwelijks, en pas aan het einde van de zitting, de tijd gekregen om zijn standpunt naar voren te brengen, terwijl andere partijen alle ruimte kregen hun standpunten te vertellen. Hij stelt dat de weigering van de staatsraden om de waterkwaliteit en het gepleegde milieumisdrijf te bespreken een bewuste blokkade van de feiten is. [verzoeker] heeft verder, ook op de zitting van 5 augustus 2026, toegelicht dat hij werd benadeeld en uitgesloten van een wezenlijk onderdeel van het processuele debat doordat de landsadvocaat tijdens een schorsing van de zitting op 9 juni 2026 een schriftelijk compromisvoorstel verspreidde onder de aanwezige partijen, behalve aan hem. Verder heeft [verzoeker] op de zitting van 5 augustus 2026 aangevoerd dat de vooringenomenheid van mr. C.H.M. van Altena blijkt uit de omstandigheid dat zij ook een rol had bij de regiezitting van 30 september 2025 en toen de rechtsvraag te beperkt heeft geformuleerd.

4.       Op grond van artikel 8:16, eerste lid, van de Awb wordt een verzoek om wraking gedaan, zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden. Hierin ligt besloten dat een verzoeker beperkt de tijd heeft om, na het bekend worden van zulke feiten en omstandigheden, af te wegen of hij wraking gepast acht en de gronden daarvoor zo snel mogelijk kenbaar moet maken. Vergelijk de beslissingen van de Afdeling van 15 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2412, 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2105 en 13 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:799.

5.       In deze zaak vormt de wijze waarop de staatsraden de zaak op de zitting van 9 juni 2026 hebben behandeld, de grond die de schijn van partijdigheid heeft gewekt bij [verzoeker]. Met het verzoek om wraking heeft hij gewacht tot 12 juli 2026. Naar het oordeel van de Afdeling is dit te lang na het bekend worden van de feiten voor wraking. Niet gebleken is van redenen die rechtvaardigen dat het verzoek om wraking zo laat is ingediend. De Afdeling begrijpt dat de ingrijpende persoonlijke omstandigheden van [verzoeker], vooral de ernstige gezondheidsproblemen van zijn vrouw en hemzelf, redenen zijn dat het verzoek om wraking niet direct na de zitting kon worden ingediend. Maar tussen de zitting van 9 juni 2026 en het indienen van het wrakingsverzoek op 12 juli 2026 is [verzoeker] op 26 juni 2026 wel in staat geweest om met ondersteuning van en namens de Gelderse Onderzoeksgroep een klacht bij de Raad van State in te dienen over de wijze waarop de staatsraden de zitting van 9 juni 2026 hebben behandeld. De inhoud van die klacht komt bovendien goeddeels overeen met de gronden waarop hij zijn verzoek om wraking baseert. Dat maakt dat er geen goede reden is dat hij het verzoek om wraking pas op 12 juli 2026 heeft ingediend. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat het voor hem onmogelijk was om zijn verzoek om wraking sneller te doen.

6.       Wat [verzoeker] zegt over de vooringenomenheid van mr. C.H.M. van Altena vanwege haar rol bij de regiezitting en de formulering van de relevante rechtsvraag is niet terug te voeren op het verzoek om wraking. Dat heeft hij pas voor het eerst op de zitting van 5 augustus 2026 genoemd. Daarom gaat de Afdeling hier niet verder op in.

7.       De Afdeling oordeelt dat het verzoek om wraking te laat is ingediend en dat niet is voldaan aan artikel 8:16, eerste lid, van de Awb. De Afdeling verklaart daarom het verzoek om wraking op grond van artikel 5, vierde lid, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 niet-ontvankelijk.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. D.A. Verburg en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.

w.g. Drop
voorzitter

w.g. Toonen
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2026

979


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon