Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.759
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204191/1/R2

Bij besluit van 5 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uden aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk aan [locatie 1] te Volkel. Bij besluit van 8 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uden het door [appellante A] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het door [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [vergunninghouder] exploiteert aan [locatie 1] te Volkel een groot- en detailhandel in onder andere hout, plaatmateriaal en dakbedekking. Op het perceel zijn verschillende bedrijfsloodsen aanwezig waarin onder meer houtbewerking en opslag van hout plaatsvinden. Ook bevinden zich op het terrein stellingen waar opslag plaatsvindt. Het college heeft bij het besluit van 5 juni 2020 een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het bouwen van een loods met een oppervlakte van 677 m2 aan [locatie 1]. Deze loods dient ter vervanging van de bestaande (romney)loods 7 en stelling 1. De bestaande (romney)loods heeft een oppervlakte van 663 m2, een ronde constructie en een maximale hoogte van 6 m. De nieuwe loods heeft rechte muren tot 5 meter hoog en een nokhoogte van 7,7 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1392
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204191/1/R2

202205146/1/R1

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer het verzoek van [appellant B] om handhaving tegen de sloopwerkzaamheden van [partij] op het perceel [locatie 1] in Hoofddorp, afgewezen. [appellanten] wonen aan de [locatie 2] in Hoofddorp. [partij] is hun buurman en woont op [locatie 1]. Bij brief van 24 mei 2020 hebben [appellanten] het college verzocht om preventief aan [partij] een bouw- en/of sloopstop op te leggen. Zij vrezen dat [partij], nu in zijn tuin een container is geplaatst, grootschalige sloopwerkzaamheden in zijn tuin zal verrichten met als gevolg geluidsoverlast, trillingen en bouwstof. Een toezichthouder van de gemeente heeft op 27 mei 2020 en 10 juni 2020 het perceel van [partij] bezocht en daarvan verslagen gemaakt. Hij heeft geconstateerd dat er werkzaamheden worden verricht: de tuin wordt opnieuw aangelegd, er wordt een zwembad geplaatst, een betonnen vijverbak wordt dichtgemaakt en deels gesloopt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant B] niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen procesbelang meer zou hebben, aangezien de sloop- en bouwactiviteiten van [partij] waren afgerond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1405
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205146/1/R1

202205186/1/A3

Bij besluit van 15 juli 2020 heeft de burgemeester van Utrecht de aanvraag van New York Pizza voor een exploitatievergunning afgewezen. Met de besluiten van 22 oktober 2018 en 20 mei 2019 heeft de burgemeester de exploitatievergunning van New York Pizza ingetrokken, omdat niet is voldaan aan de eis dat leidinggevenden van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn, zoals neergelegd in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 (hierna: de Horecaverordening). New York Pizza heeft hiertegen beroep en uiteindelijk hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft in de uitspraak van 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1560, het hoger beroep ongegrond verklaard, waardoor de intrekking van de exploitatievergunning onherroepelijk is geworden. Sinds de intrekking exploiteert New York Pizza een bezorgrestaurant waar afhalen niet mogelijk is. Zij heeft op 1 april 2020 een aanvraag gedaan voor een nieuwe exploitatievergunning om afhalen en het ter plaatse eten mogelijk te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1385
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205186/1/A3

202205811/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur van 15 juli 2020 gedeeltelijk toegewezen. Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit van 29 oktober 2020 in zoverre herroepen dat het nog enkele andere documenten openbaar zal maken. [appellant] heeft op 5 september 2017 telefonisch contact gehad met een medewerker van de gemeente Steenwijkerland over de planologische gebruiksmogelijkheden van het perceel [locatie] in Scheerwolde (hierna: het perceel). [appellant] heeft deze medewerker op 7 september 2017 een e-mail gestuurd waarin hij verwijst naar dit gesprek en waarin hij kenbaar maakt dat hij geïnteresseerd is in het exploiteren van het perceel en vraagt of hij hierover op korte termijn een gesprek kan hebben. Terwijl [appellant] op een antwoord wachtte, is het perceel aan een ander verkocht. [appellant] heeft op 9 februari 2018 een klacht bij de gemeente ingediend over deze gang van zaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1388
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205811/1/A3

202205841/1/A2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen. [appellant] was van 24 december 2010 tot 10 december 2013 enig bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf]. Op 4 januari 2011 heeft [appellant] een geldleningsovereenkomst gesloten met [bedrijf]. Naar aanleiding van een geschil hierover heeft de civiele rechter bij vonnis van 8 maart 2017 [bedrijf] opgedragen de geldleningsovereenkomst na te komen. [appellant] heeft op grond hiervan de civiele rechter verzocht om [bedrijf] in staat van faillissement te verklaren. Bij beschikking van 26 mei 2020 heeft de civiele rechter het verzoek van [appellant] afgewezen. Hiervoor heeft [appellant] een toevoeging aangevraagd bij de raad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1393
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205841/1/A2

202206917/1/R1

Bij besluit van 26 oktober 2022 (hierna: het bestreden besluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de locatie aan de Havikstraat ter hoogte van nummer 19 aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. Bij het bestreden besluit is de locatie aan de Havikstraat aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse containers voor de inzameling van glas, oud papier en karton en PMD-afval. Deze containers dienen ter vervanging van een aantal bovengrondse containers aan de 2e Johannastraat, schuin tegenover de ingang van een supermarkt (de Dekamarkt). Het college beoogt met het bestreden besluit uitvoering te geven aan de beleidsnota "Recycleservice 2025", zoals vastgesteld door de raad van de gemeente op 6 juli 2017. In die beleidsnota wordt, voor zover hier van belang, een voorkeur uitgesproken voor het inzamelen van afval via ondergrondse containers. Omdat het college de bestaande locatie aan de 2e Johannastraat niet geschikt vindt voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers, heeft het de locatie aan de Havikstraat aangewezen. Bij die locatie bevindt zich al een ondergrondse restafvalcontainer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1389
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206917/1/R1

202206918/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Nieuwegein het bestemmingsplan "Politiebureau" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van een nieuw politiebureau voor het eenheidsbureau Nieuwegein mogelijk. Als het nieuwe politiebureau in gebruik wordt genomen, wordt het bestaande politiebureau in het centrum van Nieuwegein aan de Schakelstede 75 opgeheven. Het plangebied ligt in de oksel van de afrit Nieuwegein, direct aan de rijksweg A2 aan de zuidwestzijde van Nieuwegein. Het plangebied wordt omsloten door de rijksweg A2, afslag 10 van die rijksweg en de Zandveldseweg. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 1] in Nieuwegein. Haar woning ligt nabij het plangebied. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] in Nieuwegein op minder dan 200 m afstand van het bestaande politiebureau aan de Schakelstede 75. [appellant sub 1] woont op ongeveer 3 km afstand van het plangebied. [appellant sub 1] betoogt dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de gevolgen van het plan voor de natuur, de geluidsoverlast en de luchtkwaliteit in en bij het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1325
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202206918/1/R4

202207178/1/R3

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Lisse het bestemmingsplan "Frans Halsstraat 6, Lisse" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van maximaal 50 sociale huurwoningen mogelijk op het perceel Frans Halsstraat 6 in Lisse. Tot de bestemmingsplanwijziging fungeerde het perceel als locatie voor de voormalige Rembrandtschool. Het plangebied bevindt zich tussen gestapelde bebouwing aan het Rembrandtplein en grondgebonden woningen aan de Frans Halsstraat. Woonstichting Stek heeft het voornemen om de nog in het plangebied aanwezige school te slopen. Op de locatie zullen 50 sociale huurwoningen in een appartementengebouw gesitueerd worden. Dit appartementengebouw heeft een maximale bouwhoogte van deels 10 m aan de zijde van de Frans Halsstraat, en deels 19 m aan de zijde van het Rembrandtplein. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving aan de Frans Halsstraat en de Mesdagstraat. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan voor zover dit ziet op de maximaal toegestane hoogte van het appartementengebouw. Hun belangrijkste bezwaar tegen de ontwikkeling is dat hun woon- en leefklimaat zal worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1381
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207178/1/R3

202207197/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Wilgenbuurt" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningen ten oosten van het centrum van De Lier. De Vreeburchlaan vormt de westelijke begrenzing van het plangebied. Ten noorden grenst het plangebied aan de Veilingweg en aan de oostzijde aan de Oostelijke Randweg. Ten zuiden van het plangebied ligt de Laan tussen land en tuin. [appellante] woont direct ten westen van het plangebied aan [locatie] in De Lier. Ter plaatse van haar perceel geldt het bestemmingsplan "Liermolen". Dit kent aan haar perceel voor zover daar de Vreeburchlaan overheen loopt, de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" toe. [appellante] kan zich niet met het bestemmingsplan verenigen omdat zij vreest dat dit zal leiden tot verkeersoverlast in de omgeving van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1394
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207197/1/R3

202300382/1/R1

Bij besluit van 5 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden het "Definitief locatieplan ondergrondse containers Vianen Deel II & III" vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie Brederodestraat, tegenover de garage van nummer […] aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. Bij het bestreden besluit is de locatie aan de Brederodestraat aangewezen voor de plaatsing van een ORAC. [appellant] en anderen wonen in de directe nabijheid van de aangewezen locatie. Zij zijn het niet eens met de plaatsing van de ORAC op deze locatie. Volgens [appellant] en anderen is de aangewezen locatie niet geschikt en zijn er alternatieve locaties die geschikter zijn. Bij de keuze van een locatie voor een ORAC moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het locatieplan. Daarbij heeft het college beleidsruimte. De Afdeling beoordeelt, aan de hand van de beroepsgronden, of de nadelige gevolgen van de aanwijzing van de locatie niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de aanwijzing te dienen doelen. Daarbij beoordeelt zij of het college de locatie geschikt heeft mogen achten voor de plaatsing van de ORAC.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1390
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202300382/1/R1

202300544/1/V6

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [wederpartij] heeft de Marokkaanse nationaliteit. De staatssecretaris heeft zijn verzoek om naturalisatie afgewezen, omdat er een ernstig vermoeden bestaat dat [wederpartij] een gevaar vormt voor de openbare orde (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap; hierna de RWN). De reden hiervoor is dat [wederpartij] op 25 oktober 2019 door de politierechter is veroordeeld tot een geldboete van € 800,00, subsidiair zestien dagen hechtenis, en twaalf maanden voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid met een proeftijd van twee jaar wegens rijden onder invloed. Nadat [wederpartij] zijn zienswijze tegen het voornemen tot afwijzen heeft ingediend, heeft een medewerker van de IND op 25 maart 2021 met [wederpartij] contact opgenomen met het voorstel om de procedure voor zes maanden aan te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1400
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202300544/1/V6

202300719/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Nieuwegein - Structuurbaan" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de gronden van een voormalige bedrijfslocatie aan de [adres] in Nieuwegein. Het voorziet in de ontwikkeling van 25 grondgebonden woningen en een appartementengebouw, bestaande uit 27 woningen en verdeelt over 5 woonlagen. De Beeckhof B.V. is initiatiefnemer van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1398
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202300719/1/R4

202301144/1/V3

Bij besluit van 25 januari 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Vlak na de inbewaringstelling wilde een ambtenaar van de AVIM haar mobiele telefoon doorzoeken om te kijken of daar foto’s van identiteitsdocumenten op stonden. Omdat de vreemdeling heeft geweigerd om zelf haar mobiele telefoon te ontgrendelen, heeft die ambtenaar de telefoon met gezichtsherkenning ontgrendeld door die zonder haar toestemming voor haar gezicht te houden. De ambtenaar heeft de telefoon daarna handmatig doorzocht, maar daarop geen identiteitsdocumenten gevonden. Gebleken is dat het in de praktijk ook voorkomt dat mobiele telefoons van in bewaring gestelde vreemdelingen met behulp van speciale software worden ‘uitgelezen’. De mobiele telefoon van de vreemdeling is niet uitgelezen. De staatssecretaris heeft toegelicht dat mobiele telefoons van vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld, handmatig worden onderzocht wanneer het niet mogelijk is de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke status vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1387
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301144/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301144/1/V3

202301819/1/R3 en 202301822/1/R3

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder hogere waarden vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Eleanor Rooseveltlaan 3-29". Met het bestemmingsplan wordt de bouw van maximaal 354 woningen mogelijk gemaakt met aan huis verbonden beroep of bedrijf. De woningen zijn verdeeld over vier bouwvlakken met de bestemming "Wonen". Binnen de bouwvlakken zijn bouwhoogtes toegestaan variërend tussen de 67 en 7,5 m. Op verschillende plaatsen binnen de bouwvlakken is de aanduiding "gemengd" opgenomen. Op gronden met deze aanduiding zijn ook kantoren, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en daaraan gerelateerde ondergeschikte horeca toegestaan. Dit mag daar uitsluitend op de begane grond en eerste verdieping, tot een maximum oppervlakte van 500 m2 bruto vloeroppervlakte in totaal. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in een bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" aan de westzijde van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1397
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202301819/1/R3 en 202301822/1/R3

202302890/1/R1

Bij besluit van 1 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aan MVJ een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van 123 wooneenheden in het voormalig kloostercomplex Calvariënberg op het perceel Abtstraat 2 te Maastricht. Op 3 november 2021 is door MVJ een aanvraag ingediend voor de herontwikkeling van het voormalige kloostercomplex Calvariënberg te Maastricht. Ten tijde van de aanvraag bestond het gebouwencomplex uit een kloosterkapel, twee kloostervleugels en een kanunnikenhuis. Het gebouwencomplex is als rijksmonument aangewezen. MVJ is de projectontwikkelaar. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten zoals omschreven in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c, f en h, van de Wabo. Voor het bouwplan is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Omwonenden kunnen zich niet verenigen met het besluit. Zij stellen zich onder meer op het standpunt dat het bouwplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat dit inbreuk maakt op de leefbaarheid van de buurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1383
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302890/1/R1

202302970/1/R4

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug, verweerder zijn beslissing om op 20 februari 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Utrechtse Heuvelrug 2016 van de gemeente Utrechtse Heuvelrug aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 150,00, voor rekening van [appellante] komen. Bij besluit van 6 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug, verweerder het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] betwist niet dat zij de huisvuilzak naast de orac heeft geplaatst. Volgens [appellante] werkte de orac niet op 19 februari 2023. [appellante] betoogt dat de gemeente Utrechtse Heuvelrug er zorg voor dient te dragen dat de afvalcontainers werken. Vanwege knieproblemen, waarvoor zij op 20 februari 2023 een operatie heeft moeten ondergaan, was het voor [appellante] niet mogelijk om haar afval bij een verderop gelegen afvalcontainer aan te bieden. Zij was daarvoor te slecht ter been.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1377
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302970/1/R4

202303104/1/R4

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg zijn beslissing om op 27 juli 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Tilburg 2019 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 27 juli 2022 in Tilburg is aangetroffen naast een afvalbak aan de [locatie 3] ter hoogte van [locatie 1]. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een doos is aangetroffen met daarop zijn naam en toenmalige adres. [appellant] betoogt dat hij geen overtreding heeft begaan. Hij wijst er op dat hij beschikte over een eigen container, zodat er geen reden was om afval achter te laten in de [locatie 3] waar hij zelden kwam. Verder heeft [appellant] van andere bewoners uit de [locatie 2] waar hij destijds woonde vernomen dat er overlast is van personen zonder woon- of verblijfplaats die zakken uit containers in de wijk halen en deze vervolgens meenemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1379
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202303104/1/R4

202303998/1/R3

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het verzoek om handhaving van [appellant sub 1] afgewezen. Bij besluit van 7 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen het door [appellant sub 1] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie] in Groningen. [partij] woont op het perceel [locatie 2] in Groningen. [appellant sub 1] voert aan dat zij hinder ondervindt van de activiteiten die door [partij] worden verricht op het perceel in het kader van zijn bedrijf in zonwering, raamdecoratie en rolluiken. [appellant sub 1] heeft daarom op 19 augustus 2021 een verzoek om handhaving ingediend bij het college. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen, omdat het van mening is dat er geen sprake is van strijd met het voor het perceel geldende bestemmingsplan "Beijum". Hoewel er een bedrijf is gevestigd op het perceel, is de ruimtelijke uitstraling niet zodanig dat dit niet passend is binnen de aan het perceel toegekende bestemming "Wonen". Daarnaast zijn er tijdens verschillende inspectiemomenten op het perceel geen activiteiten geconstateerd, waarop in beginsel zou moeten worden gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1395
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303998/1/R3

202304272/1/R4

Bij besluit van 7 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam zijn beslissing om op 27 februari 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Schiedam 2013 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 150,00, voor rekening van [appellante] komen. Bij besluit van 26 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiedam het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee brieven die op 27 februari 2023 zijn aangetroffen in Schiedam ter hoogte van de ondergrondse afvalcontainer aan de Boomgaardstraat. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de brieven verkeerd heeft aangeboden, omdat daarop haar adresgegevens zijn aangetroffen. [appellante] betwist dat zij haar huisvuil naast de container heeft aangeboden. De aangetroffen brieven betreffen een stempas op naam van haar zoon en een beschikking van het UWV.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1378
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202304272/1/R4

202304417/1/R4

Bij besluit van 2 mei 2022 heeft het college besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsom van in totaal € 25.000,-. [appellant] was tot en met maart 2022 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Soesterberg. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Landelijk Gebied". Volgens het bestemmingsplan rusten op het perceel de bestemmingen "Bos-Tuin" en "Recreatie-Verblijfsrecreatie-Jachthuis". Het bestemmingsplan staat maximaal 31 recreatiewoningen toe binnen de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie-Jachthuis". Ten tijde van het besluit van 19 maart 2020 waren meer dan 31 recreatiewoningen aanwezig op het perceel en om die reden heeft het college [appellant] gelast om het aantal recreatiewoningen op het perceel binnen de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie-Jachthuis" terug te brengen tot maximaal 31. Als dat niet tijdig gebeurt, verbeurt [appellant] een eenmalige dwangsom van € 25.000,-. Op 3 december 2021 is tijdens een controle geconstateerd dat niet aan de opgelegde last is voldaan. Op 5 januari 2022 heeft het college aan [appellant] het voornemen bekend gemaakt om € 25.000,- in te vorderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1391
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304417/1/R4

202306192/1/R4

Bij besluit van 22 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 juli 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 10 juli 2023 in Den Haag is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening op de Los Angelesstraat ter hoogte van [locatie]. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat op de doos een adreslabel is aangetroffen met daarop haar naam en adres. [appellant] betwist niet dat zij de doos naast de inzamelvoorziening heeft geplaatst. [appellant] wijst er op dat zij een afspraak had gemaakt om grofvuil op te laten halen op 14 juli 2023. Vanwege haar werk en omdat zij niet beschikt over eigen vervoer, was het volgens [appellant] niet mogelijk om het grofvuil een dag voor de afspraakdatum aan te bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1376
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306192/1/R4

202306604/1/R4

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft het college HorseStables, onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 per maand met een maximum van € 40.000,00, gelast om de bedrijfsactiviteiten in strijd met het bestemmingsplan op het perceel aan Jan Steegweg 3 en 3a in Batenburg (hierna: het perceel), te beëindigen. Bij besluit van 4 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijchen het door HorseStables daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 26 januari 2023 herroepen, en HorseStables, onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 ineens, gelast het exploiteren van een timmerbedrijf op het perceel te beëindigen en beëindigd te houden. HorseStables exploiteert een timmerbedrijf voor paardenstallen op het perceel. Dit is volgens het college in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft HorseStables op enig moment een tijdelijke omgevingsvergunning verleend, die het haar tot 1 maart 2022 toestond om het timmerbedrijf op het perceel uit te oefenen. HorseStables betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat de exploitatie van een timmerbedrijf op het perceel in strijd is met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1396
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306604/1/R4

202307185/1/A2

Bij beslissing van 14 september 2023 heeft de examencommissie Mens en Maatschappij zich op het standpunt gesteld dat twee examens van [appellante] terecht niet inhoudelijk zijn beoordeeld (resultaat: ‘poging vergeven’) en dat zij terecht een onvoldoende heeft gekregen voor haar beroepspraktijkvorming. Bij beslissing van 2 november 2023 heeft de commissie van beroep voor de examens van het VISTA College het door [appellante] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.[appellante] volgt de opleiding Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker BOL Niveau 4. Voor haar derde en laatste studiejaar moest zij stage lopen bij een erkend leerbedrijf. Nadat voortzetting van de stage bij het leerbedrijf waar zij in september 2022 was begonnen niet wenselijk bleek, is zij in december 2022 overgestapt naar leerbedrijf Humankind, vestiging Heerlerbaan. Dit is een kinderdagverblijf met daarnaast buitenschoolse opvang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1380
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307185/1/A2

202307485/1/R4

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de raad van de gemeente Zevenaar het bestemmingsplan "Dorpsstraat 71-85, Angerlo" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van 20 woningen. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7.240 m² en ligt ongeveer 550 m ten oosten van de kern Angerlo in de gemeente Zevenaar. De zuidzijde van het plangebied grenst aan de Dorpsstraat. De woningen aan de Dorpsstraat 71-85 maken plaats voor de geplande nieuwbouw. Deze ontwikkeling maakt deel uit van de grotere ontwikkeling Kolkwijk. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de [locatie 1] onderscheidenlijk [locatie 2] in Angerlo. Hun achtertuinen grenzen aan het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1233
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307485/1/R4

202400076/1/A2

Bij beslissing van 14 september 2023 heeft de examencommissie van de Faculteit Onderwijs en Opvoeding Tweedegraads van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de examencommissie) het verzoek van [appellante] om een vrijstelling voor het studieonderdeel Werkplekleren 2 afgewezen. [appellante] is overgestapt van de tweedegraads lerarenopleiding natuur- en scheikunde naar de tweedegraads lerarenopleiding wiskunde. Tijdens de eerste opleiding heeft [appellante] het studieonderdeel Werkplekleren 2 behaald en daarom heeft zij verzocht om een vrijstelling voor dit studieonderdeel in haar tweede opleiding. Het verzoek is door de examencommissie afgewezen omdat de vakken qua inhoud, omvang en niveau niet in voldoende mate overeenstemmen. Het CBE heeft in administratief beroep die beslissing in stand gelaten. [appellante] betoogt dat de onderwijseenheden in beide opleidingen hetzelfde zijn. Dat blijkt uit de Handleiding Werkplekleren Voltijd en deeltijd 2023-2024, want de opdrachten zijn identiek geformuleerd. Daarnaast hebben natuur- en scheikunde en wiskunde veel gemeenschappelijke raakvlakken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1382
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400076/1/A2

202400782/2/A2

Tijdens de zitting op 3 april 2024 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.J. Borman als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202400782/1/A2. De wrakingsgrond van [verzoeker] is erin gelegen dat hem vanaf het begin van de zitting niet voldoende gelegenheid is gegeven om zijn standpunten toe te lichten zo uitvoerig als hij nodig vond, gelet op de complexiteit van de zaak en de vrees om later in de beslissing tegengeworpen te krijgen dat hij zijn standpunten niet voldoende heeft toegelicht. [verzoeker] betoogt dat het aan hem is om te bepalen wanneer de behandeling voltooid is en niet aan de voorzitter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1456
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Wraking
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400782/2/A2

202205056/1/V3

Bij besluit van 1 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1343
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205056/1/V3

202300976/1/V2

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1345
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300976/1/V2

202302728/1/V3

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1346
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302728/1/V3

202302792/1/V3

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1347
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302792/1/V3

202302794/1/V3

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1349
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302794/1/V3

202303846/2/R1

Bij besluit van 12 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland het verzoek van De Banjaard en anderen om intrekking van de omgevingsvergunning voor de bouw van drie windturbines aan het adres Jacobahaven 5, 6 en 7 in Kamperland afgewezen. De omgevingsvergunning is als gevolg van de uitspraak van de Afdeling van 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2821, onherroepelijk geworden. Naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:503 (het Nevele-arrest), hebben De Banjaard en anderen het college verzocht om de omgevingsvergunning in te trekken, omdat de omgevingsvergunning volgens hen in strijd met de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (L 197/30) tot stand is gekomen. Het college heeft het verzoek om de omgevingsvergunning in te trekken, afgewezen. De Banjaard en anderen willen voorkomen dat, in afwachting van de uitspraak op de hoger beroepen, de windturbines worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1338
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303846/2/R1

202305388/2/R1

Bij besluit van 28 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Venlo het bestemmingsplan "Supermarkt Kaldenkerkerweg - Kraanvogelstraat" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de verplaatsing van een Lidl-supermarkt aan de Kraanvogelstraat 36 te Venlo naar het perceel Kaldenkerkerweg - Groenveldsingel te Venlo. Naast de toekomstige locatie is een bestaande Albert Heijn-supermarkt gelegen. De Lidl-supermarkt op de toekomstige locatie wordt groter dan de huidige Lidl-supermarkt aan de Kraanvogelstraat, zo staat in de toelichting op het bestemmingsplan. Op de locatie aan de Kraanvogelstraat zal de aanduiding "supermarkt" komen te vervallen. Het verzoek van Ahold strekt tot schorsing van het bestemmingsplan totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure gericht tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1339
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202305388/2/R1

202306112/1/V2

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1350
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306112/1/V2

202400780/2/A3

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van Amnesty International om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken afgewezen. Amnesty International heeft de minister op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van documenten die verband houden met demonstraties en protesten. Meer in het bijzonder gaat het om documenten van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. De minister heeft het verzoek afgewezen en de afwijzing in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 10 november 2022 geoordeeld dat de minister het verzoek van Amnesty International te beperkt heeft opgevat en dat de verrichte zoekslag onzorgvuldig is geweest en onvoldoende inzichtelijk is gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1340
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400780/2/A3

202400997/1/V2 en 202400997/2/V2

Bij besluit van 22 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1351
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400997/1/V2 en 202400997/2/V2

202401200/3/A3

Bij besluiten van 20 januari 2022 en 4 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een aantal documenten al dan niet gedeeltelijk openbaar gemaakt. Het college heeft de openbaarmaking van de memo bestemmingsplan Veelhorsterweg 21/23 geweigerd. [wederpartij] heeft verzocht om openhaarmaking van de stukken die betrekking hebben op het bestemmingsplan Veelhorsterweg 21/23. In hoger beroep gaat het alleen nog om de memo. De memo is opgesteld door een ambtenaar van de gemeente en gericht aan de verantwoordelijke wethouder en de projectleider. De memo gaat over omissies die in het ontwerpbestemmingsplan aanwezig waren en hoe die in het vervolg van de planprocedure kunnen worden hersteld. Het college heeft openbaarmaking van de memo geweigerd op grond van artikel 5.2 van de Wet open overheid. Volgens de rechtbank heeft het college onvoldoende gemotiveerd dat de memo in zijn geheel kan worden aangemerkt als persoonlijke beleidsopvatting. In de memo zijn feiten opgenomen die geen persoonlijke beleidsopvattingen zijn en ook heeft een deel van de informatie een overwegend objectief karakter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1337
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401200/3/A3

202401228/3/V2

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1352
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401228/3/V2

202401345/1/V3

Bij besluiten van 9 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1353
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401345/1/V3

202401478/1/V3

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1355
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401478/1/V3

202401493/1/V2

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1332
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401493/1/V2

202401564/1/V2 en 202401564/2/V2

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1333
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401564/1/V2 en 202401564/2/V2

202401619/1/V2 en 202401619/2/V2

Bij besluit van 9 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1334
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401619/1/V2 en 202401619/2/V2

202401674/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1335
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401674/1/V3

202401679/1/V3

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1336
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401679/1/V3

202401797/1/V2

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1356
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401797/1/V2

202401937/1/V3 en 202401937/2/V3

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretarisstaatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1416
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401937/1/V3 en 202401937/2/V3

202401971/1/V3 en 202401971/2/V3

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1365
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401971/1/V3 en 202401971/2/V3

202402011/3/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet en dat hij zal worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluiten, op hem van toepassing blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1366
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402011/3/V3

202402012/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft dit besluit op 31 januari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1368
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402012/2/V3

202402013/2/V3

Bij besluit van 1 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft dit besluit op 31 januari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie na die dag binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1370
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402013/2/V3

202402016/2/V3

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft dit besluit op 9 februari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1371
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402016/2/V3

202402020/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet en dat hij zal worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en de daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluiten (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 en (EU) 2023/2409 van 19 oktober 2023, op hem van toepassing blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1373
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402020/2/V3

202402030/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet en dat hij zal worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en de daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluiten (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 en (EU) 2023/2409 van 19 oktober 2023, op hem van toepassing blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1374
Datum uitspraak
2 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402030/2/V3

202101355/1/V3

Bij besluit van 18 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring ingewilligd en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1327
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202101355/1/V3

202202351/1/V1

Bij besluit van 15 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1326
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202351/1/V1

202305771/1/V3

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1328
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305771/1/V3

202401439/1/V3 en 202401439/2/V3

Bij besluiten van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1331
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401439/1/V3 en 202401439/2/V3

202401872/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1358
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401872/2/V3

202401933/2/V3

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1360
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401933/2/V3

202401974/2/V1

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft de vreemdeling aangezegd dat zij hem vanaf 25 maart 2024 niet langer als alleenstaande minderjarige vreemdeling zal opvangen, maar als meerderjarige.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1348
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202401974/2/V1

202402011/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet en dat hij zal worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming op hem van toepassing blijft. De afgelopen weken hebben bestuursrechters in verschillende zittingsplaatsen van de rechtbank Den Haag hun oordeel gegeven over de vraag of de tijdelijke bescherming aan deze derdelanders die uit Oekraïne naar Nederland zijn gevlucht, van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Zij komen tot uiteenlopende uitkomsten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1341
Datum uitspraak
29 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Terugkeerbesluit
  • uitspraakin de zaak202402011/2/V3

202203341/1/V1

Bij besluit van 9 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, waaruit duurzaam rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van eveneens 9 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad. Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de tegen de besluiten van 9 april 2020 door de vreemdeling gemaakte bezwaren opnieuw ongegrond verklaard. Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft sinds 6 december 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1306
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203341/1/V1

202204457/1/V3

Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1305
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204457/1/V3

202206582/1/V3

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 4 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1238
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202206582/1/V3

202206639/1/V3

Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1307
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206639/1/V3

202301469/1/V3

Bij besluiten van 7 november 2022 en 4 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1308
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301469/1/V3

202301922/1/V3

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1309
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301922/1/V3

202301997/1/V3

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1310
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301997/1/V3

202302151/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1311
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302151/1/V3

202302304/1/V3

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1313
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302304/1/V3

202304095/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1315
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304095/1/V1

202307157/1/V1

Bij e-mail van 3 februari 2023 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de vreemdeling meegedeeld dat het zijn verstrekkingen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen zal beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1316
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307157/1/V1

202400582/2/A3

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent gedrag afgewezen. [verzoeker] heeft zijn studie rechten afgemaakt en wil graag advocaat worden. Hij heeft daarvoor een VOG nodig. Daarom heeft hij die alvast aangevraagd. De minister heeft de VOG geweigerd omdat [verzoeker] recent nog is veroordeeld door de strafrechter. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister dat mocht doen. [verzoeker] is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. [verzoeker] wil de uitspraak in de bodemzaak niet afwachten en heeft daarom verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Deze uitspraak gaat over dat verzoek. [verzoeker] wil een voorziening die inhoudt dat hij voor de periode tot aan de uitspraak in het hoger beroep beschikt over een VOG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1237
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202400582/2/A3

202400994/2/V1

Bij besluit van 27 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1318
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400994/2/V1

202401222/2/V2

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de vreemdeling om heroverweging van het besluit van 8 november 2021 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1321
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401222/2/V2

202401424/2/V3

Bij besluiten van 8 januari 2024 en 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1354
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401424/2/V3

202401559/2/V1

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1322
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401559/2/V1

202401950/2/V2

Bij besluit van 2 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1361
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401950/2/V2

202401952/2/V2

Bij besluit van 2 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1357
Datum uitspraak
28 maart 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401952/2/V2

202200018/1/A2 en 202200018/5/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor € 30.000,00 op grond van de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag. Bij besluit van 4 oktober 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij op basis van een lichte toets niet in aanmerking komt voor € 30.000,00. Ouders die gedupeerd zijn in het kader van door hen aangevraagde kinderopvangtoeslag hebben recht op herstel. Daarvoor bestaan verschillende regelingen. De Catshuisregeling is gemaakt om gedupeerde ouders sneller en ruimer te compenseren. [appellant] heeft zich voor herstel aangemeld bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen. In de zogeheten lichte of eerste toets wordt beoordeeld of degene die zich heeft aangemeld recht heeft op herstel. Hierbij wordt gekeken naar gegevens die de UHT al heeft en of op grond hiervan recht bestaat op € 30.000,00. Hierna volgt een integrale beoordeling. Een persoonlijk zaakbehandelaar bekijkt dan het volledige dossier en zoekt uit waar degene die zich heeft gemeld recht op heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1231
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202200018/1/A2 en 202200018/5/A2

202205396/1/V2

Bij besluit van 11 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1234
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205396/1/V2

202205408/1/V1

Bij besluit van 1 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1235
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205408/1/V1

202206121/1/V1

Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. de aan de vreemdelingen verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken. Bij besluit van 20 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1236
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202206121/1/V1

202206704/1/V3

Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1240
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206704/1/V3

202207436/1/V3

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1241
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207436/1/V3

202300395/1/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1243
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300395/1/V3

202301324/1/V3

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1245
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301324/1/V3

202302632/1/V2

Bij besluit van 28 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1247
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302632/1/V2

202303112/1/V1

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1248
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303112/1/V1

202304235/1/V3

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1249
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304235/1/V3

202304414/1/V3

Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1242
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304414/1/V3

202304422/1/V3

Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1244
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304422/1/V3

202304934/1/V2

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad. Bij besluit van 12 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1250
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304934/1/V2

202307690/1/V3

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1251
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307690/1/V3

202400821/1/V3

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1252
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400821/1/V3

202400943/1/V3

Op 26 september 2023 heeft de vreemdeling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1253
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400943/1/V3

202401227/1/V3 en 202401227/2/V3

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1254
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401227/1/V3 en 202401227/2/V3

202401344/1/V2

Bij besluit van 27 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. De vreemdeling heeft op 28 december 2021 een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft die aanvraag eerst niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk ingevolge de Dublinverordening hiervoor verantwoordelijk was. Vervolgens is Nederland op grond van artikel 29, tweede lid, van die verordening alsnog verantwoordelijk geraakt, omdat de staatssecretaris de vreemdeling niet op tijd heeft overgedragen aan Oostenrijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2516
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401344/1/V2

202401522/1/V3

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1246
Datum uitspraak
27 maart 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401522/1/V3
vorige pagina1...99100101...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon