Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.822
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202201285/2/R2

Bij tussenuitspraak van 11 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3768, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de raad van de gemeente Venlo opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omgeschreven gebrek in het besluit van 22 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.2 overwogen dat de raad niet heeft gemotiveerd dat artikel 6.3 van de planregels voldoet aan de eisen van artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn. Uit het derde lid van dat artikel, onder a, volgt dat moet worden vastgesteld dat de planregeling niet discrimineert. Onder b van dat artikel is bepaald dat de planregeling noodzakelijk moet zijn in die zin dat de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang. Ten slotte volgt uit artikel 15, derde lid, onder c, dat de planregeling evenredig moet zijn: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4480
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202201285/2/R2

202201756/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Hellendoorn het bestemmingsplan "Groenstrook vakantiepark Hellendoorn" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op een bos/beplantingsstrook tussen vakantiepark Hellendoorn en de Nieuwe Twentseweg. In de plantoelichting staat dat de bestemming van deze strook grond in het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2009" per abuis is gewijzigd van "beplantingsstrook" in "Recreatie". Ook staat in de plantoelichting dat de kwaliteit van de strook grond de afgelopen jaren achteruit is gegaan. Het plan heeft als doel om een verdere aantasting van de aanwezige structuur en natuurwaarden te voorkomen. Daarom is aan de strook grond de bestemming "Natuur" toegekend. [appellant sub 2] is eigenaar van een onbebouwd perceel aan de Nieuwe Twentseweg met de kadastrale aanduiding 3566. Hij komt in beroep, omdat op het gedeelte van zijn perceel dat aan de openbare weg grenst - anders dan op grond van het vorige plan - geen uitrit bij recht is toegestaan. [appellant sub 1] en anderen zijn eigenaren van recreatiewoningen op villapark Hellendoorn. Ook zij komen in beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4481
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202201756/1/R3

202203327/1/A3

Bij besluit van 11 december 2020 heeft de burgemeester van Utrecht aan Restaurant Opium Utrecht B.V. een exploitatievergunning verleend voor een terras aan de Voorstraat 80 in Utrecht. Daar bevindt zich restaurant Tiger Mama, voorheen restaurant Opium. Aan de voorzijde van het restaurant bevond zich een terras dat was opgesplitst in drie delen, met daartussen vrije doorgangen naar de boven het restaurant gelegen woningen. Opium heeft met het bevoegd gezag afgesproken dat deze terrassen worden verplaatst naar de hoek van de Voorstraat en de Wijde Begijnstraat. Met een stalen spijlenhekwerk zal op de locatie een erfafscheiding worden gemaakt. Op het nieuwe terras zal terrasmeubilair worden geplaatst. De burgemeester en het college hebben respectievelijk een exploitatievergunning en een omgevingsvergunning verleend voor het verwezenlijken van dit terras. In deze fase van de procedure gaat het alleen nog om de exploitatievergunning die de burgemeester heeft verleend aan de exploitant van restaurant Tiger Mama, Opium. De stichting is het niet eens met de verleende exploitatievergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4482
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202203327/1/A3

202204362/2/R4

Bij tussenuitspraak van 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:847, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Nijkerk opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 30 mei 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, veegplan 2" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad het bestemmingsplan, waarbij de bestemming van het perceel [locatie 1] dat grenst aan de voorzijde van [locatie 2] in Nijkerkerveen, is gewijzigd van een woonbestemming naar een agrarische bestemming, zonder de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid en geen deugdelijke motivering aan het plan ten grondslag heeft gelegd. [appellante] heeft onweersproken toegelicht dat zij het perceel in overeenstemming met de woonbestemming gebruikt als tuin. Door het perceel een agrarische bestemming te geven, is het huidige gebruik van het perceel onder de beschermende werking van het overgangsrecht komen te vallen. Het uitgangspunt is echter dat legaal bestaand gebruik als zodanig in het bestemmingsplan wordt bestemd, tenzij ruimtelijke inzichten en zwaarwegende belangen nopen tot een andere bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4485
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204362/2/R4

202204572/1/R3

Bij besluit van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem [appellant A] onder oplegging van een dwangsom gelast de bewoning van het bedrijfspand aan het [locatie] in Leimuiden binnen twaalf weken te (laten) beëindigen en beëindigd te houden en het bedrijfspand terug te brengen in de staat waarin deze bij bouwvergunning van 29 juni 1981 is vergund. [appellant A] is eigenares van het bedrijfspand. Bij een inspectie op 28 november 2018 hebben toezichthouders van de gemeente Kaag en Braassem vastgesteld dat de eerste verdieping van het pand was verbouwd naar drie wooneenheden, waarvan er twee geschikt waren voor zelfstandige bewoning. [appellant A] verhuurde deze wooneenheden, die ieder een eigen ingang hadden en beschikten over een keuken, een toilet en een douche of een bad. In wooneenheid 1 verbleven meerdere personen in wisselende samenstellingen en voor wisselende periodes. Wooneenheid 2 werd gehuurd en bewoond door [appellant B]. In wooneenheid 3 woonde een andere persoon. De verbouwing van het bedrijfspand was volgens het college zonder vergunning en in strijd met het geldende bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" uitgevoerd. Ook de bewoning was volgens het college in strijd met het bestemmingsplan, omdat de bewoning niet noodzakelijk was voor een op het terrein aanwezig bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4502
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204572/1/R3

202205178/1/A3

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft de burgemeester van Velsen een deel van het pand aan de Kanaalstraat 38 - 40 te IJmuiden met ingang van vrijdag 26 februari 2021 gesloten voor onbepaalde tijd. Het pand aan de Kanaalstraat 38 - 40 te IJmuiden bestaat uit een clubhuis, het café Oud IJmuiden en een woning. De vereniging heeft dit pand gekocht op 15 mei 2000 en sindsdien is de motorclub Hells Angels Westport MC op dit adres gevestigd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in zijn beschikking van 15 december 2020 geconcludeerd dat de activiteiten van Hells Angels MC, waar de vereniging deel van uitmaakte, verboden zijn. De burgemeester heeft naar aanleiding van de beschikking van het gerechtshof de politie verzocht om informatie over de vereniging die is gevestigd in zijn gemeente. In de bestuurlijke rapportage heeft de politie geadviseerd om op te treden tegen de vereniging vanwege verstoring van de openbare orde. De vereniging heeft zich vanaf het begin geuit als Hells Angels Westport en maakt daarom deel uit van Hells Angels MC en Hells Angels MC Holland, aldus de rapportage.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4507
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205178/1/A3

202205289/1/A2

Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling van zijn woning afgewezen. [appellant] is sinds 1 oktober 2004 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Wildervank. [appellant] heeft op 27 april 2021 een aanvraag om vergoeding voor de waardedaling van de woning ingediend. Het Instituut heeft die aanvraag afgewezen, omdat de woning valt buiten het gebied waarvan is vastgesteld dat de waardedaling door gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg wordt veroorzaakt. Dit besluit van 1 juni 2021 is gehandhaafd bij besluit van 10 maart 2022. De rechtbank heeft overwogen dat de besluitvorming van het Instituut ziet op waardedaling van de woning als gevolg van ligging in het aardbevingsgebied. De door [appellant] gestelde waardedaling als gevolg van fysieke schade is geen onderwerp van deze procedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4489
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202205289/1/A2

202206081/1/A2

Bij besluiten van 11 en 12 mei 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 2080,66, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. [appellant A] en [appellant B] zijn ieder voor 50% eigenaar van de woning aan de [locatie] te Noordbroek. Het Instituut heeft bij besluiten van 11 mei 2021 en 12 mei 2021 aan [appellant A] en [appellant B] ieder een vergoeding voor de waardedaling van hun woning toegekend voor een bedrag van € 2080,66, vermeerderd met wettelijke rente. Bij besluiten van 15 oktober 2021 heeft het Instituut de bezwaren ongegrond verklaard. Volgens [appellant A] en [appellant B] moet de waardedalingsvergoeding € 56.000,- bedragen. Dit is het verschil tussen de WOZ-waarde van de woning in de huidige (klus)staat van € 110.000,- en de WOZ-waarde in de afgebouwde staat van € 166.000,-. Daartoe stellen zij dat zij voor aanvang van de aardbevingen met de renovatiewerkzaamheden zijn begonnen, maar deze niet af hebben kunnen maken omdat [appellant A] volledig arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van de afhandeling van de bevingsschade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4490
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206081/1/A2

202207043/3/R3

Bij tussenuitspraak van 13 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1036 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Vlaardingen opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 13 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Maasboulevard-Westhavenkade (locatie Pietersen)", te herstellen. De raad heeft meerdere bestemmingsplannen vastgesteld om een gebied tussen het oude centrum en de Nieuwe Maas te transformeren naar een gemengd gebied voor wonen en werken. Over de beroepen daartegen heeft de Afdeling bij de eerder genoemde tussenuitspraak van 13 maart 2024 geoordeeld. Deze uitspraak bouwt voort op deze tussenuitspraak. Het bestemmingsplan "Maasboulevard-Westhavenkade", dat door de raad op 13 oktober 2022 werd vastgesteld, voorziet in de ontwikkeling van het deelgebied op de hoek van de Westhavenkade en de Maasboulevard naar wonen. Alleen het herstelbesluit ligt in deze procedure nog ter beoordeling voor. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en het plan maakt een nieuw appartementengebouw met maximaal 79 woningen mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4478
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207043/3/R3

202300023/1/A2

Bij besluit van 13 april 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen het verzoek van [appellant] om schadevergoeding voor waardedaling van zijn woning afgewezen. [appellant] is van 16 oktober 2014 tot 1 oktober 2015 eigenaar geweest van de woning aan de [locatie], [postcode] te Groningen. Op 7 april 2014 heeft [appellant] de woning gekocht van [persoon]. appellant] is van 16 oktober 2014 tot 1 oktober 2015 eigenaar geweest van de woning aan de [locatie], [postcode] te Groningen (hierna: de woning). Op 7 april 2014 heeft [appellant] de woning gekocht van [persoon]. Bij besluit van 13 februari 2021 heeft het Instituut aan de vorige eigenaar een vergoeding wegens waardedaling van de woning toegekend over de periode dat hij eigenaar was van de woning. De vergoeding is berekend over de verkoopwaarde (€ 119.500,-) van de woning. Op 8 maart 2021 heeft [appellant] een aanvraag voor schadevergoeding voor de waardedaling van de woning ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4492
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300023/1/A2

202300381/1/R4

Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk besloten over te gaan tot invordering van een volgens het college door [appellante] verbeurde dwangsom van € 50.000,00. [appellante] is eigenares van het perceel en de opstallen aan de [locatie] te Westerhoven. Bij het onherroepelijk geworden besluit van 20 april 2021 heeft het college een last onder dwangsom aan [appellante] opgelegd van € 50.000,00 ineens wegens overtreding van de Woningwet, het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012. [appellante] verbeurt deze dwangsom indien: (a) sloopwerkzaamheden worden verricht anders dan door een gecertificeerd bedrijf; (b) sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd zonder dat een volledige melding, inclusief een actueel asbestinventarisatierapport, is gedaan en deze melding is geaccepteerd; (c) [appellante] het met asbest besmette gedeelte van het perceel weer betreedt of toestaat dat dit wordt betreden voordat sanering genoemd onder b is uitgevoerd. In dat besluit staat dat toezichthouders door het spannen van afzetlinten kenbaar hebben gemaakt wat het besmette gebied is dat niet mag worden betreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4486
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300381/1/R4

202300394/1/A2

Bij besluiten van 20 augustus 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 1.891,12, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. Lefier heeft op 3 maart 1977 de eigendom verkregen van een perceel grond, met de daarop aanwezige opstallen van een ééngezinswoning met toebehoren, adres [locatie] te Groningen. Op 13 november 2009 hebben Lefier en [appellant A] en [appellant B] een notariële akte ‘vestiging erfpacht koopgarant (eengezinswoning)’ getekend (verder: de akte). Door inschrijving van de akte in de openbare registers van het Kadaster is een (eeuwigdurend) recht van erfpacht op het perceel ten behoeve van [appellant A] en [appellant B] voor het gebruik van de woning gevestigd. Op 6 november 2020 heeft het Instituut de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] ontvangen om vergoeding van waardedaling dan wel verminderde waardestijging (verder: waardedaling) voor de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4491
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300394/1/A2

202300896/1/A2

Bij besluiten van 30 mei 2021, 7 juni 2021, 17 mei 2022, 19 mei 2022 en 30 mei 2022 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van Bloemendaal, Zandvoort en Haarlem, en het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland diverse verkeersmaatregelen getroffen ten behoeve van de (verkeers)veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid tijdens de Dutch Grand Prix 2021, Dutch Grand Prix 2022, de daarbij behorende Side Events (Zandvoort Beyond) en de camping. Parnassia exploiteert een horecaonderneming, een strandpaviljoen, aan de Parnassiaweg 1 in Overveen. Het paviljoen ligt op een duin in het nationaal park de Kennemerduinen nabij Bloemendaal aan Zee. Het strandpaviljoen is met de auto uitsluitend over de doodlopende Parnassiaweg bereikbaar, circa twee kilometer vanaf de provinciale weg N200 (de Zeeweg), die overgaat in de Boulevard Barnaart. Het strandpaviljoen is door de afgelegen ligging in de duinen grotendeels afhankelijk van gasten die lopend vanaf het strand of met de fiets of auto komen. Direct naast het strandpaviljoen ligt het parkeerterrein Parnassia. Parnassia stelt dat het strandpaviljoen door de verkeersbesluiten niet of moeilijk bereikbaar was voor potentiële klanten. Daardoor is de omzet gedaald en heeft zij inkomensschade geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4493
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300896/1/A2

202300983/1/A2

Bij besluit van 13 februari 2020 heeft de burgemeester van Zandvoort aan Dutch Grand Prix B.V. een vergunning verleend voor het evenement Formula 1 Heineken Dutch Grand Prix 2020 - race Festival. Parnassia exploiteert een horecaonderneming, een strandpaviljoen, aan de Parnassiaweg 1 in Overveen. Het paviljoen ligt op een duin in het nationaal park de Kennemerduinen nabij Bloemendaal aan Zee. Het strandpaviljoen is met de auto uitsluitend over de doodlopende Parnassiaweg bereikbaar, circa twee kilometer vanaf de provinciale weg N200 (de Zeeweg), die overgaat in de Boulevard Barnaart. Het strandpaviljoen is door de afgelegen ligging in de duinen grotendeels afhankelijk van gasten die lopend vanaf het strand of met de fiets of de auto komen. Direct naast het strandpaviljoen ligt het parkeerterrein Parnassia. In de jaren 2020, 2021 en 2022 heeft de burgemeester aan DGP B.V. verschillende evenementenvergunningen verleend. Parnassia stelt dat zij door de evenementenvergunningen schade heeft geleden. Tijdens de evenementen was zij door de daartoe genomen verkeersmaatregelen verminderd tot niet bereikbaar voor bezoekers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4494
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300983/1/A2

202301117/1/A2

Bij uitspraak van 21 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1599) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 maart 2020 in zaak nr. 18/3796 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 21 juli 2021 onder 19.6 overwogen dat niet in geschil is dat de schade aan de woning van [verzoeker] is ontstaan in de periode voor 4 maart 2009. De onrechtmatige besluiten van 4 maart 2009 en 2 februari 2011 geven slechts aanleiding voor schadevergoeding voor zover na 4 maart 2009 een verergering van de schade is opgetreden. De Afdeling heeft in de uitspraak van 21 juli 2021 voorts geoordeeld dat [verzoeker] met de door hem overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze besluiten tot verergering van de schade hebben geleid. Omdat niet is komen vast te staan dat de onrechtmatige besluiten van 4 maart 2009 en 2 februari 2011 tot schade hebben geleid, bestaat er geen grond voor vergoeding daarvan, aldus de Afdeling in de uitspraak van 21 juli 2021. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4505
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301117/1/A2

202301655/1/A2

Bij besluit van 29 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht de aanvraag van [appellante] om een voorrangsverklaring afgewezen. [appellante] woonde vanaf 29 mei 2017 met haar - inmiddels - ex-partner en hun vijf kinderen in een huurhuis in Dordrecht. In februari 2020 is zij gescheiden en tijdelijk vertrokken naar Syrië. Bij besluit van 17 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht [appellante] per 20 juli 2020 uitgeschreven uit de basisregistratie personen (hierna: brp). Hiertegen heeft [appellante] geen rechtsmiddelen aangewend, waardoor dit besluit in rechte vaststaat. Per september 2020 heeft zij zich in Zwijndrecht laten inschrijven bij het gezin van een vriendin. De kinderen zijn bij hun vader blijven wonen. [appellante] heeft op 8 maart 2021 een voorrangsverklaring aangevraagd. In haar aanvraag stelt zij dat zij voor een langere periode is bedreigd en mishandeld door haar ex-partner. Ook stelt zij dat zij niet meer welkom of veilig is in het huis van haar ex-partner, waardoor zij nauwelijks contact heeft met haar kinderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4496
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301655/1/A2

202302356/1/R2

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel het wijzigingsplan "Buitengebied; Hooijdonk 7" vastgesteld. Het wijzigingsplan gaat over het beëindigen van het aanwezige bedrijf (tuincentrum en hoveniersbedrijf) waarbij de bedrijfsbestemming wordt omgezet naar een woonbestemming en natuurbestemming. [appellant] woont direct naast het plangebied en is het niet eens met de maximaal toegestane oppervlakte voor bijgebouwen dat het wijzigingsplan mogelijk maakt. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte heeft bepaald dat de gezamenlijke oppervlakte voor bijgebouwen maximaal 200 m² mag zijn. Volgens [appellant] heeft het college bij de berekening ervan ten onrechte de in het bestemmingsplan standaard toegestane 100m² niet afgetrokken van de extra vierkante meters die zijn toegestaan op grond van de wijzigingsbevoegdheid. Ook heeft het college ten onrechte de niet-gerealiseerde vierkante meters van een loods die is vergund, maar niet gebouwd, betrokken bij de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4495
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302356/1/R2

202302613/1/A2

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de Belastingdienst/Toelagen een verzoek van [appellant] om toepassing van de compensatieregeling in het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire afgewezen. De Belastingdienst/Toeslagen heeft onderzoek gedaan naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire. Het onderzoek strekt mede tot de beoordeling van de aanspraak die toeslagenouders kunnen maken op compensatie omdat zij te streng zijn behandeld bij eerdere aanvragen om kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft hierover een brief gestuurd aan [appellant], waarna zij een verzoek om herbeoordeling heeft ingediend. De Belastingdienst/Toeslagen heeft een besluit genomen over de jaren 2013 en 2014. In bezwaar heeft [appellant] zich op het standpunt gesteld dat zij het verzoek heeft gedaan over de jaren 2009 en 2010. Zij is het met de Belastingdienst/Toeslagen eens dat zij geen aanspraak maakt op tegemoetkoming over de jaren 2013 en 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4484
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302613/1/A2

202302761/1/R2

Bij besluit van 23 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan recreatiepark Duinhoeve een omgevingsvergunning verleend voor twee geluidsschermen aan de Oude Bossche Baan 4 in Udenhout. Recreatiepark Duinhoeve is een camping met standplaatsen voor kampeermiddelen en stacaravans. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] wonen in de directe omgeving van het recreatiepark en ervaren overlast door geluid en inkijk. Om de geluidoverlast te verminderen is ervoor gekozen om twee geluidschermen te plaatsen. De geluidschermen voldoen aan de bouwvoorschriften voor bouwwerken uit het geldende bestemmingsplan, maar niet aan de gebruiksvoorschriften. De schermen passen namelijk niet in de recreatieve bestemming die de grond heeft. Het college heeft hiervoor een omgevingsvergunning verleend in afwijking van het bestemmingsplan. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] zijn het niet eens met deze omgevingsvergunning. Zij vinden dat de geluidschermen het geluid niet voldoende verminderen, lelijk zijn en niet passen in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4497
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302761/1/R2

202302932/1/R4

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd voor het zonder omgevingsvergunning aanbrengen en in stand houden van wijzigingen aan een gemeentelijk monument aan de [locatie] in Utrecht. [appellante] is eigenaresse en bewoonster van de woning. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellante], zonder over een daartoe noodzakelijke omgevingsvergunning te beschikken, wijzigingen aan de woning heeft laten aanbrengen door houten kozijnen met enkel glas, al dan niet samen met de bijbehorende waterdorpels, te laten vervangen door kunststof kozijnen met HR++glas. Het gaat om raamkozijnen en waterdorpels op de eerste en tweede verdieping in de voor- en achtergevel, het deurkozijn op de eerste verdieping in de achtergevel en twee raamkozijnen op de begane grond in de achtergevel. Het college heeft vastgesteld dat [appellante] artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 6 van de Monumentenverordening Utrecht 2010, en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo heeft overtreden door zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning wijzigingen aan te brengen aan een monument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4501
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302932/1/R4

202304149/1/R4

Bij besluit van 13 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem [appellante] onder oplegging van een dwangsom van € 2.500,00- ineens gelast een reclamekar en drie vlaggenmasten te verwijderen. [appellante] is gevestigd in een kantoorpand aan de [locatie] in Arnhem. Het college heeft op 19 november 2021 het voornemen kenbaar gemaakt om handhavend op te treden tegen op het perceel zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo aanwezige reclameobjecten, te weten drie vlaggenmasten en één reclamekar. Het college heeft [appellante] bij besluit van 13 januari 2022 gelast de drie vlaggenmasten en de reclamekar te verwijderen voor 1 maart 2022. Het college heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat de reclameobjecten in strijd zijn met artikel 1.2, eerste lid, van de planregels van het bestemmingsplan "Alteveer- t’ Cranevelt", waardoor [appellante] in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo heeft gehandeld. Volgens het college bevinden de reclameobjecten zich in de onbebouwbare zone buiten het bouwvlak, waardoor daar geen bouwwerken zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4500
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304149/1/R4

202305682/1/R1

Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld [appellant], onder oplegging van een dwangsom, gelast binnen vier weken na de verzendatum van dat besluit de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het kadastrale perceel gemeente Simpelveld, sectie M, nummer 458, plaatselijk bekend als [locatie] te beëindigen en beëindigd te houden. De overtreding betreft een zonder omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan "Buitengebied 2016" gerealiseerde overkapping aan de achterzijde van de woning op het perceel [locatie]. Volgens het college is de overkapping in strijd met artikel 27.2.3, onder a, van de planregels. Gelet op de redactie van deze planregel geldt volgens het college de maximale bebouwingsoppervlakte van 150 m² voor bijbehorende bouwwerken op het gehele perceel waarop de bestemming "Wonen" rust, zowel binnen als buiten het bouwvlak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4475
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305682/1/R1

202400391/1/R4

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Soest van 23 november 2023, waarbij de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan [locatie] te Soest, heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4785
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202400391/1/R4

202401014/1/R4

Bij besluiten van 13 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 3 december 2023 tweemaal spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee dozen, gevuld met andere dozen, die zijn aangetroffen naast een inzamelvoorziening aan de Rijnwaterstraat ter hoogte van nummer 10 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de dozen verkeerd heeft aangeboden, omdat daarop adreslabels zijn aangetroffen waarop zijn adres [locatie 1] te Rotterdam staat aangegeven. [appellant] woont in een studentenwoning. Volgens hem is sprake van één woning met twee huisnummers, [locatie 1] en [locatie 2]. Behalve de eerder genoemde twee dozen heeft de toezichthouder van het college op dezelfde datum ook een doos aangetroffen met daarop een adreslabel met de naam [partij] en het adres [locatie 2].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4477
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401014/1/R4

202401181/1/R1

Bij besluit van 8 november 2023 heeft de raad van de gemeente Veere het bestemmingsplan "De Biezenweie" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 98 woningen mogelijk, waarvan 64 zorgwoningen in het zuiden van het plangebied. Ten zuiden van de geplande zorgwoningen bevinden zich binnen het plangebied twee agrarische percelen, kadastraal aangeduid als [nummers] (hierna: de percelen). Deze percelen behouden hun agrarische bestemming, maar aan een deel van deze agrarische gronden is de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - milieuzone chemische gewasbeschermingsmiddelen" toegekend. [appellanten] zijn de eigenaren van die agrarische percelen. Zij verhuren deze percelen op dit moment aan een derde die daar hobbymatig paarden op houdt. Zij zijn het niet eens met de nieuwe milieuzone. Binnen de milieuzone is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen verboden. [appellanten] vrezen dat het agrarisch gebruik van hun percelen daardoor ernstig wordt beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4506
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202401181/1/R1

202401250/1/A2

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg afgewezen. In geschil is of de CSG de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling terecht heeft afgewezen, omdat zij als nabestaande niet onder het bereik ervan valt. De zoon van [appellante], [zoon], geboren op [geboortedatum] 1989, is op 29 januari 2009 overleden. Het is niet in geschil dat hij slachtoffer is geweest van geweld in jeugdzorginstellingen waarin hij onder verantwoordelijkheid van de overheid was geplaatst. [appellante] heeft op 22 november 2022 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke regeling. De CSG heeft aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat de aanvraag van [appellante] niet onder het bereik van de Tijdelijke regeling valt. De Tijdelijke regeling is bedoeld voor slachtoffers. Nabestaanden kunnen bij wijze van uitzondering alleen een aanvraag indienen in de periode tussen 21 februari 2020 en 1 januari 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4499
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202401250/1/A2

202401853/1/R4

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 20 februari 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Het college heeft daarbij vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 187,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van huisvuil dat op 20 februari 2024 is aangetroffen naast een inzamelvoorziening aan de Meyenhage ter hoogte van huisnummer 59 in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] het huisvuil, bestaande uit een kartonnen doos, verkeerd heeft aangeboden, omdat hierop een adreslabel is aangetroffen met daarop de naam en adresgegevens van [appellante]. [appellante] betoogt dat het college haar ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt. Zij ontkent dat zij de doos naast de inzamelvoorziening heeft geplaatst en voert aan dat zij haar huisvuil nooit naast een vuilnisbak zou zetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4498
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401853/1/R4

202402633/1/R4

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Rhenen het bestemmingsplan "[locatie], Rhenen" vastgesteld. Het plan voorziet in legalisatie van de recreatiewoning aan de [locatie] en in de aanleg van natuur op de gronden ten noordwesten van de recreatiewoning. [partij] is de eigenaar van deze gronden en de recreatiewoning. [appellant] is de eigenaar van een onverharde privéweg waarmee een aantal woningen worden ontsloten op de openbare weg. Het perceel waarop de recreatiewoning zich bevindt wordt - tegen de wens van [appellant] - ook via de privéweg ontsloten. [appellant] en anderen betogen dat zij onvoldoende hebben kunnen participeren bij de voorbereiding van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4483
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202402633/1/R4

202403026/1/R1

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Maastricht het bestemmingsplan "Mosa Porselein" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling stelt vast dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In overeenstemming met deze procedure is een ieder in dat kader in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren te brengen. Anders dan [appellant] stelt, bestaat er geen aanleiding te oordelen dat het plan in zoverre onzorgvuldig tot stand is gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4553
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202403026/1/R1

202405231/1/A2

Bij beslissing van 29 maart 2024 heeft een examinator van het vak "What Is a Film Culture?" van de masteropleiding Kunst- en Cultuurwetenschappen van de faculteit der letteren aan [appellant] medegedeeld dat zijn verslag niet wordt nagekeken, omdat [appellant] dat verslag te laat heeft ingeleverd. [appellant] volgt de masteropleiding Kunst- en Cultuurwetenschappen met de richting Film and Contemporary Audiovisual Media aan de faculteit der letteren aan de Universiteit Groningen. Onderdeel van de masteropleiding is het vak "What Is a Film Culture?", dat een studielast heeft van 10 ECTS. Voor een succesvolle afronding van dit vak dienen studenten meerdere opdrachten in te leveren. [appellant] heeft voor één van de opdrachten, een verslag dat voor 60% meetelt in het eindcijfer, eerder een onvoldoende gehaald. De herkansing van deze opdracht heeft hij niet op de uiterste inleverdatum 28 maart 2024, maar op 29 maart 2024 ingeleverd. Bij de beslissing van 29 maart 2024 heeft een examinator van het vak aan [appellant] medegedeeld dat hij het ingeleverde werk daarom niet accepteert en dat dit betekent dat [appellant het vak niet heeft gehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4476
Datum uitspraak
6 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405231/1/A2

202200432/1/V1

Bij besluit van 29 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4451
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202200432/1/V1

202200828/1/V2

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij de vreemdeling opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4452
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200828/1/V2

202404068/2/V3

Bij besluit van 15 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4461
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404068/2/V3

202404708/1/V3

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4453
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404708/1/V3

202405412/1/V3 en 202405412/2/V3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Kurt, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4442
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405412/1/V3 en 202405412/2/V3

202405466/2/R2

Het verzoek richt zich tegen het besluit van 27 juni 2024, waarbij het bestemmingsplan "Warande 8" is vastgesteld. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op de zitting is desgevraagd vastgesteld dat het verzoek zich beperkt tot de vraag of sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan de vaststelling van het plan aan de weg staat, of niet. [verzoeker] en anderen hebben gesteld dat het plan deels is voorzien op gronden die mede in hun eigendom zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4552
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405466/2/R2

202406168/1/V3

Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.B. Ullah, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4443
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406168/1/V3

202406168/2/V3

Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4444
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406168/2/V3

202406236/1/V2 en 202406236/2/V2

Bij besluit van 3 januari 2024, aangevuld bij besluit van 23 mei 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 1 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 23 mei 2023 gedeeltelijk vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4448
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406236/1/V2 en 202406236/2/V2

202406259/1/V2 en 202406259/2/V2

Bij besluit van 20 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4454
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406259/1/V2 en 202406259/2/V2

202406314/1/V1 en 202406314/2/V1

Bij besluit van 13 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4455
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406314/1/V1 en 202406314/2/V1

202406323/1/V3 en 202406323/2/V3

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4456
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406323/1/V3 en 202406323/2/V3

202406412/1/V3

Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4457
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406412/1/V3

202406603/1/V2 en 202406603/2/V2

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4458
Datum uitspraak
5 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406603/1/V2 en 202406603/2/V2

202305764/1/V3

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4437
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305764/1/V3

202307348/1/V3

Bij besluit van 23 mei 2023, aangevuld op 11 augustus 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4438
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307348/1/V3

202401214/1/V2

Bij besluit van 27 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4449
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401214/1/V2

202402801/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 26 april 2024 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.J. Schüller, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4441
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402801/1/V1

202404543/1/V3

Bij besluit van 21 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 15 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.T Gerbrandy, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4447
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404543/1/V3

202404869/1/V3

Bij besluiten van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 29 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4445
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404869/1/V3

202405079/2/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Hoofddorp Hoofdweg 583 ca" vastgesteld. Het plan en de omgevingsvergunning maken de bouw van circa 600 woningen mogelijk op de locatie van een voormalig bedrijventerrein aan de Wijkermeerstraat in Hoofddorp. Evast is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. Medamco is gevestigd aan de Wijkermeerstraat 25/25A direct ten westen van het plangebied. Haar beroep richt zich tegen het verdwijnen van het parkeerterrein dat zij op basis van een huurovereenkomst gebruikt. [verzoeker sub 2] woont aan het [locatie] in Hoofddorp. Zijn beroep richt zich tegen het stap-3 besluit. Verder richt zijn beroep zich tegen het bestemmingsplan voor zover het gaat om de wijze waarop onderzoek is gedaan naar beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4430
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405079/2/R1

202405759/1/V3

Bij besluit van 14 augustus 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 5 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4446
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405759/1/V3

202406278/1/V1 en 202406278/2/V1

Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 8 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.S. Frickus, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4440
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406278/1/V1 en 202406278/2/V1

202406355/2/R1

Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college aan Vodafone Libertel B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een antenneopstelpunt aan de Nachtegaalstraat in Berg en Terblijt. Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college aan Vodafone een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een antenneopstelpunt met bijbehorende omheining aan de Nachtegaalstraat in Berg en Terblijt naast het gemeenschapshuis. Omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, is de omgevingsvergunning ook verleend voor het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. [verzoeker] woont aan de [locatie], op ongeveer 70 m afstand tot de beoogde locatie van de zendmast. [verzoeker] is het hoofdzakelijk niet eens met de locatie van de zendmast, omdat hij vreest voor belemmering van zijn uitzicht. Vodafone heeft laten weten dat de zendmast op 6 november 2024 geplaatst zal worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4433
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406355/2/R1

202406475/1/V2 en 202406475/2/V2

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.A.J. van der Leeuw, advocaat in Roermond, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4439
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406475/1/V2 en 202406475/2/V2

BRS.24.000342

Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4417
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000342

202201056/1/R2

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan "Buitengebied 2" vastgesteld. Naar aanleiding van het deskundigenbericht, heeft de raad op 16 mei 2024 beslist het verweer te staken en de Afdeling te verzoeken om het plan in zijn geheel te vernietigen. Hier heeft de raad de Afdeling bij brief van 30 mei 2024 over geïnformeerd. Volgens de raad blijkt uit het deskundigenbericht dat het bestemmingsplan veel gebreken bevat. Uit onderzoek van de raad blijkt dat het bestemmingsplan op diverse punten is vastgesteld in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Volgens de raad gaat het om strijdigheden met de provinciale verordening en om het aspect stikstof. Deze gebreken lenen zich niet voor herstel door middel van een herstelbesluit, aldus de raad. De Afdeling heeft op 24 oktober een regiezitting gehouden zoals bedoeld in artikel 8:44 Awb. Op deze regiezitting heeft de Afdeling inlichtingen ingewonnen bij partijen over het verzoek van de raad en of en in hoeverre de Afdeling tegemoet kan komen aan dit verzoek. Ook heeft de Afdeling met de partijen besproken wat de mogelijke gevolgen zijn van tegemoet komen aan dit verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4450
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Vereenvoudigde behandeling
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202201056/1/R2

202304311/1/A2

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft de aanvraag van [appellante] om een éénmalig woningaanbod afgewezen. Volgens het college heeft [appellante] haar urgentieverklaring niet optimaal benut, waardoor zij niet in aanmerking komt voor een éénmalig woningaanbod. Het college heeft de aanvraag van [appellante] om een éénmalig woningaanbod afgewezen. Volgens het college heeft [appellante] haar urgentieverklaring niet optimaal benut, waardoor zij niet in aanmerking komt voor een éénmalig woningaanbod. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de aanvraag van [appellante] op goede gronden heeft afgewezen. [appellante] betoogt dat de rechtbank in haar oordeel ten onrechte de psychosociale problemen in haar gezin met vier kinderen niet heeft betrokken. Zij betoogt dat zij gemotiveerd heeft aangegeven waarom zij niet op verschillende aangeboden woningen heeft gereageerd. Daarbij komt dat het advies van de GGD dat aan de urgentie ten grondslag lag onvolledig is, omdat daarin alleen haar medische situatie is meegenomen en niet haar sociale problematiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4673
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304311/1/A2

202305647/1/A2

[appellant] heeft op 15 januari 2022 op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren een subsidie van € 2.000,00 aangevraagd voor de koop van een gebruikte elektrische personenauto, type Volkswagen e-Golf. In de aanvraag staat dat hij de auto bij een autobedrijf in Duitsland heeft gekocht. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] de auto niet heeft gekocht van een door de Dienst Wegverkeer erkende autoverkoper. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat artikel 1.1 van de SEPP, gelezen in samenhang met artikel 1.13 van de SEPP, de exceptieve toetsing kan doorstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4671
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202305647/1/A2

202306669/1/A2

De achtergrond van dit geschil is dat het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de tweede aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring heeft afgewezen. De achtergrond van dit geschil is dat het college de tweede aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring heeft afgewezen. Het college heeft zich na het advies dat Argonaut in het kader van de eerste aanvraag na medisch onderzoek van [appellant] heeft gegeven op het standpunt gesteld dat hij niet in staat is om zelfstandig te wonen maar intensieve begeleiding nodig heeft met een vorm van begeleid wonen, en hem geadviseerd daartoe contact op te nemen met het sociaal wijkteam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4665
Datum uitspraak
4 november 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306669/1/A2

202300174/1/V2

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4424
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300174/1/V2

202401702/1/V2

Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4426
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401702/1/V2

202403211/2/R2

Het verzoek gaat over het besluit van de raad van de gemeente Deurne van 27 februari 2024, waarbij het bestemmingsplan ‘Vlierdenseweg ong., Deurne’ is vastgesteld. Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Die termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, op de dag na die waarop het besluit is bekendgemaakt. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is op 4 april 2024 bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit in het gemeenteblad, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is begonnen op 5 april 2024 en geëindigd op 16 mei 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4431
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403211/2/R2

202404113/2/R2

Het verzoek gaat over het besluit van de raad van gemeente Eindhoven van 7 mei 2024, waarbij het bestemmingsplan "I Gestel Buiten de Ring 2020 (Humperdincklaan)" is vastgesteld. Op korte termijn wordt begonnen met de voorbereiding van de sloop van het gebouw en de sloop zelf. De Stichting Blaarthem beoogt met haar verzoek deze sloop te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4432
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404113/2/R2

202404309/1/V3

Bij besluit van 10 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4425
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404309/1/V3

202404852/2/V3

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4434
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404852/2/V3

202405651/2/R4

Bij besluit van 24 oktober 2023, gewijzigd bij besluit van 13 november 2023, heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel [verzoekster] twee lasten onder dwangsom opgelegd. [verzoekster] moet het gebruik van het perceel in strijd met het geldende bestemmingsplan (laten) beëindigen en beëindigd (laten) houden. Dit betekent volgens de last in elk geval dat [verzoekster] de vrachtwagens en opleggers die ten behoeve zijn van haar transportbedrijf moet (laten) verwijderen van het perceel en deze verwijderd moet (laten) houden. [verzoekster] exploiteert een champignonkwekerij op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Hoenzadriel. Zij exploiteert ook een transportbedrijf. Zij parkeert vrachtwagens van het transportbedrijf op de parkeerplaats van de champignonkwekerij op het perceel [locatie 2] (hierna: het perceel). Om dat parkeren mogelijk te maken, heeft [verzoekster] een verharding van meer dan 1000 m2 aangebracht. [partij] woont op het nabijgelegen perceel [locatie 3]. Zij heeft een verzoek om handhaving ingediend tegen het parkeren van vrachtwagens van het transportbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4406
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405651/2/R4

202406305/1/V3 en 202406305/2/V3

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4435
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406305/1/V3 en 202406305/2/V3

202406444/1/V3 en 202406444/2/V3

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4436
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406444/1/V3 en 202406444/2/V3

202406450/1/V2 en 202406450/2/V2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4422
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406450/1/V2 en 202406450/2/V2

202406466/1/V2 en 202406466/2/V2

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4423
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406466/1/V2 en 202406466/2/V2

BRS.24.000151 en BRS.24.000143

Bij besluit van 30 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 15 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak hebben de staatssecretaris en de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.G. Kleijweg, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4400
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000151 en BRS.24.000143

BRS.24.000263

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4398
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000263

202402407/2/V6

De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2024 in zaak nr. 23/5728. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vertrouwelijke versie van een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het vertrouwelijke, niet geanonimiseerde, stuk kennis zal nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4427
Datum uitspraak
1 november 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402407/2/V6

202206879/2/A3

[verzoeker] heeft gewerkt bij de gemeente Rotterdam. Hij heeft op 20 september 2019 op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming aan de gemeente verzocht om een overzicht van zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt in de organisatie van de gemeente in de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 oktober 2019. Het college heeft met de besluiten van 3 januari 2020 en 30 juni 2020 het verzoek van [verzoeker] gedeeltelijk ingewilligd. Bij de rechtbank was vooral aan de orde of het college aan [verzoeker] inzage had moeten verlenen in meer documenten. De rechtbank heeft, voor zover hier relevant, geoordeeld dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat het niet over meer documenten beschikt waarin de persoonsgegevens van [verzoeker] zijn verwerkt. Ook heeft [verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat de verstrekte overzichten van de verwerking van zijn persoonsgegevens niet volledig zijn, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4546
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202206879/2/A3

202301585/1/V3

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4402
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301585/1/V3

202304474/1/V3

Bij besluit van 5 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4403
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304474/1/V3

202400710/1/V3

Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4404
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400710/1/V3

202400770/1/V1

Bij formulier gedateerd op 8 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam de vreemdeling geïnformeerd dat het de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 20 september 2022 beëindigt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4405
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400770/1/V1

202403589/1/V2

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd en de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, opnieuw ingetrokken. Ook heeft hij opnieuw geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4407
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403589/1/V2

202404185/2/R4

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalten het wijzigingsplan "Landelijk gebied, recreatieterrein ’t Walfort" vastgesteld. Aan de Walfortlaan 4 in Aalten bevindt zich camping 't Walfort. Dime B.V. is eigenaar van de camping en wil die herontwikkelen tot een recreatiepark met recreatiewoningen. Om dit mogelijk te maken, heeft het college het wijzigingsplan vastgesteld. [verzoeker] woont in de buurt van het recreatiepark. Hij heeft geen bezwaar tegen de komst van recreatiewoningen, maar vreest voor overlast door het gebruik van (horeca)voorzieningen door anderen dan de recreanten die nachtverblijf op het recreatiepark hebben. Daarom heeft [verzoeker] beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4401
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404185/2/R4

202405035/1/V3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4408
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405035/1/V3

202405746/1/V3

Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4409
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405746/1/V3

202406006/1/V3

Bij besluit van 9 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4410
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406006/1/V3

202406084/1/V2 en 202406084/2/V2

Bij besluit van 22 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4419
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406084/1/V2 en 202406084/2/V2

202406428/1/V3

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4411
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406428/1/V3

202406535/1/V2

Bij brief van 25 oktober 2024 heeft verzoeker de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om herziening van de uitspraak van 25 oktober 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4413
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406535/1/V2

202306278/2/R1

[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tholen van 19 september 2023 waarbij hun bezwaar tegen het besluit van het college van 8 februari 2023 ongegrond is verklaard. In dat besluit heeft het college aan [appellanten] een last onder dwangsom opgelegd die ertoe strekt dat verscheidene overtredingen op het gebied van bodem en milieu op hun perceel aan de [locatie] in Sint-Maartensdijk ongedaan worden gemaakt. ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. heeft zich op grond van artikel 8:26 van de Awb aangemeld als partij in het geding. Zij heeft een eerste recht van hypotheek op het perceel. De Afdeling heeft ABN AMRO in de gelegenheid gesteld om als partij deel te nemen aan het geding. Vervolgens heeft ABN Amro verzocht om een afschrift van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Het college heeft versies van een aantal gedingstukken met zwartgelakte passages toegezonden aan ABN AMRO en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb de Afdeling medegedeeld dat ABN AMRO geen kennis mag nemen van de ongeschoonde versies van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4428
Datum uitspraak
31 oktober 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306278/2/R1

202305142/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Spapens, advocaat te Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 9 augustus 2023 in zaak nr. NL23.16515.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4348
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305142/1/V1

202305448/3/R2

Bij besluit van 27 mei 2021 heeft het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Boxtel [partij] een last onder dwangsom opgelegd om de bouw van een bijbehorend bouwwerk (de mantelzorgwoning) op het perceel [locatie] in Liempde stil te leggen. Bij twee afzonderlijke besluiten van 25 oktober 2021 heeft college het door [partij] en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4351
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305448/3/R2

202305792/1/V3

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4349
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305792/1/V3

202401116/1/V2

Bij besluit van 12 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4350
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401116/1/V2

202402201/1/V1

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat hij Nederland en de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4352
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402201/1/V1

202402220/1/V3

Bij besluiten van 27 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4353
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402220/1/V3

202404086/2/R4

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Woerden het bestemmingsplan "Woningbouwlocatie Wittlaan 12" vastgesteld. Met het bestemmingsplan "Woningbouwlocatie Wittlaan 12" wordt de bouw van 29 woningen mogelijk gemaakt. Een essentieel onderdeel van het plan is het doortrekken van de fietsroute over het Adriaan Duyckpad, dat ten westen van het plangebied ligt, door het plangebied, om deze fietsroute uiteindelijk met een fietsbrug te verbinden met de buurt ten oosten van het plangebied. Hierdoor zal de fietsroute worden aangesloten op de Cort van der Lindenlaan en de Groen van Prinstererlaan. De beoogde fietsbrug maakt geen onderdeel uit van het plangebied, omdat het daar geldende bestemmingsplan de aanleg daarvan al toestaat. [verzoeker] woont direct ten oosten van het plangebied. Hij vreest dat het verbinden van de fietsroute door middel van een fietsbrug zal leiden tot verkeersgevaarlijke situaties op onder andere de Cort van der Lindenlaan en de Groen van Prinstererlaan en stelt zich op het standpunt dat de gevolgen van de ontsluiting van het plangebied door middel van de beoogde fietsbrug met een verkeersonderzoek hadden moeten worden onderzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4346
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404086/2/R4

202404961/1/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4354
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404961/1/V3

202405627/1/V1

Bij besluit van 7 november 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om de vreemdeling een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4355
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405627/1/V1

202406371/1/V1

Bij besluit van 5 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4356
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406371/1/V1

202406493/1/V2 en 202406493/2/V2

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4421
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406493/1/V2 en 202406493/2/V2

202406503/1/V1

Bij besluit van 7 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4357
Datum uitspraak
30 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406503/1/V1
vorige pagina1...808182...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon