Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202306669/1/A2

Uitspraak 202306669/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4665
Datum uitspraak
4 november 2024
Inhoudsindicatie
De achtergrond van dit geschil is dat het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de tweede aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring heeft afgewezen. De achtergrond van dit geschil is dat het college de tweede aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring heeft afgewezen. Het college heeft zich na het advies dat Argonaut in het kader van de eerste aanvraag na medisch onderzoek van [appellant] heeft gegeven op het standpunt gesteld dat hij niet in staat is om zelfstandig te wonen maar intensieve begeleiding nodig heeft met een vorm van begeleid wonen, en hem geadviseerd daartoe contact op te nemen met het sociaal wijkteam.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202306669/1/A2.
Datum uitspraak: 4 november 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Zaandam, gemeente Zaanstad,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Holland van 29 september 2023 in zaak nr. 23/561 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad

(hierna: het college).

Openbare zitting gehouden op 4 november 2024 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J.M. Willems, voorzitter
Griffier: mr. O. van Loon
Jurist: mr. A.J.Q. Oskam

Verschenen:

Het college, vertegenwoordigd door P. Koenhen en mr. A. Slotboom.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 29 september 2023 van de rechtbank Noord-­Holland.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Motivering

De achtergrond van dit geschil is dat het college de tweede aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring heeft afgewezen. Het college heeft zich na het advies dat Argonaut in het kader van de eerste aanvraag na medisch onderzoek van [appellant] heeft gegeven op het standpunt gesteld dat hij niet in staat is om zelfstandig te wonen maar intensieve begeleiding nodig heeft met een vorm van begeleid wonen, en hem geadviseerd daartoe contact op te nemen met het sociaal wijkteam. Het college heeft geconcludeerd dat het huisvestingsprobleem door [appellant] kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening (artikel 2.5.5, eerste lid en onder d, van de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2021). De rechtbank is van oordeel dat het college om deze reden geen aanleiding heeft hoeven zien om de urgentieverklaring te verlenen. Zij is [appellant] niet gevolgd in zijn stelling dat het sociaal wijkteam en het Leger des Heils hem niet willen helpen, omdat uit het dossier blijkt dat - zoals het college ook zegt - [appellant] begeleiding niet accepteert, afspraken niet nakomt en geen medewerking verleent om tot een oplossing te komen.

De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de motivering daarvan, onder overwegingen 5.1 tot en met 5.3, en ziet geen aanleiding om anders te oordelen.

Het hoger beroep is ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loon
griffier

284-1067


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon