Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.718
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404663/1/V3

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3463
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404663/1/V3

202404696/1/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.T.V. Le, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3452
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404696/1/V3

202404870/1/V2 en 202404870/2/V2

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. Ook heeft hij geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 10 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Alkir, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3453
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404870/1/V2 en 202404870/2/V2

202405255/1/V1 en 202405255/2/V1

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3460
Datum uitspraak
27 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405255/1/V1 en 202405255/2/V1

202202335/4/R2

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Roermond het bestemmingsplan "Melickerveld 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een nieuwe woonwijk mogelijk aan de rand van Roermond met maximaal 468 woningen. [verzoeker sub 2] woont in het plangebied en [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 3] en [verzoeker sub 4] wonen ieder in de buurt van het plangebied. Zij maken zich zorgen over de omvang van het plan en het aantal woningen dat het mogelijk maakt. NMF Limburg en andere vinden de locatie ongeschikt als bouwlocatie en maken zich vooral zorgen over de gevolgen die het plan heeft op de flora en fauna van het gebied. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Volgens hen bestaat spoedeisend belang, omdat in september zal worden gestart met het kappen van 136 bomen en de grond van deelgebied 1 bouwrijp zal worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3444
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202202335/4/R2

202302765/4/R4

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "De Bongerd, Hattem" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van de woonzorglocatie "De Bongerd". Hier staat nu een zorggebouw, een gebouw met aanleunwoningen en een woongebouw. In totaal zijn er 96 wooneenheden. De herontwikkeling houdt in dat er in plaats daarvan drie gebouwen met in totaal 129 (gasloze) wooneenheden worden gebouwd. In gebouw A komen 63 zorgwoningen, in gebouw B 30 sociale huurwoningen en 11 vrije sector woningen en in gebouw C 25 vrije sector woningen. De Vereniging Landschap en Milieu Hattem e.o. verzoekt de voorzieningenrechter om de vaststellingsbesluiten te schorsen zodat lopende de bodemprocedure geen omgevingsvergunning op grond van het plan kan worden verleend voor het bouwen van de wooneenheden. Zij vindt dat de gevolgen van het plan voor de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden "Rijntakken" en "Veluwe" niet goed zijn onderzocht. De Vereniging betoogt dat de verkeersgeneratie in de referentiesituatie is overschat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3447
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302765/4/R4

202403457/1/V3

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 3 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Schoneveld, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3450
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403457/1/V3

202403782/2/V3

Bij besluiten van 9 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3440
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403782/2/V3

202404061/1/V3 en 202404061/2/V3

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 26 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst, advocaat in Veenendaal, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3451
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404061/1/V3 en 202404061/2/V3

202404788/2/R2

Bij besluit van 12 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk [verzoeker] opgedragen om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bestemmingsplannen "Woonwijken Zevenbergen" en "Veegplan kernen 2017" te beëindigen en beëindigd houden. Als [verzoeker] dat niet doet, dan moet hij een dwangsom van € 10.000,00 per constatering per woning betalen. [verzoeker] is eigenaar van vijf woningen die hij verhuurt aan een bedrijf dat in die woningen groepen arbeidsmigranten huisvest die er in wisselende samenstelling tijdelijk verblijven. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat deze wijze van huisvesting volgens hem in strijd is met het bestemmingsplan. [verzoeker] is het daarmee niet eens, omdat het college volgens hem een verkeerde invulling geeft aan het begrip ‘huishouden’ in het bestemmingsplan. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de last onder dwangsom wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3443
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404788/2/R2

202404995/1/V3

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3426
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404995/1/V3

202405087/1/V2

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 7 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. B.G. Smouter, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3448
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405087/1/V2

BRS.24.000261

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3436
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000261

202200244/1/R3

De hoger beroepen richten zich tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter in zaken nrs. 21/5837 en 21/7149 over een aan Patrizia Den Haag 3 Coöperatief op 21 december 2020 verleende omgevingsvergunning, die bij besluit van 5 augustus 2021 in stand is gebleven, en tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter in zaak nr. 21/7150 over een op 25 oktober 2021 aan Patrizia Den Haag 3 Coöperatief verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3528
Datum uitspraak
26 augustus 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200244/1/R3

202306238/1/V1

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3439
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306238/1/V1

202404103/2/R4

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hellendoorn beslist dat [verzoekster] een milieueffectrapport moet maken. [verzoekster] exploiteert een varkenshouderij aan de [locatie] in Daarle. Op grond van de geldende omgevingsvergunning mag zij 6.300 varkens houden, verdeeld over twee stallen. [verzoekster] wil de varkens ruimer huisvesten om een Beter Leven-keurmerk te krijgen. Zij heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een derde stal. Het aantal varkens in de inrichting blijft volgens de aanvraag gelijk. In de nieuwe stal (met stalsysteem D 3.2.7.1.1) zullen 1.980 varkens worden gehouden. In de twee bestaande stallen (met stalsysteem D 3.2.7.2.1) zullen elk 2.160 varkens worden gehouden. Naar aanleiding van de door [verzoekster] ingediende notitie "Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling/bijlagen milieu" heeft het college bij het besluit van 4 oktober 2023 (hierna: het m.e.r.-beoordelingsbesluit) beslist dat [verzoekster] een milieueffectrapport moet maken. Vanwege (onzekerheid over) de ammoniakemissie uit de stallen kan volgens het college niet worden uitgesloten dat de activiteit significante negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden, zodat evenmin kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen met zich brengt. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning is daarom een milieueffectrapport vereist, aldus het m.e.r.-beoordelingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3437
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202404103/2/R4

BRS.24.000193

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3422
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000193

BRS.24.000271

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3378
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000271

202401491/1/A2

Bij beslissing van 20 december 2023 heeft de examencommissie Mondzorgkunde van de Hogeschool Inholland vastgesteld dat [appellante] bij de opleiding tot mondhygiënist fraude heeft gepleegd bij de toets Tandheelkundige radiologie (3015BA213A), deze toets ongeldig verklaard en haar één studiejaar uitgesloten van deelname aan tentamens.Deze toets is afgenomen in twee shifts. [appellante] heeft deelgenomen aan de eerste shift. Bij controle van de resultaten van de toets heeft de examencommissie onregelmatigheden geconstateerd. Zo heeft de examencommissie geconstateerd dat de antwoorden van de toets van [appellante] identiek zijn aan die van een andere student in de tweede shift, en dat haar loggegevens van de toets afwijkend zijn. [appellante] heeft geen verklaring kunnen geven voor de door de examencommissie geconstateerde onregelmatigheden. Desgevraagd heeft zij toegelicht dat de vreemde loggegevens het gevolg kunnen zijn van het inzoomen op foto’s. Verder heeft zij toegelicht dat zij na afronding van de toets geen contact heeft gehad met studenten uit de tweede shift omdat zij meteen naar haar stage moest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3442
Datum uitspraak
23 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401491/1/A2

202206807/1/V3

Bij besluit van 16 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en bepaald dat hij Nederland binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3430
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206807/1/V3

202304558/1/V3

Bij besluit van 14 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3368
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304558/1/V3

202307951/1/V3

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3435
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307951/1/V3

202402103/2/R1

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Tholen het bestemmingsplan "Molenweg, Kerk, Zorg en Welzijn te Oud-Vossemeer" vastgesteld. Het plangebied ligt aan weerszijden van de Molenweg in Oud-Vossemeer en maakt meerdere ontwikkelingen mogelijk. Het gaat hierbij onder meer om de realisatie van een kerkgebouw, een woon-zorgcomplex met 24 kamers, 10 seniorenappartementen en het bieden van overnachtingsmogelijkheden en ondergeschikte horeca ter plaatse van de duikschool. [verzoeker] en anderen wonen aan de Molenweg en Onder de Molen in nabijheid van het plangebied en kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen. Zij vrezen met name verkeershinder door de toename van het verkeer en voor parkeeroverlast als gevolg van de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan te schorsen totdat door de Afdeling uitspraak is gedaan in de bodemprocedure om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3376
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202402103/2/R1

202404047/1/V3

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gemachtigde van de vreemdeling desgevraagd niet heeft laten weten dat zij nog contact met hem heeft. De vreemdeling wil herziening van deze uitspraak. Hij voert daarvoor aan dat hij op 1 februari 2024 een brief aan de Afdeling heeft verzonden waarin hij heeft vermeld dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat hij met onbekende bestemming is vertrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3433
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404047/1/V3

202404319/1/V3 en 202404319/2/V3

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3432
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404319/1/V3 en 202404319/2/V3

202404781/2/V2

Bij besluiten van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3434
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404781/2/V2

202404961/2/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 31 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3449
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404961/2/V3

202405057/1/V2 en 202405057/2/V2

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3431
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405057/1/V2 en 202405057/2/V2

202405194/1/V3 en 202405194/2/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3438
Datum uitspraak
22 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405194/1/V3 en 202405194/2/V3

202303543/1/V2

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3339
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303543/1/V2

202304105/1/V2

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3340
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304105/1/V2

202307026/1/V2

Bij besluit van 2 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3369
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307026/1/V2

202307635/1/V2

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3341
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307635/1/V2

202307823/1/V2

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3445
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307823/1/V2

202402546/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3342
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402546/1/V2

202402919/1/V2

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3343
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402919/1/V2

202403090/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3373
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403090/1/V3

202403877/1/V1

Bij brief van 24 juni 2024 heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 16 mei 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3375
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403877/1/V1

202404698/1/V1 en 202404698/2/V1

Bij besluit van 31 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 1 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk verklaard, en het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 31 januari 2024, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3372
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404698/1/V1 en 202404698/2/V1

202404816/2/V1

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3427
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404816/2/V1

202404986/2/V1

Bij besluit van 24 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3429
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404986/2/V1

202001908/1/A2

Bij besluit van 13 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [appellant sub 2] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal vier personen. [appellant sub 2] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het omzetten van deze zelfstandige woning in vier onzelfstandige wooneenheden. Het college heeft de aanvraag geweigerd, omdat niet wordt voldaan aan het overgangsrecht en de fysieke toets van de ‘Beleidsregels omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte Nijmegen 2018 B’. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit van 7 december 2018 onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2020 gegrond verklaard. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat artikel 12 van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 onverbindend is wegens strijd met artikel 2 van de Huisvestingswet 2014, omdat de noodzaak voor het vergunningenstelsel gebrekkig is onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3392
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001908/1/A2

202001950/1/A2

Bij besluit van 31 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie A] in Nijmegen in maximaal zes onzelfstandige woonruimten. Bij besluit van 14 maart 2019 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 14 maart 2019 onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:398) gegrond verklaard. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat artikel 12 van de Hvv 2019 onverbindend is wegens strijd met artikel 2 van de Huisvestingswet 2014, omdat de noodzaak voor het vergunningenstelsel onvoldoende is onderbouwd. Het college kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank en betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat artikel 12 van de Hvv 2019 onverbindend is. Aan de vergunningplicht ligt, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, wel een onderbouwing ten grondslag die voldoet aan de in de Huisvestingswet 2014 gestelde eisen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3393
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202001950/1/A2

202103312/4/A3

Bij tussenuitspraak van 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3028, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de minister van Defensie opgedragen om met inachtneming van wat in overweging 6.3 van die uitspraak is overwogen het gebrek in de besluiten van 7 november 2019 en 3 december 2019 te herstellen door - nadat [appellant] de gelegenheid is geboden zijn verzoek nader te beperken en suggesties te doen als bedoeld in overweging 11 - een nieuwe zoekslag te verrichten om te onderzoeken of de documenten waar [appellant] om heeft verzocht al dan niet kunnen worden verstrekt en de Afdeling binnen zestien weken na verzending van deze tussenuitspraak te berichten over de uitkomst daarvan. De minister heeft een nieuwe zoekslag verricht en twee documenten aangetroffen. Het gaat om een document over het onderwerp MARINEE en een document over operatie Fatima. De minister heeft besloten die documenten gedeeltelijk aan [appellant] te verstrekken. De gegevens die hij niet heeft verstrekt, zijn geweigerd omdat zij buiten de reikwijdte van het verzoek vallen of onleesbaar zijn, of omdat zij persoonsgegevens of actuele werkwijzen betreffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3398
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202103312/4/A3

202105877/1/R2

Bij besluit van 22 mei 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden tegen het verbreden van een bestaande put (put 1), het aanleggen van een nieuwe put (put 2) en het gebruik van beide putten nabij het Natura 2000-gebied "Holtingerveld" door [appellante sub 1], afgewezen wat betreft put 1. Wat betreft put 2 heeft het college het verzoek toegewezen en een last onder dwangsom opgelegd aan [appellante sub 1]. Op het perceel M972 is in 1998 een waterput (put 1) aangelegd. [appellante sub 1] gebruikt deze put vanaf 2018 voor de (bollen)teelt. Op perceel M558 heeft [appellante sub 1] in maart 2019 een waterput (put 2) laten aanleggen en in gebruik genomen ten behoeve van de (bollen)teelt. [appellant sub 2] woont aan de [locatie] in Uffelte, gelegen in het Natura 2000-gebied "Holtingerveld" en heeft verzocht om handhavend optreden tegen het gebruik van de putten, de verbreding van put 1 en de aanleg van put 2, omdat niet is uitgesloten dat de grondwateronttrekking kan leiden tot significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied Holtingerveld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3388
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202105877/1/R2

202106746/1/R4

Bij besluit van 28 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen het handhavingsverzoek van [appellant] en [persoon A] met betrekking tot de bouw van hun woning aan de [locatie A] te Vinkeveen afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Vinkeveen. Zijn woning is gebouwd door [bouwbedrijf]. Tijdens de bouw van de woning heeft hij het college verzocht om tegen [bouwbedrijf] handhavend op te treden wegens overtreding van onder andere de Wabo en het Bouwbesluit 2012. Het college heeft dit verzoek afgewezen en de afwijzing in het besluit op bezwaar gehandhaafd, onder aanvulling van de motivering. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn zaak. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Hij voert aan dat hij wel belang heeft, omdat hij schade heeft geleden die hij op de gemeente wil verhalen in een civiele procedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3394
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106746/1/R4

202107665/1/R3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Oranjebonnen" vastgesteld. Oranjebonnen is de aanduiding voor de Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolder tussen Hoek van Holland en Maassluis. Het plan voorziet in de mogelijkheid om in dit agrarische gebied ruimte te bieden voor natuurontwikkeling en recreatieve voorzieningen, waarbij ook wordt ingezet op het versterken van de beleving van het gebied door behoud en ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het gaat om 128 ha nieuwe natuur waarvan 30 ha is bestemd voor de functie natuurbegraven. Het bestemmingsplan maakt op drie verschillende locaties tussen het Staelduinse bos en de Bonnenweg natuurbegraven mogelijk. Appellanten zijn het er niet mee eens zijn het er niet mee eens dat binnen het plangebied natuurbegraven mogelijk wordt gemaakt. Zij vrezen dat het natuurbegraven een negatieve invloed zal hebben op de mogelijkheden voor hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3413
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202107665/1/R3

202200297/1/R4

Bij besluit van 15 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weesp, thans: Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghoudster] voor de uitbreiding van de bedrijfshal op het perceel [locatie 1] te Weesp en om gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen". [vergunninghoudster] is gevestigd op het perceel. [appellant] en anderen zijn eigenaar of gebruiker van de aan de oostzijde van het perceel gelegen percelen [locatie 2] tot en met [locatie 3] in Weesp. [appellant] woont in een bedrijfswoning aan de [locatie 4] op ongeveer 37 m afstand van het perceel. De gronden tussen de bedrijfswoning en het perceel zijn volledig bebouwd. De bedrijfshal beslaat een groot gedeelte van het perceel. De uitbreiding van de bestaande bedrijfshal wordt gerealiseerd op een nu nog onbebouwd gedeelte van het perceel dat grenst aan de percelen [locatie 5] en [locatie 3].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3391
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202200297/1/R4

202201168/1/R2

Bij besluit van 2 december 2021 heeft de raad van de gemeente Beek het bestemmingsplan "Landgoed Looiwinkel Spaubeek" vastgesteld. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een landgoed waarbij vijf luxe vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Het plangebied is gesitueerd aan de westzijde van de kern Spaubeek, ten zuiden van de Looiwinkelstraat. Een groot deel van het plangebied wordt openbaar toegankelijk en verder ontwikkeld tot een landschap met natuurwaarden. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie A] in Spaubeek. Hij is het niet eens met het plan, omdat het volgens hem niet voldoet aan het provinciale beleid, waaronder het Limburgs kwaliteitsmenu. Daarnaast is de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan "Stedenbouwkundige afronding westelijke dorpsrand Spaubeek" van 8 januari 2016 volgens hem niet voldoende geborgd. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie B] in Spaubeek. Hij is het niet eens met het plan, omdat het volgens hem niet voldoet aan het provinciale beleid, waaronder het LKM, en het gemeentelijke beleid. Bovendien bevat het plan volgens hem onduidelijkheden en strijdigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3421
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202201168/1/R2

202201293/1/R3

Bij besluit van 1 november 2021 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het bestemmingsplan "Foarstrjitte 49, De Westereen" vastgesteld. Aanleiding voor het plan is de wens om de bestaande Poiesz supermarkt aan de Foarstrjitte 49 te slopen, om in plaats hiervan op een gedeelte van het achterliggende stuk agrarisch land een nieuwe supermarkt van ongeveer 1.450 m2 brutovloeroppervlakte te realiseren. Het plan biedt hiervoor het juridisch-planologisch kader. [appellant] woont aan de [locatie] op het perceel, kadastraal bekend als Veenwouden H760. Hij heeft ook het perceel, kadastraal bekend als Veenwouden H693, in eigendom. Het kadastrale perceel Veenwouden H693 gebruikt [appellant] om paarden te weiden. Hij vindt dat het plan leidt tot een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en een aantasting van zijn woongenot. Daarom heeft hij beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3401
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202201293/1/R3

202201909/1/A3

Bij besluit van 17 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant A] en [appellant B] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant A] en [appellant B] woonden tot 27 februari 2017 met hun vijf minderjarige kinderen in een caravan op een terrein aan de Riekerweg in Amsterdam. Het college heeft de hieraan ten grondslag liggende huurovereenkomst ontbonden, omdat [appellant A] en [appellant B] de huurprijs niet betaalden. Zij hebben, vanwege hun minderjarige kinderen, van het college nog een laatste aanbod gekregen om aanspraak te maken op een andere verblijfplaats. Op 23 augustus 2017 hebben partijen een intentieverklaring ondertekend, waarin aan [appellant A] en [appellant B] een perceel aan de Johan Broedeletstraat werd aangeboden. Dit aanbod gold uitsluitend onder naleving van de volgende voorwaarden: [appellanten] verlenen medewerking aan de begeleiding en zorg van hulpverleningsinstanties; De leerplichtige kinderen gaan naar school; [appellanten] houden zich aan de regels van de scholen en de Leerplichtwet; [appellanten] en hun kinderen laten zich registreren in de gemeentelijke basisadministratie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3379
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201909/1/A3

202201912/1/R4

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard het wijzigingsplan "Huissen groenstroken Zilverkamp" vastgesteld. Tussen de wijk Zilverkamp en Park Holthuizen in Huissen bevindt zich een groenstrook met een oppervlakte van ongeveer 30.000 m². Het grootse deel van deze groenstrook is eigendom van de gemeente. Deze percelen zijn eigendom van de onderscheidenlijke eigenaren van aangrenzende woonpercelen. De gezamenlijk oppervlakte van de 15 percelen is ongeveer 2.225 m². In het bestemmingsplan "Kom Huissen" is aan de hiervoor genoemde groenstrook de bestemming "Groen-Waterberging" toegekend. Met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 13.6.1 van de planregels van dit bestemmingsplan heeft het college aan de hiervoor genoemde 15 percelen de bestemming "Wonen" toegekend, met de aanduiding "erf". [appellant] woont op het perceel [locatie 1] in Huissen. Hij komt op tegen het toekennen van de woonbestemming aan gronden bij de percelen [locatie 2] en [locatie 3], die voorheen deel uitmaakten van de groenstrook, omdat volgens hem hierdoor het groene karakter van de wijk ernstig wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3402
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201912/1/R4

202202408/1/R4

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Merwedekanaalzone deelgebied 5, Europalaan fase 1" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op een gebied langs het Merwedekanaal in Utrecht. Het gebied tussen het Merwedekanaal en de Europalaan, aangeduid als de Merwedekanaalzone, heeft de gemeente Utrecht aangewezen als ontwikkelingsgebied. Het plan ziet op deelgebied 5 en wordt aangeduid als de wijk "Merwede". Met het voorliggende plan wil de raad een herontwikkeling van het gebied mogelijk maken naar een gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. Een groot deel van de gronden van het plangebied heeft daarom de functie "Gemengd", waar maximaal 4.250 woningen mogen worden gebouwd en waarbinnen ook ruimte is voor niet-woonfuncties zoals detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. [appellant sub 1] en anderen zijn een groep van vier omwonenden. Zij wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Hun gronden zijn opgenomen in het plangebied en hebben de functie "Wonen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3403
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202408/1/R4

202204849/1/R1

Bij besluit van 6 oktober 2020 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek van [appellant] om handhaving tegen een overtreding van artikel 4.3, onder d, van de Keur voor waterschap Hollandse Delta afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in [plaats]. Hij heeft op 6 april 2020 een verzoek gedaan om handhavend op te treden tegen een heg op het perceel aan de [locatie 2] in [plaats]. Op de zitting van de Afdeling heeft [appellant] de reden achter zijn handhavingsverzoek toegelicht. Hij vreest voor ongelukken, onder meer vanwege beperkt overzicht ter plaatse van de heg. In de omgeving fietsen veel jongeren en [appellant] rijdt met een tractor van en naar zijn percelen. Een personeelslid van hem is ter plaatse al eens op de fiets aangereden. Het college heeft het verzoek om handhaving afgewezen, omdat er geen sprake is van een overtreding. Volgens het college staat de heg niet in de obstakelvrije zone en is de heg teruggesnoeid tot de toegestane hoogte van 75 centimeter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3318
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204849/1/R1

202205954/1/A3

Bij besluit van 7 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert voorschriften verbonden aan een van rechtswege verleende parkeerontheffing. Het college heeft bij het besluit van 7 januari 2021 nadere voorschriften verbonden aan een op grond van artikel 5:8, vijfde en zesde lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Zundert 2020 van rechtswege verleende parkeerontheffing. De voorschriften houden in dat de ontheffing voor een periode van één jaar wordt verleend en dat de ontheffing uitsluitend van toepassing is voor het parkeerterrein tegenover de Grote Heistraat 4b tot en met 6. Bij het besluit van 6 juli 2021 wordt ook toegestaan te parkeren op de parkeerplaatsen aan De Ambachten en bedrijventerrein De Waterman. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college geen voorschriften heeft mogen verbinden aan de ontheffing van rechtswege. Omdat [appellant sub 2] daarom over een parkeerontheffing zonder voorschriften beschikte, heeft hij artikel 5:8, eerste of tweede lid, van de APV niet overtreden. De ontheffing geldt niet voor de artikelen 5:2 en 5:9 van de APV. Het college was dan ook niet bevoegd een dwangsom op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3412
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205954/1/A3

202206141/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen een aanvraag van [appellant] om vergoeding van planschade afgewezen. In deze zaak is in geschil of [appellant] als gevolg van de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 6 mei 2003 vastgestelde bestemmingsplan Binnenring planschade heeft geleden in de vorm van waardevermindering van het perceel, kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie B, nr. 8264, en zo ja, of deze schade voor zijn rekening moet blijven. Het perceel is onderdeel van het kampeerbedrijf met daarbij behorende opstallen en gronden aan de Musschenbroek te Heerlen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3384
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202206141/1/A2

202206725/1/R1

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon het verzoek van [partij], gevestigd te Nieuwe Niedorp, en waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B], om handhavend op te treden tegen bewoning van een bijgebouw op het perceel aan de [locatie 1] te Nieuwe Niedorp afgewezen. Op het perceel staat een boerderij. Hier wonen de ouders van [appellant sub 2] en haar [grootmoeder]. Achter op het perceel staat een stacaravan. Hierin wonen [appellant sub 2] en haar [partner]. Op het perceel rust op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "[locatie 1] te Nieuwe Niedorp" de bestemming "Agrarisch met waarden" en de dubbelbestemmingen "Waarde-Archeologie 4" en "Waterstaat-Waterkering". [partij] woont, en is met zijn bedrijf gevestigd, op het naastgelegen perceel aan de [locatie 2]. [partij] heeft op 19 oktober 2020 een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen bewoning van de stacaravan in strijd met de bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3406
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206725/1/R1

202300011/1/R1

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta [appellant] gelast om de overtreding met betrekking tot de watergang op het perceel [locatie] in [plaats] binnen een week na verzending van dit besluit te beëindigen onder oplegging van een dwangsom van € 1.500,00 per dag, met een maximum van € 7.500,00. Een toezichthouder van het college heeft op 15 en 18 januari 2022 geconstateerd dat er zonder vergunning werkzaamheden zijn uitgevoerd aan de watergang met kenmerk W27008/W97006 ter hoogte van het adres [locatie] in [plaats]. Het gaat om het dempen van de watergang met grond en het aanbrengen van wilgenstekken in de beschermingszone. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] deze werkzaamheden heeft uitgevoerd. Het college heeft [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtreding te beëindigen door de aangebrachte grond te verwijderen en de watergang te herstellen. In bezwaar is het college niet van gedachten veranderd en heeft het de last onder dwangsom gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] daartegen ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3387
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300011/1/R1

202300734/1/A2

Bij besluit van 29 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een boete van € 20.500,- opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken aan de woningvoorraad van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. [appellante] is eigenaresse van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De Woning is gelegen op de eerste etage, aan de achterzijde van het pand, en bestaat uit één kamer. De Woning heeft een oppervlakte van 39 m2. Op de begane grond van het pand is een kookschool, [naam kookschool], gevestigd. appellant] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van [appellante]. Op 2 december 2019 hebben twee toezichthouders van de gemeente Amsterdam de Woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dit bezoek is opgemaakt blijkt onder meer dat zich in de Woning twee Franse toeristen bevonden, een man en een vrouw. Uit het boekingsbewijs dat de vrouw heeft laten zien, blijkt dat zij de Woning voor de periode van 29 november 2019 tot en met 2 december 2019 hebben geboekt voor vier personen en daar € 679,77 voor hebben betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3415
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300734/1/A2

202301049/1/A2

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete opgelegd van € 11.600 wegens het handelen in strijd met artikel 24 van de Huisvestingswet 2014. [appellante] huurt de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning met een oppervlakte van 153 m2, bestaat uit drie bouwlagen en heeft zeven kamers. Op het adres staan drie personen ingeschreven in de Basisregistratie Personen, waaronder [appellante]. [appellante] heeft een vergunning voor vakantieverhuur. De woning wordt aangeboden via airbnb.nl. Volgens het college heeft een toezichthouder in september 2020 digitaal onderzoek gedaan naar de woning waarbij is gebleken dat deze voor zes personen te huur wordt aangeboden op Airbnb. De voornaam van de host die wordt genoemd in recensies komt overeen met de voornaam van [appellante]. De toezichthouder heeft verder geconstateerd dat de woning in augustus 2020 aan vijf personen is verhuurd. Volgens het college heeft [appellante] daarmee in strijd gehandeld met de voorwaarden van de vergunning voor vakantieverhuur. Niet is voldaan aan de voorwaarde dat aan maximaal vier toeristen mag worden verhuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3416
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301049/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301049/1/A2

202301715/1/A2

Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort een aanvraag van [appellanten] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellanten] hebben op 12 september 2006 de woning aan de [locatie] te Amersfoort gekocht. Met het aanvraagformulier van 16 maart 2020 hebben zij het college verzocht om tegemoetkoming in de planschade die zij stellen te hebben geleden door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Westelijke ontsluiting van 11 oktober 2016 en de omgevingsvergunning van 20 december 2016. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in een verbetering van de verkeerskundige ontsluiting en de doorstroming van het verkeer aan de westkant van Amersfoort. Dit bestemmingsplan maakt een nieuwe weg mogelijk die loopt vanaf de Stichtse Rotonde, verdiept liggend via het kazerneterrein van de Bernhardkazerne en parallel aan de Aletta Jacobslaan, met een fietsviaduct en een tunnel onder het spoor door en vervolgens via het bestaande wegtracé van de Barchman Wuytierslaan. De woning grenst aan het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3385
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301715/1/A2

202301845/1/R1

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland aan [partij] omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een buitenunit voor een airco aan de westgevel van de woning [locatie 1] te Zierikzee. [appellant woont op het perceel [locatie 2] te Zierikzee dat is gelegen ten noorden van de woning waar de vergunde buitenunit is voorzien.[appellant] vreest geluidoverlast als gevolg van de buitenunit. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de buitenunit voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. [appellant betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de buitenunit niet voldoet aan artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3380
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301845/1/R1

202301857/2/R3

Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de vraag welke gevolgen een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan hebben. Het gaat dan specifiek om gevallen waarin het bestuursorgaan ondanks het gewekte vertrouwen aan andere, zwaarder wegende belangen voorrang geeft en er voor het bestuursorgaan een verplichting kan ontstaan om schade te vergoeden aan degene bij wie het vertrouwen is gewekt. Aanleiding voor het vragen van de conclusie is een rechtszaak die bij de Afdeling bestuursrechtspraak speelt over het intrekken van een vergunning voor het bouwen van een rijhal in Nieuw Bergen (Limburg). Een eerdere conclusie leidde in mei 2019 tot een uitspraak over het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht. In die uitspraak is een stappenplan uiteengezet. Stap 1. is dat er een toezegging moet zijn gedaan. In stap 2. komt de vraag aan de orde of de toezegging kan worden toegerekend aan bestuursorgaan en in de stap 3. gaat het om de gevolgen van een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. De conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders van vandaag gaat over deze derde stap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3420
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Conclusie
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301857/2/R3

202302464/1/R1

Bij besluit van 16 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning op het perceel Veestraat (ongenummerd) te Swalmen. [vergunninghouder] heeft een aanvraag gedaan om een omgevingsvergunning om een vrijstaande levensloopbestendige woning te bouwen op het perceel Veestraat (ongenummerd) te Swalmen. Het college heeft de vergunning verleend. [appellante] woont op het naastgelegen perceel en is het niet eens met de vergunning. Zij heeft daarom beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft dit beroep ongegrond verklaard. Ten tijde van het nemen van het besluit gold het bestemmingsplan "Kern Swalmen". Het perceel had de bestemming "Agrarisch". Het bouwplan was in strijd met deze bestemming. In de bestemmingsomschrijving stond namelijk dat de voor "Agrarisch" aangewezen gronden bestemd zijn voor grondgebonden agrarisch gebruik. Het college heeft aan [vergunninghouder], met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo, de vergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3404
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302464/1/R1

202302747/1/R3

Bij besluit van 21 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder hogere waarden vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Kruispunt Katwijkerlaan/ Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg". Uit het akoestisch onderzoek "Herinrichting kruising Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg/Katwijkerlaan in Pijnacker" is gebleken dat de geluidbelasting als gevolg van de beoogde reconstructie van het kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg met 2,6 dB toeneemt op de voorgevel van de woning aan de [locatie], zodat sprake is van een reconstructie als bedoeld in de Wgh. In het besluit staat dat bron- en overdrachtsmaatregelen ter verlaging van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn gebleken of afstuiten op bezwaren van stedenbouwkundige of financiële aard. Om deze reden is een hogere waarde van 51 dB vastgesteld op de voorgevel. [appellant] betoogt dat het bestreden besluit in strijd is met de "Nota Hogere grenswaarden gemeente Pijnacker-Nootdorp", waarin ambities en grenswaarden zijn opgenomen voor wegverkeerslawaai.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3304
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202302747/1/R3

202303000/1/R1 en 202303033/1/R1

Bij besluit van 17 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen, uitbreiden en het wijzigen van het gebruik van het voormalige gemeentehuis in Oosthuizen en het plaatsen van reclame. In de noordoostvleugel van het voormalige gemeentehuis aan de Raadhuisstraat 24 in Oosthuizen wil [vergunninghouder] een café/restaurant en snackbar beginnen. [persoon] wil in dit deel van het gebouw een (afhaal)pizzeria gaan exploiteren. Om het café/restaurant, de snackbar en de (afhaal)pizzeria te kunnen realiseren heeft [vergunninghouder] een aanvraag gedaan om een vergunning bij het college. Het college heeft de vergunning verleend. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen op korte afstand van het voormalige gemeentehuis en zijn het er niet mee eens dat een deel van dit gebouw zal worden gebruikt voor horecadoeleinden. De rechtbank heeft de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] tegen het besluit van 10 november 2021 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3405
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303000/1/R1 en 202303033/1/R1

202303002/1/R2

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Zorgvlied 2008, 5e herziening (Van Limburg Stirumlaan)" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een appartementencomplex, genaamd "De Baron", met maximaal 252 woningen mogelijk. De bouwhoogtes van de verschillende onderdelen van het U-vormige gebouw variëren. De laagste maximum bouwhoogte is 9 m en de hoogste 33 m (aan de zuidoostzijde). De huidige bebouwing wordt gesloopt. Het plangebied ligt in de kruising van de Baroniebaan en Ringbaan-West, tussen de wijken Zorgvlied en De Blaak. De Wijkvereniging kan zich niet met het plan verenigen, in het bijzonder vanwege de parkeerdruk in de omgeving en het verloop van de planprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3386
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202303002/1/R2

202303028/1/R1

Bij besluit van 18 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan de gemeente Zaanstad een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een hockeycomplex aan de Fortuinweg 1A te Zaandijk. De gemeente Zaanstad is eigenaar van enkele percelen ten oosten van de Fortuinweg en ten noorden van het Guishof in Zaandijk. De percelen liggen op een afstand van ongeveer 230 m van het Natura 2000-gebied "Polder Westzaan". Het Natura 2000-gebied "Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder" ligt op grotere afstand van de percelen. Het bestemmingsplan staat op de percelen geen hockeycomplex toe. De gemeente Zaanstad heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om op deze percelen een hockeycomplex te realiseren dat bestaat uit drie hockeyvelden, sporttoestellen, straatmeubilair, een fietsenstalling en parkeerplaatsen. KMZ is een vereniging die als doel heeft het bevorderen van het welzijn door te waken tegen aantasting van het milieu in de Zaanstreek en het milieubeheer daar te bevorderen. Zij vreest dat de realisering en het gebruik van het hockeycomplex negatieve gevolgen heeft voor de meervleermuis en voor de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3417
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303028/1/R1

202303051/1/A2

Bij uitspraak van 10 mei 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1843) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2022 in zaak nr. 20/6042 ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. In de uitspraak van 10 mei 2023 heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank in haar uitspraak van 7 april 2022 terecht het beroep van [verzoeker] ongegrond had verklaard. Het geschil in die zaak betrof de vraag of de Belastingdienst/Toeslagen terecht de zorgtoeslag van [verzoeker] over de jaren 2016 en 2017 op nihil had vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3396
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303051/1/A2

202303643/1/R3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Kruispunt Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg/Vlielandseweg" vastgesteld. Het plan voorziet in de herinrichting van het kruispunt Vlielandseweg/Katwijkerlaan/Nieuwkoopseweg met als doel een verkeersveiliger kruispunt. [appellante] is gevestigd aan de [locatie 1]. [partijen] wonen aan de [locatie 2]. Zij vinden dat met de herinrichting van het kruispunt onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. Zij betogen dat zij meer geluidoverlast zullen ervaren als gevolg van het plan en dat het plan niet uitvoerbaar is door een evidente privaatrechtelijke belemmering. [appellante] en anderen richten zich tegen de verlegging van de huidige kruinlijn van de waterkering Nieuwkoopseweg. Zij vrezen dat de bestaande wateroverlast hierdoor zal toenemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3317
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202303643/1/R3

202304767/1/A2

Bij uitspraak van 18 januari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:186) heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2021 in zaak nr. 21/1156 vernietigd en het besluit van het college van 18 januari 2021 vernietigd. [appellant] heeft twee aanvragen gedaan om omzettingsvergunningen te verlenen voor de woningen op de adressen [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4] in Amsterdam. Het gaat om vier zelfstandige woningen verdeeld over twee panden aan het Koopvaardersplantsoen in de wijk Banne-Zuid die [appellant] wil omzetten naar twaalf onzelfstandige woonruimten. Omdat het college te laat heeft beslist op de aanvragen, zijn de vergunningen van rechtswege verleend. Een derdebelanghebbende, [partij], heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Naar aanleiding hiervan zijn bij besluit van 18 januari 2021 de vergunningen ingetrokken en is alsnog geweigerd de aangevraagde omzettingsvergunningen te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3390
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304767/1/A2

202305621/1/R1

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft het college met toepassing van artikel 5.24, eerste lid, van de Waterwet een gedoogplicht opgelegd in verband met de uitvoering van het projectplan "Waterwet dijkversterking Gorinchem-Waardenburg". [appellant] is eigenaar van de percelen, kadastraal bekend gemeente Herwijnen, sectie U, nummers 892, 1116, 1118, 1119, 1120 en 1542 (hierna: de percelen) in de Herwijnense Bovenwaard. De percelen liggen in het gebied van het op 27 november 2020 vastgestelde projectplan. Dit projectplan is vastgesteld met het oog op de versterking van de rivierdijk aan de noordzijde van de Waal tussen Gorinchem en Waardenburg. Het projectplan voorziet in maatregelen ten behoeve van de dijkversterking en in een herinrichting van de uiterwaarden langs het dijktracé. Ter uitvoering van het projectplan is een aantal uitvoeringsbesluiten genomen. Het projectplan is bij uitspraak van de Afdeling van 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1561, in rechte onaantastbaar geworden. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter zich ten onrechte heeft beperkt tot de vraag of het college een voldoende aantal pogingen heeft ondernomen om tot minnelijke overeenstemming te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3418
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202305621/1/R1

202305823/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [partij] om nadeelcompensatie afgewezen. [partij] was sinds 8 juli 2018 exploitant van de kapsalon aan de [locatie] te Amsterdam (hierna: de kapsalon). In de periode van 7 januari 2019 tot 24 februari 2019 zijn ter hoogte van de kapsalon werkzaamheden aan de trambaan uitgevoerd. In deze periode werd het tramverkeer omgeleid en was het niet mogelijk om voor de deur van de kapsalon te parkeren. Op 14 januari 2020 heeft [partij] het college verzocht om nadeelcompensatie in verband met een omzetdaling van de kapsalon als gevolg van de werkzaamheden aan de trambaan. Het college heeft een omzetdaling over januari en februari 2019 vastgesteld en die omzetdaling volledig toegerekend aan de werkzaamheden aan de trambaan. Aan de afwijzing van de aanvraag om nadeelcompensatie heeft het college ten grondslag gelegd dat deze omzetdaling niet uitkomt boven de drempelwaarde van 8 procent op jaarbasis van de gemiddelde jaaromzet, als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie, zodat de schade onder het normale ondernemersrisico valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3414
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305823/1/A2

202306895/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4113) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 januari 2022 in zaak nr. 20/496 ongegrond verklaard. De Afdeling is in de uitspraak van 8 november 2023 van oordeel dat de rechtbank in de uitspraak van 12 januari 2022 het beroep van [verzoeker] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. [verzoeker] had rechtstreeks beroep ingesteld bij de rechtbank zonder in het bezwaarschrift daartoe een verzoek te doen. Daardoor had hij ten onrechte de bezwaarschriftprocedure overgeslagen. De rechtbank kon daarom de zaak niet inhoudelijk beoordelen. De Afdeling heeft dit niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter geacht. Ook is het verzoek van [verzoeker] om schadevergoeding afgewezen, omdat geen van de in artikel 8:88 Awb vermelde omstandigheden zich voordeed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3399
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Rechtsbijstand
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306895/1/A2

202306899/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4119) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 april 2022 in zaken nrs. 20/4684, 20/4685, 20/4679, 20/4678, 20/4683 en 21/558 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 8 november 2023 de uitspraak van de rechtbank van 15 april 2022 bevestigd. De rechtbank heeft terecht de beroepen van [verzoeker] tegen de besluiten van 10 juli 2020 en 22 januari 2021 ongegrond verklaard. De raad heeft het inkomen van [verzoeker] in de peiljaren 2015 en 2016 correct vastgesteld en mocht op basis daarvan terecht de toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand intrekken. Ook heeft de raad het inkomen over het peiljaar 2020 correct vastgesteld en mocht op basis daarvan een eigen bijdrage van € 798,- vragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3400
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202306899/1/A2

202306900/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4114) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2022 in zaak nr. 20/3802 ongegrond verklaard. De Afdeling is in de uitspraak van 8 november 2023 van oordeel dat de rechtbank in de uitspraak van 15 april 2022 terecht tot de conclusie komt dat de raad geen schadevergoeding aan [verzoeker] verschuldigd is. Voor toekenning van een schadevergoeding bestaat geen aanleiding, omdat de gestelde schadeoorzaak - het besluit van 25 april 2008 waarbij een verzoek om herziening van een afwijzing van een aanvraag om gesubsidieerde rechtsbijstand buiten behandeling is gesteld - niet onrechtmatig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3397
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Herziening
  • Rechtsbijstand
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306900/1/A2

202307398/1/A2

Bij besluit van 2 december 2021 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een onderzoek naar zijn geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen opgelegd. Het CBR heeft op 7 oktober 2021 van de politie Oost-Nederland een mededeling ontvangen van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig. De mededeling van de politie is gebaseerd op enkele op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. [appellant] is op 27 augustus 2021 in een auto aangehouden door een politieambtenaar wegens de verdenking van rijden onder invloed van alcohol en/of drugs en zijn weigering om medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3419
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202307398/1/A2

202307676/1/V6

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote, hun zoon en dochter, en zijn vader. Op 16 september 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van ongeveer 2010 tot 2014 als lid van de Afghaanse faciliterende staf heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan aan het Police Staff College in Kabul. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3322
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307676/1/V6

202307707/1/V6

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Pakistan. Zij bestaan uit [appellante] en haar twee meerderjarige dochters. Zij hebben de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellante] stelt dat zij van 1 juli 2007 tot 31 december 2016 heeft gewerkt als schoonmaakster op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan en het Police Staff College in Kabul. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellante] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3411
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307707/1/V6

202307710/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], haar echtgenoot en hun vijf meerderjarige kinderen. Op 24 augustus 2021 heeft zij de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat zij van 16 december 2008 tot en met 30 april 2017 heeft gewerkt als schoonmaakster op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan en het Police Staff College in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3408
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307710/1/V6

202307711/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn echtgenote en hun zes kinderen. Op 27 augustus 2021 heeft hij de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van oktober 2007 tot 2016 heeft gewerkt als kok op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan in Kabul. Op het hoofdkwartier werden ook de maaltijden bereid voor het Police Staff College in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3409
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307711/1/V6

202307713/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], haar echtgenoot, hun zoon, zijn vrouw en hun minderjarige kind. Op 25 augustus 2021 heeft zij de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat zij van 22 december 2008 tot en met 30 april 2017 heeft gewerkt als coördinator van de schoonmaakdienst op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission in Afghanistan in Kabul. De schoonmakers die zij coördineerde, werkten ook op het Police Staff College in Kabul.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3407
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307713/1/V6

202400236/1/A2

Op 2 juni 2023 heeft de directeur van de Hogeschool Windesheim locatie Almere namens het College van Bestuur van de Hogeschool Windesheim het verzoek van [appellante] om verschillende voorzieningen te treffen vanwege een functiebeperking, afgewezen. [appellante] doet een voltijdse opleiding HBO-Rechten aan de Hogeschool Windesheim. Vanwege haar medische conditie ervaart zij functiebeperkingen bij het volgen van onderwijs en het maken van tentamens. Daarom heeft zij verschillende voorzieningen bij de opleiding aangevraagd die haar ondersteunen bij het volgen van regulier onderwijs. [appellante] heeft zeven voorzieningen aangevraagd. Ten eerste de mogelijkheid om online deel te nemen aan lessen door in te bellen bij docenten via Teams. Ten tweede, indien dit niet mogelijk is, de vraag of de studentbegeleider kan meedenken over online deelname via een medestudent. Ten derde de kans om vaker dan nu het geval is een gesprek te voeren met de studentbegeleider. Ten vierde de mogelijkheid om telefonisch of via mail op latere momenten vakinhoudelijke vragen te stellen aan docenten die binnen een aantal dagen worden beantwoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3410
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400236/1/A2

202401886/1/A2

[appellante] heeft het opleidingsmanagement verzocht de absenties die op 7 en 8 september zijn geregistreerd, te verwijderen. [appellante] volgt sinds het studiejaar 2023/2024 voltijd de bacheloropleiding Verpleegkundige aan de Hogeschool van Amsterdam. Zij was voor de start van het studiejaar 2023/2024 nog niet op de hoogte van de groepsindeling en haar rooster en heeft de opleidingen meerdere malen verzocht om deze informatie. Uiteindelijk heeft de opleiding op 11 september 2023 deze informatie aan haar bekend gemaakt. [appellante] is hierdoor afwezig geweest bij twee verplichte lessen op 7 en 8 september 2023, waarvoor twee absenties zijn geregistreerd. Het CBE heeft aan de beslissing van 13 februari 2024 ten grondslag gelegd dat de afwijzing van het verzoek van [appellante] om de geregistreerde absenties te verwijderen geen beslissing is in de zin van artikel 7.61 van de WHW. Volgens het CBE is de registratie van feitelijke afwezigheid namelijk niet op rechtsgevolg gericht. Het feit dat de vaststelling van het aantal keren dat [appellante] afwezig is, kan leiden tot consequenties voor de beoordeling, maakt dit niet anders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3389
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401886/1/A2

202402305/1/A2

Bij beslissing van 19 september 2023 heeft de Centrale Studentenadministratie het verzoek van [appellante] om een deel van het instellingscollegegeldtarief over studiejaar 2022-2023 kwijt te schelden, afgewezen. [appellante] is een studente met een buitenlandse nationaliteit. Sinds studiejaar 2021-2022 volgt zij de masteropleiding Economics aan de Universiteit van Amsterdam. Voor [appellante] geldt het instellingscollegegeldtarief. In studiejaar 2021-2022 bedroeg dit vanwege de Covid-19 pandemie € 14.291,00 en voor de aanvang van het studiejaar 2022-2023 heeft de UvA dit vastgesteld op € 16.060,00. [appellante] heeft het instellingscollegegeldtarief deels betaald. Het nog openstaande bedrag van € 843,74 heeft zij in september 2023 betaald. Omdat zij hinder heeft ondervonden door persoonlijke omstandigheden, heeft zij de CSA verzocht een bedrag van € 800,00 met toepassing van de hardheidsclausule kwijt te schelden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3383
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402305/1/A2

202402798/1/A2

Bij beslissing van 5 februari 2024 hebben de examinatoren het door [appellant] afgelegde examen beoordeeld met een 5,0. [appellant] is sinds studiejaar 2016-2017 ingeschreven als student voor de voltijdsopleiding HBO-ICT aan De Haagse Hogeschool. In studiejaar 2022-2023 heeft hij voor het eerst deelgenomen aan het examentraject. Dat jaar haalde hij zowel voor de eerste kans, als voor de tweede kans een onvoldoende. Een schikkingsgesprek met de examencommissie IT&D heeft toen geleid tot een derde kans voor het examentraject. Hiervoor zijn twee nieuwe examinatoren aangewezen. Op 29 januari 2024 heeft de examenzitting van de derde kans plaatsgevonden. De examinatoren hebben ook die kans op 5 februari 2024 beoordeeld met een onvoldoende. [appellant] betoogt dat de procedure in administratief beroep niet juist is verlopen. Het administratief beroepschrift is via de examencommissie bij het CBE ingediend, terwijl dit volgens hem direct bij het CBE moest worden ingediend. Daardoor heeft de procedure vertraging opgelopen, heeft hij onnodig collegegeld betaald en frustratie ervaren. Daarbij was de procedure bij het CBE niet transparant en was er sprake van partijdigheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3382
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402798/1/A2

202403328/1/A2

Bij beslissing van 15 januari 2024 heeft de directeur van de vestiging Hogeschool Inholland Rotterdam & Dordrecht namens het college van bestuur van Hogeschool Inholland aan [appellante] een schriftelijke waarschuwing opgelegd. [appellante] is een studente aan de Inholland Hogeschool. Het CvB heeft haar vanwege ongepast gedrag binnen het gebouw van de Hogeschool een schriftelijke waarschuwing gegeven. Het CvB heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing zorgvuldig tot stand is gekomen en is gebaseerd op een volledige beoordeling van de feiten. De gedragingen van [appellante], namelijk het in de publieke ruimte schreeuwen, schelden en het doen van dreigende uitspraken richting een medestudent, zijn in strijd met hoofdstuk 3, paragraaf 3.1, Huisregels, Onderdeel A, artikel 1, eerste lid, van de Onderwijsgids 2023-2024. Er ontstond hierdoor een situatie waarmee [appellante] afbreuk heeft gedaan aan een veilige en respectvolle leeromgeving. Het CvB heeft geconcludeerd dat de directeur de in de Huisregels, Onderdeel C, artikel 3, derde lid, onder b, van de Onderwijsgids 2023-2024 als ordemaatregel genoemde schriftelijke waarschuwing mocht opleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3381
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403328/1/A2

202404222/1/A2

Bij beslissing van 23 april 2024 heeft de examencommissie voortgezet algemeen volwassenonderwijs van het Vista College [appellante] wegens fraude uitgesloten van het centrale examen geschiedenis. Bij beslissing van 5 juli 2024 heeft de commissie het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep gegrond verklaard. [appellante] volgt het voortgezet algemeen volwassenonderwijs aan het Vista College in Maastricht. In het kader van deze opleiding heeft zij het schoolexamen geschiedenis afgelegd. [appellante] had tijdens dit examen, tegen de regels in, een geannoteerd woordenboek bij zich. De examencommissie heeft haar bij beslissing van 23 april 2024 daarom wegens fraude uitgesloten voor het centrale examen geschiedenis. De examencommissie heeft [appellante] daarmee een punitieve sanctie opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3395
Datum uitspraak
21 augustus 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404222/1/A2

202301789/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 24 februari 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de vreemdeling hebben nadere stukken ingediend. Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3360
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301789/1/V1

202400740/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 30 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.A. Dorsman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3374
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400740/1/V3

202402722/2/R1

Bij besluit van 23 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sluis het handhavingsverzoek van de maatschap van 2 juli 2019 afgewezen. Renover exploiteert op het perceel Margarethaweg 2 te Oostburg een kerstbomenkwekerij. De maatschap is exploitant van een pluimveebedrijf en is gevestigd op het perceel [locatie]. Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft het college Renover gelast om binnen twee maanden de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo ongedaan te maken. Aan de last is een dwangsom van € 25.000,00 ineens verbonden. Volgens de maatschap strekte de aan Renover opgelegde last onder dwangsom niet ver genoeg, wat voor de maatschap reden was om beroep in te stellen tegen dit besluit. Renover betoogt dat er concreet zicht is op legalisatie van de overtreding, omdat er in het verleden omgevingsvergunningen zijn verleend. Daarmee staat vast dat zij weer een omgevingsvergunning kan krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3362
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402722/2/R1

202403250/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3345
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403250/1/V3

202403292/1/V3

Bij besluit van 28 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 21 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.P. van Mulken, advocaat in Nuth, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3359
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403292/1/V3

202404081/1/V2

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3358
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404081/1/V2

202404701/2/V2

Bij besluit van 7 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag tot het wijzigen van de beperking van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning afgewezen. Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 2 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3357
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404701/2/V2

202404704/2/V3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3352
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404704/2/V3

202404955/2/V3

Bij besluiten van 25 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3428
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404955/2/V3

202405025/2/V2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3425
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405025/2/V2

202405035/2/V3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3355
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405035/2/V3

202405139/1/V3 en 202405139/2/V3

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 9 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Alkir, advocaat in Eindhoven, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3371
Datum uitspraak
20 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405139/1/V3 en 202405139/2/V3
vorige pagina1...798081...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon