Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.716
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202200602/1/R3

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld het wijzigingsplan "[locatie 1] te Roderwolde" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om een woning te bouwen op het perceel aan de [locatie 1] in Roderwolde. In het verleden was op deze locatie een transportbedrijf gevestigd. Dit bedrijf is verhuisd naar een andere locatie. Sinds de verhuizing is de grond in gebruik als grasland. Op het moment van het nemen van het besluit van 23 november 2021 gold het bestemmingsplan "Kleine kernen Noordenveld" (hierna: het moederplan). Dat bestemmingsplan kende de bestemming "Agrarisch met waarden" en de aanduiding "wetgevingszone - wijzigingsgebied" toe aan de gronden van het plangebied. Voor deze gronden was het college bevoegd om onder voorwaarden de bestemming "Agrarisch met waarden" te wijzigen in de bestemming "Wonen". Daar is met dit wijzigingsplan uitvoering aan gegeven. [appellant A] en [appellant B] wonen tegenover het plangebied op het perceel aan de [locatie 2] respectievelijk [locatie 3]. Zij zijn het niet eens met de vaststelling van het wijzigingsplan en hebben daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3665
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202200602/1/R3

202202222/1/R3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Twenterand het bestemmingsplan "Zuidmaten - Oost woongebied, 2e herziening" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich ten zuiden van het centrum van Den Ham en wordt begrensd door de Dorpsstraat aan de noordzijde, de Schapendijk aan de zuidzijde en woonwijk de Zuidmaten West aan de westzijde. Het plan is de tweede gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Zuidmaten - Oost woongebied", dat door de raad van de gemeente Twenterand bij besluit van 24 april 2012 is vastgesteld. Het plan maakt onder meer de bouw van maximaal 74 woningen mogelijk en het voorziet in een gewijzigde stedenbouwkundige opzet. [appellant sub 1] woont aan de [locatie A] in Den Ham, waar hij hobbymatig circa 25 hanen, 50 hennen en 30 kuikens houdt. Hij vreest met name dat het plan leidt tot klachten over geluidoverlast van de toekomstige bewoners en vindt dat een ‘kraaizone’ in het plan opgenomen had moeten worden.Het loonbedrijf is gevestigd aan de [locatie B] in Den Ham. Zij vreest dat zij in haar bedrijfsvoering zal worden belemmerd door de realisatie van de voorziene woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3672
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202202222/1/R3

202204535/1/R2

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft het college geweigerd aan [appellante sub 1A] een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd te verlenen voor het in afwijking van het bestemmingsplan verbranden van biomassa op het perceel [locatie A] in Uden (omzetting van een tijdelijke naar een definitieve vergunning). [appellante sub 1A] exploiteert een champignonkwekerij op het perceel [locatie A] in Uden. In een bedrijfsgebouw op dit perceel is een verwarmingsinstallatie met twee ketels aanwezig die met hout wordt gestookt (biomassaverbrandingsinstallatie). De ketels kunnen los van elkaar worden aangestuurd. De installatie produceert warmte en 5% daarvan wordt omgezet in elektriciteit voor de installatie. Op het perceel [locatie B] exploiteert [appellante sub 1B] een aardbeienkwekerij. [appellante sub 1C] exploiteert een champignonkwekerij op het perceel [locatie C]. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd, omdat het gebruik van gronden en bouwwerken met de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschapswaarden" voor het verbranden van biomassa in strijd is met artikel 4.5.1, aanhef en onder d, van de planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3673
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202204535/1/R2

202205368/1/A3

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete opgelegd van € 5.400,00 wegens overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] is een dakdekkersbedrijf dat zich voornamelijk bezighoudt met het plaatsen van nieuwe daken en het renoveren van daken. Op 7 april 2020 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie (voorheen: Inspectie SZW) geconstateerd dat drie werknemers van [appellante] werkzaamheden verrichtten aan het dak van een woonhuis op de [locatie]. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft tijdens deze inspectie gezien dat er ernstig valgevaar was tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden, omdat de valhoogte ongeveer 5,5 meter bedroeg en dat geen maatregelen waren genomen om het valgevaar te voorkomen. Deze waarnemingen heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie vastgelegd in het boeterapport van 3 juni 2020. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een overtreding van artikel 3.16, eerste lid van het Arbobesluit, omdat het valgevaar niet is voorkomen. De minister heeft daarom een boete opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3667
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202205368/1/A3

202206331/1/A3

Bij besluit van 13 april 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvragen van [appellant A] en [appellant B] niet in behandeling genomen. [appellant A] en [appellant B] zijn op [geboortedatum] 2014 geboren in Algerije en hebben de Algerijnse nationaliteit. [vader], de vader van [appellant A] en [appellant B], heeft in januari 2000 het Nederlanderschap door naturalisatie verkregen. Op 19 maart 2013 heeft hij hiervan afstand gedaan op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap om in aanmerking te komen voor de remigratie-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank. Op 1 september 2015 heeft [vader] op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, van de RWN het Nederlanderschap door optie weer herkregen. [moeder], de moeder van [appellant A] en [appellant B], heeft de Algerijnse nationaliteit. Op 23 maart 2021 hebben [vader] en [moeder] ten behoeve van hun zoons [appellant A] en [appellant B] een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Algiers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3670
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202206331/1/A3

202206394/1/A3

Op 11 juni 2021 heeft Rederij Lovers een aanvraag gedaan voor een exploitatievergunning voor 250 waterfietsen. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat deze buiten de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, van de Rob is ingediend. Het college heeft die afwijzing bij besluit van 28 januari 2022 gehandhaafd. Volgens het college is de stelling van Rederij Lovers, dat sprake is van een onrechtmatige vergunningenstop voor onbepaalde tijd door het niet uitgeven van vergunningen voor de exploitatie van waterfietsen, niet juist. Er loopt een onderzoek naar het gebruik van het binnenwater door ongemotoriseerde vaartuigen en naar de nautische veiligheid en doorvaarbaarheid van het binnenwater, ook waar het waterfietsen betreft. Hangende de uitkomsten van deze onderzoeken kunnen er volgens het college nog geen uitspraken worden gedaan of, en zo ja, onder welke voorwaarden en wanneer waterfietsen kunnen worden toegestaan. Rederij Lovers kan, indien de exploitatie van waterfietsen mogelijk wordt op het Amsterdamse binnenwater, in een volgende uitgifteronde binnen de dan aangegeven periode een vergunning aanvragen voor de exploitatie van waterfietsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3668
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206394/1/A3

202300781/1/A3

Bij brief van 19 maart 2021 heeft de burgemeester van Apeldoorn aan Power Flower een gedoogverklaring verleend voor de exploitatie van een coffeeshop. In de brief van 19 maart 2021 heeft de burgemeester aan Power Flower een gedoogverklaring verleend voor de exploitatie van een coffeeshop tot 23 mei 2023. Na afloop van de termijn wordt de gedoogverklaring door middel van een openbare aanbesteding in de markt gezet. Power Flower is het niet eens met die termijn en voorwaarde. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de burgemeester het bezwaar van Power Flower tegen de gedoogverklaring terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar rechtspraak van de Afdeling, dat de gedoogverklaring geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld, en ook niet met een besluit kan worden gelijkgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3669
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300781/1/A3

202300933/1/V1

Bij besluit van 10 oktober 2022 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen. Deze uitspraak gaat over de vraag of overplaatsing van de vreemdeling naar de HTL vrijheidsontneming is. Die vraag is relevant, omdat op grond van artikel 6 van het EU Handvest en artikel 5 van het EVRM niemand zomaar zijn vrijheid mag worden ontnomen. Op grond van die bepalingen gelden bij vrijheidsontneming andere eisen, zoals het recht op een spoedige rechterlijke beslissing over de rechtmatigheid van die vrijheidsontneming, dan als geen sprake is van vrijheidsontneming. De rechtbank heeft overwogen dat de overplaatsing van de vreemdeling naar de HTL weliswaar een vergaande beperking van zijn bewegingsvrijheid vormt, maar dat die overplaatsing geen vrijheidsontneming inhoudt als bedoeld in artikel 5 van het EVRM. De vreemdeling voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zijn overplaatsing naar de HTL in dit geval onrechtmatige vrijheidsontneming inhoudt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3564
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300933/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300933/1/V1

202302489/1/R4

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college het verzoek van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de aanleg van een uitweg op het perceel aan de [locatie] in Rhenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3814
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302489/1/R4

202302913/1/A2

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] heeft op 5 juli 2010 het perceel aan de [locatie 1] in Lochem gekocht en is sinds 28 juli 2010 eigenaar daarvan. Op het perceel aan de [locatie 2], naast het perceel van [appellant], rusten volgens het bestemmingsplan [locatie 3] (hierna: bestemmingsplan) de bestemmingen Tuin en Wonen. Op grond van het bestemmingsplan is het toegestaan op dit perceel een woning te bouwen met een maximale bouwhoogte van 9 m en een maximale goothoogte van 4 m. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan blijkt dat het gaat om een vrijstaande woning die in maximaal één bouwlaag met een kap mag worden uitgevoerd. Bij besluit van 8 december 2015 heeft het college voor het perceel aan de [locatie 2] een omgevingsvergunning verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning maakt het mogelijk om in afwijking van het bestemmingsplan een woning met een bouwhoogte van 9,65 m en een goothoogte van 5,56 m te realiseren op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3671
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302913/1/A2

202304751/1/V6

Bij besluit van 5 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1992 geboren in Kabul, Afghanistan. Hij heeft toen via zijn ouders de Afghaanse nationaliteit verkregen. Op 26 juni 1996 is hij in Nederland in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel. Op 13 november 1999 heeft hij het Nederlanderschap verkregen. Hij hoefde toen geen afstand te doen van de Afghaanse nationaliteit. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht. De staatssecretaris verwijst daarvoor allereerst naar het strafvonnis van de rechtbank Gelderland van 15 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3246. Daaruit blijkt dat de rechtbank [appellant] voor het medeplegen van een poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, heeft veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3604
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202304751/1/V6

202400721/1/A2

Bij koninklijk besluit van 20 december 2023, nr. 2023-0000752151 (Stcr. 2023, 35354), heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de staatssecretaris van Financiën, het besluit van de raad van de gemeente Utrecht (hierna: de raad) van 7 december 2023 tot wijziging van de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen vernietigd. Mensen met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dat betekent dat zij die belastingen niet hoeven te betalen. Een van de dingen waarnaar wordt gekeken bij de vraag of iemand hiervoor in aanmerking komt is de hoogte van iemands spaargeld. Deze zaak gaat over de vraag wat de raad van een gemeente mag beslissen over de hoogte van dit bedrag voor de inwoners van zijn gemeente. En over de vraag of de Kroon mag ingrijpen wanneer de gemeenteraad zich daarbij niet aan de regels van het Rijk houdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3674
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400721/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400721/1/A2

202401533/1/V1

Het COa heeft de verstrekkingen aan de vreemdeling krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden. Deze uitspraak gaat over de besluiten van 20 maart, 21 maart 2023 en 19 april 2023 waarin het COa de verstrekkingen van de vreemdeling voor de duur van twee weken heeft ingehouden door overplaatsing van de vreemdeling naar een zogenoemde ROV-kamer op de HTL. ‘ROV’ staat voor ‘Reglement onthouding verstrekkingen’. Op grond van artikel 1, aanhef en onder l, van de Rva 2005 is de HTL een afzonderlijke opvangvoorziening voor asielzoekers van 16 jaar en ouder met een streng regime, waarnaar het COa hen kan overplaatsen als zij overlast veroorzaken in de reguliere opvangvoorziening waar zij verblijven. De Afdeling gaat in deze uitspraak specifiek in op de vraag of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de overplaatsing van de vreemdeling naar de ROV-kamer vrijheidsontneming inhoudt. Die vraag is relevant, omdat op grond van artikel 6 van het EU Handvest en artikel 5 van het EVRM niemand zomaar zijn vrijheid mag worden ontnomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3565
Datum uitspraak
11 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401533/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401533/1/V1

202302552/1/V1

Bij besluit van 7 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3653
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302552/1/V1

202402657/1/V3

Bij besluit van 10 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3641
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402657/1/V3

202403469/1/V3

Bij besluit van 7 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3652
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403469/1/V3

202404106/1/V3

Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3642
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404106/1/V3

202404469/1/V1 en 202401097/1/V1

Bij besluit van 25 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3651
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404469/1/V1 en 202401097/1/V1

202404614/2/A2

Bij beslissing van 6 februari 2024 heeft het het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat [verzoekster] voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024, in haar situatie, bij een inschrijving per 1 februari 2024 een instellingscollegegeld van € 5.016,67 is verschuldigd. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat het college [verzoekster] voor het studiejaar 2024-2025 moet inschrijven voor de bacheloropleiding Geschiedenis per 1 september 2024 tegen het wettelijk tarief collegegeld dan wel als extraneus per 1 februari 2025 waarvoor zij examengeld verschuldigd is ter hoogte van het wettelijk tarief collegegeld. Zij heeft toegelicht dat voor het studiejaar 2024-2025 dezelfde rechtsvragen aan de orde zijn als voor het studiejaar 2023-2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3632
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404614/2/A2

202404648/2/A2

[verzoekster] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid. Gelet op wat is bepaald in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, dient een verzoek om voorlopige voorziening betrekking te hebben op het materiële geschil over het besluit dat voorligt. Uit de functie van voormeld artikel vloeit voort dat wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken, betrekking moet hebben op de inhoud van het in geding zijnde besluit. Dit wordt het materiële connexiteitsvereiste genoemd. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat het CBR haar rijgeschikt moet verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3647
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202404648/2/A2

202404837/2/R2

Bij besluit van 17 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Halderberge het verzoek van [wederpartij A] om handhavend op te treden tegen het teveel aan bebouwing op het perceel van [wederpartij B] en [wederpartij C] afgewezen. [wederpartij A] woont aan de [locatie 1] in Bosschenhoofd. [wederpartij B] en [wederpartij C] wonen op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] (hierna: het perceel), dat een oppervlakte heeft van 2.370 m². Op het perceel staan een woonhuis en bijbehorende bebouwing. [wederpartij A] heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen de bebouwing op het perceel, omdat de oppervlakte in strijd is met de Wabo. Het college heeft het verzoek afgewezen en dit besluit in bezwaar gehandhaafd omdat er omgevingsvergunningen zijn verleend die onherroepelijk zijn en de bijbehorende bebouwing óf kan worden gelegaliseerd óf de overschrijding van de oppervlakte van de bijbehorende bebouwing zo gering is, namelijk 1,2 m², dat handhaving onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3634
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404837/2/R2

202405487/2/V3

Bij besluit van 12 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3643
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405487/2/V3

BRS.24.000051

Bij besluit van 26 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3617
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000051

BRS.24.000252

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 25 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Pater, advocaat in Assen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3631
Datum uitspraak
10 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000252

202206287/1/V3

Bij besluit van 10 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat in Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3633
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202206287/1/V3

202301074/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij besluit van 3 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd. Bij uitspraak van 25 januari 2023 heeft de rechtbank het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk verklaard, en het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 3 november 2022, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3635
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301074/1/V1

202404279/1/V2

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 4 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.H.M. Handring, advocaat in Venlo, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3636
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404279/1/V2

202404472/1/V3

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 17 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3714
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404472/1/V3

202405202/1/V2 en 202405202/2/V2

Bij brief van 17 augustus 2024 hebben de vreemdelingen de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 12 augustus 2024 in zaken nrs. 202404431/1/V2 en 202404431/2/V2. Ook hebben zij de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3637
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Herziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405202/1/V2 en 202405202/2/V2

202405215/1/V1

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 18 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3638
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405215/1/V1

202405488/1/V3 en 202405488/2/V3

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3658
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405488/1/V3 en 202405488/2/V3

202405522/1/V2 en 202405522/2/V2

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3655
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405522/1/V2 en 202405522/2/V2

202405548/1/A2

Het verzoek betreft de beslissing van 21 augustus 2024 waarbij de commissie Bindend Studie Advies namens het het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam [verzoeker] een bindend negatief studieadvies heeft gegeven voor de bacheloropleiding Bedrijfskunde. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens en de voorzieningenrechter verzocht hangende het administratief beroep een voorlopige voorziening te treffen. Het belang van [verzoeker] bij het treffen van een voorlopige voorziening is dat hij studievertraging wil voorkomen. Het collegejaar is op 2 september 2024 begonnen. Met het verzoek om voorlopige voorziening beoogt [verzoeker] de beslissing van 21 augustus 2024 op te schorten, zodat hij onderwijs kan blijven volgen en eventueel tentamens kan maken. Zo wordt voorkomen dat hij vertraging oploopt als uit de bodemprocedure volgt dat het bindend negatief studieadvies ten onrechte is gegeven. Tegenover dat belang heeft het CvB naar voren gebracht dat het niet werkbaar is om studenten die een bindend negatief studieadvies hebben gekregen, toch onderwijs te laten volgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3657
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405548/1/A2

BRS.24.000238

Bij brief van 23 juni 2024, aangevuld bij brief van 24 juni 2024, heeft verzoekster de Afdeling verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 12 juni 2024. Verzoekster heeft nadere stukken ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3605
Datum uitspraak
9 september 2024
  • Herziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000238

202305489/1/V1

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3630
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305489/1/V1

202305580/2/R1

Bij besluit van 21 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan Haxpema Holding B.V. voor het bouwen en het herontwikkelen van de panden Halvemaansteeg 4-6 en het daarachter gelegen binnenterrein, Amstel 46 en de sloop en nieuwbouw van het pand Amstel 50 met bestemming daarvan tot café, café en culturele club en zes woningen. Het project houdt in dat het pand Amstel 50 wordt gesloopt en herbouwd. De panden Halvemaansteeg 4-6 worden gerestaureerd, waarbij ook funderingsherstel plaatsvindt, en voorzien van een kelder. Op het binnenterrein achter Halvemaansteeg 4-6 en Amstel 50 wordt een cultuurclubhuis gebouwd, met een kelder met daarin twee verdiepingen en, op het adres Amstel 46, een woning. De projectlocatie is gelegen in een gebied dat als beschermd stadsgezicht is aangewezen en het pand Halvemaansteeg 6 is een rijksmonument. Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Zij betoogt dat de sloop van het pand Amstel 50 al is aangevangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3620
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305580/2/R1

202402375/2/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3624
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402375/2/V1

202402903/1/V2

Bij besluit van 31 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3625
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402903/1/V2

202403908/2/R1

Bij besluit van 25 juni 2019 heeft het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland een verzoek om handhaving ten aanzien van een strekdam van [verzoeker] afgewezen. [verzoeker] is eigenaar van de percelen aan de [locatie A] en [locatie B] te Kudelstaart. Aan de oostkant van deze percelen, aan de Westeinderplassen, ligt een strekdam. Deze strekdam is met de percelen van [verzoeker] verbonden. [belanghebbende] en anderen wonen in de omgeving van de strekdam van [verzoeker]. Het college heeft vastgesteld dat [verzoeker] aan de noordkant van de strekdam een oppervlakte heeft gedempt van 9,5 m2 in een in de legger aangewezen "hoofdwater" zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning voor de demping kan alleen worden verleend als de demping wordt gecompenseerd. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de last onder dwangsom wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3621
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403908/2/R1

202404438/2/R3

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht het bestemmingsplan "Noordoevers fase 1" vastgesteld. Het voornemen bestaat om de gronden tussen de Veersedijk en de Rietbaan (een watergang) te ontwikkelen tot een nieuw woongebied. Omdat deze ontwikkeling in strijd is met het bestemmingsplan "Veersedijk" heeft de raad het bestemmingsplan "Noordoevers fase 1" vastgesteld. Het plan staat maximaal 176 wooneenheden en 385 m² bruto vloeroppervlak aan horeca met bij behorende ondersteunende functies toe. De wooneenheden bestaan uit appartementen, verdeeld over twee woongebouwen, en grondgebonden woningen. [verzoekers] en anderen wonen aan de Watersnip, gelegen ten westen van het plangebied, aan de andere kant van de Veersedijk. Zij vrezen dat de ontwikkeling zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Zij hebben daarom tegen de hiervoor genoemde besluiten beroep ingesteld. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening is gericht tegen het bestemmingsplan. Zij hebben de voorzieningenrechter gevraagd het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan te schorsen, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het door hen ingestelde beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3622
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404438/2/R3

202404990/2/A3

Bij besluit van 5 april 2024 heeft de burgemeester van Heerlen onder aanzegging van bestuursdwang gelast het bedrijfspand met de bijbehorende loodsen aan Wijngaardsweg 34A, 34B en 34C te Heerlen te sluiten voor de duur van zes maanden. Eco Visie exploiteert in het pand een tuincentrum en webshop waar ook siervissen worden verkocht. Op 2 februari 2024 heeft ter plaatse een controle plaatsgevonden in het kader van het bestemmingsplan. Daarbij is de politie ingeschakeld. De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgesteld. Daarin staat dat men wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de ter plaatse te koop aangeboden en voorhanden zijnde voorwerpen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalige hennepteelt. De burgemeester heeft naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage besloten het pand op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet, gelezen in samenhang met artikel 11a van die wet, de Aanwijzing Opiumwet en het Damoclesbeleid Heerlen, voor zes maanden te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3619
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404990/2/A3

202405161/2/V1

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld en bepaald dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3626
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405161/2/V1

202405276/2/V3

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3627
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405276/2/V3

202405347/2/V1

Bij besluit van 30 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3628
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405347/2/V1

202405451/2/V3

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3629
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405451/2/V3

202405659/2/V1

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 4 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3640
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405659/2/V1

202405660/2/V3

Bij besluit van 29 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3639
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405660/2/V3

BRS.24.000282

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3568
Datum uitspraak
6 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000282

202304718/1/V1

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3606
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304718/1/V1

202401827/1/V3

Bij besluiten van 3 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3607
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401827/1/V3

202401871/1/V2

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3608
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401871/1/V2

202402235/1/V2

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3609
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402235/1/V2

202404471/1/V2

Bij besluit van 13 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3610
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404471/1/V2

202405046/2/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3611
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405046/2/V1

202405067/1/V3

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3612
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405067/1/V3

202405349/2/V3

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie. een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3567
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405349/2/V3

202405377/2/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3618
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405377/2/V3

202300420/1/V1

Bij besluit van 12 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3563
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202300420/1/V1

202402907/1/V3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3566
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402907/1/V3

202405337/1/V3 en 202405337/2/V3

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3613
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405337/1/V3 en 202405337/2/V3

202105233/1/A3

Bij besluit van 31 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland het verzoek van Didam Have van 7 augustus 2018 om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Didam Have exploiteert een Albert Heijn en een Gall & Gall aan de Leliestraat 45 en 47 in Didam. Zij is op de hoogte geraakt van het door de gemeenteraad vastgestelde Masterplan Didam "De samenleving verandert". Dit plan beoogt onder meer dat supermarkten die buiten het centrum zijn gelegen, zoals de Albert Heijn van Didam Have, naar het centrum verhuizen. Een van de beoogde locaties in het centrum is het oude gemeentehuis dat nog in eigendom is van de gemeente. Didam Have heeft vernomen dat de gemeente onderhands in gesprek is met Groenstaete Vastgoed B.V. over de herontwikkeling van deze locatie en dat het de bedoeling is dat de in het centrum gevestigde Coöp wordt verplaatst naar het oude gemeentehuis. Didam Have is niet bij dit masterplan betrokken geweest en heeft daarom op 7 augustus 2018 een verzoek om openbaarmaking van documenten bij het college en de burgemeester ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3571
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105233/1/A3

202108159/1/R3

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op treden tegen verschillende gestelde overtredingen op de percelen van [appellant sub 2] aan de [locatie 1] in Delfgauw gedeeltelijk afgewezen. [appellant sub 2] is de eigenaar en gebruiker van de locatie. De locatie beslaat vier kadastrale percelen aan de [locatie 1] in Delfgauw. Hierop staan de woning van [appellant sub 2] en een praktijkruimte van [appellant sub 2] voor therapeutische behandelingen. Daarnaast heeft [appellant sub 2] op de locatie een paardenstal gerealiseerd. Deze wordt ook gebruikt voor paarden van derden. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] op een afstand van 20 tot 25 m van de paardenstal. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen verschillende gestelde overtredingen door [appellant sub 2]. Voor zover hier van belang gaat het om het realiseren van de paardenstal en het houden van paarden, het gebruiken van gemeentegrond naast de locatie voor privédoeleinden, waaronder het laten grazen van paarden, en het daarvoor realiseren van een toegangshek tussen de locatie en deze gemeentegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3576
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202108159/1/R3

202200645/1/R4

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het veranderen van de varkenshouderij aan de [locatie] in [plaats]. De omgevingsvergunning van 19 mei 2020 is verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan en het oprichten van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Wabo. Het ontwerp van het besluit heeft vanaf 17 januari 2018 ter inzage gelegen. Het ter inzage gelegde ontwerpbesluit betrof een weigering van de gevraagde omgevingsvergunning, omdat de raad van Twenterand de vereiste verklaring van geen bedenkingen niet had afgegeven. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft de raad van Twenterand op 17 juli 2018 alsnog de vvgb verleend. Vervolgens heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend bij het besluit van 19 mei 2020. Stichting Omgevingsrecht is een stichting met het statutair doel om bestuursrechtelijke besluitvorming door middel van juridische procedures te corrigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3583
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202200645/1/R4

202200922/1/R4

Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend om woonappartementen te realiseren in het voormalige gemeentehuis van Ubbergen op het perceel aan de [locatie] in Beek, gemeente Berg en Dal. [vergunninghoudster] is eigenaar van het pand. Zij heeft het pand van de gemeente Berg en Dal gekocht. Het pand bestaat uit een monumentale villa met later gerealiseerde aanbouwen. De verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op het inpandig verbouwen van de aanbouwen tot 21 woonappartementen, het realiseren van enkele dakterrassen en het inkorten van de met de monumentale villa verbonden entree van het pand. [appellanten] betogen dat de door de gemeente en [vergunninghoudster] gesloten koopovereenkomst, die ten grondslag ligt aan de eigendomsoverdracht van het pand door de gemeente aan [vergunninghoudster] nietig moet worden verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3596
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200922/1/R4

202202692/1/R4

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht het bestemmingsplan "Garsten Noord" vastgesteld. Garsten Noord is een gemengd gebied in Nigtevecht waar enerzijds bedrijven zijn gevestigd en anderzijds woningen staan. Het plan voorziet in een actualisering van het voorheen geldende bestemmingsplan voor Garsten Noord. In het oosten van het plangebied wordt de ontwikkeling van vrijstaande woningen en een appartementengebouw mogelijk gemaakt. [appellant sub 2] en anderen wonen in en nabij het plangebied. Zij hebben beroep ingesteld tegen het plan, onder andere omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Sonnevanck is eigenaar van de gronden gelegen aan de Vreelandseweg 11, 13, 17 en 19, en is de ontwikkelaar van de in het plan voorziene woningbouw. Sonnevanck is het grotendeels eens met het plan, maar is het niet eens met een aantal planregels voor de in het plan beoogde woningbouw. [appellant sub 1A] woont aan de [locatie 1] in Nigtevecht. Zij heeft een demontage en recycling bedrijf aan [locatie 2] in Nigtevecht. [appellant sub 1D] is eigenaar en exploitant van een metaalhandel aan de [locatie 3] in Nigtevecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3597
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202692/1/R4

202203156/1/R2

Bij besluit van 17 november 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [maatschap] een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden en wijzigen van een varkenshouderij aan de [locatie] in Reusel. Deze zaak gaat over de uitstoot van ammoniak(emissie) uit emissiearme stalsystemen die onder meer voor de varkenshouderij zijn ontwikkeld. Het gaat om stalsystemen met een biologische combiluchtwasser die de ammoniakemissie met 85% zou reduceren. In deze zaak staat de vraag centraal of met het treffen van maatregelen, die worden opgenomen in de voorschriften van de natuurvergunning, vaststaat dat de beoogde ammoniakreductie van deze combiluchtwassers wordt gehaald. Voor de berekening van de emissie uit stalsystemen waren in de Regeling ammoniak en veehouderij emissiefactoren opgenomen (Rav-emissiefactor). Vanaf 1 januari 2024 zijn die emissiefactoren opgenomen in de bijlagen V en VI bij de Omgevingsregeling. In de Rav- en OW-emissiefactoren is rekening gehouden met de emissiebeperkende werking van de combiluchtwassers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3356
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203156/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203156/1/R2

202203199/1/R2

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [vergunninghouder] een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden en wijzigen van de veehouderij aan de [locatie] in Luyksgestel. De maatschap exploiteert aan de [locatie] in Luyksgestel een melkveehouderij. Voor de exploitatie van de melkveehouderij is op 17 maart 2015 een natuurvergunning verleend. Op grond van die vergunning mogen 200 melkkoeien, 152 stuks jongvee en 1 paard worden gehouden, in verschillende stalsystemen. De maatschap heeft op 28 februari 2019 een wijziging van de natuurvergunning aangevraagd. De wijziging houdt in dat in stal 6 een ander emissiearm stalsysteem wordt toegepast, namelijk A1.13 in plaats van A1.14. In die stal zullen 121 melkkoeien en 71 stuks vrouwelijk jongvee worden gehouden. Het college heeft de vergunning verleend, omdat de aangevraagde situatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Stichting Groen Kempenland meent dat de natuurvergunning ten onrechte is verleend, omdat de vergunde situatie wel tot een toename van stikstofdepositie leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3570
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203199/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203199/1/R2

202203853/1/R1

Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd een vergunning te verlenen voor het veranderen en vernieuwen van de luchtbehandelingsinstallatie op het dak van het gebouw [locatie] te Amsterdam. [appellante] is eigenaar van het pand [locatie], een rijksmonument met de specifieke bouwaanduiding "orde 1". Zij heeft op 18 september 2019 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor onder meer het veranderen van de LBI op het dak van het pand. Volgens het college is de aanvraag in strijd met de ingevolge artikel 6.2.5, onder b, van de regels van het bestemmingsplan "Postcodegebied 1012" voor het perceel geldende maximaal toegestane bouwhoogte. Volgens dat onderdeel bedraagt de maximale bouwhoogte van het gebouw ten hoogste de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte. Door de plaatsing van de installatie wordt volgens het college de bouwhoogte van het gebouw hoger dan de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte aan de achterzijde van het gebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3599
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202203853/1/R1

202204171/1/A3

Bij besluit van 22 augustus 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Kennemerland de Beverwijkse Bazaar op grond van artikel 2.2 van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Kennemerland 21 augustus 2020 gelast dat enige hallen van de Bazaar aan de Montageweg 35 in Beverwijk worden gesloten voor de duur van twee weken, met ingang van 23 augustus 2020. De markt van de Beverwijkse Bazaar is tussen 13 maart 2020 en 16 mei 2020 vanwege de COVID-19 crisis gesloten geweest voor publiek. Voorafgaand aan de heropening van de Bazaar heeft de Bazaar overleg gevoerd met de gemeente Beverwijk en de Veiligheidsregio Kennemerland en een protocol opgesteld met de te nemen maatregelen om het besmettingsrisico van het COVID-19 virus op de Bazaar te beperken. Een toezichthouder van de gemeente heeft in het weekend van 30 en 31 mei 2020 geconstateerd dat in de hallen van en de ruimte rondom de Bazaar maatregelen ter voorkoming van besmetting met het COVID-19 virus niet of onvoldoende werden nageleefd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3577
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204171/1/A3

202204677/1/R3

Bij besluit van 29 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk, zijnde garage, overkapt terras en berging, achter [locatie] in Voorschoten. [vergunninghouder] heeft in 2014 zonder omgevingsvergunning een gebouw gerealiseerd achter in de tuin bij zijn woning aan de [locatie] in Voorschoten. Dit is een bijbehorend bouwwerk bij zijn woning, dat bestaat uit drie met elkaar verbonden onderdelen: een garage, een overkapt terras en een berging. Het geheel heeft een gezamenlijke achterwand van zo'n 10,8 m en een gezamenlijke overkapping die bij de garage ongeveer 5,95 m, en bij het terras en de berging ongeveer 4,6 m diep is. Het gebouw heeft een goothoogte van zo'n 2,20 m, een nokhoogte van zo'n 4,57 m en een totale oppervlakte van ongeveer 54 m2. In 2018 heeft [wederpartij] het college verzocht om handhavend op te treden tegen het gebouw. Het college heeft een handhavingstraject ingezet. Dat heeft ertoe geleid dat [vergunninghouder] op 8 februari 2019 alsnog omgevingsvergunning heeft gevraagd om het gebouw te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3584
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204677/1/R3

202205185/1/R2

Bij besluit van 16 november 2020 heeft het college aan [vergunninghouder] (hierna: de maatschap) een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden en wijzigen van de veehouderij aan [locatie] in Etten-Leur en geweigerd voor het weiden van het vee. De maatschap exploiteert aan [locatie] in Etten-Leur een melkveehouderij. Zij heeft in 2019 een natuurvergunning aangevraagd voor het wijzigen van de rundveehouderij. De aanvraag ziet op het houden van 60 melkkoeien, 43 vleesstieren, 70 stuks vrouwelijk jongvee, 40 zoogkoeien en 15 schapen. In één van de stallen wordt het emissiearme stalsysteem A1.28 toegepast. Het college heeft de vergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De aangevraagde situatie leidt volgens het college weliswaar tot een toename van emissie ten opzichte van de referentiesituatie, maar de toename van emissie leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het college heeft de vergunning geweigerd voor het weiden van het vee, omdat daarvoor geen vergunning nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3569
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202205185/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205185/1/R2

202205549/1/R4

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden, afgewezen. [appellant] heeft het college op 26 oktober 2020 verzocht handhavend op te treden tegen een bouwwerk op het perceel aan de [locatie 1] in Oisterwijk dat zonder omgevingsvergunning is gebouwd. Het bouwwerk is een overkapping met een grondoppervlak van ongeveer 5 m² en een hoogte van 2,4 m. Ten tijde van het handhavingsverzoek woonde [appellant] op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] in Oisterwijk. Hangende de procedure in hoger beroep heeft [appellant] de woning verkocht en is hij verhuisd naar [plaats]. Uit een door het college overgelegd uittreksel uit het kadaster blijkt dat [appellant] de eigendom van de woning op 31 mei 2024 heeft overgedragen aan de nieuwe eigenaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3585
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205549/1/R4

202206289/1/A2

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kosten van spoedeisende bestuursdwang ter hoogte van € 1.344,35 in verband met het ontmantelen van een hennepkwekerij op [appellant sub 1] verhaald. Op 2 maart 2021 heeft een inspecteur van de gemeente Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen in de kruipruimte van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Het college heeft vanwege de gevaren voor de omgeving van de aangetroffen hennepkwekerij spoedeisende bestuursdwang toegepast en heeft opdracht gegeven om deze direct te ontmantelen. De bevindingen bij de ontmanteling zijn neergelegd in een rapport. Daarin is onder meer opgenomen dat de kruipruimte toegankelijk was via een deur in de woning, dat de kruipruimte zodanig was uitgegraven dat men daar bijna rechtop kon staan en dat de gehele kruipruimte werd gebruikt voor hennepteelt. Voorts is in het rapport vermeld: "de assimilatielampen die extreem heet worden waren veel te dicht tegen de houten ondervloer geplaatst. In verband met de hitte van deze lampen die boven de 100 graden Celsius uitkomt is de kans op brand in deze ruimte extreem hoog".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3586
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206289/1/A2

202207038/1/A2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de Dienst Wegverkeer naar aanleiding van een ‘Wachten Op Keuren’ (WOK)-melding bepaald dat het voertuig met het kenteken [...] niet voldoet aan de wettelijke eisen en met ingang van 3 februari 2022 niet met het voertuig op de weg mag worden gereden. In geschil is of een WOK-melding een technische beoordeling is waartegen geen beroep kan worden ingesteld, zoals bedoeld in artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb. Op 3 februari 2022 hebben een brigadier en hoofdagent van de politie-eenheid Noord-Holland een meting uitgevoerd aan de brommer van [appellant sub 2]. Uit deze meting volgt volgens de agent dat de constructiesnelheid van de brommer 58 km/u bedroeg. Dat is een overschrijding van de maximale constructiesnelheid van 56 km/u. Na deze meting heeft de politieagent een melding aan de RDW gedaan om in het kentekenregister een zogenoemde WOK-status aan de brommer toe te kennen, omdat de brommer door de overschrijding van de maximale constructiesnelheid niet voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3587
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202207038/1/A2

202207297/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Coudewater (landgoed en boszone)" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van Landgoed Coudewater. In bestaande panden, waar voorheen de GGZ Oost-Brabant was gevestigd, worden woningen, kantoren en horeca mogelijk gemaakt. Ook wordt de bouw van nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het maximum aantal wooneenheden binnen alle bestemmingsvlakken "Woongebied" en "Gemengd" met de aanduiding "specifieke vorm van wonen - maximum aantal wooneenheden" samen bedraagt 408. Het Groene Hart kan zich niet met het plan verenigen voor zover het gaat om het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied, waar een aantal woningen mogelijk gemaakt wordt. Het betreft het gedeelte tussen Landgoed Coudewater en de rivier de Groote Wetering. Het plan staat hier drie natuurwoningen en een kleinschalig appartementencomplex toe. Het Groene Hart meent dat ecologische en natuurbelangen door het plan worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3572
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207297/1/R2

202300775/1/A2

Bij besluit van 31 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 6.000,00 opgelegd aan [appellant] wegens omzetting van de woning aan de [locatie] in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. Deze zaak gaat over omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, in de zin van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning ter controle op 8 oktober 2019 bezocht. Op dat moment stonden er drie personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen, te weten [persoon A], [persoon B] en [persoon C]. [persoon A] en [persoon B] hebben verklaard dat zij en [persoon C] in de woning wonen, dat [persoon B] hoofdhuurder is en dat hij als enige een huurovereenkomst heeft. Volgens [persoon B] en [persoon A] weet [appellant] dat er drie personen in de woning wonen. [persoon B] heeft toegelicht dat er vier slaapkamers in de woning zijn die allemaal op slot kunnen. Daarvan wordt één kamer gebruikt als gemeenschappelijke logeerkamer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3588
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300775/1/A2

202300969/1/R2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan “Buitengebied (Museumpark VONK)” vastgesteld. Het plan maakt een uitbreiding en transformatie van het preHistorisch Dorp naar “Museumpark Vonk” mogelijk. Beoogd is een cultuurhistorisch museumpark over de geschiedenis van de stad en regio Eindhoven te realiseren, met een gebouw voor de tentoonstelling van de collectie van de initiatiefnemer en voor een horecagelegenheid. Verder maakt het plan een openluchttheater, een wandelgebied en een maakschuur mogelijk, waar voor het museumpark zogenoemde “vonken”, historische verhalen in de vorm van interactieve toestellen, kunnen worden gebouwd. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het gebied “Genneper Parken” in Eindhoven en wordt begrensd door de Boutenslaan, de Genneperweg, de waterloop van de Tongelreep en zandvang De Vleut. Voor het plan wordt een groot deel van het terrein van de ter plaatse gevestigde verkeersschool en van een voormalig baggerdepot gebruikt. Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het plan, omdat zij vrezen dat de natuur en cultuurhistorie van het gebied Genneper Parken door het plan worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3603
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300969/1/R2

202301849/1/R1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Keup 11 en Keup ongenummerd Egchel en Baarloseweg ongenummerd Helden" vastgesteld. Het plan voorziet in de sanering van de varkenshouderij van [bedrijf] op het perceel [locatie] in Egchel. De bestemming van het perceel is daarom omgezet van "Agrarisch" naar "Wonen". Als tegenprestatie voor het saneren is het voor [bedrijf] toegestaan om twee nieuwe burgerwoningen te realiseren op twee andere percelen. Het gaat om het perceel Keup ongenummerd (tegenover de woning Keup 10) en Baarloseweg ongenummerd (tussen de woningen Baarloseweg 8 en 9). [appellant] woont op de [locatie] in [woonplaats], wat op ruim 4 km afstand van het perceel [locatie] en de hiervoor bedoelde percelen Keup ongenummerd en Baarloseweg ongenummerd ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3578
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202301849/1/R1

202301928/1/R1

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Amstelveen Stadshart 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het centrum van de bebouwde kom van Amstelveen. Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding van de zogeheten cultuurstrip mogelijk en is verder overwegend conserverend van aard. Stroombaan en anderen zijn eigenaar van het perceel Stroombaan 4 in Amstelveen (hierna: het perceel), dat binnen het plangebied ligt. Zij hebben op 27 juli 2022, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpplan, een principeverzoek ingediend voor een bouwplan op hun perceel (hierna ‘(ruimtelijk) initiatief’). Dat initiatief voorziet in de uitbreiding van het kantoorgebouw op het perceel met twee bouwlagen tot een maximale bouwhoogte van 25 meter en de verduurzaming van de ventilatie-/afzuiginstallatie. Het bestemmingsplan staat het initiatief niet toe. Hoewel de raad niet op voorhand negatief tegenover het initiatief staat, heeft hij het niet meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3600
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202301928/1/R1

202302008/1/R1

Bij besluit van 7 januari 2019 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft een agrarisch bedrijf dat is gevestigd aan de Schenkeldijk in Klaaswaal. Hij maakt daarbij gebruik van grote landbouwvoertuigen op de Bommelkoussedijk, de Schenkeldijk en de Boomdijk in Klaaswaal. [appellant] heeft op 29 juli 2018 een verzoek gedaan om handhaving wegens negen overtredingen van artikel 4.3 van de Keur voor Waterschap Hollandse Delta 2014. Het college heeft het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Op verzoek van de rechtbank heeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening op 17 mei 2021 een advies uitgebracht. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] tegen het besluit van 26 juni 2019 in haar uitspraak van 26 januari 2019 niet-ontvankelijk verklaard voor zover dit betrekking had op de overtredingen 6 en 8, omdat de betreffende beplanting en plantenbakken verwijderd zijn. Voor zover het beroep betrekking had op de overtredingen 1 tot en met 5, 7 en 9 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3573
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202302008/1/R1

202302397/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft de Dienst Wegverkeer een voertuig met kenteken [...] ingeschreven in het kentekenregister en tenaamgesteld. Ook heeft de RDW de bij de importkeuring op 15 april 2022 aangezegde Wachten Op Keuren-status (WOK-status) geregistreerd. In geschil is of de RDW het voertuig van [appellant sub 1] mocht aanmerken als schadevoertuig. [appellant sub 1] heeft in België een auto gekocht. Tijdens de importkeuring op 15 april 2022 heeft de RDW vastgesteld dat het voertuig waterschade heeft. Daarom heeft het voertuig een Wachten Op Keuren-status (hierna: WOK-status) gekregen. In het keuringsrapport van 15 april 2022 heeft de RDW vermeld dat het verbod voor het rijden op de weg geldt vanaf het moment dat het voertuig is ingeschreven en tenaamgesteld. Ook staat vermeld dat [appellant sub 1] om de WOK-status op te heffen na ontvangst van het bewijs van inschrijving en het herstel van de waterschade het voertuig voor een schadekeuring moet aanbieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3589
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302397/1/A2

202302442/1/R2

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Binnenstad, Marksingel 1" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een bestaand kantoorgebouw tot een appartementengebouw in de binnenstad van Breda. Beoogd is om op de verdiepingen in totaal maximaal 33 woonappartementen te realiseren en om op de begane grond te voorzien in plintfuncties, zoals bijvoorbeeld detailhandel en dienstverlening. Het plan staat de toevoeging van een extra bouwlaag toe. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie]. Dit perceel grenst aan de noordzijde van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan, omdat hij vreest voor aantasting van het woon- en leefklimaat op zijn perceel. [appellant] betoogt dat de bouwmogelijkheden die het plan biedt in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, omdat de bouwmogelijkheden het woon- en leefklimaat aantasten, in het bijzonder door de toegestane hoogte en woonfunctie. Hierbij wijst [appellant] op een verlies aan bezonning en privacy en een toename van hinder. In de nabije omgeving mag minder hoog worden gebouwd dan wat het voorliggende plan toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3590
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302442/1/R2

202302673/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] (hierna: de maatschap) voor het realiseren van een parkeervoorziening bij het woongebouw op het perceel [locatie] in Amsterdam. [persoon] was ten tijde van de besluiten eigenaar van het woongebouwl. Het bouwplan waarop de aanvraag van de maatschap betrekking heeft, voorziet naast het woongebouw op het perceel in een parkeervoorziening, die onder andere bestaat uit een parkeerkelder met een oppervlakte van ongeveer 20 m bij 4 m. De parkeerkelder komt deels ondergronds en deels bovengronds te liggen. Het feitelijk maaiveld rondom de parkeervoorziening, loopt vanaf de straat af richting de achterkant van de parkeervoorziening. In het midden van de parkeerkelder bevindt zich volgens de bouwtekening een autolift. Aan de ten opzichte van de straat gelegen achterkant van de autolift, komt in de parkeerkelder een werkplaats/hobbyruimte en aan de andere kant een bergruimte. Deze ruimtes worden van de autolift gescheiden door zogenoemde overheaddeuren. Aan de achterkant van de parkeerkelder bevindt zich een trap die naar buiten leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3591
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202302673/1/R1

202303139/1/V6

Bij besluit van 14 september 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de namens [persoon] ingediende verklaring om het Nederlanderschap te verkrijgen door optie, te bevestigen. [appellant] heeft op 16 juli 2021 voor [persoon] bij de Nederlandse ambassade in Kopenhagen een optieverklaring ingediend op grond van artikel II, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De minister heeft de optieverklaring niet bevestigd, omdat [appellant] als vader van [persoon] niet de Nederlandse nationaliteit bezat op het moment van de geboorte van [persoon] op [geboortedatum] 2007 en de erkenning op [datum] 2007. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit verkregen op 9 augustus 2011. De minister heeft zich in het besluit van 18 maart 2022 op het standpunt gesteld dat er geen ruimte bestaat om het Nederlanderschap op een andere grond aan [persoon] te verlenen. De minister heeft aanleiding gezien om de leges terug te betalen, omdat bij het indienen van de optieverklaring over het hoofd is gezien dat [appellant] ten tijde van de geboorte en erkenning van [persoon] niet de Nederlandse nationaliteit bezat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3579
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303139/1/V6

202303631/1/A2

Bij besluit van 23 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 19 november 1996, 22 december 2002 en 10 oktober 2003 eigenaar van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [locatie] te Nieuwer Ter Aa. Op 1 november 2010 is het voorontwerp van het bestemmingsplan Landelijk Gebied West ter vervanging van het bestemmingsplan Landelijk Gebied West 1993 ter inzage gelegd. Onder het bestemmingsplan van 1993 had [appellant] een bouwperceel van 7.489 m2. Daarvan mocht maximaal 30% bebouwd worden, hetgeen neerkomt op 2.246,7 m2. In het voorontwerp is het bouwperceel kleiner en mag daarvan nog maar 20% worden bebouwd. Het ontwerpbestemmingsplan is op 25 januari 2013 ter inzage gelegd. Het bestemmingsplan Landelijk Gebied West is vervolgens op 25 juni 2013 vastgesteld en op 27 september 2013 in werking getreden voor de percelen van [appellant]. Onder dit bestemmingsplan heeft [appellant] een bouwperceel van 7.005 m2, waarvan uiteindelijk maximaal 30% bebouwd mag worden. Dat komt neer op 2.101,5 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3598
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303631/1/A2

202303686/1/V6

Bij brief van 2 maart 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] laten weten dat hij moet inburgeren. [appellant] heeft de Turkse nationaliteit. Op 5 november 2021 heeft de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen voor verblijf bij zijn echtgenote. Op 2 december 2021 heeft [appellant] de mvv afgehaald bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Istanbul. Hij heeft vervolgens op 17 januari 2022 zijn verblijfsvergunning in Nederland opgehaald. Volgens de staatssecretaris is [appellant] inburgeringsplichtig, omdat hij zijn verblijfsvergunning na 31 december 2021 heeft opgehaald. De staatssecretaris heeft [appellant] daarom de brief van 2 maart 2022 gestuurd om hem te laten weten dat hij moet inburgeren. In de brief van 4 juli 2022 staat dat zijn inburgeringstermijn op 10 mei 2022 is gestart en dat hij tot en met 9 mei 2025 de tijd heeft om in te burgeren. [appellant] is het er niet mee eens dat hij inburgeringsplichtig is, omdat Turkse staatsburgers die vóór 31 december 2021 rechtmatig verblijf in Nederland hebben gekregen, niet inburgeringsplichtig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3580
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303686/1/V6

202304057/1/R1

Bij besluit van 20 december 2021 heeft het college geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een dakterras op het perceel [locatie 1] te Amsterdam. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een dakterras op een dakdeel van zijn woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een dakterras op een dakdeel van zijn woning. Op grond van het bestemmingsplan "Westelijke Binnenstad" geldt voor de woning de bestemming "Gemengd-1" met specifieke bouwaanduiding "orde 2". De aanvraag is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan omdat de maximale bouwhoogte wordt overschreden en dakterrassen niet zijn toegestaan. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college bevoegd was om met toepassing van artikel 6.4 van de planregels omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Volgens [appellant] wordt anders dan de rechtbank heeft overwogen wel voldaan aan de maximale bouwhoogte van 1,20 m ten opzichte van het dak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3595
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304057/1/R1

202305255/1/A2

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor de door [appellant] verleende rechtsbijstand voor de toevoeging met het kenmerk 4NV0142 vastgesteld op € 832,89. De raad verleent toevoegingen voor rechtsbijstand. De regels met betrekking tot de vergoedingen zijn neergelegd in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Daarnaast heeft de raad beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [appellant] heeft op 21 oktober 2019 een toevoeging aangevraagd voor de door hem verleende rechtsbijstand aan zijn cliënt in een civiele procedure tegen zijn verhuurder. De verhuurder beschikte niet over een omzettingsvergunning waardoor de cliënt van [appellant] genoodzaakt was zijn woning te verlaten. De verleende rechtsbijstand zag op het laten beëindigen van de huurovereenkomst en het vorderen van schadevergoeding. [appellant] heeft de toevoeging aangevraagd onder zaakcode en zaakaanduiding "H020 onderhoud door verhuurder".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3574
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305255/1/A2

202305259/1/R1

Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghoudster] (hierna: de maatschap) voor het veranderen en vergroten van het woongebouw aan de [locatie 1], thans [locatie 2] en [locatie 3], in Amsterdam. [eigenaar] is eigenaar van het woongebouw op het perceel. De maatschap heeft op 8 februari 2019 een aanvraag ingediend om het pand op het perceel te mogen verbouwen. Het bouwplan bevat onder andere het vervangen van de ramen en kozijnen en de realisatie van een opbouw op het dak die is bedoeld voor technische installaties. Daarnaast bevat het bouwplan constructieve aanpassingen aan diverse vloeren en wanden, een aanpassing van de indeling van het gebouw en de realisatie van een lift. Op de bouwtekeningen staat een uitbouw van het souterrain. Het college heeft zich bij het besluit op bezwaar alsnog op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Willemspark / Van Eeghenstraat 2002". Daarin is het perceel onder andere bestemd voor "Woningen". Volgens het college wordt de toegestane maximale bouwhoogte met 55 cm overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3594
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305259/1/R1

202306309/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4148, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van het college van 21 april 2022 vernietigd en het besluit van het college van 12 januari 2022 herroepen. De Afdeling heeft daarbij met toepassing van artikel 8:88 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:91 van deze wet het onderzoek heropend ter voorbereiding van een uitspraak inzake schadevergoeding. [verzoekster] heeft in 2019 op een gedeelte van het perceel [locatie] te Giethoorn een chalet geplaatst zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Een toezichthouder heeft geconstateerd dat het chalet buiten het bouwvlak is gesitueerd. Bij besluit van 31 december 2020 heeft het college aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3593
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306309/1/A2

202401793/1/A2

Bij beslissing van 15 november 2023 heeft het CvB aan [appellant] meegedeeld dat hij per 15 november 2023 definitief van Noorderpoort is verwijderd en dat hij per 1 december 2023 zal worden uitgeschreven. [appellant] heeft zich voor studiejaar 2022-2023 ingeschreven voor de mbo-opleiding Biologisch-medisch analist bij Noorderpoort. In het eerste studiejaar is hij voor vijf dagen geschorst vanwege zijn gedrag. Noorderpoort heeft deze schorsing vervolgens verlengd met vijf dagen. Reden hiervoor was dat [appellant] de zorgen omtrent zijn gedrag tijdens het gesprek naar aanleiding van de eerste vijf dagen schorsing niet heeft weggenomen en er in de tussentijd nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden. Omdat duidelijk werd dat [appellant] erbij gebaat zou zijn is daarna begeleiding op gang gebracht, wat ook gezorgd heeft voor verbetering in zijn gedrag. In september en oktober 2023 hebben zich wederom incidenten voorgedaan. [appellant] en zijn ouders zijn in het licht daarvan uitgenodigd voor een gesprek op 20 oktober 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3592
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401793/1/A2

202401820/1/A2

Bij beslissing van 23 november 2023 heeft de examencommissie van de faculteit rechtsgeleerdheid het door [appellante] afgelegde tentamen Law and Legal Skills: The Dutch Example ongeldig verklaard vanwege fraude. [appellante] heeft op 30 oktober 2023 het tentamen gemaakt. Tijdens de eerste drie kwartier had zij twee readers met beschreven tabbladen beschikbaar. Deze readers zijn door een surveillant ingenomen. [appellante] heeft vervolgens het tentamen met behulp van digitale readers afgemaakt. De examencommissie heeft [appellante] gehoord. Zij heeft verklaard dat zij niet de intentie had om te frauderen en dacht dat de markeringen toegestaan waren. De examencommissie heeft geconcludeerd dat sprake was van fraude. Als sanctie wordt haar tentamen ongeldig verklaard. [appellante] heeft inmiddels op 29 januari 2024 de herkansing van het vak Law and Legal Skills gemaakt en daarvoor het cijfer 9 behaald. Het college heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Hieraan heeft het ten grondslag gelegd dat het bij [appellante] bekend had moeten zijn dat het niet was toegestaan om in de readers te schrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3601
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401820/1/A2

202402084/1/V3

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij vanuit Belarus drie keer heeft geprobeerd Polen in te reizen, maar dat hij telkens is teruggestuurd naar Belarus. Bij zijn vierde poging om Polen in te reizen heeft hij verzocht om internationale bescherming. De minister heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat beginsel is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte lidstaat - in dit geval Polen - in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Polen, omdat hij vreest dat hij na overdracht aan dat land het slachtoffer wordt van een zogeheten "pushback".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3455
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402084/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402084/1/V3

202402637/1/A2

Bij beslissing van 4 september 2023 heeft de Examencommissie Tandheelkunde van de Vrije Universiteit Amsterdam het verzoek van [appellant] om de geldigheidsduur van tentamenresultaten van drie theoretische vakken en twee praktische vakken te verlengen, afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding Tandheelkunde aan de VU. Bij e-mail van 13 juni 2023 heeft de examencommissie [appellant] te kennen gegeven dat behaalde tentamenresultaten komen te vervallen per 1 september 2023. [appellant] heeft vervolgens verzocht om de geldigheidsduur van die tentamenresultaten te verlengen. Het CBE heeft vermeld dat een nieuw curriculum is ingevoerd voor de bacheloropleiding Tandheelkunde. In het geval dat studenten in het collegejaar 2022-2023 de Boorlicentietoets hebben behaald, heeft de examencommissie behaalde tentamenresultaten onder het oude curriculum verlengd. [appellant] heeft de Boorlicentietoets na meerdere pogingen niet behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3582
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402637/1/A2

202402763/1/V3

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De tweede grief van de vreemdeling is onder andere gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voor Dublinclaimanten niet mogelijk en/of niet effectief is om rechtsmiddelen aan te wenden in Polen vanwege verontrustende berichtgeving over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in dat land. Nationale rechterlijke instanties hebben de taak om te waarborgen dat het recht van de Unie in alle lidstaten ten volle wordt toegepast en dat daadwerkelijke rechtsbescherming wordt geboden (artikelen 2 en 19 van het Verdrag betreffende de Europese Unie). Het beginsel van daadwerkelijke rechtsbescherming is een algemeen beginsel van Unierecht. Om te waarborgen dat rechterlijke instanties daadwerkelijke rechtsbescherming kunnen bieden is de instandhouding van de onafhankelijkheid van die instantie essentieel (artikel 47, tweede lid, van het EU Handvest).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3456
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402763/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402763/1/V3

202402934/1/A2

Bij besluit van 9 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer spoedeisende bestuursdwang toegepast door het voertuig van [appellante] met kenteken [...] weg te slepen en in bewaring te stellen. Bij besluit van 9 december 2022 heeft het college spoedeisende bestuursdwang toegepast door het voertuig van [appellante] weg te slepen. Het bezwaar van [appellante] tegen dit besluit is door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden. [appellante] is het hier niet mee eens. De rechtbank deelt het oordeel van het college dat het bezwaarschrift geen gronden bevat. Zij oordeelt dat het bezwaarschrift slechts een blote ontkenning van feiten bevat, zonder nadere toelichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3575
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402934/1/A2

202403023/1/A2

Bij beslissing van 18 september 2023 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat [appellante voor inschrijving voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024 het instellingstarief collegegeld van € 8.600,00 verschuldigd is. [appellante] heeft in augustus 2010 een graad Nederlands recht behaald. In februari 2011 is [appellante] begonnen met de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft zij gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college in het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld. Vanaf het studiejaar 2018-2019 is bepaald dat zij het instellingstarief collegegeld verschuldigd is. Sindsdien heeft [appellante] diverse procedures gevoerd bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs en de Afdeling over de mogelijkheden tot inschrijving en de hoogte van het in rekening gebrachte collegegeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3602
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403023/1/A2

202404526/1/A2

Bij beslissing van 29 april 2024 heeft de examencommissie van de Radboud Universiteit de masterscriptie van [appellante] ongeldig verklaard en bepaald dat zij een nieuwe masterscriptie moet schrijven over een ander onderwerp. Naar aanleiding van het door [appellante] ingediende beroep bij het college heeft de examencommissie op 13 juni 2024 een gesprek met haar gevoerd. Dit gesprek heeft geleid tot een schikking zoals beschreven in een e-mail van de examencommissie van 17 juni 2024. Daarin staat dat de examencommissie de ongeldingverklaring en de daaraan verbonden verplichting tot het schrijven van een nieuwe masterscriptie over een ander onderwerp ongedaan maakt als [appellante] voldoet aan de voorwaarde dat zij hoofdstuk 2 van de masterscriptie geheel herschrijft en de door de plagiaatscanner gemarkeerde gedeelten in de hoofdstukken 1 en 3 herschrijft, zodanig dat de scriptie een origineel eigen werk is dat voldoet aan alle aan de masterscriptie gestelde academische vereisten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3581
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404526/1/A2

202404442/1/V3

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3558
Datum uitspraak
3 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404442/1/V3

202303011/1/R1

Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het college besloten tot invordering van de door Janima verbeurde dwangsom van € 13.000,00. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college het door Janima daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten. Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank het door Janima daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Dit oordeel gaat alleen over de invordering van de verbeurde dwangsom. Aan het belang van invordering wordt in de rechtspraak een zwaarwegend gewicht toegekend. Anders zou er weinig gezag uitgaan van een opgelegde last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3623
Datum uitspraak
3 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303011/1/R1
vorige pagina1...777879...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon