Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.742
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400627/1/R4

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk aan [vergunninghouder], een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een bestaand hekwerk. Vergunninghouder exploiteert een landbouwmechanisatiebedrijf op het perceel [locatie] in Winterswijk. [appellant] woont tegenover het perceel van vergunninghouder. Vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het uitbreiden van een hekwerk rondom zijn bedrijf. Het college heeft bij besluit van 18 maart 2020 deze vergunning verleend. Het tegen deze vergunning gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 25 september 2020 ongegrond verklaard. [appellant] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn bezwaar tijdens een hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie mondeling toe te lichten. Het beroep tegen dit besluit heeft de rechtbank gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. De rechtbank heeft bij uitspraak van 18 januari 2022 geoordeeld dat het gebruik van het hekwerk in strijd is met het bestemmingsplan en er om die reden een omgevingsvergunning vereist is voor de activiteit "gebruik in strijd met het bestemmingsplan".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4864
Datum uitspraak
27 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400627/1/R4

202400752/1/R4

Bij besluit van 7 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 25 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kleingemaakte doos die op 25 september 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de 2e Schuytstraat 260 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn adres op het adreslabel op de doos staat. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar stelt dat hij niet degene is geweest die hem naast de ORAC in de 2e Schuytstraat heeft achtergelaten. Hij stelt dat hij zijn huisvuil altijd gescheiden aanbiedt in de daarvoor bestemde afvalbakken aan het Stadhoudersplantsoen en dat als de papiercontainer daar vol is, hij zijn papierafval in een andere container verderop weggooit. Hij wijst erop dat de gevonden doos zodanig klein is gemaakt dat deze in de papiercontainer past.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4863
Datum uitspraak
27 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400752/1/R4

202402650/1/A3 en 202404580/1/A3

Bij brief van 19 april 2023, aangevuld bij brief van 26 april 2023, heeft [appellant] de staatssecretaris van Financiën verzocht om op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) documenten openbaar te maken. Bij brief van 19 april 2023, aangevuld bij brief van 26 april 2023, heeft [appellant] de staatssecretaris verzocht om op grond van de Woo documenten openbaar te maken die betrekking hebben op de werkgroep die is ingesteld in verband met de kabinetsreactie op het rapport Ongekend Onrecht. Daarbij heeft hij verzocht om interne correspondentie binnen die werkgroep die een besluitend karakter hebben. Verder heeft hij verzocht om correspondentie vanuit de werkgroep aan bijvoorbeeld ministeries, die niet vertegenwoordigd waren in de werkgroep. Ook heeft hij verzocht om afschriften van correspondentie waarmee de concepten van de Kamerbrief met de kabinetsreactie op het rapport Ongekend Onrecht zijn verstuurd, alsmede de daarop eventueel ontvangen feedback.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4865
Datum uitspraak
27 november 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402650/1/A3 en 202404580/1/A3

202404810/1/A2

Bij besluit van 20 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] heeft de woning [locatie A] te Roosteren op 28 mei 2001 gekocht en op 31 oktober 2001 in eigendom verkregen. Op 25 juni 2019 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in planschade die hij heeft geleden in de vorm van waardevermindering van de woning door een planologische verandering op de in de nabijheid van de onroerende zaak gelegen gronden van een derde. Met het bestemmingsplan Grensmaas 2016 (hierna: het bestemmingsplan 2016), vastgesteld op 6 juli 2016, in werking getreden op 26 augustus 2016 en onherroepelijk geworden op 5 juli 2017, is de bestemming van het perceel aan de [locatie B] te Roosteren (hierna: het perceel), dat achter de woning ligt, gewijzigd van Woondoeleinden in Bedrijf. [appellant] bestrijdt dat de planologische verandering ten tijde van de aankoop van de woning voorzienbaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4883
Datum uitspraak
27 november 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404810/1/A2

202304700/1/V1

Bij besluit van 21 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 30 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4820
Datum uitspraak
26 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304700/1/V1

202404830/1/V3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 25 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4830
Datum uitspraak
26 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404830/1/V3

202406920/2/V1

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4840
Datum uitspraak
26 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406920/2/V1

202407092/2/V3

Bij besluit van 13 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4894
Datum uitspraak
26 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407092/2/V3

BRS.24.000401

Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4810
Datum uitspraak
26 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000401

202305555/1/A3

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de burgemeester van Midden-Delfland aan een derde-belanghebbende een exploitatievergunning verleend. Het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar is op 27 december 2022 niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4957
Datum uitspraak
26 november 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305555/1/A3

202404255/3/A2, 202405023/4/A2, 202402624/5/A2 en 202404251/4/A2

Het verzoek om wraking van de staatsraden Meijer, Van Gastel en Besselink wordt afgewezen, omdat er door [verzoeker] geen wrakingsgronden zijn voorgedragen, terwijl [verzoeker] op de zitting drie keer in de gelegenheid is gesteld om die gronden voor te dragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4947
Datum uitspraak
26 november 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Wraking
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404255/3/A2, 202405023/4/A2, 202402624/5/A2 en 202404251/4/A2

202101619/1/V3 en 202201328/1/V3

Bij besluit van 9 januari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 september 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4825
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202101619/1/V3 en 202201328/1/V3

202205995/1/V3

Bij besluit van 12 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 11 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4831
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205995/1/V3

202302648/1/V3

Bij besluit van 1 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4806
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302648/1/V3

202305770/1/V3

Bij besluiten van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4824
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305770/1/V3

202305798/1/V2

Bij besluit van 19 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 1 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4823
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305798/1/V2

202307966/1/V3

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 22 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4832
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307966/1/V3

202404502/2/R4

Bij besluit van 28 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre op het perceel [locatie] in Otterlo te verwijderen en verwijderd te houden. De serre op het perceel is gebouwd aan een recreatiewoning. [verzoeker] is eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op [recreatiepark]. Op 9 maart 2022 hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd van 23,07 m². Bij besluit van 28 april 2022 is aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd, strekkende tot het verwijderen en verwijderd houden van de aanbouw. Uit het besluit volgt dat de serre is gebouwd zonder een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en dat de recreatiewoning in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan [Recreatiepark] een grotere (grond)oppervlakte heeft dan is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4807
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404502/2/R4

202404566/2/R4

Bij besluit van 29 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [verzoekers] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre en een schuur op het perceel [locatie] in Otterlo te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een recreatiewoning aanwezig. [verzoekers] is eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op recreatiepark "De Zanding". Op 3 maart 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd van 33,54 m². Verder is geconstateerd dat een schuur is gebouwd van 6 m². Bij besluit van 29 april 2022 is aan [verzoekers] een last onder dwangsom opgelegd, strekkende tot het verwijderen en verwijderd houden van de serre en de schuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4811
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404566/2/R4

202404583/2/R4

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan "Proostdijerdwarsweg 12, Waverveen" vastgesteld. De aanleiding voor het bestemmingsplan is het ‘Pact van Poldertrots’ van 31 oktober 2012, waarin afspraken zijn gemaakt over de herinrichting van de polder Groot Mijdrecht Noord ten behoeve van natuurontwikkeling. Ondertekenaars van dit pact zijn de provincie Utrecht, de gemeente De Ronde Venen, het waterschap, Vereniging Natuurmonumenten en de bewonersdelegatie van de polder Groot Mijdrecht Noord. Het bestemmingsplan dient ter uitvoering van het Pact. Het Pact voorziet in de ontwikkeling van een aantal nieuwe moerasgebieden met bloemrijk grasland daar omheen. Het noordelijke deel van camping De Wilgenborgh ligt in een van die gebieden die in het Pact zijn aangewezen voor de ontwikkeling van nieuw moerasgebied. Als gevolg van het bestemmingsplan komt de camping dichterbij de woning van [verzoeker A] en [verzoeker B] te liggen. De afstand bedraag op dit moment ongeveer 100 meter en dat wordt in de toekomstige situatie ongeveer 50 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4815
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404583/2/R4

202404594/2/R4

Bij besluit van 21 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [verzoekster] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre en een schuur op het perceel [locatie] in Otterlo te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een recreatiewoning aanwezig. [verzoekster] is eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op [recreatiepark]. Op 10 februari 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd van 13,6 m². Verder is geconstateerd dat een schuur is gebouwd van 6 m². Uit het besluit van 21 juni 2022 volgt dat de serre en de schuur zijn gebouwd zonder een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en dat de recreatiewoning in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan [Recreatiepark] daardoor een grotere (grond)oppervlakte heeft dan is toegestaan. Op grond van dat bestemmingsplan mag een recreatiewoning een maximale (grond)oppervlakte hebben van 75 m², inclusief aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4809
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404594/2/R4

202404595/2/R4

Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede [verzoekers] onder oplegging van een dwangsom gelast een serre en een schuur op het perceel [locatie] in Otterlo te verwijderen en verwijderd te houden. Op het perceel is een recreatiewoning aanwezig. [verzoekers] is eigenaar van het perceel en van de recreatiewoning die is gelegen op recreatiepark "De Zanding". Op 10 februari 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat zonder een omgevingsvergunning aan een gevel van de recreatiewoning een aanbouw in de vorm van een serre is gebouwd. Verder is geconstateerd dat een schuur is gebouwd van 6 m². Bij besluit van 24 augustus 2022 is aan [verzoekers] een last onder dwangsom opgelegd, strekkende tot het verwijderen en verwijderd houden van de serre en de schuur. Uit het besluit volgt dat de serre en de schuur zijn gebouwd zonder een omgevingsvergunning. [verzoekers] is gelast om voor 15 november 2022 de aanbouw en schuur te verwijderen en verwijderd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4812
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404595/2/R4

202405210/2/R4

Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan HSD onder voorwaarden toestemming verleend voor de overbrenging van 1 ton chroom-6 houdend ijzer- en staalschroot van Nederland naar België, zoals vermeld op het kennisgevingsdocument met nummer NL723970. De afvalstoffen zijn afkomstig van Hoondert Services & Decommissioning (HSD) en bestemd voor verwerking bij ArcelorMittal Gent, gevestigd in België. De aanvraag heeft betrekking op 1 transport in de periode van 1 juni 2024 tot en met 31 mei 2025. De partij ijzer- en staalschroot is afkomstig van een offshore gasproductie-platform in de Noordzee. Op het ijzer- en staalschroot bevindt zich deels verf die de stof chroom-6 bevat. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat de afvalstof daarom valt onder code A1040 van Lijst A (bijlage VIII van het Verdrag van Bazel) van bijlage V van de EVOA. HSD stelt zich op het standpunt dat de afvalstof valt onder code B1010 van Lijst B (bijlage IX van het Verdrag van Bazel) van bijlage V van de EVOA.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4808
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202405210/2/R4

202405785/1/V3 en 202405785/2/V3

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 6 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4828
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405785/1/V3 en 202405785/2/V3

202406351/1/V3 en 202406351/2/V3

Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 9 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4833
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406351/1/V3 en 202406351/2/V3

202406698/1/V2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 28 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4827
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406698/1/V2

202406698/2/V2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 28 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4821
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406698/2/V2

202406743/1/V3 en 202406743/2/V3

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4795
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406743/1/V3 en 202406743/2/V3

202406763/2/V2

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 10 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4829
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406763/2/V2

202406773/2/V1

Bij besluit van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 16 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4819
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406773/2/V1

202406994/3/V2

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4847
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406994/3/V2

BRS.24.000116

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 4 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4797
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000116

BRS.24.000305

Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 2 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. Schaap, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4796
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000305

BRS24000426

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4836
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS24000426

202400727/1/A2

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de RDW de aanvraag van [appellant] tot omwisseling van zijn Mexicaanse motorrijbewijs in een Nederlands motorrijbewijs buiten behandeling gesteld, omdat hij niet alle benodigde documenten heeft aangeleverd. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft de RDW bij besluit van 24 november 2022 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 24 november 2022 ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4905
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202400727/1/A2

202401683/1/A2

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard vanaf 28 maart 2023. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft het CBR bij besluit van 2 juni 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 2 juni 2023 ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4900
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202401683/1/A2

202401739/1/A2

Bij besluit van 19 juni 2023 heeft het CBR bepaald dat [appellant] zijn medewerking moet verlenen aan een rijvaardigheidsonderzoek. Het hiertegen gemaakt bezwaar heeft het CBR bij besluit van 31 juli 2023 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 31 juli 2023 ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4896
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202401739/1/A2

202402007/1/A2

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar drugsgebruik opgelegd. Omdat [appellant] de kosten voor dat onderzoek niet heeft betaald, heeft het CBR bij besluit van 2 augustus 2022 het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft het CBR bij besluit van 17 oktober 2022 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 17 oktober 2022 ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4895
Datum uitspraak
25 november 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402007/1/A2

202400147/1/V1

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4799
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400147/1/V1

202400404/1/V2

Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4826
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400404/1/V2

202404058/1/V2

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4800
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404058/1/V2

202404245/1/V2

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4822
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404245/1/V2

202406368/2/V1

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) een verzoek van de vreemdeling om hem over te plaatsen naar een opvangvoorziening voor minderjarigen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4801
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406368/2/V1

202406654/2/V2

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4802
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406654/2/V2

202406733/2/V3

Bij besluit van 4 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4803
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406733/2/V3

202406750/1/V2

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4805
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406750/1/V2

202406759/1/V2

Bij besluit van 20 september 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4818
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406759/1/V2

202406994/1/V2 en 202406994/2/V2

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4817
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406994/1/V2 en 202406994/2/V2

202407042/2/V2

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4816
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407042/2/V2

BRS.24.000198

Bij besluit van 11 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4783
Datum uitspraak
22 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000198

202302220/1/V2

Bij besluit van 17 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4786
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202302220/1/V2

202404713/1/V3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4787
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404713/1/V3

202404979/2/R4

[verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Tiel van 3 juli 2024, waarbij het bestemmingsplan "Binnenstad 2023" is vastgesteld. Ook heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Met het verzoek beoogt [verzoekster] schorsing van het bestemmingsplan "Binnenstad 2023", voor zover daarin aan het perceel Oliemolenwal 83 in Tiel de functieaanduiding "horeca tot en met categorie 3" is toegekend. [verzoekster] kan zich niet verenigen met de ter plaatse toegestane exploitatie van een café.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4790
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404979/2/R4

202405001/1/V1

Bij besluit van 9 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4788
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405001/1/V1

202406004/1/V1

Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4789
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406004/1/V1

202406453/1/V3

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4791
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406453/1/V3

202406695/1/V1 en 202406695/2/V1

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4792
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406695/1/V1 en 202406695/2/V1

202406755/2/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4793
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406755/2/V1

202406796/1/V2 en 202406796/2/V2

Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4794
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406796/1/V2 en 202406796/2/V2

BRS.24.000310

Bij besluit van 28 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4652
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000310

BRS.24.000398

Bij besluiten van 5 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4781
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000398

202306034/1/A2

[appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 2 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag haar een last onder dwangsom opgelegd voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten zonder vergunning en overbewoning van de woning. Tegen dit besluit heeft [appellant] geen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4970
Datum uitspraak
21 november 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306034/1/A2

202403122/1/V3

Bij besluit van 22 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4704
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403122/1/V3

202403125/1/V3

Bij besluit van 22 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4705
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403125/1/V3

202403137/1/V3

Bij besluit van 22 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4706
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403137/1/V3

202404330/1/V3 en 202404330/2/V3

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4798
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404330/1/V3 en 202404330/2/V3

202404665/1/V3

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4707
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404665/1/V3

202404978/1/R2 en 202404978/2/R2

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het bestemmingsplan "Buitengebied, Millseweg 13 Beers" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding van een bestaand natuurkampeerterrein mogelijk met 15 zogenoemde ecolodges. Daarvoor voorziet het plan voor een gedeelte van de gronden die tot het plangebied behoren, in de enkelbestemming "Recreatie". Daarnaast voorziet het plan voor een ander deel van die gronden in de enkelbestemming "Natuur".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4666
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404978/1/R2 en 202404978/2/R2

202406340/1/V3

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4708
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406340/1/V3

202406701/2/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4709
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406701/2/V1

202406764/1/V2 en 202406764/2/V2

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4784
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406764/1/V2 en 202406764/2/V2

202406915/1/V1 en 202406915/2/V1

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem op grond van artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4710
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406915/1/V1 en 202406915/2/V1

202006069/1/R2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek het wijzigingsplan "[locatie A] te Haghorst" vastgesteld. Met het wijzigingsplan wordt de bestemming voor het perceel [locatie A] te Haghorst, opgenomen in het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019" (het reparatieplan), deels gewijzigd van "Agrarisch" met de aanduidingen "intensieve veehouderij" en "bouwvlak" naar "Agrarisch" zonder bouwvlak en "Recreatie" met "bouwvlak" en ‘specifieke vorm van recreatie - 14’, om de ontwikkeling van twee groepsaccommodaties mogelijk te maken. De wijziging vond plaats op verzoek van [partij]. Hij had voorheen op de locatie een varkenshouderij met als nevenactiviteit een groepsaccommodatie voor ongeveer twintig personen. De agrarische activiteiten zijn sinds enkele jaren beëindigd. [erflater] heeft het voornemen om de bestaande bedrijfsgebouwen te verbouwen tot twee nieuwe groepsaccommodaties. Tezamen met het bestaande bijeenkomstgebouw met logiesfunctie waarvoor het college bij besluit van 11 februari 2015 een omgevingsvergunning heeft verleend, worden er dan drie accommodaties mogelijk gemaakt met in totaal 60 slaapplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4674
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006069/1/R2

202102694/2/R2

Bij tussenuitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3400, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 23 februari 2021 te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het college bij besluit van 20 februari 2024 het wijzigingsplan "Buitengebied, Hoge Bremberg 33c" op bepaalde onderdelen gewijzigd en voorzien van een nadere onderbouwing. De Groene Koepel heeft naar aanleiding van het herstelbesluit een zienswijze ingediend. Volgens De Groene Koepel zijn niet alle gebreken die in de tussenuitspraak zijn geconstateerd, hersteld in het herstelbesluit. Momavon heeft naar aanleiding van het herstelbesluit een schriftelijke uiteenzetting ingediend, waarin zij heeft betoogd dat de gebreken wel zijn hersteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak drie gebreken vastgesteld in het oorspronkelijke besluit. In de eerste plaats is onder 5.2 vastgesteld dat het wijzigingsplan meer bebouwing toelaat dan is toegestaan in de wijzigingsvoorwaarde in artikel 3.6.5, onder c, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4717
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202102694/2/R2

202103097/1/R2

Bij besluit van 15 mei 2020 heeft het college met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure aan [belanghebbende] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met bijgebouwen en een paardenbak met verlichting op het perceel [locatie A] te Vessem. Het perceel ligt op de (voormalige) [locatie A], waar voorheen de intensieve veehouderij van de familie van [belanghebbende] was gevestigd. [appellant] woont op het adres [locatie B] in Vessem. Hij vindt dat de - inmiddels gerealiseerde - woning niet past in de omgeving die is aangewezen als cultuurhistorisch erfgoed en dat hierdoor een verdere verstening van het buitengebied plaatsvindt. Dit is volgens hem in strijd met het gemeentelijk en provinciaal beleid wat leidt tot ongewenste precedentwerking. Volgens [appellant] zal door deze ontwikkeling het typische karakter van het gehucht Donk verdwijnen, waardoor zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast. Ook heeft de verleende omgevingsvergunning volgens [appellant] negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied "De Kleine Beerze".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4774
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202103097/1/R2

202105812/1/R4

Bij besluit van 25 juli 2018 heeft het college het verzoek van onder andere [appellant sub 2A] om handhavend op te treden tegen Stichting Conexus vanwege geluidsoverlast, afgewezen. [appellant sub 1], [appellanten sub 2] wonen in het appartementencomplex Parc Margriet 9 aan de Dr. Claas Noorduijnstraat in Nijmegen. Deze flat grenst aan een speelterrein dat hoort bij basisschool De Buut, dat onderdeel is van Conexus. Bij het speelterrein horen onder andere een pannaveldje en speeltoestellen. Het speelterrein is ook buiten schooluren toegankelijk voor de buurt. [appellant sub 1], [appellanten sub 2] ervaren veel geluidsoverlast van het gebruik van het speelterrein, met name van het gebruik van het pannaveldje. Onder andere [appellant sub 2A] heeft daarom het college verzocht om hiertegen handhavend op te treden. Het handhavingsverzoek is in eerste instantie bij het primaire besluit van 25 juli 2018 afgewezen, omdat het college zich op het standpunt stelde dat het Activiteitenbesluit niet van toepassing is op het gebruik van het speelterrein buiten de reguliere schooltijden en dat het gebruik niet in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4723
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105812/1/R4

202107315/1/R4

Bij besluit van 16 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de aanvraag van [partij] om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een opbouw en dakterras op het pand aan de [locatie] in Almere afgewezen. Het pand is een vrijstaand woonhuis. Het huis van [appellant A] en [appellant B] staat naast het pand. Het pand bestaat uit een blok met twee bouwlagen, een zijbeuk met één bouwlaag en een terrasoverkapping aan de achterzijde. De zijbeuk staat op ongeveer 1,7 m afstand van het huis van [appellant A] en [appellant B]. De terrasoverkapping is zowel gedeeltelijk tegen het blok als tegen de zijbeuk gebouwd. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een opbouw op de zijbeuk en een dakterras op de terrasoverkapping. Op het perceel is het bestemmingsplan "Regenboogbuurt en Eilandenbuurt" (hierna: het bestemmingsplan) van toepassing. Met uitzondering van een kleine strook aan de straatzijde gelden op het perceel de enkelbestemming "Wonen - 2" en de bouwaanduiding "aaneengebouwd".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4739
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107315/1/R4

202107618/1/R2

Bij besluit van 27 juli 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan [appellante sub 1] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante sub 1] exploiteert aan de [locatie] in Westerhaar-Vriezenveensewijk een zand- en grindbedrijf. Voorheen was [VOF] op deze locatie gevestigd, waarmee [appellante sub 1] in het verleden samenwerkte. In 2019 heeft [appellante sub 1] het bedrijf van [VOF] overgenomen. Het college heeft op 27 juli 2020 aan [appellante sub 1] een last onder dwangsom opgelegd. De last brengt mee dat [appellante sub 1] de overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb moet beëindigen en beëindigd moet houden. De overtreding houdt in dat door de bedrijfsactiviteiten aan de [locatie] in Westerhaar-Vriezenveensewijk verslechtering van de kwaliteit van natuurlijke habitats of de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen niet is uitgesloten. De beëindiging moet binnen vijf maanden na de verzenddatum van het besluit plaatsvinden, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4743
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107618/1/R2

202107622/1/R2

Bij besluit van 15 februari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel de aanvraag van [appellante sub 1] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming voor het in werking hebben van een zand- en grindbedrijf aan de [locatie] in Westerhaar-Vriezeneensewijk afgewezen. [appellante sub 1] exploiteert aan de [locatie] in Westerhaar-Vriezenveensewijk een zand- en grindbedrijf. Voorheen was [VOF] op deze locatie gevestigd, waarmee [appellante sub 1] in het verleden samenwerkte. In 2019 heeft [appellante sub 1] het bedrijf van [VOF] overgenomen. Op 24 augustus 1993 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vriezenveen aan [VOF] een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een zand- en grindwinningsbedrijf aan de [locatie] te Westerhaar-Vriezenveensewijk. Vervolgens heeft het college op 8 januari 1997 aan [VOF] een vergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend voor de uitbreiding van de zandwinning Westerhaar, gelegen aan de Sibculoseweg in Sibculo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4744
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202107622/1/R2

202200422/1/A3

Bij besluit van 27 maart 2020 heeft de staatssecretaris aan ExxonMobil een eis gesteld over de wijze waarop zij artikel 5 van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 moet naleven. In de periode van 3 tot en met 13 december 2019 heeft de Inspectie SZW op het terrein van Rotterdam Oxo-alcohol Plant (ROP) van ExxonMobil geconstateerd dat op het terrein van ROP nood- en oogdouches zijn geïnstalleerd. De watertoevoerleidingen van deze douches zijn voorzien van ‘tracing’ om bevriezing van het water te voorkomen. De temperatuur van het douchewater is gelijk aan de temperatuur van onverwarmd drinkwater. Volgens de staatssecretaris heeft ExxonMobil daarmee artikel 6 van de Arbeidsomstandighedenwet in samenhang gelezen met artikel 5, eerste lid, van het Brzo overtreden. Daarin is bepaald dat de exploitant alle maatregelen treft die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken. Bij gebruik van de nooddouches na een zwaar ongeval bestaat volgens de staatssecretaris het risico op onderkoeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4711
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200422/1/A3

202200615/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de BT het verzoek om schadevergoeding van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft op 29 januari 2007 door een auto-ongeluk zwaar letsel opgelopen. Daarvoor heeft hij van de verzekeraar een schadevergoeding van € 50.000,00 ontvangen. De toekenning van die schadevergoeding heeft in 2013 nadelig effect gehad op zijn huurtoeslag. In het besluit van 18 november 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen vermeld dat [appellant] het voorschot huurtoeslag over 2013 (€ 3.087,00) moet terugbetalen. Daartegen heeft [appellant] destijds geprocedeerd. Bij uitspraak van 16 augustus 2016 (zaak nr. 15/6872) heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de herziening van de definitieve berekening huurtoeslag 2013 gegrond verklaard. De BT had niet zonder nader onderzoek uit mogen gaan van de achteraf door de verzekeraar opgestelde onderverdeling in materiële en immateriële schade die aan [appellant] is vergoed. De rechtbank heeft het besluit van 18 november 2015 vernietigd en de BT opgedragen een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4759
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202200615/1/A2

202200764/1/R3

Bij besluit van 1 december 2021 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Leeuwarden - Arken en woonschepen" vastgesteld en besloten geen exploitatieplan vast te stellen. Het bestemmingsplan voorziet, onder meer, in drie ligplaatsen voor recreatiearken in het water dat grenst aan de landtong de Burd. Aansluitend aan de drie ligplaatsen zijn in het bestemmingsplan gronden op de landtong bestemd voor de inrichting van een erf bij deze ligplaatsen. De ligplaatsen zijn aangeduid als Burd 8025, 8026 en 8027. De bestemde ligplaats Burd 8027 met bijbehorend erf ligt het meest noordelijk en volledig vrij van de andere twee bestemde ligplaatsen en tuinen. De locatie Burd 8025 ligt het meest zuidelijk. De ligplaatsen Burd 8025 en 8026 liggen los van elkaar. De gronden op land die bestemd zijn voor de tuinen grenzen voor deze twee locaties wel aan elkaar. De ligplaatsen maken de verplaatsing mogelijk van drie recreatiearken vanuit het gebied Minne Finne te Grou. Deze voorziene verplaatsing is het gevolg van de wens om op de locatie Minne Finne woningbouw te ontwikkelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4762
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202200764/1/R3

202201407/1/A3

Bij besluit van 7 mei 2018 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in verband met een tekort aan de in het besluit genoemde geneesmiddelen toestemming verleend aan alle in Nederland gevestigde fabrikanten, groothandelaren en apotheekhouders om vergelijkbare geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof en toedieningsvorm zonder handelsvergunning te betrekken uit een MRA-land (Australië, Canada, Israël, Japan, Nieuw Zeeland, Zwitserland en de Verenigde Staten) en af te leveren aan een arts ten behoeve van een tot zijn geneeskundige praktijk behorende patiënt. Deze toestemming gold tot en met 5 augustus 2018. Bij besluit van 26 juli 2018 heeft de IGJ de toestemming verlengd tot en met 5 november 2018. In 2018 hebben de houders van een handelsvergunning voor drie soorten geneesmiddelen bij de IGJ gemeld dat er van deze geneesmiddelen een tekort is. Het gaat om Refusal tabletten 250 mg (RVG 03182), Antabus dispergetten 200 mg (RVG 10920) en Antabus dispergetten 400 mg bruistabletten (RVG 01032) met de werkzame stof disulfiram. Dit zijn middelen die worden gebruikt bij de behandeling van alcoholisme.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4766
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202201407/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201407/1/A3

202201791/1/A3

Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de kosten van de ontmanteling van een hennepkwekerij ten bedrage van € 1.302,95 in rekening gebracht bij [appellant]. [appellant] is eigenaar en verhuurder van een woning aan de [locatie] in Rotterdam waar op 17 juni 2020 een hennepkwekerij is aangetroffen met 534 hennepplanten. Het college vond de situatie gevaarlijk en heeft met toepassing van bestuursdwang de kwekerij laten ontmantelen. De kosten hiervan, een bedrag van € 1.302,95, heeft het op [appellant] verhaald. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de kosten van de ontmanteling van de hennepkwekerij bij [appellant] in rekening mocht brengen. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college hem terecht als overtreder heeft aangemerkt en dat het daarom de kosten van de bestuursdwang op hem mocht verhalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4729
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201791/1/A3

202202486/1/A3

Bij besluit van 26 juni 2020 (hierna: besluit 1) heeft de burgemeester van Leiden de aanvraag van de Bruine Boon B.V. (hierna: De Bruine Boon) van 27 mei 2020 voor een Drank- en Horecawetvergunning (DHW-vergunning) voor het exploiteren van een horecabedrijf aan de Stationsweg 1 te Leiden en de aanvraag voor een terrasvergunning, buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 28 juli 2020 (hierna: besluit 2) heeft de burgemeester de aanvraag van De Bruine Boon van 6 juli 2020, die strekte tot hetzelfde doel als de aanvraag van 27 mei 2020, ook buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4670
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202202486/1/A3

202203138/1/R3

Bij besluit van 11 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden aan [appellant sub 1] een omgevingsvergunning voor drie jaar verleend voor het realiseren van een aanlegplaats en het bouwen van een recreatieark op het perceel, kadastraal bekend perceel E511 (nu: E515), gelegen aan de Burd te Grou. De recreatieark van [appellant sub 1] lag, samen met een woonark en een andere recreatieark, in het gebied Minne Finne in Grou. De Minne Finne wordt door Grouster Vastgoed Maatschappij B.V. ontwikkeld voor woningbouw. Zij heeft met de gemeente een exploitatieovereenkomst gesloten, waarin onder meer is geregeld dat Grouster Vastgoed Maatschappij B.V. moet zorgen voor de verplaatsing van de drie arken. [appellant sub 1] heeft op 2 maart 2020 een aanvraag ingediend voor een tijdelijke aanlegplaats voor de recreatieark aan een landtong ten zuiden van de Burd, in het verlengde van de Djerreblom. Kort daarna heeft hij de recreatieark verplaatst naar deze locatie. [appellanten] zijn eigenaren dan wel gebruikers van enkele van die recreatiewoningen. VvE Suder Burd is een vereniging van eigenaren van recreatiewoningen op de Suder Burd. Zij vrezen onder meer dat de mogelijk gemaakte ontwikkeling negatieve gevolgen heeft voor de Ecologische Hoofdstructuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4773
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203138/1/R3

202204442/2/R2

Bij tussenuitspraak van 3 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Eindhoven opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan de gebreken in het besluit van 24 mei 2022 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "IX Stratum binnen de Ring 2007 (Hofdijkstraat 1)" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 3 januari 2024 naar aanleiding van de beroepsgronden van Buurtcomité de Looiakkers en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] overwogen dat het besluit van 24 mei 2022 op twee punten onzorgvuldig tot stand is gekomen. In de eerste plaats is onder 5.2 vastgesteld dat de raad, ondanks dat dit wel de bedoeling was, heeft nagelaten om in artikel 3.1, onder e, van de planregels op te nemen dat een doorsteek alleen mogelijk is binnen de functieaanduiding "verkeer". In de tweede plaats is onder 5.3 geoordeeld dat ten onrechte niet is onderzocht of de Hofdijkstraat in noordelijke richting kan dienen als een veilige ontsluiting van het plangebied en welke gevolgen dit heeft voor de verkeersafwikkeling in noordelijke richting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4742
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204442/2/R2

202204706/1/A2

Bij besluit van 15 januari 2019, aangepast bij besluit van 31 januari 2019, (hierna samen: het besluit van 15 januari 2019) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], voor zover hier van belang, met een dwangsom van € 5.000,00 gelast om het met de Huisvestingswet 2014 strijdige gebruik van de etage [locatie 1] te Den Haag voor 1 april 2019 te beëindigen en beëindigd te houden. De etage [locatie 1] betreft de tweede verdieping van het voormalige pand [locatie 2] (hierna: het voormalige pand). Het voormalige pand is sinds 21 januari 1999 in eigendom van [appellant sub 2B]. [appellant sub 2A] is mede-eigenaar sinds 14 november 2011. Bij besluit van 20 januari 2016 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het voormalige pand in drie zelfstandige woningen, met nrs. [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 1]. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben de etage verhuurd aan BizStay B.V., die de etage sinds eind 2016 verhuurt aan derden voor kortdurend verblijf, ook wel short stay genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4575
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204706/1/A2

202205683/1/R1

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd aan [wederpartij] omgevingsvergunning te verlenen voor het maken van een muurdoorbraak tussen de woning op het adres [locatie 1] en het pakhuis op het adres [locatie 2] in Utrecht en een verplaatsing van de tuindeur in de tuinmuur naast het pakhuis. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat de door [wederpartij] aangevraagde muurdoorbraak tussen de woning en het pakhuis niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat, nu niet is gebleken van andere weigeringsgronden, betekent dat het college op grond van het bepaalde in artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de omgevingsvergunning niet had mogen weigeren. De rechtbank heeft voorts overwogen dat bij de aanvraag voor een vergunning voor de doorbraak en voor de verplaatsing van de tuinmuur geen sprake was van weigeringsgronden en daarmee sprake was van een gebonden beschikking. Het college had de vergunning volgens de rechtbank binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4728
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205683/1/R1

202205947/1/R3

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het realiseren van appartementen in de watertoren gelegen aan de [locatie] in Moordrecht. De watertoren is een rijksmonument, waarin vóór de aanvraag van [vergunninghouder] om een omgevingsvergunning al een appartement aanwezig was. [vergunninghouder] is ontwikkelaar, en heeft op 17 mei 2018 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het toevoegen van twee appartementen in de watertoren en het bouwen van een noodtrap aan de achtergevel aan de buitenkant van de watertoren. Deze bouwplannen zijn strijdig met de toentertijd geldende beheersverordening "Moordrecht", vastgesteld op 6 maart 2018, omdat deze ter plaatse van de watertoren slechts één vrijstaand appartement toestaat en omdat de noodtrap buiten het aangegeven bouwvlak valt. Het college is met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van deze beheersverordening afgeweken. [appellant] en anderen wonen in de buurt van de watertoren en zijn het oneens met het besluit om voor dit bouwplan een omgevingsvergunning te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4713
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205947/1/R3

202206211/2/R2

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Deurne het bestemmingsplan "Herstelbestemmingsplan buitengebied Deurne 2021" vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van het perceel [locatie 1] en [locatie 2] in Deurne. Het perceel heeft een agrarische bestemming die een intensieve veehouderij mogelijk maakt. Ook is een loonwerkbedrijf tot een maximum van 1000 m2 toegestaan. Omdat van de uitoefening van een intensieve veehouderij geen sprake meer is, hebben [appellant A] en [appellant B] een verzoek ingediend voor een wijziging van de bestemming. Daarnaast hebben zij verzocht om het in stand laten van hun persoonsgebonden vergunning voor bewoning van de bedrijfswoning. Het plan voorziet in de verwerking van het geactualiseerde beleid op gebied van ruimtelijke ordening en in herstel van een aantal omissies. Bij de vaststelling van het plan heeft de raad geen rekening gehouden met het verzoek van [appellant A] en [appellant B]. Daarom kunnen zij zich niet vinden in het deel van het bestemmingsplan dat een regeling geeft voor hun perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4760
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206211/2/R2

202206783/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft de raad de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4719
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206783/1/A2

202206784/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4724
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206784/1/A2

202206785/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4718
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206785/1/A2

202206787/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4722
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206787/1/A2

202206788/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4720
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206788/1/A2

202206793/1/A2

Bij besluit van 28 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand verleend door [rechtsbijstandverlener] afgewezen.Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad aangegeven de toevoeging alsnog - uit coulance - af te geven en bepaald dat het in beroep betaalde griffierecht door de raad wordt vergoed. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het hoger beroep van [appellant] op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk is, omdat hij geen beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. [appellant] heeft hierop desgevraagd laten weten dat hij het hoger beroep intrekt onder de voorwaarde dat zijn verzoek om vergoeding van de overige proceskosten ook wordt ingewilligd. Aan deze voorwaarde heeft de raad niet voldaan. De raad heeft zich in voornoemd besluit van 26 september 2024 op het standpunt gesteld dat [appellant] niet voor vergoeding van de overige proceskosten in aanmerking komt, omdat [rechtsbijstandverlener] alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld en er dus geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4721
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206793/1/A2

202206934/1/R3

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan Stichting Torenstad Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het intern verbouwen van een bestaand kantoorgebouw aan de [locatie 1] in Deventer ten behoeve van een zorgfunctie. Bij besluit van 7 juli 2021 heeft het college de onder meer door [appellant] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Stichting IrisZorg heeft in Deventer verschillende vestigingen voor de zorg/opvang van personen met psychiatrische- en verslavingsproblematiek. Zij had het voornemen om het kantoorgebouw aan de [locatie 1] in Deventer te gaan gebruiken voor de opvang van personen met psychische/psychosociale problemen. Deze opvang vond eerst ergens anders in Deventer plaats. Het gaat om een zorgconcept dat bestaat uit een vorm van beschermd wonen. Om het pand hiervoor geschikt te maken en 25 wooneenheden met gemeenschappelijke voorzieningen te realiseren, zijn interne verbouwingen nodig. Stichting Torenstad Vastgoed heeft daarvoor bij het college een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aangevraagd. Het college heeft deze omgevingsvergunning als is bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, verleend. Volgens het college zijn het bouwplan en het beoogde gebruik in overeenstemming met de geldende bestemming/functie "Maatschappelijk" van het bestemmingsplan "Chw-bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B" (hierna: Chw-bestemmingsplan) voor het perceel [locatie 1]. In het besluit op bezwaar van 7 juli 2021 is het college daarbij gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4738
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206934/1/R3

202206999/1/A2

Bij besluit van 30 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van de Stichting om een onttrekkingsvergunning afgewezen. Op 23 januari 2015 is de Stichting eigenaar van het gehele pand aan de Keizerstraat 340 te Den Haag geworden. Het college heeft aan de Stichting een splitsingsvergunning verleend. In de loop van 2015 heeft de Stichting het pand laten verbouwen en opgesplitst in twee appartementen om die te gaan verhuren. Het appartement op de tweede verdieping - de voormalige zolder - heeft toen als huisnummer 340-A gekregen. Het appartement behoort het middensegment. In het ten tijde van de besluitvorming geldende bestemmingsplan Scheveningen Dorp is aan het gehele pand de bestemming "Gemengd I" toegekend, wat betekent dat ter plaatse onder meer het gebruik als ‘wonen’ en ‘hotel’ zijn toegestaan. Na de verbouwing hebben in de periode van 8 februari 2016 tot 1 september 2016 vier personen op het adres Keizerstraat 340-A ingeschreven gestaan in de Basisregistratie personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4741
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206999/1/A2

202207194/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens om rectificatie, verwijdering dan wel vernietiging van gegevens uit de Basisvoorziening Handhaving afgewezen. De BVH is een registratiesysteem dat wordt gebruikt door de politie. In het systeem kunnen politiemedewerkers incidenten registreren, aangiftes opnemen en strafdossiers opmaken. [appellant] heeft verzocht om rectificatie, verwijdering dan wel vernietiging van twee registraties in de BVH. De eerste registratie, uit 2015, ziet op een melding van de Nederlandse Spoorwegen dat [appellant] staande was gehouden omdat hij geen geldig vervoersbewijs had. Bij controle van zijn identiteit door de politie bleek hij geen legitimatiebewijs te kunnen tonen. Daarop is [appellant] aangehouden en aangemerkt als verdachte van het niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. De tweede registratie, uit 2017, ziet op een melding door een derde van een verdachte situatie. [appellant] is naar aanleiding van deze melding staande gehouden omdat hij voldeed aan het signalement.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4765
Datum uitspraak
20 november 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202207194/1/A3
vorige pagina1...767778...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon