Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.665
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406225/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4132
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406225/1/V3

BRS.24.000167

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4118
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000167

BRS.24.000268

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4117
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000268

202402553/3/A3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op een verzoek op grond van de Wet open overheid van [appellant]. [appellant] heeft het college op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van alle stukken en correspondentie over een door de gemeente Utrecht aan [consultancybureau] verstrekte opdracht. [consultancybureau] is een consultancybureau dat door de gemeente is ingesteld in een juridisch conflict tussen de gemeente Utrecht en [appellant]. [appellant] is het er niet mee eens dat het college als gevolg van zijn Woo-verzoek ook de adresgegevens van zijn pand en van de omliggende panden openbaar maakt. Hij is gedurende het conflict met de gemeente een groot aantal juridische procedures tegen de gemeente gestart, waardoor hij recht heeft op hoge bedragen aan dwangsommen van de gemeente. Als het adres van zijn pand en van de omliggende panden openbaar wordt gemaakt, dan kan een verband tussen hem en deze hoge dwangsommen worden gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5327
Datum uitspraak
15 oktober 2024
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402553/3/A3

202202085/1/V1

Bij besluit van 28 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4114
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202085/1/V1

202404089/1/V3

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4115
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404089/1/V3

202405423/1/V3

Bij besluit van 12 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4116
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405423/1/V3

202406028/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4122
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406028/2/V3

202406158/1/V3 en 202406158/2/V3

Bij besluit van 9 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4133
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406158/1/V3 en 202406158/2/V3

202406224/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4134
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406224/1/V3

202301503/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 23 januari 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 4 mei 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester het bezwaar tegen het besluit van 15 januari 2022, waarbij een noodbevel is uitgevaardigd, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4327
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202301503/1/A3

202302216/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 maart 2023 waarbij de rechtbank [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep tegen het besluit van 31 maart 2021. In dat besluit heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bezwaar tegen het besluit van 10 juli 2020, waarbij besloten is tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] geen procesbelang heeft. [appellant] heeft in beroep geen gronden aangevoerd over de vraag of de raad kon besluiten tot onttrekking van wegen aan het openbaar verkeer. Het beroep van [appellant] is gericht tegen de sloop van het Waddenwegviaduct en de wijze waarop de bestemmingsplannen tot stand zijn gekomen. Deze kwestie kan [appellant] volgens de rechtbank niet alsnog in deze procedure aan de rechtbank voorleggen. De rechtbank heeft [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank door de niet-ontvankelijkverklaring zijn beroep ten onrechte niet inhoudelijk heeft behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4236
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202302216/1/A3

202303135/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 maart 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 10 februari 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het bezwaar tegen het besluit van 17 december 2021, waarbij een aanvraag om een parkeervergunning voor bewoners is afgewezen, ongegrond verklaard. [appellanten] wonen met hun drie volwassen kinderen op het adres [locatie] te Amsterdam. Dit adres, gelegen in stadsdeel Nieuw-West, kent een maximum van twee bewonersvergunningen per adres. De bewoners beschikken over drie garageboxen in het vergunningengebied. Uit het bestemmingsplan volgt dat dit stallingsplaatsen zijn en bestemd voor stalling van auto's. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat de Parkeerverordening 2013 (hierna: Parkeerverordening) voorschrijft dat stallingsplaatsen dienen te worden afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4232
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303135/1/A3

202303730/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 19 april 2023, waarbij de voorzieningenrechter van de rechtbank (hierna: de rechtbank) het door [appellant] gedane verzoek om een voorlopige voorziening heeft afgewezen en het ingestelde beroep tegen de besluiten van 6 april 2023 en 13 april 2023 ongegrond heeft verklaard. In die besluiten heeft de burgemeester van Den Haag aan [appellant] een huis- en contactverbod opgelegd en verlengd. De burgemeester heeft aan [appellant] een huisverbod opgelegd, dat gold van 6 april 2023 (14:51 uur) tot en met 16 april 2023 (14:51 uur), ter zake van de woning aan de [locatie] te Den Haag. Het huisverbod omvatte tevens een contactverbod met de op dat adres woonachtige achterblijfster en de drie minderjarige kinderen van [appellant] en achterblijfster.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4233
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202303730/1/A3

202304126/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 mei 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 5 april 2022 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de burgemeester van Den Helder het bezwaar tegen de besluiten van 11 december 2021 en 21 december 2021, waarbij aan [appellant] een gebiedsverbod is opgelegd en uitgebreid, ongegrond verklaard. De burgemeester heeft op basis van een proces-verbaal van de politie, waaruit blijkt dat [appellant] zeer regelmatig bij de politie in beeld is gekomen vanwege het veroorzaken van ernstige vormen van overlast, besloten aan [appellant] een gebiedsverbod op te leggen voor de duur van drie maanden. De burgemeester heeft vervolgens besloten het gebiedsverbod uit te breiden. [appellant] betwist de inhoud en totstandkoming van de bestuurlijke rapportage die aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4234
Datum uitspraak
14 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304126/1/A3

202302762/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4042
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302762/1/V1

202303266/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.J. Verwers, advocaat in Wageningen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 april 2023 in zaak nr. NL23.4155.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4043
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303266/1/V1

202400775/2/V1

Bij uitspraak van 12 juli 2024 heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 januari 2024 in zaak nr. 23/3802 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4105
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Verzet
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400775/2/V1

202405000/1/V1

Bij brief van 20 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen te kennen gegeven dat hij de bemiddeling door de Dienst Terugkeer & Vertrek als beëindigd beschouwt en het verzoek om bemiddeling niet verder in behandeling neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4106
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405000/1/V1

202405011/2/R4

Bij besluiten van 19 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg aan LRE twee lasten onder dwangsom opgelegd vanwege het opslaan van gevaarlijke afvalstoffen op de locaties Lage Kanaaldijk 115 in Maastricht en Kranenpool 2 in Brunssum. LRE is eigenaar van deze locaties. Bij diverse controles in 2023 is volgens het college geconstateerd dat op deze percelen grote hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen (1.500 ton onderscheidenlijk 780 ton) werden opgeslagen, zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning en zonder dat werd voldaan aan artikel 2.9 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij de besluiten van 19 oktober 2023 heeft het college vermeld dat LRE dit bijvoorbeeld kan doen door alle aanwezige gevaarlijke afvalstoffen af te voeren naar een erkende verwerker, het water in de kelders waarin de afvalstoffen hebben gelegen af te voeren naar een erkende verwerker en geen nieuwe afvalstoffen aan te voeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4111
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405011/2/R4

202405859/2/V2

Bij besluiten van 6 januari 2022 en 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4107
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405859/2/V2

202406028/1/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4108
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406028/1/V3

202406051/2/V1

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4109
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406051/2/V1

202406083/2/V1

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4110
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406083/2/V1

202406117/1/V3 en 202406117/2/V3

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4112
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406117/1/V3 en 202406117/2/V3

202406184/1/V3 en 202406184/2/V3

Bij besluit van 21 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4121
Datum uitspraak
11 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406184/1/V3 en 202406184/2/V3

202402005/2/R2

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Ommuurde tuin, kasteel Gemert" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 19 december 2023 heeft het college aan BL Huisvesting B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het restaureren van een tuinmuur, de reconstructie van een kas en het bouwen van 13 patiowoningen aan de Geestlaan 10 tot en met 34 (even) in Gemert. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4098
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402005/2/R2

202404710/2/R4

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ede aan [verzoekster] een omgevingsvergunning verleend voor een uitbreiding van haar vleeskalverenhouderij aan de [locatie] in Lunteren. [verzoekster] exploiteert een vleeskalverenhouderij aan de [locatie] in Lunteren. Op 6 januari 2022 heeft hij een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor uitbreiding van deze inrichting met een nieuwe stal en uitbreiding van het aantal vleeskalveren in de inrichting tot 1.418 dieren. Het college heeft de omgevingsvergunning bij het besluit van 22 augustus 2022 verleend. De omgevingsvergunning heeft betrekking op het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo) en het oprichten en in werking hebben van een inrichting (artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4053
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404710/2/R4

202405969/2/V2

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4102
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405969/2/V2

202406029/1/V3 en 202406029/2/V3

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4120
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406029/1/V3 en 202406029/2/V3

202406087/1/V3 en 202406087/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4103
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406087/1/V3 en 202406087/2/V3

202406116/1/V3 en 202406116/2/V3

Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4104
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406116/1/V3 en 202406116/2/V3

BRS.24.000131

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4038
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000131

BRS.24.000140

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4039
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000140

BRS.24.000158

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4040
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000158

BRS.24.000226

Bij besluit van 19 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4044
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000226

202303082/1/R3

Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee bootoverkappingen ter hoogte van de percelen van [locatie 1] en [locatie 2] in Valkenburg

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4119
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303082/1/R3

202405540/2/R4

De NAM wil aardgas winnen op de mijnbouwlocatie Ternaard in de gemeente Noardeast-Fryslân en dat aardgas transporteren naar een gasbehandelingsinstallatie in Moddergat. De NAM heeft tien aanvragen gedaan voor de nodige vergunningen voor de realisatie van de productiefaciliteit en transportleidingen en de uitbreiding van de installatie in Moddergat. De activiteiten worden gezamenlijk aangeduid als het project Gaswinning Ternaard. Er zijn nog geen besluiten op die aanvragen bekendgemaakt. De NAM heeft al een keer eerder beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op haar aanvragen. Bij uitspraak van 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:365, heeft de Afdeling dat beroep gegrond verklaard en de destijds bevoegde staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat opgedragen om vóór 1 april 2024 de besluiten op de tien aanvragen voor het project Gaswinning Ternaard op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4045
Datum uitspraak
10 oktober 2024
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202405540/2/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202405540/2/R4

202400208/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4048
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400208/1/V1

202400351/1/V1

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4035
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400351/1/V1

202402468/1/V2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4049
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402468/1/V2

202404843/2/R3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem het wijzigingsplan "Hof Noordeinde Roelofarendsveen" vastgesteld. De bestreden besluiten van het college van 18 juni 2024 maken de bouw van 20 woningen mogelijk achter het Noordeinde 96 in Roelofarendsveen. Heembouw Wonen en Heevas B.V. zijn de initiatiefnemers van de ontwikkeling. De bestreden besluiten van het college van 18 juni 2024 maken de bouw van 20 woningen mogelijk achter het Noordeinde 96 in Roelofarendsveen. Heembouw Wonen en Heevas B.V. zijn de initiatiefnemers van de ontwikkeling. [verzoeker] en anderen zijn het niet eens met deze besluiten en hebben daarom beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. De realisering van het plan leidt volgens hen tot een verdere verslechtering van de verkeersveiligheid in het gebied. Met name op de weg Noordeinde die al overbelast is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4052
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404843/2/R3

202405841/1/V3 en 202405841/2/V3

Bij besluiten van 8 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4100
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405841/1/V3 en 202405841/2/V3

202405882/1/V3

Bij besluit van 31 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4358
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405882/1/V3

202406015/1/V3 en 202406015/2/V3

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4047
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406015/1/V3 en 202406015/2/V3

202406183/1/V3 en 202406183/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4099
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406183/1/V3 en 202406183/2/V3

202406215/2/V3

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4113
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406215/2/V3

202102206/1/R2

Bij besluit van 2 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray aan Roekenbosch Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning voor de duur van 10 jaar verleend voor het in gebruik nemen van 104 huisjes voor het huisvesten van arbeidsmigranten en woonurgenten op recreatiepark Het Roekenbosch te Blitterswijck. De Afdeling gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden in deze zaak. Het Roekenbosch is een bungalowpark met recreatiewoningen bij Blitterswijck. De recreatiewoningen zijn in eigendom bij verschillende eigenaren. Roekenbosch heeft een groot aantal van de recreatiewoningen in eigendom. De eigenaren waren in het verleden verenigd in een coöperatieve vereniging, maar die is niet meer actief. Sommige recreatiewoningen staan op eigen grond, andere op grond die in erfpacht is gegeven door de gemeente. De erfpacht loopt af op 31 december 2029. Alle eisers, met uitzondering van [partij A], zijn eigenaar van een of meer huisjes op het park. Eén eiser woont er permanent. De anderen verhuren de huisjes. [partij A] woont in de directe omgeving van het recreatiepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4067
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202102206/1/R2

202104668/1/R4

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "Noord-Brabant West - Fase 1" vastgesteld en besloten tot verlaging van bepaalde geluidproductieplafonds. Het saneringsplan heeft betrekking op diverse wegvakken van de rijkswegen A4, A16, A17, A27, A58, A59, A65 en N65, gelegen in westelijk Noord-Brabant. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen die ertoe leiden dat de geluidsbelasting op de referentiepunten langs een aantal van de genoemde rijkswegen wordt verlaagd. De woningen van [appellant sub 2] en [appellant sub 1] aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Heijningen zijn samen een cluster nabij de A29/A59. Voor hun woningen zijn geen bronmaatregelen of afschermende maatregelen voorzien. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn het daar niet mee eens en voeren verschillende, merendeels dezelfde beroepsgronden aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4093
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202104668/1/R4

202105911/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten over te gaan tot invordering van door [wederpartij] verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 15.000,00. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" strijdige gebruik van een autohandelsbedrijf op het perceel [locatie] in Soest te beëindigen en beëindigd te houden. Ook is in dat besluit bepaald dat [wederpartij] na afloop van de begunstigingstermijn een dwangsom van € 5.000,00 verbeurt per maand of deel van een maand dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 50.000,00. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat uit controles op 19 september 2019 en 30 oktober 2019 blijkt dat [wederpartij] in strijd met de last onder dwangsom een autohandelsbedrijf op het perceel had. Volgens het college betekent dit dat in september en oktober 2019 dwangsommen zijn verbeurd. Daarom heeft het college bij het besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 besloten tot invordering van een bedrag van € 10.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4055
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105911/1/R4

202106452/1/R2

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de raad van burgemeester en wethouders van Boxtel het bestemmingsplan "Kerkweide-West" gewijzigd vastgesteld. De besluiten maken de bouw van 18 grondgebonden woningen en een appartementengebouw mogelijk in het plangebied Kerkweide-West in Liempde, dat begrensd wordt door de Kerkheiseweg, de Bergstraat en de Boxtelseweg in Liempde. [appellante] en anderen exploiteren een bouw- en onderhoudsbedrijf, interieurbouw- en autobedrijf nabij het plangebied. [appellante] is gevestigd aan de [locatie 1] en gebruikt ook een deel van de locatie aan de [locatie 2] in Liempde. InterUnique interieurbouw huurt een deel van de Bergstraat 19 en Golden Years huurt een deel van Bergstraat 21. Deze appellanten vrezen dat realisatie van de ontwikkeling, vooral van het appartementengebouw dat dichtbij de bedrijven zal staan, zal leiden tot beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4089
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202106452/1/R2

202107715/1/A2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellanten] ieder een bestuurlijke boete van € 18.000,00 opgelegd. [appellanten] zijn zwagers en gezamenlijk eigenaar van de woning aan [locatie] in Amsterdam. Naar aanleiding van meldingen over woonfraude en overlast is de woning onderzocht. Op 28 februari 2019 hebben toezichthouders de woning bezocht, waarbij zij twee personen hebben aangetroffen. Deze hebben beiden onder meer verklaard dat er zes personen in de woning wonen, dat ieder een eigen kamer heeft die op slot kan, dat de keuken, douche en toilet worden gedeeld en dat iedere bewoner een eigen huurcontract heeft met de eigenaren. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat de woning zonder de benodigde vergunning van zelfstandige woonruimte is omgezet in zes onzelfstandige woonruimten. Dat is in strijd met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4087
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107715/1/A2

202200214/1/R3

Bij besluit van 3 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan Extenzo Groningen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van houten damwanden met dekplanken op het perceel "Garmpoleiland zuidzijde" te Eelderwolde. Deze zaak gaat over een houten damwand met dekplanken die is aangelegd aan het zuiden van het Garmpoleiland te Eelderwolde. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] woonden ten tijde van het besluit van 3 oktober 2019 allen op het Warmoltseiland, gelegen ten zuiden van het Garmpoleiland. Tussen het Garmpoleiland en het Warmoltseiland ligt een watergang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4091
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200214/1/R3

202200281/3/R3

Bij tussenuitspraak van 15 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4245, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Oegstgeest opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overweging 53 de daar omschreven gebreken in het besluit van 25 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Geesten" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak een aantal gebreken geconstateerd. Met het oog op finale beslechting van het geschil heeft de Afdeling de raad opgedragen om deze gebreken binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak en met inachtneming van wat in deze tussenuitspraak is overwogen, te herstellen. De stichting betoogt dat de raad ten onrechte de indruk wekt dat "Life Science & Health"-functies kleinschalig zijn. "Life Science & Health" bedrijven en instellingen passen volgens de stichting niet binnen een maatschappelijke bestemming. De ruimtelijke impact van dit soort bedrijven en instellingen is te groot voor de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4069
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200281/3/R3

202201742/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Op 21 december 2019 heeft de vreemdeling een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Malinese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2003. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling ingewilligd, omdat hij de verklaringen van de vreemdeling over zijn nationaliteit en herkomst en over de problemen met de Toeareg-rebellen geloofwaardig heeft geacht. Maar hij heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee dat de vreemdeling minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. De vreemdeling is bij aankomst geschouwd. Omdat er tijdens de schouw twijfel bestond over de opgegeven leeftijd, heeft de minister nader onderzoek gedaan naar de geboortedatum van de vreemdeling. Hij heeft zich daarna op het standpunt gesteld dat hij op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van een eerdere leeftijdsregistratie in België.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3992
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201742/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201742/1/V2

202202033/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [bedrijf] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [bedrijf] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Lelie. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4074
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202033/1/A3

202202034/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Rederij Belle gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Rederij Belle had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Emma. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verloopt op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor dat vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4097
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202034/1/A3

202202035/1/A3

Bij drie afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Amsterdam Boat Events gewijzigd in drie exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Amsterdam Boat Events had drie exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen De Tijd zal het Leeren, Hoop op behoud en Johanna. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4072
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202035/1/A3

202202037/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor onbepaalde tijd van De Muze gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De Muze had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het gelijknamige vaartuig De Muze. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou verlopen op 1 maart 2028.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4064
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202037/1/A3

202202039/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellant A] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen, behalve die van Zonneboot, verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4073
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202039/1/A3

202202042/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Rederij Amsterdam gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Rederij Amsterdam had vijf exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor vijf vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij twee afzonderlijke besluiten van 4 juni 2020 heeft het college de einddata van de vaartuigen H.R.H. en Bota Fogo opnieuw vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4065
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202042/1/A3

202202045/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Salonboot Belle van Zuylen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Salonboot Belle van Zuylen had drie exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor drie vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4071
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202045/1/A3

202202046/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellant] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellant] had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Hilda. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou op 1 maart 2026 verlopen. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het besluit van 4 juni 2020 herroepen en de einddatum van de exploitatievergunning vastgesteld op 1 maart 2028.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4066
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202046/1/A3

202202076/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Sinta en anderen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Sinta en anderen hadden meerdere exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor meerdere vaartuigen. De exploitatievergunningen van Sinta en anderen, waarover deze procedure gaat, vallen onder, zoals zij zelf verklaren, het going concern BoatAmsterdam.com/Electric Tours. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Sinta B.V. heeft de naam van het vaartuig Sinta gewijzigd in Sinta 2. Dit vaartuig heeft Sinta B.V. overgedragen aan Electric Boats B.V. Daarnaast heeft Sinta B.V. het vaartuig Bali overgenomen van [appellant A]. Sinta B.V. heeft de naam van het vaartuig gewijzigd in Sinta. Vervolgens heeft Sinta B.V. het vaartuig overgedragen aan Sinta Nautica. [appellant A] heeft verder het vaartuig The Club overgedragen aan Electric Boats B.V.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4070
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202076/1/A3

202202091/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Rederij ’t Smidtje gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college het door Rederij ’t Smidtje daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Verder heeft het college de bezwaren van Rederij ’t Smidtje tegen de wijzigingsbesluiten van anderen niet-ontvankelijk verklaard. Rederij ’t Smidtje had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het vaartuig Rijk de Gooyer. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024. Rederij ’t Smidtje is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4061
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202091/1/A3

202202181/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van [appellante] gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. [appellante] had een exploitatievergunning voor passagiersvervoer voor onbepaalde tijd. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning verliep op 1 maart 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4062
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202181/1/A3

202202182/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van [appellante] gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. [appellante] had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor twee vaartuigen. Met de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen voor het vaartuig Soeverein verliep op 1 maart 2024. Voor het vaartuig Valentijn verloopt de exploitatievergunning op 1 maart 2026. [appellante] is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4068
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202182/1/A3

202202200/1/A3

Bij drie besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Smidtje Holding gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluit van 25 september 2020 heeft het college op verzoek van Smidtje Holding de einddatum van het aflopen van de exploitatievergunningen van het vaartuig Picasso opnieuw vastgesteld. Smidtje Holding is een van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4063
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202200/1/A3

202202201/1/A3

Bij vijftien besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Smidtje Beheer gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij afzonderlijk besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van Smidtje Beheer de einddata van het aflopen van de exploitatievergunningen van zes vaartuigen opnieuw vastgesteld. Smidtje Beheer had vijftien exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor passagiersvaartuigen. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de besluiten van 4 juli 2020 en 25 september 2020 heeft het college de einddatum voor een aantal vaartuigen opnieuw vastgesteld. Verder heeft Smidtje Beheer bij brief van 9 september 2024 medegedeeld dat het vaartuig Bennie Jolink aan Tulpa Tours is verkocht. De vaartuigen Harry Slinger en Herman Brood zijn aan Flagship Holding verkocht. De exploitatievergunningen voor de volgende vaartuigen van Smidtje Beheer verliepen of verlopen op latere data.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4059
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202201/1/A3

202202584/1/A2

Bij besluit van 25 februari 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de aanvraag van [appellant] om ontheffing te verlenen van de benoembaarheidsvereisten van de vakken economie en natuurkunde en het profielvak Groen, afgewezen. In 1991 heeft [appellant] een doctoraal Landbouwtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen behaald. Van 1993 tot en met 2018 was hij leraar op het EduDelta College. Hij gaf daar les in het beroepsonderwijs en volwasseneducatie in de vakken economie, natuurkunde en het profielvak Groen. Op verzoek van zijn werkgever bij EduDelta heeft hij, in aanvulling op zijn doctoraal Landbouwtechniek, in 1995 een pedagogisch-didactisch diploma van de pedagogisch technische hogeschool Nederland behaald om als eerstegraadsdocent met brede bevoegdheid les te kunnen geven. Per 1 december 2019 is [appellant] niet meer werkzaam bij de Pontes Scholengroep, maar werkt hij bij de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren. In 2021 heeft hij een lerarenopleiding economie afgerond aan de Hogeschool Rotterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4080
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202202584/1/A2

202203444/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de aan de Stichting verleende omgevingsvergunning ingetrokken. De Stichting is eigenaar van het pand gelegen aan de [locatie] in Breda. Het college heeft op 11 april 2019 aan de Stichting een omgevingsvergunning verleend voor onder andere het aanbrengen van enkele brandwerende voorzieningen in het pand. Het college heeft een openbronnenonderzoek verricht op grond van artikel 7b van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, nadat een toezichthouder op 4 maart 2020 heeft geconstateerd dat in strijd met het bestemmingsplan een zelfstandige woning op de zolder is gerealiseerd. Uit het onderzoek volgt volgens het college dat [partij 1] de volledig bestuurlijke zeggenschap heeft over de Stichting en dat aanwijzingen bestaan dat sprake is van een verhullingsconstructie. Vervolgens heeft het college de Stichting op 27 maart 2020 en op 17 en 28 april 2020 verzocht om Bibob-formulieren in te vullen. De Stichting heeft dit niet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4077
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202203444/1/A3

202203522/1/R3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen verschillende gestelde overtredingen aangaande het pand aan de [locatie 1] in Dordrecht, afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Dordrecht. Deze woning grenst aan het pand [locatie 1] (hierna: het pand). Het pand is in gebruik als appartementencomplex en wordt beheerd door de VvE. Beide gebouwen hebben een monumentale status. De zuidwestelijke gevel van het pand grenst gedeeltelijk aan de woning van [appellant]. Vanuit de woning bestaat zicht op het overige deel van deze gevel. Op 21 mei 2002 heeft het college aan de toenmalige eigenaar van het pand een bouwvergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning) verleend voor het verbouwen van het pand. Op de bijbehorende bouwtekening staat bij zeven ramen in de zuidwestelijke gevel van het pand vermeld: "kozijn en ramen verwijderen dichtmetselen terugliggend als "blindnis" uitvoeren".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4057
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203522/1/R3

202203768/1/A2

De raad voor rechtsbijstand heeft op 25 november 2020 op zijn website ‘Belangrijk bericht voor bijzonder curatoren’ (hierna: het bericht) geplaatst. [appellant] stond ingeschreven als bijzondere curator bij de rechtbank voor toevoegingen in zaken genoemd in de artikelen 1:212 en 1:250 van het Burgerlijk Wetboek. Om de kwaliteit van de te verlenen rechtsbijstand te waarborgen heeft de raad voor het verlenen van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bijzondere curator in 2019 de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2020, versie 1.00 opgesteld. Voor toevoeging als bijzondere curator in BW-zaken dienen advocaten op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden onder meer eerst een examen af te leggen. Advocaten die al rechtsbijstand voor BW-zaken verleenden voor inwerkingtreding van de Inschrijvingsvoorwaarden, is met een overgangsregeling de mogelijkheid geboden om voorwaardelijk ingeschreven te staan om BW-zaken op basis van een toevoeging te blijven behandelen in afwachting van het behalen van een examen, bestaande uit een schriftelijk examen en een assessment. Daarna wordt de inschrijving omgezet in een onvoorwaardelijke inschrijving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3993
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202203768/1/A2

202204221/1/R2

Bij besluit van 19 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bladel aan [appellante sub 16] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een winkelcentrum aan de Markt 12 in Bladel. Op 9 oktober 2018 heeft [appellante sub 16] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend, voor het uitbreiden van het winkelcentrum De Posthof voor de vestiging van een supermarkt en het renoveren van appartementen aan de Markt 12 in Bladel. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen. Op de begane grond zal een supermarkt worden gerealiseerd. De appartementen zijn gelegen op de eerste en tweede verdieping. [appellante sub 1] en anderen zijn ondernemers in het centrum van Bladel. Een aantal van de ondernemers is gevestigd aan de Markt in Bladel en een aantal in het winkelcentrum De Sniederspassage. Dat winkelcentrum is gelegen op een afstand van 500 m van De Posthof. [appellante sub 1] en anderen zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning, omdat zij onder andere vrezen voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4088
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204221/1/R2

202205022/1/A3

Bij besluit van 18 december 2018 heeft de burgemeester van Amsterdam de aanvraag van La Forge om verlenging van een exploitatievergunning afgewezen en de drank- en horecavergunning ingetrokken. [gemachtigde] was enig aandeelhouder, bestuurder en leidinggevende van het horecabedrijf La Forge B.V. op de Korte Leidsedwarsstraat 26 in Amsterdam. Op 14 maart 2016 heeft [gemachtigde] namens La Forge een aanvraag ingediend voor verlenging van de exploitatievergunning van La Forge. De burgemeester heeft naar aanleiding van een tip van een officier van justitie het Landelijk Bureau Bibob om een advies gevraagd. In een advies van 2 februari 2017 heeft het Bureau geconcludeerd dat sprake is van met strafbare feiten verkregen zeer groot financieel voordeel en om die reden ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede zullen worden gebruikt om op geld waardeerbare voordelen te benutten die zijn verkregen of zullen worden verkregen uit gepleegde strafbare feiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a (de a-grond), van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4076
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202205022/1/A3

202205129/1/R4

Bij besluit van 30 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een omgevingsvergunning verleend aan Brivec B.V. voor het realiseren van 21 appartementen op het perceel Markstraat 15 te Nunspeet. Brivec heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van 21 appartementen aan de Marktstraat 15 te Nunspeet. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatste geldende bestemmingsplan "Nunspeet centrum". Het college heeft daarom bij besluit van 30 juli 2020 niet alleen een vergunning verleend voor de activiteit bouwen, maar ook een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. [appellant] en anderen vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat en voeren in hoger beroep aan, dat het bouwplan qua maatvoering niet past in de omgeving en in onvoldoende mate voorziet in de parkeerbehoefte, hetgeen onder meer had kunnen worden opgelost door het bouwplan aan te passen. Dit heeft de rechtbank miskent volgens [appellant] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4090
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205129/1/R4

202206786/1/A2

Bij besluiten van 17 augustus 2021 heeft de raad voor rechtsbijstand de voorwaardelijke inschrijving van [appellant] als bijzondere curator in zaken als genoemd in de artikelen 1:212 en 1:250 van het Burgerlijk Wetboek per 1 juni 2021 beëindigd. [appellant] stond ingeschreven als bijzondere curator bij de rechtbank voor toevoegingen in BW-zaken. Om de kwaliteit van de te verlenen rechtsbijstand te waarborgen heeft de raad voor het verlenen van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bijzondere curator in 2019 de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2020, versie 1.00 opgesteld. Voor toevoeging als bijzondere curator in BW‑zaken moeten advocaten op grond van de Inschrijvingsvoorwaarden onder meer eerst een examen afleggen. Advocaten die al rechtsbijstand voor BW-zaken verleenden voor inwerkingtreding van de Inschrijvingsvoorwaarden, is met een overgangsregeling de mogelijkheid geboden om voorwaardelijk ingeschreven te staan om BW-zaken op basis van een toevoeging te blijven behandelen in afwachting van het behalen van een examen, bestaande uit een schriftelijk examen en een assessment.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4081
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202206786/1/A2

202206967/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van rechtbank Overijssel van 27 oktober 2022, waarin de rechtbank het beroep van [appellant A] en [appellante B] tegen het besluit van 3 september 2021 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister het bezwaar van [appellant A] en [appellante B] tegen de besluiten van 20 mei 2021, waarbij hun verzoeken om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) zijn afgewezen, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4194
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206967/1/A3

202300222/1/A2

Bij besluiten van 20 augustus 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 1.915,06, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. Lefier heeft op 3 maart 1977 de eigendom verkregen van een perceel grond, met de daarop aanwezige opstallen van een ééngezinswoning met toebehoren, plaatselijk bekend als [locatie] te Groningen. Op 20 april 2011 hebben Lefier en [appellant A] en [appellant B] een notariële akte ‘vestiging erfpacht koopgarant eengezinswoning’ getekend (verder: de akte). Door inschrijving van de akte in de openbare registers van het Kadaster is een (eeuwigdurend) recht van erfpacht op het perceel ten behoeve van [appellant A] en [appellant B] voor het gebruik van de woning gevestigd. Voor de vestiging van dit erfpachtrecht hebben [appellant A] en [appellant B] een bedrag van € 109.500,- betaald aan Lefier. De onderhandse verkoopwaarde van het registergoed is getaxeerd op € 146.000,- (vrij van huur en gebruik) inbegrepen de afkoopsom van de canon voor de gehele duur van het erfpachtrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4079
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300222/1/A2

202300349/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas". Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van 700 woningen, een school, 1.250 m2 brutovloeroppervlak aan horeca, energie-eilanden en een recreatiegebied in het uiterste noordwesten van Leidsche Rijn, parallel aan de A2, kant van Utrecht. [appellanten sub 2], [appellant sub 1], de AUHV, de Vereniging en de Stichting kunnen zich niet verenigen met de voorziene ontwikkelingen. [appellant sub 1], [appellanten sub 2] vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat, voornamelijk vanwege de toename van verkeerbewegingen op de Schoolstraat te Vleuten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4095
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202300349/1/R4

202300536/1/A3

Bij besluit van 11 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf. Uit de rapportage bestuurlijk toezicht van de politie van 8 juli 2020 (hierna: de rapportage) blijkt dat op 23 mei 2020 een minderjarige vrouw van 17 jaar oud zich bij de politie heeft gemeld. Zij vertelde dat zij, samen met een andere vrouw, als prostituee werkzaam was in een woning aan de [locatie] in Apeldoorn en dat deze woning voor prostitutie-doeleinden beschikbaar was gesteld door [appellant], aldus de rapportage. De rapportage vermeldt verder dat de politie-eenheid Oost-Nederland op 24 mei 2020 onderzoek heeft gedaan op dat adres naar de exploitatie van een seksinrichting zonder vergunning. In de rapportage is vastgesteld dat er meerdere prostituees in de woning aanwezig waren, er geadverteerd wordt voor prostitutie, er derden betrokken zijn bij de activiteiten, de prostituees geen huurders of eigenaars zijn van de woning en niet op het adres waar ze werken staan ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4054
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300536/1/A3

202301108/1/A2

Bij besluit van 6 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete opgelegd van € 20.750,-. [appellante] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning bestaat uit één bouwlaag en heeft een oppervlak van 70 m2. [appellante] stond ten tijde van belang op het adres ingeschreven in de basisregistratie personen. Op 22 september 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dit bezoek is opgemaakt, blijkt dat de toezichthouders in de woning zeven Italiaanse toeristen hebben aangetroffen, die de woning naar eigen zeggen via booking.com hebben geboekt. Uit het boekingsbewijs dat de toeristen aan de toezichthouders hebben laten zien, blijkt dat zij de woning voor zeven personen hebben geboekt voor de periode van 21 september tot en met 25 september 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4078
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301108/1/A2

202301907/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2023, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek van 28 oktober 2020 om vernietiging van persoonsgegevens niet-ontvankelijk heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4195
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202301907/1/A3

202302023/1/R3

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk [appellante] onder oplegging van een last onder dwangsom gelast om het gebruik van een bijgebouw aan de [locatie] te Noordwijk als zelfstandige woonruimte te voorkomen. [appellante] woont aan de [locatie] in Noordwijk (hierna: het perceel). Op het perceel staan een woning en een bijgebouw. Het bestemmingsplan "Noordwijk aan Zee" kent de bestemming "Wonen" toe aan de gronden van het perceel. Op grond van de planregels is zelfstandige bewoning van bijgebouwen enkel toegestaan als het betreffende bijgebouw binnen een bouwvlak staat. [appellante] heeft het bijgebouw op haar perceel in 2020 laten verbouwen. Het perceel is op 28 mei 2020, 9 juni 2020 en 7 juli 2020 door een toezichthouder van de gemeente bezocht. De toezichthouder heeft daarbij geconstateerd dat het bijgebouw vermoedelijk bewoond zou gaan worden, omdat zelfstandige bewoning volgens de toezichthouder mogelijk zou worden door de nieuwe inrichting van het bijgebouw. Zo beschikt het bijgebouw volgens de toezichthouder over sanitaire voorzieningen, een keuken, een brievenbus en een eigen huisnummer-aanduiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4060
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302023/1/R3

202302201/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant van 3 maart 2023, waarin de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de minister van Defensie van 11 november 2021 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister het bezwaar tegen het besluit van 4 juni 2021, waarbij is beslist op het verzoek van [appellant] om inzage van zijn persoonsgegevens, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4196
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202302201/1/A3

202303019/1/A3

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden, afgewezen. Op 10 december 2021 heeft [appellant] het college verzocht om op grond van artikel 5:11, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug handhavend op te treden tegen het parkeren met auto’s op de strook aan de Kapelweg, schuin links tegenover de woning van [appellant]. [appellant] verzoekt om handhaving, omdat het volgens de APV verboden is om te parkeren in een groenstrook en hij van mening is dat de strook aan de Kapelweg als groenstrook moet worden gezien. Hij observeert dat vaak op deze strook geparkeerd wordt, onder meer door de bewoners van [locatie 1] en [locatie 2]. Het college heeft het verzoek tot handhaving afgewezen. Het college is van mening dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 5:11, eerste lid, van de APV omdat de strook schuin tegenover de woning van [appellant] niet als groenstrook, maar als berm moet worden aangemerkt, waarin wel geparkeerd mag worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4084
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303019/1/A3

202303633/1/V2

Bij besluit van 18 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Op 3 oktober 2021 heeft de vreemdeling een asielaanvraag ingediend. Hij heeft de Syrische nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2004. De minister heeft aan het besluit ten grondslag gelegd dat hij de verklaringen van de vreemdeling over de algemene situatie in Syrië en de dienstplicht geloofwaardig acht. Daarom heeft hij de asielaanvraag op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 ingewilligd. Maar de minister heeft de gestelde geboortedatum, en daarmee de stelling van de vreemdeling dat hij minderjarig was ten tijde van de aanvraag, niet geloofwaardig geacht. De minister heeft zich hierover in het verweerschrift in beroep op het standpunt gesteld dat de vreemdeling tijdens zijn verhoor bij de politie heeft verklaard dat hij geboren is op 12 maart 2003 en dat heeft gestaafd met foto’s van zijn paspoort op zijn telefoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4086
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303633/1/V2

202304000/1/R3

Bij besluit van 2 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas het wijzigingsplan "[locatie], Zevenhuizen" gewijzigd vastgesteld. Het wijzigingsplan heeft betrekking op de gronden van het perceel [locatie] in Zevenhuizen. Op dit perceel was een bedrijf gevestigd en staat een daarbij behorende en als zodanig bestemde bedrijfswoning, waarvan [partij] de eigenaar en bewoner is. Het wijzigingsplan voorziet in de omzetting van de op het perceel rustende bestemming "Bedrijf" in de bestemming "Wonen". Hiervoor heeft het college gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 5.5.1 van de regels van het bestemmingsplan "Herziening Zuidplaspolder 1". [appellanten] zijn eigenaren van de gronden die rondom het plangebied liggen. [appellante sub 3B], de holding Arcamare B.V. en diens dochtermaatschappij [appellante sub 3A] huren een deel van deze gronden en exploiteren daarop teelt- en verpakkingsbedrijven. [appellante] en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat zij vrezen dat het plan leidt tot een beperking van hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4056
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304000/1/R3

202304568/1/A3

Bij besluit van 9 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] wegens het op een openbare plaats bij zich dragen dan wel vervoeren van inbrekerswerktuigen. Uit een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van de politie van 8 november 2020 blijkt dat verbalisanten diezelfde nacht een elektrische fiets met twee fietstassen tegen de gevel aan het pand van de [locatie 1] in Goirle zagen staan. Het pand staat naast een slooppand, [locatie 2]. Omdat in Goirle vaker bij slooppanden wordt ingebroken, inspecteerden de verbalisanten de fiets en de omgeving. Zij troffen op het terrein met het slooppand, [locatie 2], afgeknipte kabels, afgeknipt lood en een kniptang aan. In het slooppand is [appellant] aangetroffen en aangehouden. In zijn broekzak zijn een schroevendraaier en een zaklamp aangetroffen. Het proces-verbaal vermeldt dat [appellant] verklaarde dat de kniptang en de metalen van hem waren en hij deze verzameld had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4085
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304568/1/A3

202304624/1/A2

Bij besluit van 19 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de 19de -eeuwse villa van [appellant] aan de [locatie] in Rotterdam aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant] is eigenaar van een 19de -eeuwse villa aan de [locatie] in Rotterdam. Hij heeft deze in 2015 in slechte staat gekocht en volledig authentiek gerestaureerd. [appellant] woont in de villa en gebruikt een deel ervan als dierenartspraktijk. [appellant] heeft de villa naar eigen zeggen gekocht, omdat er geen erfdienstbaarheden op zaten en hij vrij wilde zijn om het te kunnen verbouwen naar zijn wensen. In 2019 heeft het college besloten om zijn villa voorlopig aan te wijzen als gemeentelijk monument en daarvan een redengevende omschrijving te laten opstellen. De redengevende omschrijving van de villa van [appellant] is ter advies voorgelegd aan de Commissie voor Welstand en Monumenten Rotterdam. Deze heeft op 22 juli 2020 het college positief geadviseerd over de aanwijzing van de villa tot gemeentelijk monument overeenkomstig de redengevende omschrijving, waarna het college de villa heeft aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4082
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202304624/1/A2

202306490/1/R3

Bij besluit van 7 september 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Langeweg, Hoek van Holland" vastgesteld. Het plan voorziet in een mogelijkheid voor de bouw van maximaal 150 woningen in de vorm van appartementen. Er zijn maximaal zes appartementengebouwen toegestaan, bestaande uit maximaal acht bouwlagen aan de westkant, zeven in het midden en zes aan de oostkant van het plangebied. Het plangebied ligt aan de verlegde Langeweg (N211) aan de westzijde van Hoek van Holland. Het plangebied omvat een reststrook met gras en de voormalige N211, die is ontstaan na verlegging van de Langeweg aan de zuidzijde. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door het Roomse Duin, aan de oostzijde door de Harwichweg en aan de westzijde door de rotonde die grenst aan de Langeweg. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Hun woningen liggen tegenover het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4092
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202306490/1/R3

202400646/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] over 2022 herzien en vastgesteld op nihil. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 28 december 2021 aan [appellant] een voorschot zorgtoeslag over 2022 verleend van € 1.336,-. De hoogte van het voorschot is gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen over 2022 van € 3.628,-. Op 15 september 2022 heeft [appellant] aan de Belastingdienst/Toeslagen doorgegeven dat zijn geschatte toetsingsinkomen over 2022 € 47.000,- bedraagt. [appellant] heeft daarbij naar eigen zeggen rekening gehouden met een nabetaling van het UWV van bruto € 31.102,13. De dienst heeft op basis van dit geschatte toetsingsinkomen bij het besluit van 21 oktober 2022 het voorschot zorgtoeslag over 2022 herzien en vastgesteld op nihil, omdat dit inkomen te hoog is om voor zorgtoeslag in aanmerking te komen. De herziening van het voorschot heeft geleid tot een terugvordering van de over 2022 ten onrechte ontvangen voorschotten van € 1.112,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4094
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400646/1/A2

202400797/1/R4

Bij besluit van 19 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 14 augustus 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. [appellante] vindt het besluit onterecht en betoogt dat de inzamelvoorzieningen allemaal vol waren. Ze liep van container naar container en was genoodzaakt om de huisvuilzak naast een inzamelvoorziening neer te zetten. De containers zitten altijd vol waardoor het een bende is. Daarvan heeft ze ook foto’s gemaakt. De gemeente moet zorgen voor een oplossing en de containers vaker legen, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4058
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400797/1/R4

202401573/1/R4

Bij besluit van 10 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 28 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 154,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 28 december 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Nieuwedijk 2 in Pernis. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar document is aangetroffen. Het document is een zogenoemde groene kaart waarop onder 'naam en adres van verzekerde' [appellante] en haar adres staan vermeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4075
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401573/1/R4

202401770/1/A3

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de burgemeester van Wijchen zijn beslissing om met toepassing van spoedeisende bestuursdwang de hond van [appellant] in beslag te nemen, op schrift gesteld. De burgemeester heeft hond Buddy, waarvan [appellant] de eigenaar is, gevaarlijk verklaard en een kort aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd. De aanleiding daarvoor was een incident op 17 mei 2022, waarbij Buddy een andere hond heeft gebeten. Daarnaast heeft [appellant] verklaard dat Buddy op 8 april 2022 ook een andere hond heeft gebeten en dat [appellant] zelf op 2 juni 2022 door Buddy in zijn been is gebeten, waarna [appellant] naar de eerste hulp moest. Tegen het besluit van 17 juni 2022 is geen bezwaar gemaakt. Op 27 juli 2022 heeft er opnieuw een bijtincident plaatsgevonden, waarbij Buddy betrokken was. [appellant] heeft zich niet aan het kort aanlijn- en muilkorfgebod gehouden. Bij besluit van 9 augustus 2022 heeft de burgemeester Buddy tijdelijk in beslag genomen en een gedragsonderzoek laten uitvoeren. Naar aanleiding van het incident van 17 mei 2022 is [appellant] ook strafrechtelijk veroordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4083
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401770/1/A3

202402897/1/A2

Bij beslissing van 15 februari 2024 heeft de examencommissie van de sector Economie & Ondernemerschap het verzoek van [appellante] voor een extra herkansing voor het examen Specialistische kennis bestuursrecht afgewezen. Bij beslissing van 2 april 2024 heeft de commissie van beroep voor de examens van het Da Vinci College het hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt sinds 1 augustus 2019 de driejarige opleiding tot juridisch administratief dienstverlener. Zij zit in het laatste jaar van deze opleiding. Tijdens de studie is zij geconfronteerd met diverse omstandigheden die volgens haar de studievoortgang negatief hebben beïnvloed. Zij heeft verschillende fysieke en mentale medische problemen, mede ten gevolge van een auto-ongeval. Ook waren er diverse familieomstandigheden, die haar mentale staat hebben beïnvloed. Deze omstandigheden maken volgens [appellante] dat de eerste en tweede poging om de examens voor de specialistische kennisvakken te halen niet zijn geslaagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4096
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402897/1/A2

202404639/1/V3

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. De minister heeft de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling genomen, omdat Kroatië daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte EU-lidstaat in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister nog steeds voor Kroatië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en of de vreemdeling een reëel risico loopt dat hij bij terugkeer naar Kroatië terechtkomt in een situatie die in strijd is met artikel 4 van het EU Handvest en artikel 3 van het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Kroatië, omdat hij vreest dat hij na overdracht het slachtoffer wordt van een zogeheten "pushback".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4037
Datum uitspraak
9 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404639/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202404639/1/V3

202303907/1/V3

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4032
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202303907/1/V3

202405659/1/V1 en 202405659/3/V1

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4041
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405659/1/V1 en 202405659/3/V1

202406085/1/V3 en 202406085/2/V3

Bij besluit van 13 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4046
Datum uitspraak
8 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406085/1/V3 en 202406085/2/V3
vorige pagina1...727374...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon