Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 102.511
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500692/1/A3

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft op 14 maart 2023 een VOG aangevraagd voor de functie van planner op een opvanglocatie voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) via TFP-Support in Arnhem. De planner is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening op een AMV-opvanglocatie waarbij hij verantwoordelijk is voor een veilige en prettige leefomgeving voor jongeren en begeleiders. De planner bewaakt de naleving van de normen en de huisregels en treft passende maatregelen bij afwijkingen. Daarnaast houdt hij zich bezig met de organisatorische cultuur, het optimaliseren van de kwaliteit en veiligheid en verdere professionalisering van de organisatie. Daarnaast moet hij administratief werk doen dat te maken heeft met de zorgverlening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1948
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202500692/1/A3

202501363/1/A2

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsom van € 45.125,00. Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister tot invordering van verbeurde dwangsommen en opeising van onverschuldigde betalingen van [appellante] op grond van de Wet normering topinkomens (WNT). Aan zowel het invorderingbesluit als het opeisingsbesluit ligt een last onder dwangsom van 26 januari 2022 ten grondslag. In die last onder dwangsom is, kort gezegd, een overtreding van de WNT vastgesteld, welke overtreding binnen de gestelde begunstigingstermijn door [appellante] moest worden beëindigd. De rechtbank heeft overwogen dat een belanghebbende in de procedure tegen de invorderingsbeschikking in beginsel niet met succes gronden naar voren kan brengen die hij tegen de last onder dwangsom of bestuursdwang naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan slechts in uitzonderlijke gevallen. De rechtbank heeft overwogen dat zij deze rechtspraak ook toepast ten aanzien van de twee beschikkingen tot opeisen van onverschuldigde betalingen, aangezien deze beschikkingen gelet op artikel 5.5, eerste lid, van de WNT direct samenhangen met de lasten onder dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1941
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501363/1/A2

202501603/1/A2

Bij besluit van 6 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [wederpartij] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Den Haag (de woning). Op 14 september 2022 heeft een inspecteur van de Haagse Pandbrigade de woning bezocht en een inspectie uitgevoerd. Hiervan is een rapport van bevindingen opgesteld waarin, onder andere, is vermeld dat in de woning dertien personen onzelfstandig wonen, terwijl in de basisregistratie personen niemand op dit adres is ingeschreven. Omdat [wederpartij] niet in het bezit is van een omzettingsvergunning en kamerbewoning door meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen niet is toegestaan zonder vergunning, heeft het college, bij besluit van 6 december 2022, een boete opgelegd van € 10.000,00 wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet, gelezen in verbinding met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (Hvv). Daarbij is uitgegaan van een bedrijfsmatige exploitatie van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1942
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501603/1/A2

202501710/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere aan VORM Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee appartementencomplexen met half-verdiepte parkeergarage op het perceel [perceel] aan de Vitus Beringstraat in Almere (het perceel). Het perceel is gesitueerd aan de oostzijde van de Vitus Beringstraat. VORM wil daar twee appartementencomplexen met een half-verdiepte parkeergarage bouwen. De appartementencomplexen zullen volgens de aanvraag om de omgevingsvergunning in totaal ruimte bieden aan 113 appartementen. [appellant sub 1A], [appellant sub 1B] en [appellant sub 1C] wonen aan westzijde van de Vitus Beringstraat en zij vrezen overlast van de tegenover hen voorziene gebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1930
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501710/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202501710/1/R4

202501825/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda, door het plaatsen en verwijderen van verkeersborden, vanaf het Zandbergplein richting de Zandbergweg éénrichtingsverkeer ingesteld en het éénrichtingsverkeer tussen de Maanstraat en de Komeetstraat opgeheven. [appellant] woont op de Zandbergweg in Breda. Naar aanleiding van de herinrichting van het Zandbergplein, dat ligt tussen de Zandbergweg, de Maanstraat, de Zonstraat en de Komeetstraat, heeft het college een verkeersbesluit genomen. [appellant] vreest aantasting van zijn leefomgeving en de (verkeers)veiligheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet de absolute noodzaak van de verkeersmaatregelen hoeft aan te tonen, zoals de aanwezigheid van sluipverkeer en de effectiviteit van het instellen van éénrichtingsverkeer daarop. Het college mocht dus, gelet op de beleidsruimte, besluiten éénrichtingsverkeer in te stellen. Hierbij mocht het college de belangen van de leefbaarheid en veiligheid van de wijk zwaarder laten wegen dan de individuele belangen van de omwonenden die verder moeten rijden om een parkeerplaats te vinden, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1938
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501825/1/A2

202501972/1/A2

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven de subsidieaanvraag van [appellant] voor de kosten van de bodemsanering op zijn perceel [locatie] (voorheen: De Presstraat) in Eindhoven (het perceel) afgewezen. [appellant] is sinds 2007 eigenaar van het perceel. Het college heeft naar aanleiding van een bodemonderzoek geconstateerd dat er op het perceel sprake is van ernstige bodemverontreiniging. De bodemverontreiniging is op meerdere plekken ingetreden, die grofweg zijn in te delen in twee gebieden: 1) de ontstaansbron van de verontreiniging, te weten het (bron)perceel, en 2) de uitloop van de bodemverontreiniging naar de omgeving buiten het bronperceel (de pluim). Het college heeft bij besluit van 27 juni 2022 op grond van artikel 55b van de Wet bodembescherming (thans vervallen) [appellant] als eigenaar van het perceel opgedragen de verontreinigde grond van zowel het bronperceel als de pluim zo spoedig mogelijk te saneren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1939
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bodembescherming
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501972/1/A2

202502278/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer twee kinderen van [appellant] met ingang van 2 maart 2022 ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie personen (de brp) wegens vertrek naar Rusland. De kinderen van [appellant] stonden voorheen in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Badhoevedorp. Op 3 november 2021 heeft een leerplichtambtenaar gemeld dat de kinderen, anders dan voorgaande jaren, geen vrijstelling van de leerplicht wegens onderwijs in het buitenland hebben aangevraagd. Naar aanleiding daarvan is het college een adresonderzoek gestart en heeft zij op basis daarvan de kinderen ambtshalve uitgeschreven naar Rusland. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat het college uit het uitgevoerde adresonderzoek het redelijke vermoeden heeft kunnen afleiden dat de kinderen van [appellant] meer dan 2/3 van het jaar buiten Nederland verblijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1934
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202502278/1/A3

202502289/1/A2

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van wijlen [wederpartij] over 2022 definitief vastgesteld op € 0,00 en het betaalde voorschot van € 4.063,00 teruggevorderd. [wederpartij] was de weduwe van [persoon]. [persoon] heeft op 13 september 2013, kort voor zijn overlijden op [datum] 2013, een uitkering van € 18.907,00 ontvangen op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose. Bij de vaststelling van het recht op huurtoeslag van [wederpartij] voor het jaar 2022 is de Dienst Toeslagen uitgegaan van een rendementsgrondslag van € 32.968,00. Voor het jaar 2022 was een bedrag van € 31.747,00 toegestaan. De Dienst Toeslagen heeft daarom het besluit van 11 augustus 2023 genomen. In het besluit van 19 januari 2024, waarbij de Dienst Toeslagen die beslissing in stand heeft gelaten, heeft de Dienst Toeslagen het standpunt ingenomen dat geen aanleiding bestaat om de TNS-uitkering als bijzonder vermogen buiten beschouwing te laten bij de berekening van de rendementsgrondslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1937
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502289/1/A2

202502638/1/A2

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] is sinds 23 november 2017 mede-eigenaar van een perceel aan het Wilsveen te Leidschendam. De noordkant van zijn perceel bevat een geasfalteerde strook grond, die grenst aan de openbare weg. Bij een controle op 5 januari 2024 hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat er op de parkeerstrook plantenbakken en boomstammen, en een bord met de tekst ‘Eigen terrein, art. 461 WvS’ waren geplaatst. Hiervan is een rapport van bevindingen opgesteld. Voor het plaatsen van de voorwerpen was geen vergunning verleend. Het college heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, wegens overtreding van artikel 2:10 van de APV. De last houdt in dat de plantenbakken, boomstammen en de geplaatste borden ‘eigen terrein’ op de parkeerstrook ter hoogte van [locatie] in Leidschendam moeten worden verwijderd en dat er geen voorwerpen worden teruggeplaatst. [appellant] moet de overtreding binnen twee weken beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1933
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502638/1/A2

202502705/1/V6

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de minister van Defensie een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 17 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in 2008 gedurende vijf maanden in dienst van Afghan Security Guard op Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan, heeft gewerkt als tolk. Volgens [appellant] loopt hij door deze werkzaamheden gevaar in Afghanistan. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Werkafspraken tolken (de Tolkenregeling). Zij heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] volgens haar niet voldoet aan de vereisten om naar Nederland te worden overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1869
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502705/1/V6
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202502705/1/V6
vorige pagina1...567...10.252volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon