Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.563
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202305088/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de voor [appellante] ingediende aanvraag om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [appellante] is op [geboortedatum] 2005 geboren in [geboorteplaats] (Zwitserland) en verkreeg door geboorte het Nederlanderschap via haar moeder en de Zwitserse nationaliteit via haar vader. Sinds haar geboorte woont ze in Zwitserland. Op 9 september 2010 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan haar verstrekt, dat geldig was tot 9 september 2015. Op 12 februari 2021 heeft [appellante] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat de moeder van [appellante] gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Zwitserland en zowel de Zwitserse als de Nederlandse nationaliteit had. Daardoor is de moeder van [appellante] op 2 september 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Nederlanderschap van rechtswege verloren. [appellante] is op die dag op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, ook haar Nederlanderschap van rechtswege verloren, omdat zij op dat moment minderjarig was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6011
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305088/1/A3

202305090/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de voor [kind] ingediende aanvraag om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [kind] is op [geboortedatum] 2006 geboren in [plaats] (Zwitserland) en verkreeg door geboorte het Nederlanderschap via haar moeder en de Zwitserse nationaliteit via haar vader. Sinds haar geboorte woont ze in Zwitserland. Op 27 april 2007 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan haar verstrekt, dat geldig was tot 27 april 2012. Op 12 februari 2021 heeft [appellante], de moeder van [kind], een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd voor [kind]. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat [appellante] gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Zwitserland en zowel de Zwitserse als de Nederlandse nationaliteit had. Daardoor is [appellante] op 2 september 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Nederlanderschap van rechtswege verloren. [kind] is op die dag op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, ook haar Nederlanderschap van rechtswege verloren, omdat zij op dat moment minderjarig was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6012
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305090/1/A3

202305092/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld.[appellante] is in Nederland geboren. Zij woont sinds 2000 in Zwitserland. [appellante] heeft op 10 juli 2009 voor het laatst een Nederlands paspoort verkregen, dat geldig was tot 10 juli 2014. Op 2 september 2009 heeft zij de Zwitserse nationaliteit aangenomen door naturalisatie. Vanaf dat moment had zij de Nederlandse en de Zwitserse nationaliteit. Op 12 februari 2021 heeft [appellante] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat [appellante] gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Zwitserland en zowel de Zwitserse als de Nederlandse nationaliteit had. Daardoor is zij op 2 september 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Nederlanderschap van rechtswege verloren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6013
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305092/1/A3

202305304/1/R2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Halderberge het bestemmingsplan "Parapluplan Halderberge 2021" gewijzigd vastgesteld. Het plan heeft onder meer tot doel de huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenarbeiders te reguleren door een eenduidige begripsbepaling en door het bieden van sturingsmogelijkheden. Met het plan wil de raad voorkomen dat arbeidsmigranten en seizoenarbeiders zich door middel van kamergewijze verhuur vestigen in een woonwijk of hun intrek nemen in recreatieve voorzieningen. In het plan is een verbod opgenomen voor kamergewijze verhuur, maar ook zijn er twee afwijkingsbevoegdheden opgenomen, op grond waarvan onder meer de huisvesting van seizoenarbeiders door middel van kamergewijze verhuur, onder bepaalde voorwaarden, mogelijk is. Vuurin Personeelsdiensten is een uitzend- en/of detacheringsbureau dat zich onder meer richt op arbeidsmigranten binnen de tuinbouw-, food-, logistieke en technische sector. Ook biedt zij sociale begeleiding, service en ondersteuning aan arbeidsmigranten. Zij is voormalig huurster van het pand [locatie] in Oudenbosch, dat in het plangebied ligt. Het pand werd door Vuurin Personeelsdiensten gebruikt voor het huisvesten van voor haar werkzame arbeidsmigranten. [appellant A] en [appellant B] zijn de eigenaren van dat pand en mede-indieners van het beroep. Vuurin Personeelsdiensten en [appellant A] en [appellant B] zijn het niet eens met het plan, omdat de planregeling over kamergewijze verhuur volgens hen discriminatoir is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6007
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305304/1/R2

202305711/1/R4

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een aanbod als bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit geluidhinder gedaan voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan haar woning aan de [locatie] in Stroe. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de minister het saneringsplan Oost-Nederland 3 vastgesteld en de geluidsproductieplafonds op de referentiepunten langs een aantal rijkswegen verlaagd. In bijlage 3 bij dit besluit is de woning van [appellant] als saneringsobject vermeld. Omdat de geluidbelasting bij deze woning na het treffen van de maatregelen in het saneringsplan hoger is dan de streefwaarde van 60 dB, is deze woning in aanmerking genomen voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen en is een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek, als bedoeld in artikel 6.5 van het Besluit geluidhinder, uitgevoerd bij de woning. De resultaten hiervan zijn neergelegd in twee rapporten van Boorsma en C2 Engineers van 2 en 3 november 2022 over fase A en B van het onderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5994
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202305711/1/R4

202305882/1/A3

Bij besluit van 14 november 2022 heeft de burgemeester van Heeze-Leende besloten om de woning op het adres [locatie] in Leende voor drie maanden te sluiten. [appellant] woonde in de woning op het adres [locatie] in Leende. Op 26 september 2022 heeft de politie een anonieme melding gekregen dat er sinds enige tijd een hennepkwekerij actief is in de woning en dat er in de buurt van de woning een hennepgeur is geroken. De politie heeft naar aanleiding van die melding op 7 oktober 2022 een onderzoek in de woning ingesteld. De rechtbank heeft in de uitspraak van 6 juni 2023 overwogen dat de Beleidsregel voor de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet 2020 niet op de juiste wijze bekend is gemaakt, waardoor deze niet in werking is getreden. In plaats daarvan is de Beleidsregel voor de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) op het besluit van 6 april 2023 van toepassing. In de Beleidsregel 2017 is opgenomen dat bij een eerste overtreding eerst een bestuurlijke waarschuwing wordt gegeven met voornemen tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5974
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305882/1/A3

202305902/1/R2

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 23 cabins ten behoeve van een maatschappelijke zorgvoorziening aan de Nieuwe Dijk 3 in ’s-Hertogenbosch voor de duur van 10 jaar. In deze maatschappelijke zorgvoorziening wordt 24 uur per dag zorg en begeleiding verleend aan 22 kwetsbare mensen uit de gemeenten Sint-Michielsgestel, Vught, Haaren, Meierijstad, Boxtel, Zaltbommel, Maasdriel en ’s-Hertogenbosch. De mensen die verblijven in de maatschappelijke zorgvoorziening, hebben problemen op het gebied van verslaving en/of psychiatrie en/of hebben een licht verstandelijke beperking. [appellant A] en [appellante B] zijn het niet eens met het plaatsen van de 23 cabins en vrezen voor onaanvaardbare druk op het woon- en leefklimaat. Verder stellen zij zich op het standpunt dat zij in hun bedrijfsbelangen worden geschaad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6002
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305902/1/R2

202306721/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2022 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. Bij besluit van 29 november 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Uit een bestuurlijke rapportage van 28 mei 2022 blijkt dat bij een politieonderzoek een handelshoeveelheid aan diverse soorten harddrugs is gevonden. Daarnaast zijn ook verschillende attributen gevonden die gebruikt kunnen worden voor onder andere het verwerken en verkopen van drugs. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. De rechtbank heeft de sluiting van de woning in stand gelaten. [appellant] betoogt - kort samengevat - dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk is. Er zijn geen politiewaarnemingen of meldingen waaruit blijkt dat in of vanuit de woning daadwerkelijk is gehandeld, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5987
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202306721/1/A3

202307173/1/R4

Bij besluit van 27 september 2023 hebben provinciale staten van Gelderland het inpassingsplan "Folding Boxboard Eerbeek en omgeving" gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan voorziet in een herinrichting en uitbreiding van het bedrijfsterrein en de bedrijfsbebouwing van papier- en kartonfabrikant FBE aan de Coldenhovenseweg 12 in Eerbeek, zodat FBE haar vergunde productiecapaciteit kan benutten. Er worden verder geluidswerende voorzieningen geplaatst en er worden bestaande geluidszones en geurzones opgenomen in het inpassingsplan. Ook voorziet het inpassingsplan in een nieuwe ontsluitingsweg in zuidelijke richting en wordt een deel van de Eerbeekse beek verlegd. [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub3] en [appellant sub 4] wonen allen in de directe omgeving van het plangebied en hebben beroep ingesteld tegen het inpassingsplan. Zij vrezen onder andere voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5962
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202307173/1/R4

202307270/1/R3

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van zes recreatiewoningen op het perceel Buorren 31A t/m 31F in Hemelum. Op de locatie geldt het bestemmingsplan "Bestemmingsplan dorpskern Hemelum". De gronden hebben de bestemmingen "Bedrijf" en "Waarde-Archeologie 2" en de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf — watersportbedrijf". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op de locatie geen recreatiewoningen zijn toegestaan. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels voor bouwen binnen een bouwvlak. [appellant] woont op [locatie] in Hemelum, dat grenst aan de bouwlocatie. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtbank volgens hem ten onrechte heeft geoordeeld dat voor de vergunningverlening geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5961
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307270/1/R3

202307718/1/R1

Bij besluit van 21 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen aan [partij A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met inpandige garage op het perceel [locatie 1] in Oirsbeek. [partij A] is voornemens om in de nieuwe woning te gaan wonen en om de huidige woning op nummer [locatie 2] dan te verkopen. De woning bestaat visueel gezien uit twee delen. Aan de kant van het perceel van [appellante] zal de woning tweelaags zijn. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan omdat het gedeeltelijk is voorzien buiten het bouwvlak en de afstand tot de grens met het perceel [locatie 3] te klein is. [appellante] verzet zich tegen de verleende omgevingsvergunning. Zij vreest voor aantasting van haar woongenot. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de afstand van 1,8 m tussen de hoek van de terrasoverkapping van de woning en de grens van haar perceel in strijd is met het bestemmingsplan en dat op dat punt ook afwijking van het bestemmingsplan nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5959
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307718/1/R1

202400063/1/R1

Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het splitsen van de woning aan de [locatie A] in Maastricht in drie zelfstandige woningen. [partij] is eigenaar van de woning aan de [locatie A]. Zij heeft voor het splitsen van de woning in drie zelfstandige wooneenheden een omgevingsvergunning aangevraagd. [appellant A] woont direct naast de woning. [appellant B] woont op een afstand van ongeveer 100 m van de woning. [appellanten] kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6010
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400063/1/R1

202400115/1/R3

Bij brief van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Katwijk [appellant] medegedeeld dat hem van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een opslagloods ten behoeve van wonen op het perceel aan de [locatie] te Katwijk. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om het gebouw op het perceel aan de [locatie] te Katwijk te mogen gebruiken voor wonen. Dit gebruik wijkt af van wat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Omdat niet tijdig op deze aanvraag is beslist, is deze vergunning van rechtswege verleend. Een buurman heeft daartegen bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft het college de vergunning van rechtswege vervolgens herroepen. Het college wil niet afwijken van het bestemmingplan omdat wonen ter plekke in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Daar is [appellant] het niet mee eens en hij heeft beroep bij de rechtbank ingesteld. Dat beroep heeft de rechtbank ongegrond verklaard. Daartegen is [appellant] in hoger beroep gegaan. Daarover gaat deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5971
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400115/1/R3

202400256/1/R3

Bij besluit van 5 november 2021 heeft het college [appellant], onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 per week (of gedeelte van een week) met een maximum bedrag van € 100.000,00, opgedragen om uiterlijk 1 januari 2022 de bewoning door arbeidsmigranten in het conferentiehotel aan de [locatie] in Rockanje te staken en gestaakt te houden. Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard onder herstel van de juridische grondslag van het besluit, in die zin dat het bestreden besluit niet een preventieve maar een reguliere last onder dwangsom betreft en met verbetering van de motivering. Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft het college besloten tot invordering over te gaan van de verbeurde dwangsommen tot het gehele verbeurde bedrag van € 100.000,00. [appellant] heeft hier op 16 september 2022 bezwaar tegen gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5990
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400256/1/R3

202400275/1/R3

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Steenwijkerland het bestemmingsplan "Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen" vastgesteld. Het plan maakt de ontwikkeling mogelijk van elf woningen op een onbebouwd perceel in de nieuwbouwwijk Bergstein in de kern Tuk, gelegen in de gemeente Steenwijkerland. Uit de plantoelichting blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van elf sociale huurwoningen. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Wethouder Slootstraat en aan de oostzijde aan De Erfgenamen. [appellant] en anderen wonen aan de Wethouder Slootstraat. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat de in het plan voorziene woningen volgens hen niet stroken met de woningbehoefte in Steenwijk. [appellant] en anderen betogen dat het plan niet aansluit op de woningbehoefte in Steenwijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5963
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202400275/1/R3

202401435/1/A3

Bij besluit van 8 april 2019 heeft het dagelijks bestuur van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden het verzoek van [appellant] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming gedeeltelijk ingewilligd. Op 12 februari 2019 heeft het Centraal Meldpunt Openbare Geestelijke Gezondheidszorg van de GGD Gelderland-Midden, onderdeel van de VGGM, een versleutelde e-mail van het Meldpunt Bijzondere Zorg van de GGD Gelderland-Zuid ontvangen. De e-mail bevat een melding van het Radboud universitair medisch centrum. Uit deze melding blijkt dat het Radboudumc het wenselijk acht dat er contact wordt gezocht met [appellant] om voor hem zorg in te schakelen . De melding bevat persoonsgegevens van [appellant], zoals zijn woonsituatie, zijn woonadres, zijn telefoonnummer en geboortedatum. De GGD Gelderland-Zuid heeft vervolgens de VGGM gevraagd om de melding verder in behandeling te nemen, omdat [appellant] in het werkgebied van de VGGM woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6005
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401435/1/A3

202401766/1/A2

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert op een aanvraag van [appellant] om brede ondersteuning bij herstel van werk en inkomen aan hem het aanbod gedaan om zich aan te melden voor een traject bij Werk.Kom. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat [appellant] een gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag is, als bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, aanhef en onder a, van het wetsvoorstel Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] betoogt dat de rechtbank hem op de zitting onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld om de schade die hij door de besluiten heeft geleden te onderbouwen. Verder betoogt hij dat de rechtbank er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij zijn gestelde schade niet tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt. In hoger beroep onderbouwt [appellant] zijn gestelde schade met correspondentie tussen hem en de gemeente Weert. Hij stelt dat hij ook immateriële schade heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5958
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401766/1/A2

202401974/1/V1

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers appellant meegedeeld dat het hem vanaf 26 maart 2024 niet langer als alleenstaande minderjarige vreemdeling zal opvangen, maar als meerderjarige. Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en verklaard dat zijn geboortedatum [geboortedatum] 2007 is. Het COa heeft hem daarom in een opvanglocatie voor minderjarigen geplaatst in Lijnden. De minister heeft onderzoek gedaan in het Eurodac-systeem. Daaruit is haar gebleken dat appellant in Italië geregistreerd staat als meerderjarige. Als gevolg hiervan heeft de minister de geboortedatum van appellant in Nederland op 2 februari 2024 aangepast naar [geboortedatum] 2004.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5833
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401974/1/V1

202402071/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Teylingen het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout" vastgesteld. De raad wil een nieuwe wijk - Nieuw Boekhorst - met maximaal 1.300 woningen aan de noordwestrand van Voorhout laten bouwen. Het plan is vastgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. De gronden in het plangebied bestaan nu grotendeels uit agrarisch gebied. Het plan is een zogenoemd "bestemmingsplan met verbrede reikwijdte". Dit betekent dat de raad gebruik heeft gemaakt van extra mogelijkheden voor de inrichting van het bestemmingsplan op basis van artikel 2.4 van de Crisis- en Herstelwet (hierna: Chw) in verbinding met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5992
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202402071/1/R3

202403865/1/A2

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (thans en hierna: Dienst Toeslagen) het verzoek van [appellant] om compensatie vanwege institutionele vooringenomenheid ten aanzien van de toeslagjaren 2005 en 2006 afgewezen. Deze uitspraak gaat over compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De compensatieregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen is bedoeld voor gedupeerden van zowel institutionele vooringenomenheid als hardheid van het stelsel. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen recht heeft op compensatie, omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2005 en 2006 kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. Doordat de Dienst Toeslagen in 2012 is overgestapt naar een ander dataverwerkingssysteem, is informatie van sommige ouders die vóór 2012 kinderopvangtoeslag hadden aangevraagd, verloren gegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5970
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403865/1/A2

202403953/1/A3

Bij brief van 29 juli 2023 heeft de minister van Financiën [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: de FSV). Bij besluit van 28 september 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 16 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 september 2023 vernietigd, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5891
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403953/1/A3

202404683/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellante] heeft de Marokkaanse nationaliteit en is op [geboortedatum] 2003 geboren in Marokko uit een bigaam huwelijk. Haar vader heeft de Nederlandse nationaliteit en haar moeder de Marokkaanse nationaliteit. Op 16 juni 2022 heeft [appellante] een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Rabat, Marokko. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [appellante] meerderjarig was toen zij door haar vader op 20 april 2022 werd erkend en daarom niet door de erkenning de Nederlandse nationaliteit heeft verworven. De minister heeft de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen, omdat zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit wat op grond van artikel 9, eerste lid, van de Paspoortwet is vereist. [appellante] is geboren staande een bigaam huwelijk. Dit bigame huwelijk heeft wegens strijd met de openbare orde naar Nederlands recht geen rechtsgevolgen en biedt dus geen basis voor het bestaan van familierechtelijke betrekkingen tussen [appellante] en haar vader.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5978
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404683/1/A2

202404876/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Willem van der Veldenweg 24-24a, Leimuiden" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van de percelen Willem van der Veldenweg 24 en 24a in Leimuiden. Een schoolgebouw wordt getransformeerd tot een appartementengebouw met vier appartementen en er komen zes grondgebonden woningen. Verder voorziet het plan in een nieuw parkeerterrein voor de St. Jan de Doperkerk. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Leimuiden, dat grenst aan de gronden van het plangebied. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan, voor zover het plan voorziet in een parkeerterrein op de gronden direct achter zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5964
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404876/1/R3

202405103/1/V1

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bepaald dat het betrokkene overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. Betrokkene heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en verklaard dat zijn geboortedatum [geboortedatum] 2008 is. Het COa heeft hem daarom in een opvanglocatie voor minderjarigen geplaatst. De minister heeft onderzoek gedaan in het Eurodac-systeem. Daaruit is haar gebleken dat betrokkene in Italië geregistreerd staat als meerderjarige. Als gevolg hiervan heeft de minister de geboortedatum van betrokkene in Nederland aangepast naar [geboortedatum] 2005.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5822
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405103/1/V1

202405394/1/A3

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd in verband met de organisatie van een evenement op haar perceel. [appellante] is eigenaar van een perceel aan de [locatie] in Zenderen. Het college heeft op donderdag 27 oktober 2022 geconstateerd dat op dit perceel een tent is opgericht en is ingericht met apparatuur, er aggregaten zijn geplaatst en dat er een zendmast staat om geluidsgolven te verzenden. Het college heeft ook geconstateerd dat via sociale media door Brekdeer FM uitnodigingen zijn verstuurd voor een evenement op vrijdag 28, zaterdag 29 en zondag 30 oktober 2022. In de uitnodiging wordt het volgende beschreven: "Kom gezellig langs in de feesttent voor een potje pils, gehaktballetje, een dansje en natuurlijk een hoop gezelligheid". Volgens het college organiseert Brekdeer FM grote evenementen in Twente waar honderden mensen op af komen en zendt zij vaak illegaal uit via de ether. De locaties van de evenementen worden tot het laatste moment geheim gehouden en de uitnodigingen worden via sociale media verspreid. Het college heeft vanwege deze constateringen aan [appellante] dezelfde dag een last onder dwangsom opgelegd voor het organiseren van een evenement zonder een vergunning en het verstrekken van zwak alcoholische dranken zonder een ontheffing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6003
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405394/1/A3

202405425/1/A2

Bij besluit van 8 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is per 12 januari 2022 een tijdelijke huurovereenkomst aangegaan voor de woning aan de [locatie] in Hardinxveld-Giessendam. De huurovereenkomst is per 11 januari 2024 geëindigd. Het college heeft de afwijzing van de aanvraag in het besluit van 9 april 2024 gehandhaafd onder verwijzing naar artikel 3, tweede lid, aanhef en onder d, van de Urgentieverordening Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden gemeente Hardinxveld-Giessendam, omdat de noodzaak van [appellant] om te verhuizen voorzienbaar was en veroorzaakt door eigen handelen. Toen [appellant] de huurovereenkomst aanging, had zij kunnen weten dat er na twee jaar een woonprobleem zou ontstaan. Het college heeft geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen, omdat het algemeen belang van een rechtvaardigde woonruimteverdeling zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om op de door haar gewenste wijze vorm te geven aan haar woonsituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5972
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405425/1/A2

202405432/1/R2

Bij besluit van 7 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het verbouwen van de kantoren tot 9 woningen op het achterterrein aan de [locatie] te Maastricht. [vergunninghouder] is initiatiefnemer van het plan om 9 woningen te realiseren in een voormalig kantoorpand op het achterterrein aan de [locatie] in Maastricht. Bij besluit van 23 januari 2020 was door het college eerst een omgevingsvergunning verleend om 10 woningen te realiseren in het voorste pand op dat perceel en 14 woningen in het pand op het achterterrein. Het college heeft dat besluit na bezwaren van omwonenden gedeeltelijk herroepen en op 6 oktober 2020 met instemming van [vergunninghouder] alleen een omgevingsvergunning verleend voor 10 woningen in het voorste pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5991
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405432/1/R2

202405442/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de optieverklaring van [appellant] te bevestigen. Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is in Nederland geboren. [appellant] heeft van 1990 tot 1996 in Australië gewoond en van 2008 tot op heden. Op 19 januari 2001 heeft hij de Australische nationaliteit verkregen door naturalisatie. Daardoor verloor hij op dat moment op grond van artikel 15, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, van rechtswege het Nederlanderschap. Het Nederlanderschap herkrijgen kan alleen, indien met dat verlies het Unieburgerschap verloren ging en op dat moment redelijkerwijs voorzienbaar was dat dit tot onevenredige gevolgen uit het oogpunt van het Unierecht zou leiden. Daarom heeft de minister in deze zaak beoordeeld of het verlies van het Nederlanderschap van [appellant] op 19 januari 2001 in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat betreft de gevolgen ervan uit het oogpunt van het Unierecht. De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft op verzoek van de minister op 6 februari 2023 advies uitgebracht in het kader van Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling. De IND concludeert daarin dat het verlies van het Unieburgerschap op de peildatum niet als onevenredig kan worden beschouwd. Op basis van dit advies heeft de minister geweigerd de optieverklaring van [appellant] te bevestigen. [appellant] is het niet eens met de minister en stelt dat het verlies van het Nederlanderschap en Unieburgerschap voor hem onevenredig is, waardoor hij zijn Nederlandse nationaliteit zou moeten herkrijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6000
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202405442/1/A3

202405456/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Willem van der Veldenweg 33a, Leimuiden" vastgesteld. Bij besluit van 24 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van tien appartementen en bergingen aan de Willem van der Veldenweg nummers 33d tot en met 33r in Leimuiden. Het plan en de omgevingsvergunning maken een herontwikkeling mogelijk van het perceel Willem van der Veldenweg 33a in Leimuiden. De bestaande bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt om plaats te maken voor een gebouw met tien appartementen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. [appellant] woont op [locatie] in Leimuiden. Hij kan zich niet verenigen met het plan en de omgevingsvergunning, want hij vindt het appartementengebouw niet passend op deze locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5965
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405456/1/R3

202405740/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover hier van belang, een aanvraag van [appellante] om compensatie in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2014 afgewezen. Aan het besluit heeft de Dienst Toeslagen onder meer ten grondslag gelegd dat uit een onderzoek is gebleken dat bij het beoordelen van het recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2014 geen fouten zijn gemaakt. Volgens de Dienst Toeslagen is bij de besluitvorming over kinderopvangtoeslag over dat jaar geen sprake geweest van institutionele vooringenomenheid en zijn er geen aanknopingspunten voor toepassing van de hardheidsregeling. De rechtbank heeft overwogen dat er geen aanwijzingen zijn dat de vaststelling van de kinderopvangtoeslag over het jaar 2014 het gevolg is van vooringenomenheid of hardheid. Ook is er geen aanleiding om te vermoeden dat de Dienst Toeslagen vanwege vooringenomenheid of hardheid ervan heeft afgezien de vaststelling te corrigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5983
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405740/1/A2

202406080/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de minister de vaststelling van de subsidie van [appellant] gewijzigd en op nihil gesteld en een bedrag aan ten onrechte uitbetaalde subsidie van € 100.000,- van [appellant] teruggevorderd. appellant] is met ingang van 30 juni 2016 als radioloog in dienst getreden van het ziekenhuis Bernhoven. Daarvoor was hij werkzaam als vrijgevestigd radioloog. Voor de overgang van vrijgevestigd medisch specialist naar specialist in loondienst heeft het ziekenhuis Bernhoven namens [appellant] op 29 februari 2016 subsidie aangevraagd op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg 2016. Bij besluit van 31 augustus 2016 heeft de minister de gevraagde subsidie ten bedrage van € 100.000,- verleend. Met ingang van 1 maart 2019 is [appellant] als radioloog in loondienst getreden bij Medisch Specialistisch Bedrijf Peelland en gaan werken in het Elkerliek ziekenhuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5975
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202406080/1/A2

202406483/1/A2

Bij besluit van 1 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor het compensatiebedrag van € 30.000,00. [appellant] is tot 2011 getrouwd geweest met zijn ex-partner en zij hebben samen een kind. [appellant] heeft zich op 9 juli 2020 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de Dienst Toeslagen verzocht om de toeslagjaren 2008 en 2009 te herbeoordelen. Bij brief van 1 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellant] afgewezen en vastgesteld hij niet in aanmerking komt voor de forfaitaire tegemoetkoming van € 30.000,00 als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen, ook bekend als de Catshuisregeling. Op grond van deze bepaling komt alleen de aanvrager van kinderopvangtoeslag in aanmerking voor deze compensatieregeling. Omdat [appellant] geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan, wordt hij niet als gedupeerde ouder aangemerkt. De Dienst Toeslagen heeft het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5980
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406483/1/A2

202406835/1/R2

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het "Omgevingsplan - Eerste wijzigingsronde 2024" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meierijstad vastgesteld. Het besluit tot wijziging ziet onder meer op het wijzigen van de toegestane bedrijfsactiviteiten op het perceel [locatie] in Sint-Oedenrode van een slachterij naar een vleeswaren- en vleesconservenfabriek met een productieomvang van minder dan 1.000 m². [appellante] woont op het perceel [locatie] en voert onder meer aan dat het feitelijk gebruik als burgerbewoning ten onrechte niet als zodanig is bestemd en dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de concrete plannen die hij heeft voor zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5966
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202406835/1/R2

202407010/1/R4

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Renkum het bestemmingsplan "De Hes-west 2024" vastgesteld. Op de grens van de gemeenten Renkum en Arnhem ligt de locatie "De Hes". Het plan ziet op het westelijke deel van De Hes, dat in de gemeente Renkum ligt. Het plan maakt de herontwikkeling van dit deel mogelijk tot een woonlocatie met ruim 300 woningen. [appellant sub 3] woont in Otterlo en verzet zich met name tegen het plan vanwege de gevolgen daarvan voor de in het plangebied aanwezige dassenburcht en dassenpopulatie. [appellant sub 1] woont in Arnhem en verzet zich met name tegen het plan vanwege de samenhang met de voorgenomen herontwikkeling van het oostelijke deel van De Hes, dat in Arnhem ligt. De Vereniging heeft tot doel het in de gemeente Renkum behouden respectievelijk bevorderen van een zo gunstig mogelijk woon- en leefmilieu en het in de gemeente Renkum behouden van het voor de zuidelijke Veluwezoom zo specifieke natuurschoon, het dorpskarakter en alles wat daar in de ruimste zin mee verband houdt. Zij kan zich niet met het plan verenigen omdat het twee gebouwen met een bouwhoogte boven de boomkroonhoogte mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5997
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202407010/1/R4

202407372/1/A2

Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen op het verzoek van [appellante] tot herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2012 aan haar een compensatie van € 103.230,00 toegekend. [appellante] is erkend als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 9 februari 2021 een verzoek gedaan tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2012. De Dienst Toeslagen heeft in het kader van de integrale beoordeling vastgesteld dat er sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen en heeft [appellante] een compensatiebedrag van € 103.230,00 toegekend. Dit bedrag heeft betrekking op de toeslagjaren 2007 tot en met 2010, met uitzondering van december 2010. Voor de maand december van 2010 en de jaren 2011 en 2012 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend. Het bezwaar van [appellante] tegen dit besluit heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5956
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407372/1/A2

202407377/1/A2

Bij besluit van 13 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Weda, onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00, gelast de onzelfstandige bewoning van een woning zonder bezit van een omzettingsvergunning vóór 1 april 2024 ongedaan te maken en te houden. Weda is eigenaar van de woning aan de [locatie]. De Haagse Pandbrigade heeft de woning op 21 september 2023 gecontroleerd en geconstateerd dat de woning onzelfstandig werd bewoond door een samengesteld gezin, bestaande uit een vader en moeder, hun zwangere dochter en haar man. De dochter en de moeder hebben aan de HPB verklaard dat de dochter en haar man op zoek zijn naar een nieuwe woning. Ook is geconstateerd dat geen gezamenlijk ondertekend huurcontract aanwezig was en door de bewoners geen huisvestingsvergunning was aangevraagd. Het college heeft zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt gesteld dat het gezin geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormde. Omdat Weda niet beschikte over een noodzakelijke omzettingsvergunning voor onzelfstandige bewoning door meer dan twee personen, handelde zij in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023. Het college heeft Weda daarom een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6001
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407377/1/A2

202407565/1/R4

Bij besluit van 7 juli 2024 heeft het college zijn beslissing om op 27 juni 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 27 juni 2024 is aangetroffen naast de ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Jan Romeinstraat 119 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar adres op het adreslabel op de doos staat. [appellant] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gezet. Zij stelt dat haar minderjarige dochter de doos in de portiek van het appartementengebouw waar zij woont heeft gezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5977
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202407565/1/R4

202407587/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft drie minderjarige kinderen, geboren in 2012, 2014 en 2017. Zij verbleef blijkens de basisregistratie personen van 2017 tot 2022 in het buitenland. Bij terugkomst naar Nederland in 2022 zijn de kinderen onder toezicht gesteld. Zij verbleven dat jaar bij hun oma in Heemstede. In 2022 heeft [appellante] ingeschreven gestaan en gewoond in Heemstede, gemeente Bloemendaal, en vanaf 1 september 2022 in Apeldoorn. In november 2022 is [appellante] met de kinderen naar Portugal vertrokken, maar de kinderen moesten vanwege de ondertoezichtstelling terugkeren naar Nederland. Op 7 februari 2023 heeft [appellante] zich ingeschreven in de gemeente Bloemendaal. Op 29 mei 2023 heeft [appellante] de aanvraag om urgentieverklaring ingediend, omdat zij geen passende woning voor zichzelf en de kinderen had, maar op diverse adressen verbleef. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellante] ten tijde van de aanvraag nog niet minimaal twee jaar inwoner was van een van de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5969
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407587/1/A2

202407712/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft Sociale Banken Nederland een aanvraag van [appellant] om geldschulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen gedeeltelijk afgewezen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. In geschil is of de minister terecht heeft geweigerd een schuld van € 3.050,00 aan [persoon 1] en een schuld van € 5.525,00 aan de [persoon 2] en [persoon 3] over te nemen. De rechtbank heeft overwogen dat op het verzoek van [appellant] de Wht van toepassing is, dat de rechter die bepalingen niet kan toetsen aan het rechtszekerheidsbeginsel, en dat de minister de schulden terecht niet heeft overgenomen, omdat niet is gebleken dat de schulden vóór 1 juni 2021 opeisbaar zijn geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5989
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407712/1/A2

202407933/1/R1

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de raad van de gemeente Nederweert het bestemmingsplan "Tiskeswej Fase 2" vastgesteld. Het plan voorziet in woningen in de kern Nederweert-Eind. [appellanten] betogen dat het aantal voorziene woningen niet overeenkomt met wat de raad heeft beoogd. In dat verband wijzen zij erop dat de raad heeft beoogd te voorzien in 44 woningen bestaande uit 10 of 12 vrijstaande woningen in de vrije sector en 2 of 4 geschakelde woningen in de vrije koopsector.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5993
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202407933/1/R1

202500413/1/A2

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (lees: de minister van Financiën) de aanvraag van [appellant] om overname van zijn schuld bij Freo van € 53.500,00 afgewezen. Bij besluit van 30 juni 2023 heeft de minister van Financiën, in diens hoedanigheid van rechtsopvolger van de Belastingdienst/Toeslagen, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5988
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500413/1/A2

202500447/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drechterland van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier bepaald dat de Zuiderdijk en de Schellinkhouterdijk tussen Zuiderdijk 1 in Venhuizen en de Protonweg in Hoorn zijn verboden voor motorfietsen in het weekend van 1 april tot en met 31 oktober. De vereniging Motorrijders Actie Groep heeft eerder een procedure gevoerd over het besluit van 3 mei 2021. Die procedure heeft geleid tot een uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2024. In die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het college het verkeersbesluit onzorgvuldig heeft voorbereid. De Afdeling heeft het college opdracht gegeven een nieuw besluit op het bezwaar van de MAG te nemen. Naar aanleiding van de uitspraak van 19 juni 2024 heeft het college Valersi Geluidbureau opdracht gegeven om een geluidsonderzoek te verrichten. Valersi heeft op 7 november 2024 een geluidrapport aan het college overgelegd. Het college heeft het rapport ten grondslag gelegd aan het besluit van 17 december 2024. Tegen dat besluit hebben [appellant sub 2] en [appellant sub 1], twee omwonenden, beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5981
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500447/1/A2

202501291/1/A3

Bij besluit van 10 augustus 2023 heeft de burgemeester van Delft een aanvraag van Red Devil Hot Shot om verruiming van haar openingstijden afgewezen. Red Devil Hot Shot is een shotjes- en cocktailbar aan de Kromstraat 39a te Delft. Red Devil Hot Shot heeft op 30 november 2022 een aanvraag ingediend voor het verruimen van haar openingstijden in afwijking van de exploitatietijden die voor haar op grond van de Algemene plaatselijke verordening van Delft (hierna: APV) gelden. Red Devil Hot Shot wil op donderdag en vrijdag tot 03:00 uur geopend zijn in plaats van tot 01:00 uur en op zaterdag tot 03:00 uur in plaats van tot 02:00 uur. Deze aanvraag is door de burgemeester afgewezen. Volgens de burgemeester kan de verruiming niet worden toegestaan, omdat er veel meldingen zijn binnengekomen over Red Devil Hot Shot over geluidsoverlast in de avond en nacht en is het daarom aannemelijk dat de verruiming nadelige gevolgen zal hebben voor het woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5999
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501291/1/A3

202501435/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland de subsidie aan ’t Smallert vastgesteld op nihil. Bij besluit van 4 april 2023 heeft het college de uitgekeerde voorschotten van € 74.127,67 teruggevorderd van ‘t Smallert. Het college is de Management Autoriteit Oost-Nederland van subsidies uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het college heeft, op aanvraag van 18 juni 2020, aan Twentevis, ’t Smallert en twee andere bedrijven in totaal een subsidie van € 1.464.273,46 verleend voor het "Circulair samenwerkingsproject voor duurzame viskweek in Oost-Nederland". Het project is gericht op de ontwikkeling van een verwerkingsproces van visreststromen tot grondstof voor visvoer ten behoeve van circulair gekweekte forel. De projectperiode liep van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2023. Twentevis is de penvoerder van het project. Het bedrag van € 1.464.273,46 is onderverdeeld en verleend per subsidiepartner. De aan ’t Smallert verleende subsidie bedraagt € 293.452,28.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5954
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501435/1/A2

202501481/1/R4

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft het college zijn beslissing om op 21 augustus 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 4 december 2024, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift uit artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is begonnen op 5 december 2024 en geëindigd op 15 januari 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5982
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501481/1/R4

202502207/2/A3

appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025 in zaak nr. 22/3746. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellante] tegen de afwijzing van haar klacht over de verwerking van haar persoonsgegevens door ManpowerGroup Netherlands B.V., ongegrond verklaard. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft de vertrouwelijke versie van Antwoorden Vragenlijst Bijlage 1 en het hele document ManpowerGoup’s Information Security Policy overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5939
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202502207/2/A3

202504363/1/A2

Bij beslissing van 14 februari 2025 heeft de examencommissie Marketing, Sales & Trade van de Hogeschool van Amsterdam vastgesteld dat [appellant] plagiaat heeft gepleegd bij een toetsonderdeel van het vak ‘Koers bepalen 1’. De examencommissie heeft het toetsresultaat ongeldig verklaard en de aanduiding ‘FR’ (fraude) geregistreerd. [appellant] studeert Commerciële Economie aan de Hogeschool van Amsterdam, waar hij in het studiejaar 2024-2025 het vak ‘Koers bepalen 1’ heeft gevolgd. Dit vak bestaat uit drie sprints van ieder twee weken. Tijdens iedere sprint moeten studenten een groepsopdracht maken. [appellant] heeft sprint 1 en sprint 2 samen met zijn groepje voltooid. De docent heeft in de werkhouding van [appellant] aanleiding gezien om hem uit zijn groepje te zetten en te bepalen dat hij sprint 3 zelfstandig moet maken.Op 15 januari 2025 heeft de examinator melding gemaakt van een vermoeden van fraude in de op 12 januari 2025 door [appellant] ingeleverde opdracht voor sprint 3. Deze opdracht vertoont voor 87% overeenkomsten met andere werken, waarvan 60% met het werk van het voormalige samenwerkingsgroepje van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5967
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504363/1/A2

202504488/1/A2

Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de Dienst Wegverkeer een aanvraag van [wederpartij] om een Nederlands rijbewijs afgewezen. [wederpartij] heeft in het verleden zijn Nederlandse rijbewijs omgewisseld voor een Tsjechisch rijbewijs, omdat hij toen in Tsjechië woonde en werkte. De geldigheid van het Tsjechische rijbewijs is door de Tsjechische autoriteiten opgeschort, omdat [wederpartij] niet volledig heeft voldaan aan alimentatieverplichtingen in Tsjechië. [wederpartij] woont inmiddels weer in Nederland en wenst in het bezit te komen van een Nederlands rijbewijs, omdat hij voor zijn werk een rijbewijs nodig heeft. De RDW heeft de aanvraag om een Nederlands rijbewijs afgewezen, omdat het Tsjechische rijbewijs nog steeds ongeldig is. Volgens de RDW is het op grond van Europese en nationale regelgeving daarom niet mogelijk om een Nederlands rijbewijs te verstrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5998
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504488/1/A2

202504903/1/A2

Bij beslissing van 31 augustus 2024 heeft de examencommissie Communicatie besloten dat het door [appellant] ingediende afstudeerrapport niet zal worden beoordeeld. Bij beslissing van 12 juni 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Inholland het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt sinds het studiejaar 2001-2002 de opleiding Communicatie VT aan Hogeschool Inholland. Hij is in het studiejaar 2023-2024 begonnen aan de afstudeeropdracht. Op 31 augustus 2024 heeft hij het rapport ingeleverd. De examencommissie heeft besloten het rapport niet te beoordelen, omdat hij niet aan alle ingangseisen voldeed. [appellant] betoogt dat het CBE ten onrechte tot de beslissing is gekomen dat de examencommissie het rapport terecht niet heeft beoordeeld. Hij voert daartoe aan dat hij wel voldeed aan de ingangseisen voor het afstuderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5953
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504903/1/A2

202504950/1/A2

Bij e-mail van 12 augustus 2025 heeft [appellant] de commissaris van de Koning van de provincie Gelderland verzocht om over te gaan tot indeplaatsstelling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem voor de huisvesting van statushouders. [appellant] heeft asiel aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is goedgekeurd en hij beschikt sinds 11 november 2024 over een tijdelijke verblijfsvergunning. Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet dragen burgemeester en wethouders zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft [appellant] gekoppeld aan de gemeente Hattem. Dit betekent dat de gemeente Hattem zorg draagt voor een passende woning voor [appellant]. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van taakverwaarlozing aan de kant van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem, omdat hij nog geen woning heeft gekregen. De commissaris van de Koning heeft dit verzoek doorgezonden naar het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5912
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Andere zaken - Overige
  • uitspraakin de zaak202504950/1/A2

202505168/1/A2

Bij beslissing van 17 maart 2025 heeft de Commissie voor de examens van de Open Universiteit, namens de examinator, aan [appellante] meegedeeld dat haar tentamen Inleiding privaatrecht (RB0204) (hierna: het tentamen) is beoordeeld met het cijfer 5,3. [appellante] is het niet eens met de beslissing van 17 maart 2025 en is van mening dat haar een hoger cijfer toekomt. Het CBE heeft in de beslissing van 23 juli 2025 vooropgesteld dat het geen inhoudelijke (her)beoordeling van de antwoorden en het antwoordmodel kan geven, omdat dit gelet op artikel 7.61, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek buiten de reikwijdte van het administratief beroep valt. Het CBE heeft verder geoordeeld dat de examinator voldoende gemotiveerd heeft toegelicht waarom het antwoordmodel juist is en waarom de door [appellante] gegeven antwoorden niet juist gerekend kunnen worden. Naar oordeel van het CBE heeft [appellante] geen concrete voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat de vraagstelling onvoldoende informatie bevat om deze juist te kunnen beantwoorden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5979
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505168/1/A2

202505348/1/A2

Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de examencommissie Rotterdam Academy (hierna: de examencommissie) de herkansing van het tentamen van de cursus Constructieleer - 2 (hierna: het tentamen) van [appellant] beoordeeld. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Rotterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de opleiding Ad Maintenance & Mechanics (hierna: de opleiding). Hij heeft de herkansing van het tentamen niet gehaald. Hij haalde hiervoor het cijfer 4,9. Het gaat om een tentamen waarbij studenten de antwoorden digitaal invullen en papieren uitwerkingen bij de surveillant kunnen inleveren. Een examinator beoordeelt de digitale antwoorden en kan punten toekennen voor deelantwoorden of berekeningen die op papier zijn uitgewerkt. Op 2 juli 2025 heeft de examencommissie een schikkingsvoorstel aan [appellant] aangeboden. Op 4 juli 2025 heeft [appellant] dat voorstel afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5952
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505348/1/A2

202505445/1/A2

Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens het Faculteitsbestuur, een bindend negatief studieadvies aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 15 oktober 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Vrije Universiteit Amsterdam het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij beslissing van 20 augustus 2025 heeft [appellante] een BNSA gekregen, omdat zij 24 studiepunten van het propedeutisch jaar heeft gehaald en daarmee niet heeft voldaan aan de studievoortgangsnorm van 42 studiepunten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5951
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505445/1/A2

202505487/1/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat het instellingscollegegeld voor [appellant] € 15.800,00 bedraagt voor het studiejaar 2025-2026. Aan de beslissing heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellant] in februari 2009 een bacheloropleiding heeft afgerond, waardoor hij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 7.45a, eerste, tweede of zesde lid, gelezen in samenhang met artikel 7.46, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. [appellant] voldoet ook niet aan de voorwaarden om aanspraak te maken op het wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen. Ook is de overgangsregeling van artikel 21 van het Inschrijvingsbesluit Universiteit van Amsterdam 2025-2026 niet van toepassing, omdat [appellant] per 1 september 2025 de nominale duur van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid plus één extra jaar heeft verbruikt. [appellant] staat dan immers voor het vijfde jaar voor deze opleiding ingeschreven. Het CvB heeft [appellant] op 12 november 2025 op zijn verzoek uitgeschreven per 30 september 2025. [appellant] betoogt in beroep dat het instellingscollegegeld onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5914
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505487/1/A2

202206419/2/R4, 202206420/2/R4 en 202206421/2/R4

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat, naar aanleiding van een aanvraag van Vermilion, de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning koolwaterstoffen Utrecht verlengd tot en met 31 december 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5924
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202206419/2/R4, 202206420/2/R4 en 202206421/2/R4

202406573/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5935
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406573/1/V1

202505417/2/R1

Bij besluit van 18 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo One Solar, XAAM en [verzoeker] onder oplegging van dwangsommen gelast om de zonder omgevingsvergunning als kasdak geplaatste zonnepanelen en de op waterbassins drijvende zonnepanelen op de percelen aan de Muldersweg en Boskenweg in Velden te verwijderen en verwijderd te houden, en om het opwekken en terugleveren van energie in strijd met het Omgevingsplan gemeente Venlo te beëindigen en beëindigd te houden. Als One Solar en anderen niet tijdig aan de last over het plaatsen van de zonnepanelen voldoen, verbeuren zij een dwangsom van € 750.000,00 ineens. Als One Solar en anderen niet tijdig aan de last over het opwekken en terugleveren van energie voldoen, verbeuren zij een dwangsom van € 100.000,00 per constatering dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 1.000.000,00. One Solar en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de in bezwaar gehandhaafde last onder dwangsom wordt geschorst, totdat is beslist op hun hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5937
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505417/2/R1

BRS.25.000917

Bij besluit van 6 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5917
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000917

BRS.25.002195 en BRS.25.002196

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5948
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002195 en BRS.25.002196

202400309/2/A2

Bij brief van 19 november 2025 heeft [verzoekster] verzocht om wraking, onder vermelding van zaak nr. 202400309/1/A2. Met de behandeling van die zaak waren mr. B. Meijer, mr. C.H. Bangma en mr. H. Benek belast, respectievelijk als voorzitter en leden van de meervoudige kamer. De Afdeling laat het verzoek om wraking buiten behandeling zonder een zitting te houden, en overweegt daarover het volgende. Uit artikel 8:15 van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden ingediend voordat uitspraak is gedaan. Daarna is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De brief van 19 november 2025 is ingediend op de dag waarop de uitspraak in de hoofdzaak openbaar is gemaakt (zie de uitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5597). Dat [verzoekster] kennis had genomen van die uitspraak toen zij het verzoek indiende, blijkt al uit het feit dat zij in haar brief naar die uitspraak verwijst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5950
Datum uitspraak
9 december 2025
  • Wraking
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400309/2/A2

202503805/1/V3

Bij besluit van 21 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5936
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503805/1/V3

BRS.24.000379

Bij besluit van 14 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5910
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000379

BRS.25.001035

Bij besluit van 26 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5893
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001035

BRS.25.001038

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5895
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001038

BRS.25.001040

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5896
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001040

BRS.25.001281

Bij besluiten van 18 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5913
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001281

BRS.25.001361

De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5909
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001361

BRS.25.002029 en BRS.25.002046

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5901
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002029 en BRS.25.002046

BRS.25.002105

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5905
Datum uitspraak
8 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002105

BRS.25.001187

Bij besluit van 19 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6405
Datum uitspraak
7 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001187

202406352/3/V2

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5931
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406352/3/V2

BRS.24.000376

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5882
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000376

BRS.25.001943

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5911
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001943

BRS.25.001947

Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5892
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001947

BRS.25.002120

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5888
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002120

BRS.25.002148

Bij besluit van 11 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5889
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002148

BRS.25.002181

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5883
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002181

BRS.25.002186

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5884
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002186

BRS.25.002188

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5885
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002188

202402972/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 2 april 2024 in zaak nr. 23/972. De minister van Financiën heeft de vertrouwelijke versie van een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het gaat om een besluit van 28 november 2022 over een inzageverzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming van een minderjarig kind. Volgens de minister is [appellant] niet de wettelijke vertegenwoordiger van het minderjarige kind. Daarom heeft hij geen recht op inzage van de persoonsgegevens van dat kind. De bescherming van de rechten en vrijheden van het minderjarige kind wegen volgens de minister zwaarder dan het belang van [appellant] om kennisname van gegevens over dat kind.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5923
Datum uitspraak
5 december 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202402972/2/A3

202303123/1/V1

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5899
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202303123/1/V1

202307548/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5900
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307548/1/V1

202504557/2/R2

Bij besluit van 19 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven aan Springplank040 een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van het pand aan de Cyclamenstraat 1 voor de huisvesting van voormalige dak- en thuislozen. Het gaat om 19 zelfstandige wooneenheden. [verzoeker] woont aan de [locatie] op ongeveer 100 m afstand van het bouwplan. Hij is het niet eens met de verleende vergunning en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft zijn bezwaar bij het besluit van 20 maart 2024 niet-ontvankelijk verklaard, omdat [verzoeker] geen zicht heeft op het project en dit wat ruimtelijke uitstraling betreft volgens het college geen gevolgen van enige betekenis voor hem heeft. [verzoeker] heeft daartegen beroep ingesteld. Omdat [verzoeker] vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5898
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504557/2/R2

BRS.25.000817

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5825
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000817

BRS.25.002255

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5906
Datum uitspraak
4 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002255

202503418/2/R2

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek het "Omgevingsplan eerste wijziging Biest-Houtakker" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek vastgesteld. Het besluit betreft een verhuizing van regels van het bestemmingsplan "Kern Biest-Houtakker" naar het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie] in Biest-Houtakker. Naast hun perceel liggen gronden die in het bestemmingsplan "Kern Biest-Houtakker" de bestemmingen "Groen" en "Verkeer-Verblijfsgebied" hadden. Op deze gronden ligt een smalle, openbare weg, de Eekhof genaamd. Deze weg wordt gebruikt als één van de twee ontsluitingswegen voor de woonwijk die met het onherroepelijke bestemmingsplan "Beverakkers IV" mogelijk is gemaakt. Met het besluit tot wijziging is aan de gronden naast het perceel van [verzoeker A] en [verzoeker B] de functie "Openbaar gebied" toegekend. Deze functie maakt onder andere een weg voor gemotoriseerd verkeer mogelijk. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5834
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202503418/2/R2

202505241/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5835
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202505241/1/V1

BRS.25.001041

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5819
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001041

BRS.25.001706

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5818
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001706

BRS.25.001725

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5808
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001725

BRS.25.001846 en BRS.25.001847

Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5814
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001846 en BRS.25.001847

BRS.25.001862 en BRS.25.001864

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5815
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001862 en BRS.25.001864

BRS.25.002098

Bij besluiten van 21 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5813
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002098

BRS.25.002209

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5832
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002209

202104045/1/A3

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe ontheffing verleend op grond van de Wet natuurbescherming voor het beheer van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op Groningen Airport Eelde. Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college aan luchthaven GAE ontheffing verleend op grond van de Wnb voor het beheer van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op GAE, geldend tot 31 december 2022. Voor de uitvoering van deze ontheffing zijn de volgende middelen aangewezen: geweren, honden, kastvallen, vangkooien, vangnetten, balchatri, en slag-, snij- of steekwapens. In bezwaar heeft het college de motivering aangevuld en de ontheffing gewijzigd in die zin dat de ontheffing niet langer ziet op een aantal nader genoemde diersoorten die niet zijn beschermd in de Wnb, op een andere grond worden beheerd en diersoorten die niet langer worden beheerd door GAE. Volgens het college is de ontheffing voor het beheer van vogels en dieren nodig in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing en de ontheffing leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soorten genoemd in bijlage 2 bij de beslissing op bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5862
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202104045/1/A3

202105275/1/R2

Bij besluit van 21 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray het wijzigingsplan "[locatie]" vastgesteld. Op het perceel aan de [locatie] in Wanssum wordt een dagactiviteitencentrum geëxploiteerd en zijn een woning en twee logiesappartementen aanwezig. Het perceel had in het bestemmingsplan "Wanssum" de bestemming "Wonen" en de aanduidingen "maatschappelijk" en "bed & breakfast". Het college heeft op verzoek van de exploitant gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan en het wijzigingsplan vastgesteld. Met het wijzigingsplan ontstaat de mogelijkheid om, naast de bestaande woning en het dagactiviteitencentrum, twee reguliere wooneenheden te realiseren voor al dan niet zorgbehoevenden in de twee bestaande appartementen, die eerst een logiesfunctie hadden. Met het wijzigingsplan wordt het aantal woningen binnen de woonbestemming uitgebreid van 1 naar 3 en vervalt de aanduiding "bed & breakfast". [appellanten] woont op het naastgelegen perceel aan de [woonlocatie] en houdt paarden. Hij is het niet eens met het plan, omdat hij vreest door de toename van het aantal woningen te worden belemmerd in de bereikbaarheid van zijn perceel en omdat volgens hem niet is voldaan aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 19.7 van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5863
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202105275/1/R2

202107671/1/A3

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe ontheffing verleend op grond van de Wet natuurbescherming voor het beheer van vogels en dieren ten behoeve van de luchtvaartveiligheid op Groningen Airport Eelde, geldend tot 31 december 2022. Voor de uitvoering van deze ontheffing zijn de volgende middelen aangewezen: geweren, honden, kastvallen, vangkooien, vangnetten, balchatri, en slag-, snij- of steekwapens. In bezwaar heeft het college de motivering aangevuld en de ontheffing gewijzigd in die zin dat de ontheffing niet langer ziet op een aantal nader genoemde diersoorten die niet zijn beschermd in de Wnb, op een andere grond worden beheerd en diersoorten die niet langer worden beheerd door GAE. Volgens het college is de ontheffing voor het beheer van vogels en dieren nodig in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing en de ontheffing leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soorten genoemd in bijlage 2 bij de beslissing op bezwaar. In het hoger beroep ligt de vraag voor op grond van welke wettelijke bepaling het college aan luchthaven GAE een ontheffing mag verlenen voor het beheer van dieren op het luchthaventerrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5865
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202107671/1/A3

202203725/1/A2

Bij besluiten van 18 en 21 september 2018, 2 en 5 oktober 2018 en 28 en 29 mei 2020 heeft de Dienst Toeslagen de definitieve berekeningen kindgebonden budget van [appellante] over 2013 tot en met 2016 herzien en op nihil vastgesteld, het kindgebonden budget over 2017 definitief vastgesteld op nihil, het voorschot kindgebonden budget over 2018 opnieuw berekend op nihil en een totaalbedrag van € 6.865,00 van [appellante] teruggevorderd. [appellante] ontving van de Dienst Toeslagen op grond van de Wet kindgebonden budget kindgebonden budget voor haar dochter, evenals voorschotten daarvoor. Op 28 augustus 2018 heeft de Dienst Toeslagen bericht ontvangen van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb) dat [appellante] per 31 augustus 2009 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor haar dochter, omdat [appellante] sinds die datum geen ingezetene meer is in de zin van artikel 2 van de Algemene Kinderbijslagwet. De Dienst Toeslagen heeft daarop de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluiten genomen en deze besluiten in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5849
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202203725/1/A2

202203860/1/R4

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Graafseweg ong. en Boskant 104 Wijchen" vastgesteld. Het plan voorziet in een planologisch kader voor de bouw van één woning op de gronden aan de Graafseweg ongenummerd in Wijchen. Naast het deelgebied aan de Graafseweg ongenummerd maakt ook een deelgebied aan de Boskant deel uit van het plangebied. In dit deelgebied wordt in het zuidelijke deel van het bestemmingsvlak de bestemming "Wonen - 1" vervangen door de bestemming "Agrarisch met waarden - 2". Hierdoor is in het plan niet meer voorzien in de mogelijkheid om aan de zuidzijde van dit deelgebied een woning te bouwen, omdat de bestemming "Agrarisch met waarden - 2" die mogelijkheid niet biedt. De raad heeft met het plan voorzien in de verplaatsing van een planologische mogelijkheid voor de bouw van één woning. Het landbouwbedrijf van [appellante] is gevestigd op het perceel dat grenst aan het deelgebied aan de Graafseweg ongenummerd. De in het plan voorziene woning aan de Graafseweg ongenummerd zal volgens haar leiden tot een onaanvaardbare beperking van haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5874
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202203860/1/R4

202206162/1/R2

Bij besluit van 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo een omgevingsvergunning verleend aan [appellant D] voor het veranderen en vergroten van de woning aan de [locatie] in Venlo. [appellant D] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Venlo. Hij wil zijn woning verbouwen en de bestaande aanbouw vervangen door een grotere aanbouw van (gedeeltelijk) twee verdiepingen. [appellant C] en [appellant A] en [appellant B] wonen allen vlakbij [appellant D]. Zij zijn het niet eens met de uitbreiding van de woning en vrezen dat hun woon- en leefklimaat en ook het karakter van de wijk wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5869
Datum uitspraak
3 december 2025
  • Hoger beroep
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202206162/1/R2
vorige pagina1...567...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon