Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.499
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202502383/1/A2

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de CSG een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (het schadefonds) afgewezen. Op 8 augustus 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Aan deze aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij in de periode van 2008 tot en met 2010 slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. [appellante] stelt in de aanvraag dat zij door een psychische blokkade de aanvraag pas in 2023 heeft ingediend. De CSG heeft de aanvraag afgewezen, omdat deze niet binnen de in artikel 7 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven gestelde termijn van tien jaar is ingediend en [appellante], hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Weliswaar kan psychische overmacht op grond van de beleidsregels in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (de Beleidsbundel) van 1 november 2022 een geldige reden voor overmacht zijn, maar dan moet de aanvrager de gestelde reden voor de termijnoverschrijding onderbouwen, bijvoorbeeld door middel van medische informatie over een behandeling voor psychische klachten die verband houden met het misdrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:899
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502383/1/A2

202504164/1/A2

Het CBR heeft terecht besloten dat een 77-jarige man uit Breda niet meer geschikt is om auto te rijden. Hiervoor mocht het CBR zich baseren op een rapport van een psychiater, waarin geconcludeerd is dat sprake is van alcoholmisbruik. Voor een nieuw rijbewijs van een bestuurder vanaf 75 jaar is 'een verklaring van geschiktheid' nodig van het CBR, met een keuringsverslag van een arts. Een psychiater heeft onderzoek gedaan naar de man en in zijn rapport geconcludeerd dat sprake is van ‘alcoholmisbruik in ruime zin’. In het onderzoek is onder meer het bloed van de man onderzocht en daarbij zijn waarden aangetroffen die een aanwijzing zijn voor alcoholmisbruik. De man is het niet eens met het besluit van het CBR, omdat de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin‘ volgens hem geen reden kan zijn dat hij niet geschikt is om te rijden. Dat kan alleen zo zijn als hij met te veel alcohol op zou zijn gaan autorijden. Dat is niet het geval, aldus de man. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak geeft de man geen gelijk. Uit de regels volgt dat een persoon die misbruik maakt van alcohol zonder meer ongeschikt is om te rijden. Zowel de eigen verklaringen over zijn dagelijkse alcoholinname als zijn bloedwaarden zijn aanwijzingen voor alcoholmisbruik. Het was aan de man om aannemelijk te maken dat daar een andere verklaring voor was dan alcoholmisbruik. Daar is hij niet in geslaagd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren van de man dan ook ongegrond. Dat betekent dat het CBR terecht geen verklaring van geschiktheid heeft afgegeven aan de man. Zonder die verklaring kan hij geen nieuw rijbewijs aanvragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:900
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504164/1/A2

202600087/1/A2

Bij beslissing van 7 augustus 2025 heeft de examencommissie Computational Social Science van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van [appellante] om een extra herkansing van een opdracht van een vak, afgewezen. Tegen deze beslissing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld. Bij beslissing van 12 december 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt de opleiding Computational Social Science aan de UvA. Ieder studiejaar van de opleiding bestaat uit twee semesters. In elk semester wordt een vak van 30 ECTS aangeboden dat bestaat uit opdrachten en tentamens. Ieder onderdeel moet behaald worden en kan één keer herkanst worden. Onder bepaalde omstandigheden wordt een verzoek om een derde kans toegewezen. Het eerste studiejaar bestaat uit semester 1 en 2 en het tweede studiejaar bestaat uit semester 3 en 4. Studenten moeten een semester afronden voor zij worden toegelaten tot het volgende semester.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:853
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600087/1/A2

202600087/2/A2

Bij beslissing van 7 augustus 2025 heeft de examencommissie Computational Social Science van de UvA het verzoek van [verzoekster] om een extra herkansing van een opdracht van een vak, afgewezen. Bij beslissing van 12 december 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoekster] beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:854
Datum uitspraak
18 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600087/2/A2

202600022/2/A3

Bij besluit van 14 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het Besluit uitstootvrije zone pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld. Het college heeft op grond van de Verordening op het binnenwater het Besluit uitstootvrije pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld. In dit besluit is een verbod opgenomen om met niet-emissievrije pleziervaartuigen in het Amsterdamse centrumgebied te varen. De invoering van de uitstootvrije zone voor de pleziervaart draagt volgens het besluit bij aan het behalen van doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit, klimaat, en andere vormen van overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:874
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600022/2/A3

BRS.25.000138

Bij besluit van 1 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:835
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000138

BRS.26.000554

Bij besluit van 15 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:820
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000554

BRS.26.000562

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:825
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000562

BRS.26.000695

Bij besluit van 21 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:882
Datum uitspraak
17 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000695

202500305/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:855
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500305/1/V1

202501849/1/V3

Bij besluiten van 6 maart 2025 en 7 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:818
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202501849/1/V3

202505933/2/A3

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat afwijzend beslist op het verzoek van [verzoekster] om het bij besluit van 13 april 2023 afgegeven bemanningscertificaat, geldig van 1 mei 2023 tot en met 1 mei 2028, aan te passen. Deze zaak gaat over een bemanningscertificaat voor het zeilschip [naam]. Een schip moet zijn voorzien van een geldig bemanningscertificaat en moet dienovereenkomstig zijn bemand. Een bemanningscertificaat is een certificaat dat door de minister wordt afgegeven, en waarop het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip staat vermeld. [verzoekster] is het niet eens met de in het op 13 april 2023 aan haar afgegeven bemanningscertificaat opgenomen bepaling dat - kort gezegd - ten minste één bemanningslid aan boord dient te beschikken over het certificaat reddingmiddelen. [naam] behoort tot de groep traditionele zeevarende zeilschepen van minder dan 500 Gross Tonnage (GT) en een lengte van meer dan 12 meter. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de vloot van dit type schepen in Nederland bestaat uit ongeveer 48 zeilschepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:837
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505933/2/A3

202505934/2/A3

Bij besluit van 12 april 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [verzoekster] een bemanningscertificaat afgegeven, geldig van 21 juni 2023 tot en met 21 juni 2028. Deze zaak gaat over een bemanningscertificaat voor het zeilschip [naam]. Een schip moet zijn voorzien van een geldig bemanningscertificaat en moet dienovereenkomstig zijn bemand. Een bemanningscertificaat is een certificaat dat door de minister wordt afgegeven, en waarop het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip staat vermeld. [verzoekster] is het niet eens met de in het op 12 april 2023 aan haar afgegeven bemanningscertificaat opgenomen bepaling dat - kort gezegd - ten minste één bemanningslid aan boord dient te beschikken over het certificaat reddingmiddelen. [naam] behoort tot de groep traditionele zeevarende zeilschepen van minder dan 500 Gross Tonnage (GT) en een lengte van meer dan 12 meter. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de vloot van dit type schepen in Nederland bestaat uit ongeveer 48 zeilschepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:833
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505934/2/A3

202505935/2/A3

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat afwijzend beslist op het verzoek van [verzoekster] om het bij besluit van 8 juni 2023 afgegeven bemanningscertificaat, geldig van 8 juni 2023 tot en met 8 juni 2028, aan te passen. Deze zaak gaat over een bemanningscertificaat voor het zeilschip [naam]. Een schip moet zijn voorzien van een geldig bemanningscertificaat en moet dienovereenkomstig zijn bemand. Een bemanningscertificaat is een certificaat dat door de minister wordt afgegeven, en waarop het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip staat vermeld. [verzoekster] is het niet eens met de in het op 8 juni 2023 aan haar afgegeven bemanningscertificaat opgenomen bepaling dat - kort gezegd - ten minste één bemanningslid aan boord dient te beschikken over het certificaat reddingmiddelen. De [naam] behoort tot de groep traditionele zeevarende zeilschepen van minder dan 500 Gross Tonnage (GT) en een lengte van meer dan 12 meter. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de vloot van dit type schepen in Nederland bestaat uit ongeveer 48 zeilschepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:831
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505935/2/A3

202505938/2/A3

Bij besluit van 13 mei 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat afwijzend beslist op het verzoek van [verzoekster] om het bij besluit van 23 februari 2021 afgegeven bemanningscertificaat, geldig van 23 februari 2021 tot en met 23 februari 2026, aan te passen. Deze zaak gaat over een bemanningscertificaat voor het zeilschip [naam]. Een schip moet zijn voorzien van een geldig bemanningscertificaat en moet dienovereenkomstig zijn bemand. Een bemanningscertificaat is een certificaat dat door de minister wordt afgegeven, en waarop het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip staat vermeld. [verzoekster] is het niet eens met de in het op 23 februari 2021 aan haar afgegeven bemanningscertificaat opgenomen bepaling dat - kort gezegd - ten minste één bemanningslid aan boord dient te beschikken over het certificaat reddingmiddelen. [naam] behoort tot de groep traditionele zeevarende zeilschepen van minder dan 500 Gross Tonnage (GT) en een lengte van meer dan 12 meter. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de vloot van dit type schepen in Nederland bestaat uit ongeveer 48 zeilschepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:830
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505938/2/A3

202505939/2/A3

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat afwijzend beslist op het verzoek van [verzoekster] om het bij besluit van 21 maart 2022 afgegeven bemanningscertificaat, geldig van 21 maart 2022 tot en met 31 december 2026, aan te passen. Deze zaak gaat over een bemanningscertificaat voor het zeilschip [naam]. Een schip moet zijn voorzien van een geldig bemanningscertificaat en moet dienovereenkomstig zijn bemand. Een bemanningscertificaat is een certificaat dat door de minister wordt afgegeven, en waarop het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip staat vermeld. [verzoekster] is het niet eens met de in het op 21 maart 2022 aan haar afgegeven bemanningscertificaat opgenomen bepaling dat - kort gezegd - ten minste één bemanningslid aan boord dient te beschikken over het certificaat reddingmiddelen. De [naam] behoort tot de groep traditionele zeevarende zeilschepen van minder dan 500 Gross Tonnage (GT) en een lengte van meer dan 12 meter. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de vloot van dit type schepen in Nederland bestaat uit ongeveer 48 zeilschepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:829
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505939/2/A3

202505953/2/A3

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat afwijzend beslist op het verzoek van [verzoekster] om het bij besluit van 9 mei 2022 afgegeven bemanningscertificaat, geldig van 9 mei 2022 tot en met 1 mei 2027, aan te passen. Deze zaak gaat over een bemanningscertificaat voor het zeilschip [naam]. Een schip moet zijn voorzien van een geldig bemanningscertificaat en moet dienovereenkomstig zijn bemand. Een bemanningscertificaat is een certificaat dat door de minister wordt afgegeven, en waarop het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip staat vermeld. [verzoekster] is het niet eens met de in het op 9 mei 2022 aan haar afgegeven bemanningscertificaat opgenomen bepaling dat - kort gezegd - ten minste één bemanningslid aan boord dient te beschikken over het certificaat reddingmiddelen. [naam] behoort tot de groep traditionele zeevarende zeilschepen van minder dan 500 Gross Tonnage (GT) en een lengte van meer dan 12 meter. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de vloot van dit type schepen in Nederland bestaat uit ongeveer 48 zeilschepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:841
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505953/2/A3

202505954/2/A3

Bij besluit van 12 april 2024 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [verzoekster] een bemanningscertificaat afgegeven, geldig van 12 april 2024 tot en met 12 april 2029. Deze zaak gaat over een bemanningscertificaat voor het zeilschip [naam]. Een schip moet zijn voorzien van een geldig bemanningscertificaat en moet dienovereenkomstig zijn bemand. Een bemanningscertificaat is een certificaat dat door de minister wordt afgegeven, en waarop het minimumaantal bemanningsleden met hun functies aan boord van het betrokken schip staat vermeld. [verzoekster] is het niet eens met de in het op 12 april 2024 aan haar afgegeven bemanningscertificaat opgenomen bepaling dat - kort gezegd - ten minste één bemanningslid aan boord dient te beschikken over het certificaat reddingmiddelen. [naam] behoort tot de groep traditionele zeevarende zeilschepen van minder dan 500 Gross Tonnage (GT) en een lengte van meer dan 12 meter. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de vloot van dit type schepen in Nederland bestaat uit ongeveer 48 zeilschepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:828
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505954/2/A3

BRS.25.001929

Bij besluit van 13 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:804
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001929

BRS.25.002536

Bij brief van 14 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:789
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002536

202600459/1/A2

Bij besluit van 6 februari 2026 heeft het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Bernheze de door Centrumrechts Bernheze ingeleverde kandidatenlijst voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen geldig verklaard. Centrumrechts Bernheze betoogt in beroep dat het centraal stembureau het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door haar er op 2 februari 2026 pas op te wijzen dat zij de verplichting heeft om nieuwe ondersteuningsverklaringen en instemmingsverklaringen in te leveren als zij een extra kandidaat aan de lijst wil toevoegen. Volgens Centrumrechts Bernheze is een termijn van twee dagen te kort om aan die verplichtingen te voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:870
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600459/1/A2

202600492/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Arnhem van 6 februari 2026, waarbij G. Wonnink-Baydilli van de lijst met de aanduiding "Piratenpartij" is geschrapt en waarbij op plaats 3 van die lijst "Anissa" als naam van de kandidaat is vermeld en "A. (Amara)" als voorletters. Het beroep richt zich eveneens tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau de lijst met de aanduiding "LEF - Voor de Nieuwe Generatie" (LEF) geldig heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:864
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600492/1/A2

202600511/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Den Haag van 6 februari 2026, waarbij lijst H met daarboven de aanduiding ‘Haagse Stadspartij’ geldig is verklaard. [appellante] stelt dat de lijst in strijd met de besluitvorming op de algemene ledenvergadering (ALV) van de Haagse Stadspartij is ingeleverd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:865
Datum uitspraak
16 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600511/1/A2

202005625/1/V3

Bij besluit van 24 april 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Appellant komt naar eigen zeggen uit Noord-Macedonië. Hij heeft sinds 10 oktober 1989 rechtmatig verblijf in Nederland. Met ingang van 4 september 1995 heeft hij een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De minister heeft deze verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 26 februari 2013 ingetrokken om redenen van openbare orde op grond van artikel 22, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 en artikel 3.86, vierde en vijfde lid, van het Vb 2000. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van de Justitiële Informatiedienst waaruit blijkt dat appellant onherroepelijk is veroordeeld voor meer dan drie misdrijven waar een gevangenisstraf van drie jaar of meer op staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:871
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202005625/1/V3

202301707/1/V3

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:706
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202301707/1/V3

202403978/1/V1

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:816
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403978/1/V1

202501095/1/V1

Bij besluit van 24 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:817
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202501095/1/V1

202600107/2/R1

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het "Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Amstelveen Bruidsschat bouwen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen vastgesteld (het besluit tot wijziging). Het besluit tot wijziging verplaatst de regels over bouwwerken, open erven en terreinen die in hoofdstuk 22 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen waren opgenomen, al dan niet inhoudelijk gewijzigd, naar andere hoofdstukken van het nieuwe deel van dit omgevingsplan. Daarbij heeft de raad enkele categorieën van veel voorkomende bouwwerken onder voorwaarden vergunningvrij gemaakt. Volgens de motivering van het besluit tot wijziging heeft de raad hiervoor gekozen om bewoners en bedrijven meer ruimte te geven om vergunningvrij te verbouwen of uit te breiden. De hiervoor genoemde regels hebben voorrang op de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan op grond van artikel 6.11, derde lid, van het omgevingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:814
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600107/2/R1

BRS.26.000147

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:721
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000147

BRS.26.000447

Bij besluit van 20 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:790
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000447

BRS.26.000452

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:780
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000452

BRS.26.000495

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:723
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000495

BRS.26.000503

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om verzoeker een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:791
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000503

BRS.26.000511 en BRS.26.000512

Bij besluit van 13 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:786
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000511 en BRS.26.000512

BRS.26.000517

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:726
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000517

BRS.26.000734

Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:850
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000734

202405505/2/R3

Bij brief, ingekomen op 21 januari 2026, heeft de stichting verzocht om wraking van staatsraad mr. C.H. Bangma als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202405505/1/R3 (hoofdzaak). Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De stichting heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de staatsraad op de zitting van 13 januari 2026 de indruk heeft gewekt partijdig te zijn, of de schijn van partijdigheid heeft gewekt, door te refereren aan de uitspraak van 31 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6280, en aan te kondigen voornemens te zijn deze bij zijn oordeel te betrekken. De stichting betoogt dat die uitspraak niet kan worden betrokken, omdat daarin onjuistheden staan en zij daartegen op 16 januari 2026 een verzoek om herziening heeft ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:799
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Wraking
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405505/2/R3

202600479/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. [appellant] en anderen stellen zich op het standpunt dat het hen onmogelijk is gemaakt om op de dag van de Kandidaatstelling een blanco kandidatenlijst in te leveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:834
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600479/1/A2

202600482/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Achtkarspelen van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. [appellant] en anderen stellen zich op het standpunt dat het hen onmogelijk is gemaakt om op de dag van de Kandidaatstelling een blanco kandidatenlijst in te leveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:836
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600482/1/A2

202600483/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 6 februari 2026, waarin het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:838
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600483/1/A2

202600484/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Den Haag van 6 februari 2026, waarin het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:843
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600484/1/A2

202600485/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Winterswijk van 6 februari 2026, waarbij, voor zover van belang, de kandidatenlijst van de politieke groepering ORDA/ORP geldig is verklaard en de kandidaat op plaats 1 van die lijst, F.A.E. Dielen, is gehandhaafd. Dielen wenst niet langer op de kandidatenlijst te staan, wegens bedreiging van zijn gezin en familie. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:840
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600485/1/A2

202600486/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:842
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600486/1/A2

202600487/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:844
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600487/1/A2

202600488/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Nijmegen van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau de kandidatenlijst van NijmegenAnders! ongeldig heeft verklaard, onder meer omdat NijmegenAnders! onvoldoende geldige schriftelijke verklaringen van ondersteuning heeft ingeleverd en het bewijs van de betaling van de waarborgsom ontbreekt. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:848
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600488/1/A2

202600489/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Harderwijk van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:845
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600489/1/A2

202600490/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Oost Gelre van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:846
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600490/1/A2

202600491/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau heeft besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten, over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten en de daarboven geplaatste aanduiding. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:847
Datum uitspraak
13 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600491/1/A2

202307754/1/V2

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:815
Datum uitspraak
12 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307754/1/V2

202600097/1/R3 en 202600097/2/R3, 202600072/1/R3 en 202600072/2/R3

De beroepen richten zich tegen het besluit van de raad van 30 oktober 2025, waarbij het Facetbestemmingsplan "Geluidverdeelplan Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer", is vastgesteld en het daarmee samenhangende besluit van de raad van de gemeente Emmen van dezelfde datum waarbij het Facetbestemmingsplan "Geluidzonering Bedrijventerrein Emmen, Bargermeer", is vastgesteld. [verzoekster] en LDJ hebben de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:947
Datum uitspraak
12 februari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202600097/1/R3 en 202600097/2/R3, 202600072/1/R3 en 202600072/2/R3

BRS.25.000423

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld. Deze uitspraak gaat over de gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie van 4 september 2025, Adrar, ECLI:EU:C:2025:647, voor de nationale rechter (de bewaringsrechter) die de rechtmatigheid van de bewaring van een vreemdeling met het oog op diens uitzetting moet toetsen. De Afdeling gaat in deze uitspraak in op de gevolgen van het arrest, voor zover het Hof daarin heeft bepaald dat de bewaringsrechter op grond van artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn - zo nodig ambtshalve - verplicht is om na te gaan of het beginsel van non-refoulement zich tegen die uitzetting verzet. De Afdeling zal in deze uitspraak niet ingaan op het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in artikel 5, aanhef en onder a en b, van de Terugkeerrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:329
Datum uitspraak
12 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000423

202600456/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Olst-Wijhe van 6 februari 2026, waarbij de aanduiding ‘Christen Democratisch Appèl’ boven de kandidatenlijst van het Christen Democratisch Appèl (lijst C) is geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:810
Datum uitspraak
12 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600456/1/A2

202600457/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Albrandswaard van 6 februari 2026, waarbij de lijst met daarboven de aanduiding ‘Stem-Lokaal’ geldig is verklaard en op plaats 13 van die lijst de naam ‘Broekhuizen’ is vermeld, met als voorletter ‘J.’ en daarachter tussen haakjes de roepnaam ‘Jannie’ en de toevoeging ‘m’ ter aanduiding van het geslacht van de kandidaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:811
Datum uitspraak
12 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600457/1/A2

202600460/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Borne van 6 februari 2026, waarbij de lijst met daarboven de aanduiding 'CDA’ geldig is verklaard en op plaats 4 van die lijst de naam ‘Cordova-Middelbrink’ is vermeld, met als voorletters ‘M.M.’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:812
Datum uitspraak
12 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600460/1/A2

202600474/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Hellendoorn van 6 februari 2026, voor zover daarbij de kandidatenlijst A Lokaal Hellendoorn geldig is verklaard waarop de kandidaten nr. 2 Bakhuis H. (Ria), nr. 17 Bakhuis A.H.G. (Lotte), nr. 22 Mondeel H. (Erna) en nr. 24 Ligtenberg-Grondman H. (Hetty) staan vermeld met woonplaats Marle.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:813
Datum uitspraak
12 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600474/1/A2

202401456/3/R3

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de raad van de gemeente Alblasserdam het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk nabij 9" (in de planregels aangeduid als: "Alblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9") vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:577
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401456/3/R3

202405157/1/V1

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet-ontvankelijk verklaard. Betrokkene, geboren op [geboortedatum] 2006, heeft internationale bescherming in Bulgarije. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkene vanwege de internationale bescherming naar dat land kan terugkeren. De omstandigheden die betrokkene heeft aangevoerd over zijn verblijf in Nederland, zijn volgens de minister onvoldoende voor de conclusie dat betrokkene niet naar Bulgarije hoeft terug te keren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:725
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405157/1/V1

202406378/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:727
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406378/1/V1

202505116/2/R2

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Gilze en Rijen het bestemmingsplan "Schoolstraat 49-51 Molenschot" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in het toevoegen van een woning op het perceel Schoolstraat 49 en het omzetten van een agrarisch bedrijf naar een hoveniersbedrijf op het perceel Schoolstraat 51. [verzoeker] woont aan de [locatie A] en is het er niet mee eens dat er op het naastgelegen perceel een woning mogelijk wordt gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het bestemmingsplan, voor zover daarin de bouw van een woning op het perceel aan de Schoolstraat 49 mogelijk wordt gemaakt, te schorsen totdat in de bodemprocedure uitspraak op het beroep is gedaan. Volgens [verzoeker] is het toevoegen van een extra woning onder meer in strijd met het gemeentelijke beleid, zoals neergelegd in de Structuurvisie "Stedelijk gebied Gilze en Rijen met aanvulling Stationsomgeving Rijen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:722
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505116/2/R2

202506095/2/A2

[verzoeker] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5802, in zaak nr. 202505419/1/A2 te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:683
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506095/2/A2

BRS.25.000766

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:711
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000766

BRS.25.002330

Bij besluit van 16 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:712
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002330

BRS.26.000453

Bij besluit van 29 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:709
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000453

BRS.26.000532

Bij besluit van 8 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:713
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000532

BRS.26.000680

Bij besluit van 15 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:792
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000680

202203874/1/A3

Bij besluit van 16 april 2019 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen Stichting Focus Filmtheater en Focus Horeca B.V. afgewezen. [appellant] wil met contant geld een bioscoopkaartje kunnen kopen bij Focus. In 2018 is Focus verhuisd naar een nieuw pand en sindsdien kunnen bioscoopkaartjes alleen nog met pinpas of creditcard, of online via de website gekocht worden. Ook consumpties in de horecagelegenheid van Focus kunnen alleen nog met pin of creditcard betaald worden. [appellant] vindt dit in strijd met zijn recht op privéleven, omdat daarbij onnodig persoonsgegevens van hem verwerkt worden. Daarom heeft hij de AP verzocht om, met toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) onderzoek te doen naar en handhavend op te treden tegen de afschaffing van de mogelijkheid van contante betalingen door Focus. De AP heeft op basis van bureauonderzoek het niet aannemelijk geacht dat zich mogelijkerwijs een overtreding van de AVG voordoet doordat Focus geen contante betalingen accepteert. De AP heeft het handhavingsverzoek daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:746
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203874/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203874/1/A3

202207339/1/R2

Bij besluit van 28 februari 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het verzoek van 25 augustus 2021 van de vereniging en anderen tot handhavend optreden tegen het havenbedrijf wegens het niet voldoen aan de compensatieverplichting op grond van voorschrift 23a van de vergunning die aan het havenbedrijf is verleend op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 op 17 april 2008, afgewezen. De vereniging en anderen hebben aan de minister verzocht om handhavend op te treden tegen het havenbedrijf, omdat volgens hen niet is voldaan aan de compensatieverplichting zoals neergelegd in voorschrift 23a van de natuurvergunning. Ook hebben de vereniging en anderen verzocht om aanpassing van voorschrift 23a op grond van artikel 5.4 van de Wnb. Volgens de vereniging en anderen zijn onvoldoende maatregelen getroffen in het bodembeschermingsgebied om 10% ecologische winst te behalen. Daardoor is het verlies van areaal van habitattype H1110B onvoldoende gecompenseerd. Ter onderbouwing verwijst de vereniging naar het NCV-rapport. Volgens de vereniging en anderen had het toegangsbeperkingsbesluit niet alleen de maatregel moeten omvatten dat de boomkorvisserij wordt beperkt, maar hadden ook andere vormen van bodembeïnvloedende visserij - zoals garnalenvisserij - moeten worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:744
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202207339/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202207339/1/R2

202207507/1/R1

Op 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de toepassing van Thermisch Gereinigde Grond bij de aanleg van de Máximabrug, niet-ontvankelijk verklaard. Het gaat in deze zaak over het, in opdracht van de gemeente Alphen aan den Rijn, realiseren van de Koningin Máximabrug over de Oude Rijn in de periode tussen 2015 en 2017. Als onderdeel hiervan was het nodig om voor de toerit van de brug aan beide zijden het hoogteverschil tussen de landhoofden en het oorspronkelijke maaiveld te overbruggen. Daarbij is het maaiveld eerst deels ontgraven en daarna op- en aangevuld met Thermisch Gereinigde Grond. Vervolgens is de ontgraven grond daaroverheen teruggebracht als leeflaag. Het toepassen van de TGG is daarbij door het college aangemerkt als een zogenoemde Grootschalige Bodemtoepassing als bedoeld in artikel 63 van het Besluit bodemkwaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:743
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207507/1/R1

202301568/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe aan Bedrijfsbureau Woonzorg Unie Veluwe een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woonzorggebouw op het perceel Burgemeester Van der Feltzlaan 4 in Epe. Het college heeft aan Bedrijfsbureau Woonzorg Unie Veluwe een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woonzorggebouw. Deze vergunning is in het besluit op bezwaar in stand gebleven en de rechtbank heeft het beroep [appellant] en anderen daartegen ongegrond verklaard. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het college de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan "Epe-Noord" heeft mogen verlenen. [appellant] en anderen hebben tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:729
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301568/1/R1

202301877/1/R2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Altena het bestemmingsplan "Buitengebied Andel: partiële herziening Middenweg ong." vastgesteld. De raad heeft het bestemmingsplan "Buitengebied - Middenweg ong - 2017" voor een aantal percelen in het buitengebied van de kern Andel gewijzigd. Met het plan komt de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van artikel 3.5.8 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied - Middenweg ong - 2017" voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten te vervallen. Middenweg Holding en anderen betogen dat het plan in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel is vastgesteld. Daarover voeren zij aan dat de raad geen rekening heeft gehouden met het concrete initiatief van Middenweg Holding en anderen om in het plangebied een glastuinbouwbedrijf en de huisvesting van 274 arbeidsmigranten te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:771
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301877/1/R2

202303317/2/R1

Bij tussenuitspraak van 9 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1392, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 5 april 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Westerpark Zuid" te herstellen. Tegen het besluit van 5 april 2023 hebben onder andere [appellante sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld. [appellante sub 1] is eigenaar van houtzaagmolen De Otter en een aantal andere opstallen op het molenterrein aan de Gillis van Ledenberchtstraat in Amsterdam (hierna: het molenterrein). [appellante sub 2A] is eigenaar en verhuurder van de begane grond van het pand aan het [locatie] in Amsterdam. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de beroepen van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] gebreken in het besluit van 5 april 2023 aan het licht hebben gebracht. De raad is opgedragen die gebreken te herstellen. Om aan die opdracht te voldoen, heeft de raad het herstelbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:742
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202303317/2/R1

202303555/1/R1

Bij besluit van 5 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwkundig splitsen van een zelfstandige woonruimte naar vier zelfstandige woonruimten op de locatie [locatie] in Amsterdam. Het college heeft aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwkundig splitsen van een zelfstandige woonruimte naar vier zelfstandige woonruimten op de locatie [locatie] in Amsterdam. Een aantal bewoners en de stichting waren het hier niet mee eens en hebben hiertegen bezwaar gemaakt. In deze zaak gaat het om het bezwaar van de stichting dat door het college niet-ontvankelijk is verklaard. Volgens de rechtbank heeft het college het bezwaar van de stichting ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft vervolgens zelf in de zaak voorziend het bezwaar van de stichting ongegrond verklaard. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012, waar de stichting een beroep op heeft gedaan, niet strekken tot bescherming van de belangen van de stichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:741
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303555/1/R1

202304729/1/R4

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Putten het plan "Gervenhof & Dorpsstraat e.o." vastgesteld. Het plan ziet op twee herontwikkelingen in het centrum van Putten. In deze zaak gaat het om een herontwikkeling aan de Gervenhof en de Achterstraat. Daar komt op de locatie van woonwinkel Kok een nieuwe supermarkt, met daarboven 16 appartementen. Ook wordt een gebouw met 12 appartementen ontwikkeld. Aan de Achterstraat 77 komt een kringloopwinkel. [appellant sub 2] en [appellant sub 1] komen op tegen de ontwikkeling van de nieuwe supermarkt en de appartementen. [appellante sub 3] komt op tegen de nieuwe, grotere supermarkt. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de voorziene ontwikkeling hun woon- en leefklimaat onevenredig zal aantasten. [appellant sub 2] wijst op een beperking van haar uitzicht vanaf haar dakterras en een waardedaling van haar woning. [appellant sub 1] wijst op een beperking van zijn uitzicht, verlies aan bezonning, en een waardedaling van zijn appartement.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:738
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202304729/1/R4

202305544/1/R2

Bij besluit van 26 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch de aanvraag van [bedrijf]. om een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een woning aan de [locatie] in 's-Hertogenbosch. De aanvraag om omgevingsvergunning ziet volgens het aanvraagformulier op het intern verbouwen van de woning op het perceel. Uit de aanvraag en de daarbij behorende brieven aan het college van 4 november 2020 van de oorspronkelijke initiatiefnemer en van 16 april 2021 van de aanvrager blijkt dat de indeling van de woning intern wordt gewijzigd, om de woning geschikt te maken voor de huisvesting van jongvolwassenen met een stoornis in het autistisch spectrum. Volgens de brief van 16 april 2021 gaat het om maximaal 8 jongeren. Zij zullen daar als bewoners een traject volgen, waarin zij leren om uiteindelijk ergens anders zelfstandig te kunnen gaan wonen. Daarbij zal sprake zijn van diverse vormen van begeleiding en verzorging. De brieven van 4 november 2020 en 16 april 2021 waarin het project is omschreven, maken deel uit van het besluit op bezwaar van 30 november 2021, waarbij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:731
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305544/1/R2

202306023/1/A3

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid. Hangende het beroep heeft de ombudsman een besluit op dat verzoek genomen. [appellant] heeft vervolgens het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om de ombudsman in de proceskosten te veroordelen. Bij de uitspraak van 13 juni 2023 heeft de rechtbank dat verzoek met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) als kennelijk ongegrond afgewezen. Hiertegen heeft [appellant] verzet gedaan. Bij de uitspraak van 25 augustus 2023 heeft de rechtbank het verzet ongegrond verklaard. Hiertegen heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:770
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306023/1/A3

202306147/1/R2

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert aan De Bolle Buiken Beheer B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de horeca en het realiseren van drie appartementen aan de Wernhoutseweg 126 in Wernhout. De Bolle Buiken is eigenaar en exploitant van de cafetaria en het restaurant "De Bolle Buiken" aan de Wernhoutseweg 126 in Wernhout. De Bolle Buiken heeft op 4 mei 2020 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de horeca en het realiseren van drie appartementen. Het college heeft op 23 november 2021 met toepassing van de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo de gevraagde omgevingsvergunning verleend. [appellant] woont in de nabijheid van De Bolle Buiken aan de [locatie] en is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. [appellant] vreest voornamelijk voor geluids- en parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:757
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306147/1/R2

202306517/1/A3

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1988 in Enschede. Zijn beide ouders hebben uitsluitend de Turkse nationaliteit en hij verkreeg daarom bij geboorte van rechtswege de Turkse nationaliteit. In 1994 verkreeg hij de Nederlandse nationaliteit, omdat zijn moeder toen is genaturaliseerd. Hij is op [datum] 1997 uitgeschreven uit de basisregistratie personen omdat hij emigreerde naar Turkije. Aan [appellant] is op [datum] 2011 voor het laatst een Nederlands paspoort verstrekt. [appellant] heeft op 30 december 2021 een aanvraag gedaan voor een nieuw Nederlands paspoort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:768
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202306517/1/A3

202306935/1/A2

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwkundig splitsen van een eengezinswoning in vier zelfstandige woningen op de [locatie 1] tot en met [locatie 2] in Amsterdam. De stichting is op 30 november 2020 opgericht door een groep burgers die het beleid ten aanzien van huisvesting in Amsterdam probeert te veranderen. Het college heeft het bezwaar van de stichting tegen de omgevingsvergunning bij besluit op bezwaar I niet-ontvankelijk verklaard, omdat de werkzaamheden van de stichting volgens het college alleen bestaan uit het opkomen tegen besluiten. [appellant sub 2] is een omwonende van het pand aan de [locatie] in Amsterdam. Het college heeft het bezwaar van [appellant sub 2] tegen de woningvormingsvergunning bij besluit op bezwaar II ongegrond verklaard. In dit besluit zijn wel de voorwaarden van de vergunning gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:739
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306935/1/A2

202306974/1/R1

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad hogere waarden vastgesteld voor het bouwen van twee woongebouwen aan de Badhuisweg 1 in Zaandam. De bestreden besluiten, die gecoördineerd zijn voorbereid en bekendgemaakt, maken de bouw van twee gebouwen met 120 woningen aan de Badhuisweg 1 in Zaandam mogelijk. Deze locatie ligt op het Zaaneiland op een perceel waarop een kantoorgebouw stond. Dit kantoorgebouw is in 2024 gesloopt. Rochdale is initiatiefnemer van deze ontwikkeling. Bij het herstelbesluit van de raad van 27 februari 2025 heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw, gewijzigd vastgesteld. Bij het herstelbesluit van het college van 27 november 2025 heeft het college de bij besluit van 26 september 2023 verleende omgevingsvergunning gewijzigd. De raad en het college hebben de herstelbesluiten van 27 februari 2025 en 27 november 2025 genomen naar aanleiding van de beroepsgronden van een aantal appellanten over parkeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:769
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306974/1/R1

202307285/1/R3

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân aan Zeilschool de Morra B.V., een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van zes recreatiewoningen op het perceel Buorren 31A t/m 31F in Hemelum. Op de locatie geldt het bestemmingsplan "Bestemmingsplan dorpskern Hemelum". De gronden hebben de bestemmingen "Bedrijf" en "Waarde-Archeologie 2" en de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf — watersportbedrijf". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op de locatie geen recreatiewoningen zijn toegestaan. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels voor bouwen binnen een bouwvlak. Hemelumer Hoeve B.V. exploiteert een varkenshouderij op het perceel De Soal 4 in Hemelum, op ongeveer 300 m van de bouwlocatie. Hemelumer Hoeve B.V. kan zich niet met het bouwplan verenigen, omdat zij vindt dat het plan haar bedrijfsbelangen onevenredig aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:758
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307285/1/R3

202307762/1/R2

Bij besluit van 3 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk aan [partij] onder meer omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend voor het plaatsen van palen op het perceel [locatie 1] in Waalwijk. [partij] exploiteert op het perceel een appelboomgaard. Hij heeft het college gevraagd om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van palen om de fruitbomen te ondersteunen. De palen worden verbonden met draden. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend. Volgens het college is de constructie van palen en draden een bouwwerk dat in overeenstemming is met de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied". [appellante] woont naast het perceel aan de [locatie 2] in Waalwijk. Zij is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:735
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307762/1/R2

202401456/1/R3

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de raad van de gemeente Alblasserdam het bestemmingsplan "Oost Kinderdijk nabij 9" (in de planregels aangeduid als: "Alblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9") vastgesteld. Het plan maakt op initiatief van [belanghebbende] een appartementengebouw met vijf woningen op het perceel nabij Oost Kinderdijk 9 in Alblasserdam, op de hoek van de Oost Kinderdijk en de Touwbaan (de locatie), mogelijk. Voorheen had de locatie de bestemming "Tuin". Aan weerszijden van het voorziene gebouw is aan gronden de bestemming "Groen" toegekend. Aan de voorkant bij de Oost Kinderdijk is aan een strook grond de bestemming "Verkeer" toegekend. Aan de achterkant behoudt de grond de bestemming "Tuin". [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] wonen aan de Touwbaan. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:561
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401456/1/R3

202402443/1/A3

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft de burgemeester van Overbetuwe besloten om de woning aan de [locatie] in Elst voor één maand te sluiten. [wederpartijen] huren van woningcorporatie Vivare de woning aan de [locatie] in Elst. Naar aanleiding van binnengekomen informatie heeft de politie een onderzoek ingesteld naar drugshandel op straat door [wederpartij A]. Op 27 januari 2023 is hij aangehouden als verdachte van handel in harddrugs, waarbij in totaal acht wikkels met wit poeder zijn aangetroffen, waarvan vier in zijn kleding en vier in zijn auto. Het poeder is indicatief positief getest op cocaïne. Vervolgens heeft de politie op dezelfde dag de woning doorzocht. Daarbij heeft de politie 75 wikkels met wit poeder, 23 gr wit poeder in een sealbag en 32 pillen aangetroffen. Het poeder is later indicatief positief getest op cocaïne en de pillen op MDMA. Daarnaast heeft de politie vijfhonderd ongebruikte harddrugswikkels, een weegschaal met cocaïneresten, € 6.000,00 contant geld, een Breitling horloge, twee stuks illegaal vuurwerk en van diefstal afkomstige roldeurmotoren aangetroffen. De politie heeft de bevindingen vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 6 maart 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:755
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202402443/1/A3

202403353/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2022 heeft de burgemeester van Amsterdam aan SportWays Amsterdam B.V. een vergunning verleend voor het organiseren van het evenement ‘SportWays Hockeykampen’. Bij besluit van 1 juli 2022 heeft de burgemeester aan SportWays een vergunning verleend voor het organiseren van het evenement ‘SportWays Hockeykampen’ van 2 juli 2022 tot en met 30 juli 2022 op het sportveld aan de Sloterweg 1043 C. [appellant] heeft een pand aan de [locatie] op ongeveer 400 meter van het sportveld, en heeft bij brief van 12 augustus 2022 bezwaar gemaakt tegen de verlening van de vergunning. De burgemeester heeft dat bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:747
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403353/1/A3

202404333/1/R2

Bij besluit van 6 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena een omgevingsvergunning verleend aan Middenweg Agro voor de bouw van een kassencomplex voor glastuinbouw en het realiseren van een daarmee samenhangende huisvesting voor arbeidsmigranten aan de Middenweg 14 in Andel. Middenweg Agro is gevestigd aan de Middenweg 4 in Andel en exploiteert daar een agrarisch bedrijf in de vorm van een glastuinbouwbedrijf. Zij is voornemens haar bedrijf uit te breiden op het nabijgelegen perceel aan de Middenweg 14 in Andel. Zij heeft op 21 april 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een kassencomplex voor glastuinbouw en het realiseren van daarmee samenhangende huisvesting voor 274 arbeidsmigranten aan de Middenweg 14 in Andel. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend met toepassing van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid in artikel 3.5.8 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied - Middenweg ong - 2017". [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] zijn omwonenden. Zij kunnen zich niet verenigen met de huisvesting van de arbeidsmigranten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:772
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404333/1/R2

202404976/1/R3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Rijswijk, verweerder het bestemmingsplan "Pasgeld-Oost" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van maximaal 110 woningen in Pasgeld-Oost mogelijk. Het plan is onderdeel van de grotere ontwikkeling van de woningbouwlocatie RijswijkBuiten. RijswijkBuiten bestaat uit de gebieden Sion, Parkrijk en Pasgeld. Het gebied Pasgeld bestaat uit Pasgeld-West, waarvoor een aparte planprocedure wordt doorlopen, en Pasgeld-Oost. Pasgeld-Oost bevindt zich ten oosten van de Lange Kleiweg en ten zuiden van de TNO-locatie. De Stichting is een stichting met als doel de bevordering van een goed leefklimaat in Rijswijk door het behouden van natuurwaarden c.q. het verbeteren van de toekomstige natuurwaarden in het gebied Pasgeld. Zij kan zich niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:736
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404976/1/R3

202405122/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel het bestemmingsplan "Kerkdreef" vastgesteld en op grond van artikel 6.12, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening (de Wro) voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid 25 woningen te realiseren in het gebied gelegen aan de Kerkdreef in Krimpen aan den IJssel, net onder de IJsseldijk en ten oosten van de Burgemeester Aalberslaan. Het plangebied grenst aan het buitenterrein van de Admiraal de Ruyterschool. Het plangebied is op dit moment onbebouwd en doet dienst als groenstrook/park. [appellant] woont tegenover het plangebied, aan de [locatie]. De afstand tussen het plangebied en zijn woning bedraagt ruim 60 meter. Tussen het plangebied en zijn woning zijn twee wegen en een watergang gelegen. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan en heeft hiertegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:760
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405122/1/R3

202405351/1/R3

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Borne het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen, herziening De Horsten" vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Eén plandeel betreft de buurt "De Horsten" in de wijk "Bornsche Maten". Het plan maakt hier de bouw van 250 woningen mogelijk aan de oostzijde van Borne. De gronden van dit plandeel hadden de bestemming "Wonen - uit te werken" op grond van het voorgaande plan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen". [appellant] is het niet eens met het plan. Hij meent dat dit niet overeenkomt met de gemaakte afspraken en vreest voor een zodanige beperking van zijn bedrijfsvoering door de gevolgen van de uitsterfregeling, dat er geen levensvatbaar bedrijf meer resteert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:762
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202405351/1/R3

202405560/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Emmen, Centrum-Oost, Brandstoflocatie" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om 92 appartementen en 4 stadswoningen te realiseren aan de Wilhelminastraat, Julianastraat en Molenstraat in Emmen. Het plangebied is momenteel braakliggend. Voorheen bevonden zich daar een bankgebouw met parkeervoorzieningen en woningen. Onderdeel van het plan is het realiseren van ondergrondse parkeerplaatsen ten behoeve van de woningbouwontwikkeling en een in- en uitrit vanaf het terrein naar de Julianastraat. [appellant] en anderen wonen aan de Julianastraat, tegenover het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en hebben hiertegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:765
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405560/1/R3

202405647/1/A3

Bij besluit van 15 november 2022 heeft het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid een verzoek van [verzoeker] om documenten op grond van de Wet open overheid afgewezen. [verzoeker] heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid verzocht om documenten, waaronder verslagen en/of notulen, van vergaderingen van het Veiligheidsberaad die zijn opgesteld in de periode van 10 januari 2021 tot en met 10 juli 2021. Het ministerie heeft dit verzoek doorgestuurd naar het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, dat het verzoek bij besluit van 15 november 2022 heeft afgewezen. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid heeft aan deze afwijzing ten grondslag gelegd dat de verslagen een weergave zijn van intern beraad en dat ze persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is met zijn besluit van 30 januari 2023 bij dit standpunt gebleven. De rechtbank heeft het door [verzoeker] tegen dit besluit ingestelde beroep gegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft het NIPV de door [verzoeker] opgevraagde documenten niet in hun geheel kunnen weigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:756
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405647/1/A3

202405712/1/R2

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Asten Verzamelplan 2023-1" vastgesteld. Het plan voorziet, voor zover relevant, op het perceel Slobeendweg ongenummerd, tussen [locatie 1] en [locatie 2] in Heusden, in de ontwikkeling van een woningbouwlocatie met drie ruimte-voor-ruimte woningen op voorheen agrarische gronden. [appellant] is de voormalig eigenaar van de gronden aan de [locatie 3], woonde voorheen in de bedrijfswoning aan [locatie 3] en exploiteerde het melkveebedrijf ter plaatse. Hij verzet zich tegen het plan, omdat hij vreest voor beperkingen in zijn bedrijfsvoering. [partijen] wonen aan [locatie 1], zijn initiatiefnemers van de ontwikkeling die met dit plan mogelijk wordt gemaakt en zijn de huidige eigenaren van de gronden aan [locatie 3].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:763
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405712/1/R2

202406359/1/A2

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). De woning verhuurde hij aan een vrouw met haar twee kinderen. Naar aanleiding van een melding van de Politie-eenheid heeft de Haagse Pandbrigade (de HPB) de woning op 20 september 2022 geïnspecteerd. De HPB constateerde dat de woning niet werd bewoond door de huurster en haar kinderen, maar onzelfstandig werd bewoond door vijf personen. Het college heeft de boete opgelegd, omdat appellant in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 de woning onzelfstandig heeft verhuurd zonder de daarvoor benodigde vergunning. Als eigenaar kon [appellant] beschikken over de woning. Ook heeft hij de overtreding aanvaard. Gebleken is namelijk dat [appellant] op de hoogte was van de onzelfstandige bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:737
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406359/1/A2

202406431/1/R3

Bij besluit van 24 september 2024 heeft de raad van de gemeente Dordrecht het bestemmingsplan "10e herziening Schil, locatie Spuiboulevard 300" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 350 woningen ter plaatse van het huidige stadskantoor en de directe omgeving in het centrum van Dordrecht. In het oosten van het plangebied is een woontoren met een maximum bouwhoogte van 34 m voorzien. [appellant] woont ten oosten van het plangebied en vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat en een waardedaling van zijn appartement als gevolg van deze woontoren. [appellant] voert aan dat het gemeentebestuur het bestemmingsplan heeft opgesteld zonder betrokkenheid van omwonenden. Volgens [appellant] hadden klankbordgroepen of inspraakmomenten georganiseerd moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:764
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406431/1/R3

202407240/1/A2

Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de raad een verzoek van [appellant] om wijziging van een eerder verleende toevoeging toegewezen en hem een eigen bijdrage van € 218,00 opgelegd. Op 9 mei 2023 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een wijziging van een eerder aan hem verleende toevoeging. Hij wil van gemachtigde wisselen. De raad heeft dit verzoek toegewezen. Daarbij heeft de raad [appellant] een eigen bijdrage van € 218,00 opgelegd, omdat er geen dwingende reden voor de overname door een andere advocaat is. De rechtbank heeft vastgesteld dat [appellant] niet heeft betwist dat de raad op grond van de geldende regels in beginsel een eigen bijdrage van € 218,00 mag opleggen. Volgens [appellant] mag de raad in dit geval echter geen eigen bijdrage opleggen, omdat de raad in andere zaken in afwijking van die regels geen eigen bijdrage heeft opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:754
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407240/1/A2

202407576/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de burgemeester van Westland het zalencentrum aan de [locatie] in Honselersdijk met ingang van 17 maart 2023 voor de duur van één maand gesloten. Bij besluit van 6 januari 2022 heeft de burgemeester [appellante] een exploitatievergunning voor het zalencentrum verleend. Naar aanleiding van incidenten die op 16 april 2022 hebben plaatsgevonden, heeft de burgemeester, bij besluit van 25 mei 2022, de exploitatievergunning met ingang van 27 mei 2022 gewijzigd. Aan de gewijzigde vergunning heeft hij onder meer de voorschriften verbonden dat de vergunninghouder of leidinggevende ervoor zorgt dat het komen en gaan van bezoekers op een ordelijke wijze, zonder overlast voor de omgeving en verstoring van de openbare orde, plaatsvindt en dat geen (geluids)overlast voor omwonenden van de horeca-inrichting wordt veroorzaakt. Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. Onder verwijzing naar meldingen van 12, 23 en 24 februari 2023 heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat [appellante] in strijd met voorschriften 4 en 5 heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:740
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407576/1/A2

202500499/1/V6

Bij afzonderlijke besluiten van 1 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante sub 1] en [appellante sub 2] ieder een boete opgelegd van € 12.000,00, wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. [appellante sub 1] houdt zich bezig met de vervaardiging van gereedschapswerktuigen. Zij bestelt regelmatig onderdelen bij [appellante sub 2]. Naar aanleiding van een anonieme melding over de illegale tewerkstelling van personen met de Bosnische nationaliteit, hebben twee arbeidsinspecteurs op 9 september 2020 een controle uitgevoerd bij [appellante sub 1]. Hierbij hebben zij geen overtredingen geconstateerd. Naar aanleiding van een tweede anonieme melding, hebben arbeidsinspecteurs op 17 december 2020 een tweede controle uitgevoerd bij [appellante sub 1]. Appellanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de besluiten van 24 april 2024 een motiveringsgebrek bevatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:773
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202500499/1/V6

202500629/2/A2

Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 23 juli 2025 overwogen dat het college met het rapport ‘Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen’ van Alterra Wageningen UR van juni 2016 en de ‘Notitie: Gunstige Staat van Instandhouding edelherten Oostvaardersplassen’ van Staatsbosbeheer van mei 2023 niet aannemelijk heeft gemaakt dat een populatie van 500 edelherten in de Oostvaardersplassen voldoende genetisch divers zou zijn. Deze tekortkoming, zo vervolgt de tussenuitspraak, kan niet worden ondervangen door maatregelen om de populatie te monitoren en/of het via natuurlijke of kunstmatige weg zorgen voor nieuwe dieren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:766
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202500629/2/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500629/2/A2

202501941/1/A2

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland een aanvraag van [appellant] om subsidie voor de kosten van een verduurzamingsmaatregel voor onderhoud of verbetering van zijn woning afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien om het SNN te gelasten het door [appellant] voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:734
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501941/1/A2

202501970/1/A2

Bij besluit van 22 november 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste private schuld afgewezen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister van Financiën verzocht om compensatie van een afgeloste schuld op grond van artikel 4.3 van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het gaat om een lening van Defam B.V. van € 22.000,00. [appellante] heeft die lening afgelost met de compensatie die zij op grond van de Catshuisregeling heeft ontvangen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister de schuld van [appellante] aan Defam van € 22.000,00 terecht niet heeft overgenomen op grond van artikel 4.3 van de Wht, omdat de schuld niet opeisbaar is geworden vóór 1 juni 2021. [appellante] heeft geen betalingsachterstand laten ontstaan vóór die datum, zodat geen sprake is van een opeisbare schuld. De rechtbank heeft overwogen dat het begrijpelijk is dat [appellante] dit niet als rechtvaardig ervaart, omdat zij de lening bij Defam te goeder trouw heeft afgesloten om daarmee bestaande schulden af te lossen en deze schulden mogelijk wel voor overname in aanmerking zouden zijn gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:761
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501970/1/A2

202502069/1/A2

Bij besluit van 4 oktober 2023, verzonden op 6 oktober 2023, heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellante] om een toevoeging afgewezen. [appellante] heeft een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand in een hoger beroepsprocedure strekkende tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De raad heeft deze aanvraag afgewezen, omdat deze betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan aanspraak kan worden gemaakt op rechtsbijstand op grond van een eerder verleende toevoeging, met kenmerk 1JT4965. Deze toevoeging zag op het hoger beroep in de procedure over het niet-tijdig beslissen op de aanvraag voor de verblijfsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:733
Datum uitspraak
11 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502069/1/A2
vorige pagina1...567...1.235volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon