Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.069
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.000625

Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2879
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000625

BRS.26.001094

Bij besluit van 15 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 maart 2024 het recht op bescherming is geëindigd dat appellant genoot op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de EU/EER binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2866
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001094

BRS.26.001218

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2858
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001218

BRS.26.001653 en BRS.26.001654

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2926
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001653 en BRS.26.001654

BRS.26.001846

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2929
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001846

BRS.26.002047

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2935
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002047

BRS.26.002065

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2931
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002065

BRS.26.002271

Bij besluit van 10 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2933
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002271

BRS.26.002344

Bij besluit van 3 juli 2024, aangevuld bij besluit van 22 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2932
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002344

BRS.26.002480

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2949
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002480

202305282/4/R2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Buitengebied De Zandleij 2012, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding en herindeling van Recreatiepark Duinhoeve (het recreatiepark) aan de Oude Bosschebaan 4 in Udenhout met een kwaliteitsverbetering van het landschap mogelijk. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Zij hebben hun verzoek toegespitst op de werkzaamheden die op dit moment op het recreatiepark plaatsvinden. Het gaat dan om de bouw van semipermanente recreatieverblijven aan de noordkant van het recreatiepark, op de inrichtingstekening bij het bestemmingsplan aangeduid als "in de duinen", en de aanleg van verharding. Verder hebben zij op de zitting toegelicht dat hun verzoek ook gaat over het plaatsen van speelvoorzieningen ten zuidwesten van de ingang van het recreatiepark. Volgens [verzoekers] veroorzaken deze werkzaamheden veel overlast en zal de ingebruikname van de recreatieverblijven en speelvoorzieningen leiden tot een toename van geluids- en verkeersoverlast bij hun woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2941
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305282/4/R2

202404930/2/R4

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein aan Sport Catering B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van gebouwdelen D en E van het NBC-congrescentrum aan de Blokhoeve 1 in Nieuwegein. Sport Catering B.V. heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen gedaan naar aanleiding van een brand die op 7 september 2022 heeft plaatsgevonden in het NBC-congrescentrum aan de Blokhoeve 1 in Nieuwegein. Door die brand zijn onder meer gebouwdelen D en E onbruikbaar geworden. De aanvraag gaat over de (her)bouw van gebouwdelen D en E van het NBC-congrescentrum, waarbij het bruto-vloeroppervlak van gebouwdeel E gelijk blijft aan de situatie van voor de brand, maar het bruto-vloeroppervlak van gebouwdeel D met 1.735 m2 toeneemt. De Eerste Symfonie en De Woonindustrie zijn eigenaar en exploitant van de bedrijfspanden aan de Symfonielaan 1 en 5 in Nieuwegein, naast het perceel waarover deze zaak gaat. Zij kunnen zich met de vergunningverlening niet verenigen omdat zij vrezen voor parkeerproblemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2923
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404930/2/R4

202407594/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2944
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407594/1/V1

202600224/1/R1 en 202600224/2/R1

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een verzoek van [partij B] om handhavend op te treden tegen een aantal bouwwerken op het perceel [locatie 1] in Westknollendam gedeeltelijk toegewezen en [verzoeker A] en [verzoeker B] onder oplegging van een dwangsom gelast om, voor zover hier van belang, de aan hun woning gebouwde overkapping te verwijderen en verwijderd te houden. Bij uitspraak van 12 december 2025, voor zover hier van belang, heeft de rechtbank de beroepen van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen de besluiten van 30 mei 2023 en 27 februari 2025 ongegrond verklaard. De beroepen van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen de besluiten van 15 april 2025 en 16 juni 2025 heeft de rechtbank gegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit van 15 april 2025 voor zover het de verlengde begunstigingstermijn ten aanzien van de schuur betreft en het besluit van 16 juni 2025 vernietigd en alsnog het einde van de begunstigingstermijn ten aanzien van de schuur bepaald op zes weken na verzending van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2869
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600224/1/R1 en 202600224/2/R1

BRS.24.000100

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2846
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000100

BRS.26.001273

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2850
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001273

BRS.26.001475

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2843
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001475

BRS.26.001487

Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de termijn van de aan appellant opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2851
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001487

BRS.26.001560

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat verzoeker met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De staatssecretaris heeft verzoeker ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 5 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2856
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001560

BRS.26.001763

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2864
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001763

BRS.26.001992

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2847
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001992

BRS.26.002096

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat verzoeker met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU 2022/382). De staatssecretaris heeft verzoeker ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 5 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2852
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002096

BRS.26.002101

Bij besluit van 19 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2838
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002101

BRS.26.002156

Bij besluit van 4 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2832
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002156

BRS.26.002346 en BRS.26.002347

Bij besluit van 24 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2938
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002346 en BRS.26.002347

BRS.26.002429

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2927
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002429

BRS.26.002448

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2860
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002448

BRS.26.002510

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2930
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002510

BRS.26.002534

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2952
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002534

202406064/6/A2, 202501491/2/A2, 202501494/2/A2, 202503357/2/A2 en 202504330/2/A2

Bij e-mail, ingekomen op 20 april 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking (eerste verzoek) van de staatsraden mr. J.M. Willems, mr. G.O. van Veldhuizen en mr. A.B. Blomberg, als voorzitter en leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken met nummers 202406064/5/A2, 202501491/1/A2, 202501494/1/A2, 202503357/1/A2 en 202504330/1/A2. Bij e-mail, ingekomen op 20 april 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking (tweede verzoek) van de staatsraden mr. P.H.A. Knol, mr. J.H. van Breda en mr. J.A.W. Huijben, als voorzitter en leden van de meervoudige kamer (wrakingskamer) belast met de behandeling van de zaken met nummers 202406064/6/A2, 202501491/2/A2, 202501494/2/A2, 202503357/2/A2 en 202504330/2/A2. [verzoeker] heeft aan het eerste verzoek ten grondslag gelegd dat de staatsraden partijdig en vooringenomen zijn, omdat zij zijn verzoek om uitstel ten onrechte hebben afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3081
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Wraking
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406064/6/A2, 202501491/2/A2, 202501494/2/A2, 202503357/2/A2 en 202504330/2/A2

202401508/1/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2871
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401508/1/V3

202402293/1/V2

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2876
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402293/1/V2

202402573/1/V2

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2872
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402573/1/V2

202404980/1/V3

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2875
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404980/1/V3

202405999/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s Hertogenbosch, van 13 september 2024 in zaak nr. NL23.20136.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2874
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405999/1/V1

202407009/2/R4

Bij besluit van 19 september 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Wagro een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van haar inrichting aan de Tweede Bloksweg 54b in Waddinxveen. Dit besluit is met toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening, gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met het besluit van de raad van de gemeente Waddinxveen van 18 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen". Wagro exploiteert aan de Tweede Bloksweg 54B in Waddinxveen een groenrecyclingbedrijf. In de inrichting wordt compost geproduceerd uit groenafval en organisch en composteerbaar bedrijfsafval. In de huidige situatie is sprake van buitencompostering. Onder meer vanwege de daarbij behorende geurbelasting voor de omgeving, is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de composteeractiviteiten in een gesloten bedrijfshal te laten plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2870
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407009/2/R4

202505778/1/R1 en 202505778/3/R1

Bij besluit van 9 september 2025 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas het bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 9 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in het realiseren van een nieuwe wijk net buiten de bestaande kern Broekhuizenvorst met 81 woningen, waaronder vrijstaande, twee-onder-een-kap en aaneengebouwde en levensloopbestendige woningen. Op twee locaties zijn ook appartementen mogelijk. Het is de bedoeling dat de woningen voor 30% vallen onder sociale huur, voor 10% in de vrije sector huur en voor 60% in de sector koop. [appellante] en anderen betogen dat het plan in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Daartoe voeren zij aan dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van het palletbedrijf zoals dat feitelijk aanwezig is en zoals dat tot voor kort werd gedoogd. Zo heeft de raad volgens hen onvoldoende rekening gehouden met de brandveiligheid en geluidhinder veroorzaakt door de bedrijfsactiviteiten. Volgens [appellante] en anderen wordt niet voldaan aan de richtafstanden van de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (de VNG-brochure), ook niet wanneer wordt uitgegaan van een transportbedrijf in plaats van een palletbedrijf. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van de planlocatie niet gewaarborgd, aldus [appellante] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2802
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202505778/1/R1 en 202505778/3/R1

202600974/2/A2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [wederpartij] heeft op 23 april 2024 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd, na afloop van de daarvoor geldende wettelijke termijn op 2 januari 2024 (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag vanwege de termijnoverschrijding niet inhoudelijk beoordeeld. [wederpartij] heeft aangevoerd dat zij eerder niet op de hoogte was van de mogelijkheid van deze herbeoordeling en heeft een toelichting gegeven op haar persoonlijke situatie in de afgelopen jaren. Volgens de Dienst Toeslagen vormen die omstandigheden geen grond om de te laat ingediende aanvraag van [wederpartij], in afwijking van de wettelijke termijn, inhoudelijk te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2868
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600974/2/A2

202601038/2/A2

Bij besluit van 24 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [wederpartij] heeft op 6 februari 2025 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd, na afloop van de daarvoor geldende wettelijke termijn op 2 januari 2024 (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag vanwege de termijnoverschrijding niet inhoudelijk beoordeeld. [wederpartij] heeft aangevoerd dat hij eerder niet op de hoogte was van het bestaan van een termijn voor het indienen van de aanvraag en heeft een toelichting gegeven op zijn persoonlijke situatie in de afgelopen jaren. Volgens de Dienst Toeslagen vormen die omstandigheden geen grond om de te laat ingediende aanvraag van [wederpartij], in afwijking van de wettelijke termijn, inhoudelijk te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2867
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601038/2/A2

BRS.25.000643

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2826
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000643

BRS.25.001555

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2822
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001555

BRS.25.002211

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2820
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002211

BRS.25.002716 en BRS.26.002388

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2855
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002716 en BRS.26.002388

BRS.26.000976

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2823
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000976

BRS.26.001994

Bij besluit van 15 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2816
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001994

BRS.26.002075

Bij besluit van 21 april 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2814
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002075

BRS.26.002231 en BRS.26.002232

Bij besluit van 26 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2834
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002231 en BRS.26.002232

BRS.26.002297 en BRS.26.002298

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2831
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002297 en BRS.26.002298

BRS.26.002492

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2924
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002492

202107431/3/R4

Bij tussenuitspraak van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4278, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 9 november 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Correctieve herziening Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug" (het herzieningsplan) te herstellen. Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug" vastgesteld. Terwijl daartegen beroep was ingesteld bij de Afdeling, heeft de raad op 9 november 2023 het herzieningsplan vastgesteld. Onder 14.2, 18.2, 19.3 en 21.4 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling gebreken geconstateerd in het besluit tot vaststelling van het herzieningsplan. Dat besluit is niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. [appellanten sub 6] betogen dat de raad niet goed heeft gemotiveerd waarom hun perceel [locatie 1] als recreatieterrein is opgenomen in het correctieplan. Zij wijzen erop dat in bijlage 12 bij de toelichting van het correctieplan alleen wordt ingegaan op het terrein van de voormalige camping De Heuvelslag, terwijl hun perceel, perceel 908, al meer dan 30 jaar niet meer recreatief wordt gebruikt en zij ook niet voornemens zijn om dit gebruik te hervatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2896
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202107431/3/R4

202203920/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellante] staat in de brp ingeschreven als [naam A], geboren op [geboortedatum 1] 1999 in Yazman Köyü, Turkije. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar ouders afgelegde verklaring onder ede. [appellante] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, haar persoonsgegevens te wijzigen naar [naam B], geboren op [geboortedatum 2] 1999 in Como, Italië, met als ouders [ouder A], geboren op [geboortedatum] 1972 in Idil, Turkije en [ouder B], geboren op [geboortedatum] 1978 in Idil, Turkije. [appellante] stelt zich op het standpunt dat haar ouders een valse identiteit hebben aangenomen en dat zij ook valse gegevens over haar identiteit hebben verstrekt toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2914
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203920/1/A3

202203921/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellante] staat in de brp ingeschreven als [naam], geboren op [geboortedatum] 2000 in Arnhem. Deze gegevens zijn ontleend aan haar geboorteakte. Volgens de geboorteakte is haar vader [persoon A] en haar moeder [persoon B]. [appellante] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, haar persoonsgegevens te wijzigen naar [naam B], met als ouders [ouder A], geboren op [geboortedatum] 1972 in Idil, Turkije en [ouder B], geboren op [geboortedatum] 1978 in Idil, Turkije. [appellante] stelt zich op het standpunt dat haar ouders een valse identiteit hebben aangenomen toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2915
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203921/1/A3

202203924/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellant] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam] [appellant], geboren op [geboortedatum] 1967 in Yazman Köyü, Turkije. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar op 22 augustus 2001 afgelegde verklaring onder ede na aankomst in Nederland. [appellant] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, haar persoonsgegevens te wijzigen naar [persoon A], geboren op [geboortedatum] 1978 in Idil, Turkije. Zij stelt zich op het standpunt dat zij en haar gezin een valse identiteit hebben aangenomen toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2795
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203924/1/A3

202203931/1/A3

Bij besluit van 14 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam A], geboren op [geboortedatum A] 1974 in Yazman Köyü, Turkije. Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem afgelegde verklaring onder ede na aankomst in Nederland in 2000. [appellant] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, zijn persoonsgegevens te wijzigen naar [naam B], geboren op [geboortedatum B] 1972 in Idil, Turkije. Hij stelt dat hij en zijn gezin een valse identiteit hebben aangenomen toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2794
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203931/1/A3

202203935/1/A3

Bij besluit van 9 april 2020 heeft de streekarchivaris van het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg het verzoek van [wederpartij] om inzage in de documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie afgewezen. De raad heeft in 2016 besloten om een enquêtecommissie in te stellen om onderzoek te doen naar het P&O-beleid van de gemeente Zevenaar in de periode 1 juni 2002 tot 31 december 2015. Na het uitbrengen van het eindrapport van 12 juni 2017 heeft de enquêtecommissie op 25 oktober 2017 besloten tot het opleggen van beperkingen aan de openbaarheid over alles wat aan haar digitaal of analoog ter beschikking is gesteld (de raadsenquêtedocumenten) en tot het overbrengen van de desbetreffende documenten naar het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg (het streekarchief) voor de duur van 75 jaar. [wederpartij] heeft de streekarchivaris vervolgens verzocht om inzage in alle niet vernietigde raadsenquêtedocumenten en de bijbehorende inventarislijsten. De streekarchivaris heeft het inzageverzoek van [wederpartij] met het besluit van 9 april 2020 afgewezen. De streekarchivaris heeft aan [wederpartij] laten weten dat er bij overbrenging van de raadsenquêtedocumenten naar het streekarchief beperkingen zijn gesteld aan de openbaarheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2690
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202203935/1/A3

202206251/1/A3 en 202206300/1/A3

Bij besluit van 15 december 2016 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken aan de Nederlandse Vissersbond, VisNed, CPO Wieringen U.A. en CPO Rousant U.A. (de Nederlandse Vissersbond en anderen) een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden. Bij besluit van 16 februari 2017 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken aan het Vergunningenhuis een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden. Op 15 december 2016 hebben de Nederlandse Vissersbond en anderen een vergunning gekregen voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2022. Op 16 februari 2017 heeft het Vergunningenhuis namens zes garnalenvissers een vergunning gekregen voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden voor de periode 1 januari 2017 tot en met 31 december 2022. Natuurmonumenten heeft tegen de verleende vergunningen bezwaar gemaakt. Bij afzonderlijke besluiten van 8 juni 2018 heeft de minister de door Natuurmonumenten daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2880
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202206251/1/A3 en 202206300/1/A3

202206670/2/R4

Bij tussenuitspraak van 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2853 heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat onder 23.3 van de uitspraak is overwogen het gebrek in het besluit van 15 juni 2023 te herstellen. Op 24 november 2020 heeft Heijmans een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van zeven appartementen en twaalf herenhuizen, waarvan een deel gecombineerd met commerciële ruimten op de begane grondlaag aan de Spinaker 1 tot en met 37 (oneven nummers) in Loosdrecht. Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college deze omgevingsvergunning verleend. Bij besluit van 29 juli 2025 heeft het college het besluit van 15 juni 2023 gewijzigd. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 23.3 geoordeeld dat het college in het besluit van 15 juni 2023 onvoldoende heeft onderbouwd dat het bouwplan in voldoende parkeerplaatsen voorziet. [appellant sub 1], Belangengroep Horeca Oud Loosdrecht, De Havenclub en anderen en Ondernemersvereniging Ondernemend Wijdemeren kunnen zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit. Zij voeren daartoe aan dat het bouwplan in onvoldoende parkeerplaatsen voorziet en klagen over de bestaande parkeerdruk in Oud-Loosdrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2916
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206670/2/R4

202206697/1/R3

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Losser het bestemmingsplan "Buitengebied partiele herziening Oldenzaalsestraat 135 Losser" vastgesteld. Het plangebied, Landgoed ’t Borghuis, had onder het voorheen geldende bestemmingsplan voornamelijk verschillende agrarische bestemmingen en voor een deel een recreatieve bestemming. Op de gronden met een recreatieve bestemming staan twee groepsaccommodaties, een bedrijfswoning en vijf vakantiewoningen. Daarnaast zijn drie groepsaccommodaties vergund, die nog niet zijn gerealiseerd. Op het agrarisch bedrijfsperceel ten zuiden van de gronden met de recreatieve bestemming bevinden zich daarnaast twee bedrijfswoningen. Eén van deze bedrijfswoningen heeft een bijgebouw, dat momenteel feitelijk als mantelzorgwoning wordt gebruikt, en een schuur. Daarnaast staat er nog een schuur, die eerder was afgebrand maar nu is herbouwd. V.O.F. ’t Borghuis is de eigenaar en exploitant van het landgoed, en is het niet eens met het bestemmingsplan. Zij vindt dat de raad ten onrechte de mogelijkheden ter plaatse van de schaapskooi heeft beperkt ten opzichte van het ontwerpplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2918
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206697/1/R3

202206845/2/R3

Bij tussenuitspraak van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:320 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 10 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Julianalaan 68-70, Kaag" te herstellen. Bij beschikking van 2 mei 2025 heeft de Afdeling de bij tussenuitspraak bepaalde termijn verlengd tot en met 12 juni 2025. Bij besluit van 2 juni 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak verschillende gebreken geconstateerd. Zo heeft de Afdeling onder meer in overweging 19.6 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad zich er onvoldoende van heeft vergewist dat een aanvaardbare verkeerssituatie en -afwikkeling in en om het plangebied bestaat of kan worden gerealiseerd. Dit had wel op de weg van de raad gelegen, temeer omdat de bewoners van Kaageiland voor al hun levensbehoeften en voorzieningen afhankelijk zijn van de pont en belang hebben bij een goede afwikkeling van het verkeer rondom de pont en op de Julianalaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2885
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206845/2/R3

202207180/2/R3

Bij tussenuitspraak van 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4315 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rotterdam opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 20 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.3, geoordeeld dat het besluit van 20 oktober 2022 in strijd met artikel 3:46 van de Awb is genomen, omdat de raad niet voldoende heeft gemotiveerd waarom hij het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht om op het perceel [locatie] uitsluitend horeca, en meer specifiek, uitsluitend een restaurant toe te laten. De Afdeling heeft daarover overwogen dat het op zichzelf aanvaardbaar is dat de raad met het oog op de monumentale en landschappelijke waarden van het plangebied heeft beoogd om de ruimtelijke impact van de planologische mogelijkheden op het perceel [locatie] te beperken tot de ruimtelijke impact in de bestaande situatie, maar dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een andere vorm van gebruik met eenzelfde of zelfs minder ruimtelijke impact vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar zou zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2886
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207180/2/R3

202300318/1/A3

Bij besluit van 17 november 2020, op 2 december 2020 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2020, nr. 315882, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar op grond van artikel 15, eerste lid, van de Archiefwet 1995 een beperking aan de openbaarheid gesteld van de archiefbescheiden van de gemeente Zevenaar betreffende de correspondentie met de enquêtecommissie uit de periode 2008-2019. Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [wederpartij] was 35 jaar werkzaam als ambtenaar van de gemeente Zevenaar op de afdeling Handhaving. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. De rechtbank heeft overwogen dat het besluit van het college van 17 november 2020 externe werking en dus rechtsgevolg heeft. Volgens het college heeft [wederpartij] bezwaar gemaakt tegen een niet-appellabel besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2691
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300318/1/A3

202300320/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2017, op 12 augustus 2020 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2020, nr. 206781, heeft de enquêtecommissie van de gemeente Zevenaar met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Archiefwet 1995 beperkingen aan de openbaarheid van de documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar gesteld. Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Zevenaar het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [wederpartij] was 35 jaar werkzaam als ambtenaar van de gemeente Zevenaar op de afdeling Handhaving. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. De rechtbank heeft - onder verwijzing naar haar uitspraak van 29 juni 2022 - overwogen dat de enquêtecommissie niet bevoegd was om het besluit tot beperking van de openbaarheid te nemen. De raad betoogt dat de enquêtecommissie wel degelijk bevoegd was het besluit van 25 oktober 2017 te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2692
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300320/1/A3

202300375/1/R3

Bij besluit van 4 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een berging met overkapping aan de [locatie] in Wassenaar. Het college heeft aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe berging met overkapping op zijn perceel. Het bouwplan ligt in het beschermde dorpsgezicht van Wassenaar. Daar geldt op grond van het bestemmingsplan "Villawijken" de dubbelbestemming "Waarde-cultuurhistorie". [partij] woont naast [appellant] en kan zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen. Volgens [partij] zijn de berging en overkapping in strijd met het gemeentelijke welstandbeleid in het Handboek Welstand en Beeldkwaliteit Wassenaar en had het college daarom de omgevingsvergunning moeten weigeren. Het geschil gaat over de vraag of het bouwplan moet worden getoetst aan de gebiedscriteria van het welstandsbeleid en of het bouwplan aan de objectcriteria over voorbeeldwerking en detaillering & materialisatie van het welstandsbeleid voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2889
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300375/1/R3

202300847/1/A3

Bij besluit van 20 mei 2021 heeft de burgemeester van Den Haag het bedrijfspand aan de [locatie] in Den Haag gesloten voor de duur van zes maanden. [appellant], h.o.d.n. [bedrijfsnaam], is huurder van een bedrijfspand aan de [locatie] in Den Haag, waar hij een tuincentrum exploiteert. In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de onderneming ook ingeschreven is als groothandel in bloemen en planten. Naar aanleiding van signalen over mogelijke misstanden in dit bedrijfspand is op 7 april 2021 een integrale controle verricht door het Haags Economisch Interventie Team. Bij deze controle werd een grote hoeveelheid goederen aangetroffen die in samenhang bezien bestemd zijn voor het op grootschalige, professionele wijze vervaardigen van hennep, zoals bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Naar aanleiding van de bevindingen uit deze rapportage en onder verwijzing naar de bevindingen uit het proces-verbaal van de politie inzake strafbare voorbereidingshandelingen van 15 april 2021 heeft de burgemeester gelast het bedrijfspand te sluiten en gesloten te houden met ingang van 27 mei 2021 voor een periode van zes maanden. De rechtbank overweegt dat een sluitingsbevel kan worden genomen in het geval de bevoegdheid daartoe aanwezig is op grond van artikel 13b van de Opiumwet en deze maatregel noodzakelijk en evenwichtig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2920
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300847/1/A3

202300921/1/R3

Bij besluit van 28 september 2022 heeft de raad de gemeente Terschelling het bestemmingsplan "Badhotel Midsland aan Zee" gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 28 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling aan Strandhotel Midsland aan Zee B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een badhotel bestaande uit een restaurant met 23 appartementen en een bijgebouw, het plaatsen van drie vlaggenmasten, het bouwen van betonnen keerwanden, het verbreden van een bestaande uitweg en het aanbrengen van terreinverharding op het perceel Midsland aan Zee 459a in Midsland. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn eigenaren van een woning aan [locatie] in Formerum. SOS is een stichting met als doel het behouden en verbeteren van de karakteristieke natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van Terschelling, de kwaliteit van het milieu, de gezondheid en veiligheid van bewoners en toeristen, een goed waterbeheer en een goede ruimtelijke ordening. De "anderen" die samen met SOS in beroep zijn gegaan, zijn eigenaren en huurders van recreatiewoningen in Midsland aan Zee, ten zuiden van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de besluiten van de raad en het college en hebben daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2892
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202300921/1/R3

202301910/1/R1

Bij besluit van 29 mei 2020 heeft het college maatwerkvoorschriften voor geluid gesteld aan [bedrijf]. Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, onder aanvulling van de motivering. Ten tijde van het nemen van de besluiten had [bedrijf] een internationale fruithandel aan de [locatie 1] in Deil (het perceel). Inmiddels is het bedrijf overgenomen. [appellant] heeft een pluimveehouderij met een bedrijfswoning aan de [locatie 2], grenzend aan het perceel met de fruithandel. [appellant] woont in de bedrijfswoning. Omdat [appellant] heeft aangegeven overlast te ervaren van met name het geluid van transportactiviteiten door het fruitbedrijf, zijn in opdracht van het college en [appellant] verschillende geluidsonderzoeken gedaan. Het college heeft op 29 mei 2020 ambtshalve besloten om voor het bedrijf van [bedrijf] verschillende maatwerkvoorschriften voor geluid te stellen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college de maatwerkvoorschriften heeft mogen stellen. [appellant] voert aan dat hij van de transportbewegingen langs zijn woning geluidoverlast ondervindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2894
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202301910/1/R1

202303892/1/R4

Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 5 augustus 2021. In dat besluit heeft het college besloten op het bezwaar van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om handhaving van de inzamelplicht van groenafval in zijn wijk in Amsterdam-Noord en dat bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Volgens [appellant] moest het college handhavend optreden tegen de gemeente Amsterdam, omdat zij het groenafval consequent niet tijdig inzamelde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2961
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202303892/1/R4

202304274/1/R2 en 202401998/3/R2

Bij besluit van 1 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van Milieuvereniging Land van Cuijk om handhavend op te treden tegen het houden van dieren zonder een vereiste natuurvergunning door [appellante sub 1] aan de [locatie] in Velp afgewezen. In deze procedure gaat het om een verzoek om handhavend op te treden tegen het houden van melkkoeien en jongvee door [appellante sub 1], omdat hij volgens de milieuvereniging de vergunningplicht in de Wnb overtreedt (artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb). [appellante sub 1] is namelijk van plan om op een plek waar een veehouderij heeft gezeten, opnieuw een veehouderij te beginnen en melkkoeien en jongvee te houden. [appellante sub 1] noemt dit een ‘herstart’. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college ten onrechte geen overtreding heeft geconstateerd, omdat voor het houden van melkkoeien en jongvee een natuurvergunning is vereist waarover [appellante sub 1] niet beschikt. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de rechtsvoorganger van [appellante sub 1] de bedrijfssituatie heeft gewijzigd en dat [appellante sub 1] daarom het bedrijf niet terug kan wijzigen zonder een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en er dus ook een natuurvergunning nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2901
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304274/1/R2 en 202401998/3/R2

202400970/1/A3

Bij besluit van 25 juli 2023, op 3 augustus 2023 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2023, nr. 341681, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar opnieuw beslist over de oplegging van beperkingen aan de openbaarheid op de archiefbescheiden van de gemeente Zevenaar betreffende de correspondentie met de enquêtecommissie uit de periode 2008-2019. [appellante] werkte op de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. [appellante] betoogt dat in het procesdossier tal van stukken ontbreken. Zij heeft daarbij gewezen op specifiek acht documenten. Haar personeelsdossier hoort daarnaast niet thuis in het streekarchief. Dat dossier dient dus, voor zover onverhoopt ook nog elders aanwezig, te worden vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2842
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400970/1/A3

202400981/1/A3

Bij besluit van 13 juni 2023, op 29 juni 2023 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2023, nr. 287978, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar opnieuw beslist over de oplegging van beperkingen aan de openbaarheid van de documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar. [appellante] werkte op de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. Dat heeft ertoe geleid dat [appellante] sinds januari 2008 niet meer in dienst is. [appellante] betoogt dat het besluit vaag is geformuleerd, innerlijk tegenstrijdig is en op tal van punten in strijd met de geldende wet- en regelgeving en de gemeentelijke besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2693
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400981/1/A3

202401089/1/A3

In deze uitspraak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren een nieuw besluit moet nemen over de vergunning voor de restauratie van het familiegraf van de aanvrager. Het graf bestaat uit een natuurstenen grafmonument met een gemetselde bakstenen rand er omheen. De aanvrager wil de gemetselde rand vervangen door natuurstenen banden in dezelfde maat. Het college had de vergunning geweigerd omdat door de wijziging van het materiaal van het grafmonument de monumentale waarden van de begraafplaats verminderen. Maar volgens de rechtbank, die zich eerder over de zaak boog, is weliswaar de begraafplaats aangewezen als beschermd monument, maar valt daaruit niet af te leiden dat de afzonderlijke graven zelf ook monumentale waarde hebben. Daarom droeg de rechtbank het college op een nieuw besluit te nemen. Het college kwam in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt in lijn met wat de rechtbank eerder oordeelde. Het uiterlijk van de grafbedekkingen is geen onderdeel van de monumentale waarde van de begraafplaats. Het zogenoemde 'aanwijzingsbesluit' waarin de begraafplaats als beschermd monument is aangewezen geeft alleen een omschrijving van de indeling van de begraafplaats, de ligging van de graven en de aanleg van groenvoorzieningen. Het uiterlijk van de grafbedekkingen is daarin helemaal niet genoemd. Een beperkt aantal graven is in het 'aanwijzingsbesluit' wel aangewezen als beschermd monument, maar het familiegraf van de aanvrager is dat niet. Daaruit leidt de Afdeling bestuursrechtspraak af dat het familiegraf van de aanvrager niet bijdraagt aan de monumentale waarde van de begraafplaats. Het besluit van het college om de vergunning af te wijzen is onvoldoende gemotiveerd. In het nieuwe besluit dat het college nam ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft het college de vergunning opnieuw geweigerd. Maar ook die weigering heeft het college volgens de Afdeling bestuursrechtspraak niet goed gemotiveerd. Zij draagt het college nu op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2888
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401089/1/A3

202401644/1/R1 en 202401645/1/R1

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan Pure Energie een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark op percelen aan de Schorfweg en Koelenweg in Beringe. Pure Energie heeft het voornemen om een zonnepark te realiseren op enkele aaneengesloten percelen aan de Schorfweg en Koelenweg in Beringe. [wederpartijen] wonen op ongeveer 600 m afstand van de percelen. [appellant sub 3] en andere zijn eigenaar van agrarische percelen in de (directe) nabijheid daarvan. Pure Energie wil op de percelen een zonnepark van ongeveer 28 ha bouwen. Rondom de zonnepanelen, die een hoogte hebben van maximaal 1,5 m, komt een strook van 15 m breed met struweel en ruigte om het zicht op de zonnepanelen te beperken. [appellant sub 3] en andere betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college mocht beslissen op de aanvraag zonder dat voor het zonnepark een verklaring van geen bedenkingen is afgegeven van de gemeenteraad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2919
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401644/1/R1 en 202401645/1/R1

202401779/1/A3

Het college van gedeputeerde staten van Flevoland mocht een nieuwe vergunning voor een varkenshouderij in Creil weigeren en de bestaande omgevingsvergunningen intrekken. Volgens het provinciebestuur bestaat er vrees dat de vergunningen gebruikt worden om strafbare feiten te plegen. Daarbij baseert het college van gedeputeerde staten zich op een zogenoemd Bibob-advies. Het bedrijf werd in het verleden gerund door iemand die verschillende strafbare feiten heeft gepleegd. Volgens het college heeft deze persoon nog zeggenschap over de huidige exploitant van het bedrijf. De huidige exploitant van de varkenshouderij is het niet eens met het besluit van het college en kwam eerder in beroep bij de rechtbank. Die oordeelde dat het college mocht vrezen dat de vergunningen gebruikt zouden kunnen worden voor strafbare feiten, maar dat het weigeringsbesluit het bedrijf hard zou raken. Volgens de rechtbank had het college meer oog moeten hebben voor de evenredigheid van zijn beslissing. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag blijkt dat het college de nieuwe vergunning mocht weigeren en de al verleende vergunningen mocht intrekken. Niet in geschil is dat het bedrijf van de voormalig exploitant vermogen heeft verschaft aan de huidige exploitant. Daarmee staat de huidige exploitant in een relatie tot de strafbare feiten die de vorige exploitant heeft gepleegd. Het gaat dan om een veelheid aan overtredingen en strafbare feiten op het gebied van milieu-, dieren- en meststoffenregels die gedurende langere tijd zijn gepleegd. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het college mocht vrezen dat de vergunningen mede voor het plegen van strafbare feiten zouden worden gebruikt. Anders dan de rechtbank oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de besluiten van het college wel evenredig zijn. Weliswaar zijn de gevolgen voor de huidige exploitant groot, maar die gevolgen staan in verhouding tot het doel dat het college met de besluiten nastreeft. Het college heeft uitgebreid gemotiveerd dat de strafbare feiten en overtredingen, veelal in het kader van dierenwelzijn, zeer ernstig en structureel zijn en over een zeer lange periode zijn gepleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2905
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202401779/1/A3

202402400/1/A3

Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar het verzoek van [wederpartij] om vernietiging van documenten in de archiefbewaarplaats afgewezen. [wederpartij] was 35 jaar werkzaam als ambtenaar van de gemeente Zevenaar op de afdeling Handhaving. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. Het college heeft het verzoek van [wederpartij] met het besluit van 6 oktober 2022 afgewezen en het daartegen gemaakte bezwaar met het besluit van 9 maart 2023 ongegrond verklaard, omdat het college een doel en een grondslag heeft voor het bewaren van de desbetreffende gegevens. De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit van 9 maart 2023 onvoldoende is gemotiveerd. Dat oordeel is gebaseerd op twee gebreken die de rechtbank heeft geconstateerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2694
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402400/1/A3

202402453/1/A3

Bij besluit van 22 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft het college bij brief van 1 juli 2022 op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van alle documenten met betrekking tot de door de gemeente Tilburg verstrekte bijstandsuitkeringen, die door de gemeentelijke sociale dienst eerst zijn verstrekt en die nadien (gedeeltelijk) zijn teruggevorderd. Het verzoek gaat over de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2022. Bij brief van 4 augustus 2022 heeft [appellant] op verzoek van het college nader toegelicht dat zijn verzoek betrekking heeft op alle documenten die relevant zijn, waaronder beschikkingen, terugvorderingsbeschikkingen en documenten waarin de staat van de terugbetalingen is opgenomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht het Woo-verzoek van [appellant] heeft afgewezen. Het gaat om gegevens die onder de geheimhoudingsplicht van de Pw vallen en waarop artikel 4.1 van de Woo niet van toepassing is, omdat de Pw als bijzondere wet openbaarmaking voorgaat op de Woo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2912
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402453/1/A3

202402500/1/A3

Bij brief van 20 oktober 2021 heeft [appellant] het college op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om openbaarmaking van documenten over het werknemersvaardighedentraject bij de Werkmeester B.V.. Bij besluit van 22 november 2021 heeft het college dat verzoek buiten behandeling gesteld vanwege misbruik van recht. Bij brief van 7 november 2021 heeft [appellant] het college verzocht om openbaarmaking van documenten over een aan hem aangeboden voorziening van Stichting Werk voor Heerlen. Bij besluit van 1 december 2021 heeft het college dat verzoek ook buiten behandeling gesteld vanwege misbruik van recht. Het college heeft de tegen die besluiten gemaakte bezwaren van [appellant] kennelijk ongegrond verklaard omdat hij de verzoeken met een ander doel had gedaan dan waar de Wob voor is bedoeld. Het college heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat [appellant] geen belang heeft bij een uitspraak van de Afdeling op zijn hoger beroep in deze procedure. [appellant] heeft namelijk in een andere procedure bij de Centrale Raad van Beroep met het college een schikking getroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2913
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402500/1/A3

202402703/1/A2

Bij besluit van 3 juni 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het overnemen van private schulden werd namens de Belastingdienst/Toeslagen uitgevoerd. Dat gebeurt nu door de minister, waarbij in de primaire fase dit wordt uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. In hoger beroep is in geschil of een schuld aan haar ouders van € 2.263,00 moet worden overgenomen. [appellante] heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat zij met haar ouders had afgesproken dat zij haar zorgverzekering zouden betalen, en dat [appellante] de zorgtoeslag die zij ontvangt aan haar ouders overmaakt. Door de toeslagenaffaire kwam [appellante] in financiële problemen, waardoor zij niet meer aan haar financiële verplichtingen kon voldoen. [appellante] is vanwege deze afspraak haar ouders nog een bedrag van € 2.263,00 verschuldigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2904
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402703/1/A2

202403313/1/A3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft de gemeenteraad van Almelo de nieuwe Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 (APV) vastgesteld, die op 11 december 2021 in werking is getreden. De stichtingen hebben allebei een coffeeshop in Almelo. Zij hadden elk een zogenoemde 'vergunning voor een openbare inrichting met aantekening coffeeshop’ voor onbepaalde tijd, waarbij de verkoop van softdrugs onder voorwaarden werd gedoogd. De gemeenteraad heeft bij besluit van 7 december 2021 de APV gewijzigd. De wijziging houdt onder meer in dat dergelijke exploitatievergunningen niet meer voor onbepaalde tijd gelden, maar voor de maximale duur van vijf jaar. De exploitatievergunningen van de stichtingen waren op grond van de overgangsrechtelijke regeling in artikel 2:34a van de APV na inwerkingtreding van de gewijzigde APV op 11 december 2021 nog zes maanden geldig. De stichtingen konden op grond van deze bepaling een aanvraag voor een nieuwe exploitatievergunning indienen, waarbij de oude exploitatievergunning van kracht bleef totdat op de aanvraag was beslist, indien die aanvraag binnen zes maanden na inwerkingtreding van de APV was gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2903
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403313/1/A3

202404161/1/A2

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de RDW de aanvraag van [appellante] voor afgifte van een Nederlands rijbewijs afgewezen. Op 26 december 2008 is aan [appellante] een Oekraïens rijbewijs afgegeven. Vanaf 14 maart 2018 woont zij samen met haar Nederlandse echtgenoot in Nederland. Op 13 februari 2023 heeft zij een aanvraag ingediend voor de omwisseling van haar Oekraïense rijbewijs voor een Nederlands rijbewijs. De rechtbank heeft geoordeeld dat de RDW zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [appellante] niet aanmerking komt voor omwisseling van haar Oekraïense rijbewijs voor een Nederlands rijbewijs. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat [appellante] geen rijexamen in Nederland heeft gedaan, aan haar niet eerder een Nederlands rijbewijs is afgegeven, haar Oekraïense rijbewijs op grond van artikel 46 van het Reglement niet is aangemerkt als gelijkwaardig aan EU-rijbewijzen en zij op grond van die bepaling ook niet valt onder de ‘algemeen belang’-situatie voor kennismigranten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2910
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202404161/1/A2

202404793/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland het bestemmingsplan "Gouwepoort 3, Zierikzee" vastgesteld. Het plan voorziet in de uitbreiding van het bestaande bedrijfsgebouw van YourSurprise op het perceel Gouwepoort 3 in Zierikzee. Hiertoe wordt de situering van de bestemming "Bedrijf - 3", de grootte en ligging van het bouwvlak en de maximale bouwhoogte gewijzigd ten opzichte van het vorige bestemmingsplan. [appellant] en anderen wonen op een afstand variërend van ongeveer 172 tot 280 meter van het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant] en anderen zijn het niet eens met de bouwhoogte van de voorziene uitbreiding van de bedrijfsbebouwing, omdat dit volgens hen leidt tot een aantasting van de landschappelijke waarden en hun woon- en leefklimaat. Zij wijzen er in dit verband met name op dat het zicht op de (oude binnen-)stad ontoelaatbaar wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2884
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202404793/1/R1

202405301/1/A3

Bij een ongedateerd besluit dat is verzonden op 20 juli 2023 (hierna: het besluit van 20 juli 2023) heeft de burgemeester beslist op een verzoek van [wederpartij] op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo). [wederpartij] heeft de gemeente Den Haag verzocht om stukken die betrekking hebben op handhaving door het Haags Economisch Interventie Team en informatie over door het HEIT uitgevoerde controles van de afgelopen negen jaar. De stukken die betrekking hebben op handhaving omvatten "alle correspondentie tussen de ketenpartners (politie, gemeente, Douane en [Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit]), (bestuurlijke) rapporten, mutaties, waarschuwingen, boetes, processen-verbaal of andere documenten die betrekking hebben op handhavingsacties die zijn ondernomen op basis van het HEIT en de zogenaamde integrale handhavingsacties". De informatie die [wederpartij] wenst over de door het HEIT uitgevoerde controles omvatten "informatie over de locaties waar de controles hebben plaatsgevonden, de aard van de gecontroleerde activiteiten, de selectiecriteria van de controles met inbegrip van de frequentie en resultaten van deze controles".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2900
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405301/1/A3

202405645/1/R2

Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en splitsen van een bestaand gebouw naar drie appartementen op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing en splitsing van een monumentaal pand in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch. De vergunning maakt het mogelijk om het pand op te splitsen in drie appartementen, een kap op het dak te plaatsen en twee dakterrassen te realiseren. [appellant sub 1] en de leden van VvE De Groote Valk wonen naast het pand en zijn het niet eens met de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2887
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405645/1/R2

202406779/1/A3

Bij besluit van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris [bedrijf A] een bestuurlijke boete van € 174.500,- opgelegd. Bij twee afzonderlijke besluiten van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris [appellant A] en [appellant B] ieder afzonderlijk een boete van € 87.250,00 opgelegd. [appellant A] en [appellant B] waren tot medio januari 2015 de bestuurders van [bedrijf B]. [bedrijf A] heeft sinds januari 2015 de activiteiten van [bedrijf B] overgenomen. Via [bedrijf B] en [bedrijf A] werden personen uit Letland via [uitzendbureau] te werk gesteld bij diverse bedrijven, de zogeheten inleners. [appellant A] dan wel [appellant B] ondertekenden als "general director", namens [bedrijf B] en later [bedrijf A], daartoe met de personen uit Letland overeenkomsten met de vermelding `Work experience contract' (werkervaringscontract). Naar aanleiding van meerdere meldingen van misstanden bij onder andere [bedrijf B] en [bedrijf A] is door het Interventieteam Uitzendbureaus, waar arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: Arbeidsinspectie) deel van uitmaakten, op 24 maart 2015 een onderzoek gestart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2902
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406779/1/A3

202406789/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant A] en [appellant B] ieder afzonderlijk een bestuurlijke boete van € 110.000,- opgelegd. [appellant A] en [appellant B] waren tot medio januari 2015 de bestuurders van [vennootschap], waarbij personen uit Letland via [uitzendbureau] te werk werden gesteld bij diverse bedrijven, zogeheten inleners. [appellant A] dan wel [appellant B] ondertekenden als "general director" namens [vennootschap] met de personen uit Letland overeenkomsten met de vermelding `Work experience contract’ (werkervaringscontract). Naar aanleiding van meerdere meldingen van misstanden bij onder andere [vennootschap] is door het Interventieteam Uitzendbureaus, waar arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Arbeidsinspectie) deel van uitmaakten, op 24 maart 2015 een onderzoek gestart. Het onderzoek vond onder andere plaats in het kader van een controle op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Tijdens het onderzoek zijn enkele bedrijven die personeel van [vennootschap] hadden ingeleend bezocht en zijn meerdere getuigen gehoord. De minister is ook een onderzoek gestart naar [appellant A] en [appellant B]. Naar aanleiding van het onderzoek hebben arbeidsinspecteurs van de Arbeidsinspectie op 14 maart 2019 boeterapporten opgesteld. Op 3 april 2019 heeft de minister een voornemen tot oplegging van een boete aan [appellant A] en [appellant B] gestuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2898
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406789/1/A3

202407039/1/A2

Bij besluit van 24 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen gedeeltelijk geweigerd om private schulden over te nemen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. In hoger beroep is in geschil of een schuld van € 95.275,84 aan [persoon], en een schuld van € 113.953,32 aan [bedrijf] moeten worden overgenomen. [persoon] is haar oude werkgever. [appellante] heeft grote financiële problemen ondervonden als gevolg van de toeslagenaffaire. [persoon] en [bedrijf] hebben haar leningen verstrekt op 30 december 2016 en 1 maart 2019. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. In hoger beroep is in geschil of een schuld van € 95.275,84 aan [persoon], en een schuld van € 113.953,32 aan [bedrijf] moeten worden overgenomen. [persoon] is haar oude werkgever. [appellante] heeft grote financiële problemen ondervonden als gevolg van de toeslagenaffaire. [persoon] en [bedrijf] hebben haar leningen verstrekt op 30 december 2016 en 1 maart 2019. De minister heeft bij besluit van 24 mei 2022 geweigerd om deze schulden over te nemen. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de schulden niet zijn vastgelegd in notariële aktes die zijn opgemaakt vóór 1 juni 2021. De notariële aktes die zijn overgelegd dateren van 8 februari 2022. Verder is er geen ingebrekestelling overgelegd, zodat niet is gebleken dat de hoofdsom van de lening vervroegd is opgeëist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2890
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407039/1/A2

202407256/1/A3

[appellanten sub 1] waren vennoten van de inmiddels opgeheven vennootschap onder firma, [bedrijf] aan de [locatie] in Rotterdam. Op woensdag 5 oktober 2022 is in die onderneming door inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Arbeidsinspectie) een controle uitgevoerd. Op basis van die controle heeft de Arbeidsinspectie op 29 november 2022 een op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend boeterapport opgesteld. In dat boeterapport heeft de Arbeidsinspectie zich op het standpunt gesteld dat [appellanten sub 1] in strijd hebben gehandeld met artikel 3:2, eerste lid, van de Atw door op dertien dagen in de periode 7 september 2022 tot en met 5 oktober 2022 een vijftienjarig kind verboden arbeid te laten verrichten, namelijk het frituren van etenswaren. Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de minister een boete opgelegd van € 19.500,00 naar aanleiding van het boeterapport. Bij besluit van 5 april 2024 heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar van [appellanten sub 1] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2899
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202407256/1/A3

202407368/1/A2

Bij brief van 18 juli 2023 heeft de wethouder Volkshuisvesting, Wijken, Welzijn en Zuidwest gereageerd op een klacht van de broer van [appellante]. [appellante] heeft een urgentieaanvraag ingediend bij gemeente Den Haag. Bij besluit van 8 april 2021 is aan haar een urgentieverklaring voor eenmalig bemiddelingsaanbod toegekend. Die zaak is geëindigd met de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4627. Bij brief van 18 juli 2023 heeft de wethouder Volkshuisvesting, Wijken, Welzijn en Zuidwest, voor zover nu van belang, aan [appellante] medegedeeld dat de extra inspanningen die het college tot dan toe heeft verricht met drie maanden zullen worden verlengd en daarna zullen worden gestaakt. [appellante] heeft tegen deze brief bezwaar gemaakt. Het college heeft dit bezwaar bij besluit van 2 oktober 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 18 juli 2023 geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom kan volgens het college geen bezwaar worden gemaakt tegen deze brief. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 29 oktober 2024 het daartegen door [appellante] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2909
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407368/1/A2

202407482/1/R4

De beroepen richten zich tegen het besluit van 2 oktober 2024, waarbij provinciale staten het inpassingsplan "Uitbreiding transformatorstation Breukelen Kortrijk 380-150 kV" hebben vastgesteld. Met het inpassingsplan wordt de uitbreiding van het transformatorstation Breukelen Kortrijk mogelijk gemaakt. [appellant sub 2] betoogt dat het inpassingsplan zorgt voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Door de uitbreiding van het transformatorstation verandert het uitzicht drastisch. KoeiEnzo betoogt dat haar belang niet of niet voldoende is meegewogen. Binnen het plangebied is landbouwgrond van KoeiEnzo gelegen. Als het transformatorstation wordt uitgebreid, betekent dit dat KoeiEnzo landbouwareaal zal verliezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2936
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202407482/1/R4

202407683/1/A2

Bij besluit van 5 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om verstrekking van een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is op [geboortedatum] 1969 geboren in [plaats], Nigeria, en heeft bij zijn geboorte de Nigeriaanse nationaliteit verkregen. Hij heeft op 25 november 2002 ook de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 14 mei 2003 heeft [appellant] bij de Nigeriaanse autoriteiten een verzoek ingediend om afstand te doen van de Nigeriaanse nationaliteit en daarbij zijn Nigeriaanse paspoort ingeleverd. Op 25 november 2005 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan [appellant] medegedeeld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om afstand te doen van de Nigeriaanse nationaliteit en dat de IND geen verdere actie van hem verwacht. [appellant] is op 17 november 2008 uitgeschreven bij de gemeente Amersfoort vanwege emigratie naar Nigeria.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2883
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202407683/1/A2

202500225/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 17 december 2024 van de rechtbank Noord­-Holland. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 11 januari 2024 ongegrond verklaard. [appellant] had een evenementenvergunning voor het evenement ‘Hans Klok & Friends’ dat op Texel in augustus 2023 heeft plaatsgevonden. Het college heeft in augustus 2023 lasten onder dwangsom aan [appellant] opgelegd omdat hij zich niet aan de voorwaarden uit de vergunning heeft gehouden. Daartegen heeft [appellant] bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3125
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500225/1/A3

202500707/1/A2

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek van [appellant] om zijn schuld aan [bedrijf] van € 35.000,- over te nemen, afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). [appellant] is aangemerkt als een gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hij heeft een schuld van € 48.000,- opgebouwd bij de ING Bank. Teneinde die schuld te kunnen aflossen heeft [appellant] op 21 januari 2021 een overeenkomst van geldlening gesloten met [bedrijf] voor een bedrag van € 35.000,-. Die geldlening heeft [appellant] gebruikt om op 27 januari 2021 de geldschuld bij de ING Bank af te lossen. Op 12 mei 2021 heeft [appellant] van de Belastingdienst € 30.000,- uit de Catshuisregeling op grond van artikel 2.7 van de Wht ontvangen op zijn ABN rekening. Dezelfde dag heeft hij vanaf die ABN rekening € 35.000,- overgemaakt naar [bedrijf]. Op 2 mei 2022 heeft [appellant] een aanvraag om compensatie van de geldschuld aan [bedrijf] bij Sociale Banken Nederland ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2908
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500707/1/A2

202501374/1/A2

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden deels afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om onder meer de openstaande geldschulden bij Simtronic ter waarde van € 2.645,00 en € 1.395,00 over te nemen, die zij heeft gemaakt voor de aanschaf van twee pannensets. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het verzoek in zoverre afgewezen, omdat die schulden na 31 mei 2021 opeisbaar zijn geworden. De minister heeft de afwijzing in het besluit van 18 december 2023 gehandhaafd, omdat de schulden pas opeisbaar worden nadat de pannensets zijn geleverd en de pannensets niet voor 1 juni 2021 zijn geleverd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2911
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501374/1/A2

202501597/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg [wederpartij] uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp). [wederpartij] stond sinds 2007 in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Tilburg. Na een melding van de verhuurder dat [wederpartij] niet meer op het adres zou wonen is het college een adresonderzoek gestart. Daarbij heeft het college de gegevens over het waterverbruik van [wederpartij] opgevraagd bij Brabant Water. Ook heeft het college drie huisbezoeken uitgevoerd, alle drie overdag tijdens kantoortijden op werkdagen, waarbij [wederpartij] niet is aangetroffen. Het college heeft [wederpartij] ook per brief verzocht om een eigen verklaring in te dienen dat hij op het adres woont, wat hij heeft gedaan. Ook heeft het college hem verzocht om zijn bankafschriften te verstrekken. Dat heeft [wederpartij] toen geweigerd, maar hij heeft deze afschriften tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank alsnog verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2897
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202501597/1/A3

202502164/1/A3

Bij besluit van 15 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar het verzoek van [appellante] om vernietiging van documenten en het staken van de verspreiding van documenten afgewezen. [appellante] werkte op de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. Het college heeft het hele verzoek van [appellante] aangemerkt als een verzoek tot het wissen van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (de AVG). Het college heeft het verzoek van [appellante] afgewezen en het daartegen door haar gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het college stelt dat de verwerking van de persoonsgegevens van [appellante] nodig is met het oog op de archivering ervan in het algemeen belang of historisch onderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2695
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502164/1/A3

202502842/1/A2

Op 14 december 2020 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan het college van Gedeputeerde Staten van Limburg een specifieke uitkering van € 34.469.000 verleend voor de aanpassing van de treinen van Arriva aan het Europese veiligheidssysteem European Rail Transport Management System (ERTMS). Tegelijk heeft hij een uitkering van € 3.410.000 voor de aanpassing van de Drielandentrein die (ook) rijdt op Belgisch en Duits spoor geweigerd. De staatssecretaris heeft bij besluit van 14 december 2020, zoals gehandhaafd bij besluit van 9 juni 2021, de aanvraag van het college voor een specifieke uitkering op grond van de Tijdelijke regeling afgewezen, voor zover het de gevraagde uitkering van € 3.410.000,00 voor de aanschafkosten van Specific Transmission Modules (STM’s) voor de inzet van de treindienst Aken-Maastricht-Luik (Drielandentrein) in België en Duitsland betreft. Arriva voert deze treindienst uit op grond van de Concessie Openbaar Vervoer Limburg 2016-2031 (concessie Limburg). Arriva betoogt dat de staatssecretaris in het besluit van 8 april 2025 bij de uitleg van de Tijdelijke regeling ten onrechte onderscheid maakt tussen binnenlandse en buitenlandse STM’s.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2907
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502842/1/A2

202503137/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [persoon B] om een woningvormingsvergunning afgewezen. In 2015 hebben [persoon A] en [persoon B] twee naastgelegen appartementen met een tuin aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Den Haag samengevoegd door middel van het doorbreken van een muur. Zij wilden meer ruimte voor hun gezin. Zij zijn thans eigenaren van de samengevoegde woning met een woonoppervlakte van 190 m2 en een tuin van 236 m2. [persoon A] en [persoon B] willen de woning verkopen en er is volgens hen meer vraag naar de twee gesplitste appartementen dan naar de samengevoegde woning. Op 22 maart 2024 heeft [persoon B] bij het college een aanvraag gedaan voor een vergunning voor woningvorming. Op grond hiervan zouden [persoon A] en [persoon B] de woning mogen splitsen in twee woningen door het plaatsen van een muur. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de hardheidsclausule niet heeft toegepast. Niet in geschil is dat de woning in feite bestaat uit twee volledig zelfstandig te bewonen appartementen die slechts met één doorgang met elkaar verbonden zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2917
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503137/1/A2

202503293/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam een aanvraag van [appellante] voor een terrasvergunning afgewezen. [appellante] is gevestigd aan de [locatie] in Amsterdam. Op 19 januari 2023 heeft [appellante] een aanvraag gedaan om een parkeervak tegenover het café in gebruik te mogen nemen als terras. De burgemeester heeft de aanvraag op 24 augustus 2023 afgewezen, omdat de ruimte al als parkeervak wordt gebruikt en het vanwege de hoge parkeerdruk niet mogelijk is om het parkeervak op te heffen. Bij het besluit van 15 januari 2024 heeft de burgemeester de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester de aanvraag om een terrasvergunning heeft mogen afwijzen. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat de burgemeester de aanvraag terecht aan de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (APV) en het Terrassenbeleid 2011 heeft getoetst. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het beroep van [appellante] op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt, omdat geen sprake is van gelijke gevallen. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester de aanvraag om een terrasvergunning heeft mogen afwijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2882
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503293/1/A3

202503328/1/A3

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten een last onder dwangsom aan [appellant] opgelegd om de openbare toegankelijkheid van een pad te herstellen. [appellant] is eigenaar van de percelen sectie A, nrs. 1371 en 1935, aan de [locatie] in Holten. Op deze percelen is een voetpad gelegen, ook wel aangeduid als het ‘verlengde Hoge Heipad’. Dit voetpad vormt een verbinding tussen de Raalterweg en het Dikkerspad. [appellant] heeft het voetpad in 2021, naar aanleiding van overlast door wandelaars, afgesloten door de poort naar het voetpad ter hoogte van zijn oprijlaan te sluiten. Op 14 juni 2023 heeft het college een last onder dwangsom aan [appellant] opgelegd. De last ziet op het herstellen van de openbare toegankelijkheid van het voetpad. Volgens het college is het pad door de afsluiting niet meer openbaar toegankelijk voor wandelaars die vanaf de Holterberg via dit pad naar de Raalterweg willen lopen of andersom. Daarmee is sprake van een overtreding van artikel 2:10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rijssen-Holten 2021 (APV). De hoogte van de dwangsom bedraagt € 5.000,00 ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2881
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503328/1/A3

202504090/1/A2

Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Visserij het verzoek van [appellant] van 21 november 2023 om teruggave van zijn in 2011 ingetrokken visvergunningen afgewezen. Sinds 1 april 2011 geldt op grond van de Visserijwet 1963 en artikel 23b van de Uitvoeringsregeling visserij een verbod om in een aantal gebieden in de kust- en binnenwateren te vissen naar aal en wolhandkrab. Het gaat om alle wateren die niet voldoen aan de norm voor dioxine en dioxineachtige polychloorbifenyl (PCB), opgenomen in de bij artikel 23b van de Uitvoeringsregeling visserij behorende bijlage 15. Het doel is om te voorkomen dat vis met te hoge gehalten dioxine en PCB worden verhandeld en geconsumeerd. Dit kan een ernstig gevaar voor de gezondheid opleveren. [appellant] beschikte over vergunningen voor vissen met vaste vistuigen in de havens van IJmuiden (documentnummers 58462, 58486 en 58630). De havens van IJmuiden en de toeleidingskanalen naar het Noordzeekanaal tot de meest zeewaarts gelegen waterkeringen waren sinds 1 april 2011 opgenomen in voornoemde bijlage 15. Bij besluiten van 4 mei 2011 heeft de staatssecretaris die vergunningen ingetrokken op grond van artikel 23b van de Uitvoeringsregeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2895
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202504090/1/A2

202504884/1/A3

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht een door [appellant] verbeurde dwangsom van € 2.500,00 ingevorderd. Op 23 februari 2022 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:44, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht (APV). De last houdt in dat [appellant] geen inbrekerswerktuigen mag vervoeren of bij zich mag hebben op een openbare plaats in de gemeente Dordrecht. Bij elke overtreding verbeurt [appellant] een dwangsom van € 2.500,00 met een maximum van € 10.000,00. Uit een bestuurlijke rapportage van de Politie Eenheid Rotterdam, Basisteam Drechtsteden Binnen van 13 november 2023 (bestuurlijke rapportage) volgt dat op 27 oktober 2023 omstreeks 01:20 uur politieambtenaren een melding ontvingen over een man die over straat zou zwalken en onder invloed zou zijn. Ter plaatse werd [appellant] herkend. [appellant] werd aangetroffen met inbrekerswerktuigen, namelijk een tas met een kleine betonschaar, kniptang, platkop schroevendraaier, handschoenen en een fietstas met een moersleutel, inbussleutels, dopsleutel en een klein breekijzer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2891
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504884/1/A3
vorige pagina1...567...1.251volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon