Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.678
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503417/1/V2 en 202503417/2/V2

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. F.S. Boedhoe, advocaat in Dronten, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2914
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503417/1/V2 en 202503417/2/V2

202503558/2/V2

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 18 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2916
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503558/2/V2

BRS.25.000570

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2885
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000570

BRS.25.000631

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2886
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000631

BRS.25.000647

Bij besluit van 16 februari 2024, aangevuld bij besluit van 23 augustus 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2889
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000647

BRS.25.000692

Bij besluit van 23 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2887
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000692

BRS.25.000702

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van betrokkene achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2891
Datum uitspraak
30 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000702

202204771/1/V1

Bij besluit van 16 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2894
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202204771/1/V1

202502652/1/V3

Bij besluit van 10 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2895
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502652/1/V3

202503368/1/V2 en 202503368/2/V2

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 4 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D.S. Harhangi-Asarfi, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2908
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503368/1/V2 en 202503368/2/V2

202407766/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Schinkelkwadrant-Noord" vastgesteld. Het gaat in deze zaak over het bestemmingsplan "Schinkelkwadrant-Noord". Dit plan voorziet in de transformatie van bestaande leegstaande kantoren in 124 woningen, waarvan 108 appartementen. Het plan maakt onderdeel uit van "Urban Living". Dat is een grootschalige ontwikkeling in het centrum van Heerlen. [appellant] woont in het appartementencomplex De Veste I, op een afstand van ongeveer 29,4 meter van het plangebied. Hij stelt dat uitvoering van het plan zijn woon- en leefklimaat ernstig schaadt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3015
Datum uitspraak
27 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202407766/1/R1

202304404/1/V2

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2871
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202304404/1/V2

202402016/1/V3

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 9 februari 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2874
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402016/1/V3

202402030/1/V3

Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 6 maart 2024 ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2877
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402030/1/V3

202402523/1/V3

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2876
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402523/1/V3

202407691/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2878
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407691/1/V3

202407695/1/V3

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2883
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407695/1/V3

202407699/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2882
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407699/1/V3

202407710/1/V3

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2881
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407710/1/V3

202407715/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2880
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407715/1/V3

202502441/2/A3

De Stichting Regionale Omroep Brabant heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel verzocht om openbaarmaking van documenten over [verzoekster] op grond van de Wet open overheid. De Stichting Regionale Omroep Brabant vraagt om ‘toezicht documenten, waaronder die van de omgevingsdienst; handhavingsdocumenten, vergaderstukken, waaronder besluiten, besluitenlijsten en notulen; rapporten, adviezen en datasets’ van 1 november 2019 tot 14 juli 2023. Het college heeft bij besluit van 28 mei 2024 het verzoek deels toegewezen. Bij besluit van 30 januari 2025 heeft het college het bezwaar van [verzoekster] gegrond verklaard en het besluit van 28 mei 2024 herroepen omdat een aantal van de openbaar te maken documenten processtukken betreffen die buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. Het college heeft daarom besloten om minder documenten openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3280
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502441/2/A3

202502965/2/A3 en 202502965/3/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 24 april 2025 van de rechtbank Amsterdam. De minister van Financiën en Gasunie en GTS hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De minister en Gasunie en GTS voeren aan dat het openbaar maken van de gevraagde documenten tot onomkeerbare gevolgen leidt die de hogerberoepsprocedure zinledig maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2928
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502965/2/A3 en 202502965/3/A3

202503057/2/A3

[wederpartij] heeft de raad van bestuur van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek verzocht om openbaarmaking van documenten over cryptografie onderzoek, verslagen en rapporten van onderzoek bij en door RVO/TNO, verricht tussen de jaren 1946 en 1975. TNO heeft dit verzoek afgewezen en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de gevraagde onderzoeksgegevens niet onder het bereik van de Wet open overheid vallen. Daarnaast zijn de gevraagde documenten gerubriceerd. In verband met de veiligheid van de staat kunnen deze documenten niet worden gedeeld, aldus TNO. TNO heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3012
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202503057/2/A3

202503246/1/V3 en 202503246/2/V3

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellante om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2879
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503246/1/V3 en 202503246/2/V3

202503278/1/V2 en 202503278/2/V2

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2875
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503278/1/V2 en 202503278/2/V2

202503289/1/V3

Bij besluit van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2873
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503289/1/V3

202503355/1/V3 en 202503355/2/V3

Bij besluit van 17 oktober 2024, aangevuld bij besluit van 15 januari 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2808
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503355/1/V3 en 202503355/2/V3

202503386/1/V2 en 202503386/2/V2

Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2872
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503386/1/V2 en 202503386/2/V2

202503394/1/V2 en 202503394/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2893
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503394/1/V2 en 202503394/2/V2

202503398/1/V2 en 202503398/2/V2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2870
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503398/1/V2 en 202503398/2/V2

202403062/2/A2

Ten aanzien van zaak nr. 202403062/1/A2, die op 2 juli 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. B.P. Vermeulen die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 25 juni 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat bij de voorbereiding van bovenvermelde zaak is gebleken dat hij als lid van de Afdeling advisering van de Raad van State heeft geadviseerd over de wetsvoorstellen die geleid hebben tot de Huisvestingswet 2014 en tot de wijziging van die wet, in werking getreden in 2024. De rechtsvragen die in de bovengenoemde zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voorliggen, hebben mogelijk overlap met de adviezen die de Afdeling advisering over de betreffende wetsvoorstellen heeft gegeven. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het hoger beroep te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2869
Datum uitspraak
26 juni 2025
  • Verschoning
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403062/2/A2

202402332/1/V1

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2809
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402332/1/V1

202402948/1/V1

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2812
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402948/1/V1

202403726/1/V1

Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2818
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403726/1/V1

202403934/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. D.H. Yabasun, advocaat in Amsterdam en vervolgens door mr. E. Arslan, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 3 juni 2024 in zaak nr. NL24.15218.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2819
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403934/1/V1

202407737/1/V3

Bij besluit van 23 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2820
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407737/1/V3

202407780/1/V3

Bij besluit van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2821
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407780/1/V3

202407874/1/V3

Bij besluit van 6 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2822
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407874/1/V3

202407947/1/V3

Bij besluit van 30 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2823
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407947/1/V3

202501022/1/V3

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2824
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501022/1/V3

202501181/1/V3

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2825
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501181/1/V3

202501181/2/V3

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2826
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501181/2/V3

202502176/2/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [verzoekster] een boete opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet, besloten inspectiegegevens openbaar te maken en een waarschuwing gegeven voor preventieve stillegging van de werkzaamheden. De rechtbank heeft bij uitspraak van 6 maart 2025 het door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat de minister de overtreding van artikel 4.48a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit aan heeft mogen merken als een zware overtreding. De minister mocht daarom overgaan tot het openbaar maken van de inspectiegegevens. Het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster] strekt ertoe dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Volgens [verzoekster] mag de minister overgaan tot openbaarmaking van de inspectiegegevens omdat het hoger beroep geen schorsende werking heeft en heeft openbaarmaking van deze gegevens onomkeerbare gevolgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2814
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502176/2/A3

202502955/1/V1

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om appellant 1 een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2817
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502955/1/V1

202503271/1/V3 en 202503271/2/V3

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2810
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503271/1/V3 en 202503271/2/V3

202503311/1/V2 en 202503311/2/V2

Bij besluit van 31 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2811
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503311/1/V2 en 202503311/2/V2

202503350/1/V3

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2816
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503350/1/V3

202503399/1/V3

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2815
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503399/1/V3

202503448/2/V2

Bij besluit van 3 november 2024, aangevuld bij besluit van 19 januari 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2813
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503448/2/V2

BRS.24.000414

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 7 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. K. Mohasselzadeh, advocaat in Voorburg, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2786
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000414

BRS.25.000220

Bij besluit van 2 februari 2025 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 20 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2754
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000220

BRS.25.000568

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2779
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000568

BRS.25.000571

Bij besluit van 8 maart 2025 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat in Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2778
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000571

BRS.25.000639

Bij besluit van 17 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 22 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2782
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000639

BRS.25.000641

Bij besluit van 27 november 2024, aangevuld op 3 april 2025, heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 21 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2781
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000641

BRS.25.000660

Bij besluit van 4 november 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2784
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000660

BRS.25.000683

Bij besluit van 12 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 september 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2790
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000683

BRS.25.000710

Bij besluiten van 21 maart 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. S.A.S. Jansen, advocaat in Apeldoorn, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2788
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000710

BRS.25.000712

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, ingewilligd. Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming ervan een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2783
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000712

202200497/1/R4

Bij besluit van 23 november 2021 heeft de raad van de gemeente Beuningen het bestemmingsplan "Windpark Beuningen" vastgesteld. Bij besluit van 13 december 2021 heeft het college van B en W een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de bouw en het oprichten en in werking hebben van een windpark met vijf windturbines. Bij besluit van 13 december 2021 heeft het college van GS een ontheffing verleend voor het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming als gevolg van de aanleg en het in gebruik hebben van een windpark met vijf windturbines. De gecoördineerd voorbereide besluiten maken de ontwikkeling en het gebruik van het windpark Beuningen mogelijk. Het windpark bestaat uit vijf windturbines met een maximale tiphoogte van 245 m. Het windpark is gelegen in de gemeente Beuningen, ten zuiden van de A73 en ter hoogte van het knooppunt Ewijk, waar de A73 en de A50 elkaar kruisen. De windturbines zijn parallel aan de A73 voorzien. De windturbineopstelling wordt onderbroken door de A50, met ten westen daarvan twee windturbines en ten oosten daarvan drie windturbines.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2855
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202200497/1/R4

202203001/1/R2

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het bestemmingsplan "Eeneind 2018" vastgesteld. Het plan betreft een actualisatie van de bestemmingsplannen in het dorp Eeneind in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Het plangebied beslaat onder andere de ten zuiden van de kern Nuenen gelegen dorpskern Eeneind, alsmede de bedrijventerreinen die zich gaandeweg ten zuiden van de spoorlijn tussen Eindhoven en Helmond hebben ontwikkeld. [gemachtigde B] en [gemachtigde A] wonen aan de Kruisakker 8 in Nuenen. [gemachtigde B] is eigenaar van de gronden, kadastraal bekend gemeente Nuenen, sectie C, nrs. 3465, 3466, ,3468, 3469, 3470, 3892, 3894, 3895 en 4232. [appellante] exploiteert hier een autobeklederij. Zij vreest dat haar bedrijfsvoering door de verwezenlijking van het plan wordt beperkt. [appellante] betoogt dat onduidelijk is welke milieucategorie van bedrijven op het perceel 3469 is toegestaan. Zij wijst erop dat aan dit perceel niet de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" is toegekend, maar wel de aanduidingen "specifieke vorm van gemengd - autobeklederij" en "specifieke vorm van gemengd - caravanstalling".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2840
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202203001/1/R2

202204871/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht het verzoek van [appellant] om zich tijdelijk te mogen laten vervangen op de zaterdagmarkt in Dordrecht door [persoon] afgewezen. In een besluit van 9 oktober 2013 heeft het college aan [appellant] een standplaatsvergunning verleend voor een marktstandplaats voor de zaterdagmarkt in de gemeente Dordrecht. De vader van [appellant] is vergunninghouder van een standplaats op een markt in Brabant. De vader van [appellant] is echter op leeftijd en heeft gezondheidsproblemen. Een besmetting met het coronavirus kan hem fataal zijn. [appellant] wil zijn vader daarom graag vervangen op de markt in Brabant. Om die reden heeft [appellant] op 14 mei 2020 een verzoek bij het college ingediend om zich op de zaterdagmarkt in Dordrecht te laten vervangen door [persoon]. In een besluit van 4 juni 2020 heeft het college dit verzoek afgewezen, omdat volgens de Marktverordening een vergunninghouder zich alleen in geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan laten vervangen. Van een bijzondere omstandigheid is volgens het college geen sprake.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2851
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204871/1/A3

202205291/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de burgemeester van Gouda de aan [appellant] verleende exploitatievergunning en drank- en horecavergunning voor het horecabedrijf ‘[naam horecabedrijf]’ in Gouda ingetrokken. [appellant] is eigenaar van [horecabedrijf]. Uit een bestuurlijke rapportage van 28 maart 2019, opgemaakt in het kader van het landelijk strafrechtelijk onderzoek ‘Kassa’ van de Kansspelautoriteit, blijkt dat er een cash center in [horecabedrijf] in beslag is genomen. Bij de doorzoeking van het pand heeft de politie tevens een plastic zakje met 9,7 gram hasj aangetroffen. De burgemeester heeft op 4 september 2019 besloten [horecabedrijf] te sluiten voor de duur van negen maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet en artikel 2:17, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009. Vervolgens heeft de burgemeester op 1 juli 2020 de exploitatievergunning en DHW-vergunning ingetrokken. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 6 juli 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1916) geoordeeld dat de burgemeester op grond van de Opiumwet het pand mocht sluiten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester mocht overgaan tot intrekking van de vergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2859
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202205291/1/A3

202206670/1/R4

Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college aan [appellant B] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van zeven appartementen en twaalf herenhuizen inclusief commerciële ruimten aan de Spinaker 1 t/m 37 (oneven nummers) in Loosdrecht. [appellant B] heeft op 24 november 2020 een aanvraag ingediend voor het realiseren van zeven appartementen en twaalf herenhuizen, waarvan een deel gecombineerd met commerciële ruimten op de begane grondlaag, op de bouwlocatie. Het project op de bouwlocatie maakt deel uit van het project "Porseleinhaven 3e fase". Ter plaatse gelden de bestemmingsplannen "Dorpscentrum Oud-Loosdrecht" (hierna: het bestemmingsplan) en "Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019". [appellant A] is het niet eens met het besluit van 19 oktober 2021. Hij vreest dat er als gevolg van het bouwplan onvoldoende parkeerplaatsen overblijven voor de jachthaven die hij wenst te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2853
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206670/1/R4

202206745/1/A3

Bij besluiten van 17 december 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beslist op verzoeken van het kerkgenootschap en anderen om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en documenten openbaar gemaakt. Het kerkgenootschap en anderen hebben de minister in de periode van eind oktober tot en met begin november 2020 bij afzonderlijke brieven verzocht om op grond van de Wob documenten openbaar te maken over het door de Universiteit Utrecht verrichte onderzoek naar seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen het kerkgenootschap, dat heeft geleid tot het rapport Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van Jehova’s Getuigen van 11 december 2019. Het kerkgenootschap en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister voldoende inzicht heeft gegeven in hoe hij naar relevante documenten heeft gezocht. Hierbij voeren zij aan dat de minister alleen heeft gezocht naar correspondentie van en naar het ministerie, terwijl de verzoeken ook zien op notities, agenda’s, gespreks- of telefoonnotities, rapportages, beoordelingen, WhatsApp-berichten en sms-berichten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2839
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206745/1/A3

202300248/1/V6

Bij besluit van 11 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt van Palestijnse afkomst te zijn en geboren te zijn op [geboortedatum 1] 1981 in Rafah in de Gazastrook. In 1997 is hij naar Nederland gekomen. In 2007 is hij in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft zich daarbij gebaseerd op een individueel ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van 16 maart 1999. In dit ambtsbericht staat dat [appellant] is geboren op [geboortedatum 2] 1973 en niet op de door hem opgegeven geboortedatum van [geboortedatum 1] 1981.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2844
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202300248/1/V6

202301116/1/A3

Bij besluit van 27 augustus 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een verzoek van [appellant] om, voor zover hier van belang, openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Bij brief van 10 juli 2020 heeft [appellant] de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verzocht om alle beslissingen van de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg van voor 2010 op grond van de Wob openbaar te maken. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de minister heeft onderschreven dat de Wob niet van toepassing is op de beslissingen van de tuchtcolleges. Hierbij voert hij aan dat de minister afschriften van de beslissingen in bezit heeft en dat het van belang is, onder meer vanuit het oogpunt van het recht op een eerlijk proces, dat een ieder, en met name degenen die onder het medisch tuchtrecht vallen, daarvan kennis kunnen nemen. Verder wijst hij erop dat het hier niet gaat om een verzoek aan de tuchtcolleges op grond van artikel 77 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg maar om een Wob-verzoek aan de minister. Hij verzoekt de Afdeling om over de zaak advies te vragen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2838
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301116/1/A3

202302209/1/A2

Bij verschillende besluiten heeft de RDW aan [bedrijf] betalingsverplichtingen opgelegd voor 24 voertuigen. Bij besluit van 15 juni 2020 heeft de RDW de door [bedrijf] daartegen gemaakte bezwaren, voor zover gericht tegen die betalingsverplichtingen, ongegrond verklaard en voor het overige niet-ontvankelijk. [appellant] heeft in het hogerberoepschrift verklaard dat hoger beroep wordt ingesteld namens [bedrijf]. [appellant] heeft daarbij geen toereikende machtiging overgelegd. Kort voor de zitting van de Afdeling heeft hij schriftelijk laten weten zich terug te trekken als gemachtigde van [bedrijf]. De Afdeling heeft de behandeling van de zaak aangehouden en [bedrijf] bij aangetekend verzonden brief van 31 maart 2025 verzocht om binnen vier weken na dagtekening van deze brief schriftelijk kenbaar te maken of zij de procedure wenst voort te zetten en het hogerberoepschrift voor haar rekening neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2828
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202302209/1/A2

202302281/1/A3

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de raad van de gemeente Veldhoven een verzoek van [appellante] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur buiten behandeling gesteld. Bij brief van 16 juli 2021 heeft [appellante] verzocht om openbaarmaking op grond van de Wob van alle informatie betreffende de presidiumvergadering van 30 juni 2021. [appellante] betoogt dat de raad ten onrechte niet een e-mail van [appellante] aan het presidium van 13 oktober 2021, een concept-verslag van de digitale presidiumvergadering van 13 oktober 2021, de ‘Memo Presidiumvergadering d.d. 15 september 2021’ en de opdracht van de burgemeester om de geluidsopname te wissen als op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank heeft gestuurd. Uit deze documenten blijkt volgens [appellante] dat niet het presidium, maar de burgemeester heeft besloten om de geluidsopname te wissen. Zij vindt het belangrijk dat wordt vastgesteld dat de burgemeester dit heeft besloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2856
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202302281/1/A3

202302935/1/A3

Bij besluit van 7 december 2020 heeft de burgemeester van Winterswijk de woning van [wederpartij] van 14 december 2020 tot en met 3 januari 2021 gesloten. Op 29 oktober 2020 heeft de politie naar aanleiding van een melding over vuurwerk een controle uitgevoerd in de woning van [wederpartij] en op het bijbehorende erf. Daar is een grote hoeveelheid illegaal zwaar vuurwerk aangetroffen. De politie heeft hiervan een bestuurlijke rapportage opgesteld waarin is vermeld dat in totaal 260 kilogram illegaal zwaar vuurwerk is aangetroffen in de schuur, schuurzolder, keuken, trapkast en op de zolder van de woning. Ook trof de politie op de zolder van de schuur een gaspistool aan. Het vuurwerk en het gaspistool zijn op dezelfde dag in beslag genomen. Het vuurwerk valt onder professioneel vuurwerk en de opslag daarvan moet aan veiligheidsvoorwaarden voldoen. Daarbij geldt een veiligheidsafstand zoals opgenomen in bijlage 3 van het Vuurwerkbesluit. Hierin staat dat geen kwetsbare objecten in een straal van 400 meter om de opslag aanwezig mogen zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2836
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302935/1/A3

202303044/1/A2

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen de aanvraag van Van der Valk en Vlamovensteenfabriek om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Aan de Burgemeester Omtaweg 4 in Zuidbroek is een hotelcomplex van Van der Valk gevestigd. Dit hotel is in eigendom van en wordt beheerd door Hotel Zuidbroek B.V., waarvan Zuidbroek Beheer B.V. de enig aandeelhouder is. De naastgelegen gronden zijn in eigendom van Vlamovensteenfabriek B.V., waarvan Van der Valk International B.V. de enig aandeelhouder is. Van der Valk en Vlamovensteenfabriek hebben het college op 4 maart 2020 gezamenlijk verzocht om tegemoetkoming in de planschade die zij stellen te hebben geleden door de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan. De gronden rondom de Burgemeester Omtaweg 4 vielen voorheen onder het bestemmingsplan ‘Motelcomplex Van der Valk’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2845
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303044/1/A2

202303238/1/R1

Bij besluit van 9 november 2022 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het verzoek van [appellant] van 30 maart 2022 om het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Krawinkel" te herzien, afgewezen. [appellant] is eigenaar van het bedrijfspand [locatie] in Geleen. Het pand is opgericht als autoshowroom en staat al geruime tijd leeg. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Krawinkel". Op grond van artikel 4.1 van de regels van het bestemmingsplan is ter plaatse detailhandel toegestaan, voor zover het gaat om auto’s, boten en caravans, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen. [appellant] heeft de raad verzocht om de branchebeperkende regels uit het bestemmingsplan te schrappen, om de verhuurbaarheid van zijn pand te vergroten. Volgens hem voldoen de branchebeperkende regels namelijk niet aan de eisen van artikel 15, derde lid, van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt. De raad heeft het verzoek van [appellant] afgewezen. Hij stelt zich op het standpunt dat uitbreiding van de mogelijkheden voor detailhandel niet past binnen het Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek 2023-2030.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2861
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202303238/1/R1

202303452/1/R4

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel het wijzigingsplan "Ammerzoden wijziging 2022, [locatie 1]" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de bouw van één vrijstaande woning in het achtererfgebied van het woonperceel aan de [locatie 1] in de kern Ammerzoden, gemeente Maasdriel. Het wijzigingsplangebied is inmiddels afgesplitst van dat woonperceel en heeft de adresaanduiding [locatie 2] gekregen. Het wijzigingsplangebied heeft een oppervlakte van 490 m² en grenst aan de zuidzijde aan de doodlopende weg Molenerf. [partij A] en [partij B] zijn de eigenaars van het wijzigingsplangebied. De woning waarin het wijzigingsplan voorziet, is inmiddels gerealiseerd. [appellant] woont aan de [locatie 3], naast de woning aan de [locatie 1]. Een gedeelte van het achtererfgebied van [appellant] grenst aan de noordzijde van het wijzigingsplangebied. De kleinste afstand tussen die erfgrens en de woning van [appellant] is ongeveer 12 m. De kleinste afstand tussen die erfgrens en het bouwvlak is ongeveer 4,7 m. [appellant] kan zich niet met het wijzigingsplan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2849
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202303452/1/R4

202304069/1/R1

Bij besluit van 10 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Darkstores" (hierna: het parapluplan) vastgesteld. Met het parapluplan wordt de vestiging van zogenoemde darkstores in een groot gedeelte van Amsterdam planologisch niet meer rechtstreeks toegelaten, maar alleen via een omgevingsvergunning tot (binnenplanse) afwijking van het bestemmingsplan. Aanleiding daarvoor is de toename van flitsbezorging vanuit darkstores en daarmee samenhangende overlast voor bewoners en ondernemers door transportbewegingen van de koeriers, het laden en lossen, het parkeren van (brom)fietsen op straat en het rumoer van de flitsbezorgers. Flink is het oneens met de vaststelling van het plan. Zij heeft verschillende vestigingen in Amsterdam waar boodschappen en andere dagelijkse producten worden verkocht. Zij biedt (ook) flitsbezorging aan. Flink betoogt dat artikel 2.2 van het parapluplan in strijd is met de Dienstenrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2848
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202304069/1/R1

202304083/1/A3

Bij besluit van 2 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maassluis met ingang van 4 februari 2022 in de basisregistratie personen geregistreerd dat [appellante] met onbekende bestemming is vertrokken. [appellante] stond ingeschreven in de brp op het adres van de woning aan de [locatie] in Maassluis. Zij huurde deze woning van de woningstichting Maasdelta. Op 29 november 2021 heeft het college van de woningstichting een melding ontvangen voor het opstarten van een adresonderzoek. De aanleiding voor die melding was dat de woningstichting, na een melding te hebben ontvangen van omwonenden, op meerdere momenten controles heeft uitgevoerd op het adres, waarbij [appellante] niet werd aangetroffen. Het college heeft in de brp geregistreerd dat [appellante] met onbekende bestemming is vertrokken, omdat zij niet kon worden bereikt op het adres, van haar geen aangifte van wijziging van adres of vertrek is ontvangen en na een adresonderzoek niet kon worden vastgesteld dat [appellante] nog woonde op het adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2827
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202304083/1/A3

202304502/1/R2

Bij besluit van 22 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een speelplaats met een kabelbaan en een speelcombinatie. De gemeente heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van twee nieuwe speeltoestellen aan de rand van een reeds bestaande speelplaats, gelegen aan de Vierde Buitenpepers te ‘s-Hertogenbosch. De gemeente is eigenaar van de speelplaats. De speeltoestellen hebben een hoogte van respectievelijk 3,88 m en 3,72 m. Volgens het geldende bestemmingsplan "Noord" is de toegestane bouwhoogte maximaal 3 m. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. Het college heeft toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1°, van de Wabo, gelezen in samenhang met de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van artikel 32, onder c, van de planregels. [appellant] woont aan de [locatie]. Zijn woning ligt tegenover de speeltuin. De afstand tussen de speeltoestellen en zijn woning bedraagt respectievelijk ongeveer 41 m (speelcombinatie) en 53 m (kabelbaan).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2858
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304502/1/R2

202305492/1/R2

Bij besluit van 7 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nuenen, Gerwen en Nederwetten aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk gebruiken van percelen aan de Rullen, kadastraal bekend als gemeente Nuenen, sectie B, nummers 3295 en 3296, voor een hondenuitlaatservice en het plaatsen van een tijdelijk hekwerk. [appellante] is eigenaresse van de percelen. Deze percelen zijn met een hek omheind en worden al sinds jaren gebruikt voor het bedrijfsmatig uitlaten van honden. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Nuenen". Op de percelen rust de bestemming "Natuur". De percelen hebben samen een oppervlakte van ongeveer 2 hectare en liggen in de Stiphoutse bossen, een natuurgebied van honderden hectare groot. Het gebied maakt onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant. Het bedrijfsmatig uitlaten van honden op de percelen en het met het oog op dat gebruik omheinen van de percelen is in strijd met het bestemmingsplan. Hiervoor heeft het college een omgevingsvergunning verleend. [partij C] en de Stichting zijn het daar niet mee eens. Zij vrezen voor nadelige gevolgen voor de natuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2847
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202305492/1/R2

202305505/1/R1

Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen heeft omgevingsvergunning verleend voor de bouw van het Grand Hotel Britannia dat voorziet in 205 hotelkamers en hotelappartementen met bijbehorende voorzieningen zoals restaurants, wellness- en fitnessruimten alsmede parkeervoorzieningen op de locatie Boulevard Evertsen 244 in Vlissingen. [appellant] woont in de nabijheid van het te bouwen hotel en vreest onder meer verkeer-, parkeer- en windhinder, alsmede een afname van de bezonning van zijn woning en tuin, als gevolg daarvan. Het bouwplan betreft de herontwikkeling van het voormalige Grand Hotel Britannia. Het bouwplan is in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen "Boulevard, 5e herziening" en "Boulevard, 8e herziening". De strijd met de bestemmingsplannen ziet op de bouwhoogte, het plaatsen en realiseren van (verplaatsbare) schermen tot een hoogte van 3 meter aan de voorgevel aan de zijde van de Boulevard, het bouwen van een parkeergarage boven het peil van 7.70 meter + N.A.P. tot maximaal 9 meter + NAP en het realiseren van balkons (aan de voorzijde en achterzijde) voor zover geprojecteerd boven gronden met de bestemming 'Verkeersdoeleinden - Verblijfsgebied'.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2857
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305505/1/R1

202307119/1/A3

Bij besluit van 30 april 2023 heeft de burgemeester van Zwolle aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen. In de nacht van 29 op 30 april 2023 is de politie twee keer op het woonadres van [appellant] en zijn vrouw geweest. Het eerste contact kwam voort uit de melding van de broer van de vrouw, die met de vrouw aan het videobellen was en geconfronteerd werd met het feit dat zijn zus tijdens het gesprek geslagen werd door haar man, waarna de verbinding werd verbroken en er geen contact meer met de vrouw te krijgen was. Op het moment dat de politie verscheen heeft de vrouw erkend door de man geslagen te zijn. Veel huisraad was ook vernield, in de woonkamer zaten gaten in de muur en de vrouw had verwondingen aan haar bovenbeen. Later in de nacht is de politie teruggekeerd naar aanleiding van een melding van de vrouw dat de man haar had bedreigd met een mes. Daarop is de man aangehouden voor bedreiging omdat er nog vier kinderen in de woning aanwezig waren. De burgemeester van Zwolle heeft [appellant] een huisverbod opgelegd op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2860
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202307119/1/A3

202307778/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aan de VvE bij besluit van 27 mei 2019 opgelegde last onder dwangsom gewijzigd. In geschil is of de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar, het beroep en het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft overwogen dat het college terecht de door de VvE in verband met de behandeling van het bezwaar gemaakte kosten niet heeft vergoed, omdat Dielbandhoesing - gemachtigde van de VvE - lid is van de VvE en hij dus zijn eigen belangen heeft behartigd, zodat geen sprake is van door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om het college te veroordelen in de kosten die de VvE heeft gemaakt in verband met de behandeling van het beroep en het verzoek om schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2832
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307778/1/A2

202400078/1/A2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft de minister geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een openstaande hoofdsom van in totaal € 5.052,48 van twee bij Wehkamp Finance B.V. afgesloten doorlopende kredieten. De minister heeft dit bij het besluit van 9 september 2022, zoals gehandhaafd bij het besluit van 22 februari 2023, geweigerd, omdat de hoofdsom niet voor 1 juni 2021 opeisbaar is. [appellante] betoogt dat de rechtbank het besluit van 22 februari 2023 ten onrechte heeft getoetst aan de Wht in plaats van het Besluit. Doordat artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft zijn er minder mogelijkheden om rechtsbescherming te vinden. Zo kan de regeling van de overname van private schulden niet meer aan artikel 3:4, tweede lid, en artikel 4:84 van de Awb worden getoetst. In de memorie van toelichting bij de Wht is bovendien niet gemotiveerd waarom artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft tot en met 29 oktober 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2843
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400078/1/A2

202400392/1/A3

Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht de standplaatsvergunning van [appellant] voor de weekmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht voor vier marktdagen ingetrokken. Bij een besluit van 18 februari 2015 heeft het college aan [appellant] een standplaatsvergunning verleend voor een marktstandplaats op de weekmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht. [appellant] verkoopt vis op deze markt. Het college heeft verschillende keren geconstateerd dat [appellant] zich op de markt heeft laten vervangen door de heer [persoon]. Op 25 november 2021 heeft het college daarom besloten [appellant] een sanctie op te leggen voor het niet persoonlijk innemen van de standplaats. De sanctie strekte tot intrekking van zijn standplaatsvergunning voor de weekmarkt in Hendrik-Ido-Ambacht voor de duur van vier dagen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat artikel 12, eerste en derde lid, van de Marktverordening niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2850
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400392/1/A3

202401722/1/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de minister geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft verzocht om overname van twee openstaande schulden. De minister heeft dit bij het besluit van 4 november 2022, zoals gehandhaafd bij het besluit van 22 mei 2023, geweigerd, omdat het gaat om informele schulden die niet zijn vastgelegd in een notariële akte en aan deze schulden geen gerechtelijk vonnis ten grondslag ligt. Daarnaast is niet gebleken dat er afspraken zijn gemaakt over de terugbetaling van de leningen, waardoor niet is aangetoond dat sprake is van een opeisbare achterstand op deze leningen, aldus de minister. [appellante] betoogt dat de rechtbank het besluit van 22 mei 2023 aan het Besluit in plaats van aan de Wht had moeten toetsen. Doordat artikel 4.1 van de Wht terugwerkende kracht heeft zijn er minder mogelijkheden om rechtsbescherming te vinden. Zo kan de regeling van de overname van private schulden niet meer aan artikel 3:4, tweede lid, en artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht worden getoetst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2842
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401722/1/A2

202402988/1/A3

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een boete opgelegd van € 16.875,00 omdat zij geen deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden heeft gevoerd. [appellante] stelt arbeidskrachten beschikbaar aan bedrijven in de bloemenbranche. Na een melding van één van de arbeidskrachten hebben arbeidsinspecteurs onderzoek gedaan. Tijdens hun onderzoek hebben zij aangifte gedaan van mogelijke valsheid in geschrifte. Het Openbaar Ministerie is daarop een strafrechtelijk onderzoek gestart en gegevens van [appellante] gevorderd. Het OM heeft het strafrechtelijke onderzoek gestopt zonder een straf te vorderen. De arbeidsinspecteurs zijn wel verder gegaan en hebben een boeterapport opgesteld. Daarin is vastgesteld dat de registratie van de arbeids- en rusttijden ondeugdelijk is. [appellante] voert aan dat het besluit om de boete op te leggen niet correct tot stand is gekomen. Volgens haar hebben de arbeidsinspecteurs strafrechtelijke onderzoeks- en opsporingsbevoegdheden misbruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2846
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202402988/1/A3

202403386/2/A2

Tijdens de zitting op 10 juni 2025 heeft ME Vereniging Nederland verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202403386/1/A2. Verzoekster heeft, samengevat, aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat, als gevolg van de gang van zaken op de zitting van 10 juni 2025, de staatsraad bij haar de indruk heeft gewekt vooringenomen te zijn. Zij betoogt dat de staatsraad onvoldoende aandacht aan de zaak heeft besteed en niet oplossingsgericht heeft gehandeld door de zitting af te ronden, terwijl het geschil volgens haar groter is dan tijdens de bespreking aan de orde was gesteld. Verzoekster had nog uren nodig om aan te kunnen voeren wat zij relevant vindt. Volgens haar is er onvoldoende rekening gehouden met haar schriftelijke verzoek voorafgaand aan de zitting op 10 juni 2025 dat haar vertegenwoordiger medische complicaties heeft en dat het geschil niet met een enkele zitting kan worden afgedaan. Bovendien vindt zij dat de staatsraad onvoldoende kritische vragen heeft gesteld aan verweerder en ook onvoldoende heeft doorgevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2794
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403386/2/A2

202403684/1/R4

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van gevelindelingen op het perceel [locatie 1] in Lexmond. [verzoekster] woont op het perceel [locatie 2] in Lexmond. Voor het perceel [locatie 1] in Lexmond is een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigingen van gevelindelingen. Door de verlening van de omgevingsvergunning is het mogelijk geworden om op het perceel [locatie 1] een erker te realiseren. Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 8 november 2023 is de omgevingsvergunning onherroepelijk geworden. [verzoekster] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht die uitspraak te herzien. Bij uitspraak van 10 januari 2024, in zaak nr. 202307059/2/R4, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak dat verzoek om herziening, met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, afgewezen. Het daartegen gerichte verzet heeftde Afdeling bestuursrechtspraak bij uitspraak van 4 juni 2024, in zaak nr. 202307059/3/R4, ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2834
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Herziening
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202403684/1/R4

202403721/1/A2

Bij besluit van 2 december 2013 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rivierenland een verzoek van [verzoekster] om handhavend op te treden tegen [belanghebbende], wegens het dempen van een watergang, afgewezen. Het college heeft in een besluit van 8 april 2008 aan [belanghebbende] ontheffing verleend van de verbodsbepaling van de Keur voor waterkeringen en wateren van Waterschap Rivierenlanden voor het dempen van B-watergang 03630. Aan de ontheffing is de verplichting verbonden dat het verlies aan waterberging als gevolg van de demping wordt gecompenseerd door verbreding van de B-watergangen 036314 en 036299. [verzoekster] heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen de demping van de watergang. Dat handhavingsverzoek heeft het college afgewezen. De afwijzing van het handhavingsverzoek is uiteindelijk in de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 in stand gebleven en is daarmee onherroepelijk geworden. [verzoekster] heeft in het vervolg van de uitspraak van 5 oktober 2016 de Afdeling herhaaldelijk verzocht die uitspraak te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2837
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403721/1/A2

202403745/1/R4

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren van de gemeente Vijfheerenlanden" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren van de gemeente Vijfheerenlanden" heeft kort gezegd betrekking op de onderwerpen "Wonen" en "Parkeren" in de gemeente Vijfheerenlanden. Bij uitspraak van 26 april 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoekster] tegen het bestemmingsplan ongegrond verklaard. Het plan is daarmee onherroepelijk geworden. [verzoekster] heeft in het vervolg van de uitspraak van 26 april 2022 herhaaldelijk verzocht die uitspraak of een daaraan gerelateerde uitspraak te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2833
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Herziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202403745/1/R4

202403804/1/R4

Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en vergroten van de woning aan [locatie 1] in Lexmond. [verzoekster] woont op het perceel [locatie 2] in Lexmond. Voor het perceel [locatie 1] in Lexmond is een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en vergroten van de woning op het perceel. Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 11 november 2020 is de omgevingsvergunning onherroepelijk geworden. [verzoekster] heeft in het vervolg van de uitspraak van 11 november 2020 de Afdeling meerdere malen verzocht die uitspraak en de uitspraak van 3 juni 2020 te herzien. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft zich in verschillende uitspraken gebogen over de door [verzoekster] ingediende verzoeken om herziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2835
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Herziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403804/1/R4

202403912/1/R4

Bij besluit van 24 juni 2013 heeft de raad van de gemeente Zederik (nu: Vijfheerenlanden)(hierna: de raad) het bestemmingsplan "Buitengebied Zederik" vastgesteld. Bij uitspraak van 13 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1505, heeft de Afdeling onder meer het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij besluit van 29 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Zederik" gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2831
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Herziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202403912/1/R4

202404648/1/A2

[appellante] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid. Op 26 april 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van [appellante] een gezondheidsverklaring ontvangen ter verkrijging van een verklaring van rijgeschiktheid. Naar aanleiding daarvan heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellante] verwezen voor een 75+ keuring. Uit het verslag van de keurend arts bleek dat beide ogen van [appellante] niet voldoen aan het bepaalde in artikel 3.2.1 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft [appellante] daarom verwezen naar een oogarts. Bij brief van 9 oktober 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellante] medegedeeld geen besluit te kunnen nemen wegens het ontbreken van gegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2830
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202404648/1/A2

202404745/1/A2

Bij e-mailbericht van 12 juli 2023 heeft de vice-decaan Onderwijs van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie (REBO) van de Universiteit Utrecht [appellante] meegedeeld dat voortaan slechts via één e-mailadres met haar zal worden gecommuniceerd. De vice-decaan van de faculteit REBO heeft in het e-mailgedrag van [appellante] aanleiding gezien om de correspondentie van [appellante] te kanaliseren. Alle mails die [appellante] richt aan andere e-mailadressen worden niet beantwoord. E-mailcontact met de cursuscoördinator, scriptiecoördinator en scriptiebegeleider zijn uitgezonderd van deze verplichting. Hiertegen is [appellante] niet opgekomen. Op 26 maart 2024 heeft [appellante] het college verzocht om deze verplichting op te heffen. Het college heeft dit verzoek afgewezen en zich op het standpunt gesteld dat [appellante] tegen die beslissing op grond van artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen bezwaar kan maken. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2841
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404745/1/A2

202405875/1/A2

Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas het verzoek van [appellante] om nadeelcompensatie afgewezen. [appellante] heeft op 30 juni 2015 de percelen Horst L 242, L 245, L 300, L 301 en L 1880 gekocht. De eigendom van de percelen is op 29 juli 2015 geleverd. Op 10 juni 2016 heeft [appellante] het naastgelegen perceel Horst L 243 gekocht, waarvan de eigendom op 30 december 2016 is geleverd. De percelen liggen tussen de Nieuwe Peeldijk en de Reindonker Kleiweg in America. [appellante] heeft de percelen gekocht met het doel daarop glastuinbouw voor de teelt van aardbeiplanten te realiseren. Ten tijde van de aankoop hadden de percelen een agrarische bestemming en was glastuinbouw op grond van het toen geldende bestemmingsplan niet toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2852
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405875/1/A2

202406196/1/A2

Bij drie besluiten van 24 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort diverse verkeersmaatregelen getroffen voor de duur van het evenement Dutch Grand Prix 2023. Bademeisters en anderen exploiteren meerdere verkoopwagens voor de verkoop van vooral etens- en drinkwaren. Zij hebben een vergunning om in Zandvoort, dan wel in Bloemendaal, op en bij het strand te venten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2854
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202406196/1/A2

202500255/1/R4

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Lienden, [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van één woning mogelijk op een braakliggend perceel in Lienden tussen de woningen aan het [locatie 1] en het [locatie 2]. Tegenover dat onbebouwde perceel ligt het bedrijfsperceel aan het [locatie 3], dat eigendom is van [appellante]. Op haar perceel staan twee bedrijfsgebouwen. In het plan is de toegestane milieucategorie van het bedrijfsperceel van [appellante] verlaagd van milieucategorie 3.2 naar milieucategorie 2. [appellante] is het niet eens met die wijziging van de toegestane milieucategorie, omdat daardoor volgens haar ten onrechte de bestaande bedrijfsactiviteiten zijn wegbestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2829
Datum uitspraak
25 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202500255/1/R4

202407644/1/V3

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2792
Datum uitspraak
24 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407644/1/V3

202407649/1/V3

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2793
Datum uitspraak
24 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407649/1/V3

202502619/1/V2

Bij besluit van 24 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2795
Datum uitspraak
24 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502619/1/V2

202503082/1/V3

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2796
Datum uitspraak
24 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503082/1/V3

202503131/1/V3 en 202503131/2/V3

Bij besluit van 2 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2791
Datum uitspraak
24 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503131/1/V3 en 202503131/2/V3
vorige pagina1...434445...1.237volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon