Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202406319/1/A2

Uitspraak 202406319/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3847
Datum uitspraak
13 augustus 2025
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft samen met haar ex-partner een dochter, geboren op [geboortedatum] 2020. Sinds het verbreken van de relatie woont [appellante], na een tijdelijk verblijf in een vrouwenopvang, in een zelfstandige woning in Vlaardingen.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202406319/1/A2.
Datum uitspraak: 13 augustus 2025

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 6 september 2024 in zaken nrs. 24/7555 en 24/7339 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem (hierna: het college).

Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen.

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 juli 2024 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 juni 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. E.M. Prins en mr. M.A.R. Schuckink Kool, beiden advocaat in Den Haag, en het college, vertegenwoordigd door F. Schwachöfer en M. van Zanten, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       [appellante] heeft samen met haar ex-partner een dochter, geboren op [geboortedatum] 2020. Sinds het verbreken van de relatie woont [appellante], na een tijdelijk verblijf in een vrouwenopvang, in een zelfstandige woning in Vlaardingen.

2.       [appellante] heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

3.       Om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring op maatschappelijke gronden, moet de aanvrager op grond van artikel 3.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Urgentieverordening Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2021 gemeente Gorinchem verblijven in een opvangvoorziening of een begeleidingsinstelling. [appellante] heeft echter een zelfstandige woning. Het betoog dat een redelijke uitleg van deze bepaling ertoe moet leiden dat [appellante] toch aanspraak heeft op een urgentieverklaring, slaagt niet. De tekst van deze bepaling, noch de toelichting daarbij, biedt ruimte voor een dergelijke uitleg.

4.       De rechtbank heeft verder in een zorgvuldig en uitgebreid gemotiveerd oordeel uiteengezet waarom voor toepassing van de hardheidsclausule in dit geval geen aanleiding bestaat. De Afdeling volgt dit oordeel. Wat [appellante] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel dan de rechtbank.

5.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling zal de uitspraak van de rechtbank bevestigen, voor zover aangevallen.

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. van Duijvenbode, griffier.

w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2025

1081


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon