Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.613
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202306884/1/A2

Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de RDW de tenaamstelling van het voertuig met kenteken […] vervallen verklaard. [appellant] is houder van het kenteken van het voertuig. Naar aanleiding van een controle door het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) heeft de politie onder andere het voertuig met het kenteken [...] in beslag genomen. Het voertuig is tweemaal onderzocht. In het eerste onderzoek van 3 februari 2022 is vastgesteld dat het schutbord met daarop het Voertuig Identificatie Nummer is ingelast. Uit het aanvullende onderzoek van 20 juli 2022 komt naar voren dat op diverse onderdelen verschillende productiekenmerken zijn aangetroffen en dat productiekenmerken verwijderd zijn. Er is onder meer een gedeeltelijk weggeslepen motornummer aangetroffen. Ook op de versnellingsbak is een half weggeslepen nummer aangetroffen. Gelet daarop is het niet mogelijk om de identiteit van het voertuig vast te stellen. Omdat niet kan worden vastgesteld dat het VIN dat op het kentekenbewijs staat bij het onderzochte voertuig hoort, heeft de RDW de tenaamstelling van het voertuig bij besluit van 16 maart 2022 vervallen verklaard op grond van artikel 40b, vierde lid, aanhef en onder a, van het Kentekenreglement.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2728
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306884/1/A2

202400216/1/R4

Bij besluit van 13 november 2023 heeft de raad van de gemeente Zutphen het bestemmingsplan "Fort de Pol, Zutphen" vastgesteld. De gemeenteraad beoogt met het bestemmingsplan dat hij bij besluit van 13 november 2023 heeft vastgesteld, de planologische situatie voor de transformatie van het gebied Fort de Pol - een voormalige stortplaats - naar een energiepark te regelen. [appellante] en anderen kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan. Zij vrezen voor negatieve effecten voor hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2734
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400216/1/R4

202400356/1/R4

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de raad van de gemeente Putten het bestemmingsplan "Halvinkhuizen fase 1" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de ontwikkeling van maximaal 310 woningen mogelijk in het noordoostelijke deel van de nieuwe woonwijk Halvinkhuizen. De nieuwe woonwijk zal zijn gesitueerd aan de zuidkant van de dorpskern van Putten, ten zuiden van de Van Geenstraat en ten westen van de Roosendaalseweg en sportpark Putter Eng. De ontwikkeling van de nieuwe woonwijk Halvinkhuizen vindt plaats in een aantal fasen. Het bestreden plan richt zich op fase 1 en is ongeveer 8,75 ha groot. Voor fase 2 en 3 is op 3 december 2024 een ontwerpplan ter inzage gelegd. De gronden van [appellant] zijn gesitueerd in het plangebied van fase 2 en 3. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het plan. Zij exploiteert een agrarisch bedrijf aan de [locatie] te Putten, op korte afstand van de te ontwikkelen woningen. [appellant] voert aan dat de belangen van haar intensieve veehouderij onvoldoende zijn betrokken bij de planvorming. [partij A] en [partij B] hebben op de zitting aangegeven dat zij ieder voor de helft eigenaar zijn van de gronden binnen het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2732
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400356/1/R4

202400568/2/A3

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 22 december 2023. Zijn gemachtigde is [gemachtigde] (hierna: [gemachtigde]). [gemachtigde] treedt ook in andere zaken bij de Afdeling als gemachtigde op. Hij presenteert zich als professioneel rechtsbijstandverlener. [gemachtigde] is sinds begin 2024 betrokken (geweest) bij tenminste veertien procedures bij de Afdeling. In enkele van deze procedures treedt [gemachtigde] op voor zichzelf; in de andere procedures als gemachtigde. De zaken waarin [gemachtigde] voor zichzelf optreedt en die waarin hij gemachtigde is, zijn vaak verweven en zijn optreden als gemachtigde wordt sterk beïnvloed door zijn opstelling in de zaken waarin hij voor zichzelf optreedt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2740
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400568/2/A3

202401528/1/A3

Bij brief van 17 maart 2023 heeft de minister van Financiën [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële vergoeding wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening. Deze zaak gaat over de vraag of de zogenoemde afsluitende brief Fraude Signalering Voorziening een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De FSV was een applicatie die van 2012 tot en met 27 februari 2020 door de Belastingdienst werd gebruikt met als doel om mogelijke signalen van belastingfraude te registreren. De Belastingdienst maakte gebruik van de FSV voor het beoordelen van belastingaanslagen en toeslagen en voor informatie-uitwisseling met andere overheidsdiensten. FSV-registratie volgens de minister gevolgen heeft gehad voor de betrokkene en of hij al dan niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming op grond van het beleid dat daarvoor is opgesteld. Dit is de afsluitende brief. Volgens de minister is de afsluitende brief enkel informatief van aard en dus geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Tegen de brief kan volgens de minister geen bezwaar worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2730
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401528/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401528/1/A3

202402532/3/A3

[appellant] heeft naar aanleiding van de van de rechtbank van 29 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4409, bij de Afdeling beroep ingesteld wegens het niet tijdig gevolg geven aan de uitspraak van de rechtbank door het UWV. [appellant] heeft het UWV verzocht om op grond van de Wet open overheid het verslag van het looncomponentenoverleg openbaar te maken. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen en dit besluit in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank heeft overwogen dat het verslag van het looncomponentenoverleg een stuk voor intern beraad is dat persoonlijke beleidsopvattingen bevat, zoals bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Woo, en ouder is dan vijf jaar. Uit artikel 5.3, van de Woo, volgt dat als een verzoek om openbaarmaking van persoonlijke beleidsopvattingen voor intern beraad die ouder zijn dan vijf jaar, wordt geweigerd, het bestuursorgaan een verzwaarde motiveringsplicht heeft. Volgens de rechtbank heeft het UWV niet voldaan aan deze verzwaarde motiveringsplicht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2714
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402532/3/A3

202403070/1/R2

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk het wijzigingsplan "Buitengebied, [locatie 1]" vastgesteld. [partij A] en [partij B] wonen in de woonboerderij aan de [locatie 1] in Haps. Zij zijn initiatiefnemers van het plan om de woonboerderij inpandig te splitsen in twee wooneenheden. Het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk wil dit mogelijk maken en heeft daarom een wijzigingsplan vastgesteld. [appellant] en anderen exploiteren een agrarisch bedrijf aan de [locatie 2] en [locatie 3] in Haps. Zij zijn het niet eens met het plan, onder meer omdat zij vrezen voor een beperking in hun bedrijfsvoering en vinden dat niet is voldaan aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. [appellant] en anderen betogen dat het college geen gebruik kon maken van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 23.6.1, van de planregels in het bestemmingsplan "Buitengebied 2010, Herziening 2016". Hierover voeren zij aan dat niet aan alle voorwaarden voor gebruik van deze bevoegdheid is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2721
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403070/1/R2

202404446/1/A2

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft de Dienst Wegverkeer een aanvraag van [appellant] om afgifte van een Nederlands kentekenbewijs buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 8 februari 2023 heeft de RDW het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is eigenaar van een voertuig. Hij heeft dat voertuig, een Suzuki met een Nederlands kentekenbewijs met het bouwjaar 2007, in 2015 naar het Verenigd Koninkrijk overgebracht en daar laten ombouwen tot een amfibievoertuig. Sindsdien heeft het voertuig, zoals blijkt uit het registratiecertificaat van 1 februari 2017, een chassis en carrosserie van de Britse autofabrikant Dutton en een Brits kentekenbewijs. [appellant] heeft het voertuig naar Nederland overgebracht, waarna het op 28 november 2017 door de RDW technisch is goedgekeurd en hij een aanvraag om afgifte van een Nederlands kentekenbewijs heeft ingediend. Bij besluit van 10 december 2018 heeft de RDW deze aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat [appellant] de Belasting voor Personenauto’s en Motorrijwielen (hierna: BPM) niet binnen de daarvoor gestelde termijn had voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2727
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202404446/1/A2

202404903/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Karperhof, Woubrugge" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld. Het plangebied ligt aan de rand van de kern van Woubrugge, tussen een bestaande woonwijk in het noorden, sportvelden ten oosten en zuiden, en het glastuinbouwbedrijf op de [locatie] aan de westzijde. [partij A] is eigenaar van de gronden in het plangebied, die in gebruik zijn als sierteeltgrond. [partij B] wil hier woningen bouwen. De beoogde ontwikkeling bestaat uit 21 sociale huurwoningen, 14 sociale koopwoningen, 9 seniorenwoningen, 14 rijwoningen, 4 twee-onder-een-kapwoningen en 4 vrijstaande woningen. De raad heeft het plan vastgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. [appellant] en anderen wonen in de (directe) omgeving van het plangebied. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen, met name omdat zij vrezen voor verkeersoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2717
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404903/1/R3

202406512/1/R1

Bij besluit van 30 september 2024 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan "Ens, Oost- fase 3" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder meer [appellant] beroep ingesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 80 woningen mogelijk op een locatie direct ten noorden van de kruising tussen de Drietorensweg en de Zuiderringweg in Ens. Het gaat daarbij om twee-onder-één-kapwoningen, vrijstaande woningen, rijwoningen en zogenoemde rug-aan-rugwoningen. In het vorige bestemmingsplan had het plangebied een agrarische bestemming. OVT Ontwikkeling is de initiatiefnemer van het plan. [appellant] woont aan [locatie] en exploiteert naar zijn zeggen een akkerbouwbedrijf bij zijn woning en op daaraan grenzende gronden. Zijn perceel grenst aan de zuidoostzijde aan het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2715
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202406512/1/R1

202406953/2/A3

[verzoekster] heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2024. Haar gemachtigde is [gemachtigde] (hierna: [gemachtigde]). Bij brief van 28 maart 2025 is aan [gemachtigde] meegedeeld dat het voornemen bestaat vanwege ernstige bezwaren hem in daarvoor in aanmerking komende zaken als gemachtigde te weigeren. [gemachtigde] is in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk op dit voornemen te reageren. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. [gemachtigde] is sinds begin 2024 betrokken (geweest) bij tenminste veertien procedures bij de Afdeling. In enkele van deze procedures treedt [gemachtigde] op voor zichzelf; in de andere procedures als gemachtigde. De zaken waarin [gemachtigde] voor zichzelf optreedt en die waarin hij gemachtigde is, zijn vaak verweven en zijn optreden als gemachtigde wordt sterk beïnvloed door zijn opstelling in de zaken waarin hij voor zichzelf optreedt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2739
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406953/2/A3

202408046/1/R1 en 202500018/1/R1

Bij besluit van 25 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de locaties Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 50 (locatienummer 23.170), Müllerkade ter hoogte van huisnummer 183 (locatienummer 23.171), Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 800 (locatienummer 23.184) en Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 500 (locatienummer 24.362) aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. In de gemeente Rotterdam worden in diverse appartementencomplexen op de Müllerpier inpandige afvalvoorzieningen waar mogelijk vervangen door ondergrondse afvalcontainers. [appellant A] en anderen, [appellant B] en anderen en [appellant C] wonen allen op de zogeheten Müllerpier. Zij kunnen zich niet verenigen met de aanwijzing van de voor hen van belang zijnde locaties.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2607
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202408046/1/R1 en 202500018/1/R1

202500521/2/A2

[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 december 2024. Haar gemachtigde is [gemachtigde]. Bij brief van 28 maart 2025 is aan [gemachtigde] meegedeeld dat het voornemen bestaat vanwege ernstige bezwaren hem in daarvoor in aanmerking komende zaken als gemachtigde te weigeren. [gemachtigde] is in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk op dit voornemen te reageren. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. [gemachtigde] is sinds begin 2024 betrokken (geweest) bij tenminste veertien procedures bij de Afdeling. In enkele van deze procedures treedt [gemachtigde] op voor zichzelf; in de andere procedures als gemachtigde. De zaken waarin [gemachtigde] voor zichzelf optreedt en die waarin hij gemachtigde is, zijn vaak verweven en zijn optreden als gemachtigde wordt sterk beïnvloed door zijn opstelling in de zaken waarin hij voor zichzelf optreedt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2741
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500521/2/A2

202502214/1/A2

Bij beslissing van 22 oktober 2024 heeft de Toelatingscommissie Economics and Business van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van [appellant] om te worden toegelaten tot de masteropleiding Finance aan de Universiteit van Amsterdam afgewezen. appellant] heeft de bacheloropleiding International Business & Administration aan het HBO afgerond. Daarnaast volgt hij een premaster Economics & Business Economics aan de Universiteit Utrecht. [appellant] heeft de bacheloropleiding International Business & Administration aan het HBO afgerond. Daarnaast volgt hij een premaster Economics & Business Economics aan de Universiteit Utrecht. [appellant] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de masteropleiding. De Toelatingscommissie heeft dit verzoek afgewezen. Studenten met een afgeronde HBO-opleiding komen niet in aanmerking voor de masteropleiding. Ook worden premasters van andere Nederlandse universiteiten niet geaccepteerd voor toelating, aldus de Toelatingscommissie. [appellant] heeft op 19 januari 2025 administratief beroep ingesteld tegen de afwijzingsbeslissing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2718
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502214/1/A2

202502390/1/A2

Bij beslissing van 7 januari 2025 heeft de Examencommissie Sociaal Juridische Dienstverlening het verzoek van [appellante] om ontheffing van de ingangseis voor het onderdeel stage afgewezen. Bij beslissing van 24 april 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool van Amsterdam het daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2021-2022 met de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam gestart en is inmiddels derdejaarsstudente. Onderdeel van het derde studiejaar is de stage. Een student mag pas aan het onderdeel stage deelnemen nadat de propedeuse en 50 studiepunten uit het tweede studiejaar, inclusief de module Professionalisering 2.2, zijn behaald. Niet in geschil is dat [appellante] niet aan deze ingangseis voldeed. Zij heeft de examencommissie daarom op 17 december 2024 verzocht om per maart 2025 te mogen starten met het onderdeel stage, ondanks dat zij niet aan de gestelde ingangseis voldeed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2685
Datum uitspraak
18 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502390/1/A2

202502276/2/R3

Bij besluit van 20 februari 2025 heeft de raad van burgemeester en wethouders van Rotterdam het bestemmingsplan "RISE" vastgesteld. Verder heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, het aanleggen van een uitrit en kappen ten behoeve van de realisatie van nieuwbouw met drie torens waarin een gemengd programma is voorzien wonen, kantoren, hotel, commercieel en maatschappelijk op de locatie Hofplein 33. Ook heeft het college besloten tot het vaststellen van hogere geluidgrenswaarden op grond van de Wet geluidhinder ten behoeve van de nieuw te realiseren woningen op de locatie Hofplein 33. Thalia en anderen hebben een verzoek om voorlopige voorziening ingediend omdat Hofplein Ontwikkel B.V. met de voorliggende besluiten kan overgaan tot de realisatie van de op de locatie Hofplein 33 te realiseren gebouwen. De verwezenlijking en ingebruikname van deze gebouwen, heeft volgens Villa Thalia en anderen tot gevolg dat zij als gevolg van de geluidbelasting vanwege haar bedrijfsvoering niet meer kan voldoen aan de geldende geluidnormen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2752
Datum uitspraak
17 juni 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202502276/2/R3

202503130/1/V2 en 202503130/2/V2

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2698
Datum uitspraak
17 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503130/1/V2 en 202503130/2/V2

202503344/1/V3 en 202503344/2/V3

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2705
Datum uitspraak
17 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503344/1/V3 en 202503344/2/V3

BRS.25.000715

Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2702
Datum uitspraak
17 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000715

202502775/1/V3

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2688
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502775/1/V3

202502951/1/V3

Bij besluit van 28 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2691
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502951/1/V3

202503083/1/V2 en 202503083/2/V2

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 21 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.A. Hardoar, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2690
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503083/1/V2 en 202503083/2/V2

202503091/2/V2

Bij besluiten van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2694
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503091/2/V2

202503165/1/V1 en 202503165/2/V1

Bij besluit van 5 april 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Jhingoer, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2693
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503165/1/V1 en 202503165/2/V1

202503171/1/V3

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 28 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. K.P.E. van Tulden, advocaat in Roermond, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2689
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503171/1/V3

202503178/1/V1 en 202503178/2/V1

Bij besluit van 4 april 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Jhingoer, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2692
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503178/1/V1 en 202503178/2/V1

BRS.25.000601

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2671
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000601

BRS.25.000614

Bij besluit van 10 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, en haar opgedragen om Nederland en de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2659
Datum uitspraak
16 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000614

202503024/1/V3 en 202503024/2/V3

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2681
Datum uitspraak
13 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503024/1/V3 en 202503024/2/V3

202503119/2/V2

Bij besluiten van 1 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2682
Datum uitspraak
13 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503119/2/V2

BRS.25.000583

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 14 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2609
Datum uitspraak
13 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000583

202203939/1/V2

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2680
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203939/1/V2

202304297/1/V3

Bij besluit van 16 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2667
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202304297/1/V3

202500138/1/V3

Bij besluit van 9 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2668
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500138/1/V3

202501411/1/V1

Bij besluit van 9 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2670
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501411/1/V1

202501716/5/A2

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft het van bestuur van de Radboud Universiteit aan [verzoeker] met ingang van die dag voor drie maanden een campus- en onderwijsverbod aan de Radboud Universiteit opgelegd. In de uitspraak van 8 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1601, heeft de voorzieningenrechter het aan [verzoeker] opgelegde campus- en onderwijsverbod met onmiddellijke ingang geschorst. Daaraan heeft de voorzieningenrechter drie voorwaarden verbonden. De eerste voorwaarde is dat een contactpersoon van buiten de faculteit als aanspreekpunt wordt aangesteld. Deze persoon zal ervoor zorgdragen dat de gevolgen van het verbod, zoals het ontbreken van studiemateriaal en het verkrijgen van toegang tot onder meer Brightspace, worden weggenomen. De derde voorwaarde is dat [verzoeker] ermee instemt dat de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort tot in elk geval 15 juni 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2679
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501716/5/A2

202502497/1/V1

Bij besluit van 18 november 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om appellant een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2669
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502497/1/V1

202502767/3/V1

Bij uitspraak van 19 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 9 mei 2015 in zaak nr. 25/4392 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb en artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2666
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Verzet
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502767/3/V1

202503071/2/V1

Bij besluiten van 6 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2665
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503071/2/V1

BRS.25.000621

Bij besluiten van 25 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2605
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000621

202300880/2/A2

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [appellant A] en [appellant B] gemaakte bezwaar tegen de wijziging van de inrichting van de toegangsweg naar het [locatie] in Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard. [appellant A] en [appellant B] hebben bezwaar gemaakt tegen de wijziging van de inrichting van de toegangsweg, omdat daardoor parkeerplaatsen zijn verwijderd die zij stellen te gebruiken voor hun bedrijfsvoering. De rechtbank heeft overwogen dat het college onvoldoende heeft onderzocht of voor die verwijdering een verkeersbesluit nodig was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2660
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202300880/2/A2

202406284/2/A3

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam drie documenten openbaar gemaakt over de wegversmalling van de [locatie]. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij niet heeft kunnen vaststellen dat het beroepschrift daadwerkelijk door de gemachtigde van [appellant A] en [appellant B], [gemachtigde], is ingediend. Het beroep is volgens de rechtbank ook niet-ontvankelijk, omdat [appellant A] en [appellant B] misbruik hebben gemaakt van hun recht zich te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Volgens de rechtbank hebben zij [gemachtigde] alleen als gemachtigde in de stukken genoemd om een proceskostenvergoeding voor professioneel verleende rechtsbijstand te kunnen claimen. Omdat sprake is van misbruik van recht, heeft de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2662
Datum uitspraak
12 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406284/2/A3

202500439/1/V3 en 202500439/2/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 15 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.A. Limonard, advocaat in Joure, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2604
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500439/1/V3 en 202500439/2/V3

202502023/2/A2

[verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van bestuur van de Universiteit Leiden van 16 april 2025. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2571
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502023/2/A2

202502944/1/V1 en 202502944/2/V1

Bij besluit van 4 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 16 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. de Heuvel, advocaat in Papendrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2603
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502944/1/V1 en 202502944/2/V1

202503272/2/V2

Bij besluit van 19 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2664
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503272/2/V2

BRS.25.000610

Bij besluit van 12 mei 2023 heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de minister het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2592
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000610

BRS.25.000634

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 29 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak met inachtneming ervan een nieuw besluit op de aanvraag neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2590
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000634

202102057/1/A3 en 202102060/1/A3

Bij besluit van 20 december 2018 heeft het het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs-en naburige rechten aan Sena een bindende aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten. Zij moet binnen vier werkdagen aan die aanwijzing voldoen. Sena is een collectieve beheersorganisatie van auteurs- en naburige rechten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet toezicht. Sena regelt de rechten van muzikanten en producenten. Zij krijgen van Sena dankzij muzieklicenties een vergoeding als hun muziek in het openbaar gedraaid wordt. Bedrijven en organisaties sluiten die licenties bij Sena af. Sena valt onder het toezicht van het CvTA. Bij brief van 3 augustus 2017 heeft VCR het CvTA verzocht om handhavend op te treden tegen Sena. Volgens VCR heeft Sena haar transparantieverplichting als bedoeld in artikel 2p van de Wet toezicht geschonden. Zij stelt dat Sena niet alle standaardlicentieovereenkomsten en tarieven inclusief kortingen op haar website publiceert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2618
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202102057/1/A3 en 202102060/1/A3

202201248/1/R2

Bij besluit van 15 december 2021 heeft raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Klooster Sint Agnetenberg" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een wooncomplex mogelijk in het voormalige klooster met in totaal 40 woningen. Hiervoor zal het rijksmonumentale deel van het klooster, met inbegrip van de sacristie en de aanbouw aan de noordwestzijde, moeten worden verbouwd. Het aangrenzende en niet monumentale deel ten noordwesten hiervan zal worden gesloopt. In het rijksmonumentale deel (exclusief de sacristie) met inbegrip van de aanbouw aan de noordwestzijde, worden 24 appartementen mogelijk gemaakt. Voor het overige worden 13 nieuwe appartementen en één atelierwoning mogelijk gemaakt, deels ter vervanging van de te slopen niet monumentale bebouwing. In totaal worden in het bestemmingsplan derhalve 40 woningen mogelijk gemaakt. [appellant sub 2A] en [appellant sub 3A] wonen vlakbij het plangebied aan de zuidkant daarvan in de Dobbelsteynporte. Daar is ook de vereniging van eigenaren (hierna: VVE) Dobbelsteynporte gevestigd. Zij vrezen dat door de realisering van het plan de beschikbare parkeerplaatsen in hun wijk zullen afnemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2630
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202201248/1/R2

202202665/1/R4

Bij het besluit van 10 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier aan de maatschap een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van haar geitenhouderij aan de [locatie A] in Zevenhuizen. Deze verandering bestaat uit het vergroten van de bestaande melkgeitenstal A om daarin 275 melkgeiten meer te houden, het verminderen van het aantal opfokgeiten met 85 en het huisvesten van alle opfokgeiten in stal G, het gebruiken van stal F voor opslag en het aanpassen en verplaatsen van de ventilatoren in de stallen A en G. [appellant sub 2] woont aan de [locatie B], op ongeveer 50 m ten noorden van de geitenhouderij. Tussen de inrichting en haar perceel ligt een open grasland. Zij vreest dat de uitbreiding van de geitenhouderij negatieve gevolgen zal hebben voor haar gezondheid en haar woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2648
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202202665/1/R4

202204678/1/A3

Bij besluit van 17 februari 2021 heeft de burgemeester van Nieuwegein aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Op 6 februari 2018 heeft [appellant] een horeca-exploitatievergunning aangevraagd voor het exploiteren van het horecabedrijf [naam] in Nieuwegein. Op 30 oktober 2018 heeft de burgemeester van Nieuwegein aan [appellant] een horeca-exploitatievergunning verleend. Op 28 juli 2020, 18 september 2020 en 25 september 2020 hebben toezichthouders van de gemeente controles uitgevoerd bij [naam]. Zij hebben tijdens deze controles geconstateerd dat er shisha/waterpijpen worden aangeboden en gerookt zonder dat [appellant] beschikt over de daarvoor benodigde vergunning. Dit is in strijd met artikel 2:28 van de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nieuwegein houdende regels omtrent gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (hierna: APV 2020). Op 17 februari 2021 heeft de burgemeester van Nieuwegein aan [appellant] daarom een last onder dwangsom opgelegd strekkende tot het (laten) staken en gestaakt te houden van het aanbieden en/of roken van shisha en/of waterpijpen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2619
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204678/1/A3

202204713/1/R4

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan "Elspeet, [locatie 1]" vastgesteld. Met het plan heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2019" (hierna: het vorige plan) gedeeltelijk herzien. Het plan heeft betrekking op twee agrarische bedrijfslocaties in het buitengebied van de gemeente Nunspeet, te weten de locatie [locatie 1] nabij de kern Elspeet en de locatie [locatie 2] nabij de kern Nunspeet. Het plan voorziet in de ontwikkeling van vijf woningen op de locatie bij Elspeet, waarvan één woning ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning. Het plan voorziet op die locatie in drie vrijstaande en twee aaneengeschakelde woningen. Op die locatie wordt een intensieve veehouderij beëindigd en wordt de bestaande bedrijfsbebouwing, waaronder de bedrijfswoning, gesloopt. Ook wordt met het plan geregeld dat een intensieve veehouderij op de locatie bij Nunspeet, waar al bedrijfsbebouwing is gesloopt, wordt beëindigd. [appellant] en anderen wonen nabij de locatie bij Elspeet. Zij zijn het niet eens met de op die locatie voorziene ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2616
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204713/1/R4

202204971/2/R3

Bij tussenuitspraak van 18 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3752, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Hoeksche Waard opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 5 juli 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hofstraat Westmaas" te herstellen. Bij besluit van 26 november 2024 heeft de raad, ter uitvoering van de tussenuitspraak, het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 8.2, geoordeeld dat de realisatie en instandhouding van de door de raad beoogde uitzichtplaats, die uitzicht biedt op het meer vanaf het schiereiland aan de westoever van de Binnenbedijkte Maas niet in artikel 6.4 of elders in de planregels was geborgd. Artikel 6.4 kan namelijk niet als een voorwaardelijke verplichting worden beschouwd, omdat er geen voorwaarde wordt genoemd die de verplichting in werking stelt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2623
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202204971/2/R3

202205040/1/A3

Bij besluit van 30 maart 2020 (hierna: aanwijzingsbesluit) heeft de burgemeester van Breda de autoverhuurbranche aangewezen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018. Wittebrug exploiteert meerdere autoverhuurbedrijven, onder meer in de gemeente Breda. De politie Zeeland-West-Brabant heeft in de bestuurlijke rapportage "Autoverhuur en shortlease" van 12 maart 2020 geconcludeerd dat de autoverhuurbranche vatbaar is voor criminaliteit. Daarom heeft de politie de burgemeester verzocht om de autoverhuurbranche op grond van artikel 2:30 van de APV aan te wijzen als vergunningplichtig. Naar aanleiding daarvan heeft de burgemeester op 30 maart 2020 besloten om de autoverhuurbranche per 1 juni 2020 aan te wijzen als vergunningplichtige bedrijfsmatige activiteit. Wittebrug is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2649
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205040/1/A3

202206258/1/R2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo aan Stichting Akkoord! Primair Openbaar een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van het IKC De Koperwiek op het perceel Broekhofstraat 2 te Venlo. De bij besluit van 22 september 2020 verleende omgevingsvergunning voor het veranderen en vergroten van het IKC De Koperwiek op het perceel is verleend voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo en voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. De omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld onder c is verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1º, van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 33 van de planregels. De afwijking van het bestemmingsplan heeft betrekking op het bebouwingspercentage en op de hoogte van de buitentrap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2622
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206258/1/R2

202206546/1/A3

Bij besluit van 30 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellante] om correctie van de adresgegevens van haar en haar minderjarige zoon [naam zoon] in de basisregistratie personen afgewezen. Het college heeft op 5 november 2021 een aangifte van verhuizing ontvangen van [appellante], waarin zij vermeldt dat zij samen met haar minderjarige zoon per 1 november 2021 is verhuisd naar het adres [locatie 1] in Rotterdam. Op 25 november 2021 heeft zij de huurovereenkomst voor die woning aan het college toegezonden. Het college heeft [appellante] op 23 december 2021 laten weten dat haar verhuizing is verwerkt in de brp. Op diezelfde dag heeft [appellante] een verzoek gedaan om als verhuisdatum 12 maart 2021, de ingangsdatum van de huurovereenkomst, op te nemen in de brp. Het college heeft [appellante] op 15 december 2021 bericht dat zij hiervoor een correctieverzoek kan indienen. [appellante] heeft op 20 december 2021 dit correctieverzoek ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2614
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202206546/1/A3

202207147/1/R3

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Heerenveen het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost" vastgesteld. Ten noordoosten van het Knooppunt Heerenveen liggen enkele agrarische percelen. De gemeente Heerenveen wil deze agrarische percelen omvormen tot een duurzaam bedrijventerrein met ruimte voor een zonnepark en natuurinclusieve landbouw. Het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost" maakt deze ontwikkeling mogelijk. Het plan voorziet in de realisatie van 10 ha bedrijventerrein, 30 ha zonnepark inclusief groen en water en 50 ha natuurinclusieve landbouw. Het geheel wordt afgewisseld door (natte) natuur- en bosstroken. Een tweede 10 ha bedrijventerrein kan in de toekomst ontwikkeld worden op grond van de wijzigingsbevoegdheid uit de planregels. [appellanten] hebben samen met de vereniging beroep ingesteld tegen de komst van het bedrijventerrein. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat door de bedrijven die zich in het plangebied zullen vestigen. Zij hebben geen bezwaar tegen het te realiseren zonnepark en de natuurinclusieve landbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2652
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202207147/1/R3

202207162/1/R3

Bij besluit van 20 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen [appellant] drie lasten onder dwangsom opgelegd die betrekking hebben op het perceel op de hoek Eppenzolderveldweg-Schaddenweg, kadastraal bekend als sectie P, nummer 58, in Haaksbergen: 1) om de aangebrachte aanpassingen/uitbreidingen aan de paardenstal op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden, 2) om de overkapping/kapschuur, blokhut/kippenschuur en de container/opslagschuur op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden en 3) om de op het perceel opgeslagen materialen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen alle drie lasten van dit besluit. Bij besluit van 8 juli 2022 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar, voor zover dat betreft de onder 1 genoemde last en de onder 2 genoemde last voor zover die betrekking heeft op de container. Verder heeft [appellant] de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en de begunstigingstermijn te verlengen tot 6 weken na de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2642
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207162/1/R3

202300115/1/R2 en 202300228/1/R2

Bij besluit van 17 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan de Stichting Faunabeheereenheid Overijssel een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend voor het verjagen van kolganzen, grauwe ganzen en brandganzen met ondersteunend afschot in en rond een aantal Overijsselse Natura 2000-gebieden in de periode van 1 oktober tot 1 maart. Aan de natuurvergunning zijn voorschriften verbonden. De voorschriften en de daarin opgenomen beperkingen verschillen per Natura 2000-gebied. Voor zes van de negen Natura 2000-gebieden zijn zogenoemde bufferzones aangewezen. De Faunabescherming en de Vogelbescherming hebben verschillende bezwaren naar voren gebracht tegen de natuurvergunning. Het college heeft bij besluit van 8 juli 2020 de bezwaren ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd en het primaire besluit waarbij de natuurvergunning werd verleend herroepen. De rechtbank komt op basis van het deskundigenverslag, dat door de STAB is uitgebracht op verzoek van de rechtbank, tot het oordeel dat de natuurvergunning om de volgende redenen niet in stand kan blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2646
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202300115/1/R2 en 202300228/1/R2

202300333/1/R3

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne de aan [partij A] en [partij B verleende omgevingsvergunning voor het verplaatsen van een uitweg aan [locatie] in Borne ingetrokken. Aan [partij A] en [partij B is een omgevingsvergunning verleend voor het verplaatsen van de uitrit voor hun huis. Zij hebben een parkeerplaats in de voortuin en willen die verplaatsen naar de andere kant van hun voortuin. Het college is na verlening van die vergunning evenwel van gedachten veranderd en heeft het onherroepelijke besluit op bezwaar tegen de verleende omgevingsvergunning ingetrokken. [partij A] en [partij B hebben daartegen beroep ingesteld en zij hebben bij de rechtbank gelijk gekregen. [appellant] is de buurman en vreest voor aantasting van het straatbeeld en overlast door de camper die [partij A] en [partij B dan direct naast zijn voortuin mag parkeren. Hij is het daarom niet eens met de uitspraak van de rechtbank en wil dat het besluit tot intrekking overeind blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2633
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300333/1/R3

202300725/3/R3

Bij tussenuitspraak van 15 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2038) heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak de geconstateerde gebreken in het besluit van 4 juli 2023 te herstellen. Op het tennispark "De Oude Eik" zijn twee padelbanen aangelegd. Voor deze padelbanen heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar aan [vergunninghouder] bij besluit van 24 oktober 2017, gewijzigd bij besluit van 8 maart 2018, een omgevingsvergunning verleend. Deze omgevingsvergunning is sinds de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1746, onherroepelijk. [appellante] woont op het perceel [locatie] in Wassenaar. De achtertuin van haar perceel grenst aan de padelbanen. [appellante] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen onder meer de geluidsoverlast die zij ondervindt van het gebruik van de padelbanen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2637
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202300725/3/R3

202301122/1/V1 en 202402906/1/V1

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. In deze uitspraak is de vraag aan de orde of het onderscheid op grond van nationaliteit tussen vreemdelingen die moeten voldoen aan het inburgeringsvereiste in het buitenland en vreemdelingen die daarvan zijn vrijgesteld op grond van artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in overeenstemming is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. 1.2. De vreemdelingen in beide zaken beogen verblijf bij een in Nederland verblijvend gezinslid met de Nederlandse nationaliteit. Deze gezinsleden hebben daarom een aanvraag ingediend voor een mvv in het kader van gezinshereniging. Volgens de minister zijn vreemdelingen met een nationaliteit waardoor zij zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste vrijgesteld van het inburgeringsvereiste in het buitenland

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2628
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Verwijzingsuitspraak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202301122/1/V1 en 202402906/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301122/1/V1 en 202402906/1/V1

202301404/1/A2

Bij besluit van 2 december 2020 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de aanvraag van [appellant] om subsidie afgewezen. De minister kan op basis van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (hierna: de Subsidieregeling) subsidie verlenen voor energiebesparende maatregelen in bestaande koopwoningen. [appellant] heeft op 16 mei 2019 het pand aan de [locatie] te Weert gekocht. Voorheen is het pand in gebruik geweest als showroom en kapsalon. [appellant] heeft het pand verbouwd, waarbij hij meerdere energiebesparende maatregelen heeft uitgevoerd, en is er vervolgens gaan wonen. Voor de energiebesparende maatregelen heeft hij een aanvraag op grond van de Subsidieregeling gedaan. De relevante wettelijke bepalingen staan in de bijlage van deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2655
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202301404/1/A2

202301651/1/A3

Bij besluit van 26 november 2021 heeft de burgemeester van Utrecht aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. [wederpartij] plaatste in november 2021 in een voor iedereen toegankelijke Telegram groepschat de oproep "Utrecht in opstand, nee 2G & nee vuurwerkverbod! 26-11-21, 19.30, Kanaalstraat, Be there!!! Neem je matties & vuurwerk mee". Volgens de burgemeester speelde [wederpartij] daarmee alsmede met andere berichten een leidende rol bij het oproepen tot een gewelddadige confrontatie met de politie en/of ordeverstoring in de Kanaalstraat in Utrecht. Daarmee overtrad [wederpartij] artikel 2:2, eerste lid, onder g, van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010. Op grond van deze bepaling is het verboden om op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. Op 26 november 2021 heeft de burgemeester aan [wederpartij] daarom een last onder dwangsom opgelegd en hem gelast zich te onthouden van online uitlatingen (op sociale media) die zijn te kwalificeren als het door uitdagend gedrag aanleiding geven tot wanordelijkheden. Deze zaak gaat over de vraag of Telegram aangemerkt kan worden als een openbare plaats in de zin van de Apv.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2627
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301651/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301651/1/A3

202302345/1/R1

Bij besluit van 19 april 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland ingestemd met een saneringsplan voor de locatie Nieuwe Vaart 11 in ’s-Gravenzande. Het Nieuwe Westland is eigenaar van het perceel Nieuwe Vaart 11 in ’s-Gravenzande (hierna: het perceel). Zij ontwikkelt hier samen met [bedrijf] in bouwprojecten en Fullhouse het woningbouwproject "KasseNova". Ter plaatse was sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Om de woningbouw op het perceel mogelijk te maken is een saneringsplan opgesteld. Dat voorziet in het aanbrengen van een 1 meter dikke leeflaag. Daar heeft het college mee ingestemd. Het saneringsplan is inmiddels uitgevoerd. [appellant] woont in de directe nabijheid van de locatie waar de saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd. Hij is van mening dat het uitgevoerde saneringsplan onvoldoende is om de risico’s van de bodemverontreiniging weg te nemen. [appellant] vreest dat alsnog verontreinigd hemelwater vanaf het perceel in de sloot die zijn tuin scheidt van het perceel zal stromen en zo zijn tuin zal verontreinigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2615
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202302345/1/R1

202302609/1/R1

Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "Balgoijseweg ong. (nabij 49)" (hierna: het plan) vastgesteld. Het plan voorziet in de nieuwbouw van een levensloopbestendige woning op het perceel Balgoijseweg 49 in Wijchen. De woning is voorzien op gronden met onder meer de bestemming "Wonen" en de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - levensloopbestendige woning". Op grond van het vorige bestemmingsplan "Wijchen Zuid" was de bouw van de levensloopbestendige woning op het perceel niet toegestaan. Het plangebied ligt net binnen de bebouwde kom aan een doodlopende zijtak van de Balgoijseweg. De noordzijde van het perceel grenst aan deze zijtak van de Balgoijseweg. Aan de oostzijde van het perceel staat de huidige woning met huisnummer 49. Deze woning krijgt het adres Woordsesteeg 5b. De voorziene woning wordt het nieuwe Balgoijseweg 49. De zuidzijde van het perceel grenst aan de tuin van Woordsesteeg 5a. De westzijde grenst aan de achtertuinen van Balgoijseweg nummers 51 tot en met 59.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2624
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302609/1/R1

202302838/1/R2

Bij besluit van 18 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk aan Rinderberg Holding B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van acht appartementen aan de Grotestraat 172 in Waalwijk. Rinderberg heeft een kantoorpand verbouwd tot een appartementencomplex met acht woningen. Daarvoor is een verdieping op het pand geplaatst. [appellant] woont tegenover dit voormalig kantoorpand en is het niet eens met de aan Rinderberg verleende omgevingsvergunning voor de appartementen, in afwijking van het bestemmingsplan en met toepassing van artikel 4, aanhef en onderdeel 1 en 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Hij vindt dat de vergunning op onjuiste gronden is verleend en dat het college niet goed rekening heeft gehouden met het belang van zijn privacy. De rechtbank heeft gemotiveerd geoordeeld dat het voormalig kantoorpand waarin de appartementen zijn gerealiseerd een hoofdgebouw is en dat er geen reden is dat het college daarom geen toepassing kon geven aan artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Bor.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2647
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302838/1/R2

202303252/1/R1

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld aan Groendus Projects B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark aan de Vinkelaar in Terschuur. Op 21 oktober 2021 is aan Groendus een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o, van de Wabo. De omgevingsvergunning ziet op het realiseren van een zonnepark op percelen aan de Vinkelaar naast nummer 10 in Terschuur, gemeente Barneveld. Ongeveer 3 ha van het zonnepark Vinkelaar zal worden bebouwd met zonnepanelen. Het zonnepark kan voorzien in het opwekken van elektriciteit voor 830 huishoudens. [appellant] woont op ongeveer 1 km afstand, maar is eigenaar van een perceel dat naast de percelen ligt waar het zonnepark is vergund, zodat hij belanghebbende is. Op zijn perceel doet hij aan wisselteelt, hij verbouwt onder meer maïs. Tussen het perceel van [appellant] en de percelen waar het zonnepark is voorzien ligt de Esvelderbeek. Ten noorden van het perceel van [appellant] en de percelen van het voorziene zonnepark liggen de snelweg A1 en de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2654
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303252/1/R1

202303278/1/A3

Bij besluit van 14 januari 2021 heeft de burgemeester van Rijswijk een verzoek van [appellant] om handhaving afgewezen. [appellant] heeft al jaren ruzie met [wederpartij A], die naast hem woont. [appellant] heeft de burgemeester verzocht om handhavend op te treden tegen [wederpartij A]. De burgemeester kan handhavend optreden tegen woonoverlast op grond van artikel 2:46 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijswijk 2021 (hierna: de APV) gelezen in samenhang met artikel 151d van de Gemeentewet, als ernstige en herhaaldelijke hinder wordt veroorzaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2651
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303278/1/A3

202303388/1/A3

Bij brief van 6 juli 2021 heeft de manager Veiligheid, Inspectie & Handhaving van de gemeente Rijswijk [appellant] te kennen gegeven dat het dossier over woonoverlast zal worden gesloten, dat nieuwe klachten over (de afwikkeling van) de ruzie tussen [appellant] en zijn buren niet meer in behandeling zullen worden genomen door het woonoverlast casusoverleg, tenzij [appellant] bereid is zich duurzaam in te zetten voor een betere verstandhouding met zijn buren, en dat als [appellant] de situatie verder laat escaleren maatregelen kunnen worden genomen die (ook) tegen hem gericht zijn. De burgemeester heeft dit bezwaar bij besluit van 7 oktober 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 6 juli 2021 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank is de burgemeester hierin gevolgd. Volgens de rechtbank heeft de brief van 6 juli 2021 geen rechtsgevolg. De brief is niet gericht op een wijziging in de rechten, aanspraken of verplichtingen van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2653
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303388/1/A3

202304036/1/A3

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college het verzoek van [appellante] om de nummeraanduiding [nummeraanduiding 1] toe te wijzen aan een object op haar perceel aan de Hazeldonksedreef te Liessel, afgewezen. Tot 5 januari 2010 had het perceel van [appellante] aan de Hazeldonksedreef te Liessel de nummeraanduidingen [nummeraanduiding 2] en [nummeraanduiding 1], voor respectievelijk de woning van [appellante] en de daarbij gelegen noodwoning. Bij besluit van 5 januari 2010 (het algemeen nummerbesluit) heeft het college een aantal nummeraanduidingen binnen de gemeente aangepast. Het college heeft daarbij nummeraanduiding [nummeraanduiding 1] toegekend aan het naastgelegen buurperceel. Zodoende resteerde nummeraanduiding [nummeraanduiding 1] voor het perceel van [appellante]. Op 12 augustus 2021 heeft [appellante] een verzoek tot aanpassing van de nummeraanduiding ingediend. Het verzoek zag op het terugbrengen van de huisnummeraanduiding [nummeraanduiding 1] aan het een object op het perceel van [appellante], zoals dat in het verleden is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2656
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304036/1/A3

202304724/1/R1

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellanten] omgevingsvergunning te verlenen voor het maken van een dakterras en een dakopbouw op het perceel [locatie 1] in Amsterdam. [appellanten] zijn sinds 2007 eigenaar en bewoners van een dubbel bovenhuis op het perceel. Toen zij in de woning kwamen wonen was op het dak een dakterras aanwezig dat zich uitstrekte tot één meter van de dakrand. Na een lekkage in 2017 moest het dak worden vernieuwd en is het dakterras verwijderd. Op 28 januari 2021 hebben [appellanten] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het maken van een dakterras en een dakopbouw voor toegang tot het dakterras op het perceel. Het college heeft de gevraagde vergunning geweigerd omdat het bouwplan in strijd is met artikel 19.2.2 van de planregels van het bestemmingsplan "Museumkwartier Valeriusbuurt". De voor het perceel toegestane maximumbouwhoogte van 15 m wordt met 0,6 m overschreden door het hek van het dakterras en met 2 m door de dakopbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2644
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304724/1/R1

202304806/1/A2

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellante] een onderzoek opgelegd naar haar drugsgebruik en haar rijbewijs geschorst totdat de uitslag van dit onderzoek bekend is. Het CBR heeft [appellante] een onderzoek naar de geschiktheid, meer in het bijzonder naar haar drugsgebruik, opgelegd naar aanleiding van een mededeling van de politie Eenheid Rotterdam. Volgens die mededeling bestond bij de politie het vermoeden dat [appellante] op 15 april 2022 onder invloed van drugs een motorrijtuig heeft bestuurd, en daarmee het vermoeden dat zij ongeschikt is om motorrijtuigen te besturen. De politie heeft [appellante] op die datum staande gehouden en haar een speekseltest afgenomen. Deze test gaf een indicatie voor het gebruik van amfetamine. Ook heeft de politie waargenomen dat [appellante] aan het trillen was. De politie heeft tegen [appellante] proces-verbaal opgemaakt wegens verdenking van overtreding van artikel 8, eerste of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Vervolgens heeft de politie bij [appellante] bloed afgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2638
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202304806/1/A2

202305483/1/A2

Bij twee besluiten van 28 januari 2022 heeft de Dienst Wegverkeer de aanvragen van [appellant] voor de afgifte van een Nederlands kentekenbewijs voor twee motorvoertuigen afgewezen. [appellant] is eigenaar van twee bromfietsen van het merk Kreidler. Hij heeft bij de RDW om afgifte van twee Nederlandse kentekenbewijzen verzocht. Omdat er onduidelijkheden waren over de identificatie van de bromfietsen aan de hand van het VIN, heeft [persoon], werkzaam bij het LIV, als deskundige op 27 januari 2022 nader onderzoek verricht. Op het frame van de gele bromfiets heeft de deskundige het nummer 1198092 aangetroffen. Na het verwijderen van een laag lak heeft de deskundige slijp- en schuursporen aangetroffen. Er is een etsbehandeling toegepast, waarbij het door de fabrikant aangebrachte VIN niet zichtbaar werd. Dit betekent dat het door de fabrikant aangebrachte VIN niet kon worden vastgesteld. Op het frame van de rode bromfiets heeft de deskundige het nummer 1218317 aangetroffen. Na het verwijderen van een laag lak heeft de deskundige schuur- en straalsporen aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2613
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202305483/1/A2

202305516/1/A2

Bij besluit van 10 juni 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. Naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, heeft het CBR bij besluit van 20 december 2021, gehandhaafd bij besluit van 25 april 2022, [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. [appellant] heeft daartegen geen rechtsmiddel aangewend. Aan de mededeling is ten grondslag gelegd dat [appellant] heeft geweigerd om mee te werken aan een ademonderzoek naar het alcoholgehalte in zijn adem, zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wvw 1994. In het tegen [appellant] opgemaakte proces-verbaal rijden onder invloed van 28 november 2021 is opgenomen dat de aanleiding voor de vordering tot medewerking aan een voorlopig ademonderzoek eruit bestond dat één van de verbalisanten [appellant] als bestuurder van een Volkswagen Golf met het kenteken […] om 16:13 uur heeft zien rijden op de openbare weg, dat er meerdere meldingen van passanten waren die zagen dat de bestuurder slingerend reed en dat een passant zag dat de bestuurder alcohol achter het stuur dronk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2632
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202305516/1/A2

202305925/1/A3

Bij besluit van 20 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van [appellant] om de verhuisdatum van zijn dochter [naam dochter] te wijzigen van 28 maart 2022 naar 25 januari 2022 in de basisregistratie personen afgewezen. [dochter] is op 28 maart 2022 ingeschreven in de brp op het woonadres van [appellant] (haar vader), te weten [locatie] in Amsterdam. [appellant] heeft verzocht om wijziging van die datum naar 25 januari 2022, omdat dat haar werkelijke verhuisdatum naar dat adres zou zijn. Het college heeft dit verzoek afgewezen en bij besluit van 25 juli 2022 de verhuisdatum gewijzigd naar 23 maart 2022. De rechtbank heeft het besluit van 25 juli 2022 vernietigd wegens een motiveringsgebrek. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten, wat betekent dat de in de brp geregistreerde verhuisdatum van 23 maart 2022 blijft gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat correctie van de gegevens niet aan de orde is, omdat niet duidelijk is geworden dat de in de brp geregistreerde verhuisdatum van 23 maart 2022 onjuist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2612
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202305925/1/A3

202306416/1/R3

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland de termijn die aan [appellant] was gegund om de bewoning van de woning aan de [locatie] in Maasland te beëindigen, verlengd tot 1 april 2023. Bij besluit van 16 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om uiterlijk binnen drie maanden de bewoning van de woning op het perceel [locatie] te Maasland te beëindigen en beëindigd te houden. Het bestemmingsplan stond namelijk alleen een bedrijfswoning toe en [appellant] was niet meer werkzaam voor het glastuinbouwbedrijf wat ter plaatse door [partij] werd geëxploiteerd. De termijn om aan de last te voldoen was oorspronkelijk drie maanden, maar is meerdere keren verlengd. Uiteindelijk heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland bij besluiten van 13 januari 2021, 16 april 2021, 12 mei 2021, 11 juni 2021, 8 juli 2021, 12 augustus 2021 en 7 september 2021 in totaal een dwangsom van € 20.000,00 ingevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2621
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306416/1/R3

202307050/1/R1

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan Zuideinde 366 vastgesteld. Het plan voorziet in de nieuwbouw van tien woningen op het perceel aan het Zuideinde 366 in Amsterdam, waarvan twee blokken met elk twee twee-aaneen-woningen en een appartementencomplex met zes zogenoemde schuurwoningen. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt. De gronden hebben op basis van het geldende bestemmingsplan "Kadoelen-Oostzanerwerf III" grotendeels de bestemming "Tuin-1". Aan de noord- en oostzijde van het plangebied ligt het bebouwingslint Zuideinde, dat voor het grootste deel bestaat uit karakteristieke, kleine losstaande woningen van twee bouwlagen met een kap. STL is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen en hebben daartegen beroep ingesteld. Volgens hen zal de komst van de woningen hun woon- en leefomgeving aantasten, onder andere omdat het plan voorziet in te veel woningen van een te grote omvang, wat volgens hen niet passend is in de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2645
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307050/1/R1

202307304/1/R1

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het bestemmingsplan "Buitengebied, locatie [locatie 1]/[locatie 2] Gendringen" vastgesteld. Op het perceel [locatie 1]/[locatie 2] (hierna: het perceel) in Gendringen lag de enkelbestemming "agrarisch". Met het plan vervalt een deel van de agrarische bestemming op het perceel. Dat deel wordt met het voorliggende bestemmingsplan omgezet in een woonbestemming. [partij] is eigenaar van dit perceel en is voornemens de bestaande bedrijfswoning om te zetten in een burgerwoning. Ook wordt de op het perceel aanwezige recreatiewoning als zodanig bestemd. Daarnaast wordt een nieuwe woning op het perceel gebouwd. De aanwezige agrarische bebouwing zal worden gesloopt. [appellant] woont aan de [locatie 3] in Gendringen. Zijn perceel grenst aan de [locatie 1]/[locatie 2]. Hij is het er niet mee eens dat een deel van de agrarische bestemming op het perceel wordt omgezet in een woonbestemming. Hij heeft daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2643
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307304/1/R1

202400430/1/A2

Bij besluit van 5 december 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellant] over te nemen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. In hoger beroep is in geschil of een schuld aan Oomen Fiscaal Onderzoek en Advies van € 14.626,88 moet worden overgenomen. W.J.L.H. Oomen heeft vanaf januari 2017 in opdracht van [appellant] hem bijgestaan met verschillende werkzaamheden in verband met de terugvordering van kinderopvangtoeslag en identiteitsfraude. Destijds is daarvan geen schriftelijke overeenkomst van opdracht opgemaakt. Volgens [appellant] is afgesproken dat Oomen zou proberen de kosten van de werkzaamheden vergoed te krijgen, en die vergoeding zou aan Oomen ter beschikking worden gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2620
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400430/1/A2

202400641/1/R4

Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad van de gemeente Montfoort het bestemmingsplan "De Bleek fase 1" gewijzigd vastgesteld. De locatie de Bleek in Montfoort is door de raad in december 2020 aangewezen als een mogelijke woningbouwlocatie. Het is het plan daar uiteindelijk zo’n 500 woningen te bouwen. Het nu voorliggend plan maakt realisatie van fase 1 mogelijk, waarbij 206 woningen zullen worden gebouwd en 4 woonwagenstandplaatsen zullen worden gerealiseerd. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] kunnen zich om verschillende redenen niet verenigen met het plan en hebben afzonderlijk van elkaar beroep ingesteld. Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de raad artikel 7.2.2, artikel 7.2.5 en artikel 7.5.1 van de planregels gewijzigd. [appellant sub 2] betoogt dat de keuze van de raad om het plangebied via de Willeskop en haar perceel te ontsluiten, onvoldoende is gemotiveerd. De raad heeft zich gebaseerd op onderzoeken die uitgaan van een veel grotere ontwikkeling. Daardoor wordt het nut en de noodzaak van deze ontsluiting voor het nu voorliggend plan onjuist weergegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2650
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202400641/1/R4

202401539/1/A2

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de subsidieaanvraag van Alta afgewezen. Het Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020 is een gezamenlijk subsidieprogramma van de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland voor activiteiten in Zuid-Nederland die financiering kunnen ontvangen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op versterking van het innovatiesysteem binnen technologiedomeinen. De voorwaarden en de procedure van het verlenen van de subsidies zijn geregeld in de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020. Het college heeft voor deze subsidie een aanvraagtijdvak opengesteld van 26 april 2021 tot en met 28 mei 2021. Voor projecten in Zeeland is een subsidieplafond van € 1.191.341,00 vastgesteld. Omdat er meer subsidie was aangevraagd dan onder het plafond kon worden verstrekt, heeft het college de aanvragen aan de hand van de beoordelingscriteria van de Subsidieregeling gerangschikt om te bepalen welke aanvragen in aanmerking komen voor subsidie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2639
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202401539/1/A2

202401787/1/A2

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellant] een compensatiebedrag van € 87.161,00 toegekend. Deze uitspraak gaat over de door [appellant] gevraagde compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Het gaat daarbij in het bijzonder om de vraag of de Belastingdienst/Toeslagen op de juiste wijze is omgegaan met een bedrag van € 40.774,00 dat [appellant], als gevolg van een schuldsaneringstraject niet heeft terugbetaald aan de Belastingdienst/Toeslagen. [appellant] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. [appellant] heeft recht op compensatie over de toeslagjaren 2009 tot en met 2011. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit 20 januari 2021 aan [appellant] een compensatiebedrag van € 87.161,00 toegekend. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 1 april 2022 het compensatiebedrag herzien, en dit bedrag verhoogd naar € 91.239,00. [appellant] heeft in 2011 te maken gekregen met terugvorderingen van verleende kinderopvangtoeslag door de Dienst Toeslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2617
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401787/1/A2

202402850/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Hij heeft op 3 december 2022 de minister gevraagd om hem vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. Hij stelt dat hij tussen 2007 en 2009 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse militaire missie in Afghanistan. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). Onder die speciale voorziening vallen twee groepen vreemdelingen. Niet in geschil is dat [appellant] niet is genomineerd door een ngo in het kader van de speciale voorziening en hij dus niet onder die groep van de speciale voorziening valt. De minister heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat [appellant] ook niet onder de tweede groep valt van personen en hun kerngezinsleden die in de afgelopen twintig jaar hebben gewerkt voor Defensie en/of voor een Nederlandse functionaris van EUPOL.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2611
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402850/1/V6

202404001/1/A2

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete van € 12.570,00 opgelegd voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. [appellant] is sinds 15 april 2015 eigenaar van de woning op het adres [locatie]. De woning bestaat uit één woonlaag met vijf kamers met een oppervlakte van 93 m². Na een verzoek tot handhaving, omdat de woning bewoond zou worden door meer dan het aantal toegestane huishoudens, heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam onderzoek ingesteld naar het feitelijke gebruik van de woning. Volgens de Basisregistratie Personen (hierna: de Brp) stonden er ten tijde van het onderzoek vier personen ingeschreven op het adres. Op 31 mei 2022 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht en drie personen in de woning aangetroffen. De toezichthouders hebben van hun bevindingen een rapport opgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2636
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404001/1/A2

202404680/1/A2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woonde ten tijde van de besluitvorming bij een broer en zijn gezin in een driekamerwoning. Hij heeft een urgentieaanvraag gedaan omdat de huidige woonsituatie gelet op zijn psychische gesteldheid volgens hem onhoudbaar is. [appellant] betoogt in hoger beroep dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Hij is bekend met een agressie- en persoonlijkheidsstoornis en stemmingswisselingen. De huidige woonsituatie zorgt voor veel prikkels waar hij niet goed mee kan omgaan. Daarnaast heeft hij in het verleden in detentie gezeten. Dit maakt dat hij niet met verschillende mensen in één huis kan wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2641
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404680/1/A2

202404806/1/R2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "Norbartlaan" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de Norbartlaan, ten zuiden van het centrum van Roosendaal. Op dit moment ligt het plangebied braak. Er heeft zich een initiatiefnemer gemeld bij de gemeente met plannen om daar twee appartementencomplexen met in totaal 70 woningen te realiseren. De raad van de gemeente Roosendaal heeft het bestreden bestemmingsplan vastgesteld om dit initiatief mogelijk te maken. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen naast het plangebied. Zij kunnen zich om verschillende redenen niet vinden in het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2635
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404806/1/R2

202405571/1/A2

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont met zijn vrouw en vijf kinderen in een appartement in Den Haag. Hij wil verhuizen naar een grotere woning. De belangrijkste reden hiervoor is de kleine ruimte in zijn huidige woning, vooral nu de kinderen opgroeien en meer ruimte nodig hebben, onder meer om huiswerk te maken. Het college heeft de aanvraag afgewezen op grond van artikel 4:5, onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 dat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Verder heeft het college aan de weigering ten grondslag gelegd dat [appellant] het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen of op een andere wijze oplossen en dat hij niet eerst direct voorafgaand aan de aanvraag drie maanden zelf aantoonbaar heeft gereageerd op het beschikbare woningaanbod. Verder ziet het college geen reden voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2640
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405571/1/A2

202405641/1/A2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] beschikt over een tweekamerappartement op de tweede etage zonder lift in Amsterdam. Rond 1 november 2021 is de moeder van [appellante] vanuit Marokko bij haar en haar dochter ingetrokken. Uit de e-mail van de verpleegkundige van 22 juli 2022 volgt dat de moeder van [appellante] volledig bedlegerig is, niet zelfstandig kan lopen of staan en 24-uurs zorg nodig heeft. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor een woning op de begane grond met drie slaapkamers, zodat zij met haar moeder in de rolstoel naar buiten kan en zij niet langer met haar moeder in de woonkamer hoeft te slapen. Het geschil gaat over de toepassing van de hardheidsclausule. Het college heeft de aanvraag afgewezen op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.6.5, eerste lid en onder i, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2629
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405641/1/A2

202405752/1/A2

Bij brief van 11 juli 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College aan [appellant] een schriftelijke waarschuwing gegeven. Bij brieven van 26 augustus en 30 augustus 2024 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen de brief van het college van 11 juli 2024 waarin het college hem een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven en de beslissing van 30 augustus 2024 waarin het college hem de toegang tot de terreinen en gebouwen van het Da Vinci College voor de duur van één week heeft ontzegd. Op 6 september 2024 heeft [appellant] beroep ingesteld bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2509
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405752/1/A2

202406234/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag voor [appellante] over 2021 vastgesteld op nihil en € 3.855,00 aan ontvangen voorschotten huurtoeslag over 2021 inclusief rente van haar teruggevorderd. Bij besluit van 25 september 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, de terugvordering van rente laten vervallen en de terugvordering aangepast naar € 3.729,00. [appellante] heeft over 2021 € 3.729,00 aan voorschotten huurtoeslag ontvangen, gebaseerd op een geschat jaarinkomen van € 15.043,00. De Dienst Toeslagen heeft vervolgens een melding uit de Basisregistratie Inkomen (hierna: BRI) gekregen dat [appellante] over 2021 een rendementsgrondslag had van € 31.398,00, wat net boven de voor haar voor de huurtoeslag geldende vermogensgrens van € 31.340,00 is. [appellante] stelt dat een medewerker van de Dienst Toeslagen haar heeft verteld dat zij safe zat voor de huurtoeslag over 2021. [appellante] vindt verder dat er in haar geval bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de Dienst Toeslagen had moeten afzien van de terugvordering of deze had moeten matigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2631
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406234/1/A2

202406250/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag en het kindgebonden budget over 2017 voor [appellante] definitief vastgesteld op nihil. De Dienst Toeslagen heeft tevens de teveel ontvangen voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2017 van € 2.317,00 en € 2.778,00 van haar teruggevorderd. Bij besluit van 11 januari 2023 heeft de Dienst Toeslagen het kindgebonden budget over 2018 voor [appellante] definitief vastgesteld op nihil en het teveel ontvangen voorschot kindgebonden budget over 2018 van € 350,00 van haar teruggevorderd. Op basis van de Basisregistratie Inkomen heeft de Dienst Toeslagen het gezamenlijk toetsingsinkomen van [appellante] en haar toeslagpartner over 2017 vastgesteld op € 81.429,00 en over 2018 op € 86.846,00. De toeslagpartner van [appellante] heeft bezwaar- en beroepsprocedures aanhangig gemaakt tegen het inkomen dat de inspecteur van de Belastingdienst voor hem over 2017 en 2018 heeft vastgesteld. Volgens [appellante] moet de Dienst Toeslagen de uitkomst van deze procedures afwachten, alvorens over te gaan tot definitieve vaststelling van haar zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2017 en 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2626
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406250/1/A2

202406252/1/A2

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de zorg- en huurtoeslag voor [appellant] over 2022 definitief vastgesteld op respectievelijk € 1.482,00 en € 2.338,00 en bepaald dat [appellant] de teveel ontvangen voorschotten zorg- en huurtoeslag van € 208,00 en € 410,00 moet terugbetalen. Bij besluit van 3 december 2024 heeft de Dienst Toeslagen de zorg- en huurtoeslag voor [appellant] over 2022 definitief vastgesteld op € 1.490,00 en € 2.354,00 en bepaald dat [appellant] € 105,00 en € 18,00 aan te weinig ontvangen zorg- en huurtoeslag terugkrijgt. Op 20 augustus 2024 heeft de inspecteur van de Belastingdienst het verzamelinkomen van [appellant] vastgesteld op € 17.102,00 en dat van zijn partner op € 13.067,00. Naar aanleiding hiervan heeft de Dienst Toeslagen bij het besluit van 3 december 2024 de in het besluit van 13 oktober 2023 vermelde definitieve vaststelling van de zorg- en huurtoeslag herzien. De vastgestelde zorg- en huurtoeslag over 2022 is herzien naar € 1.490,00 en € 2.354,00 en [appellant] krijgt € 105,00 en € 18,00 aan te weinig ontvangen zorg- en huurtoeslag terug.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2625
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406252/1/A2

202407077/1/A2

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] per 14 juni 2023 ongeldig verklaard. Naar aanleiding van een mededeling van de politie heeft het CBR bij besluit van 5 augustus 2022 aan [appellant] een onderzoek naar zijn rijvaardigheid opgelegd. Uit het eerste onderzoek op 23 februari 2023 bleek dat [appellant] de praktijkonderdelen onvoldoende beheerst. Ook tijdens het tweede onderzoek op 6 juni 2023 bleek dat [appellant] onvoldoende rijvaardig is. Daarom heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] bij besluit van 7 juni 2023 ongeldig verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2610
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407077/1/A2

202500164/1/A2

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellante] heeft op 13 oktober 2023 een uitkering uit het schadefonds aangevraagd. Daarbij heeft zij toegelicht dat zij regelmatig door haar toenmalige partner is geslagen en geschopt. Daaraan heeft zij onder meer blauwe plekken, kneuzingen en oogletsel overgehouden. Ook is zij daardoor depressief en angstig. De CSG heeft bij besluit van 28 februari 2024, gehandhaafd bij besluit van 11 juni 2024, de aanvraag afgewezen. De CSG vindt het weliswaar aannemelijk dat [appellante] in de opgegeven periode slachtoffer is geweest van meerdere mishandelingen, maar beschikt over onvoldoende objectieve aanwijzingen om aan te nemen dat deze mishandelingen ook stelselmatig plaatsvonden. Het letsel dat [appellante] aan de mishandelingen heeft overgehouden kan de CSG niet aanmerken als ernstig letsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2634
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500164/1/A2

202500236/1/A2

Bij beslissing van 20 september 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. [appellant] volgt sinds augustus 2023 de opleiding Pedagogisch Werk aan het Da Vinci College. Vanwege ontoelaatbaar gedrag heeft het college bij beslissing van 20 september 2024 [appellant] verwijderd van de opleiding Pedagogisch Werk en van het Da Vinci College, inclusief ontzegging van de toegang tot de schoolgebouwen en terreinen van het Da Vinci College. Hiermee is zijn recht om onderwijs te volgen, inspraak op het onderwijs te leveren en toegang tot de fysieke en digitale voorzieningen te hebben komen te vervallen. In deze beslissing heeft het college ook opgenomen dat [appellant] zich in de toekomst niet kan inschrijven voor andere opleidingen bij het Da Vinci College. Zijn verzoek tot herinschrijving voor de opleiding Pedagogisch Werk in augustus 2025 heeft het college daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2510
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500236/1/A2

202502023/1/A2

Bij beslissing van 26 februari 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit Leiden [appellant] niet toegelaten tot de tweede selectieronde voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Universiteit Leiden. [appellant] heeft op 14 februari 2025 deelgenomen aan de eerste selectieronde voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Universiteit Leiden. Aan deze ronde, die bestaat uit een studievaardighedentest en een capaciteitentest, hebben 1.225 kandidaten deelgenomen, van wie het college de beste 500 kandidaten heeft geselecteerd voor de tweede ronde. [appellant] behoort niet tot die 500 kandidaten. [appellant] is het er niet mee eens dat hij niet is toegelaten tot de tweede selectieronde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2506
Datum uitspraak
11 juni 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502023/1/A2

202300509/1/V3

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 10 december 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2600
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300509/1/V3

202306196/1/V3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2598
Datum uitspraak
10 juni 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306196/1/V3
vorige pagina1...343536...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon