Uitspraak BRS.25.001391
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:5106
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2025
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.
- Voorlopige voorziening
- Regulier
Toon inhoud
BRS.25.001391
ECLI:NL:RVS:2025:5106
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 april 2025 in zaak nr. 23/14722 in het geding tussen:
verzoeker
en
appellant.
Procesverloop
Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 30 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak het BMA opnieuw om advies vraagt en een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft in afwachting van een nieuw besluit op zijn bezwaar al rechtmatig verblijf in Nederland op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw 2000. Op grond van artikel 73, eerste lid, van die wet is de werking van het besluit tot afwijzing van zijn aanvraag namelijk opgeschort totdat de minister opnieuw op dat bezwaar heeft beslist.
2. De voorzieningenrechter van de Afdeling wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2025
392