Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.613
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503484/1/V2 en 202503484/2/V2

Bij besluiten van 8 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3147
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503484/1/V2 en 202503484/2/V2

202503584/2/R1

Het college heeft op 26 maart 2024 het projectplan "Dijk- en oeververbetering Willeskop Zuid GHIJ" vastgesteld. Dit plan voorziet in het opknappen van oevers aan de zuidzijde van de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (hierna: GHIJ), omdat niet overal aan de veiligheidsnorm wordt voldaan. [verzoeksters] zijn gevestigd op het perceel [locatie] in [plaats]. Dit perceel ligt aan de GHIJ. Zij exploiteren een bedrijf in bouwmaterialen en gebruiken het kanaal voor de aan- en afvoer van bouwmaterialen. [verzoeksters] verzoeken om schorsing van het projectplan om verdere uitvoering van de oeververbeteringsmaatregelen, ter hoogte van hun perceel, tegen te houden. Zij willen met hun verzoek onomkeerbare gevolgen voorkomen. Zij stellen dat als gevolg van het vervangen van betonnen beschoeiing door houten beschoeiing, zoals in het projectplan voorzien, geen laad- en losactiviteiten meer kunnen plaatsvinden. Daarmee staat volgens verzoeksters de continuïteit van hun bedrijf op het spel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3302
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503584/2/R1

202503626/1/V2 en 202503626/2/V2

Bij besluit van 29 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.L.M. Janssen, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3150
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503626/1/V2 en 202503626/2/V2

202503668/1/V2

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 19 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.J. Schenkman, advocaat in Amstelveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3149
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503668/1/V2

BRS.25.000261

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3075
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000261

BRS.25.000564

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3079
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000564

BRS.25.000801

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3073
Datum uitspraak
10 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000801

202401673/2/A3

Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3037
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202401673/2/A3

202405318/1/V3

Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 6 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3171
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405318/1/V3

202408052/1/V3

Bij besluit van 18 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3081
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202408052/1/V3

202500890/1/V3

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3070
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500890/1/V3

202501343/1/V3

Bij besluit van 1 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 25 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3146
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501343/1/V3

202501529/1/V3

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3083
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501529/1/V3

202501918/1/V1

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3080
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501918/1/V1

BRS.25.000569

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3027
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000569

BRS.25.000713

Bij besluit van 7 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3061
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000713

BRS.25.000722

Bij besluit van 1 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3042
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000722

BRS.25.000742

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 7 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3044
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000742

BRS.25.000763

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3052
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000763

202107906/2/V6

Bij verwijzingsuitspraak van 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:975, heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de gestelde vragen over de uitleg van artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling heeft daarbij de behandeling van het hoger beroep geschorst tot het Hof uitspraak zal hebben gedaan en iedere verdere behandeling aangehouden. Deze uitspraak gaat over artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn. Deze bepaling verplicht lidstaten om personen die internationale bescherming genieten, toegang tot integratieprogramma’s te bieden of te zorgen voor de omstandigheden waaronder de toegang tot dergelijke programma’s gewaarborgd is. In deze uitspraak wordt de vraag beantwoord of het Nederlandse inburgeringsstelsel in overeenstemming is met artikel 34 van de Kwalificatierichtlijn. Het gaat daarbij specifiek om de verplichting voor asielstatushouders om een inburgeringsexamen te behalen, op straffe van een boete, waarbij zij de kosten voor de integratieprogramma’s in beginsel zelf moeten betalen als zij niet op tijd voor dit examen slagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3087
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202107906/2/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107906/2/V6

202202169/1/R3

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Midden-Groningen het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Groningen" gewijzigd vastgesteld. Het plan is een actualiserend en consoliderend bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Midden-Groningen. De bestaande situatie, met de huidige gebruiks- en bouwmogelijkheden, vormt daarbij het uitgangspunt. De aanleiding voor het plan is dat er in het plangebied verschillende bestemmingsplannen gelden, die in uiteenlopende jaren door de gemeenteraden van voormalige gemeenten zijn vastgesteld. [appellant sub 1] en anderen zijn eigenaren van het perceel aan de [locatie] in Harkstede. Zij zijn het niet eens met de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Groningen".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3100
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202202169/1/R3

202202333/1/R2

Bij besluit van 7 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het dichtmaken van een bestaande binnentrap waardoor er drie zelfstandige woningen worden gecreëerd op het perceel [locatie 1] te Putte. [appellante] heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Zij wil graag, door de binnentrap van de woning op het perceel dicht te maken, van een grote woning op het perceel twee woningen maken. Op het perceel is aan de achterzijde al een mantelzorgwoning aanwezig, zodat op het perceel dan drie zelfstandige woningen aanwezig zullen zijn. Uit de aanvraag volgt verder dat zij verzoekt om drie aparte huisnummers, namelijk [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4]. [appellante] woont op het perceel [locatie 5] in [woonplaats]. Zij is eigenaar van de woning op het perceel en gebruikt de woning voor verhuur. Zij is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3101
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202333/1/R2

202203873/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2018 heeft het college aan Schiphol Nederland B.V. een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een tijdelijke grondopslagvoorziening op de locatie Haarlemmermeer, sectie AK, nr. 3016, voor een periode tot 1 januari 2024. Schiphol heeft op 20 december 2017 een aanvraag ingediend voor het realiseren en in gebruik nemen van een definitieve tijdelijke opslagvoorziening. De DTOP was bedoeld voor het tijdelijk opslaan van maximaal 200.000 m3 grond die vrijkwam bij bouw- en aanlegwerkzaamheden op het terrein van de inrichting van Schiphol. Van deze grond is vastgesteld dat die verontreinigd kan zijn met perfluoroctaansulfonzuur (PFOS), een brandvertragend middel dat in hoge concentraties schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. Schiphol had eerder al verschillende tijdelijke opslagvoorzieningen voor deze grond binnen haar inrichting gerealiseerd en daar ook al eerder vergunningen voor gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3103
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203873/1/R4

202205318/1/R1

Bij besluit van 15 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal [appellant] lasten onder dwangsom opgelegd wegens diverse overtredingen in verband met geconstateerde opslag van niet-agrarische goederen en afvalstoffen op het perceel [locatie] in Altforst, de mogelijke aanwezigheid van asbest in en op het dak van het bedrijfsgebouw en een gerealiseerde trap in de woning op het perceel (last onder dwangsom 1). Bij verschillende controles op het perceel heeft een toezichthouder van de gemeente, tevens asbestdeskundige, geconstateerd dat het dak met asbestverdachte golfplaten van een van de bedrijfsgebouwen ernstig beschadigd was en dat ook verspreid over het perceel en in dit bijgebouw afgebroken stukken asbestverdachte golfplaten aanwezig waren. Gelet op het gevaar voor de gezondheid door de aanwezigheid van de asbest heeft het college [appellant] gelast om een asbestinventarisatieonderzoek te laten uitvoeren door een hiervoor gecertificeerd bedrijf en dit onderzoeksrapport ter beoordeling bij het college in te dienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3104
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205318/1/R1

202205503/1/R3

Bij besluit van 25 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [vergunninghouder A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een opbouw om een appartement te realiseren en om de eerste en tweede verdieping te renoveren tot twee appartementen, op de percelen aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] in Zwolle. Bij besluit van 25 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [vergunninghouder B] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een opbouw om een appartement te realiseren en om de eerste en tweede verdieping te renoveren tot twee appartementen, op de percelen aan de [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 6] in Zwolle. [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] hebben op respectievelijk 15 maart 2021 en 16 maart 2021 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van de panden. De bouwplannen voorzien in het toevoegen van een derde etage (vierde bouwlaag) aan de panden. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de goot- en bouwhoogte in de verbeelding bij het bestemmingsplan onverbindend moet worden verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3102
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205503/1/R3

202206987/1/R3

Bij besluit van 10 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs Geldermalsen een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de bestaande pastorie en het bouwen van nieuwbouw aansluitend op de bestaande pastorie en de bestaande kerk op het perceel Zwolseweg 96 in Deventer, het maken van een uitweg aan de Kerkstraat en het kappen van zeven bomen op het perceel. De Stichting heeft de voormalige Heilig Hartkerk op het perceel gekocht om hierin een school voor kleinschalig middelbaar onderwijs te realiseren. De Stichting wil de bestaande parochie op het perceel verbouwen en aansluitend op de parochie en de kerk nieuwbouw realiseren. In de pastorie komen zeven leslokalen en in de nieuwbouw komen vijf leslokalen. De school had in de bestaande situatie 230 leerlingen in de onderbouw. Het aantal leerlingen kan na uitbreiding van de school stijgen tot 390 leerlingen in de onderbouw en bovenbouw. Omwonenden zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3086
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206987/1/R3

202207039/1/R1

Bij besluit van 20 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest [appellante sub 1] onder oplegging van bestuursdwang gelast om de woning op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te verwijderen en verwijderd te houden. Op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] (hierna samen: het perceel) stonden twee gebouwen bij een hoofdgebouw op het perceel [locatie 3]. De twee gebouwen zijn in 2004 verbouwd en samengevoegd tot één gebouw dat vervolgens in gebruik is genomen als woning (hierna: de woning). [appellante sub 1] had een recht van opstal en haar echtgenoot [gemachtigde] het bloot-eigendom van het perceel. Op het perceel rust volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied" de bestemming "Wonen". [appellante sub 1] en [appellante sub 2] kunnen zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank, waarin zij heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een overtreding en er geen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan het college van handhaving had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3088
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207039/1/R1

202207141/1/R3

Bij besluiten van 24 maart 2022 en 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe respectievelijk aan Hanustaete en Komen zowel een last onder dwangsom als een preventieve last onder dwangsom opgelegd vanwege het verblijf van arbeidsmigranten op het "Vakantiepark Oranje". Hanustaete en Komen zijn eigenaren van het perceel aan Oranje 8 in Midden-Drenthe. Op dit perceel is "Vakantiepark Oranje" gevestigd. Op het perceel waarop het vakantiepark zich bevindt, rust op grond van het bestemmingsplan "Oranje" de bestemming "Recreatie" en de functieaanduiding "verblijfsrecreatie". Een aantal recreatiewoningen op het park wordt door Hanustaete en Komen verhuurd ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. De arbeidsmigranten werken voor "Unie-Pool Personeel B.V." en voeren hun werkzaamheden elders uit. Bij handhavingsbesluiten aan Hanustaete en Komen heeft het college een last onder dwangsom opgelegd wegens het in strijd handelen met het bestemmingsplan, omdat de arbeidsmigranten niet op het park verblijven in het kader van verblijfsrecreatie maar ten behoeve van hun werk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3124
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207141/1/R3

202207386/1/R2

Bij besluit van 27 september 2022 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingplan "Buitengebied 2017, Reparatieplan 2022" vastgesteld. Met het reparatieplan is beoogd een omissie te repareren in de eerder vastgestelde bestemmingsplannen "Buitengebied 2017", vastgesteld op 3 juli 2018, en "Buitengebied 2017, eerste herziening" vastgesteld op 29 januari 2019. In deze twee bestemmingsplannen ontbreekt in de bestemmingsomschrijving van agrarische bestemmingen in het lid voor nevenactiviteiten een verwijzing naar de afwijkingsmogelijkheden. Het reparatieplan wijzigt in de twee onderliggende bestemmingsplannen deze bepalingen, zodat er wel een verwijzing naar de afwijkingsmogelijkheden is opgenomen. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] komen op tegen dit reparatieplan. [appellant sub 1] en anderen verzetten zich tegen de mogelijkheid die het reparatieplan biedt om een minicamping op te richten op [locatie], het perceel van [partij]. Volgens [appellant sub 2] had het reparatieplan een passende bestemming moeten toekennen aan zijn bedrijfsperceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3085
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207386/1/R2

202301565/1/R3

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Parkhaven" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Parkhaven" maakt de bouw van 650 woningen mogelijk in acht woontorens aan weerszijden van de Euromast inclusief ondergrondse parkeergarages. De bouwhoogte van de woontorens varieert van maximaal 26 m tot maximaal 70 m. Ook biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid voor onder meer horeca, leisure, kantoren, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. Zowel ondernemers in en nabij het plangebied, stichtingen als ook natuurlijke personen en een bewonersorganisatie hebben beroep ingesteld tegen het plan. Zij vrezen onder meer dat het plan de exploitatiemogelijkheden en bereikbaarheid van hun bedrijven in de Parkhaven zal aantasten, zal leiden tot verkeers- en parkeerhinder en tot een aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in en nabij het plangebied. In het bijzonder is daarbij gewezen op verschillende rijksmonumenten in en nabij het plangebied, zoals de Euromast en Het Park.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3076
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202301565/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301565/1/R3

202302162/1/R3

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ten behoeve van het bestemmingsplan "Parkhaven" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. De zaak gaat over het besluit hogere waarden dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft genomen om de realisering van 650 woningen in acht woongebouwen aan weerszijden van de Euromast mogelijk te maken, waarin het bestemmingsplan voorziet. Tegen het bestemmingsplan hebben appellanten evenals een aantal andere partijen beroep ingesteld. Om de woningen mogelijk te maken heeft het college hogere waarden vastgesteld vanwege industrie en wegverkeer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3135
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202302162/1/R3

202303103/1/R4

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden geweigerd handhavend op te treden tegen het onttrekken van grondwater op het perceel [locatie 1] in Bosch en Duin. [partij] woont op het perceel. [appellant] is eigenaar van het naastgelegen perceel, de [locatie 2] in Bosch en Duin. Volgens [appellant] veroorzaakt het onttrekken van grondwater door [partij] schade aan de gebouwen op zijn perceel en is het de oorzaak van zetting en de grondverzakking. Hij heeft daarom om handhaving van de Keur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018 verzocht. [appellant] betoogt dat de rechtbank een onafhankelijke deskundige had moeten benoemen. Hij voert aan dat dit noodzakelijk was, omdat uit de verrichte technische onderzoeken volgt dat sprake is van een causaal verband tussen de door hem geleden schade en de grondwateronttrekking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3098
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303103/1/R4

202304258/1/R4

Bij besluit van 11 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Lingewaard het bestemmingsplan "Tweede herziening Park Lingezegen" vastgesteld. Het plangebied beslaat een groot deel van het buitengebied rondom Bemmel. Naast het herstel van enkele omissies in het voorgaande bestemmingsplan en correcties als gevolg van een eerdere uitspraak van de Afdeling, is in dit geval van belang dat het plan tevens voorziet in de wijziging van de bestemming "Natuur" naar "Wonen" voor twee percelen ter hoogte van de [locatie 1] en [locatie 2] en [locatie 3] in Bemmel, die grenzen aan de natuurplas Plakse Wei. [appellanten] wonen ook aan deze natuurplas en richten zich in beroep tegen deze bestemmingswijziging. [appellanten] betogen dat een milieueffectrapport had moeten worden gemaakt voor het plan, omdat op gronden grenzend aan het plangebied sprake zou zijn van bodemverontreiniging. Volgen hen is ten onrechte niet door middel van een MER onderzocht of mogelijk giftige stoffen kunnen uitspoelen in het water van de Plakse Wei, wat tot negatieve milieugevolgen kan leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3089
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202304258/1/R4

202304277/1/R1

Bij uitspraak van 14 december 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU7985, heeft de Afdeling het beroep van onder andere [verzoeker A] en [verzoeker C] tegen het besluit tot goedkeuring door het college van gedeputeerde staten van Flevoland van het bestemmingsplan "Recreatieterrein Horsterwold 2003" ongegrond verklaard. Dit bestemmingsplan was op 25 maart 2004 vastgesteld door de raad van de gemeente Zeewolde. [verzoeker A] en [verzoeker C] hebben de Afdeling verzocht om die uitspraak te herzien. [verzoeker A] en [verzoeker C], eigenaren van de kavels [locatie 1] respectievelijk [locatie 2] op het recreatieterrein Horsterwold, verzoeken de Afdeling de uitspraak van 14 december 2005 te herzien. Zij stellen dat uit onlangs aan hen bekend geworden stukken is gebleken dat de gemeente Zeewolde willens en wetens het bestemmingsplan heeft ingezet om eerder tussen [verzoeker A] en [verzoeker C] gemaakte afspraken met de projectontwikkelaar inhoudelijk in te perken en naar haar hand te zetten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3105
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Herziening
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202304277/1/R1

202305099/1/R1

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de woning op het perceel [locatie] te Uithoorn te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel. Op 5 november 2021 en 11 maart 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente Uithoorn geconstateerd dat in de woning verschillende mensen verblijven die niet tot het huishouden van [appellant] behoren. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een overtreding zich heeft voorgedaan. [appellant] is er volgens de rechtbank namelijk niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de kamerverhuur op grond van het in artikel 25.2 van de planregels van het bestemmingsplan opgenomen gebruiksovergangsrecht is toegestaan. Volgens de rechtbank heeft het college zich in de beslissing op bezwaar terecht op het standpunt gesteld dat handhaving niet zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen, dat het daarvan had moeten afzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3106
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202305099/1/R1

202305494/1/A2

Bij besluiten van 12 januari 2021 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aanvragen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] om een tegemoetkoming afgewezen. Op 9 juni 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming de Tegemoetkomingsregeling gesubsidieerde toevoegingenpraktijk van advocaten, mediators en bijzondere curatoren COVID-19-crisis (hierna: de Tegemoetkomingsregeling) vastgesteld. Aanleiding hiervoor was de forse daling van het aantal afgegeven toevoegingen als gevolg van COVID-19, onder andere door de vermindering van de instroom bij straf- en asielzaken en door de sluiting van de rechtbanken. De verwachting destijds was dat deze daling nog enige tijd zou aanhouden. Hoewel delen van dit werk wellicht later in het jaar konden worden ingehaald, was de verwachting ook dat een deel van het werk niet meer zou terugkomen of niet meer kon worden ingehaald. Gelet op de bijzondere en belangrijke rol die sociale advocaten vervullen in de toegang tot het recht van minder- en onvermogende burgers, heeft de minister met de Tegemoetkomingsregeling beoogd een financieel vangnet te creëren dat een adequaat aanbod van sociale advocaten zou verzekeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3134
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305494/1/A2

202305524/1/A2

Bij besluit van 24 februari 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 10 februari 2022 heeft de politie aan het CBR een mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid, dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Volgens een bij deze mededeling gevoegd mutatierapport van 10 februari 2022 heeft [appellant] op 3 februari 2022 de maximumsnelheid overschreden in de bebouwde kom, door rood gereden, tijdens het invoegen op de A1 onnodig gebruik gemaakt van een wit puntstuk en meerdere malen geen gebruik gemaakt van zijn richtingaanwijzer. De rechtbank heeft overwogen dat het CBR terecht heeft gesteld dat [appellant] herhaaldelijk gedragingen heeft verricht die in de bijlage van de Regeling behorende bij bijlage, onder A, onderdeel III, Rijgedrag staan vermeld. De conclusie van de rechtbank is dat het CBR de EMG terecht heeft opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3084
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202305524/1/A2

202305535/2/R1

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Roerdalen het bestemmingsplan "Kleinschalig zorghuis Hoogstraat 11 te Montfort" vastgesteld. Het plan voorziet in de kern van Montfort in de mogelijkheid aan de Hoogstraat een kleinschalig zorghuis te realiseren, met zestien zorgwoningen en één dienstwoning. In het in 2023 vastgestelde plan was in artikel 1.94 van de planregels de volgende begripsbepaling van "zorgwoning" opgenomen: "een woning of wooneenheid waar een huishouden langdurig verblijft of woont, waarbij er sprake is van zelfstandige bewoning, met het oogmerk daar geïndiceerde zorg en ondersteuning te ontvangen, en welke zorg door minimaal één van de bewoners ook daadwerkelijk wordt afgenomen". In de tussenuitspraak is overwogen dat er met name discussie bestaat over de vraag of de in artikel 1.94 van de planregels opgenomen definitie van het begrip "zorgwoning" wel voldoende is toegesneden op de beoogde doelgroep van het woongebouw, en de daarbij behorende parkeervraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3109
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202305535/2/R1

202305690/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] verleende toevoeging ingetrokken. Bij besluit van 8 oktober 2013 heeft de raad aan [appellant] een toevoeging verleend voor rechtsbijstand door een advocaat ter zake van een verbintenisrechtelijk geschil. Na een aantal overnames is de toevoeging bij besluit van 6 december 2016 op naam van [advocaat] gesteld. Op 17 december 2019 heeft [advocaat] namens [appellant] de raad verzocht om de toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken, omdat er tussen hen een geschil was ontstaan over het betalen van facturen. [appellant] heeft er volgens [advocaat] vanwege het verwachte eindresultaat voor gekozen de destijds openstaande uren en toekomstige uren te voldoen op basis van haar uurtarief. Uit het besluit van 26 juni 2020 volgt dat de raad zich op het standpunt stelt dat de toevoeging ten onrechte is ingetrokken, omdat [appellant] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen toestemming heeft gegeven aan [advocaat] om de toevoeging in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3137
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305690/1/A2

202305765/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [persoon] verleende toevoeging ingetrokken. Bij besluit van 8 oktober 2013 heeft de raad aan [persoon] een toevoeging verleend voor rechtsbijstand door een advocaat ter zake van een verbintenisrechtelijk geschil. Na een aantal overnames is de toevoeging bij besluit van 6 december 2016 op naam van [appellant] gesteld. Op 17 december 2019 heeft [appellant] namens [persoon] de raad verzocht om de toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken, omdat er tussen hen een geschil was ontstaan over het betalen van facturen. [persoon] heeft er volgens [appellant] vanwege het verwachte eindresultaat voor gekozen de destijds openstaande uren en toekomstige uren te voldoen op basis van haar uurtarief.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3133
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305765/1/A2

202305845/1/A3

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de burgemeester van Almere aan [appellant] een huisverbod opgelegd als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod voor de periode van tien dagen, tot 10 december 2022. Op het moment dat het huisverbod werd opgelegd woonde [appellant] samen met [persoon] en hun twee meerderjarige kinderen in een woning in Almere. [appellant] en [persoon] zijn in 2019 gescheiden waarbij het gebruiksrecht van de woning aan [persoon] is toegewezen. Ondanks de toewijzing van de woning aan [persoon] weigerde [appellant] de woning te verlaten en is hij in de woning blijven wonen. Naar aanleiding van een zorgmelding bij Veilig Thuis Flevoland is er een onderzoek gestart naar de gezinssituatie. De burgemeester heeft in de uitkomsten aanleiding gezien om aan [appellant] het tijdelijke huisverbod op te leggen. [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester aan hem een tijdelijk huisverbod op kon leggen en dat hij dit verbod ook mocht verlengen. [appellant] voert daartoe aan dat het opleggen van een tijdelijk huisverbod als doel heeft om een adempauze in te lassen voor partijen om afspraken te maken en maatregelen te nemen die de dreiging van huiselijk geweld kunnen wegnemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3114
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Huisverbod
  • uitspraakin de zaak202305845/1/A3

202305974/1/A3

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de minister voor Rechtsbescherming een verzoek van [verzoeker] om de geslachtsnaam van het minderjarige kind [naam], geboren op 31 januari 2015, te wijzigen van [achternaam appellant] in [achternaam verzoeker], ingewilligd. De minister heeft vastgesteld dat [verzoeker] onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek een aaneengesloten periode van vijf jaren heeft verzorgd en opgevoed en dat uit de gegevens in de basisregistratie personen blijkt dat [verzoeker] en [kind] nooit op hetzelfde adres ingeschreven hebben gestaan als [appellant]. Met het besluit van 23 mei 2022 heeft de minister het verzoek daarom, na een belangenafweging te hebben gemaakt, ingewilligd. Met het besluit van 12 oktober 2022 heeft de minister zijn standpunt gehandhaafd. [appellant] is het daarmee niet eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3108
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305974/1/A3

202306017/1/R1

Bij besluit van 20 april 2021 is het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam overgegaan tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen met een totale hoogte van € 1.000,00. Bij twee afzonderlijke brieven van 4 februari 2020, gericht aan [appellant] en aan de stichting We Run The City ter attentie van [appellant], is [appellant] gelast af te zien van het, in strijd met artikel 17, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening van de gemeente Amsterdam, (laten) bezorgen van ongeadresseerd reclamedrukwerk op adressen waarvan de bewoner of gebruiker niet (door middel van een sticker) kenbaar heeft gemaakt dergelijke reclamepost te willen ontvangen, onder oplegging van een dwangsom van € 500,00 per overtreding met een maximum van € 5000,00. Daarbij geldt elke bezorging van ongeadresseerd drukwerk op adressen zonder Ja/Ja- of Ja-sticker als afzonderlijke overtreding. Een toezichthouder van de gemeente heeft op 28 januari 2021 en 5 februari 2021 geconstateerd dat er ongeadresseerd reclamedrukwerk afkomstig van [appellant] is bezorgd op adressen zonder Ja/Ja- of Ja-sticker.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3125
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306017/1/R1

202306685/1/R1

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beemster aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning op het perceel [locatie 1] in Westbeemster. Aan de Westdijk in Westbeemster staat een twee-onder-een-kapwoning die de vorm heeft van een stolpboerderij. [partij] woont op het perceel aan de [locatie 2] in de ene helft van de twee-onder-een-kapwoning. [appellant] woont in de andere helft op het perceel aan de [locatie 3]. De percelen zijn elk ongeveer 2.500 m2. Voor de bouw van de twee-onder-een-kapwoning heeft het college in 2008 een bouwvergunning met een vrijstelling van het toen geldende bestemmingsplan verleend. De woning is in 2009 gebouwd. Daarvoor stond elders op het perceel, dat thans van [partij] is, een woning. Die is voorafgaand aan de bouw van de twee-onder-een-kapwoning gesloopt. [appellant] is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de woning op het perceel van [partij]. Hij kan zich daarom niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank, waarin zijn beroep ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3090
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306685/1/R1

202306686/1/R3

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft het college aan maatschap een omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met de beheersverordening Overige Dorpen 2014 plaatsen van een stelling met daarin twee silo's voor het perceel [locatie 1] te Oldeberkoop. [appellant A] en anderen zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de silo’s op het agrarische perceel gelegen aan de [locatie 1]. [appellant C] en [appellant D] wonen naast het perceel waarop de silo’s geplaatst zijn aan de [locatie 2]. [appellant A] en [appellant [appellant B] wonen er tegenover aan de [locatie 3]. [appellant A] en anderen vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3091
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306686/1/R3

202307182/1/R3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een dakopbouw op de woning op het adres [locatie] te Annen. Het college heeft bij besluit van 16 april 2020 een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een dakopbouw op en aan de woning op het adres [locatie] in Annen. Deze is bij besluit van 17 augustus 2022, na een vernietiging door de rechtbank, met verbetering van de motivering, in stand gelaten. De woning waarop de dakopbouw is gerealiseerd is een twee-onder-een-kapwoning met de woning van [appellant]. [appellant] kan zich niet met de omgevingsvergunning verenigen, omdat de dakopbouw volgens hem in strijd is met redelijke eisen van welstand en er sprake is van overbouw. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de dakopbouw in strijd is met redelijke eisen van welstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3095
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307182/1/R3

202307319/1/A2

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante] compensatie toe te kennen in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Deze uitspraak gaat over compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De compensatieregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen is bedoeld voor gedupeerden van zowel institutionele vooringenomenheid als hardheid van het stelsel. [appellante] heeft op 31 januari 2020 verzocht om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2013 en 2014. Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd om aan [appellante] compensatie toe te kennen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht heeft geweigerd om [appellante] compensatie toe te kennen. Over het toeslagjaar 2014 heeft de Dienst Toeslagen kinderopvangtoeslag teruggevorderd omdat [appellante] de kinderopvangtoeslag had stopgezet en minder opvanguren heeft afgenomen dan waarop het voorschot kinderopvangtoeslag was berekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3141
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202307319/1/A2

202307945/1/A2

Bij besluit van 17 mei 2021 heeft de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de subsidie van [appellante] vastgesteld op € 299.650,- en € 299.850,- aan verleende voorschotten van haar teruggevorderd. Op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 en het Besluit tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector Investeringsprogramma kon de minister subsidie verlenen voor projecten in het kader van het Private Sector Investeringsprogramma. Doel van het PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van significant vernieuwende investeringen in de private sector in ontwikkelingslanden. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister de subsidie lager mocht vaststellen. Volgens [appellante] is voor veel posten, zoals transport- en verzekeringskosten, machines en apparatuur, wel degelijk voldoende informatie aangeleverd om tot afgifte van een marktconformiteitscertificaat over te (kunnen) gaan of in ieder geval aan te nemen dat de kosten zijn gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3140
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202307945/1/A2

202400662/1/A2

Bij uitspraak van 18 januari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:202) heeft de Afdeling de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgedragen om een nieuw besluit te nemen over de aanvraag van Silver tot aanwijzing als opleidingsinstelling voor gezondheidszorgpsychologen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen en bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. Silver is een zorginstelling die psychologische zorg verleent. Silver heeft de wens om, naast het aanbieden van psychologische zorg, binnen haar praktijk ook basispsychologen op te leiden tot gezondheidszorgpsycholoog. Zij wil een opleidingsinstelling en een praktijkopleidingsinstelling zijn. Gezondheidszorgpsycholoog is een beschermde titel op grond van artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Degene die als gezondheidszorgpsycholoog werkzaam wil zijn en als zodanig in het BIG-register wil worden ingeschreven, moet voldoen aan de voorwaarden die bij of krachtens de Wet BIG worden gesteld. Voor gezondheidszorgpsychologen zijn deze voorwaarden opgenomen in het Besluit gezondheidszorgpsycholoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3107
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202400662/1/A2

202400846/1/A3

Bij besluit van 26 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein op de voet van artikel 6, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten percelen in het gebied Dukatenburg 90-90A te Nieuwegein (hierna: de percelen) voorlopig aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn. Op 23 juni 2022 heeft de raad, met toepassing van artikel 4, eerste lid, en onder a, van de Wvg, op basis van een structuurvisie de percelen definitief aangewezen als gronden waarop het voorkeursrecht van toepassing is. Lips Beheer is eigenaar van een kantoorpand op het perceel Dukatenburg 90. Het voorkeursrecht houdt in dat als Lips Beheer het voornemen heeft om het perceel te vervreemden, zij de gemeente, op de in de Wvg geregelde wijze, als eerste in de gelegenheid moet stellen om het perceel te verwerven. Lips Beheer voert in hoger beroep in de kern aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de raad een voorkeursrecht op haar gronden mocht vestigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3116
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Wet voorkeursrecht gemeenten
  • uitspraakin de zaak202400846/1/A3

202401200/5/A3

Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel over de betekenis van artikel 5.2, derde lid, van de Wet open overheid. Die betekenis is belangrijk voor de reikwijdte van de verplichting van bestuursorganen om persoonlijke beleidsopvattingen te verstrekken bij documenten die zijn opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming. Dit is voor de uitvoeringspraktijk van de Wet open overheid van groot belang. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad advocaat-generaal gevraagd in zijn conclusie uitleg te geven over het begrip ‘formele bestuurlijke besluitvorming’ en te beantwoorden in welk soort situaties het belang van het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad door het verstrekken van persoonlijke beleidsopvattingen in documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming in een vorm die niet tot personen herleidbaar is. Tot slot vroeg de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak hem om toepassing van die uitleg op deze concrete rechtszaak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3096
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Conclusie
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401200/5/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401200/5/A3

202401318/1/R3

Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad van de gemeente De Fryske Marren het bestemmingsplan "Balk - Jachthavendyk" vastgesteld. Aan de Jachthavendyk in Balk wordt door middel van het bestemmingsplan "Balk - Jachthavendyk" voorzien in het mogelijk maken van een havenkwartier, dat zal bestaan uit een passantenhaven en een commerciële functie. De commerciële functie bestaat uit het realiseren van een hotel bestaande uit onder meer hotelappartementen, een restaurant, een grandcafé, een terras en bootverhuur. [appellante] woont in de directe omgeving van het plangebied en kan zich niet met het voorgenomen plan verenigen. Zijn bezwaren zien met name op de wijze waarop het bestemmingsplan tot stand gekomen is. Daarnaast heeft de raad volgens hem niet met alle gevolgen van het bestemmingsplan voldoende rekening gehouden, waardoor hij vreest voor parkeer- en verkeersoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3092
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202401318/1/R3

202401673/1/A3

Op 14 januari 2023 is [appellant] door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers via een kennisgeving geïnformeerd over een bijhouding van de basisregistratie kadaster. Op 7 december 2022 is in het Register Hypotheken 4 een akte van vaststelling en levering van dezelfde dag ingeschreven. In de akte wordt de eigendom van het registergoed, kadastraal bekend gemeente Utrecht, sectie C, nummer 6954, geleverd aan [appellant]. Naar aanleiding van de inschrijving van de akte is de bewaarder overgegaan tot bijhouding van de BRK zodat [appellant] als eigenaar van het registergoed is geregistreerd. Op 14 januari 2023 is [appellant] via een kennisgeving over deze bijhouding geïnformeerd. [appellant] is het niet eens met de bijhouding. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de akte van 7 december 2022 onjuist is en dat de bewaarder de BRK op basis van de akte daarom niet had mogen bijhouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3127
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202401673/1/A3

202401768/1/A3

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een verzoek tot erkenning in de Nederlandse adel van [appellant] afgewezen. Op 8 februari 2022 heeft [appellant] verzocht om erkenning van het geslacht [appellant] in de Nederlandse adel. [appellant] heeft eerder een verzoek tot erkenning in de Nederlandse adel gedaan. Dit verzoek is uiteindelijk bij besluit van 28 januari 2014 afgewezen. Volgens de minister is het verzoek van 8 februari 2022 een herhaald verzoek in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, zodat [appellant] nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren had moeten brengen. Wat [appellant] bij zijn verzoek heeft aangedragen, is niet als zodanig aan te merken, aldus de minister. [appellant] betoogt dat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij is gegaan dat het besluit van 28 januari 2014 is gebaseerd op een ondeugdelijk advies van de Hoge Raad van Adel. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank in 2014 uitspraak heeft gedaan op basis van een incompleet dossier.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3099
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401768/1/A3

202403012/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Zuidas-Parnas Fred Roeskestraat 55 partiële herziening" vastgesteld. Het plan voorziet in het 'Parnascomplex', een gebouw met een woon en werkfunctie. Initiatiefnemer van het plan is het Rijksvastgoedbedrijf. VvE Wodan en [appellant sub 2] en anderen kunnen zich niet verenigen met de vaststelling van het plan. VvE Wodan bestaat uit bewoners van de Dirk Schäferstraat 1 tot en met 27 (oneven). De leden van de VvE, waaronder ook [appellant sub 2] en anderen, wonen op een afstand van ongeveer 35 meter van het plangebied en vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat. VvE Wodan en [appellant sub 2] en anderen kunnen zich niet verenigen met de in het plan toegestane maximale bouwhoogte. Volgens hen is die niet passend in de omgeving. Daarbij wijzen zij erop dat het plan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kent voor dakinstallaties waardoor het gebouw nog hoger kan worden dan de al toegestane bouwhoogte van 28 en 42 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3139
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403012/1/R1

202403510/1/A2

Bij besluit van 4 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de stichting een last onder dwangsom opgelegd van € 50.000,00 voor het zonder vergunning onttrekken van een woning aan de woningvoorraad en haar gelast de woningonttrekking binnen acht weken te staken en gestaakt te houden. De stichting baat een dansschool uit in Amsterdam, gericht op het betaalbaar aanbieden van frequente lessen aan zelfstandige, professionele dansers en docenten, zodat zij mee kunnen blijven doen in de professionele danssector. Voor het huisvesten van gastdocenten gebruikt de stichting al sinds 15 juli 2005 een gehuurde woning aan de Witte de Withstraat 151-1 in Amsterdam. De rechtbank heeft overwogen dat de woning is onttrokken aan de woonruimtevoorraad, omdat de woning niet permanent werd bewoond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3126
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403510/1/A2

202403561/1/A2

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad 10 parkeerplaatsen aan de Hezelaarstraat in Veghel aangewezen als Kiss & Ride-strook. Dit besluit heeft ook betrekking op de plaatsing van de daarvoor benodigde verkeersborden. Het college heeft een - in bezwaar gehandhaafd - besluit genomen dat inhoudt dat tien parkeerplaatsen aan de Hezelaarstraat in Veghel aangewezen worden als parkeergelegenheid met als doel het direct in/uit laten stappen van passagiers op maandag tot en met vrijdag tussen 8:00 en 9:00 uur (Kiss & Ride-strook). [appellant sub 1] heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft het besluit van 25 oktober 2023 vernietigd, omdat het volgens de rechtbank onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank vond in dat verband van belang dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke manier de ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de woning van [appellant sub 1] en de Kiss & Ride-strook van invloed zijn op haar belang om te kunnen parkeren binnen een acceptabele loopafstand. Hier richt het incidenteel hoger beroep van het college zich tegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3132
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202403561/1/A2

202403729/1/R4

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakterras op het adres [locatie 1] en [locatie 2] te Hilversum (hierna: het adres). [vergunninghouder] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een dakterras op het adres. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bosdrift 2013", omdat de bouwdiepte van het dakterras in strijd is met de planregels. Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo en voor het gebruik van een bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Voor de laatstgenoemde activiteit heeft het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo, in samenhang gelezen met artikel 4, aanhef en onderdeel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3123
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403729/1/R4

202403905/2/A2

Bij besluit van 11 februari 2023 heeft de Dienst Toeslagen de aan [verzoekster] voor het jaar 2021 definitief toegekende huurtoeslag herzien en vastgesteld op nihil. Ook heeft de Dienst Toeslagen het al aan haar uitbetaalde bedrag van € 3.672,00 van haar teruggevorderd. Gelet op het besluit van 6 juni 2025 is de Dienst Toeslagen aan [verzoekster] tegemoetgekomen. Partijen zijn het erover eens dat [verzoekster], naast een vergoeding van het griffierecht voor het beroep en hoger beroep, recht heeft op de volgende forfaitaire bedragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3136
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403905/2/A2

202404143/1/R4

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 1 februari 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 1 februari 2024 is aangetroffen naast de afvalcontainer met nummer 70847 aan de Zuiddijk in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat het adres van [appellante] op het adreslabel op de doos stond. [appellante] betwist dat de doos van haar afkomstig is. Zij wijst erop dat op het adreslabel wel haar adres, maar niet haar naam stond. De naam die erop stond was van ene [naam persoon], die volgens haar niet op haar adres woont. Zij stelt dat zij had kunnen aantonen dat de doos nooit bij haar is bezorgd, als het college een foto had genomen waar ook de track & trace-code op te zien was geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3110
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404143/1/R4

202404554/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Veenendaal het bestemmingsplan "Schoolstraat 100" vastgesteld. Het plangebied van het bestemmingsplan "Schoolstraat 100" is gelegen op een perceel, gelegen tussen de Schoolstraat en de Bevrijdingslaan, dat voorheen voor grootschalige detailhandelsdoeleinden werd gebruikt. Het plan voorziet in de realisering van maximaal 128 gestapelde wooneenheden. [appellant] en anderen wonen in de nabijheid van het plangebied en hebben gezamenlijk beroep ingesteld tegen de invulling van het plangebied met gestapelde woningbouw. Zij vrezen met name voor schade aan de in de nabijheid van het plangebied gelegen molenbiotoop. Voorts vrezen zij voor aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3093
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404554/1/R4

202405032/1/A2

Bij besluit van 4 februari 2023 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 herzien en vastgesteld op nihil. Ook heeft de dienst het al aan haar uitbetaalde voorschot van € 888,00 teruggevorderd. [appellante] woont in Nederland, maar ontving in 2022 haar inkomsten uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanuit haar Belgische dienstverband. Tussen partijen is niet in geschil dat zij daarom van rechtswege onder de socialezekerheidswetgeving van België valt en niet verplicht is in Nederland een zorgverzekering af te sluiten. Omdat haar Belgische zorgverzekering niet de kosten dekt die zij in Nederland moet maken, heeft zij in Nederland een zogenoemde verdragspolis met aanvullende verzekering afgesloten. [appellante] heeft voor de premie die zij moet betalen voor deze Nederlandse aanvullende zorgverzekering voor het jaar 2022 zorgtoeslag aangevraagd. De Dienst Toeslagen heeft die aanvraag in eerste instantie toegewezen en haar een voorschot zorgtoeslag toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3131
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405032/1/A2

202405266/1/V6

Bij besluit van 16 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] is sinds 2000 in Nederland en heeft een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. Hij heeft op 20 december 2021 het verzoek ingediend. De staatssecretaris heeft op 6 december 2022 een voornemen uitgebracht tot afwijzing van het verzoek, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3113
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202405266/1/V6

202405402/1/R4

Bij besluit van 14 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend om het gebruik van de horecagelegenheid [bedrijf] aan de [locatie 1] in IJsselstein, in strijd met het bestemmingsplan, te wijzigen van horecacategorie 1c naar horecacategorie 2. [vergunninghouder] is eigenaar van de horecagelegenheid. In de horecagelegenheid kunnen gasten een drankje drinken en op schermen naar sportevenementen kijken, poolbiljarten, darten of een bordspel doen. Op grond van het bestemmingsplan ‘Binnenstad’ heeft de horecagelegenheid de bestemming 'Centrum'. Binnen deze bestemming zijn horeca-activiteiten tot ten hoogste categorie 1c toegestaan. De horecagelegenheid valt met zijn activiteiten onder de horecacategorie 2 ‘middelzware horeca’ als bedoeld in de Staat van horeca-activiteiten, bijlage 2 bij het bestemmingsplan. Daarom heeft [vergunninghouder] bij het college een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit gebruik van bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3094
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202405402/1/R4

202405404/1/A2

Bij besluit van 24 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere de vergunningaanvraag van [appellant] om de woning aan de [locatie] te Meliskerke als tweede woning te mogen gebruiken, afgewezen. [appellant] heeft in maart 2019 een woning aan de [locatie] te Meliskerke gekocht. De woning ligt in het centrumgebied van Meliskerke. Op navraag van [appellant] heeft een gemeenteambtenaar hem per e-mail van 21 maart 2019 laten weten dat de woning als tweede woning gebruikt mag worden en dat daar de komende vier jaar, uitgaande van de inhoud van het toen ter visie liggende concept van een nieuwe Huisvestingsverordening, geen verandering in zou komen, omdat de koopovereenkomst is gesloten voor de inwerkingtreding van de nieuwe versie van de Huisvestingsverordening tweede woningen Veere 2019, en omdat het centrumgebied, waar de woning ligt, uitgezonderd is van het werkingsgebied. Het college heeft de vergunningaanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning binnen drie jaar gaat gebruiken voor permanente bewoning, zoals bepaald in artikel 6, vijfde lid, van de Hvv.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3138
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405404/1/A2

202405578/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] te Kudelstaart. Op 1 mei 2020 heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij zou hebben geleden als gevolg van het bestemmingsplan Nieuw Calslagen 2016. Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college deze aanvraag afgewezen. Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 10 mei 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5097, heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3097
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405578/1/A2

202405900/1/R4

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 10 mei 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 210,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 10 mei 2024 is aangetroffen naast de afvalcontainer met nummer 71447 aan de Vrieschgroenstraat in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat in de huisvuilzak een reclamefolder is aangetroffen waar haar naam en adres op staan. [appellante] betwist dat de huisvuilzak van haar afkomstig is. Zij stelt dat zij haar afval altijd op de juiste wijze aanbiedt, omdat zij zich ergert aan troep op straat en omdat zij ook niet wil riskeren dat zij een groot geldbedrag moet betalen. Zij wijst er in dit verband op dat zij moet bestaan van een kleine bijstandsuitkering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3120
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202405900/1/R4

202405963/1/V6

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 18 juli 2022 en 20 februari 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in de periode van 2007 tot en met 2010 heeft gewerkt als logistiek medewerker en bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). Onder die speciale voorziening vallen twee groepen vreemdelingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3130
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405963/1/V6

202406050/1/A2

Bij besluit van 27 december 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Het CBR heeft de geldigheid van het rijbewijs van [appellant] geschorst en bepaald dat hij een medisch onderzoek moet ondergaan naar zijn geestelijke geschiktheid om een motorvoertuig te besturen. Daaraan heeft het CBR ten grondslag gelegd dat het vermoeden bestaat dat hij als houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid. Dat vermoeden is gebaseerd op politieregistraties over [appellant] die gaan over gebruik van lachgas in het verkeer. Volgens het CBR is sprake van ernstig gestoord inzicht of gedrag in de zin van artikel 23, derde lid, aanhef en onder b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid 2011, in samenhang met de bijlage, onder B, onderdeel II, onder b, van de regeling. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank geldt de eis dat er een proces-verbaal wordt gemaakt van een verdenking in dit geval niet. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de vele politieregistraties de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van ernstig gestoord inzicht of gedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3122
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202406050/1/A2

202406358/1/R4

Bij besluit van 20 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren zijn beslissing om op 12 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Echt-Susteren 2019 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee huisvuilzakken die op 12 december 2023 door een toezichthouder zijn aangetroffen naast de restafvalcontainer aan de Prinses Irenestraat in Echt. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin poststukken zijn aangetroffen waar haar naam en adres op staan. [appellante] betoogt dat het college niet mag uitgaan van de juistheid van het rapport van de toezichthouder, die het huisvuil heeft aangetroffen. Zij stelt dat in dat rapport staat dat het gaat om één huisvuilzak, terwijl op de bijgevoegde foto’s te zien is dat er twee huisvuilzakken zijn gevonden, één voor plastic, metaal en drinkkartons, en één voor restafval. Aangezien het rapport tegenstrijdig is, kan het niet worden gebruikt in deze procedure, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3119
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406358/1/R4

202406430/1/R4

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 14 augustus 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2020 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 14 augustus 2024 is aangetroffen naast de afvalcontainer met nummer 70816, ter hoogte van huisnummer 86 aan de Meidoornstraat in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden omdat in de huisvuilzak een poststuk is aangetroffen waar zijn adres op staat. [appellant] betwist dat de huisvuilzak van hem afkomstig is. Een enkel poststuk in de huisvuilzak is volgens hem onvoldoende bewijs dat hij het was die de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden. Hij wijst er bovendien op dat de naam die op het poststuk staat niet zijn naam is, maar die van zijn zoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3112
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406430/1/R4

202406485/1/R4

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen zijn beslissing om op 11 juli 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Kampen 2023 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 11 juli 2023 is aangetroffen aan een paaltje aan de Vermuydenstraat in Kampen, ter hoogte van de flat met huisnummers 170 t/m 252. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden omdat daarin een adreslabel is aangetroffen met haar naam en adres. [appellante] is het niet eens met het besluit en heeft daartegen achtereenvolgens bezwaar en beroep ingesteld. In beroep heeft zij verzocht om een schadevergoeding. Haar beroep en het bijbehorende verzoek zijn behandeld door de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3111
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202406485/1/R4

202406512/4/R1

Bij besluit van 30 september 2024 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan "Ens, Oost- fase 3" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 80 woningen mogelijk op een locatie direct ten noorden van de kruising tussen de Drietorensweg en de Zuiderringweg in Ens. Het gaat daarbij om twee-onder-één-kapwoningen, vrijstaande woningen, rijwoningen en zogenoemde rug-aan-rugwoningen. In het vorige bestemmingsplan had het plangebied een agrarische bestemming. OVT ontwikkeling is de initiatiefnemer van het plan. [appellant] woont aan de [locatie A]. Zijn perceel grenst aan alle zijden aan het plangebied, behalve aan de zijde die grenst aan de Zuiderringweg. [appellant] stelt zich op het standpunt dat de raad in het bestemmingsplan ten onrechte geen groenstrook van 3 m rondom zijn perceel heeft opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3128
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Flevoland
  • uitspraakin de zaak202406512/4/R1

202407286/1/A2

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van Spectrum Invest om verlening van een woningvormingsvergunning voor de woning Maststraat 51 te Den Haag, afgewezen. Het college heeft de aanvraag om een woningvormingsvergunning afgewezen, omdat de woning is gelegen in een gebied waar woningvorming negatieve gevolgen kan hebben op kwaliteit van de woonruimtevoorraad, het karakter van het gebied of de leefbaarheid van de omgeving. Verder heeft het college belang gehecht aan het behoud van een grotere woning in dit gebied. De rechtbank heeft overwogen dat het college de leefbaarheid op de juiste wijze in zijn besluitvorming heeft betrokken en dat het de hardheidsclausule niet hoefde toe te passen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3121
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407286/1/A2

202407929/1/V6

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 3 april 2023 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in de periode van 2007 tot en met 2010 heeft gewerkt als medewerker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan. Hij is door ASG ingezet voor het kopen van uniformen en schoenen. Ook bood hij onderdak aan bewakers die van en naar Kamp Holland reisden en deed hij achtergrondonderzoek naar bewakers. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief). Onder die speciale voorziening vallen twee groepen vreemdelingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3129
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407929/1/V6

202500728/1/R4

Bij besluit van 27 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 14 oktober 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 14 oktober 2024 is aangetroffen in de vulopening van de papiercontainer ter hoogte van huisnummer 17a aan het Willebrordesplein in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden omdat op de doos een adreslabel zat met daarop zijn naam en adres. [appellant] betwist niet dat de kartonnen doos van hem afkomstig is, maar hij betoogt dat het college hem ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt. De doos was volgens hem niet verkeerd aangeboden. De doos was in de container geplaatst maar stak alleen een beetje uit, aldus [appellant]. Dat lag volgens hem deels aan de technische uitvoering van de oudere papiercontainers, waar papier vaak in blijft hangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3118
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202500728/1/R4

202500990/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2024 heeft de commissie Toelating en Plaatsing Geneeskunde van de faculteit Medische Wetenschappen, namens het instellingsbestuur, het verzoek van [appellant] om toelating tot de master Geneeskunde afgewezen. Bij beslissing van 16 januari 2025 heeft het CBE het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft in 2005 zijn doctoraaldiploma Geneeskunde gehaald aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast heeft hij in 2014 de bacheloropleiding Biomedische wetenschappen afgerond. Hij heeft in 2024 een toelatingsverzoek ingediend tot de masteropleiding Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit verzoek is door de toelatingscommissie afgewezen. Het doctoraaldiploma Geneeskunde is te lang geleden behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3142
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500990/1/A2

202501488/1/R4

Bij besluit van 15 december 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 27 november 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos die op 27 november 2024 is aangetroffen naast de ondergrondse restafvalcontainer aan het Jan van Riebeekplein in Den Haag, ter hoogte van huisnummer 104. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat op de doos een adreslabel zat waar zijn naam en adres op stonden. [appellant] betwist niet dat de kartonnen doos van hem afkomstig is. Hij betwist wel hij die doos naast de ORAC zou hebben gezet. Hij stelt dat hij de doos in de Sinterklaasperiode heeft meegegeven aan een groepje hem onbekende kinderen dat aan de deur kwam. Hij dacht dat de doos zou worden gebruikt om een surprise mee te maken en weet niet hoe de doos naast de ORAC terecht is gekomen. [appellant] stelt dat het voor hem niet goed mogelijk is om de kinderen, die zijn relaas zouden kunnen staven, te traceren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3117
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501488/1/R4

202502472/1/A2

Bij uitspraak van 9 april 2025 in zaken nrs. 202406985/1/A2, 202500574/1/A2 en 202500574/2/A2, ECLI:NL:RVS:2025:1534, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak met toepassing van artikel 8:86 van de Awb de beroepen van [verzoeker] tegen het niet-tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk verklaard, de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen en het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 28 november 2023 verwezen naar het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven, ter behandeling als administratief beroep. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3115
Datum uitspraak
9 juli 2025
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502472/1/A2

202306476/3/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 12 oktober 2023 in zaak nr. NL23.18813. De staatssecretaris heeft het hoger beroep ingetrokken. Verzoeker, vertegenwoordigd door P.L.M. Stieger, advocaat in ‘s-Hertogenbosch, heeft de Afdeling verzocht de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3065
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306476/3/V3

202403741/1/V1

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3069
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403741/1/V1

202501752/2/R4

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft de raad van de gemeente Lochem het bestemmingsplan "Almen-Zuid 2b" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 15 woningen met bijbehorende ontsluitingswegen, parkeerplaatsen en waterberging aan de zuidkant van Almen. Daarvan zullen 7 woningen worden gebouwd op onbebouwde percelen die momenteel agrarisch in gebruik zijn. De overige 8 woningen zullen worden gebouwd op een perceel dat in de huidige situatie in gebruik is als parkeerterrein voor een naburig hotel. Het plan voorziet ook in een vervangend parkeerterrein voor dat hotel. [verzoekster] stelt echter dat het plan zal leiden tot feitelijk onomkeerbare gevolgen en verzoekt daarom het plan te schorsen. Zo wijst zij erop dat in de bomen aan de westzijde van het plangebied - die zullen worden gekapt - mogelijk beschermde diersoorten waaronder uilen en vleermuizen aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3036
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202501752/2/R4

202502706/1/V1

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3068
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502706/1/V1

202503567/1/V3

Bij besluit van 1 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3067
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503567/1/V3

202503724/2/V2

Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3145
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503724/2/V2

BRS.24.000460 en BRS.24.000461

Bij besluiten van 1 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellanten een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3039
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000460 en BRS.24.000461

BRS.25.000759

Bij besluit van 23 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3040
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000759

BRS.25.000773

Bij besluit van 14 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3038
Datum uitspraak
8 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000773

202304155/1/V3

Bij besluit van 21 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3043
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304155/1/V3

202402364/1/V2

Bij besluit van 15 september 2022, aangevuld bij besluit van 30 mei 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3064
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402364/1/V2

202402365/1/V3

Bij besluit van 1 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkene geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft betrokkene ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2023 te verlaten. De staatssecretaris heeft dit besluit op 14 februari 2024 ingetrokken. Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat betrokkene met ingang van 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft. Bij besluit van 7 februari 2024 heeft zij betrokkene vervolgens opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3045
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402365/1/V3

202406999/1/V1

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3046
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406999/1/V1

202407134/1/V2

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3047
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407134/1/V2

202500090/1/V3

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister appellant van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3048
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500090/1/V3

202501247/1/V3

Bij besluit van 21 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3060
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501247/1/V3

202501728/1/V2

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: de asielaanvraag) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3066
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501728/1/V2

202501792/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3059
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501792/1/V1

202502282/2/R2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het "TAM-imro-omgevingsplan, hoofdstuk 22a Veldstraat ong. Den Dungen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld. Het besluit tot wijziging maakt de bouw van maximaal 24 woningen mogelijk bij de Veldstraat in Den Dungen. De voormalige basisschool op de locatie is gesloopt en het terrein ligt braak. [verzoeker] en anderen wonen naast of dichtbij de locatie. Zij kunnen zich niet vinden in het besluit tot wijziging omdat de grote toename van het aantal woningen, het tekort aan parkeerplaatsen, het ontbreken van klimaatadaptieve maatregelen en het verdwijnen van groen volgens hen zullen leiden tot een aanzienlijke verslechtering van het woon- en leefklimaat. [verzoeker] en anderen betogen dat het bouwvolume te groot is. Er zijn volgens hen te veel woningen op een te klein oppervlak voorzien. Een massief appartementencomplex past volgens hen niet in een straat met individuele woningbouw en ruime kavels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3035
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202502282/2/R2

202503055/1/V3

Bij besluit van 4 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3058
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202503055/1/V3

202503102/1/V2 en 202503102/2/V2

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3056
Datum uitspraak
7 juli 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503102/1/V2 en 202503102/2/V2
vorige pagina1...303132...1.227volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon