Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.678
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202402795/1/R2

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Brabantbad" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van drie woontorens met maximaal 195 woningen. Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van het Prins Hendrikpark, nabij de plas De IJzeren Vrouw. De woontorens hebben een maximale toegestane bouwhoogte van noord naar zuid bezien van 54 m, 60 m en 48 m. In de plinten van de voorziene woontorens (onderste twee bouwlagen) worden, onder andere, horeca en maatschappelijke functies toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4335
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402795/1/R2

202402855/1/R1

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Weert het bestemmingsplan "De Achterste Singel ong." vastgesteld. Het plan maakt op het perceel op de hoek van De Achterste Singel en de Geuzendijk, kadastraal bekend als sectie Y, nummer 177, in Weert een islamitische begraafplaats met maximaal 2.042 graven mogelijk. Ook mag er een gebouw met een oppervlakte van ongeveer 100 m² worden gebouwd. Het voornemen is in dit gebouw onder meer sanitaire voorzieningen en een stilteruimte te realiseren. Met het plan krijgen de gronden de bestemming "Maatschappelijk" met functieaanduiding "begraafplaats". De gronden hadden op basis van het vorige plan een agrarische bestemming en waren onbebouwd. Stichting Islamitische begraafplaats Weert is de initiatiefnemer van het plan. [appellant] woont aan de [locatie] op een afstand van ongeveer 55 m ten westen van het plangebied en is het niet eens met het plan. Hij vindt een begraafplaats niet passend op zo’n afstand van zijn woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4328
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202402855/1/R1

202403014/1/A2

Bij besluit van 21 april 2020 heeft het college het militair ensemble van het Voorduin in Hoek van Holland, inclusief het restaurantgebouw Het Jagershuis, aangewezen als gemeentelijk monument. Het Jagershuis en anderen exploiteren op het perceel gelegen aan de Badweg 1 in Hoek van Holland, een restaurant in Het Jagershuis, een gebouw dat onderdeel is van het militair ensemble in het gebied het Voorduin in Hoek van Holland. Het college heeft naar aanleiding van meerdere verzoeken van erfgoedorganisaties het militair ensemble, inclusief het restaurantgebouw, op 19 maart 2019 voorlopig aangewezen als gemeentelijk monument. Het Jagershuis en anderen zijn door het college in de gelegenheid gesteld om hierover hun zienswijze naar voren te brengen. Van deze mogelijkheid hebben Het Jagershuis en anderen bij brief van 29 mei 2019 gebruik gemaakt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid tot aanwijzing van het militair ensemble van het Voorduin in Hoek van Holland, inclusief het restaurantgebouw Het Jagershuis, als gemeentelijk monument heeft kunnen komen. De monumentale waarden van het pand zijn in de redengevende omschrijving en het advies van de Welstandscommissie zorgvuldig in kaart gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4314
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202403014/1/A2

202403641/1/R1

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer onder meer de locatie ter hoogte van Lindholm 289 te Hoofddorp aangewezen voor het plaatsen van één ondergrondse afvalcontainer voor oud papier en karton en één voor glas. De beoogde locatie is voorzien aan een erftoegangsweg op een parkeervak schuin voor de woning van [appellant] aan de [locatie 1] (locatie LI289). Het gaat hierbij om een nieuwe locatie ter vervanging van de locatie ter hoogte van Lindholm 311. Het college heeft de nieuwe locatie aangewezen om de oude locatie te ontlasten. De oude locatie is gelegen nabij de woningen van [belanghebbende A] en [belanghebbende B], aan een doodlopende straat met veel bijplaatsingen en ongeregeldheden. Bij de vervanging komt één ondergrondse container voor oud papier en karton met een papierpers, en één voor plastic, blik en drinkpakken te vervallen. [appellant] is het niet eens met het besluit. Zij vreest voor zwerfvuil, geluidsoverlast, verkeersonveiligheid en aantasting van haar privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4327
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202403641/1/R1

202404027/1/A2

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [appellant] om vergoeding voor rechtsbijstand verleend op toevoeging met kenmerk 3LU1203 afgewezen. Aan een rechtzoekende is op 1 juni 2015 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie verleend. Wegens onvoldoende voortgang van de studie heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 6 mei 2021, als gehandhaafd bij besluit van 9 december 2021, de verblijfsvergunning met ingang van 1 september 2020 ingetrokken. Voor het verlenen van rechtsbijstand aan de rechtzoekende in de beroepsprocedure over het besluit van 9 december 2021 is aan [appellant] de toevoeging met kenmerk 3LT7543 verleend. Ondertussen heeft de rechtzoekende op 7 december 2021 een nieuwe aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het volgen van een studie ingediend. Omdat [appellant] onder de High Trust werkwijze valt, is de toevoeging met kenmerk 3LU1203 zonder inhoudelijke controle door de raad verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4306
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202404027/1/A2

202405354/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aan [appellant] verstrekte toevoeging beëindigd. Aan [appellant] is op 1 april 2021 een toevoeging verstrekt voor het voeren van een strafrechtelijke hogerberoepsprocedure. Nadat de destijds betrokken rechtsbijstandverlener was gestopt als advocaat, heeft de raad een nieuwe toevoeging verstrekt op naam van [persoon]. Op 5 september 2022 heeft [persoon] bij de raad een verzoek ingediend om de toevoeging te beëindigen in verband met een vertrouwensbreuk. De raad heeft dat verzoek op grond van artikel 33, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand toegewezen. In bezwaar heeft [appellant] aangevoerd dat de raad het verzoek ten onrechte heeft toegewezen onder verwijzing naar de gestelde vertrouwensbreuk. Die motivering is onvolledig en onjuist en had moeten luidden dat [persoon] onvoldoende presteerde. Bovendien is het beëindigen van een toevoeging in strijd met Richtlijn 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad. De raad heeft zich in het besluit op bezwaar op het standpunt gesteld dat hij het verzoek om beëindiging van de toevoeging terecht heeft toegewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4305
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202405354/1/A2

202405384/1/A2

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard met ingang van 9 juni 2023. [appellant] is op 16 oktober 2022 aangehouden als beginnend bestuurder van een motorrijtuig. Hierbij is gebleken dat hij onder invloed was van alcohol. Het CBR heeft vervolgens bij besluit van 18 oktober 2022 bepaald dat [appellant] een onderzoek moet laten doen naar zijn alcoholgebruik en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Dat onderzoek heeft vervolgens plaatsgevonden op 11 en 17 januari 2023. Op basis van dit onderzoek is in de daarvan opgemaakte rapportage van 2 februari 2023 de psychiatrische diagnose alcoholmisbruik gesteld. Vervolgens heeft [appellant] aangegeven sinds 17 februari 2023 geen alcohol meer te drinken en is op zijn verzoek een tweede onderzoek verricht op 1 april 2023. De conclusie van dit onderzoek is dat op basis van alle relevante gegevens de diagnose alcoholmisbruik ten tijde van de aanhouding op 16 oktober 2022 kan worden gesteld. Volgens het tweede onderzoek lijkt het aannemelijk dat het alcoholmisbruik is gestopt per 17 februari 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4312
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405384/1/A2

202405831/1/R3

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "Christinastraat, Benthuizen" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich aan de Christinastraat in Benthuizen. In het plangebied lag de Arnoldus van Os basisschool. Het plan kent aan het gebied de bestemmingen "Wonen", "Verkeer", "Groen" en "Water" toe. [appellant sub 1], en [appellanten sub 2] wonen aan de Margrietstraat, die zich ten noorden van het plangebied bevindt. Deze straat is momenteel doodlopend. Stichting WYwonen en Thunnissen Groep willen in het plangebied 29 appartementen in een parkachtige omgeving realiseren. [appellant sub 1], en [appellanten sub 2] betogen dat het plan het ten onrechte mogelijk maakt om de Margrietstraat en de Irenestraat verkeerskundig met elkaar te verbinden. Een doodlopende straat is volgens hen veiliger. Door de straten met elkaar te verbinden zal niet langer alleen bestemmingsverkeer door de straten rijden, waardoor de verkeersdrukte zal toenemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4343
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405831/1/R3

202406357/1/V6

Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 24.000,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. [appellante] is een holdingmaatschappij waarvan [gemachtigde] enig aandeelhouder en bestuurder is. [gemachtigde] heeft in deze holdingmaatschappij haar huisartsenpraktijk ondergebracht. [appellante] huurt een pand aan de [locatie] (hierna: het pand) van de gemeente [plaats], waarin de huisartsenpraktijk gevestigd is. Op 11 november 2021 heeft bij [appellante] een controle plaatsgevonden door arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie). In het op ambtseed opgemaakte boeterapport van 21 februari 2022 staat dat bij die controle is geconstateerd dat op 11 november 2021 vijf arbeidskrachten met de Georgische nationaliteit en een arbeidskracht met de Oezbeekse nationaliteit zonder tewerkstellingsvergunning bouwwerkzaamheden hebben verricht voor [appellante] in het pand en dat die arbeidskrachten geen gecombineerde vergunning hadden voor werkzaamheden bij [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4304
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406357/1/V6

202406775/1/A2

Bij besluit van 20 april 2020 heeft de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen aan [wederpartij] voor een aantal schades een schadevergoeding van € 37.607,15, te vermeerderen met bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Instituut voor de schades 3, 4, 5, 7, 22 en 40 het bewijsvermoeden niet heeft weerlegd en voor deze schades terecht een schadevergoeding van € 970.029,-, te vermeerderen met wettelijke rente, heeft toegekend. [wederpartij] exploiteerde een pluimveebedrijf met meerdere pluimveestallen (hierna: de stallen) met betonnen vloeren aan de [locatie] te Holwierde. Het pluimveebedrijf ligt direct boven het Groningenveld en binnen het effectgebied waar het wettelijk bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW van toepassing is. Bij de schades 3, 4, 5, 7, 22 en 40 gaat het om verzakking van, scheurvorming in en mechanische schade aan de betonvloeren in de stallen 2 t/m 6. Ook is er scheurvorming in de aansluiting tussen de vloer en de wanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4320
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202406775/1/A2

202407788/1/V6

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten, [appellant] en haar kinderen, hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Op 29 augustus 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om haar en haar gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. Het verzoek is gebaseerd op de werkzaamheden van haar in 2020 overleden echtgenoot, die in de periode van oktober 2004 tot september 2006 als aannemer werkte voor zijn Afghaanse bedrijf ‘Rahnama Company’. [appellant] stelt dat haar echtgenoot verschillende constructieprojecten heeft uitgevoerd voor het Nederlandse Provincial Reconstruction Team als onderdeel van de ISAF-missie in Afghanistan in de stad Pol-e-Khomri in de Noord-Afghaanse provincie Baghlan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4271
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407788/1/V6

202407793/1/V6

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten, [appellant], zijn echtgenote, hun acht kinderen en de vrouwen van twee van die kinderen, hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Iran. Op 5 september 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in de periode 2004 tot en met 2010 heeft gewerkt als ‘verbindingsofficier’ voor het Nederlandse Provincial Reconstruction Team in de Noord-Afghaanse provincie Baghlan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4329
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407793/1/V6

202501601/1/R2

Bij besluit van 23 november 2022 heeft het college een omgevingsvergunning aan [vergunninghouder] verleend voor het plaatsen van een buitenunit van een warmtepomp op het dak van de garage van [locatie 1] in Bergen op Zoom. Op 23 november 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een buitenunit van een warmtepomp op het adres [locatie 1] in Bergen op Zoom. De buitenunit is geplaatst op het platte dak van de garage van vergunninghouder. De garage grenst aan de woning van [appellant sub 2], die aan de [locatie 2] woont. [appellant sub 2] verzet zich tegen de vergunning, omdat hij geluidshinder ervaart van de buitenunit. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 2] gegrond verklaard en het besluit van 20 juni 2024 vernietigd. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat weliswaar het geluidniveau op een juiste wijze is vastgesteld, maar dat het college niet aan de juiste norm heeft getoetst door niet op de juiste plek te meten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4334
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501601/1/R2

202501896/1/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de Dienst Wegverkeer (hierna: RDW) de aanvraag van [appellant] om de geregistreerde tellerstanden van het voertuig met kenteken […] aan te passen, afgewezen. Het voertuig met kenteken […] is door de vorige eigenaar in gebruik genomen in 2004. Vanaf 2006 is de zogenoemde tellerstand, waarmee het aantal gereden kilometers wordt bijgehouden, doorgegeven aan en geregistreerd door de stichting Nationale Autopas. Deze tellerstanden zijn vrijwillig aangemeld door een bij de RDW erkende garagehouder tijdens algemene periodieke keuringen. Naast deze garage was het voertuig in onderhoud bij garage BMW Dusseldorp in Den Haag. De stichting NAP heeft tot en met 25 februari 2013 een logische opbouw van de tellerstand van het voertuig geregistreerd. Maar op 29 juli 2013 is een tellerstand geregistreerd die 43.468 kilometer lager is dan de registratie daarvoor. Daarna is weer een opbouw van de tellerstanden geregistreerd. Vanaf 2014 is het verplicht om de tellerstand te registreren bij de RDW. De registraties van daarvóór zijn overgenomen van de stichting NAP.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4311
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501896/1/A2

202504174/1/A2

Bij beslissing van 5 maart 2025 heeft de examinator de paper van [appellant] voor het vak Democratie en Rechtsstaat beoordeeld met een 7,5. Bij beslissing van 19 juni 2025 heeft het CBE het hiertegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de masteropleiding Publiekrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Voor het vak Democratie en Rechtsstaat heeft hij een herkansingspaper geschreven. [appellant] vindt dat hij een te laag cijfer voor zijn paper heeft gekregen, dat de beoordelingscriteria niet juist zijn toegepast en dat hij is beperkt in zijn academische vrijheid. Aan de beslissing van 19 juni 2025 heeft het CBE onder meer de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4330
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504174/1/A2

202504669/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellante] bericht dat haar aanvraag om permanent te worden geregistreerd als kiezer buiten Nederland niet kan worden voltooid. [appellante] woont sinds 2019 in Italië en heeft het college op 5 juni 2025 verzocht om haar als kiezer buiten Nederland in het daarvoor bestemde register voor niet-ingezetenen op te nemen. Het college heeft [appellante] bij e-mail van 30 juni 2025 bericht dat zij nog niet kon worden geregistreerd, omdat zij bij haar aanvraag geen geldig Nederlands identiteitsdocument heeft overgelegd. Hiertegen heeft [appellante] beroep ingesteld bij de Afdeling. [appellante] betoogt dat de eis van een geldig identiteitsdocument een disproportionele en ongerechtvaardigde beperking vormt van haar kiesrecht. Door haar broze gezondheid en beperkte mobiliteit is het voor haar feitelijk onmogelijk om te reizen naar het consulaat in Milaan of de ambassade in Rome om haar identiteitsdocument te verlengen. Het is volgens [appellante] mogelijk om op andere manieren haar identiteit en nationaliteit aan te tonen. [appellante] stelt dat zij dit kan doen aan de hand van haar verlopen Nederlandse identiteitsbewijs en haar geldige Italiaanse identiteitsbewijs, waarop is vermeld dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4333
Datum uitspraak
10 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202504669/1/A2

202402254/1/V3

Bij besluit van 4 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4289
Datum uitspraak
9 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402254/1/V3

202504726/2/V3

Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4300
Datum uitspraak
9 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504726/2/V3

202504975/2/V2

Bij besluit van 31 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4354
Datum uitspraak
9 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504975/2/V2

BRS.25.001258

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4292
Datum uitspraak
9 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001258

202407803/1/V1

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant niet voldoet aan de vereisten voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4284
Datum uitspraak
8 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407803/1/V1

202503720/1/V2

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie. een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4282
Datum uitspraak
8 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503720/1/V2

202504773/2/V2

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4281
Datum uitspraak
8 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504773/2/V2

BRS.25.001094

Bij besluit van 4 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4269
Datum uitspraak
8 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001094

BRS.25.001249

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4288
Datum uitspraak
8 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001249

202504790/1/A2

Bij beslissing van 22 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen de inschrijving van [verzoekster] voor de bacheloropleiding Bewegingswetenschappen geweigerd. Het CvB heeft aan de beslissing van 22 augustus 2025 ten grondslag gelegd dat [verzoekster] de inschrijving voor de opleiding te laat heeft ingediend. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter begrijpt haar verzoek zo, dat zij met onmiddellijke ingang wil kunnen beginnen aan de opleiding om studievertraging te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4286
Datum uitspraak
8 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504790/1/A2

202306921/1/V3.

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4252
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306921/1/V3.

202407919/1/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4275
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407919/1/V3

202407923/1/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4278
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407923/1/V3

202407924/1/V3

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4277
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407924/1/V3

BRS.25.001076

Bij besluit van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4247
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001076

BRS.25.001092

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie, een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4251
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001092

BRS.25.001102

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4249
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001102

BRS.25.001103

Bij besluit van 2 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4250
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001103

BRS.25.001152

Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4245
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001152

BRS.25.001229

Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd verzoeker ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen. Bij besluit van 21 juni 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4279
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001229

202405583/1/A2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 28 december 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft voor zichzelf en voor haar dochter een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat drie algemene weigeringsgronden, vermeld in artikel 4:5, aanhef en onder b, d en l, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023, van toepassing zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4374
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405583/1/A2

202500427/1/A2.

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen in verband met openstaande vorderingen een betalingsregeling vastgesteld. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4375
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500427/1/A2.

202502003/1/A2

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer opgelegd. Bij besluit van 31 mei 2024 heeft het CBR het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4376
Datum uitspraak
5 september 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502003/1/A2

202400412/1/V3.

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4253
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400412/1/V3.

202404443/1/V3

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4255
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404443/1/V3

202405710/1/V3

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4268
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405710/1/V3

202405883/2/R1

Bij besluit van 15 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Alkmaar het bestemmingsplan "Olympiaweg tussen 1 en 17" vastgesteld. Het plangebied ligt in het Olympiapark tussen de Martin Luther Kingweg en de Olympiaweg. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een zogenoemd "snelweghotel" met maximaal 150 hotelkamers met bijbehorende voorzieningen, zoals een restaurant, vergader- en congresruimten en diverse wellness faciliteiten, en een kantoorgebouw van maximaal 5.200 m² bvo aan kantoorruimte. Het hotel is voorzien op het westelijke deel, het kantoor op het oostelijke deel van het plangebied. Het hotel wordt ontwikkeld door Van der Valk, het kantoorgebouw door Cactus. Het bouwvlak voor het hotel bestaat uit twee delen. Op het westelijke deel geldt een maximale bouwhoogte van 16 m en op het oostelijke deel geldt een maximale bouwhoogte van 45 m. [verzoekers] wonen aan de [locatie] ten noordwesten van het plangebied. Zij vrezen dat de ontwikkeling die met het plan mogelijk wordt gemaakt hun woon- en leefklimaat zal aantasten. [verzoekers] verzoeken om schorsing van het bestemmingsplan totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure, omdat op 24 december 2024 en 7 juli 2025 aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de bouw van het kantoor en het hotel zijn ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4272
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405883/2/R1

202407510/1/V3

Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4267
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407510/1/V3

202500515/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4266
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500515/1/V1

202502275/3/V1

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzoeker opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4192
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502275/3/V1

202502611/3/V6

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [verzoeker] ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4168
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202502611/3/V6

202503039/1/V3

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4265
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503039/1/V3

202503188/1/V2

Bij besluit van 28 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4264
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503188/1/V2

202503422/1/V3 en 202503422/2/V3

Bij besluit van 19 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4263
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503422/1/V3 en 202503422/2/V3

202503707/2/R1

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om bouwwerken en voorzieningen op het perceel [locatie] in Abbenes te verwijderen en verwijderd te houden en het strijdige gebruik op het perceel te beëindigen en beëindigd te houden. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek afkomstig van de voormalige huurder van de bedrijfsruimte over overlast van de huisvesting van arbeidsmigranten en stroomuitval en lekkage met brandgevaar vandien, hebben toezichthouders van het college op 3, 9 en 10 november 2022 en op 10 oktober 2024 controles uitgevoerd op het perceel. Geconstateerd is dat aan de zijkant van het bedrijfspand een aanbouw en een dakterras zijn gebouwd en dat de bedrijfswoning, de aanbouw en delen van het bedrijfspand zijn verbouwd tot kamers ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. Op beide verdiepingen zijn slaapvertrekken, keukens, badkamers en wasruimtes gecreëerd. Er zijn in totaal 14 slaapkamers. Tijdens de controle op 10 oktober 2024 is geconstateerd dat de aanbouw ongeschikt is gemaakt voor bewoning en dat de bewoning door arbeidsmigranten in de aanbouw is beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4273
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503707/2/R1

202503927/1/V3

Bij besluit van 26 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4285
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202503927/1/V3

202504048/1/V1

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4262
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504048/1/V1

202504108/2/R3

Bij besluit van 8 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen overtredingen die samenhangen met de gerealiseerde bedrijfshal aan de [locatie] in Losser afgewezen. [partij] exploiteert een bedrijf aan de [locatie] in Losser. Het college heeft aan hem op 3 april 2023 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfshal. Op 2 mei 2023 heeft [wederpartij] het college verzocht handhavend op te treden, omdat niet is gebleken dat de stalen (hoofd)draagconstructie van de bedrijfshal conform het betreffende vergunningvoorschrift 30 minuten brandwerend is gecoat. Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college dit verzoek afgewezen. Volgens het college is voldoende aangetoond dat er aan het vergunningvoorschrift is voldaan. [wederpartij] is in beroep gegaan tegen dit besluit. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard, het besluit van 20 februari 2024 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak hebben het college en [partij] hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4243
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504108/2/R3

202504457/1/V3

Bij besluit van 12 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4261
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504457/1/V3

202504543/1/V3.

Bij besluiten van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4260
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504543/1/V3.

202504577/1/V3.

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4259
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504577/1/V3.

202504614/1/V3.

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie. appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4258
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504614/1/V3.

202504619/1/V3.

Bij uitspraak van 12 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4257
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504619/1/V3.

202504725/2/V2

Bij besluit van 26 november 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4276
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504725/2/V2

202504833/1/A2

Het verzoek betreft het besluit van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam van 28 juli 2025, waarbij het college heeft bepaald dat het instellingscollegegeld voor [verzoeker] €15.800,00 bedraagt voor het studiejaar 2025-2026. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht het college te gelasten hem totdat op het bezwaarschrift is beslist in te schrijven voor het studiejaar 2025-2026 tegen het geïndexeerde instellingscollegegeld van €8.600,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4274
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504833/1/A2

202504919/2/V2

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4280
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504919/2/V2

BRS.25.000987

Bij besluit van 9 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4189
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000987

BRS.25.000998

Bij besluit van 10 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4185
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000998

BRS.25.001034

Bij besluit van 25 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4188
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001034

BRS.25.001085

Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4186
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001085

BRS.25.001086

Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4187
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001086

BRS.25.001088

Bij besluit van 25 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4190
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001088

202503922/2/R2

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de minister voor Natuur en Stikstof aan RSG een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend voor de exploitatie van luchthaven Schiphol. RSG is de exploitant van luchthaven Schiphol. Deze luchthaven is een mainport en wordt gebruikt voor Europees- en internationaal luchtverkeer. Er wordt commercieel-, zakelijk- en maatschappelijk vliegverkeer afgehandeld. De natuurvergunning is door de minister van Natuur en Stikstof verleend voor maximaal 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar. Het maximaal aantal toegestane vliegtuigbewegingen op grond van de natuurvergunning komt overeen met het aantal toegestane vliegtuigbewegingen op grond van het geldende Luchthavenverkeersbesluit, tot een maximum van 500.000 per jaar. RSG verzoekt om schorsing van de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin de natuurvergunning van 26 september 2023 is vernietigd. RSG wil hiermee bereiken dat die natuurvergunning geldt totdat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. Volgens RSG is haar belang gelegen in de (rechts)onzekerheid over de toegestane exploitatie van de luchthaven die het gevolg is van de uitspraak van de rechtbank. Een voorspelbare en rechtszekere bedrijfsvoering is essentieel om het vertrouwen in de luchthaven te waarborgen, aldus RSG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4246
Datum uitspraak
4 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202503922/2/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202503922/2/R2

202408027/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 4 december 2024 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. Y.G.F.M. Coenders, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister de aanvraag van appellant ingewilligd. Appellant heeft een nader stuk ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4197
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408027/1/V1

202408045/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 4 december 2024 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. Y.G.F.M. Coenders, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister de aanvraag van appellant ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4198
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202408045/1/V1

202504065/1/V3 en 202504065/2/V3

Bij besluit van 12 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4194
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504065/1/V3 en 202504065/2/V3

202504181/1/V3

Bij besluit van 30 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 14 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. Matadien, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4195
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504181/1/V3

202504240/1/V2 en 202504240/2/V2

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.L. Saija, advocaat in Arnhem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4199
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504240/1/V2 en 202504240/2/V2

202504525/1/V3

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4170
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504525/1/V3

202504738/1/V2 en 202504738/2/V2

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B.A. Palm, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4196
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504738/1/V2 en 202504738/2/V2

202504827/1/V2 en 202504827/2/V2

Bij besluit van 30 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4254
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504827/1/V2 en 202504827/2/V2

202504861/2/V2

Bij besluit van 4 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4256
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504861/2/V2

BRS.25.001029

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4176
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001029

BRS.25.001120 en BRS.25.001121

Bij besluit van 4 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4177
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001120 en BRS.25.001121

BRS.25.001138 en BRS.25.001139

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4183
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001138 en BRS.25.001139

BRS.25.001206

Bij besluit van 28 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4191
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001206

202106983/1/R4

Bij besluit van 20 september 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "West-Nederland Zuid-Fase 2" vastgesteld en geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan heeft betrekking op diverse wegvakken van de rijkswegen A12, A13, A16, A20, A29, N3, N11 en N44 in de provincie Zuid-Holland. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen die ertoe leiden dat de geluidproductieplafonds op referentiepunten langs een aantal van deze rijkswegen moeten worden verlaagd. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard. Zij wonen nabij de rijksweg A29 op een afstand van ongeveer 3,65 km ten noorden van het wegvak van de A29 waarop het saneringsplan betrekking heeft. [appellant A] en [appellant B] zijn het niet eens met het saneringsplan, omdat hun woning niet als saneringsobject is aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4200
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202106983/1/R4

202201417/1/R4

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het saneringsplan "Zuid-Nederland, Fase 2" vastgesteld en geluidproductieplafonds verlaagd. Het saneringsplan ziet op diverse wegvakken van de A2, A17, A27, A58, A59, A67, A76, A79 en N65 in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Het saneringsplan bevat bronmaatregelen en afschermende maatregelen die ertoe leiden dat de geluidproductieplafonds op de referentiepunten langs een aantal van de genoemde rijkswegen moeten worden verlaagd. Aan het saneringsplan ligt het rapport "Akoestisch onderzoek. Saneringsplan Zuid Nederland Fase 2" van 7 december 2021 ten grondslag. Het akoestisch rapport heeft onder meer betrekking op een akoestisch onderzoek, een inventarisatie van potentiële saneringsobjecten en een maatregelenonderzoek. De woningen van [appellant sub 1] en anderen bevinden zich nabij de A58. De woningen worden in het saneringsplan aangemerkt als saneringsobjecten en vormen samen cluster T046_10. Voor dit cluster voorziet het saneringsplan in één bronmaatregel, bestaande uit het aanbrengen van tweelaags zeer open asfaltbeton (ZOAB). [appellant sub 1] en anderen hebben beroep ingesteld, omdat zij vinden dat het saneringsplan onvoldoende maatregelen bevat om de geluidoverlast bij hun woningen te beperken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4226
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202201417/1/R4

202203379/1/R3

Bij besluit van 13 april 2022 hebben provinciale staten van Drenthe het inpassingsplan "Drentse Zonneroute A37" vastgesteld. Het inpassingsplan maakt het mogelijk om zonnepanelen te plaatsen in de middenberm en de buitenbermen aan weerszijden van de A37. Deze zogenoemde zonneroute loopt over een lengte van ongeveer 42 km tussen Hoogeveen en de Duitse grens. In deze zaak staat het deel van de zonneroute rondom het dorp Zwinderen centraal. Dit is het deel van de A37 tussen hectometerpalen 14.0 en 15.7. Daar voorziet het inpassingsplan in de plaatsing van zonnepanelen in beide buitenbermen en in de middenberm. De maatschap exploiteert een melkveebedrijf. De maatschap is eigenaar van agrarische percelen aan de noord- en zuidzijde van de A37. Deze percelen grenzen direct aan de gronden van het inpassingsplan die liggen tussen de hectometerpalen 14.0 tot en met 15.7. [appellant] woont op de [locatie] op ongeveer 90 m van het plangebied. De maatschap en [appellant] kunnen zich niet verenigen met het deel van het inpassingsplan tussen de hectometerpalen 14.0 en 15.7, onder meer omdat volgens hen onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4227
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202203379/1/R3

202204400/1/R2

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het paraplubestemmingsplan "Parkeren, Wonen, Retail en Waterberging Valkenswaard" vastgesteld. Het plan is een gedeeltelijke herziening van alle afzonderlijke bestemmingsplannen binnen de gemeente en heeft tot doel om parkeren, wonen, retail en waterberging gemeentebreed te regelen. Bowog Beheer B.V. exploiteert een dierenwinkel op de gronden aan de Van Linschotenstraat 16 in Valkenswaard. Zij vreest voor een beperking van de gebruiksmogelijkheden van haar pand, omdat zij de mogelijkheid wil behouden om in het pand een supermarkt te exploiteren. Bowog Beheer B.V. betoogt dat het plan ten onrechte een gebruiksbeperking voor haar meebrengt. Zij wijst erop dat zij door de wijziging van het plan het winkelpand niet langer kan gebruiken of laten gebruiken als supermarkt. Volgens Bowog Beheer B.V. is dit in strijd met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4212
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204400/1/R2

202204554/1/R3

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Hoogeveen het bestemmingsplan "Buitengebied Noord, deelplan Nijstad recreatiestrand" vastgesteld. Het plan voorziet in een verdere ontwikkeling van het recreatieterrein "Strand Nijstad". Het plan voorziet in het bijzonder in de mogelijkheid om maximaal 12 evenementen per jaar te organiseren. [bedrijf] exploiteert, op basis van een huurovereenkomst met Nijstad Exploitatie B.V., vijf vislocaties in en rondom het plangebied. Eén van de vislocaties ligt in het plangebied ten noordwesten van de meest noordelijke functieaanduiding "evenemententerrein" (vislocatie 3). De andere vislocaties liggen ten zuidwesten van het plangebied (vislocatie 1 en 2) en ten noordwesten van het plangebied (vislocatie 4 en 5). [bedrijf] is het niet eens met het bestemmingsplan, omdat hij vreest te worden beperkt in zijn bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4201
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202204554/1/R3

202204735/1/A3

Bij besluit van 11 november 2020 heeft de korpschef van politie de toestemming aan [bedrijf] om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten ingetrokken. De korpschef heeft op 6 december 2019 toestemming verleend aan [bedrijf] om [appellant] werkzaamheden te laten verrichten zoals bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Bij besluit van 11 november 2020 heeft de korpschef die toestemming ingetrokken. Aan dit besluit heeft de korpschef ten grondslag gelegd dat uit processen-verbaal van de politie is gebleken dat [appellant] is aangehouden voor het niet voldoen aan een vordering om zich te verwijderen van een op grond van artikel 175 van de Gemeentewet bij noodbevel aangewezen verboden gebied. Bij de aanhouding zou [appellant] zich hebben verzet. Volgens de korpschef was hij daarom niet meer voldoende betrouwbaar om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. De korpschef heeft het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef zich op het standpunt kon stellen dat hij onvoldoende betrouwbaar was voor het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4235
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202204735/1/A3

202205013/3/R3

Bij tussenuitspraak van 5 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:404, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Enschede opgedragen binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 11 juli 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Centrumkwadraat - Molenstraat Zuidzijde" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 15.3 overwogen dat de raad met artikel 4.1.1, onder f, van de planregels ten onrechte een parkeergarage mogelijk maakt binnen ‘t Bölke die voor openbaar publiek toegankelijk is. De vrees van Carbo Property is dat de parkeergarage door het openbare karakter een zelfstandige verkeersaantrekkende werking zou hebben. De raad heeft niet beoogd dat de parkeergarage voor commerciële doeleinden gebruikt wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4211
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202205013/3/R3

202205206/1/R4

Bij besluit van 4 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Zutphen het bestemmingsplan "Omgevingsplan Landelijk gebied" gewijzigd vastgesteld. Het plan betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van de Wro en de Chw en omvat het grootste deel van het landelijk gebied van de gemeente Zutphen. Het terrein waar de Stichting is gevestigd, ligt binnen het plangebied. De Stichting GGNet is eigenaar van de gronden aan de Vordenseweg 12 in Warnsveld, die behoren tot het voormalige landgoed Het Groot Graffel. De Stichting biedt specialistische hulp in de geestelijke gezondheidszorg, onder meer op deze locatie in Warnsveld. In het plan is aan het hele terrein de bestemming "Maatschappelijk" toegekend. Het beroep van de Stichting is uitsluitend gericht tegen de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie" die aan een deel van haar terrein en meer specifiek aan 6 gebouwen is toegekend. Deze dubbelbestemming staat volgens de Stichting in de weg aan de uitvoering van het Masterplan dat zij in 2021 heeft laten opstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4236
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202205206/1/R4

202205206/2/R4

Bij besluit van 4 juli 2022 heeft de gemeenteraad van Zutphen het bestemmingsplan "Omgevingsplan Landelijk gebied" gewijzigd vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder andere [appellante] beroep ingesteld. Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Omgevingsplan Landelijk gebied" opnieuw gewijzigd vastgesteld. Tijdens de zitting op 20 mei 2025 heeft [appellante] het beroep ingetrokken en heeft zij de Afdeling verzocht om de raad te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4237
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202205206/2/R4

202301548/1/A3

Bij besluit van 22 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen [partij] gemeld dat het naar aanleiding van zijn melding om een tweede uitweg aan te leggen, deze zelf gaat realiseren. [partij] heeft op 14 december 2020 bij het college gemeld dat hij een tweede uitweg wil aanleggen bij zijn woning aan de [locatie] in Nuth. Daarop heeft het college bij besluit van 22 januari 2021 gemeld dat het de uitweg voor [partij] gaat aanleggen. Daarbij heeft het college een factuur gevoegd. De tweede uitweg is op 10 en 11 maart 2021 aangelegd. [betrokkene A] en [betrokkene B] zijn het daar niet mee eens. Volgens hen gaat de tweede uitweg ten koste van een parkeerplaats. Daarom had het college de aanleg moeten verbieden. Het college heeft dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 22 januari 2021 geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zou zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4213
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301548/1/A3

202304234/1/R1

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer aan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens het oprichten van twee erfafscheidingen in strijd met het bestemmingsplan. [partij] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1]. Hij heeft een verzoek om handhaving bij het college ingediend, omdat op de [locatie 2] in Zwaanshoek, waar [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen, een schutting en een hekwerk zijn geplaatst zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. [partij] heeft het college verzocht hiertegen handhavend op te treden. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] zijn het niet eens met het besluit van 3 februari 2022 en hebben beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover dat de last voor het oranje deel betreft en het besluit van 25 januari 2021 ten aanzien van het oranje deel herroepen. De rechtbank heeft het besluit ook vernietigd wat betreft de last onder dwangsom voor het groene deel, zelf voorzien in de zaak en deze lastoplegging geherformuleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4216
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304234/1/R1

202304316/2/R3

Bij tussenuitspraak van 7 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3217, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Ridderkerk opgedragen om binnen 13 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 8 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk" te herstellen. De tussenuitspraak gaat over het besluit van 8 juni 2023 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk". Tot het plangebied van dit bestemmingsplan behoort ook het perceel aan de [locatie], waarvan [appellant] eigenaar is. [appellant] is het niet eens met de planregeling die voor zijn perceel is vastgesteld in het bestemmingsplan en heeft daarom beroep ingesteld. [appellant] wil graag zijn perceel splitsen in twee kavels en de bestaande schuur verbouwen tot een woning. Hij heeft dit initiatief in zijn zienswijze over het ontwerpplan naar voren gebracht. Volgens [appellant] heeft de raad niet deugdelijk gemotiveerd waarom de raad niet wil meewerken aan de splitsing van zijn perceel en aan de toekenning van een bouwvlak ter plaatse van de bestaande schuur om een woning te kunnen bouwen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 7 augustus 2024 [appellant] hierin gelijk gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4224
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304316/2/R3

202304825/1/A2

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellant] van € 105.000,00 over te nemen. In 2019 heeft [appellant] € 180.000,00 van zijn broer geleend, onder verlening van een hypotheek- en pandrecht. De afspraken rondom de lening zijn vastgelegd in een notariële akte van 14 oktober 2019. Daarin is onder meer opgenomen dat [appellant] € 2.500,00 per maand moet terugbetalen en dat de hoofdsom van de lening direct opeisbaar is als hij een verplichting uit de overeenkomst niet nakomt en niet binnen acht dagen na ingebrekestelling alsnog nakomt. [appellant] heeft de minister verzocht het nog niet terugbetaalde deel van de bovengenoemde lening, ter hoogte van € 105.000,00, over te nemen in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Voor het overnemen van een private schuld op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen geldt onder meer de voorwaarde dat het moet gaan om een geldschuld die voor 1 juni 2021 opeisbaar was. De minister heeft erop gewezen dat [appellant] tot en met april 2021 aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan door maandelijks € 2.500,00 te betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4239
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304825/1/A2

202305657/1/R2

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft Het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellant] een vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor het wijzigen van een bestaande veehouderij. [appellant] exploiteert een veehouderij met kippen, varkens en koeien aan de [locatie] in Otterloo. Hij heeft in december 2016 een natuurvergunning aangevraagd voor het veranderen van de veehouderij. Deze aanvraag is op 9 juni 2020 en 9 juli 2020 aangepast. Het college heeft een natuurvergunning verleend op 13 oktober 2020, omdat de gevolgen van de wijziging niet meer of anders zijn dan de referentiesituatie. De referentiesituatie is ontleend aan het besluit van 11 oktober 2010, dat een positieve weigering was van een aanvraag voor een natuurvergunning. In het besluit van 11 oktober 2010 staat dat de aangevraagde natuurvergunning voor het veranderen van het project ten opzichte van de op 17 december 2007 verleende natuurvergunning wordt geweigerd, omdat de activiteiten niet vergunningplichtig zijn. De activiteiten zijn niet vergunningplichtig, omdat deze niet leiden tot meer of andere gevolgen dan hetgeen is vergund in 2007, zo staat in het besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4231
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202305657/1/R2

202306001/2/R3

Bij tussenuitspraak van 5 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:422, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Kaag en Braassem opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 3 juli 2023 tot weigering van de vaststelling van het bestemmingsplan voor het perceel, plaatselijk bekend als gemeente Leimuiden, sectie C, nr. 2261, te herstellen. In de tussenuitspraak, in overweging 6.2, heeft de Afdeling overwogen dat de raad het besluit van 3 juli 2023 tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan, in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De Afdeling heeft overwogen dat de raad voor de motivering van het besluit alleen heeft verwezen naar het schriftelijke verslag van de raadsvergadering van 3 juli 2023 en de memo "Weigeringsgronden" van 14 augustus 2024. In het schriftelijke verslag zijn de standpunten weergegeven die de verschillende raadsleden voorafgaand aan de stemming naar voren hebben gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4202
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202306001/2/R3

202306164/1/A3

Bij besluit van 21 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Financiën het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk ingewilligd. Bij brieven van 20 mei 2021 en 21 augustus 2021 heeft [appellant] verzocht om openbaarmaking van documenten over een onaangekondigd bezoek op die dag in zijn bedrijf door medewerkers van de afdeling Douane van de Belastingdienst. Ook heeft hij verzocht om openbaarmaking van documenten over andere bezoeken, controles en toezichtsactiviteiten op zijn locatie en op alle andere locaties in Bakel, en hoe de Belastingdienst omgaat met voorzorgsmaatregelen en risico’s omtrent corona. De staatssecretaris heeft die verzoeken gedeeltelijk ingewilligd en documenten openbaar gemaakt. De staatssecretaris heeft de openbaarmaking van een aantal documenten geweigerd in het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d en e, van de Wob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4210
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306164/1/A3

202306586/1/R1

Bij besluit van 27 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar locaties aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in Zevenaar, waaronder de locatie op de groenstrook bij het speelveld tussen de flatgebouwen aan de Mozartlaan 1 t/m 67 (oneven) en de Willem de Zwijgerlaan 47 t/m 109 (oneven). Vanwege de invoering van het zogenoemde "diftar-systeem" in Zevenaar vervangt het college de bestaande containers. Diftar is een systeem waarbij de hoogte van de afvalstoffenheffing wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid aangeboden afval. Onder meer de bestaande bovengrondse container aan de voorkant van het flatgebouw aan de Mozartlaan 1 t/m 67 (oneven) wordt vervangen door een ORAC. Bij het besluit is daarvoor de locatie aangewezen. De locatie bevindt zich op de groenstrook bij het speelveld tussen de achterkant van het flatgebouw aan de Mozartlaan 1 t/m 67 en de voorkant van het flatgebouw aan de Willem de Zwijgerlaan 47 t/m 109. [appellanten] zijn toekomstige gebruikers van de ORAC. Zij wonen in het flatgebouw aan de Mozartlaan 1 t/m 67. [appellant A] woont aan [locatie 1] en [appellant B] woont aan [locatie 2]. Zij zijn het niet eens met de aanwijzing van de locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4225
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306586/1/R1

202306730/1/A3

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal de standplaatsvergunning van [appellant] ingetrokken. [appellant] had een standplaatsvergunning voor de zaterdagmarkt op de Groote Markt in Oldenzaal en verkocht daar kaas onder de naam [bedrijf]. Na een tip vanuit het Openbaar Ministerie op 29 juli 2021 heeft het college besloten een onderzoek te starten op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Daarbij heeft het college aan [appellant] verzocht een Bibob-formulier in te vullen. [appellant] heeft het ingevulde formulier op 4 oktober 2021 aan het college toegezonden. Uit een bestuurlijke rapportage van 16 juli 2021 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit blijkt dat [appellant] kazen met sporen van amfetamine heeft aangeboden en dat [appellant] kazen met sporen van amfetamine heeft opgeslagen in een loods. Ook heeft [appellant] meerdere antecedenten voor overtredingen van de Opiumwet en het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen. Dit heeft [appellant] niet gemeld in het Bibob-formulier.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:4207
Datum uitspraak
3 september 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202306730/1/A3
vorige pagina1...303132...1.237volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon