Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 102.733
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404807/1/R2

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan "Bleekvelden 1-26 Geldrop" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt onder meer de bouw van een complex met 51 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan De Bleekvelden 24-26 in Geldrop. Het bestaande pand, met daarin een sportschool en dienstwoning, zal daarvoor worden gesloopt. De initiatiefnemer van deze ontwikkeling aan De Bleekvelden 26 is Manche Onroerend Goed. Daarnaast worden de reeds krachtens een omgevingsvergunning gerealiseerde woningen aan De Bleekvelden 1-20 en de maatschappelijke functie aan De Bleekvelden 21 in dit plan als zodanig bestemd. [appellante] is eigenaar van het perceel aan De Bleekvelden 30. Dit perceel grenst aan het plangebied. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. Aan het perceel is in het bestemmingsplan "Woongebieden Zuid Oost Geldrop" de bestemming "Detailhandelsdoeleinden" toegekend. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2079
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404807/1/R2

202404891/1/R2

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan "Mierloseweg 28-38 Geldrop" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een complex met 81 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan Mierloseweg 28-38 in Geldrop. De bestaande bebouwing zal daarvoor worden gesloopt. De initiatiefnemer van deze ontwikkeling is Emway B.V. [appellante] is eigenaar van het perceel aan De Bleekvelden 30. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt. De gemeente heeft de ambitie om locatie De Bleekvelden te transformeren naar een woongebied. Daarvoor zijn vier ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gelegd, waarvan er drie door de raad zijn vastgesteld. Tegen al deze drie bestemmingsplannen heeft [appellante] beroep ingesteld. Het betreft dit bestemmingsplan "Mierloseweg 28-38" en de bestemmingsplannen "Mierloseweg 40" en "Bleekvelden 1-26". Het vierde ontwerpbestemmingsplan ziet onder meer op het perceel van [appellante]. De raad heeft toegelicht dat op langere termijn de verplaatsing van de Gamma naar bedrijventerrein De Barrier of een andere locatie wordt beoogd. Het perceel van [appellante] zal dan vervolgens ook worden bestemd voor woningbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2078
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404891/1/R2

202404934/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Boekel het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Lage Raam" vastgesteld. De raad wil met het bestemmingsplan de realisatie van het bedrijventerrein Lage Raam juridisch-planologisch mogelijk maken. Met de realisatie van het bedrijventerrein wil de raad voorzien in de behoefte aan bedrijfskavels in de gemeente Boekel. In het plangebied wonen [appellanten sub 1] aan de [locatie 1]. Zij zijn het niet eens met het plan, onder meer omdat in het plan geen rekening wordt gehouden met hun woning. Ook [appellanten sub 2] wonen in het plangebied en exploiteren een melkveebedrijf aan de [locatie 2]. Zij zijn het niet eens met het plan, omdat geen rekening wordt gehouden met hun woning en melkveebedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2087
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404934/1/R2

202405005/2/A3

[appellant sub 1] en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 5 juli 2024 in zaak nr. 23/123. De minister heeft twee documenten overgelegd en de Afdeling verzocht om toepassing van artikel 8:29 van de Awb. De geheimhoudingskamer van de Afdeling heeft kennisgenomen van deze twee documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2046
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405005/2/A3

202405180/1/R4

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre het bestemmingsplan "Flierbeek fase 3 ’t Flierbos Lichtenvoorde" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op fase 3 van de in ontwikkeling zijnde woonwijk Flierbeek. Fase 3 betreft het deelgebied ’t Flierbos waar ongeveer 70 woningen zijn voorzien. Ten noordwesten van het plangebied aan de [locatie] ligt het bedrijfsterrein waarop [appellante B] is gevestigd en dat in eigendom is van [appellante A]. Zij vrezen voor een belemmering in de bedrijfsvoering en daardoor een waardedaling van het perceel. [appellante A] en [appellante B] voeren aan dat op een afstand van ongeveer 20 m van hun bedrijfsterrein een ontmoetingsplaats in een voedselbos is voorzien. Dit betreft een geluidgevoelig object. Uit het "Akoestisch onderzoek bedrijf tbv woningbouw fase 3 Flierbeek Lichtenvoorde" van Adviesburo Van der Boom van 19 mei 2021 (akoestisch onderzoek uit 2021) volgt dat ter plaatse moet worden gevreesd voor geluidhinder van hun bedrijfsterrein. Dit betekent volgens [appellante A] en [appellante B] dat op de ontmoetingsplaats geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat zij zullen worden belemmerd in hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2055
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202405180/1/R4

202405862/1/A3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een ligplaatsvergunning verleend voor het woonschip van [partij] op de locatie [locatie]. Het college heeft aan [partij] een ligplaatsvergunning verleend voor het woonschip [naam] op het adres [locatie], dat hij heeft gekocht van de vorige houder van de ligplaatsvergunning voor dat woonschip op dat adres en wiens ligplaatsvergunning met afgifte van deze ligplaatsvergunning is vervallen. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat hij ook de wens had om een ligplaatsvergunning te krijgen op deze locatie. Het college heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij volgens het college niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. [appellant] is het niet eens met de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2073
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405862/1/A3

202406707/1/R2

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe de aanvraag van [appellante] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) afgewezen. [appellante] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Tiendeveen. Op 18 mei 1982 is een Hinderwetvergunning voor de oprichting van de rundveehouderij verleend. Op 28 oktober 1996 is een milieuvergunning verleend voor het houden van 2 schapen, 80 stuks vrouwelijk jongvee, 26 vleesstieren en 110 melk- en kalfkoeien, met een totale emissie van 1.974,2 kg NH3 per jaar. Vervolgens is op 27 maart 2008 een milieuvergunning verleend, voor het houden van 302 melk- en kalfkoeien en 188 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, met een totale emissie van 4.556,90 kg NH3 per jaar. [appellante] heeft op 21 december 2021 de oorspronkelijke aanvraag voor een natuurvergunning aangepast en aangevuld. De aangepaste aanvraag heeft betrekking op het houden van 440 melk- en kalfkoeien en 189 stuks jongvee, met een totale emissie van 4.432,05 kg NH3 per jaar. Deze aanvraag leidt volgens [appellante] niet tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de milieuvergunning van 27 maart 2008. De referentiesituatie kan volgens [appellante] aan die milieuvergunning worden ontleend, omdat die milieuvergunning is getoetst aan artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. De milieuvergunning is daarom een besluit als bedoeld in artikel 9.4, achtste lid, van de Wnb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2076
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202406707/1/R2

202407408/1/A3

Bij besluit van 26 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk een aanvraag van [appellante] om toekenning van een briefadres in de gemeente Beverwijk buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 31 maart 2023 heeft het college de gegevens van [appellante] op laten nemen in het register van niet-ingezetenen. Vervolgens heeft [appellante] het college verzocht een briefadres toe te kennen. Het college heeft dit afgewezen omdat [appellante], ondanks een verzoek tot aanvulling van de aanvraag, geen informatie wilde verschaffen over haar woonadres en haar aanvraag om die reden incompleet was. Verder heeft [appellante] het college verzocht om hervestiging op het adres [locatie] in Beverwijk. Het college heeft dit verzoek afgewezen omdat onduidelijk is waar [appellante] verblijft en zij daar ook geen duidelijkheid over wil verschaffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2064
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407408/1/A3

202500032/1/A3

Op 1 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de minderjarige dochter van [appellante] ingeschreven op het adres van de vader van de dochter. De vader van de minderjarige dochter van [appellante] heeft het college verzocht de minderjarige dochter in te schrijven op het adres van de vader. Het college is hiertoe overgegaan op 1 maart 2023. Volgens het college blijkt uit een adresonderzoek dat [appellante] niet meer op de [locatie] in Almere woont en is vertrokken naar een onbekend adres in Duitsland. De vader van de minderjarige dochter van [appellante] heeft het college verzocht de minderjarige dochter in te schrijven op het adres van de vader. Het college is hiertoe overgegaan op 1 maart 2023. Volgens het college blijkt uit een adresonderzoek dat [appellante] niet meer op de [locatie] in Almere woont en is vertrokken naar een onbekend adres in Duitsland. [appellante] heeft bezwaar gemaakt. Volgens haar is de inschrijving op het adres van de vader zonder haar toestemming gedaan, het voornemen niet met haar gedeeld en het besluit niet per brief toegezonden. Het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat volgens het college geen sprake is van een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2065
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202500032/1/A3

202500536/1/A3

Bij besluiten van 30 juni 2022 en 23 maart 2023 heeft de Nationale ombudsman beslist op verzoeken van [appellant] om verstrekking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). [appellant] betoogt dat de rechtbank de Nationale ombudsman ten onrechte is gevolgd in zijn standpunt dat een bepaalde medewerker van de Nationale ombudsman onder de bescherming valt van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo. Volgens hem heeft de rechtbank niet onderkend dat deze medewerker vanuit zijn functie naar buiten treedt, bijvoorbeeld in contacten met gemeenten, bij het verzorgen van presentaties en in publicaties. Verder heeft de rechtbank volgens hem niet onderkend dat de te maken belangenafweging in het kader van een verzoek om verstrekking van informatie op grond van artikel 5.5 van de Woo, zoals hier aan de orde, een andere is dan de te maken belangenafweging in het kader van een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van artikel 4.1 van de Woo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2063
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500536/1/A3
vorige pagina1...171819...10.274volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon