Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.279
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.000150

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:397
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000150

202401020/1/V2

Bij besluiten van 2 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en zijn aanvraag om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, waaruit een duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:412
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401020/1/V2

202504732/2/R4

Bij onderscheiden besluiten van 14 november 2022 heeft het college aan [verzoeker] en anderen een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van het pand aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en [locatie 4] in Haalderen ten behoeve van kamerverhuur te staken en gestaakt te houden, het gebruik van (een gedeelte van) dit pand als tattoo shop te (laten) staken en gestaakt te houden en de overtreding van artikel 1a, tweede lid, 1b, tweede lid, en 1b, derde lid, van de Woningwet te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] en anderen zijn eigenaren van het pand aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en [locatie 4] in Haalderen. Aan dit pand is ook het huisnummer [locatie 5] toegekend. Het college heeft onder meer handhavend opgetreden tegen het gebruik van dat pand ten behoeve van kamerverhuur vanwege strijd met het bestemmingsplan "Herstelplan komplannen Lingewaard" (het herstelplan). Volgens het college wordt kamerverhuur ook niet beschermd door het overgangsrecht van het herstelplan. Het college heeft aan de last, voor zover deze ziet op gebruik van het pand ten behoeve van kamerverhuur, een dwangsom verbonden van € 12.500,00 ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:407
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504732/2/R4

202600099/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de Eexamencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de aanvraag van [verzoeker] om bij tentamens gebruik te mogen maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) en een digitale wettenbundel afgewezen [verzoeker] volgt sinds 1 september 2025 de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft bij de examencommissie vanwege Non-Verbal Learning Disabilities (NLD) verschillende tentamenvoorzieningen aangevraagd. Het verzoek om gebruik te maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) is afgewezen, omdat dit alleen wordt toegestaan bij een visuele beperking. Het verzoek om gebruik te maken van een digitale wettenbundel is afgewezen, omdat het leren werken met wettenbundels en de systematiek hiervan doorgronden een van de pijlers gedurende de hele rechtenstudie is. Daarnaast biedt gebruik van een digitale wettenbundel volgens de examencommissie een niet te rechtvaardigen voordeel tegenover andere studenten. [verzoeker] heeft op 9 februari 2026 en 23 februari 2026 tentamens, waarbij hij gebruik wenst te maken van de tentamenvoorzieningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:416
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600099/1/A2

BRS.25.002037

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister de aan betrokkene verleende verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde en bepaalde tijd ingetrokken. Daarnaast heeft de minister bepaald dat betrokkene Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:383
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002037

BRS.25.002251

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:382
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002251

BRS.25.002533

Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:386
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002533

BRS.25.002565

Bij besluit van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:378
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002565

BRS.25.002628

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:384
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002628

BRS.26.000077

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:399
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000077

BRS.26.000434

Bij besluit van 28 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:417
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000434

202600196/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Utrecht van 13 januari 2026, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Utrecht op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:512
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600196/1/A2

202600197/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 29 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:514
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600197/1/A2

202600199/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Maastricht van 23 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Maastricht op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:513
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600199/1/A2

202303509/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:387
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303509/1/V1

202406705/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:388
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406705/1/V3

202504974/1/V3

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:389
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504974/1/V3

BRS.25.001042

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem voorlopig uitstel van vertrek verleend in afwachting van de ambtshalve beoordeling of uitzetting krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege moet blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:320
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001042

BRS.25.001630

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:322
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001630

BRS.25.002224

Bij besluit van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:306
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002224

BRS.25.002718

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:321
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002718

BRS.25.002762

Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:305
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002762

202407015/1/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:326
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/1/V2

202500137/1/V2

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:327
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500137/1/V2

BRS.25.001478

Bij besluiten van 10 september 2025 en 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:290
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001478

BRS.25.001635

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:291
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001635

BRS.25.002170

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:289
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002170

BRS.25.002360

Bij besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:277
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002360

BRS.25.002455

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:323
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002455

BRS.25.002690

Bij besluit van 28 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:276
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002690

BRS.26.000012 en BRS.26.000013

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:281
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000012 en BRS.26.000013

BRS.26.000070

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:314
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000070

BRS.26.000105 en BRS.26.000107

Bij besluit van 23 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:303
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000105 en BRS.26.000107

BRS.26.000140 en BRS.26.000141

Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:302
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000140 en BRS.26.000141

BRS.26.000323

Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:319
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000323

202200634/2/R3

Bij tussenuitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5433, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van die uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 28 september 2021 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Driezum" te herstellen. Deze beroepsprocedure gaat over de besluiten tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Driezum". In het bijzonder gaat het om de planregeling die in het bestemmingsplan is opgenomen voor het perceel [locatie 1] in Driezum. [partij] is eigenaar van dit perceel. Hij woont op het perceel en exploiteert er een houtbewerkingsbedrijf. [appellanten] woont aan de [locatie 2] in Driezum. Zij voert aan nadelige gevolgen voor haar woon- en leefklimaat te ondervinden van de activiteiten die worden verricht op het perceel [locatie 1] en die zijn toegestaan in het bestemmingsplan. De raad heeft volgens [appellanten] onvoldoende rekening gehouden met haar belangen en het bestemmingsplan niet zorgvuldig voorbereid. Ook de bij het herstelbesluit vastgestelde gewijzigde planregeling voor dit perceel is volgens haar niet toereikend. De raad heeft volgens [appellanten] met dit besluit de in de tussenuitspraak omschreven gebreken dan ook niet hersteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:360
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202200634/2/R3

202202980/1/R2

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van 17 juli 2019 van MOB en Leefmilieu om de vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming van 9 mei 2019 verleend aan [vergunninghouder] in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c en het tweede lid, van de Wnb, afgewezen. De veehouderij van [vergunninghouder] is gelegen aan [locatie] in Echt. De natuurvergunning van 9 mei 2019 is verleend voor het wijzigen van de exploitatie van de veehouderij. De vergunning maakt het houden van meer en andere soorten vee mogelijk. De natuurvergunning van 9 mei 2019 is verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof. De vergunde activiteiten leiden tot een toename van stikstofdepositie waarvoor ontwikkelingsruimte is toebedeeld op grond van het PAS. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van de Wnb, omdat de PAS-vergunning volgens hen is verleend in strijd met wettelijke voorschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:363
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202980/1/R2

202202983/1/R2

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college het verzoek van 17 juli 2019 van MOB en Leefmilieu om de vergunning van 16 mei 2019, verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aan [maatschap] in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c en het tweede lid, van de Wnb, afgewezen. [maatschap] exploiteert een rundveehouderij aan de [locatie] in Montfort. Op 19 mei 2016 heeft de veehouderij een vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 verkregen voor de wijziging van de veehouderij. De natuurvergunning van 16 mei 2019 voorziet in een toename van het aantal vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en andere wijzingen. Zij is verleend op grond van het Programma Aanpak Stikstof. De wijziging die is vergund, maakt een toename van stikstofdepositie mogelijk waarvoor ontwikkelingsruimte is toebedeeld uit het PAS. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van de Wnb, omdat de PAS-vergunning volgens hen is verleend in strijd met wettelijke voorschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:362
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202983/1/R2

202206004/1/R2

De aangepaste omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal verleende voor een arbeidsmigrantenhotel aan de Atoomweg in Roosendaal is definitief. Dat betekent dat er groen licht is voor de verblijfsunits voor de tijdelijke huisvesting van 300 arbeidsmigranten. Enkele bedrijven en een omwonende waren bij de Afdeling bestuursrechtspraak in hoger beroep gekomen tegen de vergunning. Volgens hen veroorzaken de bedrijven geluidsoverlast waardoor geen goed woonklimaat kan worden gegarandeerd voor de arbeidsmigranten. Tegelijkertijd vreesden ze dat huisvesting van arbeidsmigranten zou leiden tot belemmeringen in hun bedrijfsvoering. Tijdens de procedure werd een nieuw geluidsonderzoek uitgevoerd en paste het college van B&W de vergunning aan. Er werden voorschriften aan de vergunning toegevoegd over de maximale geluidsbelasting op en in de verblijfsunits. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren tegen die aanvullende voorschriften ongegrond verklaard. Naar haar oordeel kan met de aangepaste vergunning een aanvaardbaar woonklimaat voor de arbeidsmigranten worden gegarandeerd en hoeven de bedrijven niet te vrezen dat hun bedrijfsvoering wordt belemmerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:339
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206004/1/R2

202300467/1/R2

Bij besluit van 29 november 2022 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "II Tongelre buiten de Ring 2019 (Lorentz Casimir Lyceum)" vastgesteld. Het geschil gaat over het bestemmingsplan "II Tongelre buiten de Ring 2019 (Lorentz Casimir Lyceum)". Het plan maakt de nieuwbouw van de middelbare school Lorentz Casimir Lyceum mogelijk op het sportveld ten zuiden van de oude school, aan de Celebeslaan 10-20 in Eindhoven. De oude school is inmiddels gesloopt en de nieuwe school is in gebruik genomen. SBE, [appellant sub 1] en [appellant sub 3] zijn het om verschillende redenen niet met de voorziene nieuwe school eens en gaan daarom in beroep tegen het plan. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de raad de nieuwe school in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening heeft mogen achten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:367
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300467/1/R2

202300501/1/A3

Bij besluit van 8 januari 2020 heeft de burgemeester van Heerlen de horeca-exploitatievergunning van [appellant] ingetrokken. [appellant] exploiteerde een coffeeshop, genaamd [naam], aan de [locatie 1] in Heerlen. Tijdens een controle op 2 april 2019 heeft de politie in de bovenwoning van de coffeeshop en in de twee omliggende panden ([locatie 2] en [locatie 3]), die ook in eigendom zijn van [appellant], ongeveer 59 kilogram aan softdrugs, aangetroffen. Met het besluit van 8 januari 2020 heeft de burgemeester de exploitatievergunning voor de coffeeshop ingetrokken op grond van artikel 3:12, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2012. De burgemeester heeft daarvoor onder meer als reden gegeven dat [appellant] niet meer voldoet aan eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. De burgemeester heeft dat onder meer gebaseerd op de forse overschrijding van de voor de coffeeshop maximaal toegestane handelsvoorraad van 500 gram softdrugs. Met het besluit van 24 juni 2020 is de burgemeester bij de intrekking gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:334
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300501/1/A3

202300599/1/R1

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Holendrechterweg 53a/54/54a" vastgesteld. Het plan is deels conserverend van aard, maar maakt daarnaast nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het beroep van het college en van [appellant] heeft betrekking op het perceel Holendrechterweg 54a. Op het perceel is in de huidige situatie een autoschadeherstelbedrijf met bedrijfswoning gevestigd. De bestaande bedrijfswoning krijgt de bestemming "Wonen". De bedrijfsbebouwing op het perceel zal worden gesloopt en ter compensatie daarvan maakt het plan twee nieuwe woningen mogelijk. Daartoe voorziet het plan hier in de bestemming "Wonen" en "Tuin-1". In het vorige plan "Ouderkerkeplas e.o." waren aan de gronden de bestemmingen "Agrarische doeleinden II" en "Bedrijven" toegekend. Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Ouderkerk aan de Amstel en de Rijksweg A9. Het gebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden en natuur en de bebouwing concentreert zich met name langs de Bullewijk. In het gebied is daarnaast het natuurgebied "het Landje van Geijsel" gelegen. [partij] is de initiatiefnemer van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:365
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300599/1/R1

202303037/1/A3

Bij besluit van 30 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag van Eco Boats Amsterdam voor een ligplaatsvergunning voor vijf verhuurboten afgewezen. Eco Boats Amsterdam heeft een exploitatievergunning voor vijf verhuurboten type 2. Op 2 december 2021 heeft Eco Boats Amsterdam voor die vijf verhuurboten een ligplaatsvergunning aangevraagd. Met het besluit van 30 december 2021 heeft het college deze aanvraag afgewezen, omdat het voor verhuurboten type 2 geen ligplaatsen heeft aangewezen. Met het besluit van 9 juni 2022 is het college bij de afwijzing gebleven. Het college heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat ligplaatsvergunningen voor dit type verhuurboten niet schaars zijn. Het college heeft voor verhuurboten type 2 namelijk helemaal geen ligplaatsen aangewezen, zodat voor deze categorie vaartuigen in het geheel geen ligplaatsvergunningen te vergeven zijn, aldus het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de systematiek van de Havenverordening Utrecht, de index van de Havenatlas en de ligplaatsverdeling op de kaart van de Havenatlas volgt dat het college bij het afgeven van ligplaatsvergunningen een onderscheid maakt tussen verschillende categorieën vaartuigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:335
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303037/1/A3

202303324/1/A3

Bij besluiten van 22 juli 2021 en 9 augustus 2021 hebben het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Soest verzoeken van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk toegewezen. [appellant] was vanaf 2015 tot maart 2022 eigenaar van een terrein met recreatiewoningen aan de [locatie 1]. Jachthuis Exploitatie B.V. exploiteerde het terrein en verhuurde recreatiewoningen onder andere aan arbeidsmigranten. Het college heeft in 2018 en in 2019 aan [appellant] lasten onder dwangsom opgelegd om het niet-recreatieve gebruik van de recreatiewoningen te beëindigen. Volgens [appellant] heeft het college zijn beleid en bestendige bestuurspraktijk ingrijpend gewijzigd, omdat voorheen gebruik van de recreatiewoningen anders dan voor recreatie onder voorwaarden wel was toegestaan, zolang maar geen sprake was van daadwerkelijke permanente bewoning. Dat blijkt volgens hem uit het feit dat de burgemeester zelf rond zijn aantreden enige tijd in één van de woningen heeft verbleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:348
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303324/1/A3

202303855/1/R2

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek aan [partij] een vergunning verleend om een monumentaal pand te splitsen. Met de verleende omgevingsvergunning mag [partij] de monumentale langgevelboerderij aan de [locatie] in Esbeek verbouwen en splitsen om een extra woning toe te voegen, naast een bestaande woning en een bedrijfsruimte. [appellanten] woont naast het pand en heeft meerdere bezwaren tegen de splitsing. [appellanten] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het ontbreken van de verwijzing in artikel 12.5.4 van de regels van het bestemmingsplan ‘Landgoed De Utrecht’, dat hier van toepassing is, in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:349
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202303855/1/R2

202304593/1/A3

Bij besluiten van 27 oktober 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de vissers een vergunning met het zegenrecht, beperkt tot twee zegendagen, voor het visseizoen 2021/2022 verleend. De vissers oefenen op het IJsselmeer beroepsmatig de zegenvisserij op schubvis uit. De zegen is een net waarvan de onderkant is verzwaard en de bovenkant is voorzien van drijvers, met in het midden een verzamelzak. Bij deze vismethode wordt het net uitgevaren, waarna het wordt binnengetrokken en de in het water aanwezige vis wordt ingesloten. Met de zegenbeugel kan de vis uit het net worden verwijderd. Voor het visseizoen 2021/2022 heeft de minister het aantal dagen per zegenrecht gereduceerd van zeven naar twee, omdat het volgens de minister niet goed gaat met het brasembestand op het IJsselmeer. De reductie van het aantal zegendagen is nodig om het brasembestand te beschermen en herstellen met het oog op een duurzame toekomst voor de visserij, aldus de minister. De minister heeft zich voor de reductie gebaseerd op verschillende rapporten van Wageningen Marine Research (hierna: WMR). De vissers zijn het niet eens met de reductie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:366
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202304593/1/A3

202304611/1/A3

Bij besluiten van 27 oktober 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de vissers voor het visseizoen 2021/2022 een vergunning met het zegenrecht, gereduceerd van zeven tot twee zegendagen, verleend. De vissers oefenen op het IJsselmeer beroepsmatig de zegenvisserij op schubvis uit. De zegen is een net waarvan de onderkant is verzwaard en de bovenkant is voorzien van drijvers, met in het midden een verzamelzak. Bij deze vismethode wordt het net uitgevaren, waarna het wordt binnengetrokken en de in het water aanwezige vis wordt ingesloten. Met de zegenbeugel kan de vis uit het net worden verwijderd. Voor de visseizoenen 2021/2022 en 2022/2023 heeft de minister het aantal dagen per zegenrecht teruggebracht van zeven naar twee, omdat het volgens de minister niet goed gaat met het brasembestand op het IJsselmeer. De reductie van het aantal zegendagen is nodig om het brasembestand te beschermen en herstellen met het oog op een duurzame toekomst voor de visserij, aldus de minister. De minister heeft zich voor de reductie gebaseerd op verschillende rapporten van Wageningen Marine Research (hierna: WMR). De vissers zijn het niet eens met de reductie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:364
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202304611/1/A3

202304761/1/A3

Bij besluit van 23 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Siteways en [partij] een last onder dwangsom opgelegd van € 50.000,00 wegens overtreding van artikel 3:40, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008. Siteways beheert en onderhoudt websites waarop escortdames hun diensten in onder meer Amsterdam online aanbieden. Bij besluit van 29 november 2017 heeft het college aan [gemachtigde] en [partij] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 3:40, eerste lid, van de APV. Deze last hield in dat zij alle activiteiten van hun escortbedrijf dan wel advertentieplatform per direct moeten staken en gestaakt moeten houden. Dit betekent dat zij alle websites die door hen gebruikt of beheerd worden om escortdames aan te bieden offline moeten halen en de telefoonnummers moeten blokkeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:351
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304761/1/A3

202305102/1/A3

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de burgemeester van Tiel aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellante] exploiteert een coffeeshop, genaamd [coffeeshop], aan de [locatie] in Tiel. Met het besluit van 2 februari 2023 heeft de burgemeester aan [appellante], gelet op artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 13b van de Opiumwet en het Coffeeshopbeleid gemeente Tiel 2015, een last onder bestuursdwang opgelegd, die inhoudt dat [appellante] de coffeeshop gedurende anderhalve maand gesloten moet houden. Volgens de burgemeester heeft [appellante] het G-criterium van de zogenoemde AHOJGI-criteria uit het Coffeeshopbeleid overtreden. Dit criterium houdt onder meer in dat de handelsvoorraad niet meer mag zijn dan 500 gram. De burgemeester heeft zich voor de vaststelling van de overtreding gebaseerd op de bestuurlijke rapportage van 31 augustus 2022 die de burgemeester van de politie heeft ontvangen. Uit de bestuurlijke rapportage kan worden opgemaakt dat de politie op 29 juni 2022 een onderzoek is gestart naar het voertuig van de persoon die bij de politie ambtshalve bekend is als de eigenaar van de coffeeshop.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:336
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305102/1/A3

202305206/1/R1

Bij besluit van 31 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [partij] (thans: [partij A] en [partij B] in Amsterdam) een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw met een dakterras op de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. Het besluit van 31 januari 2020 waarmee het college de omgevingsvergunning heeft verleend, ziet op een dakopbouw en een dakterras aan de [locatie 1]. De vergunning is verleend voor het bouwen van een bouwwerk en voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. Het gebouwencomplex waar de woning aan de [locatie 1] onderdeel van is, wordt omringd door de Maria Austriastraat, de Lumièrestraat en de Erich Salomonstraat. Aan de kant van de Maria Austriastraat en de Erich Salomonstraat heeft het gebouwencomplex een hoogte van vier bouwlagen. Het middengedeelte aan de Willy Mullenskade kent in de bestaande situatie drie bouwlagen. Dat geldt ook voor de woning op [locatie 1]. [appellant] woont aan de achterzijde van de Willy Mullenskade, aan de [locatie 2]. De afstand van de achtergevel van de woning aan de [locatie 1] tot aan de achtergevel van de woning aan de [locatie 2] bedraagt ongeveer 35 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:368
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305206/1/R1

202306463/1/A3

Bij besluit van 6 september 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellante] voor een nationaal paspoort buiten behandeling gesteld. [appellante] heeft sinds 2 mei 2001 de Nederlandse nationaliteit. Sinds 13 maart 2006 woont zij in de Verenigde Staten, waar zij op 22 juli 2004 trouwde. Op 22 februari 2011 is [appellante] genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger. De minister heeft op 6 september 2021 een aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld, omdat [appellante] niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Volgens de minister heeft zij haar Nederlanderschap op 22 februari 2021 verloren, omdat zij vanaf dat moment gedurende tien jaar ononderbroken hoofdverblijf had buiten Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten of één van de EU-lidstaten, en ook de Amerikaanse nationaliteit had. Op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige in dat geval het Nederlanderschap verloren. De minister heeft op 24 november 2022 het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:333
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202306463/1/A3

202306928/1/R1

Bij besluit van 29 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond onder meer de locatie "Weg op den Heuvel" (AB IV 00045 en AB IV 00046) in Helmond aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers. [persoon] woonde aan [locatie] in Helmond in een appartementencomplex, genaamd "De Callenburght". Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 29 november 2022 heeft het college de locatie "Weg op den Heuvel" aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s voor de inzameling van huishoudelijk restafval. De locatie bevindt zich tegenover de ingang van het appartementencomplex aan de overzijde van de weg op ongeveer 20 meter afstand van "De Callenburght". Het college is overgegaan tot het aanwijzen van de locatie onder meer in verband met de invoering van het systeem van gedifferentieerde tarieven (Diftar) bij inzameling van huishoudelijk restafval. Dit houdt in dat inwoners van de gemeente een bedrag moeten betalen per aanbieding van hun huishoudelijk restafval.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:352
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306928/1/R1

202400128/1/A2

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd om drie private schulden van [appellant] over te nemen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van een drietal schulden van totaal omgerekend € 99.000,00 bij de bank Crédit Agricole du Maroc. [appellant] heeft bij het aangaan van deze leningen een appartement en een stuk land in Marokko als onderpand gegeven. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat blijkens de door [appellant] overgelegde leningsovereenkomsten het om hypothecaire leningen gaat. Volgens de minister doet hieraan niet af dat de hypothecaire leningen niet zijn gebruikt voor de financiering van een woning. Op grond van artikel 4.1, vierde lid, van de Wht komen de resterende hoofdsommen van hypothecaire leningen niet in aanmerking voor overname of betaling, ook niet als deze volledig opeisbaar zijn geworden. Voor hypothecaire leningen kunnen slechts betalingsachterstanden worden vergoed, als is voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:353
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400128/1/A2

202400498/1/R2

Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd om de recreatiewoning, de overkapping en het houthok op het perceel [locatie] in Riethoven te verwijderen en verwijderd te houden en het hekwerk (inclusief poort) rond het perceel terug te brengen tot een hoogte van maximaal 1,0 meter. [appellante] gebruikt het perceel aan de [locatie] in Riethoven voor recreatieve doeleinden. Daarvoor staat op het perceel een recreatiewoning, een overkapping en een opslag voor hout. Ook is het perceel met een hekwerk, met poort omheind. Het bestemmingsplan staat het gebruik van het perceel voor recreatie echter niet toe en voor de betrokken bouwwerken is geen vergunning verleend. Het college heeft [appellante] daarom een last opgelegd om deze bouwwerken te verwijderen. [appellante] vindt dat het college dat niet mag ten aanzien van de recreatiewoning en het hekwerk. Over de recreatiewoning heeft het college namelijk het vertrouwen gewekt dat van handhaving zou worden afgezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:341
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400498/1/R2

202400790/2/R3

Bij tussenuitspraak van 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3845, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 12 weken het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek te herstellen in het besluit van 27 juli 2023. De Afdeling heeft het college opgedragen om alsnog te onderzoeken hoe een parkeervoorziening geregeld kan worden, dat toereikend te motiveren en eventueel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. Daarbij moest het college in ieder geval onderzoeken of de voor te schrijven aanleg van een parkeervoorziening voor de padelbanen te beperken is tot eentje die wel ondergeschikt is en de overige parkeerbehoefte op andere wijze te regelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:359
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400790/2/R3

202401224/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en een aantal documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft op 26 mei 2021 verzocht om openbaarmaking van informatie over ‘externe veiligheid van spoor, A2 en het BRZO-bedrijf op het Van Voordenpark Zaltbommel’. [appellant] heeft zijn verzoek onderverdeeld in vier categorieën: functioneren van de bedrijfsbrandweer, zuinig zijn met grondwater en respect voor de natuur, de genomen veiligheidsmaatregelen bij de bouw van sportcomplex Sportwaard en middelbare school De Brug, en incidenten bij de chemische fabriek Sachem in 2019 en 2020. Het college heeft bij het besluit van 27 juli 2021 besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking van documenten, met toepassing van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Bij het besluit van 2 december 2021 heeft het college nog meer documenten openbaar gemaakt. Ook heeft het college een aanvullende toelichting gegeven op welke wijze naar informatie is gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:358
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401224/1/A3

202401248/1/A3

Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en een aantal documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft op 18 december 2020 verzocht om openbaarmaking van informatie over ‘het inspectie- en handhavingstraject bedrijfsbrandweer 2019’ en andere incidenten en/of inspecties bij de chemische fabriek Sachem in 2019 en 2020. Het college heeft bij het besluit van 22 april 2021 besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking van documenten. Bij de besluiten van 30 juni 2021 en 14 december 2021 heeft het college op verzoek van [appellant] aanvullende documenten openbaar gemaakt. Bij het besluit van 8 maart 2022 heeft het college beslist op de bezwaren van [appellant] en nogmaals aanvullende documenten openbaar gemaakt. Ook heeft het college de eerdere besluiten aangevuld met een nadere motivering. [appellant] heeft in beroep betoogd dat nog niet volledig aan het Wob-verzoek is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:357
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401248/1/A3

202402192/1/R2

Bij besluit van 18 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan [appellante sub 1] een tijdelijke vergunning verleend voor het bouwen van een opslagloods, hekwerk met een poort, het plaatsen van twee vlaggenmasten, het ophogen van het terrein, de afwijking van het bestemmingsplan en de aanleg van een uitweg op het perceel aan de [locatie 1] te Valkenswaard, kadastraal bekend gemeente Valkenswaard, sectie E, nummer 914. [appellante sub 1] is onder meer gevestigd aan de [locatie 2] te Valkenswaard. [appellante sub 1] wil haar activiteiten van die locatie verplaatsen naar de [locatie 1] en naar het perceel, dat direct daarnaast is gelegen. Daarvoor heeft [appellante sub 1] een aanvraag voor een tijdelijke omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van een opslagloods, het uitvoeren van een werk, afwijking van het bestemmingsplan en de aanleg van een uitweg. Op 9 april 2024 heeft het college het bezwaar tegen verlening van de omgevingsvergunning gegrond verklaard en de omgevingsvergunning geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:337
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202402192/1/R2

202402203/1/R2

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van MOB om handhavend optreden tegen [melkveebedrijf] aan de [locatie] in Eelde wegens het houden van meer koeien dan is vergund en het hebben van een stal met een ander stalsysteem dan is vergund op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, afgewezen. Bij besluit van 6 september 2022 heeft het college het door MOB daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. MOB heeft verzocht om handhavend optreden tegen [melkveebedrijf], omdat er meer koeien zouden worden gehouden dan is toegestaan op grond van de vergunning die is verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Ook zou in een stal een ander stalsysteem zijn geplaatst dan het stalsysteem dat is toegestaan op grond van de natuurvergunning. Het college heeft dit verzoek afgewezen omdat er volgens hem sprake is van concreet zicht op legalisatie door de aanvraag voor een natuurvergunning van 26 maart 2019 en de ontwerp-natuurvergunning die is gepubliceerd op 30 maart 2022. Het bezwaar van MOB is vervolgens door het college niet-ontvankelijk verklaard omdat er volgens het college geen procesbelang meer bestaat doordat met de definitieve natuurvergunning die is verleend op 30 juni 2022 van het aantal gehouden koeien en het stalsysteem gelegaliseerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:369
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202402203/1/R2

202403110/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2022, gewijzigd bij besluit van 11 april 2022, heeft de burgemeester van Haarlemmermeer aan Monumental Productions B.V. een evenementenvergunning verleend voor het Awakenings Festival 2022 op 16 en 17 april 2022 op het evenemententerrein Houtrak in het Recreatieschap Spaarnwoude in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer. Het Awakenings Festival is een jaarlijks terugkerend tweedaags elektronisch muziekfestival op het evenemententerrein Houtrak in Halfweg. In 2022 mocht het festival maximaal 40.000 bezoekers ontvangen. Het festival heeft een verplichte eindtijd van 23:00 uur en er geldt een geluidsnorm van 70 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen. GEEN N1 en anderen stellen desondanks te veel overlast te ondervinden van het festival en hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de verleende evenementenvergunning en geluidsontheffing. Zij wensen niet alleen deze vergunning en ontheffing aan te vechten, maar willen ook de rechtmatigheid van de gemeentelijke regelgeving voor het verlenen van dergelijke vergunningen en ontheffingen aan de orde stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:361
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403110/1/A2

202403267/1/R3

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Westerkwartier het bestemmingsplan "Lijsterbesstraat, Grootegast" vastgesteld. Aan de Lijsterbesstraat in Grootegast ligt ten zuiden van het perceel [locatie] een grasveld, waarop een houtsingel met bomen en struiken aanwezig is, in het midden van een woonwijk. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van zes woningen op die locatie mogelijk. Op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan "Grootegast" was op de locatie van het plangebied geen nieuwe woningbouw mogelijk. [appellanten] wonen nabij het plangebied en kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen. Zij wijzen onder meer op het ontbreken van een motivering dat een directe noodzaak bestaat om op de gronden van het plangebied woningen te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:342
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202403267/1/R3

202403618/1/A2

Bij besluit van 16 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 29.000,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente. [appellant] heeft op 14 juli 2015 een omgevingsvergunning gekregen voor het herbouwen van hotel De Tien Torens aan de Duinweg 36 in Zoutelande. [partij] heeft het college verzocht om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning. Volgens [partij] is haar recht van erfpacht op [locatie] als gevolg van de omgevingsvergunning in waarde verminderd. Het college heeft, na advies te hebben ingewonnen bij Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken, besloten tot het toekennen van een tegemoetkoming in planschade van € 26.800,00 aan [partij]. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat [partij] geen erfpachter was, maar een gebruiker dan wel dat zij slechts een gebruiksrecht had. De waardevermindering van de onroerende zaak aan de [locatie] raakt haar volgens [appellant] dan ook niet. Het college en de rechtbank zijn ervan uitgegaan dat [partij] een erfpachtrecht had op [locatie] en op het moment van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning kon worden aangemerkt als zakelijk gerechtigde ten aanzien van de onroerende zaak aan de [locatie].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:350
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403618/1/A2

202404433/1/A3

Bij besluit van 21 december 2022 heeft de raad van de gemeente Nijmegen aan een deel van de openbare ruimte van het type ‘weg’ in Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend. De raad heeft op 21 december 2022 aan een deel van de openbare ruimte van Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend. Het idee voor deze nieuwe naam is van [appellant] afkomstig en hij heeft deze straatnaamsuggestie doorgegeven via het gemeentelijk webformulier. Het besluit is op 27 december 2022 in het Gemeenteblad bekendgemaakt. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De raad heeft het bezwaar van [appellant] vervolgens kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] volgens de raad geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat [appellant] geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Daartoe heeft de rechtbank allereerst overwogen dat [appellant] weliswaar een suggestie voor de straatnaamwijziging heeft gedaan, maar dat het besluit van 21 december 2022 hiermee geen beschikking op een aanvraag is. Het feit dat [appellant] het initiatief voor de straatnaamwijziging heeft genomen, maakt volgens de rechtbank dus nog niet dat hij om die reden belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:354
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404433/1/A3

202404573/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Roerdalen het bestemmingsplan "Huysbongerdweg 4 in Montfort"(hierna: het plan) vastgesteld. Het plangebied ligt ter hoogte van de Huysbongerdweg 4. Het plan voorziet in de bouw van in totaal vier woningen met elk een tuin en twee parkeerplaatsen op eigen terrein. [appellant] woont aan de [locatie] direct tegenover het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan omdat het plan volgens hem in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Daardoor vreest hij voor aantasting van de verkeersveiligheid en geluidshinder. [appellant] betoogt dat het plan in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Volgens [appellant] is ten onrechte met een parkeernorm van 2,0 gerekend terwijl dit 2,7 zou moeten zijn. In ieder geval had volgens hem moeten worden uitgegaan van een parkeernorm van 2,3, wat de mediaan is van de bandbreedte van 1,9-2,7 parkeerplaatsen per woning die het CROW aanbeveelt voor het type woningen dat het plan mogelijk maakt. Ook in een ander geval is namelijk de mediaan gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:355
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404573/1/R1

202404583/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan [locatie 1], Waverveen' vastgesteld. Het plan maakt een nieuw aaneengeschakeld moerasgebied mogelijk door het noordelijke deel van camping [camping] (hierna: de camping), gelegen op de [locatie 1] in Waverveen, te verplaatsen naar de aangrenzende oostelijke en westelijke percelen. Dit plan is een uitvoering van het ‘Pact van Poldertrots’, ondertekend door de provincie Utrecht, de gemeente De Ronde Venen, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Vereniging Natuurmonumenten en de bewonersdelegatie van de polder Groot Mijdrecht Noord. In dit Pact zijn afspraken gemaakt over de herinrichting van de polder Groot Mijdrecht ten behoeve van natuurontwikkeling. [appellant A] en [appellant B] wonen op de [locatie 2] in Waverveen, onmiddellijk ten oosten van de camping. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan voor zover dit het mogelijk maakt dat de camping dichter bij hun woning komt. [appellant A] en [appellant B] hebben eerder de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:344
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404583/1/R4

202404880/1/R4

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Strosteeg 18-36, Binnenstad" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van 38 appartementen aan de Strosteeg 18-36 en een binnentuin. Het plangebied ligt in de binnenstad van Utrecht, op de plek waar vroeger drukkerij Abels zat. De locatie ligt naast de parkeergarage Springweg. De omgevingsvergunningen maken de bouw van de woningen en de kap van een boom in het plangebied mogelijk. [appellant] en anderen wonen aan de Haverstraat en Strosteeg en komen vanwege de gevolgen voor hun woon- en leefklimaat op tegen het plan en de vergunningen. Ered is de initiatiefnemer van het project. [appellant] en anderen betogen dat de raad het bestemmingsplan in strijd met het participatiebeleid heeft vastgesteld. Er heeft onjuiste voorlichting aan de raad plaatsgevonden en het bestemmingsplan sluit niet aan bij de visie voor de Strosteeg. Met het amendement Licht en lucht in de Strosteeg van 16 juni 2022 is geen rekening gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:345
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404880/1/R4

202405049/3/V6

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Guinee en geboren te zijn op [geboortedatum] 1967. Hij verblijft meer dan twintig jaar rechtmatig in Nederland. Op 23 september 2021 heeft [appellant] de staatssecretaris verzocht om hem het Nederlanderschap te verlenen. Bij het verzoek heeft hij een Guinees paspoort overgelegd met nummer O05001788, afgegeven op 13 januari 2021 en geldig tot en met 13 januari 2031. In een vvo van 9 september 2022 heeft BD geconcludeerd dat dit paspoort echt is. In deze vvo staat verder dat [appellant] eerder een Guinees uittreksel register burgerlijke stand heeft overgelegd met nummer 104, afgegeven op 15 januari 2020 en gelegaliseerd op 21 januari 2020, met bijbehorende Guinese rechterlijke uitspraak met nummer 3187, afgegeven op 19 juli 2018 en gelegaliseerd op 21 januari 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:371
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202405049/3/V6

202405304/1/A2

Bij brief van 10 mei 2022 heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan [appellant] medegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om een eerder verleende voorlopige investeringsverklaring in te trekken [appellant] is huurder van een woning in de woonwijk Jerusalem in Nijmegen. De stichting Talis is eigenaar van deze woning. Bij brief van 21 maart 2022 heeft [appellant] de minister verzocht om het besluit van 22 juni 2020 in te trekken. Bij brief van 10 mei 2022 heeft de minister dat verzoek afgewezen. Volgens deze brief is [appellant] geen belanghebbende bij het besluit van 22 juni 2020. Aan de niet-ontvankelijkverklaring van het tegen de brief van 10 mei 2022 gemaakte bezwaar heeft de minister eveneens ten grondslag gelegd dat [appellant] geen belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:340
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405304/1/A2

202405321/1/R4

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het bestemmingsplan ‘Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)’ ongegrond. Dat betekent dat het plan voor het vernieuwen van winkelcentrum De Molenpoortpassage en de bouw van maximaal 435 appartementen in Nijmegen definitief is. Het winkelcentrum ligt in het ‘Vlaams Kwartier’ in de binnenstad van Nijmegen. Enkele bedrijven zijn het niet eens met het bestemmingsplan en kwamen daartegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vrezen dat het bestemmingsplan leidt tot een tekort aan parkeergelegenheid in de omgeving. Naar aanleiding van die bezwaren heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan tijdens de procedure aangepast. Zo heeft de gemeenteraad meer onderzoek gedaan naar de parkeerdruk en een aantal regels in het plan over parkeren gewijzigd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het zogenoemde 'herstelplan' nu ongegrond. Daarmee is het plan voor het winkelcentrum en maximaal 435 appartementen in de binnenstad van Nijmegen definitief en kan de gemeente door met deze ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:343
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405321/1/R4

202405926/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 augustus 2024, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 6 december 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister voor Rechtsbescherming de bezwaren tegen het besluit van 2 augustus 2023, waarbij een aanvraag van [appellant] om een Verklaring Omtrent het Gedrag met politiegegevens is afgewezen, ongegrond verklaard. [appellant] heeft een VOG P aangevraagd voor de functie van inrichtingsbeveiliger bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI). De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] binnen de terugkijktermijn van dertig jaar twee keer is veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt, in 2012 en 2007. Ook is hij in 1994 veroordeeld voor verduistering en het overtreden van de Wegenverkeerswet. Buiten de terugkijktermijn zijn strafbare feiten gevonden voor vermogensdelicten in 1988 en 1989.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:428
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202405926/1/A3

202406452/1/R3

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld voor de toekomstige woningen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland". Dit bestemmingsplan is bij besluit van 17 september 2024 door de raad van de gemeente Hoeksche Waard vastgesteld. Het plan maakt de bouw mogelijk van 50 appartementen in drie bouwlagen met een ontmoetingsplek op de locatie van een voormalige kerk en school aan de Margrietstraat en de Graaf van Egmondstraat in Oud-Beijerland. Aan de noord- en zuidkant van het plangebied zijn parkeerplaatsen voorzien. Initiatiefnemer van het plan is Assink Vastgoed Projectontwikkeling B.V. De woningen zullen worden geëxploiteerd door Stichting HW Wonen. [appellant sub 1] woont aan de Margrietstraat. Zij is het niet eens met de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. [appellant sub 2] en anderen zijn bewoners van de wijk. Ook zij kunnen zich niet vinden in het plan vanwege de bouwmogelijkheden en vrezen voornamelijk voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:370
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406452/1/R3

202407263/1/R3

Bij besluit van 25 september 2024 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Stiens - Steenslân II" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet hoofdzakelijk in de ontwikkeling van 105 woningen. Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van het centrum van Stiens, waarbij het plangebied grotendeels wordt omsloten door het fietspad het Mierepad, de Brêgeleane en de Trijehoeksdyk. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Butengebied en doarpen" hadden de gronden binnen het plangebied de bestemming "Agrarisch". [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de Eysingastrjitte en de Brêgeleane, nabij het plangebied, en kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:356
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202407263/1/R3

202407569/1/V6

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Surinaamse nationaliteit. Hij heeft vanaf 4 januari 2019 een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn Nederlandse partner. Vanaf 4 maart 2019 staan [appellant] en zijn partner in de Basisregistratie Personen ingeschreven op hetzelfde adres. [appellant] heeft door familieomstandigheden van 2 juli 2022 tot en met 9 maart 2023 in Suriname verbleven. Zijn partner is met hem naar Suriname gereisd en na een paar weken weer terug naar Nederland gegaan. [appellant] heeft op 13 juli 2023 het naturalisatieverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek afgewezen, omdat [appellant] in de vijf jaar onmiddellijk voorafgaand aan het naturalisatieverzoek niet onafgebroken zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:332
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407569/1/V6

202500464/1/A2

Bij besluit van 7 december 2022 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om een al betaalde private schuld van [appellante] te betalen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om compensatie van de door haar inmiddels afgeloste schuld in de vorm van een doorlopend krediet van € 19.990,14 aan Defam. De minister heeft geweigerd de schuld te compenseren. Volgens de minister is de afgeloste schuld een financieel product waarvan de hoofdsom alleen wordt terugbetaald als deze vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021, zoals volgt uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen. Daarvan is volgens de minister in dit geval geen sprake. De rechtbank heeft overwogen dat de minister de schuld terecht niet heeft gecompenseerd, omdat vaststaat dat de Defam-lening volledig is afgelost en het dus niet ging om een vóór 1 juni 2021 opeisbare geldschuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:338
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500464/1/A2

202501289/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 februari 2025. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 9 oktober 2024 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft de raad van de gemeente Nijmegen het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 24 april 2024, waarbij de raad aan een deel van de openbare ruimte in Nijmegen de naam Mária Telkeshof heeft toegekend, niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] voert aan dat hij zich onderscheidt van een willekeurige belanghebbende, omdat hij sinds 1988 alle straatnamen binnen de gemeente Nijmegen bijhoudt in de Stratenlijst gemeente Nijmegen. Het is voor hem belangrijk dat de documenten die ten grondslag liggen aan de straatnamen kloppen, zodat de lijst klopt. Bovendien worden statistische gegevens op wijkniveau gebruikt door onder andere het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarvoor is van belang dat duidelijk is waar de wijkgrenzen lopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:429
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501289/1/A3

202501459/1/A3

Bij besluit van 29 november 2022 heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de vennootschap een boete opgelegd van € 4.500,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. De minister heeft aan de vennootschap een boete van € 4.500,00 opgelegd op grond van artikel 7.17c, zesde lid, van het Arbobesluit en artikel 9, eerste lid, van de Arbowet. Hieraan heeft de minister een boeterapport van 31 maart 2022 ten grondslag gelegd. Uit het boeterapport volgt dat er op 1 december 2021 bij de vennootschap een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden tijdens het laden van leibomen op een vrachtwagentrailer. Dit werd gedaan door een werknemer, een vrachtwagenchauffeur en een snuffelstagiair (het slachtoffer). De bomen werden door de werknemer met een loader opgehesen en richting de trailer bewogen waar de chauffeur de bomen in ontvangst nam. De loader reed met een gehesen boom naar de zijkant van de trailer en de stagiair liep met de boom mee. Toen de boom werd overgedragen aan de op de trailer staande chauffeur reed de werknemer naar voren met de loader en reed daarbij tegen de linkervoet van de stagiair.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:347
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501459/1/A3

202501634/1/A3

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] huurde een woning aan [locatie] in Rotterdam. De burgemeester heeft [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende een tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. In de bestuurlijke rapportage van 13 november 2023 staat dat de politie op 6 november 2023 om 04.35 uur een melding heeft ontvangen vanwege verdachte personen op het dak van de woning van [appellant]. De melder zag dat er twee mannen uit de woning kwamen rennen en dat [appellant] kort daarna zijn woning verliet. Nadat de verbalisanten de woning hadden betreden, zagen zij overal in de woning bloedspetters en een plastic tas waarin bruin poeder zat. Vervolgens is de woning met toestemming van de rechter-commissaris op grond van de Opiumwet doorzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:331
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202501634/1/A3

202502534/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen bepaald dat het rijbewijs van [appellante] ongeldig blijft. Op 28 november 2022 is [appellante] aangehouden door de Marechaussee vanwege gevaarlijk rijgedrag. De Marechaussee heeft aan het CBR het vermoeden medegedeeld dat zij niet langer beschikt over de geschiktheid voor het besturen van een auto. Het CBR heeft [appellante] een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd. Het CBR heeft bij besluit van 15 juni 2023 het rijbewijs van [appellante] ongeldig verklaard omdat zij niet (volledig) heeft meegewerkt aan dit onderzoek. Het CBR heeft het bezwaar van [appellante] daartegen ongegrond verklaard bij besluit van 14 augustus 2023. Op verzoek van [appellante] heeft het CBR haar in de gelegenheid gesteld om opnieuw onderzoek naar haar geschiktheid te laten doen. Dat onderzoek heeft geleid tot het besluit van 26 februari 2024. [appellante] voert aan dat het CBR haar van het kastje naar de muur stuurt en wisselende standpunten inneemt. Het CBR en de psychiater hebben aanvankelijk gezegd dat ze haar rijbewijs zou terugkrijgen. Verder rijdt zij altijd veilig en heeft zij nog nooit ongelukken veroorzaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:346
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502534/1/A2

202402367/1/V3

Bij besluit van 7 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:312
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402367/1/V3

202505030/2/R4

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Bronckhorst het "Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Bronckhorst: Veegplan 2025-1" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bronckhorst vastgesteld. Het besluit tot wijziging heeft betrekking op verschillende locaties binnen het grondgebied van de gemeente Bronckhorst. In dit geval is van belang dat het besluit tot wijziging door middel van de functie "Bedrijf" onder andere voorziet in de realisatie van twee bedrijfsverzamelgebouwen met een oppervlakte van ongeveer 2.500 m² op het perceel Zutphen-Emmerikseweg 101 in Baak. Het perceel is een braakliggend terrein dat aan de noordzijde begrensd wordt door de weg Dambroek en het bedrijventerrein Dambroek en aan de oostzijde door de Zutphen-Emmerikseweg. Onder het vorige planologische regime was het perceel bestemd voor een aannemersbedrijf met een maximale oppervlakte van 2.350 m². [verzoekers] wonen aan de [locatie] in Baak tegenover het perceel. Zij kunnen zich niet vinden in het besluit tot wijziging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:311
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202505030/2/R4

202505958/2/R1

Bij koninklijk besluit van 27 oktober 2025 is een luchthavenbesluit voor de luchthaven Eelde vastgesteld. Het besluit maakt een verruiming van de openingstijden van de luchthaven Eelde mogelijk. Het gaat om een verruiming van de openingstijden met een half uur in de vroege ochtend (van 6.30 uur naar 6.00 uur) en een uur in de late avond (van 23.00 uur naar 00.00 uur). Voor de verruiming van de openingstijden in de ochtend dient op grond van artikel 20 van het besluit eerst een nader koninklijk besluit te worden genomen. [verzoeker] woont nabij de luchthaven en heeft tegen het besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het besluit wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:310
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Luchtvaart
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202505958/2/R1

BRS.24.000283

Bij besluit van 13 juli 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:262
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000283

BRS.25.001827

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:268
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001827

BRS.25.002334

Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:274
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002334

BRS.25.002384

Bij e-mail van 22 april 2025 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de opvang van betrokkene beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:273
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002384

BRS.26.000019

Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:301
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000019

BRS.26.000030 en BRS.26.000031

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:271
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000030 en BRS.26.000031

BRS.26.000363

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat appellant met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:325
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000363

202502222/1/V3

Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 16 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Ceylan, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:282
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502222/1/V3

202502535/1/V2

Bij besluiten van 1 augustus 2023 heeft de minister aanvragen om appellanten een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 30 augustus 2024 heeft de minister de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraken van 3 april 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraken hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:284
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502535/1/V2

202504258/1/V3

Bij besluit van 3 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:285
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504258/1/V3

202504261/1/V3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 15 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:286
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504261/1/V3

202504267/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:300
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504267/1/V3

202504285/1/V3

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 31 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:298
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504285/1/V3

202504292/1/V3

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:296
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504292/1/V3

202504299/1/V3

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Aydin, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:297
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504299/1/V3

202504754/1/V1

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij uitspraak van 28 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover daarin de ingangsdatum van die vergunning is vastgesteld op 21 juli 2023, deze ingangsdatum vastgesteld op 17 juli 2023, bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van dat besluit en de minister veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:299
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504754/1/V1

BRS.25.002027

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:259
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002027

BRS.25.002672

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:260
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002672

BRS.25.002710 en BRS.25.002711

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:258
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002710 en BRS.25.002711
vorige pagina1...161718...1.243volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon