Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202600099/1/A2

Uitspraak 202600099/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:416
Datum uitspraak
23 januari 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de Eexamencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de aanvraag van [verzoeker] om bij tentamens gebruik te mogen maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) en een digitale wettenbundel afgewezen [verzoeker] volgt sinds 1 september 2025 de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft bij de examencommissie vanwege Non-Verbal Learning Disabilities (NLD) verschillende tentamenvoorzieningen aangevraagd. Het verzoek om gebruik te maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) is afgewezen, omdat dit alleen wordt toegestaan bij een visuele beperking. Het verzoek om gebruik te maken van een digitale wettenbundel is afgewezen, omdat het leren werken met wettenbundels en de systematiek hiervan doorgronden een van de pijlers gedurende de hele rechtenstudie is. Daarnaast biedt gebruik van een digitale wettenbundel volgens de examencommissie een niet te rechtvaardigen voordeel tegenover andere studenten. [verzoeker] heeft op 9 februari 2026 en 23 februari 2026 tentamens, waarbij hij gebruik wenst te maken van de tentamenvoorzieningen.
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202600099/1/A2.
Datum uitspraak: 23 januari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,

en

de Examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de examencommissie de aanvraag van [verzoeker] om bij tentamens gebruik te mogen maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) en een digitale wettenbundel afgewezen

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] administratief beroep bij het college van beroep voor de examens ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De examencommissie heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 20 januari 2026, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. G.T.P.J. Bremmers, advocaat in Sittard, en de examencommissie, vertegenwoordigd door mr. dr. A.F. Salomons, aanwezig via videoverbinding, en mr. E.A. Jousma, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       [verzoeker] volgt sinds 1 september 2025 de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft bij de examencommissie vanwege Non-Verbal Learning Disabilities (NLD) verschillende tentamenvoorzieningen aangevraagd.

3.       Het verzoek om gebruik te maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) is afgewezen, omdat dit alleen wordt toegestaan bij een visuele beperking. Het verzoek om gebruik te maken van een digitale wettenbundel is afgewezen, omdat het leren werken met wettenbundels en de systematiek hiervan doorgronden een van de pijlers gedurende de hele rechtenstudie is. Daarnaast biedt gebruik van een digitale wettenbundel volgens de examencommissie een niet te rechtvaardigen voordeel tegenover andere studenten.

4.       [verzoeker] heeft op 9 februari 2026 en 23 februari 2026 tentamens, waarbij hij gebruik wenst te maken van de aangevraagde tentamenvoorzieningen.

5.       Alle betrokken belangen afwegend, zal de voorzieningenrechter het gebruik van een voorleeshulp of -software (met koptelefoon) en een niet-doorzoekbare digitale wettenbundel toewijzen, met dien verstande dat de examencommissie slechts gehouden is het resultaat van de tentamens bekend te maken als onherroepelijk is vast komen te staan dat [verzoeker] vanwege zijn functiebeperking recht heeft op gebruikmaking van de aangevraagde tentamenvoorzieningen. De voorzieningenrechter baseert zijn oordeel op het navolgende.

6.       [verzoeker] heeft met de overgelegde medische verklaring van 25 januari 2016, opgesteld door GZ psycholoog en psychtherapeut E.H.A. Meurs, voorlopig voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in elk geval een functiebeperking heeft. Uit de thans beschikbare informatie blijkt echter nog onvoldoende welke concrete belemmeringen [verzoeker] door de functiebeperking in zijn huidige studie ondervindt en welke voorzieningen noodzakelijk zijn om deze belemmeringen weg te nemen. Daartoe is nader onderzoek vereist en naar het oordeel van de voorzieningenrechter ligt het op de weg van [verzoeker] om hierover nadere (medische) informatie te verstrekken. Dit vergt echter een nadere inhoudelijke beoordeling, die in de bodemprocedure moet plaatsvinden. Dat neemt niet weg dat de voorzieningenrechter bij de beoordeling van dit verzoek ervan uitgaat dat er sprake is van een functiebeperking.

7.       De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat wanneer het gebruik van een digitale wettenbundel wordt beperkt tot het lezen van de tekst en deze niet doorzoekbaar is, gegeven de beperking van [verzoeker], dit geen voordeel oplevert ten opzichte van andere studenten. Verder gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de gevraagde voorzieningen feitelijk kunnen worden aangeboden. Door het voorlopig toestaan van de gevraagde voorzieningen bij de aankomende tentamens wordt in ieder geval voorkomen dat [verzoeker] onomkeerbare studievertraging oploopt als gevolg van zijn gestelde functiebeperking. Tegelijkertijd wordt het belang van de examencommissie bij het objectief kunnen toetsen van kennis, inzicht en vaardigheden van [verzoeker] voldoende gewaarborgd, omdat zij slechts gehouden is het resultaat van de tentamens bekend te maken als in de bodemprocedure onherroepelijk is komen vast te staan dat [verzoeker] recht heeft op de aangevraagde tentamenvoorzieningen.

8.       De slotsom is dat het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen.

9.       De examencommissie moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        wijst het verzoek toe;

II.       treft de voorlopige voorziening, inhoudende dat de examencommissie [verzoeker] in de gelegenheid moet stellen om de tentamens van 9 februari 2026 en 23 februari 2026 te maken met een voorleeshulp of -software met een koptelefoon en een niet-doorzoekbare digitale wettenbundel;

III.      bepaalt dat de examencommissie slechts gehouden is het resultaat van de tentamens bekend te maken als onherroepelijk is vast komen te staan dat [verzoeker] vanwege een functiebeperking recht heeft op gebruikmaking van de aangevraagde tentamenvoorzieningen;

IV.      veroordeelt de Examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;

V.       gelast dat de Examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 54,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C. Kouidar, griffier.

w.g. Daalder
voorzieningenrechter

w.g. Kouidar
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026

1120


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon