Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202502535/1/V2

Uitspraak 202502535/1/V2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:284
Datum uitspraak
19 januari 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 1 augustus 2023 heeft de minister aanvragen om appellanten een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 30 augustus 2024 heeft de minister de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraken van 3 april 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraken hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202502535/1/V2.
Datum uitspraak: 19 januari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B],
appellanten,

tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 3 april 2025 in zaken nrs. NL24.37812 en NL24.37810 in de gedingen tussen:

appellanten

en

de minister van Buitenlandse Zaken.

Procesverloop

Bij besluiten van 1 augustus 2023 heeft de minister aanvragen om appellanten een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluiten van 30 augustus 2024 heeft de minister de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraken van 3 april 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraken hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het deel van de uitspraken van de rechtbank waar appellanten hoger beroep tegen instellen, gaat over een visum voor een verblijf van 90 dagen of minder. Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder b, van de Vw 2000).

1.1.    Appellanten betogen dat het hoger beroep niet onder het appelverbod valt, omdat het volgens hen mogelijk is om hoger beroep in te stellen tegen het oordeel van de rechtbank dat de minister geen dwangsom hoeft te betalen voor het overschrijden van de beslistermijn. De Afdeling volgt appellanten niet in hun betoog dat dit een zelfstandig oordeel is waartegen afzonderlijk hoger beroep openstaat. Het oordeel dat de minister geen dwangsom hoeft te betalen, is op grond van artikel 4:17, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Awb afhankelijk van het oordeel dat de minister het bezwaar van appellanten tegen de afwijzing van een visum voor kort verblijf terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Aangezien tegen het oordeel over het visum voor kort verblijf geen hoger beroep openstaat, geldt dat ook voor het daarmee samenhangende oordeel over de dwangsom.

1.2.    Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dat doet zich hier niet voor.

2.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.

w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Huizer
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026

987


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon