Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.063
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202301456/1/V3

Bij besluiten van 30 januari 2023 en 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59b, eerste lid, van de Vw 2000. Op 1 februari 2023 heeft de staatssecretaris de op 30 januari 2023 opgelegde maatregel van bewaring opgeheven en de vreemdeling diezelfde dag krachtens artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. Volgens de rechtbank blijkt uit niets dat de vreemdeling bij de uitreiking van de maatregel, in een taal die hij verstaat, op de hoogte is gebracht van de redenen van de bewaring en aan hem is uitgelegd dat hij tegen de maatregel van bewaring beroep kan instellen en recht heeft op gratis rechtsbijstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4180
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301456/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202301456/1/V3

202302172/1/A2

Bij beslissing van 17 juni 2022 heeft de examencommissie Electrical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven het verzoek van Van [appellant] om het tentamen Electromagnetics II (5EPBO) in het studiejaar 2021/2022 af te mogen leggen zonder voorafgaand deelgenomen te hebben aan Student-Led Tutorials, ingewilligd. [appellant] heeft de examencommissie op 5 april 2022 verzocht om het tentamen voor het vak Electromagnetics II (5EPBO) in verband met zijn functiebeperking af te mogen leggen zonder dat hij gedurende het semester deel heeft genomen aan de SLT’s. De examencommissie heeft dit verzoek ingewilligd voor het tentamen en het hertentamen in het studiejaar 2021/2022. Aan de beslissing van 8 maart 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat de examencommissie volledig aan het verzoek tegemoet is gekomen en [appellant] niet concreet heeft gemaakt waarom de examencommissie niet of onvoldoende tegemoet gekomen is aan zijn verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4250
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202302172/1/A2

202302174/1/A2

Bij beslissing van 21 februari 2023 heeft het college, gevolg gevend aan de uitspraak van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs van 11 mei 2022 (CBHO 2022/027), het door [appellant] tegen de beslissing van de examencommissie van 11 november 2021 ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van 21 februari 2023. Hij moet hiervoor griffierecht betalen. Hij is bij aangetekende brief van 14 juni 2023 hierop gewezen. Bij brief van 10 juli 2023 is hij hier nogmaals aan herinnerd. In beide brieven is ook vermeld dat, als het te betalen griffierecht niet op de vermelde datum is ontvangen, [appellant] ervan moet uitgaan dat alleen al om die reden niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellant] heeft het griffierecht niet betaald. [appellant] betoogt dat de vier besluiten waartegen hij beroep heeft ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4249
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202302174/1/A2

202302899/1/V3

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht van artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft overwogen dat in de maatregel van bewaring niet is vermeld dat een afschrift in een taal die de vreemdeling beheerst, is uitgereikt of dat de uitreiking heeft plaatsgevonden met behulp van een tolk. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat de maatregel niet rechtsgeldig is uitgereikt en de oplegging van de maatregel niet rechtmatig is geschied, omdat de staatssecretaris bij de uitreiking van de maatregel niet heeft voldaan aan de informatieplicht. De rechtbank heeft daarom de opheffing van de maatregel bevolen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4181
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302899/1/V3

202302918/1/A2

Bij beslissing van 22 februari 2022 heeft de examencommissie Electrical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven het verzoek van [appellant] om uitstel te krijgen voor alle examineringen van de professionele vaardigheden van het Bachelor Eindproject, niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van 21 februari 2023. Hij moet hiervoor griffierecht betalen. Hij is bij aangetekende brief van 14 juni 2023 hierop gewezen. Bij brief van 10 juli 2023 is hij hier nogmaals aan herinnerd. In beide brieven is ook vermeld dat, als het te betalen griffierecht niet op de vermelde datum is ontvangen, [appellant] ervan moet uitgaan dat alleen al om die reden niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellant] heeft het griffierecht niet betaald. [appellant] betoogt dat de vier besluiten waartegen hij beroep heeft ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4247
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202302918/1/A2

202303537/1/A2

Bij beslissing van 11 juli 2022 heeft de examencommissie van de Faculteit Health, Medicine and Life Sciences vastgesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd bij haar onderzoeksvoorstel voor het vak BGZ3025 ‘Mens en Gezondheid: Biologisch Onderzocht’. In de beslissing heeft de examencommissie aan [appellante] de mogelijkheid geboden om nog in het studiejaar 2021-2022 af te afstuderen onder de voorwaarde dat zij uiterlijk op 15 augustus 2023 om 16:00 uur drie verschillende opdrachten zou inleveren. [appellante] is een student in het derde studiejaar van de bachelor Gezondheidswetenschappen. Voor het vak heeft zij een onderzoeksvoorstel ingediend. Nadat de examencommissie een melding had ontvangen dat [appellante] mogelijk plagiaat in het onderzoeksvoorstel had gepleegd, heeft de commissie op 30 juni 2022 een gesprek met haar hierover gehad.In de beslissing van 11 juli 2022 heeft de examencommissie zich naar aanleiding van het gesprek op het standpunt gesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd. Daaraan heeft de examencommissie ten grondslag gelegd dat [appellante] in het gesprek op 30 juni 2022 heeft bevestigd dat zij in het door haar ingediende onderzoeksvoorstel plagiaat heeft gepleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4263
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202303537/1/A2

202303700/1/A2

Het college van bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven heeft op 21 december 2022 een brief aan [appellant] gezonden. De Afdeling heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ter behandeling doorgezonden aan het college. Bij beslissing van 1 juni 2023 heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van 1 juni 2023. Hij moet hiervoor griffierecht betalen. Hij is bij aangetekende brief van 14 juni 2023 hierop gewezen. Bij brief van 10 juli 2023 is hij hier nogmaals aan herinnerd. In beide brieven is ook vermeld dat, als het te betalen griffierecht niet op de vermelde datum is ontvangen, [appellant] ervan moet uitgaan dat alleen al om die reden niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellant] heeft het griffierecht niet betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4160
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202303700/1/A2

202304361/1/V3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De staatssecretaris heeft de vreemdeling in bewaring gesteld krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris bij het in bewaring stellen van de vreemdeling heeft voldaan aan zijn informatieplicht van artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. De rechtbank heeft geoordeeld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan de eisen genoemd in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat de schending van de informatieplicht niet is aan te merken als een licht gebrek en dat de belangenafweging in dit geval in het nadeel van de staatssecretaris moet uitvallen. De rechtbank heeft daarom de opheffing van de maatregel bevolen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4182
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202304361/1/V3

202304635/1/R3

Bij besluit van 7 mei 2019 heeft de raad van de gemeente Hardenberg het bestemmingsplan "Balkbrug woningbouwlocatie Takens" vastgesteld. Bij besluit van 8 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg omgevingsvergunningen verleend voor de bouw van woningen op percelen aan de Takenshof en Meppelerweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4242
Datum uitspraak
15 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202304635/1/R3

202204725/1/V3

Bij besluit van 28 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4205
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204725/1/V3

202204910/1/V3

Bij besluit van 29 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4207
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204910/1/V3

202305099/2/R1

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de woning door meerdere huishoudens op het adres [locatie] in Uithoorn te (doen) beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] is eigenaar van en woonachtig in het pand op het perceel. Op 5 november 2021 en 11 maart 2022 heeft een toezichthouder van de gemeente Uithoorn geconstateerd dat in de woning meerdere personen verbleven die niet behoren tot hetzelfde huishouden als [verzoeker]. Niet in geschil is dat [verzoeker] ten tijde van de controles meerdere kamers in zijn woning verhuurde. Aan het invorderingsbesluit van 7 augustus 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat [verzoeker] de dwangsom van € 10.000,00 heeft verbeurd, omdat hij niet binnen de gestelde begunstigingstermijn aan de hem opgelegde last heeft voldaan. Het college is niet bereid om hangende de bodemprocedure te wachten met de uitvoering van het invorderingsbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4206
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305099/2/R1

202305495/1/V3

Bij besluit van 12 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit). Bij besluit van 16 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4209
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305495/1/V3

202305577/1/V3

Bij besluit van 10 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit). Bij besluit van 16 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4210
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305577/1/V3

202305598/1/V3

Bij besluit van 12 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit). Bij besluit van 16 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4212
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305598/1/V3

202306830/1/V1 en 202306830/2/V1

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4214
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306830/1/V1 en 202306830/2/V1

BRS.23.000016

Bij besluit van 22 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 5 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4201
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.23.000016

202207005/1/V6

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. De reden hiervoor is dat [appellant] bij Zwitserse strafbeschikking van 11 oktober 2019 is veroordeeld tot een boete. De officier van justitie heeft deze straf in een strafmaatvergelijking naar Nederlands recht omgerekend naar 40 uur taakstraf. Volgens de staatssecretaris doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij toch het Nederlanderschap had moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4871
Datum uitspraak
14 november 2023
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202207005/1/V6

202302908/1/V1

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4202
Datum uitspraak
13 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302908/1/V1

202306497/1/V2 en 202306497/2/V2

Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4203
Datum uitspraak
13 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306497/1/V2 en 202306497/2/V2

202306529/1/V2 en 202306529/2/V2

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4195
Datum uitspraak
13 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306529/1/V2 en 202306529/2/V2

202306558/2/V2

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4204
Datum uitspraak
13 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306558/2/V2

BRS.23.000011

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 5 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4183
Datum uitspraak
13 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.23.000011

202200225/3/R1

Bij uitspraak van 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2979, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op twee hoger beroepen in een zaak waarbij [verzoeker] partij was. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent de door [verzoeker] gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht een schadevergoeding te gelasten wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De redelijke termijn is gestart met het indienen van het beroepschrift tegen het besluit van 18 februari 2019 bij de rechtbank op 1 april 2019. Het nieuwe besluit van 31 maart 2021 is in rechte vast komen te staan met de uitspraak van de Afdeling van 2 augustus 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4112
Datum uitspraak
13 november 2023
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200225/3/R1

202006414/1/V1

Bij besluit van 2 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4185
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202006414/1/V1

202101014/1/V1

Bij besluit van 3 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4186
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101014/1/V1

202206153/1/V2

Bij besluit van 16 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4187
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206153/1/V2

202300269/1/V1

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4165
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300269/1/V1

202305631/1/V3

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4188
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305631/1/V3

202306359/1/V3 en 202306359/2/V3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4189
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306359/1/V3 en 202306359/2/V3

202306453/2/V3

Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4190
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306453/2/V3

202306663/1/V3 en 202306663/2/V3

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4194
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306663/1/V3 en 202306663/2/V3

202306706/2/V1

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4196
Datum uitspraak
10 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306706/2/V1

202203634/1/V2

Bij besluit van 4 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4161
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202203634/1/V2

202300350/1/V3

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4164
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300350/1/V3

202300433/1/V1

Bij besluit van 25 november 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4166
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300433/1/V1

202302289/1/V1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4168
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302289/1/V1

202303653/1/V3

Bij besluit van 10 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4169
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303653/1/V3

202303780/1/V3

Bij besluit van 9 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4170
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303780/1/V3

202304185/1/V3

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4171
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304185/1/V3

202305499/1/V3 en 202305499/2/V3

Bij besluit van 28 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4172
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305499/1/V3 en 202305499/2/V3

202305693/1/V3

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4173
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305693/1/V3

202305863/2/V2

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4174
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305863/2/V2

202305955/1/V3

Bij besluiten van 21 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4175
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305955/1/V3

202305986/1/V3

Bij besluit van 26 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 12 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4176
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305986/1/V3

202306244/1/V2 en 202306244/2/V2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4177
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306244/1/V2 en 202306244/2/V2

202306487/1/V2 en 202306487/2/V2

Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4179
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306487/1/V2 en 202306487/2/V2

202306624/1/V3

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4178
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306624/1/V3

202306377/1/R2

Stichting Sirene heeft verzocht de tussenuitspraak van 14 juni 2023, in zaak nr. 202003207/1/R2, ECLI:NL:RVS:2023:2323, te herzien. In die tussenuitspraak is het beroep van Stichting Sirene tegen de natuurvergunning voor het vervangen van vier windturbines in de Karolinapolder in Dinteloord, gemeente Steenbergen, behandeld. [verzoeker] leidt uit de notitie van [persoon] af dat, anders dan in rechtsoverweging 4.1 van de tussenuitspraak staat, artikel 4, tweede lid, van de Vogelrichtlijn ook ten grondslag ligt aan het aanwijzingsbesluit. Verder leidt hij daaruit af dat het Krammer-Volkerak is aangewezen voor meer dan de 18 vogelsoorten dan waarvan in rechtsoverweging 5.1 van de tussenuitspraak is uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4211
Datum uitspraak
9 november 2023
  • Herziening
  • Mondelinge uitspraak
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202306377/1/R2

202105133/1/V3

Bij besluit van 20 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4088
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105133/1/V3

202201688/1/V2

Bij besluit van 6 november 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4103
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201688/1/V2

202302783/1/V3

Bij besluit van 29 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4104
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302783/1/V3

202303964/1/V3

Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4105
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303964/1/V3

202304484/1/V3

Bij besluit van 23 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4106
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304484/1/V3

202305722/2/R2

Bij twee afzonderlijke besluiten van 11 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel aan familie [verzoeker] respectievelijk aan [verzoeker B] en [verzoeker C] lasten onder dwangsom opgelegd. Deze besluiten zijn bij twee afzonderlijke besluiten op bezwaar van 13 juni 2022 gehandhaafd, onder aanvulling van de motivering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4110
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305722/2/R2

202305967/2/V3

Bij besluit van 12 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4167
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305967/2/V3

202306423/1/V2 en 202306423/2/V2

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4107
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306423/1/V2 en 202306423/2/V2

202306428/2/V2

Bij besluit van 10 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4109
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306428/2/V2

202306437/2/V1

Bij besluiten van 1 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4108
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306437/2/V1

202306502/2/V3

Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4111
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306502/2/V3

202306789/2/V2

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4191
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306789/2/V2

202306848/2/V2

Bij besluiten van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4192
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306848/2/V2

202306874/2/V3

Bij besluit van 25 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4193
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306874/2/V3

BRS.23.000014

Bij besluit van 13 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4090
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.23.000014

201909073/4/R3

Bij tussenuitspraak van 14 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3751), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Hof van Twente opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van 15 oktober 2019 te herstellen. Dit is het besluit waarbij de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Blokstegenweg 3/3a" heeft vastgesteld. Dit plan maakt, onder meer, een 10 m hoge opslag voor windmolenonderdelen mogelijk op het perceel Blokstegenweg 3/3a in Ambt Delden, ter plaatse van de aanduiding " opslag". In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 10.2 overwogen dat de raad niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitvoering en instandhouding van het landschapsplan/erfinrichtingsplan leiden tot de door de raad voorgestane goede landschappelijke inpassing van de in het plan voorziene bedrijvigheid, in het bijzonder voor zover daarmee is beoogd de opslag van windmolenonderdelen tot 10 m hoog zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4151
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak201909073/4/R3

202005188/3/R2

Bij tussenuitspraak van 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:844, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 29 juni 2020, waarbij het bestemmingsplan "Strijperstraat tussen [locatie A] en [locatie B]" gewijzigd is vastgesteld, te herstellen. Bij besluit van 26 juni 2023 (hierna: het herstelbesluit) heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het plan "Strijperstraat tussen [locatie A] en [locatie B]" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft onder 5.3 van de tussenuitspraak geoordeeld dat een deel van het plangebied waarop ook een deel van het bouwvlak is geprojecteerd ten tijde van het vaststellen van het plan was gelegen in het gebied dat op de bij de Interim Omgevingsverordening Brabant (hierna: de IOV) behorende kaarten is aangeduid als ‘Landelijk Gebied’. De Afdeling heeft vastgesteld dat de raad, zoals hij ook heeft erkend, niet heeft onderbouwd dat de ruimtelijke ontwikkeling op deze gronden gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving en dat dit op grond van artikel 3.9, eerste lid, van de IOV wel is vereist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4152
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202005188/3/R2

202101392/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan de Faunabeheereenheid ontheffing verleend van een aantal verboden op grond van de Wet natuurbescherming. De Faunabeheereenheid heeft verzocht om het konijn onder meer in de nacht met een geweer inclusief hulpmiddelen te bestrijden ter voorkoming van schade en in het belang van de openbare veiligheid. De Faunabeheereenheid wil met de gevraagde ontheffing de omvang van de populatie konijnen plaatselijk beperken. Animal Rights en Fauna4life hebben tegen de ontheffing beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard en het besluit van 11 februari 2019 vernietigd. Een ontheffing kan worden verleend als aan de voorwaarden van artikelen 3.8, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 3.10, tweede lid, van de Wnb is voldaan. De landelijke vrijstelling vormt een belangrijke indicatie dat is voldaan aan de voorwaarde dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan doden om schade door konijnen te voorkomen. Het college heeft zijn standpunt dat aan deze voorwaarde is voldaan gemotiveerd door te verwijzen naar het faunabeheerplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4116
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202101392/1/A3

202103399/1/R2

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Heerlen het bestemmingsplan "Heerlerheide Noord" vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt het plangebied Heerlerheide Noord geactualiseerd. De raad heeft met dit plan beoogd geldende bestaande rechten van de oude bestemmingsplannen over te nemen in één nieuw bestemmingsplan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen binnen het plangebied Heerlerheide Noord en zijn het niet eens met de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan voor hun eigen perceel. [appellant sub 1] betoogt dat het nieuwe bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening omdat rechten op hun percelen komen te vervallen. Zo stelt [appellant sub 1] dat de bouw van een 2e bedrijfswoning op het perceel naast hun bedrijfswoning niet meer mogelijk is in het nieuwe bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4124
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202103399/1/R2

202107661/1/R3

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Assen [appellante onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te beëindigen door het gebouw op het perceel [locatie 1] en [locatie 2] te Assen in de vergunde staat te herstellen. Op het perceel staat een pand met vier verdiepingen. Het college heeft bij besluit van 7 december 2015 aan de vorige eigenaar van het pand een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Assen Zuid" verbouwen van de begane grond van het pand tot een woning en bedrijfsruimte. De voormalig eigenaar is vervolgens gestart met de verbouwing van de begane grond tot zes appartementen en de verhuur daarvan. [appellante] heeft het pand in 2017 gekocht en de verbouwing afgemaakt. Zij is de appartementen ook gaan verhuren. Omdat [appellante] volgens het college niet binnen de begunstigingstermijn heeft voldaan aan de last, heeft het besloten over te gaan tot invordering van de volgens hem verbeurde dwangsommen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4153
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202107661/1/R3

202107727/1/A2

Bij besluit van 29 november 2019 heeft de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten van de Koninklijke Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst de aanvraag van [appellant] om herregistratie in het register van chirurgen afgewezen en bepaald dat zijn inschrijving per 30 november 2019 wordt beëindigd. [appellant] heeft in 2005 zijn artsendiploma behaald aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna heeft hij in Duitsland zijn specialistenopleiding tot chirurg doorlopen. Met ingang van 19 september 2013 staat hij in Duitsland als chirurg ingeschreven. Sinds 18 maart 2014 is [appellant] in Nederland in het register van chirurgen geregistreerd. Deze registratie was geldig tot 19 maart 2019. Op 15 maart 2019 heeft [appellant] bij de RGS een aanvraag tot herregistratie als chirurg ingediend. Deze aanvraag heeft de RGS bij besluit van 29 november 2019 afgewezen. In datzelfde besluit heeft de RGS bepaald dat de inschrijving van [appellant] in het register van chirurgen per 30 november 2019 wordt beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4138
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202107727/1/A2

202200309/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] toegekende tegemoetkoming in de kosten voor rechtsbijstand ingetrokken. [appellant] heeft rechtstreeks beroep bij de rechtbank ingesteld. Hij betoogt dat de rechtbank, door dat beroep niet-ontvankelijk te verklaren, in strijd met het recht op toegang tot de rechter heeft gehandeld. De bezwaarschriften die hij na 2015 heeft ingediend, zijn allemaal afgewezen, zodat de beslissing ook in dit geval op voorhand al vaststond en het vasthouden aan een verplichte hoorzitting in bezwaar in strijd is met de beginselen van behoorlijke bestuur, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4113
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202200309/1/A2

202200385/1/A3

Bij besluiten van 10 en 11 augustus 2020 heeft de burgemeester van Zandvoort de woning aan de [locatie] in Zandvoort met toepassing van spoedeisende bestuursdwang voor de duur van 12 maanden gesloten. Op 2 augustus 2020 werd een anonieme melding via Meld Misdaad Anoniem gedaan met de strekking dat [appellant] zou handelen in harddrugs. Ook zou er volgens de melding een grote hoeveelheid harddrugs in zijn woning aanwezig zijn en zou er veel aanloop rondom de woning zijn. Naar aanleiding van deze melding heeft de Politie Kennemer Kust op 5 augustus 2020 de woning van [appellant] doorzocht. Daarvan is op 10 augustus 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld, die de burgemeester aan zijn besluit om de woning te sluiten ten grondslag heeft gelegd. In de bestuurlijke rapportage staat het volgende. Bij de doorzoeking van de woning zijn 125 pillen MDMA, brokjes hasj, korrels crystal meth, een potje Europowder inositol, cocaïne en 2 hennepplanten aangetroffen. Daarnaast is de woning van [appellant] in februari 2019 ook doorzocht, waarbij vijf wikkels met cocaïne, 12 XTC pillen en één pil ketamine zijn aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4117
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202200385/1/A3

202200473/1/A3

Bij besluit van 21 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. De last onder dwangsom is opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Haarlem. Op grond van dit artikel is het verboden om op een openbare plaats aanwezig te zijn met het kennelijke doel om drugs te verhandelen. Het besluit van 21 augustus 2020 tot oplegging van de last onder dwangsom is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie van 22 juni 2020. Daarin is de verkoop door [appellant] van verdovende middelen beschreven en wordt geconcludeerd dat [appellant] zich bezighoudt met de handel in verdovende middelen binnen de gemeente Haarlem. De last houdt in dat [appellant] niet nogmaals artikel 2:74 van de APV mag overtreden. De dwangsom is € 2.500,00 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 10.000,00. [appellant] bestrijdt dat sprake is van een overtreding van artikel 2:74 van de APV. Verder vindt hij de dwangsom onredelijk hoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4118
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200473/1/A3

202201144/2/R4

Bij besluit van 7 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Montferland onder oplegging van een dwangsom gelast dat [appellant] de overtreding van artikel 1.1a van de Wet milieubeheer en artikel 1b van de Woningwet in samenhang met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 beëindigt en beëindigd houdt en de overtreding van artikel 10.1 van de Wm beëindigt en beëindigd houdt. [appellant] is eigenaar van het bedrijfspand aan de [locatie] in Didam. In dit pand is door derden een laboratorium opgezet voor de productie van (meth)amfetamine(olie). Als gevolg hiervan is het pand verontreinigd geraakt met kwik(II)chloride. Het college heeft [appellant] twee lasten onder dwangsom opgelegd. Last 1 strekt ertoe dat hij de overtreding van artikel 1.1a van de Wet milieubeheer en artikel 1b van de Woningwet in samenhang met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 beëindigt en beëindigd houdt. Daartoe moet hij alle in het pand aanwezige kwik(II)chloride uit zijn pand laten verwijderen. Last 2 sterkt ertoe dat hij de overtreding van artikel 10.1 van de Wet milieubeheer beëindigt en beëindigd houdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4142
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201144/2/R4

202201321/1/R4

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel het bestemmingsplan "Buitenstad Zaltbommel" vastgesteld. Voor het grootste deel van het plangebied gold voor het besluit van 16 december 2021 geen bestemmingsplan. Het bestemmingsplan dat voorligt, voorziet in de mogelijkheid om het verouderde industrieterrein te transformeren tot een locatie met ongeveer 300 woningen en commerciële functies. [appellant sub 1], VVZ en [appellant sub 3] betogen dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied is gelegen. Zij voeren aan dat het plangebied aangemerkt moet worden als een buitendijks industriegebied, omdat de aanwijzing voor experimenten met aangepast bouwen in 2014 is vervallen. Zij stellen dat voor een buitendijks industriegebied een speciaal regime geldt, dat geen verband houdt met de criteria voor het bestaand stedelijk gebied. Als deze functie niet langer benut wordt, dan kan de minister besluiten om het terrein weer onderdeel van de Waal te laten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4121
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201321/1/R4

202201467/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van [appellant] om informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. [appellant] heeft de Faculteit Tandheelkunde van de Universiteit van Amsterdam op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van alle beschikbare documentatie over de broncode van het door de Faculteit in gebruik zijnde softwareprogramma Emago. Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat het geen bestuurlijke aangelegenheid betreft. De rechtbank heeft - onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:322 - geoordeeld dat het college de broncode en de bijbehorende documentatie niet openbaar hoefde te maken, omdat in dit geval geen sprake is van een bestuurlijke aangelegenheid. [appellant] betoogt dat hij persoonlijk belang heeft bij zijn Wob-verzoek. Hij is zelf patiënt geweest en zijn gegevens zijn opgeslagen in de EMAGO software. Hij stelt dat "Open source" de nieuwe veldnorm is die door de huidige regering is vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4146
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202201467/1/A3

202201616/1/A2

Bij besluit van 9 april 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een verzoek om schadevergoeding van [appellant] afgewezen. Aan het besluit van 20 mei 2020 is ten grondslag gelegd dat de beslissing op het verzoek om schadevergoeding een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is, maar tegen dat besluit ingevolge artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, gelezen in verbinding met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, geen bezwaar openstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4114
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201616/1/A2

202202429/2/R1

Bij tussenuitspraak van 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3213, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland opgedragen het geconstateerde gebrek in het besluit van 8 juli 2021, kenmerk D21.260304, te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen acht weken na verzending daarvan het onder 8.7 omschreven gebrek in het besluit van 8 juli 2021 te herstellen. Het college heeft verzocht om verlenging van deze termijn. De Afdeling heeft dit verzoek afgewezen bij brief van 12 oktober 2023. Op grond van artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, verplichtte de tussenuitspraak het college ertoe het gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om te bepalen dat in het pand geen arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4115
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202202429/2/R1

202202802/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag over 2018 voor [wederpartij] herzien en vastgesteld op nihil. [wederpartij] huurt een woning aan de [locatie] te [woonplaats] voor een huurprijs van € 700,00 per maand van [bedrijf], die de woning in eigendom heeft. [wederpartij] is directeur, enig bestuurder én 100% aandeelhouder van de aandelen van [bedrijf]. Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag over 2018 vastgesteld op € 4.204,00. Bij besluit van 1 mei 2020, gehandhaafd bij besluit van 7 september 2020, heeft de dienst het voorschot huurtoeslag over 2018 voor [wederpartij] herzien en vastgesteld op nihil. Volgens de dienst is [wederpartij] geen huurder omdat hij enig aandeelhouder is van de rechtspersoon waarvan hij de woning huurt. [wederpartij] huurt een woning aan de [locatie] te [woonplaats] voor een huurprijs van € 700,00 per maand van [bedrijf], die de woning in eigendom heeft. [wederpartij] is directeur, enig bestuurder én 100% aandeelhouder van de aandelen van [bedrijf]. Het geschil gaat over de uitleg van het begrip ‘huurder’ in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4129
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202202802/1/A2

202203221/1/A2

Bij besluiten van 17 februari 2020, 27 april 2020, 10 juni 2020, 17 juni 2020, 2 oktober 2020 en 13 november 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] verleende toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand ingetrokken en de aan de rechtsbijstandverleners van [appellant] betaalde bedragen, verminderd met de door [appellant] betaalde eigen bijdragen, van [appellant] teruggevorderd. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat de bij haar ingestelde beroepen ongegrond zijn. Volgens de rechtbank ziet het geschil op de vraag of het inkomen van [appellant] in de peiljaren 2015, 2016 en 2020 correct is vastgesteld en of de raad op basis daarvan terecht de toevoegingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand heeft ingetrokken. Daarnaast ligt voor of bij het verzoek om peiljaarverlegging terecht een eigen bijdrage van € 798,00 is opgelegd. [appellant] betwist niet de juistheid van de door de Belastingdienst definitief vastgestelde inkomensgegevens die de raad aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4119
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202203221/1/A2

202203334/1/A3

Bij besluit van 26 augustus 2019 heeft de raad van de gemeente Amsterdam besloten een deel van het fietspad langs de Nieuwe Purmerweg te Amsterdam aan het openbaar verkeer te onttrekken. Bij besluit van 22 januari 2020 heeft de raad het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het gedeelte van het fietspad langs de Nieuwe Purmerweg dat aan het openbaar verkeer is onttrokken ligt tussen de Buikslotermeerdijk en de rotonde met de Nieuwe Leeuwarderweg. De wegonttrekking houdt verband met de aanleg van een nieuwe woonwijk, een atletiekbaan en een park (het Dijkpark). [appellanten] zijn bevreesd voor verkeersonveilige situaties voor fietsers. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad zich op basis van het advies van de Centrale Verkeercommissie van de gemeente Amsterdam van 18 juni 2019 op het standpunt kon stellen dat een verkeersveilige situatie kon worden gecreëerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4147
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202203334/1/A3

202204717/1/A2

Bij besluit van 11 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is na zijn scheiding gaan inwonen bij zijn zus. Op het moment van zijn aanvraag had hij geen vaste woon- of verblijfplaats. Bij zijn aanvraag heeft hij toegelicht dat hij daardoor zijn minderjarige kinderen niet kan ontvangen en hen ook geen slaapplek kan bieden. Volgens [appellant] lijden zijn kinderen hieronder en heeft dat een negatieve invloed op hun ontwikkeling. Ook hijzelf heeft hierdoor stress en depressieve klachten. De kinderen wonen bij zijn ex-partner. Het college heeft bij het besluit op bezwaar van 21 december 2021 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 Gemeente Zeist, zoals die op het moment van de aanvraag luidde. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] niet beschikte over een zelfstandige woonruimte omdat hij inwoonde bij zijn zus. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4132
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204717/1/A2

202204989/1/R4

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van gevelindelingen op het perceel [locatie A] in Lexmond. Het college heeft bij besluit van 18 mei 2021 aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van gevelindelingen op het perceel [locatie A] in Lexmond. Meer specifiek gaat het om het realiseren van een erker. De erker is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op grond van artikel 19.2.2, onder h, sub 3 van de planregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Zederik de bouwhoogte van erkers niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw. Het college is met toepassing van artikel 36.7 van de planregels in samenhang gelezen met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van de hiervoor genoemde planregel afgeweken en heeft zijn medewerking verleend aan het bouwplan voor de erker. [appellante] woont op het perceel [locatie B] te Lexmond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4122
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202204989/1/R4

202205062/1/R1

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en het handelen in strijd met het bestemmingsplan "Schoolstraat 3 e.o. te Callantsoog". Op 4 april 2019 heeft [belanghebbende] een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend bij het college. De aanvraag is voor het realiseren van een nieuw gebouw op het perceel Dorpsplein 38 te Callantsoog. Op de begane grond is een café-restaurant met terras voorzien en op de eerste verdieping kantoorruimte. In de kelder komen onder meer de toiletruimtes van het café-restaurant. De bestaande (kantoor)bebouwing, waarin onder meer een bibliotheek gevestigd is geweest, wordt gesloopt. Het nieuwe gebouw grenst aan de achterzijde aan bestaande bebouwing, bestaande uit een magazijn en een winkel van Albert Heijn en andere detailhandel. Daarachter en naast de Albert Heijn ligt een parkeerterrein aan de Schoolstraat. [appellant] woont op het adres [locatie A] te Callantsoog, ten zuidwesten van het perceel. Hij keert zich tegen deze omgevingsvergunning voor het bouwen van een horecagelegenheid op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4156
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205062/1/R1

202205073/1/R3

Bij besluit van 12 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland besloten tot invordering van een door [appellante] verbeurde dwangsom van € 15.000,00. [appellante] is eigenaar van het perceel [locatie 1] te Giethoorn. Op een gedeelte van het perceel [locatie 2] heeft [appellante] in 2019 een chalet geplaatst zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Uit controles van de toezichthouder van de gemeente Steenwijkerland is gebleken dat het chalet buiten het bouwvlak staat. De bevindingen van deze controles zijn vastgelegd in de rapporten "Bezoekrapport Toezicht & Handhaving". Het college heeft bij besluit van 31 december 2020 aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft in dit besluit bericht dat indien [appellante] niet binnen de begunstigingstermijn aan de last heeft voldaan, zij een dwangsom van € 1.500,00 verschuldigd is. Hierna is zij een dwangsom van € 1.500,00 verschuldigd voor elke week dat wordt vastgesteld dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4148
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205073/1/R3

202205631/1/R3

Bij uitspraak van 8 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2736, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 augustus 2021 in zaak nr. 21/1022 en 21/1023 ongegrond verklaard. Bij brief van 22 september 2022 heeft [verzoekster] de Afdeling verzocht de uitspraak van 8 december 2021 te herzien. De uitspraak van de rechtbank van 11 augustus 2021, die in die uitspraak van de Afdeling is bevestigd, gaat over het besluit van 15 juni 2021. Hierin heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland het bezwaar van [verzoekster] tegen het besluit van 31 december 2020 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het college een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning aanwezig zijn van een chalet op het perceel [locatie] in Giethoorn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4145
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205631/1/R3

202206333/1/A2

Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] huurt met haar minderjarige dochter een zelfstandige woonruimte uit de vrije sector in Maarssen. Omdat zij de maandhuur niet meer kon opbrengen heeft het college haar aanvraag om woonkostentoeslag ingewilligd. [appellante] heeft een aanvraag om urgentie gedaan omdat aan de woonkostentoeslag een verhuisplicht is verbonden. Het college heeft bij het besluit van 11 januari 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 2.5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Stichtse Vecht. Volgens het college moet het bij het aangaan van de huurovereenkomst voor [appellante] duidelijk zijn geweest dat de huurprijs van de woning niet in verhouding stond met de hoogte van haar inkomen destijds en dat zij zonder financiële hulp van derden de maandhuur niet zelf zou kunnen opbrengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4136
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206333/1/A2

202206404/1/R1

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort de "Definitieve locatieplannen ondergrondse restafvalcontainers 33830 en 33856 in Vathorst" vastgesteld. Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college onder meer locatie 33830 aan de Leersumseberg ter hoogte van nummer 37 aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant] woont aan de [locatie]. De aangewezen locatie ligt achter de tuin van de woning van [appellant]. [appellant] is het niet eens met de aangewezen locatie en heeft daarom tegen het besluit van 4 oktober 2022 beroep ingesteld. Bij het bepalen van de locatie voor de ORAC heeft het college de randvoorwaarden gehanteerd, zoals neergelegd in bijlage 2 van de "Zienswijzennota Ontwerp locatieplan ondergrondse restafvalcontainers 33830 en 33856 in Vathorst".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4144
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202206404/1/R1

202207051/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is in 2017 vanuit Brazilië naar Nederland gekomen. Op het moment van haar aanvraag woonde zij met haar minderjarige kind in een particuliere huurwoning in Amsterdam. [appellante] heeft bij haar aanvraag toegelicht dat de huur voor haar als alleenstaande moeder met een uitkering te hoog is. Zij krijgt ook geen alimentatie. Zij stelt dat zij, om de huur te betalen, schulden heeft moeten maken bij vrienden en kennissen en gezondheidsproblemen heeft door de zorgen hierover. Volgens het college is het woonprobleem van [appellante] het gevolg van verwijtbaar doen of nalaten van haarzelf omdat zij in 2017 in Amsterdam is komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte. Verder heeft zij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om woonkostentoeslag aan te vragen voor het bekostigen van haar woonlasten of om te kunnen voldoen aan de aanvullende voorwaarde uit hoofdstuk 1, artikel 12, onder a, van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4134
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207051/1/A2

202207152/1/A2

Bij besluit van 22 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont met haar zes kinderen in een appartement in Den Haag. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat haar woning met een oppervlakte van 67 m2 te klein is voor haar gezin. Haar kinderen kunnen volgens [appellante] in deze woning geen kind zijn, zij hebben geen plek om met schoolwerk bezig te zijn en beginnen niet uitgerust aan hun dag. Hierdoor lopen de kinderen volgens [appellante] leerachterstanden op. Volgens het college is te klein wonen geen urgent huisvestingsprobleem. Ook heeft [appellante], nadat zij in de woning is gaan wonen, haar gezin uitgebreid met vijf kinderen. [appellante] had volgens het college kunnen voorzien dat zij daardoor een woonprobleem kon krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4139
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207152/1/A2

202207250/1/A3

Bij besluit van 7 augustus 2019 heeft de minister op het verzoek van [appellant], om inzage in zijn persoonsgegevens die door de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst zijn verwerkt, laten weten dat er geen persoonsgegevens worden verwerkt waarop de Algemene verordening gegevensbescherming (EU) 2016/679 (hierna: de AVG) van toepassing is, maar dat er wel persoonsgegevens worden verwerkt waarop de Wet politiegegevens van toepassing is. De minister heeft [appellant] inzage verleend in de politiegegevens. Naar aanleiding daarvan is [appellant] van mening dat hem ten onrechte inzage is onthouden van zijn persoonsgegevens als bedoeld in de AVG. In de uitspraak van 19 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2771, heeft de Afdeling beslist over verwerking van persoonsgegevens op grond van de Wet politiegegevens. In deze zaak gaat het alleen over gegevens als bedoeld in de AVG. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen reden bestaat om aan te nemen dat de FIOD persoonsgegevens als bedoeld in de AVG van [appellant] heeft verwerkt. [appellant] stelt dat politiegegevens die worden gedeeld met derden niet langer politiegegevens zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4155
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202207250/1/A3

202207261/1/A2

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is op 18 maart 2019 vanuit de Nederlandse Antillen naar Nederland gekomen. Op het moment van haar aanvraag woonde zij in een onzelfstandige woonruimte. Zij had een kamer in een woning met drie mannelijk medebewoners. Zij heeft in haar aanvraag toegelicht dat zij COPD heeft en dat haar medebewoners zware rokers zijn. Om niet blootgesteld te worden aan de rook, sluit zij zich op in haar kamer. Haar woonsituatie leidt tot lichamelijke en psychische klachten. Verder stelt zij dat de woning vochtig is en niet goed wordt geventileerd. Het is volgens haar niet gelukt om met de eigenaar tot een oplossing te komen. Volgens het college is er geen sprake van een urgent woonprobleem. Verder kan [appellante] volgens het college haar woonprobleem oplossen door het huren van een studio of een woning op de particuliere woningmarkt en had zij kunnen voorzien dat het huren van een kamer en het delen van een woning een probleem zou kunnen worden vanwege haar gezondheidsklachten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4131
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207261/1/A2

202207497/1/A2

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is in 2002 bij haar ouders ingetrokken. Toen zij in 2020 haar aanvraag deed had [appellante] twee kinderen van één en vier jaar oud en was zij gescheiden. In de woning van haar ouders wonen in totaal negen personen en slaapt [appellante] met haar kinderen in de woonkamer. De situatie in een huis met zoveel mensen die meerdere talen spreken is op verschillende vlakken lastig voor [appellante] en haar kinderen. Volgens het college heeft [appellante] geen urgent huisvestingsprobleem omdat zij bij haar ouders inwoont. Verder was het huisvestingsprobleem van [appellante] volgens het college redelijkerwijs te voorkomen omdat haar kinderen zijn geboren toen zij al bij haar ouders inwoonde. Het college heeft verwezen naar hoofdstuk 1, paragraaf II, onder 3, Ad b en Ad c, van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4150
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207497/1/A2

202300007/1/A2

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft na zijn scheiding geen zelfstandige woonruimte kunnen vinden. Hij woonde op het moment van zijn aanvraag in bij een kennis in Den Haag. Inmiddels woont hij in een caravan. Hij stelt dat hij door zijn huidige woonsituatie zijn kinderen niet kan ontvangen en psychische klachten heeft. Volgens het college volgt uit de regelgeving dat [appellante] om meerdere redenen geen urgent huisvestingsprobleem heeft. Ook is [appellante] in Den Haag komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte en staat hij niet al ten minste twee jaar voorafgaand aan zijn aanvraag ingeschreven in de basisregistratie personen van een van de gemeenten in de regio Haaglanden. Verder heeft het college uitgelegd dat, omdat de aanvraag is afgewezen op meerdere algemene weigeringsgronden, geen advies aan de GGD hoefde te worden gevraagd. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 7:3 van de Huisvestingsverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4143
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300007/1/A2

202300236/1/A2

Bij besluit van 28 juni 2021 heeft het college de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont in Amsterdam in een vierkamerwoning van 49 m2 op de eerste verdieping. De woning is bereikbaar met een trap. Toen zij de aanvraag deed, woonde zij daar alleen met haar toen 11-jarige dochter. Inmiddels is zij bevallen van een tweeling. Zij stelt dat zij geen zicht heeft in haar linkeroog en dat zij daardoor moeite heeft met traplopen. Zij vindt het gevaarlijk om de trap af te gaan, waardoor zij alleen nog met hulp van kennissen naar buiten kan en praktisch opgesloten zit in huis. Het college heeft bij het besluit op bezwaar van 15 maart 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van de hierna in overweging 3 weergegeven regelgeving. Ook heeft het college geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule. Het college heeft aan het besluit de adviezen van de GGD van 7 juni 2021 en 25 februari 2022 ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4128
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300236/1/A2

202300527/1/A2

Bij besluit van 28 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [appellanten] om een urgentieverklaring toegewezen. Het college heeft bij het besluit van 28 december 2021, gehandhaafd bij besluit van 5 mei 2022, de aanvraag om een urgentieverklaring toegewezen op grond van artikel 2.5.1b van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht vanwege de medische problemen van de zoon van [appellanten]. Het standaard zoekprofiel bij een medische urgentie is een appartement vanaf de eerste verdieping. Omdat in het medisch advies van Argonaut van 11 november 2021 en de aanpaste versie daarvan van 23 december 2021 staat dat het moet gaan om een geluidsarme woning met drie slaapkamers, met de woonkamer en een afgesloten buitenruimte op de begane grond, heeft het college op grond van artikel 2.5.3 van de Huisvestingsverordening als zoekprofiel vastgesteld: benedenwoning en appartement op de parterre in de regio Utrecht. [appellanten] willen dat het vastgestelde zoekprofiel wordt gewijzigd in: eengezinswoning met tuin.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4133
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300527/1/A2

202300576/1/A2

Bij besluit van 15 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woonde op het moment van zijn aanvraag in een kamer van 17 m2 in een woongemeenschap in Amsterdam. In zijn aanvraag heeft hij toegelicht dat hij al bijna negen jaar een zeer agressieve buurman heeft die hem verbaal lastig valt. Hij voelt zich daardoor onveilig en is bang dat de situatie uit de hand gaat lopen. Ook is de woning volgens hem onhygiënisch en zeer slecht onderhouden, mede door zijn huisgenoten, en klein. [appellant] is licht verstandelijk gehandicapt en stelt dat hij de situatie fysiek en psychisch niet meer aankan. Hij heeft de overlast gemeld bij de politie en er is een bemiddelingstraject geweest. [appellant] wil graag een benedenwoning met tuin omdat hij in verband met zijn licht verstandelijke beperking een luchtplaats wil hebben. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4141
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300576/1/A2

202300717/1/V1

Bij brief van 13 oktober 2022 heeft de vreemdeling de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 10 april 2022 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank. De staatssecretaris heeft bij Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire van 21 september 2022, geldend vanaf 27 september 2022, de wettelijke beslistermijn van zes maanden voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengd met negen maanden. Dit besluit geldt voor alle aanvragen waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022. Lidstaten kunnen de beslistermijn van zes maanden met ten hoogste negen maanden verlengen als sprake is van een groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen dat tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4125
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Verwijzingsuitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300717/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300717/1/V1

202300804/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In haar aanvraag heeft [appellante] toegelicht dat zij een alleenstaande moeder is van drie minderjarige kinderen en inwoont bij haar ex-schoonvader. Zij moet daar vertrekken en heeft geen andere adressen waar zij kan verblijven, zodat zij vreest om dakloos te worden. Tijdens de procedure bij de rechtbank woonde [appellante] bij haar eigen vader en woonden de kinderen bij haar ex-partner. Volgens het college heeft [appellante] geen urgent huisvestingsprobleem en is sprake van verwijtbaar handelen. Het college heeft verwezen naar hoofdstuk 1, paragraaf 3, Ad b, en Ad e, van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en toegelicht dat [appellante] bij haar ex-schoonvader inwoont en dat uit informatie van de woningbouwvereniging is gebleken dat haar ex-schoonvader zijn woning aan [appellante] onderverhuurt. Het college heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4140
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300804/1/A2

202300968/1/A2

Bij besluit van 5 april 2022 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft veel medische problemen op lichamelijk en psychisch gebied en lijdt onder meer aan tinnitus. Hij heeft hierdoor een verhoogde gevoeligheid voor lawaai en stress. De SUWR heeft een eerdere aanvraag om een urgentieverklaring ingewilligd bij besluit van 28 juli 2021. [appellant] heeft toen een woning op de begane grond betrokken aan de [locatie] te Rotterdam. [appellant] stelt dat zijn medische problemen door het lawaai in de woning zijn verslechterd. Daarom heeft hij opnieuw een urgentieverklaring aangevraagd op de urgentiegrond ‘medische noodzaak’. Volgens het college heeft de medische problematiek van [appellant] niet tot gevolg dat de huidige zelfstandige woonruimte in ernstige mate duurzaam ongeschikt is voor bewoning door hem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4137
Datum uitspraak
8 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300968/1/A2
vorige pagina1...132133134...1.241volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon