Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202202429/2/R1

Uitspraak 202202429/2/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4115
Datum uitspraak
8 november 2023
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3213, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland opgedragen het geconstateerde gebrek in het besluit van 8 juli 2021, kenmerk D21.260304, te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen acht weken na verzending daarvan het onder 8.7 omschreven gebrek in het besluit van 8 juli 2021 te herstellen. Het college heeft verzocht om verlenging van deze termijn. De Afdeling heeft dit verzoek afgewezen bij brief van 12 oktober 2023. Op grond van artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, verplichtte de tussenuitspraak het college ertoe het gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om te bepalen dat in het pand geen arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest.
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202202429/2/R1.
Datum uitspraak: 8 november 2023

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Wissenkerke, gemeente Noord-Beveland,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant (hierna: de rechtbank) van 24 maart 2022 in zaken nrs. 22/306 en 21/3176 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3213, heeft de Afdeling het college opgedragen het geconstateerde gebrek in het besluit van 8 juli 2021, kenmerk D21.260304, te herstellen.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.       In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen acht weken na verzending daarvan het onder 8.7 omschreven gebrek in het besluit van 8 juli 2021 te herstellen.

2.       Het college heeft verzocht om verlenging van deze termijn. De Afdeling heeft dit verzoek afgewezen bij brief van 12 oktober 2023.

Vernietiging

3.       Op grond van artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, verplichtte de tussenuitspraak het college ertoe het gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. De in de tussenuitspraak opgenomen hersteltermijn is ongebruikt verstreken, zodat het college niet heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak. Het gebrek in het besluit van 8 juli 2021 is dus niet hersteld.

4.       Gezien de tussenuitspraak onder 8.7 heeft het college het besluit van 8 juli 2021 vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling zal daarom de uitspraak van de rechtbank vernietigen, voor zover daarbij het beroep ongegrond is verklaard.

5.       Zoals de rechtbank zou moeten doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaren en het besluit van 8 juli 2021 vernietigen.

Opdracht

6.       [appellant] heeft de Afdeling verzocht om te bepalen dat in het pand geen arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest. De Afdeling zal dat niet doen. Zoals onder 8.7 van de tussenuitspraak is overwogen, is het aan het college om het belang van [appellant] bij honorering van het opgewekte vertrouwen tegen het algemeen belang en de belangen van derden, zoals MAS Invest, af te wegen. Als het college die belangenafweging heeft gemaakt, kan de Afdeling als bestuursrechter die belangenafweging toetsen. Maar de bestuursrechter heeft niet de bevoegdheid die belangenafweging zelf te maken.

De Afdeling zal het college wel opdragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [appellant] met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

7.       Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling ook aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld.

Proceskosten

8.       Het college moet de proceskosten van [appellant] vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 24 maart 2022 in zaken nrs. 22/306 en 21/3176, voor zover daarbij het beroep van [appellant] ongegrond is verklaard;

III.      verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV.      vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland van 8 juli 2021, kenmerk D21.260304;

V.       draagt het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland op om binnen acht weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

VI.      bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;

VII.     veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 53,59;

VIII.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 455,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.

w.g. Knol
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Driel Kluit
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2023

703


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon