Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.756
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202304012/1/V6

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [wederpartij] vanaf 1 december 2022 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 1.166,99 en zij moet maandelijks € 15,00 betalen. Bij brief van 1 november 2013 heeft de minister [wederpartij] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is op 31 mei 2013 gestart en zij had, met verlenging in verband met onder andere medische omstandigheden en corona-maatregelen, tot en met 27 mei 2022 om te voldoen aan haar inburgeringsplicht. Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de minister [wederpartij] ontheven van de inburgeringsplicht, omdat het door een samenloop van bijzondere individuele omstandigheden, waaronder psychische problemen, voor haar onmogelijk is om in te burgeren. Bij besluit van 17 juni 2022 met het opschrift "terugbetalen lening" heeft de minister haar vervolgens meegedeeld dat haar schuld € 1.166,99 bedraagt en dat zij maandelijks € 15,00 moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2598
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304012/1/V6

202307434/1/A2

Bij besluit van 11 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand van [appellante] de eerder door de raad betaalde kosten gevorderd voor de bijstand van [partij] in een echtscheidingsprocedure. Dit betreft een bedrag van € 12.514,14. [appellante] is in haar echtscheiding bijgestaan door [partij]. De raad heeft daarvoor verschillende toevoegingen verleend. Voor de echtscheidingsprocedure inclusief afwikkeling huwelijkse voorwaarden heeft de raad een toevoeging verleend met het kenmerk 3JG8578. Deze toevoeging is door de raad op 7 november 2019 ingetrokken in verband met behaald resultaat, zoals bedoeld in artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand. [appellante] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Dit betekent dat de intrekking van dit besluit in rechte vaststaat en er moet worden uitgegaan van de juistheid van dit besluit. De raad heeft de aan [partij] betaalde vergoeding voor rechtsbijstand onder de toevoeging met kenmerk 3JG8578 van [appellante] gevorderd bij besluit van 11 januari 2020. Het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar is door de raad bij besluit van 14 september 2020 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2582
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202307434/1/A2

202400342/1/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2023 heeft de Dean van het Instituut voor Rechtenstudies aan [appellant] een negatief bindend studieadvies uitgebracht. Bij beslissing van 22 september 2023 heeft de Examencommissie van het Instituut voor Rechtenstudies negatief besloten op het verzoek van [appellant] tot een herbeoordeling van het onderdeel Verweerschrift van het vak Recht en Overheid. Op 27 november 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Hanzehogeschool Groningen het ingestelde administratief beroep tegen de beslissing van 30 augustus 2023 ongegrond verklaard en overwogen dat het niet bevoegd is te oordelen over de afwijzing van het verzoek om een herbeoordeling. [appellant] heeft in het propedeusejaar deelgenomen aan de ‘Basismodule’ en de opleidingsmodule ‘Recht en Overheid’. Omdat [appellant] daarmee niet voor alle onderdelen een voldoende heeft gehaald, heeft hij geen studiepunten ontvangen voor de ‘casus Meerstad’. Op 19 juli 2023 heeft de Dean [appellant] op de hoogte gesteld van het voornemen om een negatief BSA uit te brengen. De Dean heeft op 30 augustus 2023 een negatief BSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2611
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400342/1/A2

202401469/1/A2

Bij beslissing van 19 december 2023 heeft het Centre of International Affairs namens het CvB medegedeeld dat [appellante] zal worden afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst vanwege het niet voldoen aan de studiepuntennorm in het kader van de verblijfsvergunning met verblijfsdoel studie. [appellante] is een Chinese studente die sinds studiejaar 2015-2016 de opleiding International Business & Management Studies volgt aan de Hogeschool Rotterdam. Omdat zij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel ‘studie’ moet zij ieder studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid. Deze norm bedraagt 50% van de nominale studielast per studiejaar. Voor [appellante] geldt daarom een norm van 30 ECTS. In het studiejaar 2022-2023 heeft [appellante] geen studiepunten behaald. Omdat haar studievoortgang onvoldoende was, heeft het CoIA [appellante] op 19 december 2023 bericht dat zij zal worden afgemeld bij de IND. Tegen deze beslissing heeft [appellante] bezwaar gemaakt en, nadat haar bezwaar ongegrond was verklaard, beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2612
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401469/1/A2

202401695/1/A2

Bij beslissing van 2 februari 2023 heeft het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft [appellant] van 1 februari 2023 tot en met woensdag 26 april 2023 een gebouwverbod opgelegd. [appellant] volgde in studiejaar 2022-2023 de Master Elektrotechniek aan de TU Delft. Aan hem is voor de periode van 1 februari 2023 tot en met 26 april 2023 vanwege ongepast gedrag op de faculteit een gebouwverbod opgelegd voor het gebouw aan de Van Mourik Broekmanweg 6 en het gebouw aan de Mekelweg 4 te Delft. Het verbod is later opgelegd voor de periode van 1 februari 2023 tot en met 19 juli 2023. Aan de beslissing, waarbij het bezwaar onder overneming van het advies van de commissie bezwaarschriften voor studenten van 31 januari 2024 niet-ontvankelijk is verklaard, heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellant] het bezwaar buiten de wettelijke termijn van zes weken heeft ingediend. Volgens het CvB is [appellant] voldoende in de gelegenheid gesteld om tijdig bezwaar te maken, maar heeft hij daarvan afgezien. [appellant] heeft daarbij geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2607
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401695/1/A2

202402672/1/A2

Bij beslissing van 5 november 2023 heeft de examencommissie van de faculteit Religie, Cultuur en Maatschappij geconcludeerd dat [appellante] bij het inleveren van de herkansing van de bachelorscriptie voor de bacheloropleiding Religiewetenschappen, plagiaat heeft gepleegd. De examencommissie heeft daarom de bachelorscriptie ongeldig verklaard en [appellante] uitgesloten van het inleveren van de bachelorscriptie voor het studiejaar 2023-2024. [appellante] heeft in juni 2023 voor de bacheloropleiding Religiewetenschappen een eindwerkstuk, de bachelorscriptie, ingeleverd. Nadat zij voor de eerste kans een onvoldoende had gehaald, heeft zij in augustus 2023 als herkansing opnieuw de bachelorscriptie ingeleverd. Tijdens de beoordeling heeft de examinator geconstateerd dat [appellante] het vertalen van de door haar gebruikte bronnen, dan wel het gebruik ervan niet volgens de academische standaarden heeft gedaan. De examinator heeft daarvan melding gedaan bij de examencommissie. De examencommissie heeft naar aanleiding hiervan onderzoek verricht en op 12 oktober 2023 is [appellante] over de melding gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2551
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402672/1/A2

202403201/1/A2

Bij beslissing van 11 januari 2024 is [appellant] uitgesloten van deelname aan de decentrale selectie van de bacheloropleiding geneeskunde voor het collegejaar 2024-2025. [appellant] heeft voor het collegejaar 2023-2024 deelgenomen aan de decentrale selectie voor de studie geneeskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Aan haar is toen rangnummer 627 toegekend en geen opleidingsplek aangeboden. Voor de decentrale selectie van dat jaar en de jaren daarvoor gold de voorwaarde dat een kandidaat slechts één keer aan de selectie mocht deelnemen. Daarom is [appellant] uitgesloten van deelname aan de decentrale selectie voor het daaropvolgende collegejaar 2024-2025. Het CvB heeft in de beslissing op bezwaar van 3 mei 2024, op basis van het overgenomen advies van de Geschillenadviescommissie Studenten, geconcludeerd dat [appellant] ten onrechte is uitgesloten van de decentrale selectie geneeskunde voor het collegejaar 2024-2025. Aan deze beslissing heeft het CvB ten grondslag gelegd dat de voorwaarde van één deelname aan de decentrale selectie niet langer geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2615
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403201/1/A2

202306414/2/R3

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân geweigerd om aan [verzoeker A] een omgevingsvergunning voor het legaliseren van de bedrijfswoning op het perceel [locatie A] en [locatie B] te Oosternijkerk te verlenen. Het perceel ligt op het bedrijventerrein 't Oogh. [verzoeker A] is eigenaar van het perceel. Hij verhuurt dit aan [verzoeker B]. Zij exploiteert daar een wolspinnerij en woont daar. [partij] en anderen zijn ondernemers op het bedrijventerrein 't Oogh. Zij hebben het college in maart 2022 verzocht handhavend op te treden tegen de volgens hen illegale woonsituatie op het perceel. Volgens hen leidt de bewoning van de woning tot belemmeringen van hun bedrijfsvoering. [verzoeker A] heeft in april 2022 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend om de bedrijfswoning te legaliseren. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Het heeft daarnaast handhavend opgetreden tegen het zonder de benodigde omgevingsvergunning bouwen en gebruiken van een bedrijfswoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2557
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306414/2/R3

202306609/1/R3 en 202306609/2/R3

Bij besluit van 14 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan de gemeente Rotterdam een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een kunstwerk in een watergang nabij de Raadhuisstraat 47 te Rotterdam. De gemeente heeft een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van een kunstwerk. Het gaat om het kunstwerk 'Water' van de inmiddels overleden kunstenaar Leo van Oudheusden. Het kunstwerk, een tegeltableau, is gemaakt voor het zwembad 'de Zeehond' in de voormalige gemeente Rozenburg. Dat zwembad is gesloopt in oktober 2016. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het kunstwerk te behouden in de openbare ruimte of op een binnenlocatie. Er is voor gekozen om het kunstwerk buiten in een watergang te plaatsen. [verzoeker], de broer van de kunstenaar, is het niet eens met de vergunningverlening. Hij vindt de gekozen locatie in de openbare ruimte niet geschikt. Hij heeft gewezen op de kwetsbaarheid van het materiaal. Het kunstwerk moet volgens hem niet in de buitenlucht worden geplaatst, omdat het daardoor onherstelbaar zal worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2556
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306609/1/R3 en 202306609/2/R3

202402904/3/V1

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft gewijzigde identiteitsgegevens van de vreemdelingen opgenomen in kennisgevingen van 28 september 2023, 28 juli 2023 en 5 januari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2564
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402904/3/V1
vorige pagina1...979980981...12.376volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon