Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.239
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202401297/4/R3

Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3990 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Den Haag opgedragen binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" te herstellen. Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 18.9 geoordeeld dat de raad onvoldoende in kaart heeft gebracht wat de gevolgen zijn van de voorziene ontwikkeling voor de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied, met name de wijk Voorburg Noord. Dat de wijk Voorburg Noord in de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt, ontslaat de raad niet van zijn verplichting eventuele negatieve gevolgen voor die wijk in kaart te brengen en, desgewenst in samenspraak met de gemeente Leidschendam-Voorburg, zorg te dragen voor een aanvaardbare uitkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3672
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401297/4/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401297/4/R3

202401993/1/R2

Bij besluit van 7 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van MOB en Leefmilieu om de natuurvergunning van 7 mei 2019 van de [appellante sub 1] voor het in werking hebben en exploiteren van een geitenhouderij aan de [locatie] in Borger in te trekken, afgewezen. Aan [appellante sub 1] is op 7 mei 2019 een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden van de veestapel van 620 volwassen en 250 opfokgeiten met een ammoniakemissie van 1378 kg/jaar naar 1235 volwassen geiten met een ammoniakemissie van 2346,50 kg/jr. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking van deze natuurvergunning op grond van artikel 5.4, eerste lid, onder c, en het tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens MOB en Leefmilieu ligt aan de vergunning geen toereikende passende beoordeling ten grondslag. Ook worden volgens MOB en Leefmilieu onvoldoende passende maatregelen genomen om verslechtering of verstoring te voorkomen van de natuurwaarden in onder meer het Natura 2000-gebied Drouwenerzand. Het college heeft bij het besluit van 2 juni 2022 de afwijzing van het verzoek om intrekking van de natuurvergunning gehandhaafd. Volgens het college is de intrekking van de natuurvergunning niet nodig en ook onevenredig, omdat de verwachting is dat op termijn de instandhoudingsdoelen in de betrokken Natura 2000-gebieden zullen worden gehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3651
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202401993/1/R2

202402902/1/R2

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda [wederpartij] opgedragen om de bewoning van het pand aan de [locatie] in Breda in strijd met het geldende bestemmingsplan te beëindigen en beëindigd te houden en de badkamer te verwijderen en verwijderd te houden. [wederpartij] is sinds 2013 eigenaar van het pand en staat sinds 2015 ingeschreven als bewoner van het pand. Hij gebruikt het pand voor zijn bedrijfsactiviteiten en woont daar. Het college heeft [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, omdat het bestemmingsplan wonen op de begane grond niet toestaat. [wederpartij] is het daar niet mee eens. Volgens hem woont hij niet op de begane grond, maar op de entresol wat volgens hem een verdieping is. In hoger beroep gaat het alleen over de vraag of het oordeel van de rechtbank over de uitleg van de planregels juist is en meer in het bijzonder de uitleg van het begrip "verdieping".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3675
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402902/1/R2

202403022/1/R3

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee aan VAVO B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee woningen en de aanleg van een uitweg ten behoeve van vier parkeerplaatsen aan [locatie 1] en [locatie 2] in Stellendam. Het college heeft de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo verleend. Met het besluit van 14 oktober 2021 heeft het college het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen op enkele punten aangepast. Zo heeft het, na een wijziging van de aanvraag, een tweede uitweg aan de omgevingsvergunning toegevoegd. Ook heeft het college een tweede nader welstandsadvies aan het besluit ten grondslag gelegd. De woningen worden gerealiseerd op percelen die tot december 2020 samen met de aangrenzende percelen één aangesloten kadastraal perceel vormde. Op de plek waar de woningen worden gerealiseerd stond eerst een bijgebouw van de woning aan [locatie 3]. [appellant A] en [appellant B] wonen op [locatie 4] in Stellendam, in de directe omgeving van de percelen waarop de woningen en de uitwegen worden gerealiseerd. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en een negatieve invloed van de uitwegen op de verkeersveiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3658
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403022/1/R3

202403405/1/R1

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Heemskerk geweigerd het ontwerpwijzigingsplan voor het perceel [adres 1] in Heemskerk vast te stellen. 2. [appellant] woont op het perceel [adres 1] in Heemskerk. Dit perceel is kadastraal bekend als [perceelnummer 1] Heemskerk en heeft een oppervlakte van ongeveer 970 m². [appellant] heeft op 26 september 2023 het college verzocht toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 3.6.2 van het geldende bestemmingsplan "Partiële herziening Heemskerk Buitengebied - 2017" (het bestemmingsplan) door te voorzien in een wijziging van de huidige bestemming "Agrarisch - Tuindersgebied" naar de bestemming "Tuinderswoningen". Daartoe heeft het college een ontwerpwijzigingsplan ter inzage gelegd. Vervolgens heeft het college op 14 mei 2024 geweigerd om het wijzigingsplan vast te stellen. Volgens het college voldoet het ontwerpwijzigingsplan niet aan de wijzigingsvoorwaarden als bedoeld in artikel 3.6.2, onder b en f, van de regels van het bestemmingsplan. Daartoe stelt het college dat de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse niet volledig zijn beëindigd. Verder stelt het college zich in het bestreden besluit op het standpunt dat [appellant] niet voornemens is om de aanwezige bebouwing te slopen, waardoor niet het gehele agrarische bouwvlak kan worden verwijderd en er een te groot oppervlak aan bijgebouwen op het perceel achterblijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3681
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403405/1/R1

202404214/1/A2

De Afdeling heeft bij uitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:954, het hoger beroep van SSWT gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 mei 2021 vernietigd, de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 4 juni 2019 vernietigd en de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen nieuwe besluiten te nemen en deze op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De minister is in de nieuwe besluiten voor alle drie de projecten teruggekomen van zijn standpunt dat door SSWT meermaals dezelfde praktijkopleiding is gedeclareerd. De minister handhaaft in die besluiten wel zijn standpunt dat niet op basis van facturen maar op basis van de werkelijke interne kosten gedeclareerd had moeten worden en dat SSWT in haar administratie onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt van welke organisatie de gedeclareerde facturen afkomstig zijn, door wie deze facturen zijn betaald en wat de onderlinge verhouding tussen die organisaties is. SSWT heeft daarom niet voldaan aan het vereiste van artikel 16, eerste lid, van de Subsidieregeling ESF 2007-2013 (Subsidieregeling), aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3653
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404214/1/A2

202405077/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug aan Wildeland B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een stallencomplex op het perceel Buurtweg 12 in Doorn (het perceel) voor een paardenhouderij en voor het kappen van 26 eiken. Op het perceel was voorheen een melkrundveehouderij en paardenhouderij gevestigd, waarvoor het college op 8 juni 2016 aan Wildeland een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft verleend. In 2017 is de melkrundveehouderij beëindigd. Wildeland heeft bij het college een aanvraag ingediend om de paardenhouderij uit te breiden. Voor de omschakeling zal gebruik worden gemaakt van een bestaande stal en daarnaast zal een nieuw stallencomplex worden opgericht. De nieuwe bebouwing bestaat onder meer uit twee stallen, vier paddocks, een rijbak, en op de verdieping acht toiletten, een kantine, een zadelkamer en opslagruimte. [appellante] woont op het perceel [locatie] in Leersum. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan het weiland achter het nieuwe stallencomplex. Voor de bouw van het stallencomplex moeten 26 eiken worden gekapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3683
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405077/1/R4

202405113/1/A3

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo) ingewilligd. Bij brief van 5 oktober 2022 heeft [appellant] de minister op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van documenten over geuite bezwaren van derde-belanghebbenden tegen de openbaarmaking van documenten bij deelbesluiten over een eerder Woo-verzoek van [appellant]. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister een lijst van deelbesluiten en de daartegen gemaakte bezwaren van derde-belanghebbenden openbaar gemaakt. De minister heeft het daartegen gemaakte bezwaar van [appellant] bij besluit van 22 juni 2023 ongegrond verklaard. De minister heeft daarbij een deel van het bezwaar van [appellant] opgevat als een aanvullend Woo-verzoek, en bij een afzonderlijk besluit op dezelfde dag documenten openbaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard, omdat naar het oordeel van de rechtbank de minister alle ten tijde van het verzoek aanwezige documenten heeft verstrekt, en het bezwaar terecht heeft opgevat als een nader Woo-verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3664
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405113/1/A3

202405374/1/R4

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor een bijbehorend bouwwerk op het perceel [locatie] in Wilnis (het perceel). [appellante] heeft op 13 september 2023 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bouwwerk bij een paardenkraamhotel op het perceel. De omgevingsvergunning wordt alleen aangevraagd voor het handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Uit de bijlage bij de aanvraag volgt dat het bouwwerk zal worden gebruikt voor het verblijf van een medewerker gedurende de periode tussen maart en augustus, wanneer in het kraamhotel hoogdrachtige merries aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3655
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405374/1/R4

202405693/1/A2

Bij besluit van 14 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe een aanvraag van de Stichting voor een huisvestingsvoorziening voor herstel van een constructiefout, afgewezen. De Stichting is het bevoegd gezag van het Van Lodenstein College in Kesteren. Zij heeft op 13 januari 2021 een aanvraag ingediend voor een huisvestingsvoorziening vanwege een gestelde constructiefout. Door een ontwerpfout is de klimaatinstallatie sinds de bouw van het VLC niet toereikend. De Stichting heeft de klimaatinstallatie op eigen kosten uitgebreid. Daarmee was een investering van € 2,4 miljoen gemoeid, waarvan € 800.000,00 is gesubsidieerd door het Rijk. Ter onderbouwing van de aanvraag heeft de Stichting onder andere een rapport bijgevoegd van DWA/ingenieurs en adviseurs. Uit dit rapport volgt dat de klimaatinstallatie bij oplevering van het gebouw al niet voldeed aan het Bouwbesluit 2003.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3666
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202405693/1/A2
vorige pagina1...161718...12.524volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon