Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202600209/1/A2

Uitspraak 202600209/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4709
Datum uitspraak
10 augustus 2026
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft in de ochtend van 8 oktober 2024 zijn auto aan de Jan Pieter Heijestraat in Amsterdam geparkeerd. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de auto van [appellant] weggesleept, omdat hij stond geparkeerd op een plek die bestemd is voor het laden en lossen van goederen (laad- en loshaven). Het college heeft de kosten van het wegslepen op [appellant] verhaald. Dit gaat om een bedrag van € 452,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de auto van [appellant] mocht wegslepen en de kosten daarvan op hem mocht verhalen.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202600209/1/A2.
Datum uitspraak: 10 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2025 in zaak nr. 25/772 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Openbare zitting gehouden op 10 augustus 2026 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. W. den Ouden
Griffier: mr. A.J.Q. Oskam

Verschenen:
[appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. R. Bosch.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 15 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9972, van de rechtbank Amsterdam.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Motivering

1.       [appellant] heeft in de ochtend van 8 oktober 2024 zijn auto aan de Jan Pieter Heijestraat in Amsterdam geparkeerd. Het college heeft de auto van [appellant] weggesleept, omdat hij stond geparkeerd op een plek die bestemd is voor het laden en lossen van goederen (laad- en loshaven). Het college heeft de kosten van het wegslepen op [appellant] verhaald. Dit gaat om een bedrag van € 452,00.

2.       De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de auto van [appellant] mocht wegslepen en de kosten daarvan op hem mocht verhalen.

3.       [appellant] heeft op de zitting van de Afdeling te kennen gegeven dat het hem erom gaat dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de toezichthoudend ambtenaar van de gemeente niet de zogenoemde pardontijd van tien minuten heeft aangehouden voordat zijn auto werd weggesleept. Verder heeft de rechtbank niet onderkend dat er geen noodzaak was om zijn auto weg te slepen, aldus [appellant].

3.1.    Uit het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 8 oktober 2024 volgt dat de auto van [appellant] zodanig stond geparkeerd dat de bevoorrading van de Albert Heijn daarvan hinder ondervond. Verder volgt uit het proces-verbaal dat de toezichthoudend ambtenaar minimaal tien minuten geen activiteit rond de auto van [appellant] heeft waargenomen.

Het college mag in beginsel uitgaan van de juistheid van de bevindingen die in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal zijn neergelegd. De Afdeling ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen grond voor zodanige twijfel aan die bevindingen, dat het college niet mocht uitgaan van de juistheid daarvan. Door zijn auto op een laad- en loshaven te parkeren, heeft [appellant] in strijd gehandeld met artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wegenverkeerswet 1994, in samenhang gelezen met artikel 24, eerste lid, aanhef en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Het wegslepen van de auto van [appellant] was noodzakelijk om de laad- en loshaven beschikbaar te houden voor laden en lossen.

4.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Den Ouden
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Oskam
griffier

1067


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon